Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Circulaire Vakbekwaamheid buitenslands gediplomeerden volksgezondheid[Regeling vervalt per 22-12-2020.]

Geldend van 22-12-2015 t/m heden

Circulaire Vakbekwaamheid buitenslands gediplomeerden volksgezondheid

§ 1. Inleiding

Deze circulaire bevat bekendmaking van beleid van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met betrekking tot de behandeling van aanvragen voor verklaringen omtrent de vakbekwaamheid van buitenslands gediplomeerden in de individuele gezondheidzorg. Een buitenslands gediplomeerde kan een dergelijke verklaring bij de minister aanvragen op grond van artikel 41, eerste lid, onder b , dan wel 45, eerste lid onder b, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg – hierna genoemd Wet BIG.

Nb. Deze circulaire gaat niet specifiek in op het systeem voor het afhandelen van een aanvraag voor een verklaring van vakbekwaamheid op grond van artikel 41, eerste lid onder c dan wel artikel 45, eerste lid onder c van de Wet BIG. Dit systeem is verder aangegeven in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties en de besluiten op grond van deze wet. Het gaat hierbij om aanvragen die vallen onder de werking van de Europese regelgeving zoals neergelegd in de Richtlijn 2005/36/EG, het zogenaamde Algemeen Stelsel en om aanvragers die een beroep kunnen doen op de Regeling aanwijzing buitenlandse diploma’s volksgezondheid. Deze laatste categorie wordt ook wel aangeduid met de omschrijving: zij die op grond van de Europese regelgeving recht hebben op automatische erkenning.

Deze circulaire vervangt de circulaire ‘Verklaring vakbekwaamheid buitenslands gediplomeerden volksgezondheid’ van 21 april 2006, CIBG/VV-2669498, Staatscourant 3 mei 2006, nr. 86, welke in werking is getreden op 5 mei 2006. Deze circulaire treedt in werking op de eerste dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Zij heeft een geldigheidsduur van vier jaar.

Een belangrijk verschil ten opzichte van de circulaire van 21 april 2006 is dat de mogelijkheid voor het beoordelen van aanvragen met behulp van kennis- en vaardighedentoetsen zal worden uitgebreid.

Sinds 2005 wordt de vakbekwaamheid van buitenslands gediplomeerde artsen getoetst door middel van een algemene kennis- en vaardighedentoets en beroepsinhoudelijke toetsen, de zogenaamde assessmentprocedure. In 2007 volgden hierop de assessmentprocedures voor tandartsen en verpleegkundigen. Volgens de minister functioneert dit systeem goed. Daarom heeft de minister besloten om in 2010 voor aanvragen voor de meeste overige beroepsgroepen die vallen onder artikel 3 of artikel 34 van de Wet BIG algemene kennis- en vaardighedentoetsen in te voeren. Zie hiervoor § 4 van deze circulaire.

In de vorige circulaires bestondde mogelijkheid van een geclausuleerde inschrijving in het belang van land van herkomst. Met het invoeren van deze circulaire is deze mogelijkheid afgeschaft.

§ 2. Algemeen

2.1. Beroepen met een wettelijk erkend register

Artikel 3 van de Wet BIG geeft aan dat er registers zijn voor de volgende beroepsbeoefenaren: apotheker, arts, fysiotherapeut, gezondheidszorg-psycholoog, psychotherapeut, tandarts, verloskundige en verpleegkundige. Voor inschrijving in een van de registers komen niet alleen houders van een Nederlands diploma in aanmerking, maar ook houders van een buitenlands diploma.

Buitenslands gediplomeerden met een nationaliteit van een land dat deel uitmaakt van de EER of van de Zwitserse Bondsstaat, die een diploma of getuigschrift bezitten dat wordt genoemd in de krachtens artikel 41, eerste lid, onder a, van de Wet BIG vastgestelde Regeling aanwijzing buitenlandse diploma’s volksgezondheid, hebben dezelfde rechten op inschrijving in een krachtens artikel 3 van de Wet BIG ingesteld register als de bezitters van het desbetreffende Nederlandse diploma. Zij kunnen rechtstreeks een verzoek om inschrijving indienen bij het BIG-register (http://www.bigregister.nl). info@bigregister.nl . Het BIG-register is een onderdeel van het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg, Postbus 16114, 2500 BC Den Haag.

Buitenslands gediplomeerden die niet in het bezit zijn van een in de Regeling aanwijzing buitenlandse diploma’s volksgezondheid genoemd diploma of wel zo’n diploma bezitten, maar niet de nationaliteit van een EER-land of van de Zwitserse Bondsstaat, kunnen een verklaring als bedoeld in artikel 41, eerste lid, onder b, van de Wet BIG (vakbekwaamheidsverklaring) bij de minister (Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg) aanvragen.

Aanvragers voor al dan niet directe erkenning van EG-beroepskwalificatie en zij die een verklaring van vakbekwaamheid aanvragen, kunnen hun verzoek indienen bij het CIBG. Zij doen dit door een aanvraagformulier in te vullen, van bijlagen te voorzien en naar het CIBG te zenden. Op de website www.bigregister.nl staan aanvraagformulieren. Bij de toelichting staat aangegeven hoe de procedure per soort aanvraag en beroepsgroep verder verloopt. Aanvragers kunnen gelijktijdig een verzoek indienen voor erkenning van een specialisme en inschrijving in een specialistenregister.

De minister en de specialisten-registratiecommissies van de beroepsorganisaties FGzP, KNMG, KNMP, NMT en V&VN gaan eerst na welke procedure op de aanvraag van toepassing is en kunnen vervolgens verzoeken eventueel aanvullende informatie over te leggen.

Wanneer het dossier compleet is, nemen de minister en de specialisten-registratiecommissies de aanvraag verder in behandeling. Erkenning van een specialisme en inschrijving in een specialistenregister is overigens pas mogelijk nadat de aanvrager is geregistreerd voor het basisberoep in het BIG-register.

2.2. Beroepen met een beschermde opleidingstitel

Op 1 december 1997 is artikel 34 van de Wet BIG in werking getreden en hebben de volgende beroepen een wettelijk beschermde opleidingstitel: apothekersassistent, diëtist, ergotherapeut, huidtherapeut, klinisch fysicus, logopedist, mondhygiënist, oefentherapeut, optometrist, orthoptist, podotherapeut, radiodiagnostisch laborant, radiotherapeutisch laborant, tandprotheticus en verzorgende in de individuele gezondheidszorg. Voor deze beroepen geldt het volgende. Houders van het wettelijk voorgeschreven Nederlandse diploma zijn bevoegd om de bijbehorende opleidingstitel te voeren.

Houders van een hierboven genoemd buitenlands diploma kunnen bij de minister een vakbekwaamheidsverklaring aanvragen als bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de Wet BIG. In tegenstelling tot de ‘artikel-3-beroepen’ kennen de ‘artikel-34-beroepen’ geen wettelijke registratie. Dat betekent dat een positief besluit van de minister op een verzoek van een ‘artikel-34-beroepsbeoefenaar’ omtrent een vakbekwaamheidsverklaring, alleen tot gevolg heeft dat betrokkene de desbetreffende opleidingstitel mag voeren.

Wel bestaat er voor de beroepen diëtist, ergotherapeut, huidtherapeut, logopedist, mondhygiënist, oefentherapeut-Cesar en -Mensendieck, podotherapeut, optometrist, orthoptist, radiodiagnostisch laborant en radiotherapeutisch laborant het Kwaliteitsregister Paramedici, Postbus 16124, 2500 BC Den Haag, http://www.kwaliteitsregisterparamedici.nl; informatienummer 0900-2020818.

Deze registers hebben een privaatrechtelijk karakter; zij zijn niet bij wet ingesteld. Opname in deze registers is van overheidswege niet verplicht gesteld.

2.3. Het uitoefenen van het beroep

De inschrijving in het BIG-register respectievelijk het mogen voeren van een opleidingstitel geven op zichzelf niet recht op beroepsuitoefening in Nederland. Dat geldt alleen voor Nederlandse onderdanen en voor hen die op grond van Europese regelgeving een verblijfsstatus hebben die hen ook toestaat arbeid te verrichten in Nederland. Andere buitenslands gediplomeerden dienen een door de Minister van Justitie toegekende verblijfsstatus te hebben die hem/haar toestaat arbeid te verrichten alsmede voor beroepsbeoefenaren die geen onderdaan zijn van een EER-land, een door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verleende tewerkstellingsvergunning.

EER-landen zijn de landen van de Europese Unie en Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. De Zwitserse Bondsstaat heeft een associatieverdrag met de Europese Unie en valt daardoor, voor wat de regelingen betreft waarop deze circulaire betrekking heeft, onder de regeling van de EER.

2.4. Beheersen van de Nederlandse taal

Voor een verantwoorde beroepsuitoefening is het goed kunnen communiceren met patiënten en andere beroepsbeoefenaren essentieel. Dat betekent dat het beheersen van de Nederlandse taal van groot belang is. De toekomstige werkgever, respectievelijk supervisor alsmede de zorgverzekeraar kunnen ter zake eisen stellen. Ook de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst geeft aan dat hulpverlener en patiënt elkaar goed moeten kunnen begrijpen. De eis voor het goed beheersen van de Nederlandse taal om het beroep te mogen uitoefenen volgt ook uit de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties. Vandaar dat buitenslands gediplomeerden die de Nederlandse taal nog niet in voldoende mate beheersen, er verstandig aan doen om reeds gedurende de behandeling van hun verzoek om een vakbekwaamheidsverklaring de Nederlandse taal te gaan leren.

2.5. De website

De website van het BIG-register (http://www.bigregister.nl), Postbus 16114, 2500 BC Den Haag, info@bigregister.nl, bevat informatie over allerlei zaken waarmee buitenslands gediplomeerden die werk zoeken in de Nederlandse gezondheidszorg, te maken kunnen krijgen. Dit betreft niet alleen informatie op het gebied van vergunningen en diplomawaardering, maar ook over tal van andere zaken die van belang zijn.

Nb. Op deze website is ook informatie te vinden over aanvragen die vallen onder de werking van de Richtlijn 2005/36/EG. Het gaat dan om een verklaring van vakbekwaamheid op grond van artikel 41, eerste lid, onder c, dan wel artikel 45, eerste lid, onder c, van de wet BIG (het Algemeen Stelsel).

