Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling procedure aanwijzing groepen functies en herplaatsing BZK 2010

Geldend van 10-07-2010 t/m heden

Regeling procedure aanwijzing groepen functies en herplaatsing BZK 2010

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

In overeenstemming met het Departementaal Georganiseerd Overleg BZK en gehoord de Groepsondernemingsraad;

Gelet op artikel 49a, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, de Regeling procedure bij reorganisatie en de Circulaire Sociaal flankerend beleid sector Rijk 2008–2012;

Besluit

Hoofdstuk 1. Definitiebepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. het Ministerie: het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

  • b. het bevoegd gezag: het, krachtens de bij het Ministerie geldende mandaatbesluiten, tot aanstellen bevoegd gezag van het dienstonderdeel waar de ambtenaar voor de aanwijzing als herplaatsingskandidaat of als fase 2 kandidaat was tewerkgesteld.

  • c. aanwijzing van een groep functies: de aanwijzing van een groep ambtenaren als bedoeld in de circulaire Sociaal flankerend beleid sector Rijk 2008–2012 van de Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties, kenmerk 2008-0000195249.

  • d. fase 2 kandidaat: de ambtenaar die tot een aangewezen groep behoort, als bedoeld in onderdeel c.

  • e. het voordragende bevoegd gezag: het bevoegd gezag, bedoeld onder b, dat de herplaatsingskandidaat voordraagt voor plaatsing in een passende functie.

  • f. het ontvangende bevoegd gezag: het tot aanstellen bevoegd gezag van het dienstonderdeel van het Ministerie waarbij de herplaatsingskandidaat is voorgedragen voor plaatsing in een passende functie onderscheidenlijk waarbij de fase 2 kandidaat zichzelf heeft voorgedragen voor plaatsing in een functie.

  • g. de herplaatsingstermijn: de termijn, bedoeld in artikel 49g, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en in het geldende Sociaal flankerend beleid sector Rijk.

  • h. een passende functie: een passende functie als bedoeld in artikel 49h, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en in het geldende Sociaal flankerend beleid sector Rijk.

  • i. de herplaatsingsadviseur: de herplaatsingsadviseur, bedoeld in artikel 5.3.

  • j. Regiekamer: overlegplatform van het Rijk en vakbonden over de werking van de interne, rijksbrede arbeidersmarkt en de toepassing van de spelregels.

Hoofdstuk 2. Procedure aanwijzing groep functies waarin overtolligheid of standplaatswijziging dreigt

§ 1. Aanwijzing van een groep functies

Artikel 2.1

In afwijking van artikel 1, onder b, wordt in deze paragraaf onder bevoegd gezag verstaan de secretaris-generaal, de directeur-generaal, de hoofddirecteur Dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst of het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid.

Artikel 2.2

  • 1 Het bevoegd gezag dat het voornemen heeft om een groep functies aan te wijzen, doet hiervan schriftelijk mededeling aan de directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie.

  • 2 De aanwijzing van een groep functies vindt niet plaats dan nadat de directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie het voornemen heeft beoordeeld aan de hand van de geldende regelgeving en zijn bevindingen heeft medegedeeld aan het bevoegd gezag.

  • 3 Bij aanwijzing van een groep functies wordt de ambtenaar die tot deze groep behoort op dezelfde datum door de directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie op de fase 2 lijst geplaatst.

  • 4 De directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie draagt zorg voor melding van een aanwijzing van een groep functies bij de Regiekamer.

Artikel 2.3

  • 1 Over intrekking van een aanwijzing van een groep functies beslist het bevoegd gezag, na het schriftelijk advies te hebben ingewonnen van de directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie.

  • 2 Bij intrekking van aanwijzing van een groep functies wordt de ambtenaar die tot deze groep behoort op dezelfde datum door de directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie van de fase 2 lijst verwijderd.

  • 3 De directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie draagt zorg voor melding van intrekking een aanwijzing van een groep functies bij de Regiekamer.

Artikel 2.4

  • 1 De ambtenaar die tot een voorgenomen aangewezen groep functies behoort wordt door of namens het bevoegd gezag vooraf schriftelijk op de hoogte gebracht van de aanwijzing van de groep functies.

  • 2 Bij het bericht van aanwijzing wordt vermeld:

  • 3 de ingangsdatum van de aanwijzing.

  • 4 de vervaldatum van de aanwijzing als deze vooraf is bepaald.

  • 5 dat de aanwijzing tijdelijk is en automatisch vervalt zodra duidelijk is dat geen overtolligheid onderscheidenlijk standplaatswijziging meer dreigt.

  • 6 dat de faciliteiten behorend bij fase 2 van het Sociaal Flankeren beleid sector Rijk 2008–2012 van toepassing zijn.

  • 7 De ambtenaar die tot een aangewezen groep functies behoort wordt door of namens het bevoegd gezag schriftelijk op de hoogte gebracht van het vervallen van de aanwijzing, tenzij de termijn van aanwijzing vooraf is bepaald en de aanwijzing niet voortijdig vervalt of wordt opgeheven.

§ 2. Het mobiliteitsplan

Artikel 2.5

  • 1 Indien de fase 2 kandidaat het wenselijk acht dat voor hem een mobiliteitsplan wordt opgesteld, dient hij daartoe een verzoek in bij de herplaatsingsadviseur.

  • 2 Het mobiliteitsplan wordt opgesteld door de herplaatsingsadviseur in overleg met de fase 2 kandidaat en vastgesteld door het bevoegd gezag na ondertekening door de fase 2 kandidaat.

  • 3 De directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie stelt een model voor het mobiliteitsplan vast.

  • 4 Het bevoegd gezag draagt de kosten van het opstellen en het uitvoeren van het mobiliteitsplan.

  • 5 De fase 2 kandidaat is verantwoordelijk voor het uitvoeren van het vastgestelde mobiliteitsplan, bedoeld in artikel 3.1, daarbij ondersteund door de herplaatsingsadviseur en het bevoegd gezag.

§ 3. Zoeken naar een functie

Artikel 2.6

De fase 2 kandidaat die zich zelf voordraagt voor een functie, vermeldt daarbij dat hij tot een aangewezen groep functies behoort en voegt een afschrift van de aanwijzing bij zijn voordracht.

Artikel 2.7

  • 1 Het ontvangende bevoegd gezag informeert de fase 2 kandidaat schriftelijk over een voorgenomen beslissing de fase 2 kandidaat niet te plaatsen op de functie waarvoor deze zich heeft voorgedragen.

  • 2 De fase 2 kandidaat kan binnen twee weken na bekendmaking van het voornemen hem niet te plaatsen bedenkingen tegen dit voornemen kenbaar maken bij het ontvangende bevoegd gezag.

  • 3 Na deze termijn ingediende bedenkingen worden als niet-tijdig ingediend beschouwd en staan de definitieve uitvoering van het voorgenomen besluit niet in de weg.

  • 4 Indien door de fase 2 kandidaat tijdig bedenkingen kenbaar zijn gemaakt tegen een voornemen hem niet te plaatsen, wint het ontvangende bevoegd gezag het advies in van de herplaatsingsadviescommissie.

  • 5 Indien het ontvangende bevoegd gezag de bedenkingen gegrond verklaart, plaatst deze de fase 2 kandidaat in de functie.

  • 6 Indien de fase 2 kandidaat geen bedenkingen kenbaar heeft gemaakt of indien het ontvangende bevoegd gezag de bedenkingen ongegrond heeft verklaard, deelt het ontvangende bevoegd gezag per ommegaande schriftelijk aan de fase 2 kandidaat mee dat hij niet in de functie wordt geplaatst.

Hoofdstuk 3. Herplaatsingsprocedure

§ 1. Aanwijzing als herplaatsingskandidaat en plaatsing op de herplaatsingslijst

Artikel 3.1

  • 2 In afwijking van artikel 1, onder b, wordt in dit artikel onder bevoegd gezag verstaan de secretaris-generaal, de directeur-generaal, de hoofddirecteur Dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst of het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid.

  • 3 De aanwijzing als herplaatsingskandidaat vindt niet plaats dan nadat de directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie het voornemen heeft beoordeeld aan de hand van de geldende regelgeving en zijn bevindingen heeft medegedeeld aan het bevoegd gezag.

  • 4 Bij aanwijzing van de ambtenaar als herplaatsingskandidaat door het bevoegd gezag wordt deze op dezelfde datum door de directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie op de herplaatsingslijst geplaatst.

Artikel 3.2

  • 1 De herplaatsingstermijn vangt aan op de dag waarop de ambtenaar is aangewezen als herplaatsingskandidaat.

  • 2 Over verkorting, verlenging of opschorting van de herplaatsingstermijn beslist het bevoegd gezag, na het schriftelijk advies te hebben ingewonnen van de directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie.

  • 3 De herplaatsingskandidaat wordt steeds tijdig schriftelijk geïnformeerd door of namens het bevoegd gezag over de herplaatsingstermijn en eventuele verkorting, verlenging of opschorting.

  • 4 De herplaatsingstermijn eindigt in ieder geval indien de herplaatsingskandidaat wordt geplaatst in een passende functie of wordt ontslagen.

§ 2. Het herplaatsingsplan

Artikel 3.3

  • 1 Het bevoegd gezag en de herplaatsingskandidaat komen zo spoedig mogelijk in gezamenlijk overleg met de herplaatsingsadviseur een herplaatsingsplan voor de herplaatsingskandidaat overeen.

  • 2 Het herplaatsingsplan wordt opgesteld door de herplaatsingsadviseur en vastgesteld door het bevoegd gezag na ondertekening door de herplaatsingskandidaat.

  • 3 Indien de herplaatsingskandidaat ondertekening van het herplaatsingsplan weigert, stelt het bevoegd gezag het herplaatsingsplan vast met vermelding van de bedenkingen van de herplaatsingskandidaat.

  • 4 Gedurende de herplaatsingstermijn wordt de voortgang periodiek ten minste eens per zes maanden geëvalueerd door het bevoegd gezag, de herplaatsingskandidaat en de herplaatsingsadviseur aan de hand van een evaluatieformulier.

  • 5 De directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie stelt een model voor het herplaatsingsplan vast.

  • 6 Het bevoegd gezag draagt de kosten van het opstellen en het uitvoeren van het herplaatsingsplan.

Artikel 3.4

  • 1 Het herplaatsingsplan, bedoeld in artikel 3.1, bevat een sterkte/zwakte-analyse van de herplaatsingskandidaat, tenzij in het herplaatsingsplan anders is bepaald.

  • 2 Het opstellen van de sterkte/zwakte-analyse wordt extern uitgevoerd, tenzij de in artikel 3.1, eerste lid, genoemde betrokkenen anders overeenkomen. De directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie coördineert de verlening en afhandeling van opdrachten tot het opstellen van sterkte/zwakte-analyses voor herplaatsingskandidaten.

  • 3 De herplaatsingskandidaat verleent medewerking aan het opstellen van de sterkte/zwakte-analyse en levert desgevraagd alle relevante informatie.

Artikel 3.5

  • 1 Gedurende de herplaatsingstermijn draagt het bevoegd gezag zorg voor het uitvoeren van het vastgesteld herplaatsingsplan, bedoeld in artikel 3:1, daarbij ondersteund door de herplaatsingsadviseur.

  • 2 De herplaatsingskandidaat verleent actieve medewerking aan de uitvoering van het herplaatsingsplan.

