Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wet winkelsluiting BES

Geldend van 25-01-2014 t/m heden

Wet winkelsluiting BES

Artikel 1

  • 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder «winkel» verstaan een besloten ruimte, waar of van waaruit waren in het klein, anders dan uitsluitend door middel van verkoopautomaten, aan het publiek plegen te worden verkocht.

  • 2 Bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen kan worden bepaald, dat voor de toepassing van deze wet onder «winkel» mede wordt verstaan een andere ruimte, waar een bij dat landsbesluit aan te wijzen bedrijf ten aanzien van het publiek wordt uitgeoefend.

Artikel 2

Het is verboden een winkel voor het publiek geopend te hebben:

Artikel 3

Het in het voorgaande artikel vervatte verbod geldt niet voor:

  • a. openbare apotheken voor zover het de verkoop van genees-, heel- en verbandmiddelen betreft;

  • b. koffiehuizen, ijshuizen, bierhuizen, restaurants, tapperijen en slijterijen, deze laatsten voor zover zij zich beperken tot de verkoop van sterke drank;

  • c. logementen en hotels;

  • d. winkels gevestigd in hotels en in gebouwen, behorende tot een luchthaven;

  • e. winkels voor zover de verkoop betreft van

    • 1. rouwkleding en begrafenisbenodigdheden;

    • 2. brandstof en smeermiddelen voor motoren en onderdelen voor motoren en voertuigen;

    • 3. brood, verse melk en producten van verse melk.

Artikel 4

In afwijking van het bepaalde in artikel 2 mogen winkels, waarin uitsluitend vers vlees of verse produkten van vlees en verse vis aan het publiek plegen te worden verkocht, voor wat de verkoop van die waren betreft, geopend zijn op zondag en op de feestdagen, bedoeld in artikel 23 van de Arbeidswet 2000 BES: van 6 uur tot 10 uur.

Artikel 5

In afwijking van het bepaalde in artikel 2 onder b mogen winkels op de in dat artikel bedoelde dagen in het tijdvak van 28 november tot en met 4 december en van 17 december tot en met 30 december geopend zijn tot 22 uur. Eveneens mogen zij geopend zijn op de zaterdag en op de dag voorafgaande aan een met de zondag gelijkgestelde dag tot 20 uur.

Artikel 6

Bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen kan voor een bepaalde groep van winkels gehele of gedeeltelijke ontheffing worden verleend van het in artikel 2 vervatte verbod dan wel kunnen sluitingstijden worden vastgesteld, welke afwijken van het bepaalde in artikel 2.

Artikel 7

  • 1 De Gezaghebber kan tijdelijk gehele of gedeeltelijke ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 2 of krachtens artikel 6.

  • 2 De ontheffing kan betreffen een bepaalde winkel of bepaalde winkels dan wel een bepaalde groep van winkels.

  • 3 Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.

  • 4 [vervallen]

Artikel 8

  • 1 Het is verboden gedurende de tijd, dat de winkel ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde voor het publiek gesloten moet zijn in die winkel of van die winkel uit waren aan het publiek te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren.

  • 2 Het bepaalde in het voorgaande lid is niet van toepassing tot ten hoogste een half uur na het voor die winkel geldende sluitingsuur met betrekking tot het op dat sluitingsuur in de winkel nog aanwezige publiek.

Artikel 9

Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf anders dan in een winkel of anders dan in de uitoefening van markthandel of straathandel waren aan het publiek te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren gedurende de tijd, dat de winkels, waarin dergelijke waren aan het publiek plegen te worden verkocht, ter plaatse voor het publiek gesloten moeten zijn.

Artikel 10

  • 1 Overtreding van het bepaalde in artikelen 2, 4, 5, 8 en 9 en krachtens artikel 6 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

  • 2 Overtreding van een voorwaarde verbonden aan een ingevolge artikel 7, lid 1 verleende ontheffing wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van de eerste categorie.

  • 3 De in de leden 1 en 2 strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.

Artikel 11

  • 1 Indien een in deze wet strafbaar gesteld feit wordt begaan door of vanwege een rechtspersoon, een vennootschap, enige andere vereniging van personen of een doelvermogen, wordt de strafvervolging ingesteld en worden de straffen uitgesproken

    • hetzij tegen die rechtspersoon, die vennootschap, die vereniging of dat doelvermogen,

    • hetzij tegen hen, die tot het feit opdracht hebben gegeven of die feitelijk leiding hebben gehad bij het verboden handelen of nalaten,

    • hetzij tegen beiden.

  • 2 Een in deze wet strafbaar gesteld feit wordt onder meer begaan door of vanwege een rechtspersoon, een vennootschap, een vereniging van personen of een doelvermogen, indien het begaan wordt door personen, die, hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking, hetzij uit anderen hoofde handelen in de sfeer van de rechtspersoon, de vennootschap, de vereniging of het doelvermogen, ongeacht of deze personen ieder afzonderlijk het strafbare feit hebben begaan dan wel bij hen gezamenlijk de elementen van dat feit aanwezig zijn.

  • 3 Indien een strafvervolging wordt ingesteld tegen een rechtspersoon, een vennootschap, een vereniging van personen of een doelvermogen, wordt deze tijdens de vervolging vertegenwoordigd door de bestuurder en, indien er meer bestuurders zijn, door één dezer. De vertegenwoordiger kan bij gemachtigde verschijnen. De rechter kan de persoonlijke verschijning van een bepaalde bestuurder bevelen; hij kan alsdan zijn medebrenging gelasten.

Artikel 12

De bij artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES aangewezen personen zijn belast met het opsporen van de feiten strafbaar gesteld in deze wet. Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken kan daartoe ook andere personen aanwijzen.

Artikel 13

Deze wet wordt aangehaald als: Wet winkelsluiting BES.

Artikel 14

Een besluit ter uitvoering van artikel 6, 7 of 12 van de Landsverordening Winkelsluiting, dat op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, al dan niet krachtens overgangsrecht, gelding heeft, wordt vanaf dat tijdstip geacht uitvoering te geven aan artikel 6, 7 of 12 van deze wet, totdat het bevoegdelijk is vervangen door een ander besluit of ingetrokken.