Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Accijns, beleidsregels accijnswetgeving[Regeling vervallen per 21-02-2012 met terugwerkende kracht tot en met 01-01-2012.]

Geldend van 01-04-2010 t/m 31-12-2011

Accijns, beleidsregels accijnswetgeving

De minister van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit is een actualisering van het beleidsbesluit van 7 december 2009, nr. CPP2009/2274M. Door wijziging van de accijnswetgeving per 1 april 2010 en door enige aanpassingen van redactionele aard zijn de begripsbepalingen en de beleidsregels aangepast. Voorts zijn de volgende beleidsregels ingetrokken, gewijzigd of nieuw opgenomen:

  • De onder 1.2 opgenomen beleidsregel (rechtstreekse aflevering van goederen die onder schorsing van de accijns worden vervoerd) is opgenomen in de accijnswetgeving (artikel 2a, vijfde lid, van de wet en artikel 4 van het besluit) en kan daarom vervallen. Onder 1.2.1 is tijdelijk (tot 1 januari 2011) een nieuwe beleidsregel opgenomen op grond waarvan in bepaalde situaties toestemming tot het toepassen van rechtstreekse aflevering ook kan worden verleend indien rechtstreeks wordt afgeleverd aan een afnemer met een AGP-vergunning. Onder 1.2.2 is een nieuwe beleidsregel opgenomen die voor een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten voorziet in een toestemming voor rechtstreekse aflevering van tabaksproducten die onder schorsing van de accijns worden vervoerd. Onder 1.2.3 is een nieuwe beleidsregel opgenomen op grond waarvan een code kan worden gebruikt in plaats van de adresgegevens van de plaats van rechtstreekse aflevering.

  • De onder 3.3 opgenomen beleidsregel (AGP zonder fysieke opslag voor andere accijnsgoederen dan minerale oliën) is vervallen. Gebleken is dat hier in de praktijk geen behoefte aan bestaat dan wel dat in de praktijk op een andere manier kan worden gewerkt.

  • De onder 4.10 opgenomen beleidsregel (afzien van het indienen van een verzoek om teruggaaf voorafgaand aan de verzending) is vervallen. Deze beleidsregel vervalt omdat het ‘oude’ artikel 31a, eerste lid, onderdeel a, van het besluit is vervallen. Met ingang van 1 april 2010 is het niet meer vereist om het verzoek om teruggaaf voorafgaand aan de verzending in te dienen.

  • Onder 4.12 is een nieuwe beleidsregel opgenomen op grond waarvan de inspecteur kan toestaan dat geen bescheiden hoeven te worden overgelegd bij verzoeken om teruggaaf die worden gedaan met gebruikmaking van het van rijkswege via internet beschikbaar gestelde formulier.

  • De onder 4.15 opgenomen beleidsregel (teruggaafregeling voor minerale oliën gebruikt in de glastuinbouw) is afkomstig uit de beleidsregels belastingen op milieugrondslag (besluit van 20 februari 2009, nr. CPP2009/120M, Stcrt. 2009, nr. 40). In verband met de overheveling van minerale oliën van de energiebelasting naar de accijns is deze beleidsregel in dit besluit opgenomen.

Gebruikte begrippen en inhoudsopgave [Vervallen per 21-02-2012]

In dit beleidsbesluit wordt verstaan onder:

De hoofdstukindeling van dit besluit is voor zover mogelijk gelijk aan de hoofdstukindeling van de wet. De inhoudsopgave ziet er daarom als volgt uit:

  • 1. Inleidende bepalingen

  • 2. Definities van de accijnsgoederen en tarieven

  • 3. Uitslag tot verbruik

  • 4. Vrijstellingen en teruggaven

  • 5. Bijzondere bepalingen

  • 6. Verbodsbepalingen en strafbepalingen

  • 7. Intrekking besluiten

  • 8. Inwerkingtreding

De beleidsregels zijn onder de desbetreffende hoofdstukken (1 t/m 6) opgenomen.

1. Inleidende bepalingen [Vervallen per 21-02-2012]

1.1. Tijdelijk buiten de AGP brengen [Vervallen per 21-02-2012]

Indien accijnsgoederen tijdelijk buiten een AGP worden gebracht om ze elders een bewerking te laten ondergaan is op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de wet sprake van uitslag tot verbruik. Indien de goederen weer binnen de AGP worden gebracht, kan de accijns worden teruggevraagd. Op grond van artikel 81 van de wet kan worden toegestaan dat gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak en tabaksproducten tijdelijk buiten de AGP worden gebracht om elders een bewerking te ondergaan, zonder dat dit wordt aangemerkt als uitslag tot verbruik. Een dergelijke toestemming is niet voor andere accijnsgoederen in de wet opgenomen.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat de inspecteur toestaat dat ook andere accijnsgoederen dan gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak en tabaksproducten tijdelijk buiten de AGP worden gebracht om elders een bewerking te ondergaan. Dit wordt dan niet aangemerkt als uitslag tot verbruik.

De toestemming wordt in de vergunning voor de AGP opgenomen en kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:

  • de bewerking mag niet zodanig zijn dat de bewerkte accijnsgoederen een hoger accijnsbedrag vertegenwoordigen dan voor die bewerking het geval was;

  • in de administratie moeten de tijdelijke overbrenging en de onregelmatigheden tijdens de overbrenging worden vastgelegd;

  • de overbrenging van of naar de plaats van bewerking moet plaatsvinden met een bescheid als omschreven in artikel 54 van de regeling onder vermelding van de tekst ‘tijdelijke uitslag tot verbruik AGP’ en het nummer van de AGP-vergunning.

