Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling OCW-subsidies[Regeling vervallen per 01-04-2016.]

Geldend van 01-08-2015 t/m 31-03-2016

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 september 2010, nr. WJZ-230010 (8285), houdende algemene regels voor subsidieverstrekking op grond van de Wet overige OCW-subsidies en enkele onderwijswetten (Regeling OCW-subsidies)

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-04-2016]

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-04-2016]

Artikel 2. Reikwijdte [Vervallen per 01-04-2016]

Hoofdstuk 2. Voorschriften voor zowel onderwijsinstellingen als niet-onderwijsinstellingen [Vervallen per 01-04-2016]

Artikel 3. Reikwijdte hoofdstuk 2 [Vervallen per 01-04-2016]

Dit hoofdstuk is van toepassing op zowel onderwijsinstellingen als niet-onderwijsinstellingen.

Artikel 4. Vereisten subsidieaanvraag [Vervallen per 01-04-2016]

  • 1 Indien een aanvraag om subsidie op grond van enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven, omvat die subsidieaanvraag in ieder geval een activiteitenplan en een begroting.

  • 2 Indien de subsidieaanvraag betrekking heeft op meer dan een jaar, omvat de aanvraag een meerjarenactiviteitenplan en een meerjarenbegroting.

Artikel 5. Begrotingsvoorwaarde [Vervallen per 01-04-2016]

  • 2 In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel 6. Kosten terugvordering [Vervallen per 01-04-2016]

Bij terugvordering van ten onrechte betaalde subsidiebedragen of voorschotten kan de minister de subsidieontvanger verplichten de met de terugvordering verband houdende kosten te voldoen. Tevens kan de minister in dat geval de verschuldigde wettelijke rente vorderen.

Artikel 6a. Vergoedingsplicht [Vervallen per 01-04-2016]

  • 2 Bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding worden activa gewaardeerd op hun actuele waarde. De waardebepaling van een onroerende zaak geschiedt door drie deskundigen. De minister en de subsidieontvanger wijzen elk een deskundige aan, die in onderling overleg een derde deskundige aanwijzen.

  • 3 Het eerste lid is niet van toepassing, indien de activiteiten van de subsidieontvanger door een derde worden voortgezet en de activa en passiva met toestemming van de minister tegen boekwaarde aan die derde worden overgedragen.

Artikel 7. Toepassing afdeling 4.2.8 Awb bij boekjaarsubsidies van € 125.000 of meer [Vervallen per 01-04-2016]

Afdeling 4.2.8 van de Algemene Wet bestuursrecht is van toepassing op per boekjaar verstrekte subsidies die € 125.000 of meer bedragen.

Artikel 8. Administratieplicht bij subsidies van € 125.000 of meer [Vervallen per 01-04-2016]

  • 2 De subsidieontvanger bewaart de administratie en de daartoe behorende bescheiden gedurende zeven jaren.

Artikel 9. Meldingsplicht [Vervallen per 01-04-2016]

  • 1 De subsidieontvanger doet onverwijld een melding bij de minister van feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de subsidieverstrekking. Bij de melding worden de stukken overgelegd die betrekking hebben op de gemelde feiten en omstandigheden en wordt de oorzaak van de gemelde feiten en omstandigheden toegelicht.

  • 2 Aan het eerste lid wordt in ieder geval toepassing gegeven indien het voor de subsidieontvanger aannemelijk is of had moeten zijn dat:

    • a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zijn verricht of zullen worden verricht, of

    • b. niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidieverplichtingen wordt voldaan of zal worden voldaan.

Artikel 10. Intellectuele eigendom [Vervallen per 01-04-2016]

De subsidieontvanger werkt mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is om te komen tot het overdragen aan de minister van rechten met betrekking tot intellectuele eigendom, ter zake van de gesubsidieerde activiteiten.

Artikel 11. Betaling [Vervallen per 01-04-2016]

Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt en direct wordt vastgesteld, vindt de betaling van het subsidiebedrag in één keer plaats.

Hoofdstuk 3. Voorschriften uitsluitend voor onderwijsinstellingen [Vervallen per 01-04-2016]

Artikel 12. Reikwijdte hoofdstuk 3 [Vervallen per 01-04-2016]

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op onderwijsinstellingen.

Artikel 13. Verantwoording door onderwijsinstellingen [Vervallen per 01-04-2016]

  • 2 Bij de verantwoording wordt onderscheid gemaakt tussen:

    • a. subsidie waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt,

    • b. subsidie die uitsluitend mag worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, en

    • c. subsidie die ook kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Hoofdstuk 4. Voorschriften uitsluitend voor niet-onderwijsinstellingen [Vervallen per 01-04-2016]

§ 1. Verlening [Vervallen per 01-04-2016]

Artikel 14. Reikwijdte hoofdstuk 4 [Vervallen per 01-04-2016]

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op niet-onderwijsinstellingen.

Artikel 15. Termijn beschikking tot subsidieverlening [Vervallen per 01-04-2016]

  • 1 Een beschikking tot subsidieverlening wordt gegeven binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag of, indien sprake is van een subsidieplafond en de verlening plaatsvindt in volgorde van rangschikking of evenredige verdeling, binnen 13 weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend.

  • 2 De termijn, genoemd in het eerste lid, bedraagt 22 weken indien:

    • a. over de aanvraag advies wordt ingewonnen,

    • b. een nader onderzoek naar de aanvraag wordt ingesteld, of

    • c. sprake is van cofinanciering van een door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en die Raad gezamenlijk of de Europese Commissie goedgekeurd programma.

  • 3 Indien over de aanvraag een niet bij wettelijk voorschrift voorgeschreven advies wordt ingewonnen of een nader onderzoek naar de aanvraag wordt ingesteld, deelt de minister dit aan de aanvrager mee.

