Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verordening subsidieverstrekking (PPE) 2010[Regeling vervallen per 01-01-2015.]

Geldend van 01-08-2010 t/m 31-12-2014

Verordening van het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren van 10 juni 2010 tot het verstrekken van subsidies voor activiteiten op terreinen die tot de taak van het productschap worden gerekend (Verordening subsidieverstrekking (PPE) 2010)

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2015]

In de verordening wordt verstaan onder:

a.

productschap

:

het Productschap Pluimvee en Eieren;

b.

bestuur

:

het bestuur van het productschap;

c.

project

:

een nauw omschreven (onderzoeks)activiteit van een aanvrager met een specifieke doelstelling, passend binnen de doelstelling van het productschap;

d.

subsidie

:

de aanspraak op financiële middelen, door een productschap verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan de betaling voor aan het productschap geleverde goederen of diensten;

e.

projectsubsidie

:

een subsidie voor een activiteit die naar haar aard een eenmalig karakter heeft;

f.

budgetsubsidie

:

een voor een bepaald kalenderjaar te verstrekken subsidie die rechtstreeks is gerelateerd aan een bepaald niveau van prestaties of activiteiten;

g.

exploitatiesubsidie

:

een voor een bepaald kalenderjaar te verstrekken subsidie ter dekking van het exploitatietekort van de subsidieontvanger;

h.

aanvrager

:

de organisatie die het productschap verzoek om een subsidie voor een project;

i.

voorschot

:

een gedeelte van het bedrag aan verleende subsidie, dat wordt betaald aan de subsidieontvanger voordat de beschikking tot vaststelling van de subsidie is genomen;

j.

begroting

:

de door het bestuur vastgestelde en door de Sociaal-Economische Raad goedgekeurde begroting van inkomsten en uitgaven van het productschap, voor een bepaald jaar;

k.

subsidieplafond

:

bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Deze verordening is van toepassing op alle door het productschap te verstrekken subsidies.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het bestuur stelt jaarlijks in het kader van de begrotingsbehandeling de budgetten vast die voor subsidiëring beschikbaar zijn.

  • 2 Het bestuur kan jaarlijks in de begroting voor met name genoemde rechtspersonen een subsidieplafond opnemen.

  • 3 Het bestuur kan jaarlijks een subsidieplafond instellen voor bepaalde subsidies, dan wel soorten van subsidies, onder vermelding van de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Subsidies worden slechts verstrekt voor zover in de begroting daarvoor de benodigde gelden ter beschikking zijn gesteld.

  • 2 Indien de subsidie ten laste komt van een begroting die nog niet is vastgesteld, kan zij worden verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

  • 3 Budget- en exploitatiesubsidies worden slechts verstrekt aan rechtspersonen met volledige rechtspersoonlijkheid.

  • 4 Het bestuur is bevoegd tot het nemen van besluiten omtrent subsidies.

§ 2. De subsidieaanvraag [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Een aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk bij het bestuur ingediend vóór 15 augustus van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt gevraagd.

  • 2 In afwijking van het eerste lid wordt een aanvraag om een projectsubsidie schriftelijk bij het bestuur ingediend uiterlijk drie weken voordat wordt gestart met de activiteit.

  • 3 Een aanvraag om subsidie wordt ten genoegen van het bestuur voldoende gemotiveerd en bevat ten minste het doel en een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, alsmede een uitgewerkte financiële onderbouwing.

  • 4 Bij een eerste subsidieaanvraag legt de aanvrager, voor zover zijnde een rechtspersoon, tevens over:

    • a. een afschrift van de oprichtingsakte, de statuten en de reglementen;

    • b. een beschrijving van de organisatievorm;

    • c. een actuele opgave van de bestuurssamenstelling;

    • d. de balans van het voorafgaande jaar met toelichting.

  • 5 Bij de indiening van de aanvraag voor een budget- of exploitatiesubsidie dient in ieder geval overgelegd te worden een activiteitenplan en een begroting omvattende een overzicht van alle voor het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt gevraagd geraamde inkomsten en uitgaven, voor zover betrekking hebbend op de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 6 Bij een eerste aanvraag voor een budget- of exploitatiesubsidie wordt tevens overgelegd de laatst opgemaakte jaarrekening dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop of, indien deze bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag. De bescheiden zijn voorzien van een van een accountant afkomstige schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid onderscheidenlijk van en mededeling, inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken.

  • 7 De aanvraag om subsidie vermeldt alle voor toekenning van de subsidie relevante gegevens en wordt naar waarheid ingevuld en ondertekend door een daartoe bevoegd persoon.

§ 3. Subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Subsidie wordt slechts verleend voor activiteiten ter bevordering van de sociaal-economische ontwikkeling van de sectoren waarvoor het productschap is ingesteld.

  • 2 Gelet op het eerste lid kan subsidie onder meer worden verleend voor activiteiten in het kader van de gemeenschappelijke ondersteuning van de sectoren waarvoor het productschap is ingesteld, waaronder onderzoek, ontwikkeling, voorlichting en promotie op het gebied van het algemeen belang dienende doelen.

  • 3 Subsidie wordt voorts slechts verleend indien:

    • a. het gezien de ontwikkelingen in de pluimvee- en eierensector of maatschappelijke ontwikkelingen in het algemeen, wenselijk is de te subsidiëren activiteiten op het geplande moment uit te voeren;

    • b. van het bedrijfsleven niet goed kan worden verwacht de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd zelf te financieren;

    • c. de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet of niet goed door het productschap kunnen worden uitgevoerd;

    • d. de activiteiten in beginsel ten goede komen aan alle ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld of die behoren tot een bepaalde sector binnen zijn werkingssfeer en de daarbij betrokken personen;

    • e. de te subsidiëren activiteiten doelmatig en doeltreffende worden uitgevoerd en de kosten in verhouding staan tot de baten.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:

    • a. de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd ten tijde van de aanvraag reeds zijn gestart of reeds zijn gestaakt dan wel reeds zijn afgrond;

    • b. de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;

    • c. de aanvrager niet zal voldoen aan de aan een subsidie verbonden verplichtingen;

    • d. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;

    • e. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;

    • f. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende middelen kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;

    • g. de activiteiten niet passen binnen het beleid van het productschap;

    • h. niet wordt of zal worden voldaan aan de bepalingen als gesteld in deze verordening.

  • 2 De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd indien de aanvrager:

    • a. in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of

    • b. failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;

    • c. achterstallige vorderingen van het productschap op de aanvrager niet zijn voldaan.

§ 4. Verplichtingen voor de subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De subsidieontvanger kan verplichtingen worden opgelegd met betrekking tot:

    • a. de aard en de omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;

    • b. de administratie van de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten;

    • c. de te verzekeren risico's;

    • d. het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten;

    • e. het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden benodigd voor het vaststellen van de subsidie;

    • f. het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van belang zijn;

    • g. het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden.

  • 2 De subsidieontvanger kan andere verplichtingen worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, met betrekking tot onder meer:

    • a. de manier waarop het productschap betrokken is bij het verloop van de te subsidiëren activiteiten;

    • b. de wijze van rapportage;

    • c. de termijn waarbinnen de te subsidiëren activiteiten moeten zijn afgerond.

  • 3 De subsidieontvanger kan bij de subsidieverlening ook overige verplichtingen worden opgelegd met betrekking tot onder meer:

    • a. de bekendmaking van de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten;

    • b. de intellectuele eigendom van de in het kader van de gesubsidieerde activiteiten voortgebrachte werken;

    • c. het gebruik van de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten;

    • d. de keuze van de instelling die de te subsidiëren activiteiten uitvoert;

    • e. de evaluatie van de gesubsidieerde activiteiten.

§ 5. Voorschotverlening [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het bestuur kan de subsidieontvanger op verzoek voorschotten verlenen.

  • 2 Een voorschot wordt slechts verleend als:

    • a. de aanvrager het voorschot vraagt om aan concrete betalingsverplichtingen voor de uitvoering van de gesubsidieerde activiteit te voldoen;

    • b. wordt voldaan aan de in de beschikking tot subsidieverlening gestelde voorwaarden.

  • 3 Een voorschot bedraagt ten hoogste 80% van het bedrag aan verleende subsidie.

  • 4 In afwijking van het bepaalde in het derde lid kan een voorschot van 100% op de verleende subsidie worden verstrekt, indien de subsidieontvanger ten genoegen van het bestuur kan aantonen dat de uitvoering van de te subsidiëren activiteit geen doorgang kan vinden wegens het ontbreken van voldoende financiële middelen bij de subsidieontvanger.

  • 5 Voorschotten kunnen in termijnen worden verleend.

§ 6. Subsidievaststelling [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Aanvragen om subsidievaststelling worden schriftelijk en gemotiveerd bij het productschap ingediend.

  • 2 Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven wordt daarin de termijn aangegeven waarbinnen een aanvraag om subsidievaststelling, vergezeld van de daartoe van belang zijnde stukken en bescheiden, dient te worden ingediend.

  • 3 Indien aan een rechtspersoon voor een bepaald kalenderjaar subsidie is verleend wordt de aanvraag om subsidievaststelling binnen twee maanden na afloop van het kalenderjaar bij het bestuur ingediend.

  • 4 Bij de aanvraag tot subsidievaststelling wordt rekening en verantwoording afgelegd omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven wordt de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vastgesteld.

  • 2 De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:

    • a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;

    • b. de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

    • c. de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of

    • d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.

  • 3 Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.

  • 4 Indien geen aanvraag om subsidievaststelling is ingediend kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld.

  • 5 Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven zijn op de subsidievaststelling de bepalingen van de artikelen 6 en 7 van overeenkomstige toepassing.

§ 7. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2015]

Het bestuur kan nadere voorwaarden stellen bij de verstrekking van subsidie.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2015]

In afwijking van artikel 2, eerste lid, blijft het bepaalde in deze verordening buiten toepassing in gevallen waarin de subsidie in een specifieke verordening is geregeld.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening subsidieverstrekking (PPE) 2010.

  • 2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.

Zoetermeer, 10 juni 2010

J.T. Wolleswinkel

plv. voorzitter

B.M. Dellaert

secretaris