Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling visserijproducten 1998/2 BES

Geldend van 10-10-2010 t/m heden

Regeling visserijproducten 1998/2 BES

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze ministeriële regeling wordt verstaan onder:

  • a. wet: Warenwet BES;

  • b. bevoegde instantie: Voedsel en Waren Autoriteit;

  • c. Commissie: de Commissie van de Europese Gemeenschappen;

  • d. Raad: de Raad van de Europese Gemeenschappen of, in voorkomende gevallen, de Raad van de Europese Unie;

  • e. Richtlijn laboratoriumpraktijken: richtlijn nr. 88/320/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 juni 1988 inzake de inspectie en de verificatie van goede laboratoriumpraktijken (PbEG L 145);

  • f. Richtlijn veterinaire controles: richtlijn nr. 90/675/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 december 1990 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG L 373);

  • g. Richtlijn visserijproducten: richtlijn nr. 91/493/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van visserijproducten (PbEG L 268);

  • h. ondernemer: de persoon die verantwoordelijk is voor hetgeen in een inrichting of fabrieksvaartuig, of uit hoofde van het bedrijf dat in die inrichting, onderscheidenlijk in dat vaartuig wordt uitgeoefend plaatsvindt;

  • i. inrichting: iedere ruimte waar visserijproducten worden gekoeld, ingevroren, bewerkt, verwerkt, verpakt of opgeslagen;

  • j. fabrieksvaartuig: vaartuig aan boord waarvan visserijproducten worden gefileerd, in moten verdeeld, gestroopt, gehakt, ingevroren of verwerkt, of meer dan een van deze handelingen ondergaan, en daarna al dan niet worden verpakt; vissersvaartuigen aan boord waarvan slechts wordt ingevroren worden niet als fabrieksvaartuigen beschouwd;

  • k. visserijproducten: alle zee- of zoetwaterdieren of delen daarvan, kuit en hom daaronder begrepen, met uitzondering van levende tweekleppige weekdieren en van in het water levende zoogdieren en kikkers;

  • l. verse producten: visserijproducten, in gehele staat of na bewerking, daaronder begrepen vacuüm of onder een gewijzigde atmosfeer verpakte producten, die geen andere op conservering gerichte behandeling hebben ondergaan dan koeling;

  • m. koeling: procédé dat erin bestaat de temperatuur van visserijproducten zodanig te doen dalen, dat zij de temperatuur van smeltend ijs benadert;

  • n. bewerkte producten: visserijproducten die een behandeling zoals strippen, ontkoppen, in moten verdelen, fileren of hakken hebben ondergaan, waardoor hun anatomische toestand is gewijzigd;

  • o. verwerkte producten: visserijproducten die in gekoelde of ingevroren toestand, al dan niet tezamen met andere levensmiddelen, een chemisch of fysisch procédé zoals verhitten, roken, zouten, drogen of marineren, of een combinatie daarvan, hebben ondergaan;

  • p. ingevroren of diepgevroren producten: visserijproducten die zo zijn ingevroren, dat hun kerntemperatuur na thermische stabilisatie ten minste –18 C bedraagt;

  • q. levensmiddelenadditieven: alle stoffen met of zonder voedingswaarde die op zichzelf gewoonlijk noch als voedsel worden geconsumeerd, noch als kenmerkend voedselingrediënt worden gebruikt, maar die om technische redenen bij het be- of verwerken, behandelen, verpakken, opslaan of vervoeren van visserijproducten opzettelijk daaraan worden toegevoegd, met als werkelijk of redelijkerwijs te verwachten gevolg dat die stoffen zelf of derivaten ervan direct of indirect een bestanddeel van de visserijproducten worden, met uitzondering van:

    • 1. bestrijdingsmiddelen,

    • 2. stoffen die, zoals mineralen, sporenelementen en vitamines, als voedingsstoffen worden toegevoegd,

    • 3. stoffen die, ofschoon zij op zichzelf wel als levensmiddelenadditieven gebruikt kunnen worden, in het betreffende visserijproduct kennelijk niet als zodanig aangewend zijn, en

    • 4. aroma's;