§ 3. Zoeken naar een passende functie en plaatsing

Artikel 3.6

Gedurende de herplaatsingstermijn draagt het bevoegd gezag zorg voor:

  • a. het zoeken naar, en zo mogelijk voordragen van de herplaatsingskandidaat voor, een passende functie bij het Ministerie en elders binnen de rijksdienst, met inachtneming van het vastgesteld herplaatsingsplan.

  • b. het tussentijds opdragen van werkzaamheden aan de herplaatsingskandidaat of het bewerkstelligen van tewerkstelling van de herplaatsingskandidaat elders, ter vergroting van de herplaatsingsmogelijkheden, onverminderd het bepaalde in artikel 3.2, tweede lid.

  • c. het tijdig informeren van de herplaatsingskandidaat over de voortgang van de herplaatsingsinspanningen en diens rechtspositie, daarbij ondersteund door de herplaatsingsadviseur.

Artikel 3.7

  • 1 Indien een vacante functie voorhanden is of op korte termijn voorhanden komt, die voor de herplaatsingskandidaat als passend wordt beschouwd, draagt het bevoegd gezag de herplaatsingskandidaat schriftelijk voor plaatsing voor aan het ontvangende bevoegd gezag, daarbij desgewenst ondersteund door de herplaatsingsadviseur.

  • 2 De functie dient aan te sluiten op het vastgesteld herplaatsingsplan van de herplaatsingskandidaat, tenzij het voordragende en het ontvangende bevoegd gezag, de herplaatsingskandidaat en de herplaatsingsadviseur uitdrukkelijk met afwijking daarvan in het onderhavige geval instemmen en daarvan aantekening wordt gemaakt in het herplaatsingsplan.

  • 3 De tijdelijkheid van een functie of de tijdelijkheid van plaatsing op een functie, doet niet af aan de passendheid in geval van plaatsing voor een periode van ten minste twee jaar.

  • 4 Een voordracht die niet tot plaatsing in een passende functie leidt, wordt niet aangemerkt als het aanbieden van een passende functie.

Artikel 3.8

  • 1 Indien het ontvangende bevoegd gezag het voornemen heeft om de voorgedragen herplaatsingskandidaat te plaatsen, deelt deze dit schriftelijk aan de herplaatsingskandidaat mee.

  • 2 De herplaatsingskandidaat kan op grond van de Regeling procedure bij reorganisatie binnen twee weken na de mededeling zijn bedenkingen tegen het voornemen kenbaar maken bij het ontvangende bevoegd gezag.

  • 3 Indien door de herplaatsingskandidaat tijdig bedenkingen kenbaar zijn gemaakt, wordt de herplaatsingsadviescommissie, bedoeld in paragraaf 6, door het ontvangende bevoegd gezag schriftelijk om advies gevraagd, tenzij de commissie reeds ter zake heeft geadviseerd in welk geval het ontvangende bevoegd gezag het reeds gegeven advies betrekt bij zijn beslissing op de bedenkingen.

  • 4 Indien het ontvangende bevoegd gezag de bedenkingen gegrond verklaart, trekt deze het voornemen tot plaatsing in met inachtneming van artikel 3.9.

  • 5 Indien het ontvangende bevoegd gezag de bedenkingen ongegrond verklaart, plaatst deze de herplaatsingskandidaat in de functie.

Artikel 3.9

  • 1 Indien het ontvangende bevoegd gezag het voornemen heeft om de voorgedragen herplaatsingskandidaat niet te plaatsen omdat de functie naar zijn oordeel niet passend is, overlegt het ontvangende bevoegd gezag met het voordragende bevoegd gezag. Het voornemen om de voorgedragen herplaatsingskandidaat niet te plaatsen behoeft de goedkeuring van het diensthoofd van het ontvangende bevoegd gezag. In dit artikellid wordt onder diensthoofd verstaan de secretaris-generaal, de directeur-generaal, de hoofddirecteur Dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering of het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.

  • 2 Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, wordt de directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie geïnformeerd. De directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie probeert in overleg met het voordragende en het ontvangende bevoegd gezag tot overeenstemming te komen.

