Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling seinen luchtvaart BES

Geldend van 10-10-2010 t/m heden

Regeling seinen luchtvaart BES

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. grondsein: visueel signaal dat wordt gegeven door middel van een figuur op de grond;

  • b. lichtsein: visueel signaal dat wordt gegeven door middel van een kunstmatige lichtbron;

  • c. morsesein: signaal dat bestaat uit korte en lange tekens uit het morsealfabet;

  • d. noodsein: signaal dat blijk geeft van een ernstige situatie waarbij gevaar dreigt en onmiddellijk hulp is vereist;

  • e. spoedsein: signaal dat blijk geeft van een ernstige situatie waarbij mogelijk gevaar dreigt en hulp is gewenst.

Hoofdstuk 2. Nood- en spoedseinen

Artikel 2

  • 1. Een luchtvaartuig dat zich in ernstig en onmiddellijk gevaar bevindt en dringend hulp behoeft, geeft gezamenlijk of afzonderlijk de volgende noodseinen:

    • a. het morsesein -…---…- met de betekenis SOS, door middel van radiotelegrafie of enige andere vorm van signaaloverdracht;

    • b. het gesproken woord MAYDAY bij gebruik van radiotelegrafie;

    • c. een noodbericht dat de bedoeling van het woord MAYDAY doorgeeft bij gebruik van een gegevensverbinding;

    • d. rood licht voortbrengende licht- of vuurpijlen, die met korte tussenpozen één voor één worden afgevuurd;

    • e. een rood licht voortbrengende fakkel die, verbonden aan een valscherm, uit een luchtvaartuig wordt geworpen.

  • 2. Indien het gebruik van één der in het eerste lid genoemde seinen niet mogelijk is, kan een in nood verkerend luchtvaartuig andere seinen gebruiken om de aandacht te trekken, zijn positie kenbaar te maken of hulp te verkrijgen.

Artikel 3

Een luchtvaartuig dat moeilijkheden heeft waardoor het gedwongen wordt te landen zonder dat onmiddellijke hulp nodig is, geeft de volgende spoedseinen, gezamenlijk of afzonderlijk:

  • a. het herhaaldelijk in- en uitschakelen van de landingslichten;

  • b. het herhaaldelijk in- en uitschakelen van de navigatielichten op zodanige wijze dat er verschil bestaat met knipperende navigatielichten.

Artikel 4

Een luchtvaartuig dat een zeer dringend bericht heeft over te brengen betreffende de veiligheid van een luchtvaartuig, vaartuig of voertuig dan wel over de veiligheid van één of meer personen aan boord of in zicht, geeft de volgende spoedseinen, gezamenlijk of afzonderlijk:

  • a. het morsesein -..- , bestaande uit de groep XXX, te geven door middel van radiotelegrafie of enige andere vorm van signaaloverdracht;

  • b. de gesproken woorden PAN PAN bij gebruik van radiotelefonie;

  • c. een spoedbericht dat de bedoeling van het woord PAN PAN doorgeeft bij gebruik van een gegevensverbinding.

Hoofdstuk 3. zoek- en reddingsseinen; seinen bij onderschepping

Artikel 5

Ten behoeve van zoek- en reddingsacties worden door de desbetreffende luchtvaartuigen, reddingsvoertuigen, reddingseenheden en overlevenden de seinen gebruikt als in de bij deze regeling behorende bijlage 1 is aangegeven. In deze bijlage is tevens aangegeven hoe overeenkomstig deze seinen moet worden gehandeld.

Artikel 6

Bij onderschepping van een luchtvaartuig worden door het onderscheppende en het onderschepte luchtvaartuig de seinen gebruikt als in de bij deze regeling behorende bijlage 2 is aangegeven.

Artikel 7

  • 1. Luchtvaartuigen die zonder toestemming in of bijna in een beperkt, verboden of gevaarlijk gebied vliegen, worden bij dag en bij nacht gewaarschuwd door het met tussenpozen van 10 seconden vanaf de grond afvuren van een serie projectielen, die bij het springen rode en groene lichten of sterren vertonen.

  • 2. Het luchtvaartuig neemt geschikte maatregelen om het desbetreffende gebied te verlaten of te vermijden.