  • r. kleurstoffen: levensmiddelenadditieven of andere stoffen, die kleur geven of teruggeven aan visserijproducten, met inbegrip van:

    • 1. natuurlijke bestanddelen van eet- of drinkwaren of andere natuurlijke bronnen die gewoonlijk niet als eet, onderscheidenlijk drinkwaar worden gebruikt,

    • 2. preparaten die verkregen zijn uit eet- of drinkwaren en ander natuurlijk uitgangsmateriaal door middel van een fysische of chemische behandeling die resulteert in een selectieve extractie van de kleurstof met betrekking tot de aromatische en voedingsbestanddelen;

  • s. zoetstoffen: levensmiddelenadditieven die bestemd en geschikt zijn om aan visserijproducten een zoete smaak te geven, met uitzondering van eet- of drinkwaren die vanwege hun zoete smaak als ingrediënt van visserijproducten zouden kunnen worden gebezigd mede of uitsluitend ten einde daaraan een zoete smaak te geven;

  • t. verpakken: het beschermen van visserijproducten door middel van het gebruik van een wikkel, een container of een ander daarvoor geschikt materiaal;

  • u. verpakking: afhankelijk van het verband waarin het woord voorkomt:

    • 1. hetzij de handeling, bedoeld in onderdeel q;

    • 2. hetzij het voorwerp waarin een product verpakt is;

  • v. verhandelen: hetgeen de landsverordening daaronder verstaat, met dien verstande dat daartoe tevens behoort het in het gebied van de Europese Gemeenschap op de markt brengen, en dat daartoe niet behoort de verkoop in het klein en de rechtstreekse overdracht op een lokale markt in kleine hoeveelheden door een visser aan de kleinhandel of de consument, tenzij een bepaling van deze beschikking uitdrukkelijk ook op deze verkoop van toepassing is verklaard;

  • w. partij: de hoeveelheid visserijproducten die is verkregen in vrijwel identieke omstandigheden;

  • x. recipiënt: een vat, kist, container of iets dergelijks, waarin een visserijproduct of afval van visserijproducten wordt bewaard of opgeslagen;

  • y. uitvoer: het uit de Nederlandse Antillen uitvoeren van visserijproducten ten einde deze in een land dat tot de Europese Gemeenschap behoort of bij de op 2 mei 1992 te Oporto gesloten Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132) partij is in te voeren;

  • z. zending: een hoeveelheid visserijproducten, bestemd voor een of meer afnemers in het land van bestemming, en vervoerd met één en hetzelfde vervoermiddel;

  • aa. vervoermiddelen: scheepsruimen, containers voor vervoer te land, ter zee of door de lucht, en de voor belading bestemde gedeelten van motorvoertuigen en luchtvaartuigen;

  • ab. kritisch punt: elk punt waarop, elk stadium waarin of elk procédé waarmee, door middel van een adequate controle, een bedreiging van de veiligheid van het voedsel kan worden vermeden, opgeheven of tot een aanvaardbaar niveau gereduceerd.

Artikel 2

  • 1 Het is verboden visserijproducten die niet voldoen aan de bij deze regeling met betrekking tot hun samenstelling gestelde voorschriften te behandelen, op te slaan, te bewerken of verwerken of te verhandelen.

  • 2 Het is verboden visserijproducten anders dan met inachtneming van de bij deze regeling gestelde voorschriften te behandelen, op te slaan, te bewerken of verwerken, te verpakken, te vervoeren of te verhandelen.

  • 3 Het is verboden visserijproducten te verhandelen anders dan in een verpakking die voldoet aan de bij deze regeling gestelde voorschriften, alsmede wanneer zij niet voorzien zijn van de bij deze regeling met betrekking tot het bezigen van vermeldingen gestelde voorschriften, of wanneer zij voorzien zijn van aanduidingen welke aan andere waren zijn voorbehouden.

  • 4 Het is verboden visserijproducten anders dan in inrichtingen die overeenkomstig de bij deze regeling gestelde voorschriften zijn erkend te behandelen, op te slaan, te bewerken of verwerken of te verpakken.

  • 5 Het is verboden visserijproducten anders dan met inachtneming van de bij of krachtens deze regeling gestelde voorschriften binnen het grondgebied van de Nederlandse Antillen te brengen.

Artikel 3

  • 1 Ontheffing van enig verbod, bedoeld in artikel 2, kan door de Minister worden verleend met betrekking tot visserijproducten die niet voor de uitvoer zijn bestemd, voor zover niet-nakoming van de betreffende voorschriften een effect op de volksgezondheid heeft dat niet of niet onaanvaardbaar ongunstiger is dan wanneer de verboden zouden zijn gehandhaafd.

  • 2 Ontheffing van een zodanig verbod kan met betrekking tot voor de uitvoer bestemde visserijproducten door de Minister slechts verleend worden, voor zover zulks in overeenstemming is met een verordening, beschikking of richtlijn, vastgesteld door de Commissie of de Raad van de Europese Gemeenschap, en onder verwijzing naar de desbetreffende bepaling daarin.

Artikel 4

Visserijproducten kunnen slechts binnen het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden gebracht, indien zij bij redelijkerwijs te verwachten wijzen van behandeling en gebruik uit het oogpunt van de volksgezondheid geschikt zijn voor menselijke consumptie.

Artikel 5

  • 1 Visserijproducten die niet afkomstig zijn uit de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, of die in hun natuurlijk milieu door een onder de vlag van een andere staat varend vaartuig gevangen zijn worden, indien zij voor de uitvoer bestemd zijn, ten minste aan dezelfde voorschriften onderworpen als andere visserijproducten die voor de uitvoer bestemd zijn.

  • 2 De Minister kan bij ministeriële regeling voorwaarden verbinden aan de invoer van de in het voorgaande lid eerstbedoelde visserijproducten op het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, deze invoer op in de beschikking aangegeven gronden verbieden of beperken en nadere voorschriften vaststellen met betrekking tot de controle waaraan de betreffende producten worden onderworpen, wanneer zij aan wal worden gebracht. Deze voorwaarden, bepalingen en nadere voorschriften kunnen naar gelang van de herkomst van de visserijproducten verschillend zijn.

  • 3 Bij het vaststellen van voorwaarden, bepalingen en nadere voorschriften houdt de Minister zoveel mogelijk rekening met de voorschriften van de Richtlijn veterinaire controles en de Richtlijn visserijproducten ter zake van de invoer uit derde landen in de Europese Gemeenschap.

  • 4 Voorschriften als in het tweede lid bedoeld kunnen eveneens worden vastgesteld met betrekking tot de controle van niet voor de uitvoer bestemde visserijproducten die niet afkomstig zijn uit de openbare liochamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of die in hun natuurlijk milieu door een onder de vlag van een andere staat varend vaartuig gevangen zijn.

Artikel 6

Het is verboden de navolgende visserijproducten te verhandelen:

  • a. giftige vis van de families der Tetraodontidae, Molidae, Diodontidae en Canthigasteridae;

  • b. visserijproducten die biotoxines zoals ciguatoxine of spierverlammende toxines bevatten.

Artikel 7

Artikel 22 is mede van toepassing op de detailhandel, met uitzondering van de verkoop in het klein en de rechtstreekse overdracht op een lokale markt in kleine hoeveelheden door een visser aan de kleinhandel of de consument; de artikelen 4, 5, vierde lid, 6 en 11 zijn mede van toepassing op de detailhandel, met inbegrip van de bedoelde verkoop in het klein door een visser.

§ 2. Behandeling, be- en verwerking

Artikel 8

  • 1 Visserijproducten die in hun natuurlijk milieu gevangen zijn, kunnen uitsluitend worden verhandeld, indien aan de navolgende voorwaarden is voldaan:

    • a. de wijze waarop de producten zijn gevangen en aan boord van enig vaartuig, niet zijnde een fabrieksvaartuig, zijn uitgebloed, ontkopt, gestript, van de vinnen ontdaan en gekoeld of ingevroren, voor zover deze bewerkingen hebben plaatsgevonden, stemt overeen met de door de Minister bij ministeriële regeling vastgestelde hyginische voorschriften;

    • b. indien de producten een behandeling hebben ondergaan aan boord van een fabrieksvaartuig, dient dit vaartuig ingevolge artikel 12 als inrichting te zijn erkend en te voldoen aan de eisen welke de Minister bij ministeriële regeling vaststelt;