Vanaf deze website zijn ook de aanvraagformulieren te downloaden.

2.6. De BES-eilanden

De eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba gelegen in de Caribische zee worden ook wel aangeduid als BES-eilanden. De Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba regelt dat deze drie eilanden sinds oktober 2010 als drie afzonderlijke openbare lichamen deel van Nederland zijn.

De Wet BIG verstaat onder diploma’s behaald binnen Nederland alleen diploma’s behaald bij een instelling op het Nederlandse grondgebied binnen Europa. Voor instellingen gelegen op een van de drie BES-eilanden geldt dit niet. Ook moet iemand, die op een van de BES-eilanden is toegelaten tot het uitoefenen van een gereglementeerd beroep en die in Nederland wil gaan werken binnen een door de Wet BIG gereglementeerd beroep, bij het CIBG een verklaring van vakbekwaamheid aanvragen.

§ 3. Hoofdlijnen van de behandeling

3.1. Algemeen

De volgende uitgangspunten gelden in Nederland bij de beoordeling van aanvragen om een gereglementeerd beroep te mogen uitoefenen:

  • De door een aanvrager voltooide opleidingen en opgedane beroepservaring worden vergeleken met de Nederlandse opleidingseisen voor het desbetreffende beroep.

  • Aanvragers, die geen opleiding in Nederland hebben gevolgd of geen functioneel zelfstandige beroepservaring in Nederland hebben opgedaan, dienen door middel van een supervisietraject in ieder geval kennis te maken met het Nederlandse gezondheidszorgstelsel.

Voor aanvragen die vallen onder de werking van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties kan het zijn dat bovengenoemde uitgangspunten niet van toepassing zijn. Deze circulaire gaar hier verder niet op in.

De buitenslands gediplomeerde die niet een beroep kan doen op de Regeling aanwijzing buitenlandse diploma’s volksgezondheid (de zogenaamde automatische erkenning), kan bij het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG) van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), postbus 16114, 2500 BC Den Haag, een formulier aanvragen voor het verkrijgen van een verklaring inhoudende dat:

  • a) Indien het een ‘artikel-3-beroepsbeoefenaar’ betreft, tegen zijn/haar inschrijving in het desbetreffende register, voor wat betreft zijn/haar vakbekwaamheid geen bedenkingen bestaan;

  • b) Indien het een ‘artikel-34-beroepsbeoefenaar’ betreft, zijn/haar vakbekwaamheid gelijkwaardig kan worden geacht aan die van de desbetreffende in Nederland afgestudeerde beroepsbeoefenaar.

De onder a of b bedoelde verklaring wordt hierna aangeduid als: verklaring omtrent de vakbekwaamheid.

De minister onderzoekt of de vakbekwaamheid van de buitenslands gediplomeerde die een verklaring omtrent de vakbekwaamheid heeft aangevraagd, gelijkwaardig is aan de vakbekwaamheid die volgens de Wet BIG is vereist, namelijk de vakbekwaamheid van een volgens de wettelijke, Nederlandse opleidingseisen opgeleide beroepsbeoefenaar. De minister deelt het resultaat van zijn onderzoek bij beschikking aan de aanvrager mede. Relevante en recente beroepservaring (niet ouder dan vijf jaar) kan onder bepaalde voorwaarden leiden tot gehele of gedeeltelijke compensatie van de eventueel geconstateerde tekorten in de opleiding. Beroepservaring ouder dan vijf jaar kan niet tot compensatie leiden.

3.2. Gelijkwaardig

Indien de minister meent dat de vakbekwaamheid van de buitenslands gediplomeerde gelijkwaardig is, geeft hij een dienovereenkomende verklaring omtrent de vakbekwaamheid af. Daarmee kan betrokkene in aanmerking komen voor (on)geclausuleerde inschrijving in het BIG-register (artikel-3-beroep) of voor het voeren van de opleidingstitel (artikel-34-beroep).

3.3. Niet gelijkwaardig

Indien de minister meent dat de vakbekwaamheid van de buitenslands gediplomeerde niet gelijkwaardig is, wijst hij de aanvraag voor een verklaring omtrent de vakbekwaamheid af. In dat geval adviseert de minister veelal aan de buitenslands gediplomeerde om contact op te nemen met een erkende, Nederlandse opleidingsinstelling teneinde het Nederlandse getuigschrift te behalen.

3.4. Nagenoeg gelijkwaardig

Indien de minister meent dat de vakbekwaamheid van de buitenslands gediplomeerde nagenoeg gelijkwaardig is, geeft hij een dienovereenkomende verklaring omtrent de vakbekwaamheid af waarin hij beperkingen stelt aan de inschrijving in het BIG-register, dan wel aan het gebruik van de krachtens de wet beschermde opleidingstitel.