Hoofdstuk 4. Seinen voor het luchtvaartterreinverkeer

Artikel 8

  • 1. De volgende lichtseinen van een plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst aan luchtvaartuigen hebben de daarachter vermelde betekenis:

    Lichtsein

    Van luchtverkeersleidingsdienst naar luchtvaartuig in de lucht

    luchtvaartuig op de grond

    Vast groen

    Klaring om te landen

    Klaring om op te stijgen

    Vast rood

    Wijk uit voor andere luchtvaartuigen en blijf cirkelen

    Stop

    Groen knipperlicht

    Keer terug om te landen; klaring om te landen wordt later gegeven

    Klaring om te taxiën

    Rood knipperlicht

    Luchtvaartterrein onveilig, niet landen

    Taxi vrij van de in gebruik zijnde landingsbaan

    Wit knipperlicht

    Land op dit luchtvaartterrein en ga naar het platform; klaring om te landen of te taxiën wordt later gegeven

    Keer terug naar de plaats op het terrein waar u begonnen bent

    Rode lichtkogels of vuurpijlen

    Ongeacht enige voorgaande instructie voorlopig niet landen

     
  • 2. Ontvangst van de volgens het eerste lid gegeven seinen wordt door een luchtvaartuig bevestigd:

    • a. in de lucht:

      • bij dag: door het schommelen over de langsas, echter niet op het basisbeen of op het eindnaderingsbeen voor de landing, of

      • bij nacht: door het tweemaal in- en uitschakelen van de landingslichten of, bij het ontbreken daarvan, het tweemaal uit- en inschakelen van de navigatielichten;

    • b. op de grond:

      • bij dag: door het bewegen van de rolroeren of het richtingsroer, of

      • bij nacht: door het tweemaal in- en uitschakelen van de landingslichten of, bij het ontbreken daarvan, het tweemaal uit- en inschakelen van de navigatielichten.

Artikel 9

Op een luchtvaartterrein worden de in de bij deze regelingbehorende bijlage 3 opgenomen grondseinen met de daarachter vermelde betekenis gebruikt.

Artikel 10

  • 1. De seinen, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4, worden gegeven met de hand, zo nodig voorzien van een middel ter verduidelijking of verlichting, waarbij de seiner zich heeft opgesteld met zijn gezicht gewend naar het luchtvaartuig op een plaats

    • a. bij vliegtuigen: vóór de linkervleugel in het gezichtsveld van de bestuurder; en

    • b. bij helikopters: waar hij het best kan worden gezien door de bestuurder.

  • 2. De seiner gebruikt geen seinen, wanneer het gebied waarin het luchtvaartuig wordt geleid, niet vrij is van voorwerpen die het luchtvaartuig zouden kunnen raken bij het opvolgen van de te geven aanwijzing.

  • 3. De betekenis van de seinen blijft gelijk wanneer de seiner borden, verlichte stokken of lantaarns gebruikt.

Artikel 11

De volgende seinen worden gegeven door de bestuurder van een luchtvaartuig vanuit de cockpit, met zijn handen duidelijk zichtbaar voor de seiner, waarbij de handen zo nodig verlicht worden:

  • a. remmen vast: een arm wordt opgeheven met geopende hand, waarna een vuist wordt gemaakt op het moment dat de remmen worden vastgezet;

  • b. remmen los: een arm wordt opgeheven met gebalde vuist, waarna de vuist wordt geopend op het moment dat de remmen worden losgelaten;

  • c. wielblokken vastzetten: de armen worden, met de handpalm naar buiten, gestrekt en daarna naar binnen bewogen en vóór het gelaat gekruist;

  • d. wielblokken wegnemen: de armen worden gekruist vóór het gelaat en daarna gestrekt met de handpalm naar buiten;

  • e. klaar om motor(en) te starten: een hand wordt opgestoken, waarbij met het aantal gestrekte vingers wordt aangegeven welke motor klaar is om te worden gestart; de motoren worden aangeduid door opeenvolgende nummering, te beginnen met de buitenste linkermotor, die als nummer 1 wordt aangeduid.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling seinen luchtvaart BES.