    • c. tijdens en na het lossen van de producten wordt gehandeld met inachtneming van de eisen welke de Minister bij ministeriële regeling dienaangaande vaststelt;

    • d. de producten worden behandeld in inrichtingen die voldoen aan door de Minister bij ministeriële regeling vastgestelde voorschriften en die ingevolge artikel 12 als inrichting zijn erkend;

    • e. de producten worden ingevroren, ontdooid, bewerkt, verwerkt, verpakt of opgeslagen in overeenstemming met de algemene hygiënische eisen voor inrichtingen en de bijzondere hygiënische eisen voor het hanteren van visserijproducten in zodanige inrichtingen, welke de Minister bij ministeriële regeling vaststelt;

    • f. de producten ondergaan een gezondheidscontrole en tevens vindt een controle op de productie-eisen plaats, met inachtneming van de voorschriften welke de Minister bij ministeriële regeling aangaande die controles vaststelt.

  • 2 In afwijking van het bepaalde bij het eerste lid, onderdeel c, kan door de bevoegde instantie worden toegestaan dat verse visserijproducten op de kade worden overgeladen in recipiënten welke bestemd zijn om onmiddellijk naar een erkende inrichting te worden verzonden.

  • 3 Wanneer strippen naar technische en commerciële criteria beoordeeld mogelijk is, geschiedt dit zo snel mogelijk na het vangen of het lossen.

Artikel 9

  • 1 Behoudens het bepaalde in de volgende leden van dit artikel zijn als levensmiddelenadditieven bij enige faze van de behandeling en bereiding van visserijproducten slechts die stoffen toegelaten die de Minister bij ministeriële regeling aanwijst. In die regeling worden zo nodig tevens de maximale gehaltes vastgesteld welke in die producten of in een of meer bepaalde soorten of categorieën daarvan van een bepaald levensmiddelenadditief mogen worden aangetroffen.

  • 2 De Minister geeft eveneens bij ministeriële regeling regels aangaande het gebruik van zoet- en kleurstoffen in alle of in een of meer bepaalde soorten of categorieën van visserijproducten en aangaande de toelaatbare gehaltes daarvan, alsmede aangaande de toelaatbare gehaltes van residuen van diergeneesmiddelen en bestrijdingsmiddelen in die producten.

  • 3 Levensmiddelenadditieven als in het eerste bedoeld voldoen wat betreft de zuiverheidseisen aan richtlijn _ 96/77/EG van de Commissie van 2 december 1996 tot vaststelling van specifieke zuiverheidseisen voor levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PbEG L 339). Voor zover deze richtlijn op levensmiddelenadditieven welke in visserijproducten kunnen worden aangewend betrekking heeft, is de tekst ervan in bijlage I opgenomen.

Artikel 10

  • 1 Het is verboden visserijproducten of grondstoffen die bij de bereiding van visserijproducten worden gebruikt met ioniserende stralen te behandelen.

  • 2 Het verbod is niet van toepassing op visserijproducten die zijn blootgesteld aan ioniserende stralen afkomstig uit controle- of meetinstrumenten die als zodanig gebruikt zijn bij de be- of verwerking, behandeling en verpakking van die producten, voor zover de gebruikte dosis niet hoger is dan 0,5 Gy, bij een energieniveau van ten hoogste 5 MeV.

  • 3 De Minister kan bij een ministeriële regeling, bevattende regels aangaande de doorstraling met ioniserende stralen, bepalen onder welke omstandigheden, op welke voorwaarden en voor welke producten het in het eerste lid bedoelde verbod niet geldt.

Artikel 11

Visserijproducten die levend worden verhandeld, worden voortdurend gehouden in omstandigheden die optimaal zijn voor hun overleving.

§ 3. Inrichtingen

Artikel 12

  • 1 Een inrichting behoeft om te kunnen worden gebruikt voor de werkzaamheden waarvoor zij is aangelegd de erkenning door de bevoegde instantie, bedoeld in artikel 1, onderdeel b. De erkenning wordt schriftelijk aangevraagd door de ondernemer. Het Bestuurscollege kan nadere voorschriften vaststellen met betrekking tot de vorm van de aanvrage en de bij de indiening ervan te volgen procedure.