3.5. Vereiste documenten

Bij het insturen van een aanvraagformulier dient de aanvrager een aantal documenten mee te zenden zoals aangegeven in artikel 7, eerste lid, van het Besluit Buitenslands gediplomeerden volksgezondheid. De minister neemt een aanvraag pas in behandeling als een dusdanig compleet dossier voorligt dat behandeling van het verzoek mogelijk is. Het indienen van een niet complete aanvraag kan opschorting van de beslistermijn tot gevolg hebben. Is het niet mogelijk om bepaalde documenten of gegevens in te sturen, dan dient de aanvrager de minister daarvan schriftelijk en met redenen omkleed op de hoogte te stellen.

Van de documenten genoemd in artikel 7, eerste lid, van het Besluit buitenslands gediplomeerden volksgezondheid moeten orginele exemplaren of gewaarmerkte kopieën worden overgelegd. De kopieën moeten zijn gewaarmerkt door de instantie die de originele bescheiden heeft afgegeven of door een Nederlandse notaris.

Van de overige in dit artikel genoemde documenten volstaan kopieën die zijn gewaarmerkt door de instantie die de orginele bescheiden heeft afgegeven of door de afdeling burgerzaken van een Nederlandse gemeente. Het is niet nodig dat deze overige bescheiden door een Nederlandse notaris worden gewaarmerkt.

§ 4. Adviescommissie

4.1. Algemeen

Ten behoeve van de advisering door de Commissie buitenslands gediplomeerden volksgezondheid (CBGV) kan de minister of de CBGV een waardering van het onderwijskundig niveau van het buitenlands getuigschrift aanvragen. De instellingen die dergelijke diplomawaarderingen afgeven zijn de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het Hoger Onderwijs (Nuffic) en de Vereniging kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven (Colo).

De Nuffic is in Nederland als erkennings- en informatiecentrum aangewezen en erkend door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in het kader van de Europese Unie (NARIC) en de Raad van Europa en Unesco (ENIC). Colo brengt voornamelijk diplomawaarderingen op het Nederlandse MBO-niveau uit.

De minister of de CBGV kan de Nuffic ook vragen een diploma te verifiëren op echtheid.

De CBGV heeft de wettelijke bevoegdheid in het kader van haar adviserende taak de buitenslands gediplomeerde op te leggen een kennis- en vaardighedentoetsen af te leggen.

4.2. Kennis en vaardighedentoets

Sinds 2005 worden de kennis en vaardigheden van artsen getoetst door middel van een zogenaamde assessmentprocedure. In 2007 werd deze procedure eveneens ingesteld voor tandartsen en verpleegkundigen. Door middel van deze procedure worden de kennis en vaardigheden van deze beroepsgroepen in twee delen getoetst. Als eerste door een serie algemene kennis- en vaardighedentoetsen. Deze worden gevolgd door de beroepsinhoudelijke toets.

De minister meent dat dit systeem goed functioneert. Hij heeft besloten de algemene kennis- en vaardighedentoetsen voor de meeste overige beroepsgroepen die vallen onder artikel 3 en artikel 34 van de Wet BIG in 2010 in te stellen. De datum van invoering wordt in de Staatscourant bekend gemaakt. Voor deze beroepsgroepen bestaat de beoordeling uit de algemene kennis- en vaardighedentoets en het oordeel over een uitgebreid aanvraagformulier. Dit aanvraagformulier dienen deze deelnemers volledig in te vullen en van bijlagen te voorzien voordat zij aan de algemene kennis- en vaardighedentoetsen kunnen deelnemen. De nieuwe aanvraagformulieren worden geplaatst op de website http://www.bigregister.nl.

De minister zal nog beslissen of, en zo ja op welke wijze er algemene kennis- en vaardighedentoetsen zullen worden ingevoerd voor de beroepsgroep verzorgende in de individuele gezondheidszorg.

Alle hierboven genoemde toetsen zijn in het Nederlands. Een aanvrager moet de Nederlandse taal dus goed beheersen om aan deze toetsen te kunnen deelnemen.

Bij de assessmentprocedure vervalt de aanvraag van het CBVG voor diplomawaardering bij de Nuffic of Colo. Diplomaverificatie is nog wel mogelijk. Het gaat hierbij met name om aanvragers met een diploma van buiten de EER of Zwitserland. De uitslagen van de assessmentprocedure helpen de CBGV bij het opstellen van een gewogen advies. Via dit advies geeft het CBGV aan of de aanvrager een vakbekwaamheid heeft die gelijkwaardig is aan die van een in Nederland opgeleide beroepsbeoefenaar, dan wel waar specifiek de tekorten zijn geconstateerd en hoe deze kunnen worden weggewerkt.

Op grond van dit advies neemt de minister vervolgens een besluit.

Nadere informatie over deze procedure en de veranderingen hierin zijn te vinden op de website http://www.bigregister.nl.

Voor aanvragers met een diploma van binnen de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland dat niet valt onder de mogelijkheid voor een automatische erkenning krachtens de ‘Regeling aanwijzing buitenlandse diploma’s volksgezondheid’, kan de CBGV beslissen dat deze aanvrager eerst kennis- en vaardighedentoetsen afleggen voordat de CBGV tot een inhoudelijk advies komt.

§ 5. Vakbekwaamheid met beperkingen

5.1. Verklaring

De minister kan om verschillende redenen aan een buitenslands gediplomeerde een verklaring omtrent de vakbekwaamheid afgeven waarin hij beperkingen stelt aan de inschrijving in het BIG-register, dan wel aan het gebruik van de krachtens de wet beschermde opleidingstitel.

