Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Geldend van 01-08-2014 t/m heden

Wet van 17 mei 2010 tot aanpassing van wetten in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen Nederland (Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat met de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba is overeengekomen dat zij een staatsrechtelijke positie krijgen binnen het Nederlandse staatsbestel en het in verband hiermee wenselijk is wetten en de Nederlands-Antilliaanse regelingen, die ingevolge de Invoeringswet BES als wet van toepassing blijven in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, aan te passen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 2. Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

§ 1. Aanpassingen van Nederlandse wetgeving

Artikel 2.3a

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

§ 2. Aanpassingen van wetgeving van Nederlands-Antilliaanse oorsprong

§ 2.1. Rechtspositie ambtenaren

Hoofdstuk 5. Minister van Economische Zaken

§ 2. Aanpassingen van wetgeving van Nederlands-Antilliaanse oorsprong

Hoofdstuk 6. Minister van Financiën

§ 2. Aanpassingen van wetgeving van Nederlands-Antilliaanse oorsprong

§ 3. Aanvullende overgangsbepalingen

Artikel 6.12

Assurantiebemiddelaars die ten tijde van de inwerkingtreding van artikel 6.2 waren ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 4 van de Landsverordening Assurantiebemiddelingsbedrijf, worden, indien zij op dat moment kantoor hielden op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, van rechtswege ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 4 van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf BES.

Artikel 6.13

Een op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3 van kracht zijnde inbewaringneming op grond van artikel 5 van de Landsverordening meldingsplicht grensoverschrijdende geldtransporten, blijft van kracht totdat zij overeenkomstig artikel 5 van de Wet grensoverschrijdende geldtransporten BES is geëindigd. Als tijdstip waarop de termijn van inbewaringneming voor de toepassing van die wet is aangevangen, geldt het tijdstip waarop de inbewaringneming feitelijk is aangevangen.

Artikel 6.14

Artikel 7 van de Wet identificatie bij dienstverlening BES is van overeenkomstige toepassing op gegevens die voor inwerkingtreding van artikel 6.4 zijn vastgelegd ter voldoening aan artikel 6 van de Landsverordening identificatie bij financiële dienstverlening.

Artikel 6.15

De Wet melding ongebruikelijke transacties BES is van overeenkomstige toepassing op ongebruikelijke transacties als bedoeld in artikel 11 van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties, ten aanzien waarvan ten tijde van de inwerkingtreding van artikel 6.5 nog niet aan de in artikel 11 van die landsverordening bedoelde meldingsplicht is voldaan.

Artikel 6.16

  • 1 Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen met het oog op een goede invoering van de in de artikelen 6.2 tot en met 6.11 genoemde wetten aanvullende regels van overgangsrecht worden gesteld.

Hoofdstuk 8. Minister van Justitie

§ 1. Aanpassingen van Nederlandse wetgeving

§ 1.3. Strafrecht

Artikel 8.9

[Red: Wijzigt de Wet tot instelling van het Internationaal Tribunaal voor vervolging van personen aansprakelijk voor ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië 1991.]

Artikel 8.10

[Red: Wijzigt de Instellingswet Internationaal Tribunaal voor de vervolging van personen aansprakelijk voor genocide en andere ernstige schendingen begaan op het grondgebied van Rwanda.]

§ 2. Aanpassingen van wetgeving van Nederlands-Antilliaanse oorsprong

§ 2.1. Privaatrecht

Artikel 8.38

[Red: Wijzigt de Uitvoeringswet van het tussen Nederland en Groot-Britannië gesloten verdrag, houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen BES.]

Artikel 8.40

[Red: Wijzigt de Uitvoeringswet van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijk beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken BES.]

Artikel 8.41

[Red: Wijzigt de Uitvoeringswet van de Europese Overeenkomst nopens het verstrekken van inlichtingen over buitenlands recht BES.]

§ 2.2. Staats- en bestuursrecht

Artikel 8.51

[Red: Wijzigt de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES.]

§ 2.3. Strafrecht

Hoofdstuk 10. Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

§ 1. Aanpassingen van Nederlandse wetgeving

Artikel 10.3

[Red: Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2013/253.]

[Red: Wijzigt de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.]

§ 2. Aanpassingen van wetgeving van Nederlands-Antilliaanse oorsprong

Hoofdstuk 11. Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

§ 1. Aanpassingen van Nederlandse wetgeving

Artikel 11.8

[Red: Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.]

Artikel 11.9

[Red: Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.]

§ 2. Aanpassingen van wetgeving van Nederlands-Antilliaanse oorsprong

§ 3. Actualisering bedragen op transitiedatum

Artikel 11.34

  • 3 Voor de toepassing van het tweede lid worden in de in dat lid genoemde wetten tijdens de overgangsperiode voor «de Minister van Arbeid en Sociale Zaken» respectievelijk «de Sociale Verzekeringsbank» gelezen «Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid».

  • 4 Indien noodzakelijk voor een goede uitvoering van de in het tweede lid genoemde wetten tijdens de overgangsperiode, wordt de tekst daarvan gelezen in het licht van de tekst van die wetten zoals die komt te luiden na het tijdstip van inwerkingtreding. De toepassing van de eerste zin leidt niet tot een uitkomst ten nadele van de belanghebbende.

  • 5 Bij ministeriele regeling kunnen nadere regels worden gesteld.

Hoofdstuk 12. Minister van Verkeer en Waterstaat

§ 1. Aanpassing Nederlandse wetten

§ 1.1. Scheepvaart

§ 2. Aanpassingen van wetgeving van Nederlands-Antilliaanse oorsprong

§ 2.1. Scheepvaart

§ 2.3. Wegverkeer

Artikel 12.22

[Red: Wijzigt de Wet van 20 april 1932, houdende enige regelingen van burgerrechtelijke aard bij botsing, aan- of overrijding met motorrijtuigen en houdende regeling van de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen BES.]

Hoofdstuk 13. Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

§ 2. Aanpassingen van wetgeving van Nederlands-Antilliaanse oorsprong

Hoofdstuk 14. Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Hoofdstuk 16. Slotbepalingen

Artikel 16.1

  • 1 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld waarbij aan de inwerkingtreding van artikelen of onderdelen daarvan uit hoofdstuk 10 terugwerkende kracht kan worden verleend tot en met 1 januari 2011.

Artikel 16.2

De teksten van de wetten die in paragraaf 2 van de verschillende hoofdstukken van deze wet zijn gewijzigd worden in het Staatsblad geplaatst.

Artikel 16.3

Deze wet wordt aangehaald als: Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage, 17 mei 2010

Beatrix

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten

Uitgegeven de eerste september 2010

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Terug naar begin van de pagina