  • 4 Indien de verlening mede afhankelijk is van het oordeel van een internationale beoordelingscommissie of van internationale peer reviews, bedraagt de termijn, genoemd in het eerste lid, 40 weken.

§ 2. Verantwoording en vaststelling [Vervallen per 01-04-2016]

Artikel 16. Termijn aanvraag tot subsidievaststelling bij subsidies van € 25.000 of meer [Vervallen per 01-04-2016]

Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, vindt een aanvraag tot subsidievaststelling plaats binnen 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend dan wel na afloop van het boekjaar, of binnen een bij ministeriële regeling of bij beschikking op te nemen termijn.

Artikel 17. Termijn subsidievaststelling [Vervallen per 01-04-2016]

Een beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven:

  • a. indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt en direct wordt vastgesteld: binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag van de subsidie,

  • b. indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt en niet direct wordt vastgesteld: binnen 22 weken na de in de ministeriële regeling of de beschikking opgenomen datum waarop de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, moeten zijn verricht, en

  • c. indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt: binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling.

Artikel 18. Desgevraagd verantwoorden [Vervallen per 01-04-2016]

Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, toont de subsidieontvanger op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden. Bij ministeriële regeling of bij beschikking wordt aangegeven op welke wijze dit wordt aangetoond.

Artikel 19. Verantwoording bij subsidies van € 25.000 of meer [Vervallen per 01-04-2016]

  • 1 Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, toont de subsidieontvanger aan de hand van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 2 Het activiteitenverslag bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten.

  • 3 De inrichting van het verslag komt overeen met de inrichting van het activiteitenplan.

  • 4 Het verslag bevat, voor zover van toepassing, een analyse van verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten, vermeld in het activiteitenplan, en de feitelijke realisatie.

  • 5 Bij ministeriële regeling of bij beschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger op een andere wijze aantoont dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 20. Werkelijkekostenverklaring bij subsidies van € 25.000 of meer [Vervallen per 01-04-2016]

  • 1 Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, kan bij ministeriële regeling of bij beschikking worden bepaald dat de subsidieontvanger op basis van een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aantoont dat de activiteiten zijn verricht. In dat geval is artikel 19 niet van toepassing en, indien de subsidie minder dan € 125.000 bedraagt, is artikel 8 van overeenkomstige toepassing.

  • 2 In de verklaring geeft de subsidieontvanger aan:

    • a. dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht, voorzien van een korte toelichting,

    • b. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan,

    • c. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is,

    • d. wat, in voorkomend geval, de stand van de egalisatiereserve is,

    • e. wat het totale bedrag van de gerealiseerde opbrengsten, inclusief bijdragen van derden, is, en

    • f. wat het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage is.

Artikel 21. Verantwoording bij subsidies van € 125.000 of meer [Vervallen per 01-04-2016]

Indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, legt de subsidieontvanger, onverminderd artikel 19, rekening en verantwoording af aan de hand van een financieel verslag. Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 22. Controleverklaring bij subsidies van € 125.000 of meer [Vervallen per 01-04-2016]

  • 1 Het financieel verslag, bedoeld in artikel 21, gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant.

  • 2 De subsidieontvanger bedingt bij de accountant dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig het Controleprotocol subsidies aan niet-onderwijsinstellingen, bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling, tenzij bij de verlening anders is bepaald.

  • 3 In de verklaring, bedoeld in het eerste lid, geeft de accountant tevens een oordeel over de naleving door de subsidieontvanger van de in het controleprotocol genoemde voorschriften.

§ 3. Bevoorschotting [Vervallen per 01-04-2016]

Artikel 23. Bevoorschotting en betaling [Vervallen per 01-04-2016]

  • 1 Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt en niet direct wordt vastgesteld, verleent de minister de subsidieontvanger een voorschot van 100 procent van het subsidiebedrag.

  • 2 Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, geschiedt de verlening van het voorschot gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening en bedraagt het voorschot 100 procent van het subsidiebedrag, tenzij bij ministeriële regeling of bij beschikking is bepaald dat het voorschot 80 procent van het subsidiebedrag bedraagt.

  • 3 De minister betaalt als voorschot per kwartaal een gelijk deel van het subsidiebedrag dat aan de subsidieontvanger is verleend.

  • 4 In afwijking van het tweede en derde lid kan de hoogte en de spreiding van de voorschotten bij ministeriële regeling of bij beschikking per tijdvak worden bepaald aan de hand van de liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger. De liquiditeitsbehoefte volgt uit gegevens van de aanvrager of wordt ambtshalve vastgesteld door de minister.

§ 4. Jaarverslaggeving niet-onderwijsinstellingen [Vervallen per 01-04-2016]

Artikel 24. Jaarverslaggeving niet-onderwijsinstellingen [Vervallen per 01-04-2016]

  • 1 Indien dat bij de subsidieverlening, in afwijking van artikel 21, is bepaald, geschiedt de financiële verantwoording in de jaarverslaggeving, overeenkomstig de Voorschriften voor de jaarverslaggeving niet-onderwijsinstellingen, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling. In dat geval geschiedt de verantwoording van projectsubsidies van € 125.000 of meer tevens overeenkomstig het model Verantwoording van projectsubsidies, zoals opgenomen in die bijlage.

  • 2 De subsidieontvanger bedingt bij de accountant dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig het Controleprotocol subsidies aan niet-onderwijsinstellingen, bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling.

Hoofdstuk 5. Voorschriften uitsluitend bedoeld voor instellingen zoals bedoeld in de Wet SLOA 2013 [Vervallen per 01-04-2016]

Artikel 25. Reikwijdte hoofdstuk 5 [Vervallen per 01-04-2016]

Dit hoofdstuk is uitsluitend en in aanvulling op de hoofdstukken 2 en 4 van toepassing op instellingen zoals bedoeld in de Wet SLOA 2013.

Artikel 26. Intellectueel eigendom [Vervallen per 01-04-2016]

Artikel 10 van deze regeling is niet van toepassing.

Artikel 27. Startbrief [Vervallen per 01-04-2016]

  • 1 De minister doet de instellingen jaarlijks voor 1 maart een startbrief toekomen.

  • 2 De startbrief heeft betrekking op het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de startbrief aan de instellingen wordt bekendgemaakt.

  • 3 De startbrief bevat in ieder geval:

    • a. een nadere invulling en uitsplitsing van de taken, naar activiteiten, zoals omschreven in de artikelen 2 en 3 van de Wet SLOA 2013,

    • b. een financieel kader met daarin opgenomen het subsidieplafond voor de instellingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet SLOA 2013 en wanneer van toepassing een subsidieplafond voor de instellingen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet SLOA 2013,

    • c. een planning van de subsidiecyclus.

  • 4 In aanvulling op artikel 6 van de Wet SLOA 2013 kan subsidieverlening worden geweigerd indien de minister van oordeel is dat de aanvraag niet past binnen de startbrief.

Artikel 28. Afdeling 4.2.8 Algemene wet bestuursrecht van toepassing [Vervallen per 01-04-2016]

Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

Artikel 29. Jaarverslaggeving [Vervallen per 01-04-2016]

  • 1 De financiële verantwoording geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Voorschriften voor de jaarverslaggeving niet-onderwijsinstellingen, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling.

  • 2 De subsidieontvanger bedingt bij de accountant dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig het Controleprotocol subsidies aan niet-onderwijsinstellingen, bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 30. Subsidieaanvragen [Vervallen per 01-04-2016]

  • 1 De instellingen dienen hun subsidieaanvraag in voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

  • 4 De minister beslist binnen 13 weken na 1 oktober onderscheidenlijk 1 maart of 1 september.

Artikel 31. Voortgangsrapportage [Vervallen per 01-04-2016]

  • 1 De instellingen leveren jaarlijks voor 15 september een voortgangsrapportage.

  • 2 De voortgangsrapportage heeft betrekking op het lopende jaar. Het bevat een verslag van de periode van 1 januari tot en met 31 augustus en een vooruitblik naar de periode van 1 september tot en met 31 december.

  • 3 De voortgangsrapportage bevat per activiteit zoals omschreven in de beschikking tot subsidieverlening, de voortgang van de activiteiten, de besteding tot dan toe, alsmede een vooruitblik ten aanzien van de activiteiten en besteding in de resterende periode in het kalenderjaar.

Artikel 32. Egalisatiereserve [Vervallen per 01-04-2016]

  • 2 De egalisatiereserve bedraagt ten hoogste 10 procent van het totaal van de over het laatste kalenderjaar verleende subsidie dan wel ten hoogste een lager percentage dat door de minister bij de beschikking tot verlening is bepaald.

  • 3 De egalisatiereserve bedraagt ten laagste € 0.

  • 5 De egalisatiereserve wordt gevormd door een toevoeging bij een positief eindresultaat en een onttrekking bij een negatief eindresultaat. Het eindresultaat is de verleende subsidie verminderd met de werkelijke kosten.

  • 6 Voor zover het voor de toevoeging beschikbare bedrag hoger is dan de maximale toevoeging, wordt dat bedrag bij de vaststelling in mindering gebracht op de subsidie.

Artikel 33. Toestemming [Vervallen per 01-04-2016]

Artikel 4:71 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat het eerste lid, onderdeel e, wordt gelezen als:

  • e. het aangaan van langlopende kredietovereenkomsten en van langlopende overeenkomsten van geldlening.

Hoofdstuk 6. Voorschriften uitsluitend bedoeld voor SBB [Vervallen per 01-04-2016]

Artikel 33a. Reikwijdte hoofdstuk 6 [Vervallen per 01-04-2016]

Dit hoofdstuk is uitsluitend en in aanvulling op de hoofdstukken 2 en 4 van toepassing op SBB.

Artikel 33b. Afdeling 4.2.8 Algemene wet bestuursrecht van toepassing [Vervallen per 01-04-2016]

Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

Artikel 33c. Jaarverslaggeving [Vervallen per 01-04-2016]

  • 1 De financiële verantwoording geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Voorschriften voor de jaarverslaggeving niet-onderwijsinstellingen, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling.

  • 2 De subsidieontvanger bedingt bij de accountant dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig het Controleprotocol subsidies aan niet-onderwijsinstellingen, bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 33d. Subsidieaanvragen [Vervallen per 01-04-2016]

  • 2 De subsidieaanvraag omvat mede de stand van de voorziening, bedoeld in artikel 33e.

Artikel 33e. Voorziening [Vervallen per 01-04-2016]

  • 1 SBB treft een voorziening voor de verplichtingen met betrekking tot gewezen personeel alsmede het beheer daarvan en al hetgeen daaruit voortvloeit.

  • 2 De hoogte van de voorziening op het moment van de aanvraag, bedoeld in artikel 33d, staat in een redelijke relatie tot het specifieke doel waarvoor deze is ingesteld en heeft een directe relatie met het risico of met de toekomstige verplichting.

  • 3 Indien in enig jaar uit de subsidieaanvraag blijkt dat de stand van de voorziening hoger is dan redelijkerwijs noodzakelijk is voor het doel, wordt bij het verlenen van de subsidie waarop die subsidieaanvraag betrekking heeft, het meerdere in mindering gebracht.

  • 4 De minister kan aanvullende gegevens opvragen die nodig zijn om zich over het vorenstaande een juist oordeel te kunnen vormen.

Artikel 33f. Egalisatiereserve [Vervallen per 01-04-2016]

  • 2 De egalisatiereserve bedraagt ten minste € 0 en ten hoogste € 5 mln. dan wel ten hoogste een lager percentage dat door de minister bij de beschikking tot verlening is bepaald.

