Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart 2010

Geldend van 16-10-2010 t/m heden

Regeling van 24 september 2010, nr. 5668080/10, houdende voorschriften voor de uitvoering van controle van personen, bagage en van vracht op luchtvaartterreinen (Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart 2010)

§ 1. Algemeen

Artikel 1

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a. de wet: de Luchtvaartwet;

    • b. erkend agent: de natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in artikel 3, onder 26, van Verordening (EG) 300/2008;

    • c. bekende afzender: de natuurlijk persoon of rechtspersoon, bedoeld in artikel 3, onder 27, van Verordening (EG) nr. 300/2008;

    • d. vrachtvlucht: een vlucht, die uitsluitend vervoer van vracht ten doel heeft;

    • e. EG-verordening 300/2008: Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2320/2002, met inbegrip van de op grond van artikel 19 van deze verordening genomen maatregelen ter uitvoering van deze verordening;

    • f. EU-verordening 185/2010: EU-verordening nr. 185/2010 van de Europese Commissie van 4 maart 2010 houdende de vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de toepassing van gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart, welke tevens strekt tot intrekking van, onder meer, Verordening (EG) nr. 820/2008;

    • g. verklaring omtrent het gedrag: verklaring als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

Artikel 2

  • 1 De luchtvaartmaatschappij stelt een beveiligingsprogramma op, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de EG-verordening 300/2008, waarin wordt beschreven welke methoden en procedures de luchtvaartmaatschappij dient te volgen om te voldoen aan deze verordening en aan het nationaal programma voor de beveiliging van de burgerluchtvaart van de lidstaat van waaruit hij diensten verleent.

  • 2 Het beveiligingprogramma van een luchtvaartmaatschappij, waarvan de exploitatievergunning in Nederland is afgegeven door de Minister van Verkeer en Waterstaat, behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat.

  • 3 De luchtvaartmaatschappij is verplicht het beveiligingsprogramma te overleggen aan de Commandant van de Koninklijke marechaussee, die indien nodig aanvullende maatregelen kan nemen.

§ 2. Controle van personen en bagage

Artikel 3

Een onderzoek als bedoeld in artikel 37h, eerste lid, onder c en d van de wet, wordt verricht indien bij een verhoogde dreiging op grond van een risicoanalyse Onze Minister van Justitie daartoe beslist.

Artikel 4

Voor bedreiging geschikte voorwerpen, als bedoeld in artikel 37hb, onder b, van de wet, kunnen slechts aan boord van een luchtvaartuig worden gebracht indien:

  • a. deze voorwerpen zodanig zijn verpakt dat onmiddellijk gebruik onmogelijk is;

  • b. deze voorwerpen buiten het bereik van passagiers worden opgeborgen; en

  • c. aan de overige voorwaarden van punt 4.4.2., in aanhangsel 4-C, van de bijlage bij EU-verordening 185/2010 is voldaan.

§ 3. Controle van luchtvracht

Artikel 5

Gevaarlijke goederen als bedoeld in artikel 37k, vierde lid, van de wet, kunnen slechts aan boord van een luchtvaartuig worden gebracht indien deze goederen zodanig zijn verpakt dat onmiddellijk gebruik onmogelijk is.

Artikel 6

Vracht en post wordt op een zodanige wijze verpakt dat zonder verbreking geen gevaarlijke goederen kunnen worden toegevoegd.

Artikel 7

Inschrijving met het oog op opname in de EG-gegevensbank van erkend agenten en bekende afzenders, als bedoeld in punt 6.3.1.2., onder c en d, in aanhangsel 6-B, van de bijlage, bij EU-verordening 185/2010, geschiedt langs elektronische weg, met gebruikmaking van een door Onze Minister van Justitie goedgekeurd elektronisch aanmeldingsformulier.

§ 4. Aanvragen verklaring omtrent het gedrag

Artikel 8

Een achtergrondcontrole die personen op grond van EG-verordening 300/2008 dienen te ondergaan, vindt plaats door overlegging van een verklaring omtrent het gedrag, tenzij de functie, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, is aangewezen als vertrouwensfunctie.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart 2010.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Justitie,

E.M.H. Hirsch Ballin