Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verordening onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder

Geldend van 01-07-2010 t/m heden

Verordening onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder

De ledenraad van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders,

Overwegende dat de KBvG tot taak heeft de bevordering van een goede beroepsuitoefening door de leden en van hun vakbekwaamheid;

Gelet op de artikelen 57, tweede lid, en 80, vijfde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet;

Gezien het ontwerp van het bestuur en de bijbehorende toelichting;

Gehoord het advies van de algemene ledenvergadering van de KBvG;

Stelt de navolgende verordening met toelichting vast:

Afdeling 1. Algemeen

Artikel 1. (begripsbepalingen)

In deze verordening wordt verstaan onder:

Afdeling 2. Interne onafhankelijkheid

Artikel 2. (onafhankelijkheid)

  • 1 De gerechtsdeurwaarder zorgt ervoor dat de aanvaarding en de uitvoering van opdrachten nimmer worden bepaald of beïnvloed door andere rollen of verantwoordelijkheden.

  • 2 De gerechtsdeurwaarder zorgt ervoor dat alle beslissingen over het beleid van het kantoor, het beheer van de derdengelden en de behandeling van alle opdrachten, zowel in de minnelijke fase als in de ambtelijke fase, uitsluitend worden genomen door een gerechtsdeurwaarder, dan wel onder directe verantwoordelijkheid van een gerechtsdeurwaarder.

Artikel 3. (zeggenschap en invloed)

  • 1 De gerechtsdeurwaarder draagt er zorg voor dat het bestuur van de vennootschap waaraan het gerechtsdeurwaarderskantoor toebehoort, geheel of in meerderheid bestaat uit gerechtsdeurwaarders, alsmede dat deelnemingen in de vennootschap door personen die geen gerechtsdeurwaarder zijn, gezamenlijk slechts een minderheidsbelang vormen.

  • 2 Personen die geen gerechtsdeurwaarder zijn, mogen op geen enkele wijze een doorslaggevende invloed verwerven in het bestuur of in vergaderingen van aandeelhouders, leden of vennoten.

Artikel 4. (deelneming door niet-gerechtsdeurwaarders)

De gerechtsdeurwaarder draagt er zorg voor dat personen die niet gerechtsdeurwaarder zijn, slechts deelnemen in de vennootschap waaraan het gerechtsdeurwaarderskantoor toebehoort, indien:

Artikel 5. (aandeelhoudersovereenkomst)

  • 1 Ten einde te waarborgen dat aan deze verordening wordt voldaan, sluit de gerechtsdeurwaarder een aandeelhouders- of vergelijkbare overeenkomst met allen die als aandeelhouders, vennoten of anderszins deelnemen in de vennootschap waaraan het gerechtsdeurwaarderskantoor toebehoort.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde overeenkomst houdt ten minste in:

    • a. de verplichting voor een partij om haar deelneming te beperken of te beëindigen op zodanige wijze dat voldaan wordt aan deze verordening, indien:

      • deze partij zelf een vennootschap is en door wijziging in het bestuur, overdracht van aandelen of anderszins een deelneming overgaat op een andere persoon en daardoor niet langer wordt voldaan aan de verordening;

      • deze partij, of enige in haar deelnemende persoon, direct of indirect betrokken is bij opdrachten aan het kantoor;

      • deze partij, of enige in haar deelnemende persoon, niet langer in aanmerking zou komen voor verlening van een verklaring omtrent het gedrag;

    • b. een in het economisch verkeer als redelijk te beoordelen en objectieve maatstaf voor de bepaling van de waarde van deelnemingen;

    • c. de bepaling dat overnamesommen op redelijk verzoek van de koper in termijnen mogen worden voldaan;

    • d. de verplichting om zich te onthouden van het tot stand brengen of uitvoeren van iedere volmacht, stemrechtovereenkomst of andere rechtshandeling waardoor afbreuk kan worden gedaan aan de onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder.

  • 3 Van de verplichting, bedoeld in het tweede en derde gedachtestreepje van het tweede lid, onder a, kunnen worden uitgezonderd gerechtsdeurwaarders, alsmede vennootschappen waarin gerechtsdeurwaarders zeggenschap en invloed hebben als omschreven in artikel 3.

Artikel 6. (dienstverband)

De gerechtsdeurwaarder is niet in dienst van een persoon die, zonder gerechtsdeurwaarder te zijn, als aandeelhouder, vennoot of anderszins deelneemt in de vennootschap waaraan het gerechtsdeurwaarderskantoor toebehoort.

Afdeling 3. Externe onafhankelijkheid

Artikel 7. (toegestane deelnemingen en bestuursfuncties)

  • 1 Het is de gerechtsdeurwaarder slechts toegestaan om deel te nemen in een vennootschap, of daarin als bestuurder werkzaam te zijn, indien:

    • a. deze vennootschap niet direct of indirect is verbonden met opdrachten aan het gerechtsdeurwaarderskantoor;

    • b. de deelneming of bestuursfunctie op geen enkele wijze afbreuk doet of kan lijken te doen aan de onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder of het aanzien van het ambt kan schaden.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op deelnemingen of bestuursfuncties in vennootschappen waarin gerechtsdeurwaarders zeggenschap en invloed hebben als omschreven in artikel 3.

Afdeling 4. Overige bepalingen

Artikel 8. (transparantie)

  • 1 De gerechtsdeurwaarder doet van de navolgende gegevens en van alle wijzigingen daarin onverwijld opgave aan het bestuur van de KBvG:

    • a. de voor het gerechtsdeurwaarderskantoor gekozen rechtsvorm en de inrichting daarvan, de aandeelhouders, vennoten of anderszins deelnemende personen, de omvang van hun deelnemingen en de aan elk van hun toekomende rechten;

    • b. of de onder a bedoelde personen direct of indirect betrokken zijn bij opdrachten aan het kantoor;

    • c. deelnemingen door de gerechtsdeurwaarder in andere vennootschappen, alsmede zijn bevoegdheden in dat verband.

  • 2 De gerechtsdeurwaarder voorkomt zoveel mogelijk dat bij derden misverstand kan bestaan over de in het eerste lid bedoelde gegevens.

Artikel 9. (overgangsbepalingen)

Indien een gerechtsdeurwaarderskantoor op het tijdstip van in werking treden van deze verordening niet beantwoordt aan de eisen die voortvloeien uit deze verordening, is iedere daarin werkzame gerechtsdeurwaarder gehouden om onverwijld een plan voor te leggen aan het bestuur van de KBvG, dan wel aan een op grond van artikel 73 van de Gerechtsdeurwaarderswet ingesteld orgaan dat daarvoor door het bestuur van de KBvG is aangewezen, om binnen een redelijke termijn alsnog te voldoen aan de verordening.

Artikel 10. (overeenkomstige toepassing; nadere regels)

  • 1 De gerechtsdeurwaarder zorgt ervoor dat als het gerechtsdeurwaarderskantoor toebehoort aan een vennootschap van een andere rechtsvorm of inrichting dan gebruikelijk, alsmede in geval van gebruikmaking van concernstructuren, te allen tijde recht wordt gedaan aan de strekking van deze verordening.

Artikel 11. (citeertitel)

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder.

Artikel 12. (inwerkingtreding)

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede maand na die van de dag van de bekendmaking door plaatsing in de Staatscourant.

De

ledenraad van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders