Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vennootschapsbelasting, juridische fusie, algemene toestemming aan de inspecteur [...] verzoeken om toepassing van artikel 14b, derde lid, Wet Vpb[Regeling vervallen per 11-07-2014 met terugwerkende kracht tot en met 30-06-2014.]

Geldend van 25-02-2002 t/m 29-06-2014

Vennootschapsbelasting, juridische fusie, algemene toestemming aan de inspecteur voor de afdoening van verzoeken om toepassing van artikel 14b, derde lid, Wet Vpb

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Dit besluit vervangt het besluit van 19 december 2000, nr. CPP2000/3147M hetwelk een vervanging is van het besluit van 8 juli 1998, nr. DB98/1508M. De wijzigingen zijn de volgende.

  • - De algemene toestemming aan de inspecteur tot het afdoen van verzoeken juridische fusie is met een aantal situaties uitgebreid.

  • - De overige wijzigingen zijn redactioneel van aard en beogen slechts verduidelijking.

1. Algemeen [Vervallen per 11-07-2014]

1.1. Inleiding [Vervallen per 11-07-2014]

Een juridische fusie kan fiscaal geruisloos plaatsvinden als voldaan wordt aan de vereisten in het tweede lid van artikel 14b van de Wet Vpb. Deze vereisten houden in hetzelfde stelsel van winstbepaling, geen aanspraak op voorwaartse verliesverrekening en latere heffing verzekerd. Indien hieraan niet wordt voldaan, biedt het derde lid van artikel 14b de mogelijkheid de winst behaald als gevolg van het eerste lid desalniettemin buiten aanmerking te laten. Dit besluit ziet op situaties waarin niet aan de vereisten van het tweede lid wordt voldaan en begeleiding slechts op basis van het derde lid kan plaatsvinden. Voor de volledigheid merk ik op dat een fiscale begeleiding niet mogelijk is indien de juridische fusie in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.

Voor de vraag of een juridische fusie naar buitenlands recht van de faciliteit gebruik kan maken verwijs ik naar hetgeen hierover is opgemerkt in punt 2 van het toelichtende besluit 19 december 2000, nr. CPP2000/3131M. De Minister van Financiën kan, onder door hem te stellen voorwaarden, op gezamenlijk verzoek van de verdwijnende en de verkrijgende rechtsperso(o)n(en), de inspecteur toestaan de winst geheel of ten dele buiten aanmerking te laten. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Dit besluit bevat een algemene toestemming aan de inspecteur tot het namens mij afdoen van verzoeken om toepassing van artikel 14b, derde lid, van de Wet Vpb met betrekking tot juridische fusies, met uitzondering van de situaties genoemd in paragraaf 1.3.

Dit besluit bevat zowel een instructie tot de afdoening van verzoeken die onder de algemene toestemming vallen alsmede tot de afdoening van verzoeken die niet onder de algemene toestemming vallen.

1.2. Begripsbepalingen [Vervallen per 11-07-2014]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • - de Wet Vpb: de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;

  • - het toelichtende besluit: het besluit van 8 juli 1998, nr. DB98/1507M, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 19 december 2000, nr. CPP2000/3131M;

  • - de verdwijnende rechtspersoon: de verdwijnende rechtspersoon die in het kader van een juridische fusie zijn vermogensbestanddelen overdraagt;

  • - de verkrijgende rechtspersoon: de verkrijgende rechtspersoon die in het kader van een juridische fusie vermogensbestanddelen verkrijgt, eventueel op de voet van artikel 15 van de Wet Vpb verenigd met één of meer rechtspersonen;

  • - het BW: Titel 7 van Boek 2 (Rechtspersonen) van het Burgerlijk Wetboek;

  • - het fusietijdstip: het tijdstip van wanneer af de overgedragen vermogensbestanddelen worden geacht rechtstreeks voor rekening en risico van de verkrijgende rechtspersoon te komen;

  • - een fuserende rechtspersoon: de verdwijnende rechtspersoon, dan wel de verkrijgende rechtspersoon;

  • - onderneming: de vermogensbestanddelen met de daarbij eventueel behorende activiteiten van de betreffende rechtspersoon.

1.3. Omvang algemene toestemming [Vervallen per 11-07-2014]

Ik verleen de inspecteurs een algemene toestemming om namens mij te beslissen op alle verzoeken om toepassing van artikel 14b, derde lid, van de Wet Vpb, met uitzondering van de navolgende situaties:

  • a. op het fusietijdstip is voor één of meer van de fuserende rechtspersonen het Besluit winstbepaling en reserves verzekeraars 2001 van toepassing en op één of meer van de overige fuserende rechtspersonen is het Besluit winstbepaling en reserves verzekeraars 2001 niet van toepassing;

  • b. op het fusietijdstip en/of in het jaar voorafgaand aan het fusietijdstip is voor één of meer van de fuserende rechtspersonen het Besluit beleggingsinstellingen van toepassing en op één of meer van de overige fuserende rechtspersonen is het Besluit beleggingsinstellingen niet van toepassing;

  • c. een fuserende rechtspersoon heeft een andere rechtsvorm dan een naar Nederlands recht opgerichte naamloze vennootschap, besloten vennootschap, coöperatie, vereniging op coöperatieve grondslag of stichting, die met haar gehele vermogen belastingplichtig is;

  • d. de inspecteur is van mening dat het verzoek

    • 1. slechts kan worden ingewilligd onder het stellen van één of meer andere voorwaarden dan opgenomen in het besluit van 8 juli 1998, nr. DB98/1507M, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 19 december 2000, nr. CPP2000/3131M en de aanvullende voorwaarde(n) zoals opgenomen in paragraaf 2.1.1, 2.1.2 en 2.1.3 van dit besluit;

    • 2. moet worden afgewezen om een andere reden dan in dit besluit of in het toelichtende besluit is opgenomen, waarbij niet is voldaan aan de in de wet gestelde eisen of waarbij de heffing en invordering onvoldoende zijn verzekerd.

    Zie verder onderdeel 3 voor de behandeling van verzoeken die niet vallen onder deze algemene toestemming.

1.4. Afdoeningstermijn [Vervallen per 11-07-2014]

Beschikkingen dienen in beginsel binnen acht weken na ontvangst van het verzoek te worden afgegeven. Indien een beschikking niet binnen deze termijn kan worden afgegeven, stelt de inspecteur op grond van het bepaalde in artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.

1.5. Juridische fusie en fiscale eenheid [Vervallen per 11-07-2014]

Indien een verdwijnende rechtspersoon tot een fiscale eenheid behoort, leidt de juridische fusie in beginsel tot verbreking van de fiscale eenheid met terugwerkende kracht naar het begin van het boekjaar. De juridische fusie vindt daardoor plaats buiten fiscale eenheid. In deze situatie kan de juridische fusie derhalve volgens de instructies van dit besluit worden afgehandeld.

In het toelichtende besluit van 8 juli 1998, nr. DB98/1507M, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 19 december 2000, nr. CPP2000/3131M, worden voorts nog een aantal situaties genoemd, zoals bijv. de juridische fusie binnen fiscale eenheid, waarvoor afzonderlijke regelingen gelden. Zie in dit verband paragraaf 6 van het desbetreffende besluit.

1.6. Indiening/doorzending verzoeken [Vervallen per 11-07-2014]

De fuserende rechtspersonen moeten hun verzoek om toepassing van artikel 14b, derde lid, van de Wet Vpb vóór de civielrechtelijke juridische fusie schriftelijk indienen bij de inspecteur die belast is met de aanslagregeling voor de vennootschapsbelasting van de verdwijnende rechtspersoon. In het verzoek wordt aangegeven om welke reden artikel 14b, tweede lid, Wet Vpb niet van toepassing is. De inspecteur beoordeelt of hij het verzoek op grond van de in paragraaf 1.3 gegeven toestemming kan afdoen. Is dat niet het geval dan handelt hij overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.

2. Afdoening verzoeken die onder de algemene toestemming vallen [Vervallen per 11-07-2014]

In de gevallen waarin de inspecteur op grond van de algemene toestemming het verzoek zelf kan afdoen, neemt hij zijn beslissing door middel van een voor bezwaar vatbare beschikking, waarbij hij het volgende in acht neemt.

2.1. Het verzoek wordt ingewilligd [Vervallen per 11-07-2014]

Indien het verzoek wordt ingewilligd, richt de inspecteur de beschikking in conform bijlage 1, waarbij uitsluitend voorwaarden worden gesteld die overeenkomen met de voorwaarden, zoals gepubliceerd in besluit van 19 december 2000, nr. CPP2000/3131M en de aanvullende voorwaarde(n) zoals opgenomen in paragraaf 2.1.1, 2.1.2 en 2.1.3.

2.1.1. Fuserende rechtspersonen zijn beleggingsinstellingen [Vervallen per 11-07-2014]

Indien op zowel de verkrijgende rechtspersoon als op de verdwijnende rechtspersoon het Besluit beleggingsinstellingen van toepassing is, neemt de inspecteur de volgende voorwaarden op:

  • 7. Eventuele over boekjaren vóór het fusietijdstip ontstane uitdelingstekorten van de verkrijgende rechtspersoon en de verdwijnende rechtspersoon worden binnen de in artikel 2, vierde lid, van het Besluit beleggingsinstellingen gestelde termijn slechts verrekend met de voor uitdeling beschikbare winst voor zover die aan de desbetreffende maatschappij kan worden toegerekend. Deze toerekening vindt plaats door de voor uitdeling beschikbare winst of het uitdelingstekort van de verkrijgende rechtspersoon en de verdwijnende rechtspersoon telkenjare te berekenen alsof die maatschappijen zelfstandig belastingplichtig waren, met dien verstande dat slechts winst aan een maatschappij kan worden toegerekend voor zover deze als zodanig bij de verkrijgende rechtspersoon tot uitdrukking komt.

  • 8. De verplicht uit te delen winst als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van de Wet Vpb van de verdwijnende rechtspersoon over het jaar dat eindigt op de dag voorafgaande aan het fusietijdstip wordt, voor zover die winst voor het fusietijdstip niet reeds is uitgedeeld, binnen 8 maanden na het fusietijdstip aan de aandeelhouders ter beschikking gesteld.

  • 9. Deze beschikking vervalt indien de verkrijgende rechtspersoon op en direct na het fusietijdstip geen beleggingsinstelling is in de zin van het Besluit beleggingsinstellingen.

2.1.2. Verkrijgende rechtspersoon is 9-1-h -coöperatie 1en verdwijnende rechtspersoon niet [Vervallen per 11-07-2014]

Indien bij de verkrijgende rechtspersoon artikel 9, eerste lid, onderdeel h (met ingang van 1 januari 2002: onderdeel g), van de Wet Vpb. van toepassing is en bij de verdwijnende, niet als moedermaatschappij in een fiscale eenheid opgenomen, rechtspersoon deze bepaling niet van toepassing is, neemt de inspecteur de volgende voorwaarde op:

2.1.3. Verkrijgende rechtspersoon is 9-1-h -coöperatie en verdwijnende rechtspersoon niet; verdwijnende rechtspersoon is tevens moeder van een fiscale eenheid [Vervallen per 11-07-2014]

Indien bij de verkrijgende rechtspersoon artikel 9, eerste lid, onderdeel h (met ingang van 1 januari 2002: onderdeel g), van de Wet Vpb. van toepassing is en bij de verdwijnende, als moedermaatschappij in een fiscale eenheid opgenomen, rechtspersoon deze bepaling niet van toepassing is, neemt de inspecteur de volgende voorwaarde op:

  • 7. Indien een verdwijnende rechtspersoon op de voet van artikel 15 van de Wet Vpb verenigd is geweest in een fiscale eenheid met een dochtermaatschappij vindt bij de verkrijgende rechtspersoon artikel 9, eerste lid, onderdeel g (tot 1 januari 2002: onderdeel h), van de Wet Vpb geen toepassing op winsten ontstaan door realisatie van stille reserves in vermogensbestanddelen, inclusief goodwill, die tijdens het bestaan van deze fiscale eenheid door de dochtermaatschappij zijn overgedragen aan de verdwijnende rechtspersoon en evenmin op winsten uit fiscale reserves welke betrekking hadden op de bedrijfsuitoefening van deze dochtermaatschappij, en wel tot ten hoogste het bedrag van de stille respectievelijk fiscale reserves op het tijdstip waarop de verdwijnende rechtspersoon in het bezit is gekomen van de aandelen in de dochtermaatschappij tot wier vermogen die stille of fiscale reserves behoorden.

