Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Restauratieregeling monumenten 2010 en 2011[Regeling vervallen per 01-01-2013.]

Geldend van 01-10-2010 t/m 31-12-2012

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 19 juni 2010, nr. WJZ/213992 (8287), houdende regels voor de verstrekking van subsidie voor restauratie van beschermde monumenten ter compensatie van de afschaffing van vrijstelling van overdrachtsbelasting voor beschermde monumenten voor de jaren 2010 en 2011 (Restauratieregeling monumenten 2010 en 2011)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 43 van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2013]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Algemene wet bestuursrecht: Awb;

  • Besluit: Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten;

  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • restauratie: verrichten van die werkzaamheden, de normale instandhouding te boven gaand, die voor het herstel van een beschermd monument noodzakelijk zijn.

Artikel 2. Begrotingsvoorbehoud [Vervallen per 01-01-2013]

  • 2 In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Awb, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel 3. Uitgezonderd van subsidie [Vervallen per 01-01-2013]

Onverminderd artikel 4:35 van de Awb verstrekt de minister op grond van deze regeling in ieder geval geen subsidie:

  • a. voor zover in de subsidiabele kosten subsidie is verstrekt op grond van een andere rijkssubsidieregeling,

  • b. voor zover bij schade de subsidiabele kosten op grond van een verzekering worden gedekt of op grond van de Wet op de omzetbelasting op verschuldigde belasting in aftrek kunnen worden gebracht dan wel anderszins niet ten laste van de aanvrager komen; of

  • c. voor archeologische monumenten.

Hoofdstuk 2. Restauratiesubsidie voor herbestemming en grote projecten [Vervallen per 01-01-2013]

§ 2.1. Algemeen [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 4. Reikwijdte [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 De minister kan op aanvraag aan de eigenaar van een beschermd monument subsidie verstrekken ten behoeve van de restauratie van dat monument:

    • a. dat een nieuwe functie krijgt of waarvan de functie na leegstand wordt hersteld, en waarvan de subsidiabele kosten ten minste € 500.000 bedragen; of

    • b. waarvan de subsidiabele kosten ten minste € 2 miljoen bedragen.

  • 2 Indien de subsidiabele kosten meer dan € 5 miljoen bedragen, stelt de minister de subsidiabele kosten vast op ten hoogste € 5 miljoen.

Artikel 5. Aanvragers [Vervallen per 01-01-2013]

Subsidie op grond van dit hoofdstuk kan worden aangevraagd door:

  • a. eigenaren van andere beschermde monumenten dan woonhuizen en dan boerderijen zonder agrarische functie;

  • b. aangewezen organisaties voor monumentenbehoud;

  • c. provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen die zijn ingesteld met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen; en

  • d. eigenaren van woonhuizen en van boerderijen zonder agrarische functie die deel uitmaken van een complex, tenzij dat comple× als zodanig tot de categorie woonhuizen of boerderijen zonder agrarische functie behoort.

Artikel 6. Subsidieplafond [Vervallen per 01-01-2013]

Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4 is een bedrag van € 30 miljoen beschikbaar.

Artikel 7. Aanvang restauratie [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 De restauratie wordt uiterlijk 31 december 2011 aangevangen.

  • 2 De minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid.

Artikel 8. Subsidiabele kosten [Vervallen per 01-01-2013]

Subsidiabel zijn de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen als bedoeld in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten Brim 2010, opgenomen als bijlage bij de Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten, met dien verstande dat:

  • a. kosten uitsluitend subsidiabel zijn voor zover de werkzaamheden:

    • 1°. strekken tot restauratie van het monument en zijn monumentale waarden;

    • 2°. sober en doelmatig zijn;

    • 3°. technisch noodzakelijk zijn; en

    • 4°. zijn gericht op maximaal behoud van aanwezige monumentale waarden, in het bijzonder historische materialen en constructies;

  • b. kosten voor werkzaamheden gericht op het voorkomen van verval of het voorkomen van vervolgschade subsidiabel zijn;

  • c. kosten voor werkzaamheden gericht op vervanging van materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen subsidiabel zijn;

  • d. kosten voor werkzaamheden gericht op reconstructie niet subsidiabel zijn, tenzij deze in uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van de minister ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn;

  • e. kosten voor werkzaamheden die voortvloeien uit veranderd gebruik, alsmede kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op comfortverbetering niet subsidiabel zijn; en

  • f. kosten voor werkzaamheden voor zover die reeds aangevangen of voltooid zijn voor de subsidieverlening niet subsidiabel zijn.

Artikel 9. Subsidiebedrag [Vervallen per 01-01-2013]

De subsidie bedraagt 70% van de subsidiabele kosten.