  • 2 De erkenning wordt verleend, indien door de aanvrager is aangetoond dat de inrichting voldoet aan de bij deze en andere van toepassing zijnde ministeriële regelingen gestelde voorschriften.

  • 3 Iedere erkende inrichting wordt aangeduid met een door de bevoegde instantie in overeenstemming met de in de Europese Gemeenschap gevolgde praktijk vast te stellen erkenningsnummer.

  • 4 Indien en zodra de inrichting mede of uitsluitend gebruikt zal worden voor andere werkzaamheden dan waarop een eerder verleende erkenning betrekking heeft, behoeft zij een nieuwe erkenning.

  • 5 De erkende inrichtingen worden door de bevoegde instantie geregeld geïnspecteerd en gecontroleerd op de naleving van de in het tweede lid bedoelde voorschriften; aan de personen die door de bevoegde instantie met de inspectie en controle zijn belast wordt daartoe door de ondernemer vrije toegang tot alle delen van de inrichting verschaft.

  • 6 Indien de inrichting niet meer aan de in het tweede lid bedoelde voorschriften voldoet, wordt de erkenning door de bevoegde instantie ingetrokken. Gebruik van een erkenningsnummer door een inrichting waarvan de erkenning is ingetrokken is verboden.

Artikel 13

  • 1 Tegen de weigering of nalatigheid om op een aanvrage van erkenning een besluit te nemen en tegen de weigering of intrekking van een erkenning kan degene die daardoor rechtstreeks in zijn belang getroffen wordt, alvorens bij de rechter, bedoeld in artikel 18 van de wet, beroep in te stellen, bij het Bestuurscollege van het desbetreffende openbaar lichaam een beroepschrift indienen.

  • 2 De termijn voor het indienen van een beroepschrift is dertig dagen, te rekenen vanaf de dag waarop het besluit is bekendgemaakt of, indien de belanghebbende aantoont dat hij redelijkerwijs niet eerder dan op een later tijdstip van het besluit kennis heeft kunnen nemen, te rekenen vanaf dat tijdstip.

  • 3 Het Bestuurscollege besluit binnen dertig dagen op het beroep.

  • 4 Alle besluiten welke ingevolge het voorgaande en dit artikel tot stand komen, het besluit op een beroepschrift als bedoeld in het derde lid daarbij inbegrepen, worden bekendgemaakt op de wijze waarop het Bestuurscollege besluiten, niet zijnde besluiten van algemene strekking, pleegt bekend te maken. Indien de inrichting waarop een besluit betrekking heeft een erkenningsnummer heeft of bij het besluit ontvangt, wordt dit in de bekendmaking vermeld.

Artikel 14

  • 1 De bevoegde instantie stelt een lijst op van de door haar erkende inrichtingen onder vermelding van de erkenningsnummers, en werkt deze lijst bij zo dikwijls als daartoe aanleiding bestaat.

  • 2 Op verlangen van de Commissie wordt de lijst van erkende inrichtingen aan haar overgelegd.

Artikel 15

De artikelen 12, 13 en 14 zijn mede op fabrieksvaartuigen van toepassing.

Artikel 16

De voor een inrichting verantwoordelijke ondernemer draagt er eigener beweging zorg voor dat de bij deze beschikking vastgestelde voorschriften worden nageleefd. Daartoe ziet hij erop toe dat binnen de inrichting interne controles worden uitgeoefend welke gebaseerd zijn op de volgende uitgangspunten:

  • a. alle kritische punten in de inrichting worden geïdentificeerd;

  • b. methoden voor de uitoefening van toezicht en controle op deze kritische punten worden opgesteld en ten uitvoer gelegd;

  • c. monsters worden genomen ter analyse in een door de bevoegde instantie overeenkomstig artikel 20, vierde lid, goedgekeurd laboratorium; door middel van de analyse worden de reinigings- en desinfecteringsmethoden gecontroleerd en wordt nagegaan of de bij deze en andere van toepassing zijnde ministeriële regelingen vastgestelde normen worden nageleefd;

  • d. de resultaten van de verschillende controles en tests met betrekking tot de voorgaande aangelegenheden worden gedurende ten minste twee jaren bewaard; zij worden in geschrifte of op andere niet gemakkelijk uitwisbare wijze vastgelegd in een registratiesysteem, aangaande de samenstelling waarvan door de Minister bij ministeriële regeling nadere voorschriften kunnen worden vastgesteld;

  • e. de resultaten van de controles en tests worden op verzoek van de bevoegde instantie aan deze voorgelegd.