Bijlage 1. Behorende bij artikel 5 van de Regeling seinen luchtvaart BES

  • 1. Het luchtvaartuig dat een reddingsvoertuig naar een luchtvaartuig of voertuig wil leiden dat in nood verkeert, geeft dit met de volgende, eventueel herhaalde, bewegingen aan:

    • a. minstens één keer cirkelen boven het reddingsvoertuig,

    • b. op lage hoogte vlak voor het reddingsvoertuig langs vliegen en

      • 1°. schommelen met de vleugels,

      • 2°. het openen en sluiten van de gashandel, of

      • 3°. het veranderen van de spoed van de propeller,

    • c. koers zetten in de richting waarin het reddingsvoertuig wordt gestuurd.

  • 2. De volgende, eventueel herhaalde, bewegingen van een luchtvaartuig betekenen dat de hulp van het reddingsvoertuig waaraan het sein wordt gegeven niet langer nodig is:

op lage hoogte vlak achter het reddingsvoertuig langs vliegen en

  • 1°. schommelen met de vleugels,

  • 2°. het openen en sluiten van de gashandel, of

  • 3°. het veranderen van de spoed van de propeller.

  • 3. Reddingsvoertuigen reageren als volgt op de seinen, bedoeld in onderdeel 1 of 2:

    • a. ter bevestiging:

      • 1°. het hijsen van een vlag met verticale rode en witte strepen,

      • 2°. het met een lamp herhaald seinen van de letter T met het sein - in morse code,

      • 3°. het veranderen van koers in de gewenste richting;

    • b. om aan te geven dat men niet aan de vraag kan voldoen:

      • 1°. het hijsen van een blauw met wit geblokte vlag,

      • 2°. het met een lamp herhaald seinen van de letter N met het sein -. in morse code.

  • 4. Overlevenden gebruiken de volgende grondseinen naar luchtvaartuigen:

    • a. hulp gevraagd: V

    • b. medische hulp gevraagd: X

    • c. nee of ontkennend: N

    • d. ja of bevestigend: Y

    • e. verplaatsend in deze richting: ?

  • 5. Reddingseenheden gebruiken de volgende grondseinen naar luchtvaartuigen:

    • a. werkzaamheden afgerond: LLL

    • b. wij hebben alle inzittenden gevonden: LL

    • c. wij hebben sommige inzittenden gevonden: ++

    • d. wij zijn niet in staat door te gaan en komen terug naar de basis: XX

    • e. zijn opgesplitst in twee groepen; van iedere groep is de richting aangegeven: ?/?

    • f. informatie ontvangen dat het luchtvaartuig zich in de volgende richting bevindt: ??

    • g. niets gevonden; zullen doorgaan met zoeken: NN.

  • 6. De grondseinen, bedoeld in onderdeel 4 of 5, worden ten minste 2,5 m (8 voet) hoog en zo opvallend mogelijk gemaakt. Aandacht voor deze seinen kan met andere middelen worden verkregen, zoals radio, vuur, rook en reflectie.

  • 7. De volgende seinen van luchtvaartuigen betekenen dat de grondseinen zijn begrepen:

    • a. bij dag: schommelen met de vleugels,

    • b. bij nacht: twee maal in- en uitschakelen van de landingslichten, of indien niet aanwezig, twee maal aan- en uitzetten van de navigatielichten.

  • 8. Het uitblijven van het sein, bedoeld in onderdeel 7, betekent dat het grondsein niet is begrepen.

  • 9. Wanneer een gezagvoerder bemerkt dat een luchtvaartuig, voertuig of vaartuig in nood verkeert is deze verplicht, tenzij hij hiertoe niet in staat is of de omstandigheden dit onredelijk of onnodig maken:

    • a. zicht te houden op het in nood verkerende toestel, totdat zijn aanwezigheid niet langer noodzakelijk is,

    • b. zijn positie vast te stellen als daarover geen zekerheid bestaat,

    • c. het reddingscoördinatiecentrum of de luchtverkeersdienst indien mogelijk de volgende informatie te verstrekken:

      • 1°. het type luchtvaartuig, voertuig of vaartuig in nood, diens identificatie en toestand,

      • 2°. diens positie, uitgedrukt in geografische coördinaten of in afstand en ware koers gezien vanuit een bepaald landkenmerk of van een radionavigatiehulpmiddel,

      • 3°. tijdstip van waarneming, uitgedrukt in uren en minuten gecoördineerde wereldtijd,

      • 4°. aantal waargenomen personen,

      • 5°. of personen in de omgeving van het in nood verkerende toestel zijn waargenomen,

      • 6°. het aantal personen in vlotten,

      • 7°. de waarschijnlijke fysieke conditie van overlevenden,

    • d. te handelen volgens de opdrachten van het reddingscoördinatiecentrum of de luchtverkeerdienst.