Het gaat om beperkingen die het belang van de volksgezondheid dienen. De beperkingen die de minister kan stellen aan de inschrijving in het BIG-register, dan wel aan het gebruik van de krachtens de wet beschermde opleidingstitel, kunnen betrekking hebben op, onder andere:

  • de duur van de inschrijving;

  • de wijze waarop de supervisie moet plaatsvinden;

  • de hoedanigheid en kwalificaties van de supervisor;

  • de duur van de beroepsuitoefening;

  • het gebied waar de beroepsuitoefening plaatsvindt;

  • de gezondheidszorginstelling waar de beroepsuitoefening plaatsvindt;

  • de afdelingen of deelgebieden waar de beroepsuitoefening plaatsvindt;

  • de te behandelen patiëntencategorieën.

Voor de houder van een buitenlands diploma, die een aanvraag voor een verklaring omtrent de vakbekwaamheid voor een artikel-34-beroep heeft gedaan, geldt in deze situatie dat deze aan bepaalde voorwaarden moet voldoen en daarvoor onder supervisie moet werken. Zolang aan deze voorwaarden niet is voldaan, mag deze beroepsbeoefenaar niet de beschermde opleidingstitel voeren.

Personen die op grond van het bezit van een vakbekwaamheidsverklaring als hier bedoeld in het register worden ingeschreven dan wel een opleidingstitel mogen voeren, mogen hun beroep alleen uitoefenen met inachtneming van de in de verklaring omschreven beperkingen; de beoefenaren van een ’artikel-3-beroep’ komen alleen voor geclausuleerde inschrijving in aanmerking.

De verklaring heeft een geldigheidsduur van twee jaren. Voor een beroepsbeoefenaar van een ‘artikel-3-beroep’ geldt dat deze binnen twee jaren na afgifte van de verklaring zich moet laten inschrijven in het BIG-register. De duur van een geclausuleerde inschrijving bedraagt maximaal twee jaren tenzij de verklaring omtrent de vakbekwaamheid expliciet een langere inschrijvingsduur vermeldt. Na verloop van de inschrijvingsduur vervalt de geclausuleerde inschrijving van rechtswege.

5.2. Supervisor

Indien de minister in de verklaring omtrent de vakbekwaamheid heeft bepaald dat de buitenslands gediplomeerde alleen onder supervisie het desbetreffende beroep mag uitoefenen geldt het volgende.

De buitenslands gediplomeerde draagt aan de minister een supervisor voor. Wat betreft de beroepen genoemd in artikel 3 van de Wet BIG moet de supervisor zijn ingeschreven in het BIG-register voor het beroep waarvoor de buitenslands gediplomeerde de verklaring omtrent de vakbekwaamheid heeft ontvangen. Wat betreft de beroepen die zijn aangewezen op grond van artikel 34 van de Wet BIG, moet de supervisor in het bezit zijn van het vereiste Nederlandse getuigschrift of van een verklaring van vakbekwaamheid voor het beroep waarvoor de buitenslands gediplomeerde de verklaring omtrent de vakbekwaamheid heeft ontvangen. Voor de beroepen die onder artikel 34 van de Wet BIG vallen, zie onderdeel 2.2 van deze circulaire. De supervisor moet zelf het desbetreffende beroep daadwerkelijk uitoefenen en mag niet onderworpen zijn aan enige beperking in die beroepsuitoefening, beperkingen opgelegd door de Inspectie voor de Gezondheidszorg en opgelegd in het buitenland daaronder begrepen. De supervisor moet gedurende minimaal vijf jaar in voltijd, dan wel gedurende een equivalent daarvan in deeltijd, beroepservaring hebben opgedaan op het desbetreffende vakgebied in de Nederlandse gezondheidszorg. De supervisor moet werkzaam zijn in dezelfde praktijk als de gesuperviseerde en moet daadwerkelijk en met grote regelmaat in de praktijk aanwezig zijn om direct toezicht te kunnen houden op het handelen van de gesuperviseerde. De supervisor mag geen partner, bloedverwant of familielid zijn van de gesuperviseerde.

Voorts kan de minister in de verklaring omtrent de vakbekwaamheid specifieke eisen stellen ten aanzien van de supervisie en de supervisor.

Nadat de minister met de aanstelling van de supervisor heeft ingestemd, sluit de buitenslands gediplomeerde – op eigen titel – een supervisieovereenkomst met de supervisor en stelt hij met de supervisor een werkprogramma op. Nadat de minister de supervisieovereenkomst met daarbij het werkprogramma heeft goedgekeurd en de buitenslands gediplomeerde zich – wat betreft de beroepen genoemd in artikel 3 van de Wet BIG – geclausuleerd in het BIG-register heeft laten inschrijven, mag de buitenslands gediplomeerde onder supervisie het desbetreffende beroep uitoefenen.