Artikel 17

  • 1 Voor zover de ondernemer de uitvoering van zijn verplichting tot het instellen van interne controles aan ondergeschikten overdraagt, wijst hij hiertoe personen aan die verantwoordelijk zijn voor een of meer productie-eenheden.

  • 2 De ondernemer ziet erop toe dat de bij de interne controles betrokken leden van het personeel de vereiste scholing ontvangen om in de uitvoering ervan een actief aandeel te kunnen hebben.

  • 3 Voor de uitvoering van de interne controles in een inrichting kan gebruik worden gemaakt van gidsen voor goede praktijken, opgesteld door Nederlandse beroeps- of anderszins op het gebied van de visproductie werkzame organisaties, mits deze gidsen door de bevoegde instantie zijn aanvaard.

Artikel 18

De ondernemer is verplicht om, indien uit de interne controles of langs andere hem bekende weg blijkt of door hem kan worden vermoed dat een gevaar voor de volksgezondheid bestaat, aan de bevoegde instantie zo spoedig mogelijk mededeling te doen van alle gegevens dienaangaande die hem bekend zijn.

Artikel 19

  • 1 Bij de identificatie van kritische punten, die ingevolge artikel 16, onderdeel a, in het kader van de interne controle in elke inrichting voorgeschreven is, worden al die kritische punten opgespoord die, afhankelijk van de gebruikte of te gebruiken grondstoffen, de toegepaste fabricageprocédé's, de structuur en de uitrusting van de inrichting en de aard van de eindproducten en van het afzetsysteem, van belang kunnen zijn om de naleving van deze en andere van toepassing zijnde beschikkingen vastgestelde voorschriften te verzekeren.

  • 2 De interne controle op de in het voorgaande lid bedoelde kritische punten omvat het geheel van vooraf vastgestelde, voor een doelmatige risicobeheersing op elk kritisch punt vereiste waarnemingen en metingen, doch niet mede de toetsing die ten doel heeft na te gaan of de eindproducten van de inrichting met de bij deze en andere van toepassing zijnde ministeriële regelingen vastgestelde normen in overeenstemming zijn.

  • 3 Nadere voorschriften en aanwijzingen met betrekking tot de identificatie van kritische punten, de interne controles, de bij die controles toe te passen methoden, en de toetsing van de systemen van interne controles worden door de Minister bij ministeriële regeling vastgesteld.

  • 4 Bij de externe inspectie en controle die ingevolge het vijfde lid van artikel 12 door de bevoegde instantie worden uitgeoefend wordt nagegaan of de systemen van interne controle op zodanige wijze zijn uitgewerkt en worden gehandhaafd, dat het beoogde resultaat daarvan gewaarborgd is.

Artikel 20

  • 1 De doelmatigheid van de ingevolge artikel 19 opgezette systemen van interne controles wordt onderzocht door middel van de monsterneming, bedoeld in artikel 16, onderdeel c. Nadere voorschriften met betrekking tot deze monsterneming worden door de Minister bij ministeriële regeling vastgesteld.

  • 2 De voor de inrichting verantwoordelijke ondernemer stelt een bemonsteringsprogramma vast, op grond waarvan, ook zonder dat daartoe van elke geproduceerde partij systematisch monsters worden genomen:

    • a. de deugdelijkheid van de systemen van interne controles bij de invoering daarvan kan worden aangetoond;

    • b. de deugdelijkheid van die systemen zo nodig kan worden bevestigd, indien de kenmerken van het product of van het fabricageprocédé worden gewijzigd;

    • c. met een zekere regelmaat kan worden nagegaan of de eerder vastgestelde bevindingen nog steeds geldig zijn en of de voorschriften correct worden nageleefd.