  • 10. Wanneer het eerste luchtvaartuig dat de plaats van een ongeval bereikt, niet van een zoek- of reddingsdienst is, is het belast met de leiding van de plaatselijke activiteiten van alle andere luchtvaartuigen totdat het eerste luchtvaartuig van een zoek- of reddingsdienst de locatie bereikt. Als het luchtvaartuig echter in de tussentijd niet in staat is te communiceren met het reddingscoördinatiecentrum of de luchtverkeersdienst, draagt het met wederzijdse goedkeuring zijn verantwoordelijkheid over aan een luchtvaartuig dat wel in staat is die communicatie te verzorgen, tot de komst van het eerste luchtvaartuig van de zoek- of reddingsdienst.

  • 11. Wanneer het noodzakelijk is voor een luchtvaartuig om een voertuig of vaartuig te leiden naar de plaats waar een luchtvaartuig, voertuig of vaartuig in nood is, doet de gezagvoerder dat door nauwkeurige aanwijzingen te geven met elk willekeurig middel dat ter beschikking is. Wanneer geen radiocontact tot stand kan worden gebracht, gebruikt het luchtvaartuig de seinen, bedoeld in onderdeel 1 of 2.

  • 12. Wanneer het noodzakelijk is voor een luchtvaartuig om informatie te verstrekken aan overlevenden of reddingseenheden en tweezijdig radiocontact niet mogelijk is, dropt het, indien uitvoerbaar, communicatiemiddelen waarmee wel rechtstreeks radiocontact mogelijk is, of verstrekt het de informatie door deze te droppen.

  • 13. Wanneer een grondsein zichtbaar is, geeft het luchtvaartuig aan of dit sein is begrepen middels de seinen, bedoeld in onderdeel 7 of 8, of via de methode als bedoeld in onderdeel 12.

  • 14. Wanneer een noodsein of -bericht of een soortgelijke boodschap door een luchtvaartuig is opgevangen middels telegrafie of radiotelefonie, is de gezagvoerder verplicht:

    • a. de positie van het toestel in nood vast te leggen als deze is gegeven,

    • b. indien mogelijk een peiling van de uitzending te verrichten,

    • c. het reddingscoördinatiecentrum of de luchtverkeersdienst alle beschikbare informatie te verstrekken, en

    • d. te overwegen om in afwachting van instructies koers te zetten naar de positie die in het bericht is vermeld.

Bijlage 2. Behorende bij artikel 6 van de Regeling seinen luchtvaart BES

Serie

Seinen te geven door het onderscheppende luchtvaartuig

Betekenis

Antwoord van het onderschepte luchtvaartuig

Betekenis

1.

DAG of NACHT: Schommelen rond de langsas van het luchtvaartuig en knipperen met de navigatielichten met onregelmatige tussenpozen (en landingslichten bij een helikopter), in een positie vóór, iets hoger dan en gewoonlijk links van het onderschepte luchtvaartuig (of rechts bij een helikopter); na bevestiging gevolgd door een flauwe horizontale bocht, als regel naar links (of rechts bij een helikopter) naar de gewenste richting.

Opmerking 1: de weersomstandigheden of het terrein kunnen het onderscheppende luchtvaartuig dwingen de posities en de richting als aangegeven in serie 1 om te keren.

Opmerking 2: wanneer het onderschepte luchtvaartuig geen gelijke tred kan houden met het onderscheppende luchtvaartuig, mag van het laatste worden verwacht dat het een aantal vliegpatronen zal vliegen, bestaande uit twee halve cirkels waarvan de uiteinden zijn verbonden met twee parallelle lijnen in hetzelfde horizontale vlak en elke keer dat het onderschepte luchtvaartuig wordt gepasseerd het luchtvaartuig schommelt.

U bent onderschept.

Volg mij.

DAG of NACHT:

Schommelen rond de langsas van het luchtvaartuig, knipperen met de navigatielichten met onregelmatige tussenpozen en volgen.

Begrepen, voldoe aan opdracht.

