Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieprogramma ZeehavenInnovatieProject voor duurzaamheid

Geldend van 03-09-2010 t/m heden

Subsidieprogramma ZeehavenInnovatieProject voor duurzaamheid

Artikel 1

Als subsidieprogramma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat, wordt vastgesteld het Subsidieprogramma ZeehavenInnovatieProject voor duurzaamheid, dat is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 3

Dit besluit wordt aangehaald als Subsidieprogramma ZeehavenInnovatieProject voor duurzaamheid.

Dit besluit zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

C.M.P.S. Eurlings

Bijlage , bedoeld in artikel 1

Subsidieprogramma ZeehavenInnovatieProject voor duurzaamheid

§ 1. Begripsomschrijvingen

In dit subsidieprogramma wordt verstaan onder:

kaderregeling: Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat;

minister: Minister van Verkeer en Waterstaat.

§ 2. thema en doel van het subsidieprogramma

§ 3. subsidiabele projecten of onderdelen

Projecten kunnen voor subsidiëring in aanmerking komen, indien:

  • a. zij bijdragen aan de verduurzaming op de thema’s geluid, emissies, ruimtegebruik en waterkwaliteit van de Nederlandse zeehavens, zoals genoemd in de Nota zeehavens, ankers van de economie, paragraaf 2.1;1

  • b. zij bijdragen aan intermodaal transport, shortseashipping, spoorvervoer of vervoer per binnenvaartschip;

  • c. het gaat om infrastructuur in de zin van de Wet Infrastructuurfonds; en

  • d. het betreft:

    • 1°. de noordelijke zeehavens (Delfzijl/Eemshaven, Harlingen en Den Helder),

    • 2°. het Noordzeekanaalgebied (Amsterdam, Zaanstad, Beverwijk en Velsen/IJmuiden),

    • 3°. het Rijn- en Maasmondgebied (Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis, Dordrecht, Moerdijk en Scheveningen), of

    • 4°. het Scheldebekken (Vlissingen en Terneuzen).

§ 4. groep van subsidieontvangers

Subsidie kan worden verstrekt aan:

  • a. beheerders van de in paragraaf 3, onderdeel a, genoemde zeehavens;

  • b. bedrijven en overheden die beheerder zijn of zullen worden van de resulterende infrastructuur na uitvoering van het project, voor zover dat plaatsvindt in de in paragraaf 3, onderdeel d, genoemde gebieden.

§ 5. looptijd van het subsidieprogramma

Het subsidieprogramma vervalt vier jaar na zijn inwerkingtreding, met dien verstande dat het op reeds verleende subsidie van toepassing blijft.

§ 6. termijn waarbinnen subsidie kan worden aangevraagd

  • 1. De subsidie wordt aangevraagd binnen dertien weken na inwerkingtreding van dit besluit.

  • 2. De aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, t.a.v. de afdeling Zeehavens, postbus 20904, 2500 EX DEN HAAG.

  • 3. De aanvraag bestaat uit:

    • a. het aanvraagformulier, dat door de minister wordt vastgesteld;

    • b. een projectplan waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de criteria, genoemd in paragraaf 10; en

    • c. een begroting.

  • 4. Indien bij een milieu-investeringsproject communautaire normen van toepassing zijn en deze worden overtroffen, vermeldt de aanvrager bij zijn aanvraag in welke mate de communautaire normen worden overtroffen.

§ 7. termijn waarbinnen een project voltooid moet worden

Een project wordt uiterlijk drie jaar na de subsidieverlening afgerond.

§ 8. subsidieplafond van het subsidieprogramma

Het subsidieplafond bedraagt € 5.000.000, inclusief de kosten voor communicatie en uitvoering.

§ 9. hoogte van de subsidie

Indien het subsidiebedrag dat resulteert uit de berekening van de potentiële bijdrage aan duurzaamheid met toepassing van de berekeningswijze in de annex lager is dan de op basis van de kaderregeling bepaalde maximale subsidie, geldt het laagste bedrag als maximum.