1.2. Rechtstreekse aflevering van goederen die onder een accijnsschorsingsregeling worden overgebracht [Vervallen per 21-02-2012]

Met ingang van 1 april 2010 is de rechtstreekse aflevering in de wet opgenomen. Op grond van artikel 2a, vijfde lid, van de wet kan in de in dit artikel genoemde gevallen, onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen, worden toegestaan dat de accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling worden overgebracht naar een plaats van rechtstreekse aflevering.

1.2.1. Rechtstreekse aflevering van goederen die onder een accijnsschorsingsregeling worden overgebracht naar een afnemer met een AGP vergunning [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van artikel 4, derde lid, onderdeel b, besluit is de toestemming tot het toepassen van rechtstreekse aflevering beperkt tot het rechtstreeks afleveren aan een afnemer die een ondernemer is in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 die niet optreedt in de hoedanigheid van een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats of een geregistreerde geadresseerde.

Op grond van de oorspronkelijke beleidsregel kon rechtstreekse aflevering ook worden toegepast indien werd afgeleverd aan een afnemer met een AGP-vergunning. Als gevolg van de per 1 april 2010 gewijzigde accijnswetgeving is dit niet meer mogelijk en moet in deze gevallen gebruik worden gemaakt van het bericht van bestemmingswijziging. Gebruik van dit bericht is echter alleen mogelijk indien overbrengingen plaatsvinden met gebruikmaking van het EMCS. Niet alle lidstaten zullen al met ingang van 1 april 2010 van EMCS gebruik maken. Nederland heeft er voor gekozen om EMCS wat betreft het verzenden van accijnsgoederen onder een schorsingsregeling in werking te laten treden per 1 januari 2011 (zie artikel III van het besluit van 23 december 2009, Stb. 2009, 614). Een en ander betekent dat in de periode van 1 april 2010 tot 1 januari 2011 in bepaalde gevallen geen gebruik kan worden gemaakt van het bericht van bestemmingswijziging. Om die reden moet voor deze periode in een overgangsregeling worden voorzien.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat tot 1 januari 2011 in de vorenbedoelde gevallen de toestemming tot het toepassen van rechtstreekse aflevering ook kan worden toegepast indien wordt afgeleverd aan een afnemer met een AGP-vergunning.

1.2.2. Rechtstreekse aflevering van tabaksproducten die onder schorsing van de accijns worden vervoerd [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van artikel 4, vierde lid, onderdeel b, besluit wordt de toestemming tot het toepassen van rechtstreekse aflevering niet verleend voor tabaksproducten. Gebleken is dat in de praktijk behoefte bestaat aan rechtstreekse aflevering van tabaksproducten.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

In verband daarmee keur ik goed dat aan een vergunninghouder van een AGP voor tabaksproducten de toestemming tot het toepassen van rechtstreekse aflevering ook kan worden verleend voor tabaksproducten. Op deze toestemming is artikel 4 van het besluit van overeenkomstige toepassing. Uiteraard zijn alle bepalingen met betrekking tot accijnszegels, zoals artikel 73 van de wet, onverkort van toepassing.

1.2.3. Vermelding van een code in plaats van het adres van rechtstreekse aflevering in het e-AD [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van Tabel 1 van de Uitvoeringsverordening moeten de adresgegevens van de plaats van rechtstreekse aflevering in het e-AD worden vermeld. Op basis van tussen de lidstaten gemaakte afspraken kan worden toegestaan dat een code wordt gebruikt in plaats van de adresgegevens van de plaats van rechtstreekse aflevering van de accijnsgoederen.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat de vergunninghouder van een accijngoederenplaats of een in Nederland gevestigde geregistreerde geadresseerde aan wie toestemming is verleend tot het toepassen van rechtstreekse aflevering een code kan gebruiken in plaats van de adresgegevens van de plaats van rechtstreekse aflevering. Deze code kan in het e-AD worden gebruikt in plaats van de adresgegevens van vak 7c, 7e en 7f. Deze code bestaat uit maximaal 10 alfanumerieke karakters en wordt in de vergunning opgenomen.

1.3. Achterwege laten van een maandverklaring als bedoeld in artikel 2a van het besluit [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van artikel 2a van het besluit kan de inspecteur toestaan dat onder bepaalde voorwaarden het overbrengen van accijnsgoederen tussen twee AGP’s niet plaatsvindt met een e-AD, maar gebruik wordt gemaakt van een maandverklaring. Indien deze regeling wordt toegepast door een vergunninghouder van een AGP die tevens vergunninghouder is van andere AGP’s, moet deze vergunninghouder ook maandverklaringen afgeven voor de overbrengingen van en naar die AGP’s onderling.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat de inspecteur op verzoek toestemming kan verlenen om een maandverklaring als bedoeld in artikel 2a van het besluit achterwege te laten. De toestemming kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:

  • de vergunninghouder van de AGP moet in het bezit zijn van een toestemming om één aangifte te doen voor alle AGP’s als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de regeling;

  • de overbrengingen onder schorsing van de accijns tussen de verschillende AGP’s die zonder maandverklaring plaatsvinden, moeten zowel in de centrale administratie als in de administratie van de desbetreffende AGP’s op overzichtelijke wijze worden vastgelegd.

2. Definities van de accijnsgoederen en tarieven [Vervallen per 21-02-2012]

2.1. Afronding alcoholpercentage voor overige alcoholhoudende producten [Vervallen per 21-02-2012]

In artikel 13 van de wet is het tarief van de accijns voor overige alcoholhoudende producten opgenomen. Het tarief bestaat uit een bepaald bedrag per volumepercent alcohol per hectoliter alcoholhoudend product bij een temperatuur van 20°C.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat voor de berekening van de accijns het alcoholpercentage voor overige alcoholhoudende producten naar beneden wordt afgerond op tienden van percenten.