2.

DAG of NACHT: Plotseling wegdraaien vanaf het onderschepte luchtvaartuig met een stijgende bocht van 90° of meer, zonder de koerslijn van het onderschepte luchtvaartuig te kruisen.

U kunt doorgaan.

DAG of NACHT: Schommelen rond de langsas van het luchtvaartuig.

Begrepen, voldoe aan opdracht.

3.

DAG of NACHT: Het landingsgestel neerlaten (indien mogelijk), ononderbroken landingslichten tonen, de in gebruik zijnde baan overvliegen of, als het onderschepte luchtvaartuig een helikopter is, over het helikopterlandingsterrein vliegen.

Wanneer helikopters elkaar onderscheppen, maakt de onderscheppende helikopter een landingsnadering en blijft in de buurt van het landingsgebied vliegen.

Land op dit lucht- vaartterrein.

DAG of NACHT: Het landingsgestel neerlaten (indien mogelijk), ononderbroken landingslichten tonen terwijl het onderscheppende luchtvaartuig wordt gevolgd en wanneer, na het overvliegen van de in gebruik zijnde baan of het helikopterlandingsterrein, het landingsterrein veilig wordt geacht, doorgaan om te landen.

Begrepen, voldoe aan opdracht.

4.

DAG of NACHT: Het landingsgestel intrekken (indien mogelijk) en knipperen met de landingslichten tijdens het vliegen over de in gebruik zijnde baan of het helikopterlandingsterrein op een hoogte, groter dan 300 m (1000 voet), maar lager dan 600 m (2000 voet), bij een helikopter op een hoogte, groter dan 50 m (170 voet), maar lager dan 100 m (330 voet), boven luchtvaartterreinhoogte, en doorgaan met cirkelen boven de in gebruik zijnde baan of boven het landingsterrein. Als het niet mogelijk is met de landingslichten te knipperen, gebruik dan andere beschikbare lichten.

Het luchtvaartterrein dat u hebt aangewezen is ongeschikt.

Als het gewenst is dat het onderschepte luchtvaartuig het onderscheppende luchtvaartuig volgt naar een uitwijkhaven, trekt het onderscheppende luchtvaartuig het landings-gestel in (indien mogelijk) en gebruikt de serie 1 seinen voor onderscheppende luchtvaartuigen. Als besloten is om het onderschepte luchtvaartuig vrij te laten, gebruikt het onderscheppende luchtvaartuig de serie 2 seinen voor onderscheppende luchtvaartuigen.

Begrepen, volg mij. Begrepen, u kunt doorgaan.

5.

DAG of NACHT: regelmatig aan- en uitschakelen van alle beschikbare lichten, maar zo dat het kan worden onderscheiden van knipperlichten.

Kan niet voldoen aan opdracht.

DAG of NACHT: Gebruik de serie 2 seinen voor onderscheppende luchtvaartuigen.

Begrepen.

6.

DAG of NACHT: onregelmatig knipperen met alle beschikbare lichten.

In nood.

DAG of NACHT: Gebruik de serie 2 seinen voor onderscheppende luchtvaartuigen.

Begrepen.

Wanneer radioverbinding met het onderscheppende luchtvaartuig tot stand is gebracht maar communicatie in een gemeenschappelijke taal niet mogelijk is, worden pogingen ondernomen om essentiële informatie en bevestiging van opdrachten over te brengen door gebruikmaking van de volgende bewoordingen en uitspraken, waarbij elke bewoording twee maal wordt uitgezonden en de klemtoon op de onderstreepte delen wordt gelegd:

  • a. Door onderschepte luchtvaartuigen

    Term

    Uitspraak

    Betekenis

    Meaning

    CALL SIGN

    KOL SA-IN

    Mijn roepnaam is

    My callsign is

    WILCO

    VILL-KO

    Begrepen

    Understood

       

    Voldoe aan opdracht

    Will comply

    CANNOT

    KANN NOTT

    Kan niet voldoen aan opdracht

    Unable to comply

    REPEAT

    REE-PEET

    Herhaal uw opdracht

    Repeat your instruction

    AM LOST

    AM LOSST

    Positie onbekend

    Position unknown

    MAYDAY

    MAY DAY

    Ik ben in nood

    I am in distress

    HIJACK)