§ 10. wijze van verdeling van de subsidiegelden

  • 1. Na afloop van de in paragraaf 6, eerste lid, bedoelde termijn worden de aanvragen in rangorde geplaatst naar de mate waarin de voorgestelde projecten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen e en m, van de kaderregeling, naar het oordeel van de minister voldoen aan de volgende criteria:

    • a. de potentiële bijdrage aan duurzaamheid;

    • b. het innovatieve karakter van het project;

    • c. de kans dat de duurzaamheidsbijdrage gerealiseerd kan worden, doordat de innovatie op brede schaal kan worden toegepast;

    • d. de verwachte mate van kennisverspreiding; en

    • e. het draagvlak bij de beheerders van de havens, bedoeld in paragraaf 3, onderdeel a.

  • 2. Voor zover de subsidie, berekend met toepassing van paragraaf 9 en met inachtneming van de in het eerste lid bedoelde rangorde, lager is dan het subsidieplafond of wat daarvan resteert, verleent de minister de subsidie. Indien een volgende subsidieaanvraag groter is dan het subsidieplafond nog toelaat, wordt aan de aanvrager voorgelegd of deze het project zal uitvoeren bij toekenning van dit lagere bedrag. Indien deze niet binnen vier weken instemt, wordt de eerstvolgende subsidieaanvraag die lager in rangorde staat op gelijke wijze behandeld. Dit wordt bij ten hoogste vier projecten herhaald.

  • 3. De minister wijst de resterende aanvragen af.

  • 4. De rangorde kan worden bepaald aan de hand van per criterium, bedoeld in het eerste lid, toegekende punten.

  • 5. De minister wijst een aanvraag af, wanneer naar zijn oordeel:

    • a. aan één of meer van de criteria, bedoeld in deze paragraaf, onvoldoende tegemoet wordt gekomen;

    • b. een minimum duurzaamheidsbijdrage van € 250.000 niet wordt gehaald, behalve voor milieuhaalbaarheidsprojecten en projecten die het thema waterkwaliteit betreffen;

    • c. de aanvraag een subsidiebedrag van € 2.500.000 te boven gaat; of

    • d. het project een minimaal vereist aantal punten, bedoeld in het vierde lid, niet behaalt.

  • 6. Tot ten hoogste tien procent van de som van de toegekende subsidies voor projecten, bedoeld in het eerste lid, kunnen projecten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen d en q, van de kaderregeling worden toegekend. Voor deze projecten gelden de criteria b, d en e, bedoeld in het eerste lid.

§ 11. uitwerking van de beoordelingscriteria

De criteria, genoemd in paragraaf 10, eerste lid, worden als volgt gespecificeerd.

  • a. de bijdrage aan duurzaamheid: de invloed op één of meer van de thema’s van het programma wordt gekwantificeerd door de invloed van een enkel project, vaartuig, voertuig of instrument, de potentie in Nederlandse havengebieden genoemd onder paragraaf 3, onderdeel a, en een verwachte gebruiksduur van ten hoogste tien jaar, zoals te bepalen aan de hand van de rekenmethodiek in de annex bij dit besluit;

  • b. het innovatieve karakter van het project: de aanvrager toont aan dat de innovatie niet in Nederlandse zeehavens op soortgelijke wijze in gebruik is;

  • c. de kans dat de duurzaamheidsbijdrage gerealiseerd wordt: de innovatie kan op brede schaal worden toegepast. De aanvrager toont daartoe aan dat:

    • 1°. het project gedragen wordt door een sterke marktpartij,

    • 2°. het een economisch interessante propositie oplevert om het gereed product aan te schaffen en in te zetten na realisatie van het project, zodat het product bij verdere toepassing geen verdere ondersteuning behoeft;

    • 3°. subsidie noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat het met het project gemoeide risico zo groot is dat realisatie zonder subsidie onmogelijk is,

    • 4°. inzicht bestaat in de in te zetten en ingehuurde externe krachten, de marktconformheid van de tarieven en opzet van de plannen, en

    • 5°. de kosten van het project redelijk zijn;

  • d. de verwachte mate van kennisverspreiding: de aanvrager toont zijn bereidheid aan om de opgedane kennis uit het project te delen en geeft aan op welke wijze de kennisoverdracht wordt vormgegeven;

  • e. het draagvlak bij de beheerders van de havens: de aanvrager toont aan door verklaringen dat na uitwerking van het project een optredend probleem bij de desbetreffende havenbeheerder significant kan worden verminderd en dat havenbeheerder bereid is zich na een succesvol project in te zetten voor toepassing.