  • 4 De egalisatiereserve wordt gevormd door een toevoeging bij een positief exploitatieresultaat en een onttrekking bij een negatief exploitatieresultaat.

  • 5 Voor zover het voor de toevoeging beschikbare bedrag hoger is dan de maximale toevoeging, wordt het meerdere bij de vaststelling in mindering gebracht op de subsidie.

  • 6 De regeling beleggen en belenen door instellingen voor onderwijs en onderzoek 2010 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 33g. Toestemming [Vervallen per 01-04-2016]

Artikel 4:71 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat het eerste lid, onderdeel e, wordt gelezen als:

  • e. het aangaan van langlopende kredietovereenkomsten en van langlopende overeenkomsten van geldlening.

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-04-2016]

Artikel 34. Overgangsrecht [Vervallen per 01-04-2016]

  • 1 Deze regeling is van toepassing op subsidieverstrekking door de minister op grond van de regelingen, genoemd in bijlage 3.

  • 2 Bij strijd tussen deze regeling en een regeling, genoemd in bijlage 3, prevaleert deze regeling.

  • 3 Tenzij anders is bepaald, is deze regeling niet van toepassing op:

    • a. subsidies die zijn verleend vóór 12 oktober 2010,

    • b. subsidies die zijn verleend op grond van een regeling die in werking is getreden vóór 12 oktober 2010 en niet is genoemd in bijlage 3, of

    • c. subsidies die zijn verleend vóór 1 januari 2012 op grond van een regeling die is genoemd in bijlage 3.

Artikel 35. Overgangsbepaling SLOA [Vervallen per 01-04-2016]

Artikel 29 treedt in werking met ingang van 1 januari 2015 over het verslagjaar 2014, tenzij bij beschikking een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Artikel 35a. Overgangsrecht bij Stcrt. 2013, nr. 30634 [Vervallen per 01-04-2016]

Op subsidies die voor 1 januari 2014 zijn verleend, is artikel 22, tweede lid, niet van toepassing, tenzij vaststelling van die subsidie betrekking heeft op een periode die is aangevangen na 1 januari 2014.

Artikel 35b. Overgangsbepaling SBB [Vervallen per 01-04-2016]

  • 1 In afwijking van artikel 33d wordt de subsidie voor het subsidietijdvak van 1 augustus 2015 tot en met 31 december 2015 aangevraagd voor 15 augustus 2015.

  • 2 In afwijking van artikel 33c geschiedt de verantwoording over de periode van 1 augustus 2015 tot en met 31 december 2015 overeenkomstig bij beschikking te stellen regels.

Artikel 36. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-04-2016]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 37. Citeertitel [Vervallen per 01-04-2016]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling OCW-subsidies.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

A. Rouvoet

Bijlage 1. Controleprotocol subsidies aan niet-onderwijsinstellingen [Vervallen per 01-04-2016]

1. Algemene uitgangspunten [Vervallen per 01-04-2016]

1.1. Doelstelling van het controleprotocol [Vervallen per 01-04-2016]

Dit controleprotocol vindt zijn grondslag in artikel 22, tweede lid, en artikel 24 van de Regeling OCW-subsidies (hierna: ROS) en heeft betrekking op de accountantscontrole van de financiële verantwoording van subsidies in dat kader aan niet-onderwijsinstellingen.

In artikel 22 en 24 van de ROS is opgenomen dat de financiële verantwoording van de subsidieontvanger voorzien moet zijn van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid. In deze verklaring geeft de accountant tevens een oordeel over de naleving door de subsidieontvanger van de in het controleprotocol genoemde voorschriften. In dit controleprotocol wordt onder ‘financiële verantwoording’, tenzij anders aangegeven, zowel verstaan de verantwoording in de vorm van een jaarrekening als het financieel verslag over een projectsubsidie.

Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.

1.2. Wettelijk kader [Vervallen per 01-04-2016]

Voor de accountantscontrole is de volgende specifieke OCW wet- en regelgeving (incl. eventuele wijzigingen) in ieder geval relevant:

Daarnaast is de volgende algemene regelgeving van toepassing:

Volledige teksten van de geldende wet- en regelgeving zijn onder andere te vinden via www.wetten.nl.

Dit controleprotocol is opgesteld naar analogie van de door de NBA (Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants, destijds NIvRA) uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007). De daarin opgenomen uitgangspunten zijn specifiek gemaakt voor de OCW-situatie. Waar mogelijk zijn tekstpassages uit de handreiking in dit controleprotocol overgenomen. Voor de controle van een jaarrekening of een financieel verslag zijn in dit controleprotocol verplichte teksten voor de controleverklaringen opgenomen.

De beschreven (minimale) controlewerkzaamheden zijn bedoeld als aanvulling op de ‘Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden’ (NV COS). Het controleprotocol is voorgelegd aan de werkgroep COPRO van de NBA.

1.3. Accountantsproducten/Rapportering [Vervallen per 01-04-2016]

De accountantscontrole op de financiële verantwoording mondt uit in een controleverklaring. De accountant maakt gebruik van de bij dit controleprotocol gevoegde modelteksten. Daarbij zijn twee situaties mogelijk:

  • 1. Subsidieontvangers die de jaarrekening als verantwoordingsdocument gebruiken. De accountant maakt in die gevallen gebruik van het model controleverklaring in bijlage 1.

  • 2. Subsidieontvangers die zich verantwoorden in een financieel verslag over een projectsubsidie. De accountant maakt in die gevallen gebruik van het model controleverklaring in bijlage 2.

De accountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde ‘WG-verklaring’ af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de accountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De origineel ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de accountant moet in het archief van de subsidieontvanger worden opgenomen (zie ook Praktijkhandreiking 1103 van het NIVRA).