    HI-JACK

    Ik ben gekaapt

    I have been hijacked

    LAND

    LAAND

    Ik wil landen op

    I request to land at

    (place name)

    (place name)

    (plaatsnaam)

    (place name)

    DESCEND

    DEE-SEND

    Ik wil dalen

    I require descent

  • b. Door onderscheppende luchtvaartuigen

    Term

    Uitspraak

    Betekenis

    Meaning

    CALL SIGN

    KOL SA-IN

    Mijn roepnaam is

    My call sign is

    FOLLOW

    FOL-LO

    Volg mij

    Follow me

    DESCEND

    DEE-SEND

    Daal voor de landing

    Descend for landing

    YOU LAND

    YOU-LAAND

    Land op dit luchtvaartterrein

    Land at this aerodrome

    PROCEED

    PRO-SEED

    U kunt doorgaan

    You may proceed

Bijlage 3. Behorende bij artikel 9 van de Regeling seinen luchtvaart BES

De volgende grondseinen op een luchtvaartterrein hebben de daarachter vermelde betekenis:

  • a. rood vierkant bord met gele diagonalen in een seinenvierkant: verboden te landen voor onbepaalde tijd;

    Bijlage 247368.png
  • b. rood vierkant bord met één gele diagonaal in een seinenvierkant: opletten bij het landen;

    Bijlage 247369.png
  • c. witte halter in een seinenvierkant: landen, opstijgen en taxiën uitsluitend toegestaan op banen en rijbanen;

    Bijlage 247370.png
  • d. witte halter met zwarte dwarsbalken in een seinenvierkant: landen en opstijgen uitsluitend toegestaan op banen: taxiën toegestaan op en buiten rijbanen;

    Bijlage 247371.png
  • e. kruisen in een enkelvoudige kleur, liefst geel of wit, op het landingsterrein: het gedeelte binnen de kruisen in onbruikbaar;

    Bijlage 247372.png
  • f. witte of oranje landings-T: landen en opstijgen in een lijn evenwijdig aan het staande been van de T en in de richting van de voet naar de top van de T. Bij nachtelijk gebruik van het terrein wordt de landings-T verlicht of met witte lampen afgetekend;

    Bijlage 247373.png
  • g. twee cijfers tegen of in de nabijheid van de verkeerstoren: richting, waarin moet worden opgestegen, uitgedrukt in tientallen graden ten opzichte van het magnetisch Noorden, afgerond op het meest nabijkomende tiental graden;

    Bijlage 247374.png
  • h. pijl in een sprekende kleur in een seinenvierkant of aan het einde van de in gebruik zijnde baan: vóór het landen en na het opstijgen iedere bocht naar rechts maken (rechterhandluchtverkeerscircuit);

    Bijlage 247375.png
  • i. zwarte C op gele achtergrond: luchtverkeersmeldingspost;

    Bijlage 247376.png
  • j. dubbel wit kruis in het seinenvierkant: zweefvliegen vindt plaats op het luchtvaartterrein.

    Bijlage 247377.png

Bijlage 4. Behorende bij artikel 10 van de Regeling seinen luchtvaart BES

  • I. De volgende seinen worden door de seiner gegeven door middel van de daarachter vermelde parkeerseinen

    • a. Ga verder onder aanwijzing van de seiner: De seiner leidt het luchtvaartuig, indien dit noodzakelijk is.

      Bijlage 247378.png
    • b. Hier parkeren: De armen omhoog gestrekt met de handpalmen naar elkaar toe.

      Bijlage 247379.png
    • c. Ga verder naar de volgende seiner: Rechter- of linkerarm naar beneden, andere arm gekruist voor het lichaam en gestrekt in de richting van de volgende seiner.

      Bijlage 247380.png
    • d. Rechtuit rijden: De armen worden een weinig uit elkaar, met de handpalmen achterwaarts, herhaaldelijk vanaf schouderhoogte naar boven en naar achteren bewogen.

      Bijlage 247381.png
    • e. Draai naar links: De rechterarm wijst naar beneden; de linkerarm wordt herhaaldelijk van recht vooruit naar boven en naar achteren bewogen. Hoe sneller de arm wordt bewogen, hoe sneller moet worden gedraaid.