  • 3 De ondernemer doet het bemonsteringsprogramma zoveel mogelijk uitvoeren in een eigen laboratorium van de inrichting.

  • 4 Zowel de eigen laboratoria van inrichtingen als externe laboratoria waar monsters voor onderzoek, controle, toetsing en toezicht worden onderzocht zijn onderworpen aan de goedkeuring door de bevoegde instantie volgens normen die door de Minister bij ministeriële regeling worden vastgesteld. Deze normen kunnen voor de eigen laboratoria minder streng zijn dan voor externe laboratoria.

Artikel 21

  • 1 De Commissie is, indien zij dit voor de richtige en eenvormige toepassing van richtlijnen of regelingen van de Europese Gemeenschap nodig of wenselijk acht, bevoegd om door haar aangewezen deskundigen in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in samenwerking met de bevoegde instanties controles te doen uitvoeren ten einde na te gaan of met betrekking tot voor de uitvoer bestemde visserijproducten wordt voldaan aan eisen welke met de in de Europese Gemeenschap in overeenkomstige gevallen gestelde eisen ten minste overeenkomen. De Minister, het Bestuurscollege en de bevoegde instanties verlenen aan deze deskundigen alle vereiste medewerking en bijstand bij de uitvoering van hun taak.

  • 2 Een besluit van de Commissie tot het doen uitvoeren van de in het voorgaande lid bedoelde controles is voor de Nederlandse Antillen bindend, indien het tot stand gekomen is volgens de procedure, voorgeschreven in artikel 15 van de Richtlijn visserijproducten.

§ 4. Analyse van visserijproducten; gezondheidscertificaat

Artikel 22

  • 1 Visserijproducten voldoen aan de analytische en organoleptische eisen welke door de Minister bij ministeriële regeling worden vastgesteld. Ten einde na te gaan of dit het geval is wordt bij uitsluiting gebruik gemaakt van microbiologische en biochemische onderzoeks-methoden, fysischchemische scheidings- en detectiemethoden en organoleptische onderzoeksmethoden.

  • 2 De Minister stelt met betrekking tot de in het voorgaande lid bedoelde onderzoeksmethoden eveneens bij een regeling als in het eerste lid bedoeld nadere regels vast.

Artikel 23

Een partij visserijproducten wordt bij uitvoer vergezeld van het genummerde, originele exemplaar van een door de bevoegde instantie afgegeven gezondheidscertificaat, waarin wordt verklaard dat de gezondheidsvoorwaarden voor de productie, be- of verwerking en identificering van de producten ten minste gelijkwaardig zijn aan de bij de Richtlijn visserijproducten gestelde voorwaarden. De Minister stelt bij beschikking met algemene werking nadere voorschriften vast met betrekking tot het certificaat.

§ 5. Verpakking, aanduiding, opslag en vervoer van voor de uitvoer bestemde visserijproducten

Artikel 24

De uitvoer van visserijproducten geschiedt uitsluitend, indien aan de navolgende voorwaarden is voldaan:

  • a. de verpakking van de producten geschiedt op passende wijze;

  • b. onverminderd de overige voorschriften die met betrekking tot de identificatie van producten in het algemeen of visserijproducten in het bijzonder reeds zijn of nog zullen worden vastgesteld, wordt het door middel van het merk of van de geleidedocumenten mogelijk gemaakt om met het oog op de keuring na te gaan van welke inrichting de producten afkomstig zijn; op de bedoelde documenten of op de verpakking worden daartoe vermeld:

    • 1. het land van verzending, voluit geschreven of, indien zulks door de binnen het gebied van de Europese Gemeenschap geldende regelgeving wordt toegelaten, met de gebruikelijke afkorting daarvan, en

    • 2. het officiële erkenningsnummer van de inrichting of het fabrieksvaartuig.

  • c. de letters of cijfers die bij een vermelding op de verpakking, bedoeld in onderdeel b, worden gebruikt dienen goed en volledig leesbaar te zijn en bijeen te worden geplaatst op een zodanige plaats van de verpakking dat zij van buiten zichtbaar zijn, zonder dat de verpakking behoeft te worden geopend;

  • d. de opslag en het vervoer geschieden onder hygiënische omstandigheden.

