Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Besluit omgevingsrecht

Geldend op 20-03-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 3.3. Inrichting en mijnbouwwerk

    • 1. Gedeputeerde staten van de provincie waar het betrokken project in hoofdzaak zal worden of wordt uitgevoerd, zijn bevoegd te beslissen op een aanvraag die betrekking heeft op activiteiten met betrekking tot een inrichting die behoort tot een categorie ten aanzien waarvan dat in bijlage I, onderdeel C, is bepaald. De eerste volzin geldt slechts voor activiteiten met betrekking tot een inrichting waartoe een gpbv-installatie behoort of waarop het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 van toepassing is.

    • 2. Onze Minister is bevoegd te beslissen op een aanvraag die betrekking heeft op activiteiten met betrekking tot een inrichting als bedoeld in categorie 29 van bijlage I, onderdeel C.

    • 3. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd, in overeenstemming met Onze Minister, te beslissen op een aanvraag die betrekking heeft op activiteiten met betrekking tot een inrichting die behoort tot een categorie die in bijlage I, onderdeel C, is aangewezen en die geheel of in hoofdzaak zal zijn of is gelegen op of in de territoriale zee op een plaats die niet deel uitmaakt van een gemeente of provincie, tenzij het vierde lid van toepassing is.

    • 4. Onze Minister van Economische Zaken is bevoegd te beslissen op een aanvraag die betrekking heeft op:

      • a. een inrichting die in hoofdzaak een mijnbouwwerk is, en

      • b. mijnbouwwerken, niet zijnde inrichtingen.