Wat betreft de beroepen genoemd in artikel 3 van de Wet BIG moet de buitenslands gediplomeerde bij de aanvraag voor geclausuleerde inschrijving aangeven welke beroepsbeoefenaar als supervisor zal optreden en wat het BIG-registratienummer van die beroepsbeoefenaar is. Wat betreft de beroepen die zijn aangewezen op grond van artikel 34 van de Wet BIG, moet de buitenslands gediplomeerde vóór aanvang van de supervisie aangeven welke beroepsbeoefenaar als supervisor zal optreden en een gewaarmerkte kopie van het getuigschrift of een kopie van de verklaring van vakbekwaamheid van die beroepsbeoefenaar overleggen.

Wanneer een supervisor gedurende de supervisieperiode tijdens het werk van een gesuperviseerde tijdelijk niet aanwezig kan zijn, dan moet de supervisor ervoor zorgen dat gedurende die periode een waarnemend supervisor optreedt of dat de supervisor als achterwacht fungeert.

5.3. Kennis maken met het Nederlandse zorgstelsel

De minister kan op grond van artikel 41, eerste lid, onder b, en derde lid, van de Wet BIG, aan een buitenslands gediplomeerde een verklaring omtrent de vakbekwaamheid voor geclausuleerde inschrijving afgeven ten behoeve van kennismaken met het Nederlands zorgstelsel. Een dergelijke verklaring geeft de minister af indien de buitenslands gediplomeerde weliswaar wat betreft kennis voldoet aan de Nederlandse opleidingseisen, maar nog niet gedurende minimaal zes maanden op het desbetreffende vakgebied zelfstandig werkzaam is geweest in de Nederlandse gezondheidszorg. Door het kennismaken moet de buitenslands gediplomeerde voldoende kennis van de verschillende aspecten van de Nederlandse gezondheidszorg opdoen om na afloop van de supervisieperiode zelfstandig en op het niveau van een volgens de Nederlandse opleidingseisen afgestudeerde beroepsbeoefenaar te kunnen functioneren op het desbetreffende vakgebied. Het kennismaken met het Nederlandse zorgstelsel duurt doorgaans zes maanden in voltijd. In overleg met de supervisor kan de buitenslands gediplomeerde het equivalent daarvan in deeltijd kennismaken.

De buitenslands gediplomeerde moet het kennismaken met het Nederlandse zorgstelsel binnen twee jaar na inschrijving in het BIG-register met goed gevolg afronden tenzij in de verklaring omtrent de vakbekwaamheid anders is bepaald.

Op het supervisieformulier is aangegeven met welke specifieke onderdelen van het Nederlandse zorgstelsel de buitenslands gediplomeerde kennis moet maken. Het gaat daarbij met name om de volgende onderwerpen:

  • van toepassing zijnde wet- en regelgeving in de gezondheidszorg;

  • structuur van het Nederlandse gezondheidszorgsysteem;

  • financiële regelingen in de gezondheidszorg;

  • medische ethiek (in ieder geval voor artsen en tandartsen)

  • bejegening van patiënten;

  • de communicatie in de Nederlandse taal;

  • omgang met collega’s.

Na afloop van de supervisieperiode moet de supervisor op het supervisieformulier aangeven of de buitenslands gediplomeerde wel of niet in voldoende mate heeft kennisgemaakt met het Nederlandse zorgstelsel. Indien het oordeel van de supervisor positief is, kan de minister besluiten dat de geclausuleerde ischrijving van de buitenslands gediplomeerde wordt omgezet in een ongeclausuleerde inschrijving in het BIG-register

Het supervisieformulier is te raadplegen op www.bigregister.nl.

Wanneer een aanvrager heeft deelgenomen aan het assessment en de CBGV meent dat betrokkene door opleiding een niveau heeft bereikt dat gelijkwaardig is aan een in Nederland opgeleide beroepsbeoefenaar, dan kan de CBGV adviseren dat de periode voor kennismaken met het Nederlandse zorgstelsel korter duurt. De minister kan dit advies overnemen.

5.4. Vakbekwaamheid nagenoeg gelijkwaardig

De minister kan op grond van artikel 41, eerste lid, onder b, en derde lid, van de Wet BIG, aan een buitenslands gediplomeerde een verklaring omtrent de vakbekwaamheid voor geclausuleerde inschrijving afgeven om de buitenslands gediplomeerde in de gelegenheid te stellen onder supervisie hiaten in zijn vakbekwaamheid, ten opzichte van de vakbekwaamheid die volgens de Wet BIG is vereist, weg te werken. Een dergelijke verklaring geeft de minister af indien de vakbekwaamheid van de buitenslands gediplomeerde nagenoeg gelijkwaardig is bevonden aan de vakbekwaamheid van een volgens de Nederlandse opleidingseisen opgeleide beroepsbeoefenaar. In dat geval is het niet nodig dat de buitenslands gediplomeerde geheel of gedeeltelijk de desbtreffende Nederlandse opleiding volgt. Door onder supervisie te werken kan de buitenslands gediplomeerde zijn vakbekwaamheid van een niveau nagenoeg gelijkwaardig brengen naar een niveau gelijkwaardig aan de vakbekwaamheid die volgens de Wet BIG is vereist. De supervisie heeft een onderwijskundig karakter. Bij deze vorm van supervisie stelt de minister hogere eisen aan de supervisor dan wanneer de buitenslands gediplomeerde alleen kennis moet maken met het Nederlandse zorgstelsel. Zo moet de supervisor in contact staan met een opleidingsinstelling teneinde na te kunnen gaan of de gesuperviseerde heeft voldaan aan de desbetreffende Nederlandse opleidingseisen.