§ 12. beslistermijn

De minister beslist op de aanvraag binnen 22 weken na afloop van de in paragraaf 6, eerste lid, bedoelde termijn.

§ 13. vorm van de te verlenen subsidie

De subsidie wordt verleend in de vorm van een verleningsbeschikking, waarin een bevoorschottingsritme is opgenomen, tenzij sprake is van betaling ineens of van 100 procent bevoorschotting.

§ 14. termijn voor vaststelling van de subsidie

  • 1. Binnen dertien weken na een in de beschikking te noemen tijdstip, dient de subsidieontvanger een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie.

  • 2. De minister stelt de subsidie vast binnen 22 weken na afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn.

§ 15. controleprotocol

  • 1. Subsidies tot € 25.000 worden binnen 22 weken na verlening betaald.

  • 2. Over subsidies vanaf € 25.000 maar niet hoger dan € 125.000 wordt verantwoording over de prestaties geleverd bij de aanvraag om vaststelling van de subsidie.

  • 3. Over subsidies hoger dan € 125.000 wordt verantwoording over de prestaties, voorzien van een accountantsverklaring, geleverd bij de aanvraag om vaststelling van de subsidie.

§ 17. uitvoeringsinstantie

Dit besluit wordt uitgevoerd door de minister.

Annex. rekenmethodiek potentiële bijdrage aan duurzaamheid

Ter bepaling van de potentiële bijdrage aan duurzaamheid in de zeehavens worden de volgende gegevens aangeleverd:

  • A. Verbetering door de innovatie ten opzichte van huidige (best-practice) situatie:

    • 1) .... kg CO2/installatie/jaar

    • 2) .... g CO/installatie/jaar

    • 3) .... g PM/installatie/jaar

    • 4) .... g NOx/installatie / jaar

    • 5) .... g SOx / installatie / jaar

    • 6) .... g ..................(stof invullen)/installatie/ jaar

    • 7) .... dB(A)

    • 8) .... ha havengebied / installatie

  • B. Levensduur van de installatie waarmee het bovenvermelde effect te verwachten valt? ....jaar (maximaal 10)

  • C. Op hoeveel locaties zou naar uw mening een soortgelijke installatie in de Nederlandse zeehavens kunnen worden ingezet (met andere woorden: hoeveel zouden er maximaal in Nederlandse zeehavens geplaatst kunnen worden ter vervanging van de huidige situatie)? .... stuks

  • D. De duurzaamheidsbijdrage van een project zal worden berekend op basis van de meest toepasselijke schaduwprijzen voor het onderhavige project. Deze schaduwprijzen worden ontleend aan het onderzoek van CE Delft Shadow Prices Handbook, Valuation and weighting of emissions and environmental impacts, Delft, Maart 2010, of, indien CE een meer recente versie heeft uitgebracht: de recentste versie.

De totale potentiële bijdrage aan duurzaamheid wordt berekend met de formule:

(A1* toepasselijke schaduwprijs+A2* toepasselijke schaduwprijs+A3* toepasselijke schaduwprijs+A4* toepasselijke schaduwprijs+A5* toepasselijke schaduwprijs+A6* toepasselijke schaduwprijs+A7* toepasselijke schaduwprijs+A8* toepasselijke schaduwprijs)*Levensduur*toepasselijke locaties in de zeehavens = €…

  • ^ [1]

    Kamerstukken 2004–2005, 29 862, nr. 1 (bijlage).