2.2. Omrekeningsfactor bij toepassing van het tarief voor LPG [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van artikel 27, eerste lid, onderdeel d, van de wet wordt de accijns voor vloeibaar gemaakt petroleumgas berekend per 1000 kilogram. In de praktijk wordt vloeibaar gemaakt petroleumgas veelal verhandeld in liters in plaats van in kilogrammen.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat voor de omrekening van liters naar kilogrammen wordt uitgegaan van een soortelijke massa van 0,54. De goedkeuring is alleen van toepassing indien vloeibaar gemaakt petroleumgas (LPG) bestaat uit een mengsel van propaan en butaan en degene die de accijns is verschuldigd de exacte samenstelling en soortelijke massa niet kent of kan kennen.

2.3. Accijnsheffing op mengsmering en smeerolie voor tweetaktmotoren [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van de wet is accijns verschuldigd over de uitslag tot verbruik van lichte olie die als brandstof wordt gebruikt voor tweetaktmotoren van motorrijtuigen ongeacht de toevoegingen. Hoewel aan de lichte olie smeerolie is toegevoegd blijft het eindproduct een lichte olie in de zin van de wet en blijft over het gehele eindproduct de accijns verschuldigd.

In artikel 27 van de wet is voor smeerolie (GN codes 2710 1981 t/m 2710 1999) geen tarief vastgesteld. Op grond van artikel 28 van de wet is deze minerale olie belast met accijns als deze bestemd is voor gebruik, wordt aangeboden voor de verkoop of wordt gebruikt als motorbrandstof.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Hoewel de smeerolie voor de smering van de tweetaktmotor in bepaalde gevallen aan de lichte olie wordt toegevoegd, kan men niet spreken van een product dat wordt aangeboden voor de verkoop als motorbrandstof of wordt gebruikt als motorbrandstof. Deze smeerolie wordt in die gevallen niet toegevoegd aan de brandstof om als brandstof te dienen, maar omdat er vanwege de technische constructie geen andere manier bestaat om de smeerolie in de motor te krijgen. Het toevoegen van de smeerolie heeft eerder een verslechtering van het verbrandingsproces van de brandstof in de motor tot gevolg. De smeerolie voor tweetaktmotoren is vergelijkbaar met de smeerolie voor viertaktmotoren, die ook niet belast is.

Ik keur daarom goed dat de smeerolie die wordt uitgeslagen tot verbruik in afzonderlijke verpakking om als smeermiddel voor een tweetaktmotor te dienen, niet onder de accijnsheffing valt.

3. Uitslag tot verbruik [Vervallen per 21-02-2012]

3.1. Rechtstreekse verkoop van accijnsgoederen aan verbruikers vanuit een AGP [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van artikel 40, tweede lid, van de wet kan een plaats van waaruit accijnsgoederen worden geleverd aan een verbruiker niet in aanmerking komen als AGP. In artikel 18 van de regeling is bepaald welke plaatsen, in afwijking van artikel 40, tweede lid, van de wet, wel in aanmerking komen als AGP.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

In de praktijk blijkt dat er behoefte bestaat om op kleine schaal rechtstreeks vanuit een AGP aan een verbruiker veraccijnsde accijnsgoederen te leveren, de zogenoemde poortverkoop.

In verband hiermee keur ik goed dat vanuit een AGP op kleine schaal accijnsgoederen waarvoor de accijns is betaald aan een verbruiker worden geleverd. Deze levering is echter alleen toegestaan onder de volgende voorwaarden:

  • de verkoop vindt plaats vanuit een ruimte die binnen de AGP duidelijk is afgescheiden van de rest van de AGP en die op de situatietekening is aangegeven;

  • als tijdstip van uitslag tot verbruik wordt aangemerkt het tijdstip van opslag in die verkoopruimte;

  • de verkoop aan de verbruikers moet blijken uit de administratie van de AGP;

  • de verkoop aan de poort is een bijzaak van de AGP;

  • tabaksproducten moeten zijn voorzien van accijnszegels.

3.2. Tankauto’s en schepen als onderdeel van de AGP [Vervallen per 21-02-2012]

Een AGP is, gelet op artikel 42 van de wet, een geografisch vastgestelde locatie die in de vergunning is omschreven. Het is daarom in beginsel niet mogelijk een schip of vrachtauto als AGP aan te wijzen.

Bij de levering van minerale oliën aan tankstations en schepen is het op het tijdstip van de uitslag tot verbruik nog niet bekend hoeveel minerale olie daadwerkelijk zal worden afgeleverd. Dit speelt ook bij bier dat vanuit de AGP met tankauto’s wordt afgeleverd bij horecaondernemers. De geleverde hoeveelheid staat pas vast bij de daadwerkelijke aflevering aan het tankstation, aan het schip of aan de horecaondernemer. Mede ter voorkoming van extra administratieve handelingen bestaat er daarom behoefte om voor deze leveringen een uitzondering te maken op vorenbedoeld vereiste met betrekking tot de locatie van een AGP.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat tankauto’s die bier aan horecaondernemingen afleveren, tankauto’s die minerale olie aan tankstations afleveren en leurschepen die minerale olie met vrijstelling van accijns afleveren aan schepen geacht worden deel uit te maken van de AGP waaruit wordt afgeleverd. Deze goedkeuring moet worden opgenomen in de vergunning voor de AGP waaruit wordt afgeleverd.