  • 3 Indien het in het tweede lid bedoelde overleg niet tot overeenstemming leidt, wordt de herplaatsingsadviescommissie, bedoeld in paragraaf 6, schriftelijk om advies gevraagd, tenzij de commissie reeds ter zake heeft geadviseerd in welk geval het ontvangende bevoegd gezag het reeds gegeven advies betrekt bij zijn voorgenomen beslissing.

  • 4 Indien het ontvangende bevoegd gezag het voornemen heeft om de herplaatsingskandidaat niet te plaatsen, al dan niet na toepassing van het tweede en het derde lid, wordt de voorgedragen herplaatsingskandidaat door het ontvangende bevoegd gezag hierover schriftelijk geïnformeerd. Het eerste lid, tweede en derde volzin, is van overeenkomstige toepassing.

  • 5 De herplaatsingskandidaat kan op grond van de Regeling procedure bij reorganisatie binnen twee weken na de mededeling zijn bedenkingen tegen het voornemen kenbaar maken bij het ontvangende bevoegd gezag.

  • 6 Indien door de herplaatsingskandidaat tijdig bedenkingen kenbaar zijn gemaakt, wint het ontvangende bevoegd gezag het advies in van de herplaatsingsadviescommissie, tenzij de commissie reeds ter zake heeft geadviseerd in welk geval het ontvangende bevoegd gezag het reeds gegeven advies betrekt bij zijn beslissing op de bedenkingen.

  • 7 Indien het ontvangende bevoegd gezag de bedenkingen gegrond verklaart, plaatst deze de herplaatsingskandidaat in de functie.

  • 8 Indien de herplaatsingskandidaat geen bedenkingen kenbaar heeft gemaakt of indien het ontvangende bevoegd gezag de bedenkingen ongegrond heeft verklaard, deelt het ontvangende bevoegd gezag per ommegaande schriftelijk aan de herplaatsingskandidaat mee dat hij niet in de functie wordt geplaatst.

§ 4. Vacatures

Artikel 4

  • 1 De leiding van een dienstonderdeel waarbij zich een vacature voordoet, doet hiervan mededeling aan de directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie, voordat de functie wordt opengesteld voor werving.

  • 2 De directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie draagt zorg voor publicatie van de vacante functie op de Mobiliteitsbank.

  • 3 Indien het bevoegd gezag van oordeel is dat de vacante functie als bedoeld in het eerste lid passend is voor een herplaatsingskandidaat, geeft het bevoegd gezag uitvoering aan artikel 3.2.

  • 4 Indien een fase 2 kandidaat van oordeel is dat hij geschikt is voor de functie, meldt hij dit aan de directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie en draagt hij zichzelf schriftelijk voor bij het ontvangende bevoegd gezag.

  • 5 Indien de vacature mogelijk passend is voor een herplaatsingskandidaat of als mogelijk sprake is van een geschikte fase 2 kandidaat, blokkeert de directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie de vacature.

§ 5. Directie Personeel, Regie, ICT en Organisatie

Artikel 5.1

  • 1 De directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie:

    • a. beheert de herplaatsingslijst en de fase 2 lijst van het Ministerie.

    • b. ziet toe op de uitvoering van deze regeling.

    • c. kan adviseren over de uitvoering van deze regeling en de onderwerpen die daarmee samenhangen.

    • d. kan een onderzoek instellen naar de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan deze regeling, waarbij de leiding van de dienstonderdelen en andere betrokkenen desgevraagd de benodigde inlichtingen verstrekken.

  • 2 De directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie kan een of meer medewerkers van zijn directie of de Mobiliteitsorganisatie bevoegd verklaren tot het geheel of gedeeltelijk namens hem uitoefenen van zijn bevoegdheden op grond van deze regeling.

Artikel 5.2

Bij een reorganisatie van de directie Personeel, Regie, ICT en Organisatie worden de taken en bevoegdheden van de directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie, bedoeld in de volgende bepalingen, uitgevoerd door of namens een lid van de Bestuursraad BZK:

Artikel 5.3

De herplaatsingsadviseur heeft, onverlet de verantwoordelijkheden en taken van het bevoegd gezag, tot taak:

  • 1. het bevoegd gezag te ondersteunen bij diens inspanningen ten behoeve van de herplaatsing van herplaatsingskandidaten.

  • 2. de herplaatsingskandidaat te ondersteunen bij diens inspanningen in het kader van de herplaatsingsprocedure.

  • 3. de fase 2 kandidaat te ondersteunen bij diens inspanningen in het kader van mobiliteit.

  • 4. het verrichten van werkzaamheden in het kader van herplaatsing en fase 2 mobiliteit in opdracht van de directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie.

§ 6. De herplaatsingsadviescommissie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Artikel 6.1

  • 1 Er is een herplaatsingsadviescommissie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

  • 3 Het voordragende of ontvangende bevoegd gezag wijkt bij de te nemen beslissing over de geschiktheid van de fase 2 kandidaat onderscheidenlijk de passendheid van de functie niet dan wegens zwaarwegende redenen af van het advies.

Artikel 6.2

Het voordragende bevoegd gezag, het ontvangende bevoegd gezag, de herplaatsingskandidaat, de fase 2 kandidaat en de herplaatsingsadviseur zijn verplicht gehoor te geven aan een uitnodiging van de commissie om schriftelijke of mondelinge inlichtingen te verschaffen.

Artikel 6.3

  • 1 De commissie adviseert binnen vier weken na ontvangst van het verzoek.

  • 2 Verdaging is mogelijk voor zover de herplaatsingskandidaat of de fase 2 kandidaat, het ontvangend bevoegd gezag en eventueel het voordragende bevoegd gezag daarmee instemmen.

  • 3 Het advies van de commissie wordt bij meerderheid van stemmen en zonder onthoudingen vastgesteld.

  • 4 Het advies wordt op schrift gesteld en ondertekend door de voorzitter.

  • 5 Indien de commissie betrokkenen mondeling heeft gehoord, bevat het advies een verslag van het horen.

  • 6 De commissie stuurt het advies aan het voordragende en het ontvangende bevoegd gezag, onder gelijktijdige verzending van afschriften aan de betrokken herplaatsingskandidaat of fase 2 kandidaat en aan de directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie.

Artikel 6.4

  • 1 De commissie bestaat uit een voorzitter (tevens lid), een plaatsvervangend voorzitter (tevens lid) en drie andere leden.

  • 2 Het hoofd van de afdeling van de directie Personeel, Regie, ICT en Organisatie welke verantwoordelijk is voor het herplaatsingsbeleid is lid.

  • 3 Van de overige leden wordt één lid benoemd op grond van deskundigheid op het gebied van personeelsvoorziening en twee leden op voordracht van het departementaal georganiseerd overleg bij het Ministerie.

  • 4 De leden worden benoemd en ontslagen door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

  • 5 De directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie draagt zorg voor het secretariaat van de commissie.

  • 6 De commissie kan worden uitgebreid indien bijzondere omstandigheden daartoe nopen.

  • 7 De leden en de secretaris kunnen niet gelijktijdig lid of secretaris zijn van de bezwarenadviescommissie personele aangelegenheden Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 6.5

De commissie brengt jaarlijks schriftelijk verslag uit aan de secretaris-generaal. Een afschrift van het verslag wordt verzonden aan het departementaal georganiseerd overleg en de Groepsondernemingsraad.

§ 7. Overige en slotbepalingen

Artikel 7.1

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst.

Artikel 7.2

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling procedure aanwijzing groepen functies en herplaatsing BZK 2010.

Artikel 7.3

De Regeling herplaatsingsprocedure BZK 2008 wordt ingetrokken.

Deze regeling wordt in de Staatscourant geplaatst.

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

E.M.H. Hirsch Ballin