Artikel 25

De Minister stelt in verband met de bij artikel 24 gestelde voorwaarden bij ministeriële regeling nadere voorschriften vast met betrekking tot:

  • a. de verpakking,

  • b. de aanduidingen en vermeldingen, vereist ter identificatie van de visserijproducten,

  • c. de opslag, en

  • d. het vervoer van visserijproducten.

Artikel 26

  • 1 Het is verboden verpakkingen en verpakkingsmaterialen voor visserijproducten met ioniserende stralen te behandelen, indien de gemiddelde geabsorbeerde stralingsdosis meer bedraagt dan 10 kGy.

  • 2 Het is verboden de houdbaarheid van visserijproducten te verlengen met gebruikmaking van verpakkingsgassen.

  • 3 De Minister kan bij een ministeriële regeling, bevattende regels aangaande het gebruik van verpakkingsgassen, bepalen onder welke omstandigheden, op welke voorwaarden en voor welke visserijproducten het in het eerste lid bedoelde verbod niet geldt.

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 27

Voor zover in de navolgende ministeriële beschikkingen met algemene werking verwezen wordt naar de Beschikking visserijproducten 1998 (P.B. 1998, no. 65) wordt deze verwijzing vervangen door: de Beschikking visserijproducten 1998/2, met waar nodig aangevuld met de aanduiding van het Publicatieblad waarin zij geplaatst is:

  • a. Tijdelijke beschikking analytische en organoleptische eisen (P.B. 1998, no. 111);

  • b. Tijdelijke beschikking constructie en uitrusting van visproductie-inrichtingen (P.B. 1998, no. 112);

  • c. Tijdelijke beschikking gezondheidscontroles visserijproducten (P.B. 1998, no. 113);

  • d. Tijdelijke beschikking algemene hygiënevoorschriften inrichtingen voor visproductie (P.B. 1998, no. 114);

  • e. Tijdelijke beschikking identificatie van visserijproducten (P.B. 1998, no. 115);

  • f. Tijdelijke beschikking invoer uit derde landen (P.B. 1998, no. 116);

  • g. Tijdelijke beschikking goedkeuring laboratoria voor onderzoek van visserijproducten (P.B. 1998, no. 117);

  • h. Tijdelijke beschikking opslag en vervoer van visserijproducten (P.B. 1998, no. 118);

  • h. Tijdelijke beschikking residuen van genees- en bestrijdingsmiddelen in visserijproducten (P.B. 1998, no. 119);

  • i. Tijdelijke beschikking levensmiddelenadditieven in visserijproducten (P.B. 1998, no. 120);

  • j. Tijdelijke beschikking fabrieksvaartuigen (P.B. 1998, no. 121);

  • k. Tijdelijke beschikking gezondheidscertificaat visserijproducten (P.B. 1998, no. 122);

  • l. Tijdelijke beschikking hygiënevoorschriften fabricageproces voor visserijproducten (P.B. 1998, no. 123);

  • m. Tijdelijke beschikking interne controles visproductie (P.B. 1998, no. 124);

  • n. Tijdelijke beschikking zoet- en kleurstoffen in visserijproducten (P.B. 1998, no. 125);

  • o. Tijdelijke beschikking onderzoeksmethoden visserijproducten (P.B. 1998, no. 126);

  • p. Tijdelijke beschikking registratiesysteem voor visserijproducten (P.B. 1998, no. 127);

  • q. Tijdelijke beschikking verpakking visserijproducten (P.B. 1998, no. 128).

Artikel 28

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van uitgifte van het Publicatieblad waarin zij geplaatst is.

Artikel 29

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling visserijproducten 1998/2 BES.

Bijlage I

behorende bij de Beschikking visserijproducten 1998/2 (P.B. 1998, no. 227)

Tekst van Richtlijn no. 96/77/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 december 1996 tot vaststelling van specifieke zuiverheidseisen voor levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen, opgenomen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, no. L 339), voor zover deze richtlijn op levensmiddelenadditieven welke in visserijproducten kunnen worden aangewend betrekking heeft