Tijdens de supervisie kan de in het buitenland gediplomeerde tevens kennismaken met het Nederlandse zorgstelsel.

Wanneer een buitenslands gediplomeerde onder supervisie moet werken op verschillende afdelingen van een ziekenhuis, is het toegestaan dat de supervisor of opleidingscoördinator ervoor zorgt dat per afdeling een BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaar – die volledig bevoegd is – daadwerkelijk toezicht houdt op het functioneren van de in het buitenland gediplomeerde. De toezichthoudende beroepsbeoefenaren rapporteren aan de supervisor of opleidingscoördinator.

Bij deze vorm van supervisie is het aan de in het buitenland gediplomeerde om aan de minister een supervisor voor te dragen die aan de gestelde eisen voldoet. Verder sluiten de supervisor en de in het buitenland gediplomeerde een supervisieovereenkomst af en stellen een werkprogramma op. Bij het CIBG is een model supervisieovereenkomst te verkrijgen. Zodra de minister met de supervisieovereenkomst en het werkprogramma akkoord is gegaan, kan betrokkene zich geclausuleerd laten inschrijven in het BIG-register en kan de supervisie beginnen.

Na afloop van de supervisieperiode moeten de in het buitenland gediplomeerde en de supervisor de volledig ingevulde en ondertekende formulieren, die bij de supervisieovereenkomst behoren, bij de minister indienen. De supervisor moet aangeven of de in het buitenland gediplomeerde wel of niet de vakbekwaamheid heeft verworven die gelijkwaardig is aan de vakbekwaamheid die volgens de Wet BIG is vereist. Indien dat oordeel van de supervisor positief is, kan de minister besluiten dat de geclausuleerde inschrijving van de buitenslands gediplomeerde wordt omgezet in een ongeclausuleerde inschrijving in het desbetreffende BIG-register. Indien het oordeel van de supervisor negatief is, besluit de minister dat de in het buitenland gediplomeerde zich niet ongeclausuleerd kan laten inschrijven in het desbetreffende BIG-register. In het laatste geval kan alleen de in het buitenland gediplomeerde samen met de supervisor bij de minister een gemotiveerd verzoek indienen om de duur van de geclausuleerde inschrijving te verlengen. De supervisor moet een dergelijke verlenging ook noodzakelijk en verantwoord achten.

5.5. Geclausuleerde inschrijving in het belang van het land van herkomst

De minister van VWS kan op grond van artikel 41, eerste lid, onder b en derde lid, van de Wet BIG aan een arts, in het bezit van een artsdiploma, behaald in het buitenland, een verklaring van vakbekwaamheid afgeven voor een geclausuleerde inschrijving in het BIG-register in het belang van het land van herkomst.

Zo’n geclausuleerde inschrijving in het BIG-register is noodzakelijk gebleken voor artsen om in het kader van een specifieke vervolgopleiding ervaring op te doen op het terrein van het betreffende specialisme in Nederland ten behoeve van de individuele gezondheidszorg in het land van herkomst.

De mogelijkheid en de algemene voorwaarden hiervoor zijn opgenomen in een Overeenstemming tussen de minster van Volksgezondheid van het land van herkomst en de minister van VWS. De voorwaarden en procedure voor de aanvraag behoeven nadere uitwerking in de onderhavige circulaire.

Voorwaarden

  • 1. Een geclausuleerde inschrijving in het BIG-register voor artsen van het land van herkomst is tijdelijk en kan niet de duur van de gehele opleiding voor het desbetreffende specialisme in Nederland behelzen.

  • 2. Een geclausuleerde inschrijving in het BIG-register kan in dit geval niet leiden tot een ongeclausuleerde inschrijving in het BIG-register.

  • 3. Een geclausuleerde inschrijving in het BIG-register geldt uitsluitend voor het deskundigheidsgebied van de te volgen opleiding van de arts uit het land van herkomst.

De aanvraag

Voorafgaand aan de inschrijving vragen de betrokken instelling en supervisor, namens de arts uit het land van herkomst, een verklaring van vakbekwaamheid aan, op grond van artikel 41, eerste lid, onder b en derde lid, van de Wet BIG. Daarbij geven zij aan:

  • voor welke periode de supervisie zal gelden;

  • het deskundigheidsgebied van de supervisie;

  • de zorginstelling en afdeling, waar de supervisie plaats zal vinden en

  • de noodzaak van de geclausuleerde inschrijving.

Naast de documenten genoemd in artikel 7, eerste lid, van het Besluit buitenslands gediplomeerden volksgezondheid, bevat de aanvraag de volgende documenten:

  • een verklaring van de bevoegde autoriteit van het land van herkomst dat de aanvraag wordt gedaan in het belang van dat land;

  • een door de te superviseren arts ondertekende terugkeerverklaring;

  • een verklaring van de betrokken instelling en supervisor dat de te superviseren arts tijdens de supervisie niet zal werken buiten het aangegeven specifieke deskundigheidsgebied.