Ten aanzien van de in het controleprotocol opgenomen controlewerkzaamheden geldt een rapportagetolerantie. De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang afwijkingen (fouten en onzekerheden) gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1 procent van de totale subsidie van OCW. Omdat het uitgangspunt wordt gehanteerd dat geconstateerde fouten zoveel mogelijk moeten worden gecorrigeerd beperkt de accountant zich tot een uitzonderingsrapportage. Hiervoor gebruikt hij een rapport van bevindingen, waarin hij de aard en omvang van de geconstateerde fouten vermeldt. Het rapport van bevindingen is vormvrij. De subsidieontvanger stuurt het eventueel afgegeven rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven controleverklaring, naar OCW. Daarbij kan de subsidieontvanger (het bestuur) aangeven hoe hij heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.

1.4. Procedure controleprotocol [Vervallen per 01-04-2016]

Dit protocol geldt voor subsidies verleend aan niet-onderwijsinstellingen o.g.v. de Wet overige OCW-subsidies per 1 januari 2014, en voor reeds verleende subsidies aan niet-onderwijsinstellingen o.g.v. de Subsidieregeling Emancipatie 2011 vanaf 1 januari 2010.

2. De controleverklaring bij de financiële verantwoording [Vervallen per 01-04-2016]

2.1. Algemeen [Vervallen per 01-04-2016]

Dit onderdeel bevat nadere aanwijzingen voor de inrichting van de accountantscontrole en bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Controleverklaring bij de jaarrekening

  • Verantwoording projectsubsidies

  • Omgaan met afwijkingen (fouten en onzekerheden, foutdefinities)

  • Getrouwheid

  • Financiële rechtmatigheid

2.2. Controleverklaring bij de jaarrekening [Vervallen per 01-04-2016]

2.2.1. Controle op de jaarverslaggeving van grote niet-onderwijsinstellingen als bedoeld in artikel 24 van de ROS [Vervallen per 01-04-2016]

In dit deel van het controleprotocol staat de jaarrekening centraal. Zowel instellingssubsidies als projectsubsidies worden verantwoord in de jaarrekening, nadere controle van de projectsubsidies geschiedt o.g.v. 2.3.1. De controleverklaring van de accountant bij de jaarrekening betreft de getrouwheid van de grootte en de samenstelling van het vermogen en het resultaat, evenals de naleving van de wet- en regelgeving. De ontvangst en besteding van het subsidiegeld dient herkenbaar in de jaarrekening voor te komen. De accountant moet controleren of de subsidie rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de jaarrekening van de instelling verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen en met de eventueel in de subsidiebeschikking opgenomen verplichtingen.

De accountant stelt verder vast dat het jaarverslag verenigbaar is met de jaarrekening.

2.2.2. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de jaarrekeningcontrole [Vervallen per 01-04-2016]

De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een redelijke mate van zekerheid kan verklaren dat in de jaarrekening geen afwijkingen (fouten en onzekerheden) voorkomen met een belang groter dan de voorgeschreven toleranties.

Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, moet uitgegaan worden van een betrouwbaarheid van 95 procent. Voor de strekking van het accountantsoordeel geldt de volgende tolerantietabel:

Tabel 1A
 

Fouten (in de financiële verantwoording

Onzekerheden (in de controle)

Beperking

Afkeuring

Beperking

Oordeelonthouding

Rechtmatigheid

       

A Rechtmatigheid besteding (% van de totale baten)

>1 en <3

≥3

>3 en <10

≥10

Getrouwheid

       

B Balans (% van de balanstelling)

>5 en <10

≥10

>5 en <10

≥10

C Exploitatierekening (% van de totale lasten)

>2 en <5

≥5

>5 en <10

≥10

2.3. Verantwoording projectsubsidies [Vervallen per 01-04-2016]

2.3.1. Verantwoording projectsubsidies in de jaarrekening [Vervallen per 01-04-2016]

Projectsubsidies (in de ROS is het onderscheid tussen instellingssubsidie en projectsubsidie eigenlijk alleen relevant bij grote niet-onderwijsinstellingen als bedoeld in artikel 24 ROS) kunnen in de jaarrekening worden verantwoord, mits dit in de verleningsbeschikking is bepaald. De ontvangst en de besteding van de subsidie dienen herkenbaar in de jaarrekening te staan. Het totaalbedrag van de bestedingen van de projectsubsidies vormt een afzonderlijke massa waarop de toleranties van de onderstaande tabel moeten worden toegepast. Als deze toleranties worden overschreden, maar de grens voor de jaarrekeningcontrole niet, heeft dit geen invloed op de controleverklaring bij de jaarrekening. Als de accountant bestedingen constateert die in strijd zijn met de subsidieverplichtingen, dient de subsidieontvanger deze te corrigeren. Zie verder 2.4 omgaan met afwijkingen.

Tabel 1B

Specifieke toleranties voor in de jaarrekening verantwoorde projectsubsidies

Rechtmatigheid

1% van het totaalbedrag van de bestedingen van de projectsubsidies van OCW

Juistheid

2% van het totaalbedrag van de bestedingen van de projectsubsidies van OCW

2.3.2. Verantwoording projectsubsidies in een financieel verslag [Vervallen per 01-04-2016]

Een deel van de ontvangers van een (meerjarige) projectsubsidie verantwoordt zich, na afloop van de projectperiode, in een financieel verslag over de projectperiode. De aanwijzingen voor de accountant in dit controleprotocol gelden ook in die situatie, tenzij de aanwijzingen alleen betrekking hebben op de controle van de jaarrekening. De accountant maakt gebruik van het model controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie (Bijlage 2) en hanteert daarbij de volgende tolerantietabel:

Tabel 2

Toleranties voor het oordeel bij het financieel verslag over een projectsubsidie

Rechtmatigheid

1% van het totaalbedrag van de bestedingen van de projectsubsidies van OCW

Juistheid

2% van het totaalbedrag van de bestedingen van de projectsubsidies van OCW

2.4. Omgaan met afwijkingen (fouten en onzekerheden, foutdefinities) [Vervallen per 01-04-2016]

Van een fout in de verantwoording is sprake indien naar aanleiding van de uitgevoerde controle is gebleken dat een (gedeelte van een) post niet in overeenstemming is met één of meer aspecten van de wet- en regelgeving. Fouten worden in absolute zin opgevat voor zover het de naleving van de wet- en regelgeving betreft. Saldering van fouten is daarom niet toegestaan.

