KruimelpadGeldend op 18-12-2010
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat met de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba is overeengekomen dat zij een staatsrechtelijke positie krijgen binnen het Nederlandse staatsbestel en het in verband hiermee wenselijk is wetten en de Nederlands-Antilliaanse regelingen, die ingevolge de Invoeringswet BES als wet van toepassing blijven in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, aan te passen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Assurantiebemiddelaars die ten tijde van de inwerkingtreding van artikel 6.2 waren ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 4 van de Landsverordening Assurantiebemiddelingsbedrijf, worden, indien zij op dat moment kantoor hielden op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, van rechtswege ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 4 van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf BES.
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3 van kracht zijnde inbewaringneming op grond van artikel 5 van de Landsverordening meldingsplicht grensoverschrijdende geldtransporten, blijft van kracht totdat zij overeenkomstig artikel 5 van de Wet grensoverschrijdende geldtransporten BES is geëindigd. Als tijdstip waarop de termijn van inbewaringneming voor de toepassing van die wet is aangevangen, geldt het tijdstip waarop de inbewaringneming feitelijk is aangevangen.
Artikel 7 van de Wet identificatie bij dienstverlening BES is van overeenkomstige toepassing op gegevens die voor inwerkingtreding van artikel 6.4 zijn vastgelegd ter voldoening aan artikel 6 van de Landsverordening identificatie bij financiële dienstverlening.
De Wet melding ongebruikelijke transacties BES is van overeenkomstige toepassing op ongebruikelijke transacties als bedoeld in artikel 11 van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties, ten aanzien waarvan ten tijde van de inwerkingtreding van artikel 6.5 nog niet aan de in artikel 11 van die landsverordening bedoelde meldingsplicht is voldaan.
1. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen met het oog op een goede invoering van de in de artikelen 6.2 tot en met 6.11 genoemde wetten aanvullende regels van overgangsrecht worden gesteld.
2. Bij een regeling als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat artikel 6, eerste lid, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba niet van toepassing is op beslissingen van de Bank van de Nederlandse Antillen die betrekking hebben op activiteiten die voorafgaande aan het van toepassing worden in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba van een in de artikelen 6.2, 6.3, 6.4 of 6.5 tot en met 6.11 genoemde wet hoofdzakelijk of uitsluitend in of vanuit Curaçao of Sint Maarten plaatsvonden.
TWK Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan bij ministeriële regeling de bedragen genoemd in:
a. artikel 7, eerste lid, 7a, eerste lid, en derde lid, onderdeel e, 26, eerste en vierde lid, van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES,
b. artikel 11, eerste en derde lid, 12, eerste, tweede en derde lid, en 29, eerste en vierde lid, van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES,
d. artikel 5, negende lid, van de Wet ongevallenverzekering BES,
eenmalig aanpassen met ingang van de transitiedatum, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Werkt terug tot het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan bij ministeriële regeling de bedragen genoemd in:
a. artikel 7, eerste lid, 7a, eerste lid, en derde lid, onderdeel e, 26, eerste en vierde lid, van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES,
b. artikel 11, eerste en derde lid, 12, eerste, tweede en derde lid, en 29, eerste en vierde lid, van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES,
c. artikel 9, eerste lid, van de Wet minimumlonen BES, en
d. artikel 5, negende lid, van de Wet ongevallenverzekering BES,
eenmalig aanpassen met ingang van de transitiedatum, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of 1 januari van het daaropvolgende kalenderjaar.
TWK Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
1. Dit artikel is van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en verstaat onder:
a. tijdstip van transitie: het tijdstip bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
b. het tijdstip van inwerkingtreding: het tijdstip waarop de artikelen 11.18, 11.21, 11.22, 11.28 en 11.32 van de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treden;
c. overgangsperiode: de periode vanaf het tijdstip van transitie tot het tijdstip van inwerkingtreding.
2. Tijdens de overgangsperiode worden de volgende wetten en daarop berustende bepalingen uitgevoerd door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid:
a. de Cessantiawet BES;
d. de Wet ongevallenverzekering BES, met uitzondering van de bepalingen inzake geneeskundige behandeling en verpleging;
e. de Wet ziekteverzekering BES, met uitzondering van de bepalingen inzake geneeskundige behandeling en verpleging.
3. Voor de toepassing van het tweede lid worden in de in dat lid genoemde wetten tijdens de overgangsperiode voor «de Minister van Arbeid en Sociale Zaken» respectievelijk «de Sociale Verzekeringsbank» gelezen «Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid».
4. Indien noodzakelijk voor een goede uitvoering van de in het tweede lid genoemde wetten tijdens de overgangsperiode, wordt de tekst daarvan gelezen in het licht van de tekst van die wetten zoals die komt te luiden na het tijdstip van inwerkingtreding. De toepassing van de eerste zin leidt niet tot een uitkomst ten nadele van de belanghebbende.
5. Bij ministeriele regeling kunnen nadere regels worden gesteld.
Werkt terug tot het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Het artikel is nieuw toegevoegd.
TWK Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
[Wijzigt de Waterstaatswet 1900.]
Werkt terug tot het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
TWK Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
[Wijzigt de Waterwet.]
Werkt terug tot het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Maatregelen die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 5.32 van de Waterwet van kracht zijn ingevolge artikel 72a van de Waterstaatswet 1900 worden, zolang zij nog niet volledig ten uitvoer zijn gelegd, gelijkgesteld met maatregelen krachtens artikel 5.32 van de Waterwet.
1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. De artikelen 8.6a, 8.64, onderdelen III0B, QQQQQA, AAAAAAC, AAAAAAE, AAAAAAF, WWWWWWWA en 13.2, onderdeel CA, treden in werking uiterlijk één jaar nadat één of meer artikelen van deze wet in werking zijn getreden.
3. De artikelen 2.3a, 8.6b, 8.20, onderdelen Ca, DDa, DDb, EEa en FFa, 8.64, onderdelen AAAAAAB, AAAAAAD en CCCCCCCA, en 13.2, onderdeel CB, treden in werking uiterlijk twee jaar nadat één of meer artikelen van deze wet in werking zijn getreden.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Beatrix
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
A. Th. B. Bijleveld-Schouten
De Minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin