Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Geldend op 21-02-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Opname in het nationaliteitenregister

    Onze Minister (lees: IND BES) zendt de volgende stukken in kopie (conform origineel) aan de Immigratie-en Naturalisatiedienst (IND), locatie Rijswijk:

    • de optieverklaring;

    • de bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid;

    • de afgelegde verklaring omtrent verblijfsstatus en/of gedrag;

    • de gegevens betreffende de toelating (kopie verblijfsdocument, verblijfstitelgegevens uit het FMS, en, in voorkomende gevallen, een bericht omtrent toelating);

    • de bereidheidsverklaring met betrekking tot het doen van afstand (indien van toepassing);

    • de bevestiging met daarop aangetekend de datum van uitreiking op de naturalisatieceremonie, of de verklaring van verbondenheid is afgelegd en hoe (mondeling of schriftelijk);

    • het volledig ingevulde uitwisselingsformulier als bedoeld in de Overeenkomst van Parijs van 10 september 1964 (indien van toepassing); en

    • het volledig ingevulde uitwisselingsformulier als bedoel in het Memorandum of Understanding van 26 augustus 2008 (bij een persoon met de Surinaamse nationaliteit).

    Voornoemde stukken zijn nodig in verband met de opname van deze documenten in het nationaliteitenregister en om de afstandprocedure van de optant (indien van toepassing) te controleren.

    Uitwisseling gegevens

    Basisadministratie persoonsgegevens betreffende eilandgebied (Burgerzaken)

    Nadat betrokkene op de naturalisatieceremonie is verschenen en de optiebevestiging is uitgereikt, worden de gegevens ten aanzien van de verkrijging van het Nederlanderschap aan de afdeling Burgerzaken van het desbetreffende openbare lichaam verstrekt ter opname en verwerking in de basisadministratie persoonsgegevens. Deze gegevens betreffen de verkrijging van het Nederlanderschap, eventueel vastgestelde namen (zie tevens hieronder) en het eventuele verlies van de oorspronkelijke nationaliteit.

    Naamsvaststelling

    Indien naamsvaststelling heeft plaatsgevonden, wordt zowel het Openbaar Ministerie (OM) als de ambtenaar van de burgerlijke stand op de hoogte gesteld. Dit geldt ook voor naamsvaststellingen die gevolgen hebben voor de namen van de kinderen van de optant, van welke kinderen in de (voormalige) Nederlandse Antillen en in de huidige openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba bij de ambtenaar van de burgerlijke stand geboorteakten zijn opgemaakt.

    Basisadministratie persoonsgegevens ander eilandgebied (Burgerzaken)

    Onze Minister (lees: IND-BES) stelt, indien de medeverkrijging (en naamsvaststelling) betrekking heeft op een kind dat is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van een ander openbaar lichaam, de gezaghebber en de IND-BES van dat desbetreffende openbaar lichaam van de verkrijging van het Nederlanderschap op de hoogte.

    Het uitwisselingsformulier m.b.t. de Overeenkomst van Parijs

    Het uitwisselingsformulier als bedoeld in de Overeenkomst van Parijs van 10 september 1964, betreffende het uitwisselen van gegevens met betrekking tot verkrijging van nationaliteit moet volledig worden ingevuld bij de verkrijging van het Nederlanderschap door een persoon met de nationaliteit van: België, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Luxemburg, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal en Turkije (Model 1.35).

    Het uitwisselingsformulier m.b.t. het Memorandum of Understanding Nederland – Suriname

    Bij een persoon van Surinaamse nationaliteit voegt Onze Minister (lees: IND-BES) een ingevuld formulier gebaseerd op het Memorandum of Understanding inzake wederzijdse uitwisseling van informatie betreffende de verkrijging en het verlies van de nationaliteit tussen Nederland en Suriname, ondertekend op 26 augustus 2008 toe (model 1.35a).