De goedkeuring is van toepassing onder de volgende voorwaarden:

  • de afleveringen van de minerale oliën en het bier moeten plaatsvinden via op de tankauto's aanwezige geijkte meters;

  • voor de berekening van de verschuldigde accijns inzake lichte olie, halfzware olie en gasolie mogen de op de tankstations afgeleverde actuele liters worden omgerekend naar liters ad 15°C. op basis van de soortelijke massa van de betreffende minerale olie en de temperatuur op het moment van belading van de tankauto;

  • voor de berekening van de verschuldigde accijns inzake vloeibaar gemaakt petroleumgas mogen de op de tankstations afgeleverde actuele liters worden omgerekend naar kilogrammen op basis van een soortelijke massa van 0,54;

  • tijdens het vervoer van de minerale olie of het bier moet de herkomst worden aangetoond met een bescheid als bedoeld in artikel 54 van de regeling.

  • De aflevering van minerale oliën met zogenoemde leurschepen kan alleen plaatsvinden onder de volgende voorwaarden:

  • als leurschip wordt aangemerkt een schip dat in eigendom is van of dat voor minimaal een periode van een jaar gecharterd is door de vergunninghouder van de AGP;

  • de namen en de registratienummers van de leurschepen moeten in de AGP-vergunning worden opgenomen;

  • de vergunninghouder van de AGP moet per leurschip een deugdelijke administratie voeren van de ontvangen, afgeleverde en voorhanden zijnde minerale oliën;

  • leurschepen mogen alleen minerale olie vervoeren die eigendom zijn van de vergunninghouder van de AGP;

  • vanuit de leurschepen mogen alleen minerale oliën worden afgeleverd met vrijstelling van accijns op grond van artikel 66 van de wet;

  • tijdens het vervoer per leurschip van de minerale olie naar de schepen moet de herkomst worden aangetoond met een bescheid als omschreven in artikel 54 van de regeling.

3.3 [Vervallen per 21-02-2012]

(Vervallen per 01-04-2010)

3.4. Verkoop van accijnsgoederen aan reizigers aan boord van schepen en vliegtuigen in het verkeer tussen twee lidstaten [Vervallen per 21-02-2012]

De verkoop van accijnsgoederen op schepen en in luchtvaartuigen in het verkeer tussen twee lidstaten van de Europese Unie is gebonden aan de bepalingen van de richtlijn. Volgens de voorgeschreven formaliteiten zal bij iedere binnenkomst in een lidstaat over de accijnsgoederen die behoren tot de winkelvoorraad een aangifte voor de accijns moeten worden gedaan. Daartegenover staat dat er een recht op teruggaaf ontstaat van de accijns die in de lidstaat van vertrek is voldaan.

Op grond van artikel 2e, vijfde lid, van de wet worden accijnsgoederen die aan boord van een schip of een vliegtuig dat een verbinding tussen een andere lidstaat en Nederland verzorgt, voorhanden worden gehouden maar die niet beschikbaar zijn voor de verkoop wanneer dit schip of vliegtuig zich op het grondgebied van Nederland bevindt, niet geacht in Nederland voor commerciële doeleinden voorhanden te worden gehouden.

De exploitant van de (mobiele) winkel kan er echter de voorkeur aan geven om zowel op het grondgebied van de ene als van de andere lidstaat aan de reizigers de gelegenheid te bieden accijnsgoederen te kopen. In deze situatie zal de exploitant bij iedere binnenkomst van zijn tot de winkelvoorraad behorende accijnsgoederen in een andere lidstaat de accijns van die lidstaat verschuldigd worden. Vervolgens ontstaat er weer een recht op teruggaaf van de in de lidstaat van vertrek voldane accijns.

Zonder nadere vereenvoudiging zal één en ander via de algemene regels van de desbetreffende lidstaat moeten worden aangegeven en betaald, hetgeen kan leiden tot een fors aantal aangiften en teruggaafverzoeken van accijns.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ter vereenvoudiging van de door de exploitant te verrichten aangiften en betalingen van accijns en gelet op de notitie van de Europese Commissie (gepubliceerd in het Pb EG van 10 april 1999 nr. 1999/ C 99/08) en artikel 35, tweede lid, van de richtlijn keur ik het volgende goed.

De inspecteur kan op schriftelijk verzoek en met inachtneming van de hierna vermelde voorwaarden bij vergunning een vereenvoudigde regeling treffen. De vergunning ziet op een situatie dat een exploitant van een (mobiele) winkel veelvuldig en regelmatig accijnsgoederen overbrengt als winkelvoorraad aan boord van een schip of vliegtuig in het verkeer tussen twee lidstaten.

Met toepassing van deze regeling is het mogelijk dat de exploitant van de (mobiele) winkel periodiek een aangifte doet waarin de in het tijdvak verschuldigd geworden accijns – en, wat betreft tabaksproducten: BTW1 – al zijn gesaldeerd met de in dat tijdvak ontstane rechten op teruggaaf van bedoelde belastingen.

Bij zijn verzoek moet belanghebbende schriftelijk verklaren dat de niet van Nederlandse accijnszegels voorziene tabaksproducten tijdens het verblijf binnen het Nederlandse territorium en tijdens reizen vanuit Nederland naar het territorium van een andere lidstaat niet worden verkocht.

In de vergunning moet aandacht worden besteed aan de volgende aspecten: administratie, teruggaaf BTW, afdracht belasting en de aanwezigheid van tabaksproducten uit andere lidstaten.

Administratie [Vervallen per 21-02-2012]

De exploitant moet een administratie voeren waarin alle in- en verkopen van de winkel zodanig worden geregistreerd dat daaruit kan worden vastgesteld welke soorten en hoeveelheden accijnsgoederen deel uitmaken van de winkelvoorraad op het tijdstip van binnenkomst in het territorium van de desbetreffende lidstaat. Dit houdt onder andere in dat in de voorraadadministratie de in- en verkopen van de mobiele winkel zodanig moeten worden geregistreerd dat daaruit kan worden vastgesteld welke soorten en hoeveelheden accijnsgoederen deel uitmaken van de winkelvoorraad op het tijdstip van binnenkomst in het territorium van de desbetreffende lidstaat. Hieraan kan bijvoorbeeld worden voldaan door, uitgaande van de voorraad bij vertrek, bij de winkelverkopen aan boord tevens het tijdstip van de verkoop te registreren. Voor zover deze gegevens nu niet al worden bijgehouden, mag worden verwacht dat de registratie hiervan op relatief eenvoudige wijze – nl. via het kassaregister – valt te realiseren. Ervan uitgaande dat het verkeer met de andere lidstaat plaatsvindt in een geregelde dienst, kunnen in de te verlenen vergunning desgewenst, bij wijze van extra vereenvoudiging, de tijdstippen van binnenkomst in de andere lidstaat worden vastgelegd per vaar/ vliegroute en per schip/vliegtuig.

Over deze vastlegging worden tussen de belanghebbenden en de bevoegde douaneautoriteiten van de desbetreffende lidstaten afspraken gemaakt.

Teruggaaf BTW en afdracht [Vervallen per 21-02-2012]

Indien de accijns in Nederland wordt geheven wordt de omzetbelasting met betrekking tot tabaksproducten geheven als accijns. Deze systematiek wordt niet in alle lidstaten gehanteerd. In gevallen waarin een lidstaat met betrekking tot tabaksproducten de algemene BTW-regels toepast, zal er wegens de verkopen van deze goederen aan reizigers vanuit die lidstaat op weg naar Nederland omzetbelasting moeten worden aangegeven en betaald overeenkomstig de tarieven van de lidstaat van vertrek. Wanneer deze tabaksproducten van Nederlandse accijnszegels zijn voorzien ontstaat er een recht van teruggaaf van de in de zegelaankoop begrepen Nederlandse BTW. Deze bijzondere teruggaaf BTW zal worden behandeld overeenkomstig een accijnsteruggaaf van tabaksproducten. Daarbij is het voor het verkrijgen van de teruggaaf niet nodig dat de accijnszegels worden overgelegd.

De exploitant zal in Nederland periodiek (maandelijks) aangifte moeten doen bij het daartoe bevoegde belastingkantoor van de in het tijdvak verschuldigde accijns, gesaldeerd met de BTW op tabaksproducten waarvoor recht op teruggaaf bestaat (zie hiervoor).

Voorraad tabaksproducten uit andere lidstaten [Vervallen per 21-02-2012]

In de vergunning kan toestemming worden verleend dat tabaksproducten uit andere lidstaten zich tijdelijk hier te lande in de voorraad van mobiele verkooppunten mogen bevinden. Omgekeerd zullen de autoriteiten van de andere lidstaat eenzelfde positie innemen, zodat belanghebbende desgewenst via een dubbele voorraad toch gedurende de hele reis tabaksproducten kan verkopen. Hierbij speelt mee dat ook de andere lidstaten, evenals Nederland, binnen het toepassingsbereik van hun accijnsregime alleen verkopen zullen toelaten van tabaksproducten die in overeenstemming zijn met de gezondheidsvoorschriften en de eventuele accijnsbepalingen van de desbetreffende lidstaat.

Tabaksproducten die naar het Nederlandse accijnsregime worden verkocht, moeten steeds van Nederlandse accijnszegels en gezondheidswaarschuwingen zijn voorzien.

3.5 [Vervallen per 21-02-2012]

(Vervallen per 01-01-2009)

3.6 [Vervallen per 21-02-2012]

(Vervallen per 01-01-2010)

4. Vrijstellingen en teruggaven [Vervallen per 21-02-2012]

4.1. Vrijstelling accijns bij uitslag tot verbruik van levensmiddelen waarin bier, wijn, tussenproducten en overige alcoholhoudende producten zijn verwerkt [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van artikel 64, eerste lid, onderdeel a, van de wet kan vrijstelling van accijns worden verleend bij uitslag tot verbruik van bier, wijn, tussenproducten en overige alcoholhoudende producten die rechtstreeks of als bestanddeel van een halffabrikaat worden aangewend voor de vervaardiging van levensmiddelen, gevuld of anderszins, waarvan het alcoholgehalte niet meer bedraagt dan 8,5 liter absolute alcohol per 100 kg product voor chocola en 5 liter absolute alcohol per 100 kg product voor andere producten.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat ook vrijstelling van accijns wordt verleend bij uitslag tot verbruik van levensmiddelen waarin bier, wijn, tussenproducten of overige alcoholhoudende producten zijn verwerkt. In deze levensmiddelen mag het alcoholgehalte niet meer bedragen dan 8,5 liter absolute alcohol per 100 kg product voor chocola en 5 liter absolute alcohol per 100 kg product voor andere producten.

4.2. Vrijstelling van accijns door vermenging met methanol [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van artikel 64, eerste lid, onderdeel b, van de wet kan vrijstelling van accijns worden verleend voor overige alcoholhoudende producten die kennelijk niet zijn bestemd voor inwendig gebruik door de mens. Deze producten moeten wel volgens artikel 12 van het besluit juncto artikel 25 van de regeling en de daarbij behorende bijlage A.2 op de voorgeschreven wijze worden vermengd zodat ze niet meer geschikt zijn voor consumptie.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat voor producten die worden uitgeslagen tot verbruik in een kleinhandelsverpakking van niet meer dan 5 liter de vermenging van ethanol met 5% methanol ook wordt aangemerkt als voldoende te zijn vermengd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van het besluit juncto artikel 25 van de regeling en de daarbij behorende bijlage A.2.

4.3. Vrijstelling van accijns voor de uitslag tot verbruik van overige alcoholhoudende producten die worden gebruikt bij de vervaardiging van geneesmiddelen of die als geneesmiddel zijn geregistreerd [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van artikel 64, eerste lid, onderdeel c, van de wet kan vrijstelling worden verleend terzake van de uitslag tot verbruik van overige alcoholhoudende producten die worden gebruikt voor de vervaardiging van geneesmiddelen. Deze geneesmiddelen zijn omschreven in de richtlijn 2001/83/EG van 6 november 2001 (Pb EG L 311 van 28 november 2001) betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik en de richtlijn 2001/82/EG van 6 november 2001 (Pb EG L 311 van 28 november 2001) betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik. Deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in de Geneesmiddelenwet, de Diergeneesmiddelenwet en de op die wetten gebaseerde besluiten en regelingen.

Hierna is een toelichting en goedkeurend beleid opgenomen voor de toepassing van deze vrijstelling.

4.3.1. Toelichting: vrijstelling van accijns voor overige alcoholhoudende producten bij de vervaardiging van geneesmiddelen voor menselijk gebruik [Vervallen per 21-02-2012]

De vrijstelling van accijns voor overige alcoholhoudende producten die worden gebruikt voor de vervaardiging van geneesmiddelen is van toepassing voorzover de vervaardigde geneesmiddelen in Nederland zijn geregistreerd in overeenstemming met de Richtlijn 2001/83/EG. Deze registratieplicht geldt voor alle producten die als geneesmiddelen in de richtlijn worden aangemerkt (waaronder dus ook de homeopathische geneesmiddelen).

In de richtlijn is de wijze waarop de registratieplicht voor homeopathische geneesmiddelen wordt ingevuld aan de lidstaten overgelaten. De ene lidstaat kan dus strengere eisen stellen aan de registratieplicht voor homeopathische geneesmiddelen dan de andere lidstaat.

De richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Geneesmiddelenwet. Op grond van deze wet moeten de geneesmiddelen voordat zij in de handel worden gebracht in Nederland worden geregistreerd.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft in de Geneesmiddelenwet en de daarop gebaseerde wetgeving aangegeven op welke wijze een geneesmiddel moet worden geregistreerd.

Hierbij wordt het volgende onderscheid gemaakt:

  • Reguliere geneesmiddelen die zijn voorzien van een RVG nummer.

    Aan deze geneesmiddelen zijn voor de registratie strenge eisen gesteld.

  • Homeopathische geneesmiddelen die zijn voorzien van een RVH nummer. Aan deze geneesmiddelen zijn voor de registratie minder strenge eisen gesteld.

  • Geneesmiddelen die zijn voorzien van een EU-nummer. Deze geneesmiddelen, met uitzondering van homeopathische geneesmiddelen, hebben een Europese registratie.

Of een geneesmiddel voor menselijk gebruik in Nederland is geregistreerd, kan slechts worden vastgesteld aan de hand van een door het College ter beoordeling van geneesmiddelen (CBG) samengestelde lijst met geregistreerde geneesmiddelen. De lijst is via de geneesmiddeleninformatiebank op Internet te raadplegen (www.cbg-meb.nl).

De vrijstelling kan ook worden verleend indien de overige alcoholhoudende producten worden gebruikt voor de vervaardiging van geneesmiddelen voor menselijk gebruik die:

4.3.2. Toelichting: vrijstelling van accijns voor overige alcoholhoudende producten bij vervaardiging van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik [Vervallen per 21-02-2012]

De vrijstelling van accijns voor overige alcoholhoudende producten die worden gebruikt voor de vervaardiging van diergeneesmiddelen is van toepassing voorzover de vervaardigde geneesmiddelen in Nederland zijn geregistreerd in overeenstemming met de Richtlijn 2001/82/EG. Deze registratieplicht geldt voor alle diergeneesmiddelen (waaronder dus ook de homeopathische diergeneesmiddelen).

In de richtlijn is de wijze waarop de registratieplicht voor homeopathische diergeneesmiddelen wordt ingevuld aan de lidstaten overgelaten. De ene lidstaat kan dus strengere eisen stellen aan de registratieplicht voor homeopathische diergeneesmiddelen dan de andere lidstaat.

De richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Diergeneesmiddelenwet. Op grond van deze wet moeten diergeneesmiddelen in Nederland zijn geregistreerd.

Of een diergeneesmiddel is geregistreerd, kan worden vastgesteld aan de hand van een door het Bureau Diergeneesmiddelen van het CBG samengestelde lijst met geregistreerde diergeneesmiddelen. De lijst, waarin een onderscheid is gemaakt tussen diergeneesmiddelen en homeopathische diergeneesmiddelen, is ook via Internet te raadplegen (www.cbg-meb.nl).

Indien twijfel bestaat over de registratie van een diergeneesmiddel, kan met het Bureau contact worden opgenomen.

De vrijstelling kan ook worden verleend indien de overige alcoholhoudende producten worden gebruikt voor de vervaardiging van diergeneesmiddelen:

  • a. die worden overgebracht naar een andere lidstaat, mits die geneesmiddelen in die lidstaat zijn geregistreerd;

  • b. andere dan sera, entstoffen of biologische diagnostica, die worden uitgevoerd en waarvoor aan de exporteur op grond van de Diergeneesmiddelenwet een vergunning is verleend.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

  • Overige alcoholhoudende producten die als geneesmiddel uit een andere lidstaat worden overgebracht

    Overige alcoholhoudende producten kunnen in een andere lidstaat, in overeenstemming met Richtlijn 2001/82/EG en Richtlijn 2001/83/EG, als geneesmiddel zijn geregistreerd en in die lidstaat met vrijstelling van accijns worden uitgeslagen tot verbruik. Indien deze overige alcoholhoudende producten ook in Nederland zijn geregistreerd, zijn zij ook in Nederland vrijgesteld.

    Als die overige alcoholhoudende producten echter niet in Nederland als geneesmiddelen zijn geregistreerd, wordt het voorhanden hebben van deze producten op grond van artikel 2e van de wet als uitslag tot verbruik aangemerkt en is accijns verschuldigd.

    In verband daarmede moet naast de kennisgeving aan de inspecteur als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van het besluit, het vervoer op grond van het eerste lid van dat artikel kunnen worden aangetoond met een vereenvoudigd AGD. Ik keur echter goed dat deze overige alcoholhoudende producten, in plaats van met een vereenvoudigd AGD, met een vervoersbescheid naar een ondernemer of publiekrechtelijke lichaam in Nederland worden vervoerd.

  • Vrijstelling van accijns voor de uitslag tot verbruik van overige alcoholhoudende producten die als geneesmiddel zijn geregistreerd

    Het kan voorkomen dat geregistreerde geneesmiddelen, vooral homeopathische, op grond van de accijnswetgeving als overige alcoholhoudende producten worden aangemerkt. In verband daarmee keur ik goed dat overige alcoholhoudende producten, die in Nederland als geneesmiddel zijn geregistreerd, met vrijstelling van accijns worden uitgeslagen tot verbruik.

4.4. Vrijstelling van accijns voor minerale olie in brandstoftanks van nieuwe auto’s [Vervallen per 21-02-2012]

De huidige Europese regelgeving voorziet niet in een vrijstelling van accijns voor minerale olie die zich bevindt in de brandstoftanks van nieuwe auto’s die naar andere lidstaten worden verzonden. Het betreft kleinere hoeveelheden minerale oliën die alleen dienen om de auto’s op eigen kracht op en van het transportmiddel waarmee ze worden vervoerd, te kunnen rijden.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur, mede gelet op afspraken in EU-verband, goed dat

  • bij invoer van nieuwe auto’s uit derde landen de heffing van accijns op de minerale oliën die zich in de brandstoftank bevinden achterwege blijft, indien de in de brandstoftank aanwezige hoeveelheid minerale oliën gering is (maximaal 5 liter);

  • bij het overbrengen van nieuwe auto’s tussen Nederland en andere lidstaten heffing van accijns alleen plaats vindt in de lidstaat van productie van de auto’s;

  • bij de uitvoer van nieuwe auto’s naar derde landen op verzoek teruggaaf van accijns voor de in de brandstoftank aanwezige geringe hoeveelheid minerale olie kan worden verleend.

4.5. Vrijstellingsvergunning voor handelaren in accijnsgoederen [Vervallen per 21-02-2012]

Accijnsgoederen kunnen op grond van artikel 65 van de wet met vrijstelling van de accijns worden uitgeslagen tot verbruik indien daartoe een vrijstellingsvergunning is afgegeven. De accijnsgoederen waarvoor nog geen vergunning is afgegeven, maar die wel bestemd zijn om te zijner tijd met een vrijstellingsbestemming te worden uitgeslagen tot verbruik kunnen niet met vrijstelling worden opgeslagen of verhandeld. Handel in die goederen kan daarom slechts plaatsvinden met betaling van de accijns die later weer kan worden teruggevraagd.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat de inspecteur aan handelaren in accijnsgoederen die uitsluitend zijn bestemd voor vrijstellingsdoeleinden op grond van artikel 65, eerste lid, onderdeel a, van de wet, een vrijstellingsvergunning verleent. In de vergunning moet, naast de wettelijk voorgeschreven voorwaarden, worden aangegeven dat de administratie van de handelaar zodanig is ingericht dat daaruit op overzichtelijke wijze blijkt naar welke vrijstellingsgenietende de goederen zijn overgebracht. In aanvulling op artikel 18, vijfde lid, van het besluit moet een extra exemplaar van de daar bedoelde verklaring worden bewaard bij de administratie van de handelaar.

4.6. Het zuiveren van met vrijstelling ingeslagen minerale oliën [Vervallen per 21-02-2012]

Gelet op artikel 5 van de wet en artikel 7 van het besluit, kunnen minerale oliën die op grond van artikel 65, eerste lid, onderdeel b, van de wet met vrijstelling van accijns zijn betrokken geen bewerking ondergaan. Een dergelijke bewerking kan slechts plaatsvinden in een AGP.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Bij het gebruik van minerale oliën als grondstof voor het vervaardigen van bepaalde niet-accijnsgoederen is soms zuivering van de minerale oliën noodzakelijk. Ik keur goed dat de inspecteur op verzoek toestemming kan verlenen om minerale oliën in het bedrijf van vrijstellingsgenietende te zuiveren.

De toestemming wordt verleend onder de volgende voorwaarden:

  • de toestemming wordt opgenomen in de vergunning die is verleend op grond van artikel 65, derde lid, van de wet;

  • de minerale oliën moeten in het bedrijf van vrijstellingsgenietende worden gezuiverd;

  • de gezuiverde minerale oliën moeten worden gebezigd voor het vervaardigen van niet-accijnsgoederen;

  • de zuiveringshandelingen moeten in de administratie van vrijstellingsgenietende worden vastgelegd.

4.7. Achterwege laten van de zekerheidstelling bij toepassing van de vrijstelling [Vervallen per 21-02-2012]

De vergunninghouder die accijnsgoederen op basis van artikel 65, eerste lid, van de wet met vrijstelling betrekt, moet zekerheid stellen voor de accijns die hij verschuldigd kan worden (artikel 18, vierde lid van het besluit).

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat de inspecteur op verzoek toestemming kan verlenen om het stellen van zekerheid achterwege te laten. De toestemming wordt alleen verleend voor alcoholhoudende producten en/of minerale oliën onder de volgende voorwaarden:

  • de met vrijstelling betrokken alcoholhoudende producten en/of minerale oliën moeten met het oog op de vrijstellingsbestemming op de voorgeschreven wijze zijn vermengd;

  • de vermenging mag niet plaatsvinden door degene die de goederen met vrijstelling betrekt.

