Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregel uitzonderingsscholen VO[Regeling vervallen per 01-01-2013.]

Geldend van 22-06-2012 t/m 31-12-2012

Beleidsregel van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 27 september 2010, nr. VO/239117, houdende regels omtrent instandhouding dan wel bekostiging alsmede de aanvullende bekostiging personeelskosten van scholen onder de opheffingsnorm in verband met een uitzonderlijke situatie (Beleidsregel uitzonderingsscholen VO)

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2013]

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 2. Datum aanvraag en beslissing [Vervallen per 01-01-2013]

Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 108, vierde lid, van de wet, voor 15 oktober voorafgaand aan het schooljaar waar de aanvraag betrekking op heeft, wordt ingediend, dan beslist de minister voor 15 april.

Artikel 3. Uitzonderingsscholen vanwege een bijzondere omstandigheid [Vervallen per 01-01-2013]

Er is sprake van een bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 85a, tweede lid, van de wet, als de minister toestaat dat een school in stand wordt gehouden dan wel wordt bekostigd, omdat:

  • a. het een school betreft die alleen via het water en op generlei wijze via een brug of tunnel een rechtstreekse verbinding heeft met het vasteland, waardoor een alternatieve onderwijsvoorziening voor leerlingen slecht fysiek bereikbaar is, of

  • b. een wezenlijk Nederlands economisch of cultuurhistorisch belang gediend wordt met het onderwijs dat door de school wordt verzorgd.

Artikel 4. Aanvullende bekostiging personeelskosten in verband met een bijzondere omstandigheid [Vervallen per 01-01-2013]

Een school met een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 3, komt in aanmerking voor aanvullende bekostiging personeelskosten als bedoeld in artikel 85a, tweede lid, van de wet, voor de personeelscategorie leraren, indien deze voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a. het aantal leerlingen van de school is gedurende drie of meer achtereenvolgende schooljaren op de teldatum lager dan de voor de school geldende opheffingsnorm als bedoeld in artikel 107 van de wet,

  • b. op drie achtereenvolgende teldata voorafgaand aan het schooljaar waarvoor het verzoek als bedoeld in artikel 2 wordt ingediend, zijn gemiddeld

    • 1°. tenminste 30 leerlingen ingeschreven op de school, waarbij de uitkomst van het gemiddelde naar boven wordt afgerond op een heel getal, of

    • 2°. tenminste 30 leerlingen ingeschreven op de scholengemeenschap waarvan een school deel uitmaakt, waarbij de uitkomst van het gemiddelde naar boven wordt afgerond op een heel getal, en

  • c. de kwaliteit van het onderwijs van alle schoolsoorten en leerwegen van de school is niet op grond van artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op het onderwijstoezicht, als zeer zwak beoordeeld, dan wel de Inspectie heeft het vertrouwen dat de onderwijskwaliteit voldoende verbetert.

Artikel 5. Aanvullende bekostiging personeelskosten [Vervallen per 01-01-2013]

De uitzonderingsscholen ontvangen de aanvullende bekostiging personeelskosten als aanvulling op de reguliere bekostiging die berekend wordt op basis van het Formatiebesluit W.V.O. De aanvullende bekostiging wordt berekend door het aantal formatieplaatsen dat in de bijlage bij deze beleidsregel is opgenomen in de tabel voor de schoolsoort, te vermenigvuldigen met de gemiddelde personeelslast voor de leraren die voor de desbetreffende schoolsoort geldt.

Artikel 6. Berekening overgangsbudget [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Voor de scholen die op grond van de versie van 27 september 2010 van deze beleidsregel in aanmerking kwamen voor overgangsbekostiging wordt de overgangsbekostiging met ingang van 1 januari 2012 opnieuw vastgesteld. Deze wordt als volgt berekend:

    Indien er bij de uitkomst van het onder b berekende budget sprake is van een achteruitgang ten opzichte van het onder a vastgestelde budget, is dit negatieve verschil het eenmalig vastgestelde overgangsbudget:

    • a. het personele budget vastgesteld op basis van de formatie direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de beleidsregel Uitzonderingsscholen (gepubliceerd in 2010);

    • b. het personele budget voor het kalenderjaar 2012 inclusief de aanvullende formatieplaatsen ingevolge de met ingang van 1 januari 2012 gewijzigde beleidsregel. Bij de berekening van dit budget wordt uitgegaan van het aantal leerlingen en de gemiddelde personeelslast die golden bij de vaststelling van het onder a genoemde budget.

  • 2 Voor de in het eerste lid bedoelde scholen zal voor het kalenderjaar 2012 90% van het in het eerste lid berekende verschil ter beschikking worden gesteld. De acht daaropvolgende kalenderjaren wordt deze bekostiging vervolgens in stappen van 10% afgebouwd.

  • 3 De som van de in het tweede lid genoemde jaarlijks berekende bedragen, wordt in het kalenderjaar 2012 in één keer ter beschikking gesteld volgens het betaalritme van de reguliere personele bekostiging.

Artikel 7. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2013]

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 8. Citeertitel [Vervallen per 01-01-2013]

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel uitzonderingsscholen VO.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

Bijlage behorend bij artikel 5 van de Beleidsregel uitzonderingsscholen VO [Vervallen per 01-01-2013]

Omvang aanvullend aantal formatieplaatsen

School voor mavo

 

Aantal leerlingen op teldatum

Aantal aanvullende formatieplaatsen leraren

0 tot 50

3

50 tot 80

2

80 tot 100

0,5

100 tot 170

0

170 tot 200

0

200 of meer

0

Scholengemeenschap voor vbo/mavo

 

Aantal leerlingen op teldatum

Aantal aanvullende formatieplaatsen leraren

0 tot 50

2

50 tot 80

2

80 tot 100

2

100 tot 170

1,5

170 tot 200

1

200 of meer

0

Scholengemeenschap voor mavo/havo/vwo

 

Aantal leerlingen op teldatum

Aantal aanvullende formatieplaatsen leraren

0 tot 50

4,2

50 tot 80

4

80 tot 120

3,5

120 tot 170

7,4

170 tot 200

2,5

200 of meer

0