§ 2.2. Aanvraag [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 10. In te dienen documenten [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 4 wordt per beschermd monument op aanvraag verleend.

  • 2 Bij een aanvraag om subsidie wordt gebruik gemaakt van een door of namens de minister vast te stellen aanvraagformulier en de aanvraag gaat vergezeld van een:

    • a. restauratieplan;

    • b. actueel inspectierapport;

    • c. actuele begroting die gespecificeerd is in hoeveelheden, manuren, materialen, stelposten en onderaannemers; en

    • d. voor zover sprake is van herbestemming, een bouwhistorische verkenning.

Artikel 11. Restauratieplan [Vervallen per 01-01-2013]

Het restauratieplan bestaat uit:

  • a. een beschrijving van de technische staat van het monument, waarbij de gebreken van het monument nauwkeurig zijn vermeld;

  • b. overzichts- en detailfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument en zijn gebreken;

  • c. tekeningen van de bestaande toestand van het monument en tekeningen waarop de voorgenomen restauratiewerkzaamheden of wijzigingen van het monument staan aangegeven;

  • d. een op de onder a bedoelde beschrijving gebaseerd bestek of werkomschrijving waaruit duidelijk zijn af te lezen de aard en omvang van de uit te voeren werkzaamheden, de daarbij toe te passen constructies, materialen, afwerkingen en kleuren alsmede de wijze van uitvoering of verwerking daarvan; en

  • e. in voorkomend geval rapporten inzake bouwfysische, bouwhistorische, constructieve, decoratieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten ten aanzien van het monument.

Artikel 12. Indieningstermijn [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Een aanvraag om subsidie wordt na 30 september 2010 en uiterlijk op 30 april 2011 ingediend.

  • 2 Een aanvraag die voor 1 oktober 2010 wordt ontvangen, wordt geacht ingediend te zijn op 1 oktober 2010.

§ 2.3. Verlening [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 13. Weigeringsgronden [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 De minister verleent ten hoogste ten behoeve van vier beschermde monumenten per provincie subsidie als bedoeld in artikel 4.

  • 2 Indien reeds ten behoeve van vier monumenten in een provincie subsidie als bedoeld in artikel 4 is verleend, worden volgende aanvragen ten behoeve van monumenten in die provincie afgewezen.

Artikel 14. Behandeling aanvragen [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 De minister verdeelt de beschikbare middelen, bedoeld in artikel 6, in volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gekregen de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvullende informatie is ontvangen met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.

  • 2 Indien meerdere aanvragen op een bepaalde dag worden ontvangen, en verlening van subsidie aan deze aanvragen leidt tot overschrijding van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 6, of tot overschrijding van het aantal beschermde monumenten per provincie, bedoeld in artikel 13, wordt op deze aanvragen in volgorde van subsidiabele kosten beslist, waarbij een aanvraag met lagere subsidiabele kosten voorrang heeft.

  • 3 Indien na beslissing op de aanvragen ingediend op of voor 30 april 2011 niet het gehele bedrag, bedoeld in artikel 6, is verleend, kan de minister subsidie verlenen ten behoeve van meer dan vier beschermde monumenten per provincie. Op de verdeling van de resterende middelen zijn het eerste en tweede lid van toepassing.

  • 4 Voor het resterende budget, bedoeld in het derde lid, komen slechts de op of voor 30 april 2011 ingediende aanvragen in aanmerking. Voor zover een aanvraag reeds op grond van artikel 13, tweede lid, is afgewezen, wordt deze voor de toepassing van het derde lid geacht opnieuw ingediend te zijn en geldt hiervoor de datum van ontvangst, bedoeld in het eerste lid. De minister verleent binnen dertien weken na 30 april 2011 subsidie aan de aanvragers die in aanmerking komen voor het resterend budget.

Artikel 15. Besluit tot verlening [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 De minister beslist binnen dertien weken op een aanvraag.

  • 2 Het besluit tot subsidieverlening vermeldt de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt verleend, het subsidiebedrag en het tijdstip waarop de werkzaamheden uiterlijk zijn afgerond.

§ 2.4. Bevoorschotting en verplichtingen [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 16. Bevoorschotting [Vervallen per 01-01-2013]

De minister verleent voorschotten waarvan de hoogte en de termijnen in het besluit tot subsidieverlening worden vermeld.

Artikel 17. Subsidieverplichtingen [Vervallen per 01-01-2013]

De artikelen 23 tot en met 30 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat ‘instandhoudingsplan’ wordt gelezen als: restauratieplan.

§ 2.5. Vaststelling [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 18. Aanvraag tot vaststelling [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 De subsidieontvanger dient binnen 22 weken na het tijdstip waarop de restauratie moet zijn afgerond, bedoeld in artikel 15, tweede lid, een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van een prestatieverklaring en een financieel verslag.