      Bijlage 247382.png
    • f. Draai naar rechts: De linkerarm wijst naar beneden; de rechterarm wordt herhaaldelijk van recht vooruit naar boven en naar achteren bewogen. Hoe sneller de arm wordt bewogen, hoe sneller moet worden gedraaid.

      Bijlage 247383.png
    • g. Stop: De gestrekte armen worden herhaaldelijk boven het hoofd gekruist. Hoe sneller de armen worden gekruist, hoe sneller moet worden gestopt.

      Bijlage 247384.png
    • h. Remmen vast: De arm en geopende hand worden horizontaal gestrekt voor het lichaam, waarna een vuist wordt gemaakt.

      Bijlage 247385.png
    • i. Remmen los: De arm en hand met gebalde vuist worden horizontaal gestrekt voor het lichaam, waarna de vuist geopend wordt.

      Bijlage 247386.png
    • j. Wielblokken worden vastgezet: De gestrekte armen worden met de handpalm naar binnen van zijwaarts naar omlaag bewogen.

      Bijlage 247387.png
    • k. Wielblokken zijn weggenomen: De gestrekte armen worden met de handpalm naar buiten van omlaag in zijwaartse richting bewogen.

      Bijlage 247388.png
    • l. Motor(en) starten: De rechterhand beschrijft een cirkel naast het hoofd, terwijl met het aantal opgestoken vingers wordt aangegeven welke motor moet worden gestart; de motoren worden aangeduid door opeenvolgende nummering, te beginnen met de buitenste linker motor, die als nummer 1 wordt aangeduid.

      Bijlage 247389.png
    • m. Motor(en) afzetten: De rechter- of linkerhand wordt, met de handpalm naar beneden, op schouderhoogte voor de keel heen en weer bewogen, terwijl de arm gebogen blijft.

      Bijlage 247390.png
    • n. Snelheid verminderen: De armen worden met de handpalmen naar beneden gericht herhaaldelijk naast het lichaam op en neer bewogen.

      Bijlage 247391.png
    • o. Snelheid van de motoren verminderen aan de aangegeven zijde: De armen worden - met de handpalmen naar de grond gericht - langs het lichaam gestrekt, waarna de linker of rechterhand op en neer wordt bewogen om aan te geven dat de linker of rechter motor(en) snelheid moet(en) minderen.

      Bijlage 247392.png
    • p. Achteruit: De gestrekte armen worden - met de handpalmen naar voren gericht - herhaaldelijk naar voren en naar boven langs het lichaam bewogen tot aan schouderhoogte.

      Bijlage 247393.png
    • q. Staart naar rechts, achteruitrijdend: De linkerarm wijst zijwaarts omlaag, terwijl de gestrekte rechterarm - met de handpalm naar voren gericht - herhaaldelijk van omhoog naar voren wordt bewogen.

      Bijlage 247394.png
    • r. Staart naar links, achteruitrijdend: De rechterarm wijst zijwaarts omlaag, terwijl de gestrekte linkerarm - met de handpalm naar voren gericht - herhaaldelijk van omhoog naar voren wordt bewogen.

      Bijlage 247395.png
    • s. Alles vrij: De rechterarm wordt opgeheven vanaf de elleboog, terwijl de duim van de rechterhand omhoog wijst.

      Bijlage 247396.png
  • II. de volgende aanwijzingen voor helikopters worden door de seiner gegeven door middel van de daarachter vermelde manoeuvreertekens

    • a. Houd positie (‘hover’): Armen horizontaal zijwaarts uitgestrekt.

      Bijlage 247397.png
    • b. Stijgen: De armen worden horizontaal zijwaarts uitgestrekt en naar boven bewogen, met de handpalmen naar boven gericht. De snelheid van de beweging geeft de stijgsnelheid aan.

      Bijlage 247398.png
    • c. Dalen: De armen worden horizontaal zijwaarts uitgestrekt en naar beneden bewogen, met de handpalmen naar beneden gericht. De snelheid van de beweging geeft de daalsnelheid aan.

      Bijlage 247400.png
    • d. Vlieg horizontaal in de aangegeven richting: De ene arm wijst zijwaarts in de vliegrichting, terwijl de andere arm herhaaldelijk in dezelfde richting voor het lichaam wordt bewogen.

      Bijlage 247401.png
    • e. Landen: De armen gekruist voor het lichaam naar beneden gestrekt.