    Onze Minister (lees:IND-BES)maakt één uitwisselingsformulier op per meerderjarige, die door optie het Nederlanderschap verkregen heeft en die voorheen de Surinaamse nationaliteit bezat. Minderjarige kinderen die hebben gedeeld in de verkrijging van het Nederlanderschap van de ouder door optie en die voorheen de Surinaamse nationaliteit bezaten, staan vermeld op het uitwisselingsformulier van de ouder. Bij zelfstandige verkrijging van het Nederlanderschap door optie van een minderjarige van Surinaamse nationaliteit wordt eveneens een uitwisselingsformulier opgemaakt.

    N.B. Indien de persoon in het bezit is van een verblijfsvergunning verband houdend met bescherming wordt geen uitwisselingsformulier opgemaakt.

    Afstandsplichtige optanten

    Bij een optie op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN moet een bereidheidsverklaring ingevuld worden. Op basis hiervan wordt de optant door de IND-BES geïnformeerd over zijn afstandsplicht en kan worden gecontroleerd of de optant daadwerkelijk afstand doet van zijn oorspronkelijke nationaliteit.

    Administratieve handeling na de afstandprocedure (zie artikel 30c BvvN)

    Als de optant bij de IND-BES een bewijsstuk heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij afstand heef gedaan van de andere nationaliteit(en), dan zendt de IND-BES een kopie (conform origineel) aan afdeling Burgerzaken van het desbetreffende openbare lichaam. Afdeling Burgerzaken moet vervolgens het verlies van de andere nationaliteit(en) in de basisadministratie persoonsgegevens.

    Als de optant bij de IND-BES een bewijsstuk overlegt waaruit blijkt dat hij afstand heeft gedaan van de andere nationaliteit(en), controleert de IND-BES of de optant het juiste document heeft overgelegd en of het document aan alle eisen voldoet.

    Mocht de optant inmiddels zijn verhuisd naar een ander openbaar lichaam, dan zendt de IND-BES die de afstandsverklaring heeft ontvangen (dit zal meestal de autoriteit zijn die de optieverklaring heeft bevestigd) een kopie (conform origineel) van de afstandsverklaring aan de IND-BES van het openbaar lichaam waar de optant op dat moment is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens, waarna vervolgens door de afdeling Burgerzaken van dat openbaar lichaam het verlies van de andere nationaliteit(en) in de basisadministratie persoonsgegevens wordt verwerkt.

    Archivering optiedossier

    Nadat Onze Minister (lees: IND-BES) het afschrift van de optiebevestiging en eventueel de schriftelijk afgelegde verklaring van verbondenheid van de gezaghebber heeft ontvangen, voegt hij deze documenten in het optiedossier.

    Het optiedossier met daarin onder meer de optieverklaring, de bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid, de afgelegde verklaring omtrent verblijfsstatus en/of gedrag, de gegevens betreffende de toelating (kopie verblijfsdocument, verblijfstitelgegevens uit de basisadministratie persoonsgegevens en, in voorkomende gevallen, een bericht omtrent toelating), een afschrift uit de basisadministratie persoonsgegevens, eventueel de schriftelijk afgelegde verklaring van verbondenheid én de bevestiging, archiveert en bewaart Onze Minister (lees: IND-BES) gedurende ten minste twaalf jaar na de datum van de bekendmaking van de optiebevestiging. Deze bewaarplicht is een uitvloeisel van artikel 14, eerste lid, RWN waarin is voorzien in de intrekking van de verkrijging van het Nederlanderschap binnen twaalf jaar na de bevestiging, indien de verkrijging van het Nederlanderschap berust op een door de betrokken persoon gegeven valse verklaring of bedrog dan wel op het verzwijgen van enig voor de verkrijging of verlening relevant feit. Voor de bijzondere gevallen waarin ook na twaalf jaar nog intrekking van de verkrijging van het Nederlanderschap mogelijk is, is een langere archieftijd in het kader van de RWN weliswaar wenselijk, maar niet noodzakelijk, omdat het verzwijgen van dergelijke misdrijven altijd bewust zal gebeuren.