Van een onzekerheid in de controle is sprake als er onvoldoende (controle-)informatie beschikbaar is om een (gedeelte van een) post als goed of fout aan te merken. Bijvoorbeeld als onzekerheid bestaat over het wel of niet voldoen aan de wet- en regelgeving. Voor een adequate onderbouwing van het oordeel is het noodzakelijk dat de accountant fouten en onzekerheden zoveel mogelijk kwantificeert.

Het uitgangspunt is dat geconstateerde fouten zoveel mogelijk door de subsidieontvanger moeten worden gecorrigeerd. Ten aanzien van fouten die betrekking hebben op rechtmatigheid geldt dat correctie veelal niet mogelijk is omdat de besteding reeds plaats heeft gevonden.

Voor wat betreft het omgaan met geconstateerde fouten geldt voor de accountantscontrole van de jaarrekening:

  • Ten aanzien van het getrouwe beeld van de jaarrekening behoeft de subsidieontvanger fouten met een gezamenlijk financieel belang beneden de goedkeuringstolerantie niet te corrigeren en de accountant behoeft ze niet te rapporteren. Het effect op de vermogenspositie (de belangrijkste informatievraag voor OCW) is namelijk gering.

  • Met betrekking tot de financiële rechtmatigheid wordt onderscheid gemaakt tussen materiële en niet-materiële fouten. De subsidieontvanger corrigeert voor zover mogelijk geconstateerde fouten. De subsidieontvanger kan dergelijke fouten echter niet altijd corrigeren. De accountant informeert het bestuur en het interne toezichthoudende orgaan hierover conform de geldende beroepsvoorschriften. Materiële fouten (d.w.z. fouten groter dan de goedkeuringstolerantie) hebben invloed op de strekking van de controleverklaring en worden uit dien hoofde in de controleverklaring toegelicht. Ten aanzien van niet-materiële fouten (d.w.z. fouten kleiner dan de goedkeuringstolerantie) stelt de accountant een rapport van bevindingen op met inachtneming van de geldende rapportagetolerantie. De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang afwijkingen (fouten en onzekerheden) gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1 procent van de totale subsidie van OCW.

2.5. Getrouwheid [Vervallen per 01-04-2016]

2.5.1. Verslaggevingscriteria [Vervallen per 01-04-2016]

De subsidieontvanger legt rekening en verantwoording af volgens het bepaalde in de ROS. De accountant stelt vast dat aan deze eis is voldaan.

2.5.2. WNT-getrouwheid [Vervallen per 01-04-2016]

De accountant stelt, aan de hand van de administratie van de instelling, integraal vast of de opgave in de toelichting van de jaarrekening van de instelling op grond van de Wet normering en bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) juist en volledig is. Indien dit niet het geval is, geeft de accountant een ander dan goedkeurend getrouwheidsoordeel af en vermeldt hij de ontbrekende informatie in zijn verklaring. Hiervoor geldt een rapportagetolerantie van 0 procent. Daarbij zijn de volgende artikelen van de WNT van bijzonder belang: artikel 1.7, tweede lid, artikel 4.1, eerste en tweede lid, artikel 4.2, eerste tot en met zesde lid, en artikel 7.5.

2.6. Financiële rechtmatigheid [Vervallen per 01-04-2016]

2.6.1. Algemeen [Vervallen per 01-04-2016]

De financiële rechtmatigheid heeft betrekking op publieke middelen. Financiële rechtmatigheid houdt in dat een financiële transactie betrekking hebbende op publieke middelen waarvan de uitkomst in de jaarrekening dient te worden verantwoord, in overeenstemming is met de in internationale regelgeving, Nederlandse wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriele regelingen opgenomen bepalingen die de uitkomst van de financiële transactie beïnvloeden.

De accountant stelt vast of de subsidieontvanger de subsidie van OCW rechtmatig heeft verkregen en besteed. Het referentiekader voor het accountantsoordeel over de financiële rechtmatigheid wordt gevormd door de relevante categorieën van wet- en regelgeving (paragraaf 1.2). Indien een financiële transactie, naar het oordeel van de accountant, met het bovenstaande in strijd is, merkt hij het totale bedrag van de financiële transactie als een fout in de verantwoording aan.

Van de accountant wordt verwacht dat hij zijn controle in het kader van de financiële rechtmatigheid zo inricht, dat hij met inachtneming van de gegeven controletolerantie tot een oordeel over de financiële rechtmatigheid kan komen.

2.6.2. Rechtmatigheidsaspecten [Vervallen per 01-04-2016]

De accountant houdt bij het vormen van zijn oordeel rekening met de relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in paragraaf 1.2 van dit controleprotocol. Hieronder is specifiek aangegeven wat er van de accountant wordt verwacht omtrent de financiële rechtmatigheid en hoe hij over zijn bevindingen rapporteert.

  • 1. De accountant stelt vast dat in de financiële verantwoording alleen posten zijn opgenomen die zijn verbonden aan de uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie is toegekend en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen (onder andere opgenomen in de subsidiebeschikking).

  • 2. De accountant gaat na of de financiële verantwoording aansluit op de begroting op grond waarvan subsidie is verleend. Verder gaat hij na of de subsidieontvanger opvallende verschillen tussen begroting en realisatie van een toelichting heeft voorzien (artikel 4:76, vijfde lid, Awb). Indien dit achterwege blijft, meldt de accountant dat in zijn rapport van bevindingen.

