Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Belastingverdrag Nederland – Vietnam, uitleg woorden ,,all or virtually all’’

Geldend van 28-11-1995 t/m heden

Belastingverdrag Nederland – Vietnam, uitleg woorden ,,all or virtually all’’

De Directeur-Generaal voor Fiscale Zaken heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Mij heeft een aantal vragen bereikt over de betekenis van de woorden "all or virtually all" in art. 13, vierde lid, van het op 24 januari 1995 ondertekende belastingverdrag met Vietnam. Ik heb hierop het volgende geantwoord. Art. 13, vierde lid, is op uitdrukkelijk verzoek van Vietnam in het verdrag opgenomen. Vietnam beoogde daarmee te voorkomen dat in Nederland woonachtige of gevestigde beleggers belastbaarheid van vervreemdingswinst op in Vietnam gelegen onroerende zaken zouden weten te vermijden door de onroerende zaken niet rechtstreeks aan te houden, maar via een in Vietnam gevestigd lichaam (niet zijnde een ter beurze genoteerd lichaam), en de aandelen in dat lichaam te vervreemden. Gegeven die doelstelling is aanvankelijk door Nederland voorgesteld om de reikwijdte van de bepaling te beperken tot die situaties waarin alle aandelen van een "onroerend-goed lichaam" in handen waren van een inwoner van Nederland. Hoewel de Vietnamezen aangaven dat dat inderdaad de situaties waren die zij op het oog hadden, vonden ze de door Nederland voorgestelde beperking toch te ver gaan, omdat zij meenden dat die bepaling dan te gemakkelijk zou zijn te ontgaan door slechts enkele aandelen bij een derde te plaatsen, of geen toepassing zou kunnen vinden indien bijvoorbeeld een beperkt aantal aandelen verloren zou gaan. Tegen die achtergrond dient de formulering "all or virtually all" als een zeer beperkte marge gevende bepaling te worden geïnterpreteerd. In het kader van een overall compromis is uiteindelijk met deze bepaling ingestemd, zonder dat met de Vietnamezen expliciet een bepaald percentage is overeengekomen. In het licht van het voorgaande acht ik vanuit dezerzijdse optiek een marge van 5% verdedigbaar. Dat wil zeggen dat het heffingsrecht over de vervreemdingswinst op aandelen in de in art. 13, vierde lid bedoelde lichamen aan Vietnam toekomt, indien de inwoner van Nederland 95% of meer van de aandelen in dat lichaam bezit.