Verzekering en financiering

De aanvragers regelen de verzekering voor de beroepsaansprakelijkheid van de te superviseren arts evenals de financiering van de supervisieplaats.

5.6. Geclausuleerde inschrijving in het kader van een wezenlijk Nederlands volksgezondheidsbelang

De minister kan op grond van artikel 41, eerste lid, en derde lid, van de Wet BIG, aan een buitenslands gediplomeerde een verklaring omtrent de vakbekwaamheid voor geclausuleerde inschrijving in het kader van een wezenlijk Nederlands volksgezondheidsbelang afgeven. Na ontvangst van een dergelijke verklaring kan een buitenslands gediplomeerde zich voor een periode van maximaal 1 jaar in het desbetreffende BIG-register laten inschrijven in het kader van een wezenlijk Nederlands volksgezondheidsbelang. Er vindt dan vooraf geen inhoudelijke beoordeling plaats van het diploma en de beroepservaring. Dit valt geheel onder de verantwoordelijkheid van de betrokken instelling die de aanvraag indient.

Voorafgaand aan de inschrijving moet de betrokken zorginstelling namens de buitenslands gediplomeerde en in het kader van een wezenlijk Nederlands volksgezondheidsbelang een verklaring omtrent de vakbekwaamheid aanvragen op grond van artikel 41, eerste lid, onder b, en derde lid, van de Wet BIG. Naast de documenten genoemd in artikel 7, eerste lid, van het Besluit buitenslands gediplomeerden volksgezondheid moet de aanvraag een verklaring van de betrokken zorginstelling bevatten dat die instelling in het kader van een wezenlijk Nederlands volksgezondheidsbelang behoefte heeft aan de buitenslands gediplomeerde en dat die instelling in de lidstaten van de EER en de Zwitserse Bondsstaat vergeefs heeft gezocht naar een gekwalificeerde beroepsbeoefenaar. De verklaring moet vergezeld gaan van bewijs van het laatste. Daarnaast moet in de verklaring duidelijk aangegeven en onderbouwd zijn dat er in Nederland een tekort is aan de desbetreffende beroepsbeoefenaren.

De minister is terughoudend met het toekennen van deze vorm van supervisie. Voor het beoordelen of er daadwerkelijk een tekort bestaat, raadpleegt hij de rapporten van het Capaciteitsorgaan voor de medische en tandheelkundige vervolgopleidingen. Het Capaciteitsorgaan is gehuisvest bij de KNMG te Utrecht.

Het gebruiken van de mogelijkheid om iemand aan te trekken in het kader van het wezenlijk Nederlands volksgezondheidsbelang is niet mogelijk gelijktijdig met een reguliere aanvraag van een persoon voor een verklaring omtrent de vakbekwaamheid. Het kan dus niet gebruikt worden als overbrugging van de tijd die een reguliere aanvraag duurt. Deze vorm van geclausuleerde inschrijving kan niet leiden tot een ongeclausuleerde inschrijving.

Gaat het om een specifieke situatie, bijvoorbeeld een academisch ziekenhuis wil tijdelijk een hoogleraar van buiten de EER aantrekken die in Nederland gastcolleges komt geven en deze hoogleraar zal tevens in ons land enkele operaties verrichten. Dan is het raadzaam dat het academisch ziekenhuis vooraf contact opneemt met het CIBG. Vervolgens zal worden nagegaan welke procedure voor het aantrekken van deze hoogleraar het beste gevolgd kan worden.

5.7. Geclausuleerde inschrijving ten behoeve van waarneming

De minister kan op grond van artikel 41, eerste lid, onder b, en derde lid, van de Wet BIG, aan een buitenslands gediplomeerde een verklaring omtrent de vakbekwaamheid voor geclausuleerde inschrijving ten behoeve van waarneming afgeven. Na ontvangst van een dergelijke verklaring kan een buitenslands gediplomeerde zich éénmalig per kalenderjaar voor een periode van maximaal drie maanden in het desbetreffende BIG-register laten inschrijven ten behoeve van waarneming. Er vindt dan vooraf geen inhoudelijke beoordeling plaats van het diploma en de beroepservaring. Dit valt geheel onder de verantwoordelijkheid van de betrokken instelling die de aanvraag indient.

Voorafgaand aan de inschrijving moet de zorginstelling waarbij de waarneming moet plaatsvinden namens de buitenslands gediplomeerde en ten behoeve van waarneming een verklaring omtrent de vakbekwaamheid aanvragen op grond van artikel 41, eerste lid, onder b, en derde lid, van de Wet BIG.

Naast de documenten, genoemd in artikel 7, eerste lid, van het Besluit buitenslands gediplomeerden volksgezondheid, moet de aanvraag een verklaring van de zorginstelling bevatten dat die instelling behoefte heeft aan een gekwalificeerde waarnemer en dat die instelling in de lidstaten van de EER en in Zwitserland vergeefs heeft gezocht naar een gekwalificeerde waarnemer. De verklaring moet vergezeld gaan van bewijs van het laatste. Ook moet zijn aangegeven wie als supervisor optreedt.

De

Minister

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
namens deze:

de directeur van het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg

,

G.J.M.W. Arkesteijn