2.2. Het verzoek wordt afgewezen [Vervallen per 11-07-2014]

Indien het verzoek wordt afgewezen, richt de inspecteur de beschikking in conform bijlage 2.

2.3. Het verzoek wordt ingewilligd onder het stellen van een afwijkend fusietijdstip [Vervallen per 11-07-2014]

Indien de gevraagde terugwerkende kracht op grond van het gestelde in paragraaf 4 van het toelichtende besluit niet aanvaardbaar is, doch wel aan alle overige vereisten is voldaan, willigt de inspecteur het verzoek in bij een voor bezwaar vatbare beschikking, onder het stellen van een (ander) fusietijdstip dat blijkens het toelichtende besluit wel aanvaardbaar is. Voordat hij de beschikking afgeeft, stelt hij belanghebbenden in de gelegenheid te worden gehoord.

3. Verzoeken die niet onder de algemene toestemming vallen [Vervallen per 11-07-2014]

Indien het verzoek niet valt onder de in paragraaf 1.3 van dit besluit aan de inspecteur verleende toestemming tot het afdoen van verzoeken, zendt de inspecteur het verzoek met zijn ambtsbericht ingericht overeenkomstig bijlage 3, binnen drie weken door naar Ministerie, Centrum voor proces- en productontwikkeling, Domein Winstbelastingen. Daar wordt het verzoek beoordeeld en een beschikking voorbereid. Vervolgens wordt de inspecteur, onder toezending van een concept-beschikking, toegestaan op het verzoek te beslissen. De inspecteur handelt verder overeenkomstig hetgeen hierna is vermeld.

  • a. Het verzoek wordt ingewilligd

    Indien het verzoek wordt ingewilligd, geeft de inspecteur een voor bezwaar vatbare beschikking af conform de toestemming en de daarbij opgenomen voorwaarden. De voorwaarden worden als bijlage met de beschikking meegezonden.

  • b. Het verzoek wordt afgewezen

    Indien het verzoek niet voor inwilliging vatbaar is, dan wijst de inspecteur het verzoek bij een voor bezwaar vatbare beschikking af, onder vermelding van de door de staatssecretaris van Financiën aangegeven overwegingen.

4. Afhandeling beschikkingen [Vervallen per 11-07-2014]

De bevoegde inspecteur stuurt, zowel voor de verkrijgende rechtspersoon als voor iedere in het verzoek vermelde verdwijnende rechtspersoon afzonderlijk, een afschrift van de beschikking aan de indieners van het verzoek. Tevens deponeert hij de beschikking in het dossier van de verkrijgende rechtspersoon en een afschrift van de beschikking in het dossier van de verdwijnende rechtspersoon. Voorts wordt aanbevolen kopieën van het fusievoorstel met de daarbij behorende toelichting en de fusieakte in de dossiers van de betreffende rechtspersonen te deponeren.

5. Bezwaar tegen een beschikking [Vervallen per 11-07-2014]

Indien een belanghebbende een bezwaarschrift indient tegen de beschikking en het bezwaar betreft een geschil over een rechtsvraag waarop in de jurisprudentie of het uitvoeringsbeleid geen helder antwoord te vinden is, verzoek ik de inspecteurs in overleg te treden met B/CPP, Domein Winstbelastingen (conform het besluit van 21 juli 1995, nr. AFZ94/4519M zoals gewijzigd bij besluit van 26 januari 1998, nr. AFZ97/4609M, BNB1998/90).

6. Inwerkingtreding van deze regeling [Vervallen per 11-07-2014]

Dit besluit wijzigt het besluit van 8 juli 1998, nr. DB98/1508M. Deze wijziging is van toepassing op juridische fusies waarbij de akte is verleden op of na 1 januari 2001 en waarbij geen fiscale terugwerking plaatsvindt naar een eerder gelegen tijdstip. Andere juridische fusies vallen onder de tekst van het besluit van 8 juli 1998, DB98/1508M, zoals gewijzigd bij besluit van 10 april 2000, nr. DB99/2754M.

7. Diversen [Vervallen per 11-07-2014]

7.1. Bijlagen [Vervallen per 11-07-2014]

Bij dit besluit zijn de volgende bijlagen gevoegd:

De bijlagen en de voorwaarden worden tevens opgenomen in het Modellenboek Ondernemingen.

7.2. Inlichtingen [Vervallen per 11-07-2014]

Voor inlichtingen over fiscale begeleiding van juridische fusie kunnen belanghebbenden contact opnemen met de bevoegde inspecteur van de Belastingdienst, die zich zonodig verstaat met de Kennisgroep fusies en fiscale eenheden.

Bijlage 1. Inwilliging; beschikking met voorwaarden [Vervallen per 11-07-2014]

Belastingdienst/<eenheid>

Beschikking

 

Datum:

 

Kenmerk:

De Inspecteur van de Belastingdienst/>, krachtens besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 8 juli 1998, nr. DB98/1508M, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 25 februari 2002, nr. CPP2002/158M, toegestaan te beschikken op het verzoek van > namens > (lvn >) te > (hierna te noemen de verdwijnende rechtspersoon), om vrijstelling van de heffing van vennootschapsbelasting ter zake van de overgang van >haar/hun vermogen in het kader van een fusie in de zin van artikel 14b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: juridische fusie) naar > (lvn >) 2, zijnde op de voet van artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 gevoegd met .... als moedermaatschappij, te > (hierna te noemen de verkrijgende rechtspersoon);

gelet op artikel 14b, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;

BESLUIT:

  • - het verzoek in te willigen onder het stellen van de voorwaarden, als opgenomen in het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 8 juli 1998, nr. DB98/1507M, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit nr. CPP2000/3131M (als bijlage bij deze beschikking gevoegd);

  • -het fusietijdstip te stellen op <datum> 3, mits de in artikel 318, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde akte binnen twaalf maanden na dit tijdstip wordt verleden, dan wel, ingeval van een juridische fusie naar buitenlands recht, mits de juridische fusie van kracht wordt binnen twaalf maanden na dit tijdstip.

Hoogachtend,

Belastingdienst/ <aanduiding eenheid + plaats>

De inspecteur,

Dit is een voor bezwaar vatbare beschikking. Als u het niet eens bent met deze beschikking kunt u binnen zes weken na dagtekening van deze beschikking een bezwaarschrift indienen bij de Belastingdienst. Het postadres staat op deze beschikking.

Een bezwaarschrift is tijdig ingediend indien het binnen de bezwaartermijn is ontvangen. Bij verzending per post is een bezwaartermijn tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan één week na afloop van de termijn is ontvangen.

Bijlage: voorwaarden juridische fusie.

Voorwaarden voor de toepassing van artikel 14b, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Juridische fusie). Besluit van 8 juli 1998, nr. DB98/1507M, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 19 december 2000, nr. CPP2000/3131M

In deze voorwaarden wordt verstaan onder:

  • - de Wet Vpb: de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;

  • - de verdwijnende rechtspersoon: de rechtspersoon die in het kader van een fusie in de zin van artikel 14b van de Wet Vpb (hierna: juridische fusie) zijn vermogensbestanddelen overdraagt;

  • - de verkrijgende rechtspersoon: de rechtspersoon die in het kader van een juridische fusie vermogensbestanddelen verkrijgt, eventueel op de voet van artikel 15 van de Wet Vpb verenigd met één of meer rechtspersonen;

  • - het fusietijdstip: het tijdstip van wanneer af de overgedragen vermogensbestanddelen worden geacht rechtstreeks voor rekening en risico van de verkrijgende rechtspersoon te komen;

  • - een fuserende rechtspersoon: de verdwijnende rechtspersoon, dan wel de verkrijgende rechtspersoon;

  • - onderneming: de vermogensbestanddelen met de daarbij eventueel behorende activiteiten van de betreffende rechtspersoon.

Onderlinge vorderingen en schulden

  • 1. Vorderingen van de ene fuserende rechtspersoon op de andere fuserende rechtspersoon worden onmiddellijk voorafgaand aan het fusietijdstip gewaardeerd op de bedrijfswaarde, doch niet hoger dan de nominale waarde. Schulden welke staan tegenover de in de vorige volzin bedoelde vorderingen, worden onmiddellijk voorafgaand aan het fusietijdstip gewaardeerd op het bedrag waarvoor die vorderingen zijn gewaardeerd.

Verrekening van verliezen, buitenlandse resultaten en bronbelasting

  • 2. Voor de toepassing van artikel 20 van de Wet Vpb op vóór het fusietijdstip geleden verliezen vindt verrekening plaats onder de navolgende voorwaarden:

Winstsplitsing
  • 2a. De winst van de verkrijgende rechtspersoon wordt telkenjare gesplitst in delen die betrekking hebben op de vóór het fusietijdstip door elk van de fuserende rechtspersonen gedreven ondernemingen (hierna: winstsplitsing).

    Deze winstsplitsing vindt plaats alsof de fusie niet heeft plaatsgevonden, waarbij slechts winst aan de onderneming van een fuserende rechtspersoon kan worden toegerekend voor zover deze als zodanig bij de verkrijgende rechtspersoon tot uitdrukking komt.

Horizontale verrekening van verliezen
  • 2b. Indien de winst van de verkrijgende rechtspersoon positief is, wordt een aldus uit bovenstaande winstsplitsing eventueel voortvloeiend negatief deel, voor zoveel mogelijk, in mindering gebracht op de positieve delen betrekking hebbend op de ondernemingen van fuserende rechtspersonen die geen aanspraak hebben op verrekening van vóór het fusietijdstip geleden verliezen waarna het resterende gedeelte in mindering komt op de positieve delen die betrekking hebben op de ondernemingen van de overige fuserende rechtspersonen. Deze verminderingen vinden, voor zover nodig, naar verhouding van de positieve delen plaats.

Aanspraak op verliezen
  • 2c. Voor zover de nog te verrekenen verliezen van de verkrijgende rechtspersoon reeds vóór het fusietijdstip bij een verdwijnende rechtspersoon tot uitdrukking zijn gekomen, worden deze verliezen niet verrekend met de winst van de verkrijgende rechtspersoon.

    Ingeval bij afzonderlijke goedkeuring is bepaald dat de aanspraken op de verrekening van verliezen van de verdwijnende rechtspersoon overgaan op de verkrijgende rechtspersoon, worden deze verliezen niet verrekend met de winst van de verkrijgende rechtspersoon voor zover deze verliezen reeds vóór het fusietijdstip bij een ander fuserende rechtspersoon tot uitdrukking zijn gekomen.

Verticale verrekening van verliezen
  • 2d. De vóór het fusietijdstip geleden verliezen van de verkrijgende rechtspersoon worden slechts verrekend met het overeenkomstig de onderdelen a en b bepaalde deel van de winst van de verkrijgende rechtspersoon dat betrekking heeft op de voor het fusietijdstip door de verkrijgende rechtspersoon gedreven onderneming, behalve voor zover de verrekening van deze verliezen uit anderen hoofde is beperkt.

    Ingeval bij afzonderlijke goedkeuring is bepaald dat de aanspraken op de verrekening van verliezen van de verdwijnende rechtspersoon overgaan op de verkrijgende rechtspersoon, worden deze verliezen slechts verrekend met het overeenkomstig de onderdelen a en b bepaalde deel van de winst van de verkrijgende rechtspersoon dat betrekking heeft op de vóór het fusietijdstip door de verdwijnende rechtspersoon gedreven onderneming, behalve voor zover de verrekening van deze verliezen uit anderen hoofde is beperkt.

Buitenlandse resultaten en bronbelasting
  • 2e. De overbrenging van buitenlandse winsten en verliezen van de verdwijnende rechtspersoon respectievelijk de verkrijgende rechtspersoon uit het jaar voorafgaande aan het fusietijdstip ingevolge de voorschriften ter voorkoming van dubbele belasting vindt uitsluitend plaats voor zover van de positieve binnenlandse winst respectievelijk de positieve buitenlandse winst van de verkrijgende rechtspersoon een overeenkomstig de onderdelen a en b bepaald deel betrekking heeft op de onderneming van de desbetreffende rechtspersoon.

    Op grond van de vorige volzin niet overgebrachte bedragen worden overgebracht naar het volgende jaar. Bij deze overbrenging vindt het voorgaande dienovereenkomstige toepassing.

    De overbrenging van (bron)belasting van de verdwijnende rechtspersoon respectievelijk de verkrijgende rechtspersoon uit het jaar voorafgaande aan het fusietijdstip ingevolge voorschriften ter voorkoming van dubbele belasting wordt bij de verkrijgende rechtspersoon in aanmerking genomen tot ten hoogste het bedrag dat tot de belasting welke door de verkrijgende rechtspersoon zou zijn verschuldigd zonder deze overbrenging in dezelfde verhouding staat als het bedrag van de dividenden, interest en royalty's verminderd met de daarop rechtstreeks drukkende kosten, die deel uitmaken van de overeenkomstig de onderdelen a en b berekende winst van de onderneming van de rechtspersoon van wie de (bron)belasting afkomstig is, staat tot de winst van de verkrijgende rechtspersoon verminderd met de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet Vpb te verrekenen verliezen, voor zover deze bestaan uit negatieve winst. Op grond van de vorige volzin niet overgebrachte bedragen worden overgebracht naar het volgende jaar. Bij deze overbrenging vindt het voorgaande dienovereenkomstige toepassing.

Aandelenbezit verdwijnt

  • 3. Indien onmiddellijk voorafgaand aan het fusietijdstip een fuserende rechtspersoon aandelen bezit in een andere fuserende rechtspersoon worden deze aandelen op dat tijdstip gewaardeerd tegen de waarde in het economische verkeer en wordt het voordeel waarop de deelnemingsvrijstelling geen toepassing vindt tot de winst van die fuserende rechtspersoon gerekend.

Aandelenbezit is artikel 13c-deelneming, dan wel artikel 13ca-deelneming

  • 4. Indien onmiddellijk voorafgaand aan het fusietijdstip een fuserende rechtspersoon een deelneming als bedoeld in artikel 13c, eerste lid, van de Wet Vpb, dan wel artikel 13ca, eerste lid, van de Wet Vpb, heeft in een andere fuserende rechtspersoon, wordt op dat tijdstip geacht zich een omstandigheid voor te doen als aangeduid in artikel 13c, tweede lid, eerste volzin van de Wet Vpb, dan wel moet op dat tijdstip het in artikel 13ca, vierde lid, eerste volzin, van de Wet Vpb genoemde verschil tot de winst worden gerekend.

Latent liquidatieverlies

  • 5. Indien tot de onderneming van de verkrijgende rechtspersoon respectievelijk de verdwijnende rechtspersoon een deelneming behoort waarvan op het tijdstip van het overeenkomstig artikel 312 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opgestelde fusievoorstel de onderneming geheel of nagenoeg geheel is gestaakt, dan wel daartoe besloten is, of indien op een dergelijke onderneming het bepaalde in artikel 13e van de Wet Vpb van toepassing is, komt, onverminderd het bepaalde in de artikelen 13d en 13e van de Wet Vpb, een liquidatieverlies uit hoofde van die deelneming bij de bepaling van de winst van de verkrijgende rechtspersoon slechts in aanmerking tot het bedrag van de (overige) winst dat met inachtneming van de in de tweede voorwaarde omschreven winstsplitsing aan de onderneming van de verkrijgende rechtspersoon respectievelijk aan die van de verdwijnende rechtspersoon is toe te rekenen.

    Het resterende bedrag wordt als liquidatieverlies in mindering gebracht op en tot ten hoogste de positief belastbare bedragen van de verkrijgende rechtspersoon van de drie voorafgaande en de volgende jaren in de volgorde waarin deze zijn ontstaan, voor zover er winst met inachtneming van de winstsplitsing is toe te rekenen aan de desbetreffende onderneming.

    In geval bij afzonderlijke goedkeuring is bepaald dat achterwaartse verliesverrekening van de verkrijgende rechtspersoon met vóórfusiewinst van de verdwijnende rechtspersoon kan plaatsvinden, kan een nog resterend bedrag als liquidatieverlies bij de verdwijnende rechtspersoon in aanmerking worden genomen tot ten hoogste de positief belastbare bedragen van de drie voorafgaande jaren, in de volgorde waarin deze zijn ontstaan.

    Voorzover een liquidatieverlies in een voorafgaand jaar op het belastbaar bedrag in mindering wordt gebracht, zal de aanslag over dat jaar worden herzien. Over het bedrag van de herziening wordt geen heffingsrente vergoed.

Overgedragen vermogensbestanddelen zijn na de overdracht niet meer aan de heffing van vennootschapsbelasting onderworpen

  • 6. Voorzover tot de overgedragen onderneming vermogensbestanddelen behoren die na de overdracht niet meer aan de Nederlandse heffing van vennootschapsbelasting zijn onderworpen, is de vrijstelling niet van toepassing op de overdrachtswinst die betrekking heeft op die vermogensbestanddelen.

Bijlage 2. Afwijzing [Vervallen per 11-07-2014]

Belastingdienst/<eenheid>

Beschikking

 

Datum:

 

Kenmerk:

De inspecteur van de Belastingdienst/>, krachtens besluit van de staatssecretaris van Financiën van 8 juli 1998, nr. DB 98/1508M, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 25 februari 2002, nr. CPP2002/158M toegestaan te beschikken op het verzoek van > namens > (lvn >) te > (hierna te noemen de verdwijnende rechtspersoon), om vrijstelling van de heffing van vennootschapsbelasting ter zake van de overgang van >haar/hun vermogen in het kader van een fusie in de zin van artikel 14b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: juridische fusie), naar > (lvn >) te > (hierna te noemen de verkrijgende rechtspersoon);

gelet op artikel 14b, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting;

overwegende dat 4

  • o de juridische fusie in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing ;

  • o overige redenen afwijzing verzoek;

besluit het verzoek af te wijzen.

Hoogachtend,

Belastingdienst/ <aanduiding eenheid + plaats>

De inspecteur,

Dit is een voor bezwaar vatbare beschikking. Als u het niet eens bent met deze beschikking kunt u binnen zes weken na dagtekening van deze beschikking een bezwaarschrift indienen bij de Belastingdienst. Het postadres staat op deze beschikking.

Een bezwaarschrift is tijdig ingediend indien het binnen de bezwaartermijn is ontvangen. Bij verzending per post is een bezwaarschrift tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan één week na afloop van de termijn is ontvangen.

Bijlage 3. Ambtsbericht [Vervallen per 11-07-2014]

Vraagstelling uit te brengen ambtsbericht, voor elk van de fuserende rechtspersonen:

  • 1. Volledige statutaire naam; feitelijke vestigingsplaats.

  • 2. Oprichtingsdatum; LVN en entiteitsnummer.

  • 3. Boekjaar.

  • 4. Geplaatst en gestort aandelenkapitaal.

  • 5. Fiscaal vermogen.

  • 6. Te verrekenen verliezen.

  • 7. Over te brengen of te verrekenen buitenlands resultaat en bronbelasting.

  • 8. Valt één of meer van de fuserende lichamen onder een bijzonder fiscaal regime en/of bijzonder (overgangs)tarief?

  • 9. Fusievoorstel als bedoeld in artikel 312 van Boek 2 BW.

  • 10. Is de juridische fusie in overwegende mate gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing?

  • 11. Wat is het gewenste fusietijdstip.

  • 12. Wanneer wordt de fusieakte verleden.

  • 13. Gegevens omtrent elementen waarover moet worden afgerekend.

  • 14. Gegevens omtrent lopende verzoeken om toepassing van artikel 14, 14a, 14b en/of 15 van de Wet Vpb.

Andere bij de beoordeling van het verzoek mogelijk van belang zijnde punten.

  • ^ [1]

    Met ingang van 1 januari 2002: onderdeel g.

  • ^ [2]

    Opnemen indien van toepassing.

  • ^ [3]

    Opnemen indien van toepassing.

  • ^ [4]

    De redenen verwijderen die niet van toepassing zijn.