Artikel 19. Prestatieverklaring [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Aan de hand van de prestatieverklaring toont de subsidieontvanger aan dat de restauratiewerkzaamheden waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 2 De minister kan voor de prestatieverklaring een model vaststellen.

  • 3 De inrichting van de prestatieverklaring komt overeen met de inrichting van het restauratieplan.

  • 4 De prestatieverklaring bevat, voor zover van toepassing, een toelichting op verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en de beoogde resultaten, vermeld in het restauratieplan, en de feitelijke realisatie.

Artikel 20. Financieel verslag [Vervallen per 01-01-2013]

  • 2 De minister kan voor het financieel verslag een model vaststellen.

  • 4 In de verklaring, bedoeld in het derde lid, verklaart de accountant dat de bedragen in het financieel verslag juist zijn en doet hij tevens een uitspraak over de naleving door de subsidieontvanger van de in het controleprotocol genoemde voorschriften.

  • 5 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de accountant zijn onderzoek inricht overeenkomstig een door de minister vast te stellen controleprotocol.

  • 6 De minister kan de subsidieontvanger verplichten de desbetreffende originele rekeningen en betalingsbewijzen te overleggen.

Artikel 21. Besluit tot vaststelling [Vervallen per 01-01-2013]

De minister beslist binnen 22 weken op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

Hoofdstuk 3. Restauratiesubsidie voor aangewezen organisaties voor monumentenbehoud [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 22. Reikwijdte [Vervallen per 01-01-2013]

De minister kan aan de aangewezen organisaties voor monumentenbehoud, genoemd in artikel 23, subsidie verstrekken ten behoeve van de restauratie van één of meerdere beschermde monumenten.

Artikel 23. Subsidieplafonds [Vervallen per 01-01-2013]

Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 22 is een bedrag beschikbaar voor:

  • a. Nationale Maatschappij tot Behoud, Ontwikkeling en Exploitatie van industrieel erfgoed B.V.: € 1.649.000;

  • b. NV Bergkwartier Maatschappij tot Stadsherstel: € 1.649.000;

  • c. Rijnlandse Molenstichting: € 367.500;

  • d. Stadsherstel Amsterdam N.V.: € 1.649.000;

  • e. Stichting Alde Fryske Tsjerken: € 175.000;

  • f. Stichting De Fryske Mole: € 189.000;

  • g. Stichting De Utrechtse Molens: € 757.200;

  • h. Stichting Het Drentse Landschap: € 1.014.000;

  • i. Stichting Het Geldersch Landschap en Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen: € 1.099.000;

  • j. Stichting Het Utrechts Monumentenfonds: € 734.200;

  • k. Stichting Monumentenbehoud Dongeradeel: € 94.000;

  • l. Stichting Oude Groninger Kerken: € 749.200;

  • m. Stichting Restauratie Rijksmonumenten Groningen: € 110.300;

  • n. Stichting tot Instandhouding van Molens in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden: € 1.064.900;

  • o. Stichting Twickel: € 203.500;

  • p. Stichting Werelderfgoed Kinderdijk: € 769.200;

  • q. Stichting Wijnhuisfonds: € 287.000;

  • r. Utrechtse Maatschappij tot Stadsherstel N.V.: € 450.000;

  • s. Vereniging Hendrick de Keyser: € 1.649.000; en

  • t. Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland: € 1.340.000.

Artikel 24. Subsidiabele kosten [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onderdeel f niet van toepassing is op kosten voor werkzaamheden die op of na 1 januari 2010 zijn uitgevoerd.

Artikel 25. Aanvraag [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Een aangewezen organisatie voor monumentenbehoud dient een aanvraag in voor subsidie op grond van artikel 22.

  • 2 Bij een aanvraag om subsidie wordt gebruik gemaakt van een door of namens de minister vast te stellen aanvraagformulier, waarin in ieder geval worden vermeld:

    • a. de monumentnummers en adresgegevens van de te restaureren beschermde monumenten; en

    • b. een raming van de subsidiabele kosten voor restauratie per beschermd monument.

Artikel 26. Bepalingen van overeenkomstige toepassing [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 De artikelen 15 tot en met 21 zijn van overeenkomstige toepassing op subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk, met dien verstande dat de prestatieverklaring een verantwoording bevat van de uitgevoerde restauratiewerkzaamheden per beschermd monument en dat de subsidieontvanger aantoont dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 2 Indien het verleende subsidiebedrag minder bedraagt dan € 125.000, gaat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie alleen vergezeld van een prestatieverklaring.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 27. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2013]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2010.

Artikel 28. Citeertitel [Vervallen per 01-01-2013]

Deze regeling wordt aangehaald als: Restauratieregeling monumenten 2010 en 2011.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart