Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling investeringsaftrek marginale gasvoorkomens Nederlands continentaal plat

Geldend van 16-09-2010 t/m heden

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 5 augustus 2010, nr. WJZ/10119042, houdende regels met betrekking tot de investeringsaftrek voor investeringen in marginale gasvoorkomens op het Nederlands continentaal plat (Regeling investeringsaftrek marginale gasvoorkomens Nederlands continentaal plat)

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikelen 68a, eerste lid, 68b en 123, tweede lid, van de Mijnbouwwet;

Besluit:

Artikel 1

  • 1 Om te kunnen worden aangewezen als voorkomen van gas als bedoeld in artikel 68a, eerste lid, van de Mijnbouwwet, dient het voorkomen te voldoen aan de volgende voorwaarde:

    Q< Qdrempel

    waarbij:

    Q: de verwachte waarde voor de putproductiviteit,

    Q drempel : de drempelwaarde voor de putproductiviteit,

    en waarbij:

    putproductiviteit: de initiële productie van gas in 106 m3 per dag bij 0°C en 101,325 kPa van een verticale niet-gestimuleerde put tegen de druk van de bestaande in het ontwikkelingsplan voorziene exportpijpleiding.

  • 2 De drempelwaarde voor de putproductiviteit als bedoeld in het eerste lid wordt berekend als volgt:

    als A ≤ 1 km: Qdrempel = 1,2 . V–0,66

    als A > 1 km: Qdrempel = 1,2 . V–0,66 . A0,15

    waarbij:

    V: het technisch winbare volume van gas in 109 m3 bij 0°C en 101,325 kPa uitgedrukt in Gronings aardgasequivalent en gebaseerd op het ontwikkelingsplan voor het voorkomen,

    A: de kortste transportafstand in kilometers van de voorgenomen platform- of subsealocatie tot een aansluitpunt op een platform, waarbij rekening wordt gehouden met de inpasbaarheid van het gas wat betreft capaciteit en gassamenstelling.

Artikel 2

  • 1 Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 68a, eerste lid, van de Mijnbouwwet dient de aanvrager:

    • a. zo nauwkeurig mogelijk de locatie aan te geven van het voorkomen van gas waar de aanvraag op betrekking heeft en

    • b. de gegevens en inlichtingen te verschaffen die de Minister van Economische Zaken nodig heeft om te kunnen vaststellen of het voorkomen voldoet aan de regels voor de aanwijzing als voorkomen van gas als bedoeld in artikel 68a, eerste lid, van de Mijnbouwwet.

  • 2 Alvorens een besluit tot aanwijzing van een voorkomen als voorkomen van gas te nemen, vraagt de minister ter zake advies aan TNO Bouw en Ondergrond, AdviesGroep Economisch Zaken.

Artikel 3

Onverminderd artikel 68a, eerste en vijfde lid, van de Mijnbouwwet worden onder bedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 68a, eerste lid, van de Mijnbouwwet verstaan putten, platforms en pijpleidingen, waaronder mede worden gerekend daaraan verwante of daarbij behorende installaties.

Artikel 4

De houder of, ingeval van medehouderschap, ieder van de medehouders van de vergunning dient bij de winst- en verliesrekening, bedoeld in artikel 66, eerste lid, van de Mijnbouwwet een accountantsverklaring te overleggen inhoudende dat het bedrag van de investering in het bedrijfsmiddel waarop de investeringsaftrek wordt toegepast, door de houder of medehouder in het desbetreffende boekjaar is betaald en is toe te rekenen aan het desbetreffende bedrijfsmiddel.

Artikel 5

  • 2 De in het eerste lid bedoelde termijn kan op aanvraag van de houder van de vergunning eenmalig met ten hoogste twee jaar worden verlengd indien de vergunninghouder door overmacht niet aan het eerste lid kan voldoen en aannemelijk maakt dat binnen de nieuwe termijn alsnog daaraan wordt voldaan.

  • 3 Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid wordt uiterlijk zes weken voor het aflopen van de in het eerste lid bedoelde termijn ingediend.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van 16 september 2010.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling investeringsaftrek marginale gasvoorkomens Nederlands continentaal plat.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 5 augustus 2010

De

Minister

van Economische Zaken,

M.J.A. van der Hoeven