Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wetboek van Strafvordering BES

Geldend op 01-01-2011


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 177l

    • 1. De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek bevelen dat een opsporingsambtenaar een persoon stelselmatig observeert in geval van:

      • a. verdenking van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten;

      • b. aanwijzingen van een terroristisch misdrijf.

    • 2. De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek, indien het een misdrijf in het eerste lid, onderdeel a, bedoeld betreft dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert en indien het een misdrijf als in onderdeel b bedoeld betreft, bepalen dat bij de uitoefening van de bevoegdheid een besloten plaats, niet zijnde een woning, kan worden betreden zonder toestemming van de rechthebbende.

    • 3. De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek bepalen dat bij de uitoefening van de bevoegdheid een technisch hulpmiddel kan worden aangewend, voor zover daarmee geen vertrouwelijke communicatie wordt opgenomen. Een technisch hulpmiddel wordt niet op een persoon bevestigd, tenzij met diens toestemming.

    • 4. Het bevel wordt gegeven voor een periode van ten hoogste drie maanden. De geldigheidsduur kan telkens voor een periode van drie maanden worden verlengd.

    • 5. Het bevel tot stelselmatige observatie vermeldt, behalve de gegevens bedoeld in artikel 177h, tevens:

      • a. de naam of een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de in het eerste lid bedoelde persoon;

      • b. bij toepassing van het tweede lid, de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in dat lid, zijn vervuld, alsmede de plaats die zal worden betreden.