Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wetboek van Strafvordering BES

Geldend op 01-01-2011


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 503a

    • 1. Een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht BES wordt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk twee jaren na de uitspraak van het gerecht in eerste aanleg aanhangig gemaakt. Indien het strafrechtelijk financieel onderzoek overeenkomstig het bepaalde in artikel 177g, tweede lid, is gesloten en heropend, wordt de periode van twee jaren verlengd met de tijd verlopen tussen deze sluiting en heropening.

    • 2. De officier van justitie doet bij zijn vordering de stukken waarop zij berust aan het gerecht toekomen. Artikel 284, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

    • 3. De vordering wordt aan degene op wie zij betrekking heeft betekend, onder mededeling van het recht op kennisneming van de stukken. Indien ook een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld wordt de vordering gelijktijdig met de sluiting van het strafrechtelijk financieel onderzoek aan degene tegen wie het is gericht betekend.

    • 4. De vordering behelst mede oproeping om op het daarin vermelde tijdstip ter terechtzitting te verschijnen. De artikelen 287, 289 tot en met 292 zijn van overeenkomstige toepassing.