  • 3. De subsidiebeschikking of subsidieregeling kan de bepaling bevatten dat voor rechtshandelingen als bedoeld in artikel 4:71, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht de subsidieontvanger de toestemming behoeft van de minister. Indien uit de controle van de financiële verantwoording van een subsidieontvanger blijkt dat de subsidieontvanger geen toestemming van de Minister heeft gevraagd voor rechtshandelingen als bedoeld in artikel 4:71, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, meldt de accountant dit in zijn rapport van bevindingen. De accountant beperkt zich tot rechtshandelingen met een mogelijk financieel effect op de financiële verantwoording.

  • 4. In bepaalde gevallen is een subsidieontvanger een aanbestedende dienst. De accountant controleert in dat geval of bij in het controlejaar aangegane verplichtingen de aanbestedingswetgeving (zowel Europees als nationaal) is nageleefd. Van de accountant wordt niet verwacht, dat hij de stappen van de subsidieontvanger in het proces van aanbesteden inhoudelijk beoordeelt. De accountant weegt zijn bevindingen mee in zijn oordeel. Indien de accountantscontrole fouten aan het licht brengt die de subsidieontvanger niet herstelt, vermeldt de accountant deze in het rapport van bevindingen. Hiervoor geldt een rapportagetolerantie van 0 procent.

  • 5. De accountant stelt integraal vast dat de subsidieontvanger de vastgestelde maxima en toegestane bezoldigingen voor topfunctionarissen (Wet normering en bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)) niet overschrijdt. Indien dit wel het geval is, neemt de accountant dit op in zijn rapport van bevindingen. In het bijzonder gelden de volgende artikelen van de WNT: artikelen 1.6, 2.1, 2.2, 2.3, 2.10, 2.11, 7.3 en 7.9. Hiervoor geldt een controle- en een rapportagetolerantie van 0 procent.

Bijlage 1. : Model controleverklaring bij de jaarrekening [Vervallen per 01-04-2016]

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant [Vervallen per 01-04-2016]

Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Aan: <<Naam opdrachtgever>>

Verklaring betreffende de jaarrekening [Vervallen per 01-04-2016]

Wij hebben de in dit [verslag][rapport] op pagina <<nummer>> tot en met pagina <<nummer>> opgenomen jaarrekening <<jaartal>> van <<naam entiteit>> te <<statutaire vestigingsplaats>> gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per <<datum incl. jaartal>> en de exploitatierekening over het jaar <<jaartal>> met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

Verantwoordelijkheid van het bestuur [Vervallen per 01-04-2016]

Het bestuur van de entiteit is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Verantwoordelijkheid van de accountant [Vervallen per 01-04-2016]

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 22 en 24 van de Regeling OCW-subsidies. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol subsidies aan niet-onderwijsinstellingen. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede in het kader van de financiële rechtmatigheid voor de naleving van die relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de entiteit gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.

Oordeel*) [Vervallen per 01-04-2016]

Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de entiteit per <<datum en jaartal>> en van het resultaat over <<jaartal>> in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving.

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen in alle van materieel belang zijnde aspecten aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en in paragraaf 1.2 wettelijk kader van het Controleprotocol subsidies aan niet-onderwijsinstellingen zijn vermeld.

Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen [Vervallen per 01-04-2016]

Ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e en f BW vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig Titel 9 Boek 2 BW is opgesteld, en of de in artikel 2:392 lid 1 onder b tot en met h BW vereiste gegevens zijn toegevoegd.**) Tevens vermelden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391 lid 4 BW.

<<Plaats>>, <<datum>>

<<Naam accountantspraktijk>>

<<Naam accountant>>

*) Indien niet wordt voldaan aan de WNT vervalt de optie van een goedkeurend getrouwheidsoordeel.

**) De onder lid 1 genoemde punten b tot en met f zijn van toepassing op op winst gerichte rechtspersonen.

Bijlage 2. : Model controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie [Vervallen per 01-04-2016]

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant [Vervallen per 01-04-2016]

Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Aan: <<Naam opdrachtgever>>

Wij hebben het bijgaande financieel verslag betreffende het project <<naam project>> van <<naam entiteit>> te <<statutaire vestigingsplaats>> over <<periode/jaar>> gecontroleerd.

Verantwoordelijkheid van het bestuur [Vervallen per 01-04-2016]

Het bestuur van de entiteit is verantwoordelijk voor het opstellen van het financieel verslag in overeenstemming met de Regeling OCW-subsidies. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van het financieel verslag. Het bestuur is ten slotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opstellen van het financieel verslag mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Verantwoordelijkheid van de accountant [Vervallen per 01-04-2016]

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over het financieel verslag op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 22 en 24 van de Regeling OCW-subsidies. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol subsidies aan niet-onderwijsinstellingen. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het financieel verslag geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste professionele oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het financieel verslag een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten.

Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opstellen van het financieel verslag door de entiteit, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor het opstellen van het financieel verslag, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.

Oordeel [Vervallen per 01-04-2016]

Naar ons oordeel is het financieel verslag betreffende het project <<naam project>> van de entiteit over <<verantwoordingsperiode>>, in alle van materieel belang zijnde aspecten juist en rechtmatig en in overeenstemming met de voorwaarden en regelgeving zoals genoemd in de beschikking van <<datum, kenmerk>> van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en zoals vermeld in paragraaf 1.2 wettelijk kader van het Controleprotocol subsidies aan niet-onderwijsinstellingen.

Beperking in gebruik en verspreidingskring [Vervallen per 01-04-2016]

Het financieel verslag is opgesteld voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap <<indien van toepassing invoegen: en <<naam andere subsidieverlener>> met als doel de entiteit in staat te stellen te voldoen aan de verplichtingen die aan de subsidieverlening zijn verbonden. Hierdoor is het financieel verslag mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Het financieel verslag met onze controleverklaring is derhalve uitsluitend bestemd voor de entiteit en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap <<indien van toepassing invoegen: en <<naam andere subsidieverlener>> en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.

<<Plaats>>, <<datum>>

<<Naam accountantspraktijk>>

<<Naam accountant>>

Bijlage 2. Voorschriften voor de jaarverslaggeving niet-onderwijsinstellingen [Vervallen per 01-04-2016]

Deze bijlage bevat voorschriften voor het opstellen van de jaarverslaggeving van door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) gesubsidieerde niet-onderwijsinstellingen als bedoeld in artikel 24 van de Regeling OCW-subsidies, verder te noemen: grote niet-onderwijsinstellingen.

  • 1. Titel 9, met uitzondering van de afdelingen 1 en 11 tot en met 16, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing op de jaarverslaggeving van grote niet-onderwijsinstellingen.

  • 2. De Richtlijnen voor de jaarverslaggeving voor grote en middelgrote rechtspersonen van de Raad voor de Jaarverslaggeving zijn van toepassing op de jaarverslaggeving van grote niet-onderwijsinstellingen. Hiervan zijn in het bijzonder de richtlijnen RJ 400 Jaarverslag en RJ 640 Organisaties-zonder-winststreven van belang als uitgangspunt voor de inrichting van de jaarverslaggeving.

  • 3. De minister kan, al dan niet in afwijking van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, modellen vaststellen voor de jaarverslaggeving van grote niet-onderwijsinstellingen en voor de informatie die die instellingen moeten verstrekken op grond van de Wet Normering Topinkomens. Voor de verantwoording van projectsubsidies van € 125.000 of meer moet bij de jaarverslaggeving het bijgevoegde model Verantwoording van projectsubsidies worden gevoegd.

  • 4. Indien een grote niet-onderwijsinstelling nauwe banden onderhoudt met gelieerde rechtspersonen die een noemenswaardige invloed hebben op het resultaat of het functioneren van de instelling, is het in afwijking van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving niet verplicht de jaarrekeningen te consolideren. De jaarrekening van grote niet-onderwijsinstellingen gaat vergezeld van de jaarrekening van gelieerde rechtspersonen. Er is sprake van gelieerde rechtspersonen wanneer een rechtspersoon feitelijk beleidsbepalende invloed kan uitoefenen op een andere rechtspersoon, bijvoorbeeld door middel van het benoemen van bestuursleden.

  • 5. Een grote niet-onderwijsinstelling neemt in de jaarrekening een kasstroomoverzicht op dat zoveel mogelijk voldoet aan richtlijn RJ 360 Kasstroomoverzicht.

  • 6. In de jaarrekening wordt de balanspost ‘Eigen Vermogen’ zodanig ingericht, dat onderscheid wordt gemaakt tussen middelen die afkomstig zijn uit ’s Rijks kas, en middelen die worden beschouwd als private geldstromen.

  • 7. Indien een grote niet-onderwijsinstelling op grond van een wettelijk voorschrift of de subsidiebeschikking een egalisatiereserve (artikel 4:72 Algemene wet bestuursrecht) heeft gevormd, wordt deze opgenomen onder de bestemmingsfondsen publiek.

  • 8. Afwijkingen van deze Voorschriften voor jaarverslaggeving niet-onderwijsinstellingen worden in het jaarverslag uitdrukkelijk genoemd en gemotiveerd.

Model Verantwoording van projectsubsidies [Vervallen per 01-04-2016]

A. Aflopend per ultimo verslagjaar [Vervallen per 01-04-2016]

Bijlage 252417.png

B. Doorlopend tot in een volgend verslagjaar [Vervallen per 01-04-2016]

Bijlage 252418.png

Bijlage 3 [Vervallen per 01-04-2016]

Subsidieregeling verbeteren binnenmilieu voor scholen in het primair onderwijs Tijdelijke regeling meerjarig verstrekken subsidie aan het Landelijk Steunpunt Educatie Molukkers Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland Regeling stimulering Bèta/techniek Regeling remedial teaching v.w.o.-a.v.o.-v.b.o. Regeling subsidies voor voortgezet onderwijs Regeling regionaal zorgbudget, subsidie regionale verwijzingscommissies voortgezet onderwijs en reboundvoorzieningen Regeling Veldleerplanontwikkeling in samenwerking met organisaties en instellingen Regeling doorontwikkeling praktijkonderwijs Regeling Leerplusarrangement VO, Nieuwkomers VO en eerste opvang Vreemdelingen 2009 Subsidieregeling schoolmaatschappelijk werk in het mbo Subsidieregeling LAKS, JOB en Combo Regeling intensivering Nederlandse taal en rekenen mbo Subsidieregeling Libertas Noodfonds Regeling subsidie regionale expertisecentra in verband met de pakketmaatregel AWBZ 2009 Subsidieregeling passend onderwijs 2010–2012 Regeling InnovatieImpuls Onderwijs Stimuleringsregeling Krachtig meesterschap Regeling subsidiëring stagebegeleiding educatieve minoren in het voortgezet onderwijs 2009–2012 Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen

Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten.

Regeling Bevordering Internationalisering PO/VO Subsidieregeling BIOS PO en VO Kaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschap Kaderregeling subsidiëring bilaterale wetenschappelijke en technologische onderzoeksamenwerking Kaderregeling subsidiering projecten ten behoeve van onderzoek en wetenschap Subsidieregeling Stichting AAP Regeling experimenten prestatiebeloning onderwijs Regeling frictie- en transitiekosten culturele basisinfrastructuur 2009–2012 Subsidieregeling ESF-3 voor onderwijsinstellingen 2000–2006 Subsidieregeling Huygens Scholarship Programme Tijdelijke regeling subsidie experimenten open bestel Subsidieregeling postinitiële masteropleidingen hoger beroepsonderwijs