4.8. Toepassing vrijstelling van accijns voor minerale oliën die worden gebruikt voor het testen van luchtvaartuigen [Vervallen per 21-02-2012]

De vrijstelling van de accijns als bedoeld in artikel 66, eerste lid, onderdeel b, van de wet is van toepassing op de minerale oliën die worden gebruikt voor de voortstuwing van een luchtvaartuig, anders dan een plezierluchtvaartuig.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Voor de daadwerkelijke uitvoering van een vlucht is het noodzakelijk dat de vliegtuigmotoren kort worden getest. Er bestaat dus een directe relatie met de voorgenomen voortstuwing van het luchtvaartuig.

Ik keur daarom goed dat de vrijstelling ook kan worden toegepast op de minerale olie die zich in een brandstoftank van een luchtvaartuig, niet zijnde een plezierluchtvaartuig, bevindt en die, voorafgaande aan een specifieke buitenlandse vlucht, gebruikt wordt voor het testen van dat luchtvaartuig. De minerale olie wordt dan geacht te zijn gebruikt voor de voortstuwing van een luchtvaartuig, anders dan een plezierluchtvaartuig.

Gelet op artikel 66, tweede en derde lid, van de wet is de goedkeuring niet van toepassing op de minerale olie die wordt gebruikt voor het testen van een luchtvaartuig, niet zijnde een militair luchtvaartuig, voorafgaande aan een binnenlandse vlucht of voor plezierluchtvaartuigen.

4.9. Toepassing vrijstelling accijns voor de levering van minerale oliën aan een opslagplaats voor levering aan eigen schepen [Vervallen per 21-02-2012]

Voor minerale oliën die worden gebruikt voor de aandrijving van schepen of als scheepsbehoeften aan boord van schepen wordt op grond van artikel 66, eerste lid, onderdeel a, van de wet vrijstelling van accijns verleend. De vrijstellingbestemming wordt op grond van artikel 19 van het besluit aangetoond door een afgetekende verklaring van de afnemer.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

In de praktijk komt het echter voor dat een eigenaar van twee of meer schepen voor die schepen een eigen opslagplaats heeft waaruit hij zijn eigen schepen van minerale olie voorziet.

In verband daarmee keur ik goed dat de inspecteur aan de eigenaar van een aantal schepen een vergunning verleent om de minerale olie onder vrijstelling van accijns te ontvangen en op te slaan.

De eigenaar van de schepen moet daartoe een schriftelijk verzoek indienen bij de inspecteur. In het verzoek en de vergunning moet de kadastrale ligging van de opslagtanks worden aangegeven. In de vergunning moet de inspecteur in ieder geval de volgende voorwaarden opnemen:

  • de verklaring, bedoeld in artikel 19 van het besluit, wordt afgetekend bij aflevering van de minerale olie in de opslagplaats van de eigenaar;

  • de leverancier moet bij de afgetekende verklaringen een afschrift van de vergunning bewaren;

  • de opgeslagen minerale olie mag alleen worden afgeleverd aan de eigen schepen;

  • de vergunninghouder moet een administratie bijhouden waarin de leveringen aan de eigen schepen worden verantwoord.

4.10 [Vervallen per 21-02-2012]

(Vervallen per 01-04-2010)

4.11. Achterwege laten van aankoopfactuur [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van artikel 33 van het besluit moet bij een verzoek om teruggaaf van accijns steeds de aankoopfactuur van de desbetreffende accijnsgoederen worden overgelegd.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat de inspecteur om doelmatigheidsredenen toestaat dat de aankoopfacturen niet met het verzoek om teruggaaf worden meegezonden, maar worden bewaard bij de administratie van degene die om teruggaaf verzoekt.

4.12. Achterwege laten van bescheiden [Vervallen per 21-02-2012]

Vooruitlopend op een wijziging van het besluit en de regeling kunnen met ingang van 1 april 2010 verzoeken om teruggaaf worden gedaan met gebruikmaking van het van rijkswege via internet beschikbaar gestelde formulier. In het besluit en de regeling zijn bepalingen opgenomen op grond waarvan bij een verzoek om teruggaaf bepaalde bescheiden moeten worden overgelegd.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat indien verzoeken om teruggaaf worden gedaan met gebruikmaking van het van rijkswege via internet beschikbaar gestelde formulier de inspecteur om doelmatigheidsredenen toestaat dat de bescheiden niet met het verzoek om teruggaaf worden meegezonden, maar worden bewaard bij de administratie van degene die om teruggaaf verzoekt. Deze goedkeuring vervalt zodra vorenbedoelde wijziging van het besluit en de regeling in werking treedt.

4.13 [Vervallen per 21-02-2012]

(Vervallen per 01-01-2010)

4.14. Teruggaaf accijns van minerale olie voor benzinedamp [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van wettelijke milieubepalingen moet damp die zich bevindt in opslagtanks voor benzine zoveel mogelijk worden teruggewonnen. Dat geschiedt door middel van dampretourinstallaties en dampterugwinningsinstallaties. De teruggewonnen benzinedamp kan worden gebruikt als grondstof voor de vervaardiging van benzine en/of worden gebruikt voor de opwekking van elektriciteit.

Zonder nadere voorziening moet de damp, die wordt terugontvangen bij de aflevering van veraccijnsde benzine en die weer wordt ingeslagen in een accijnsgoederenplaats (AGP) om als grondstof voor de vervaardiging van benzine te dienen, bij uitslag tot verbruik van die benzine uit de AGP nogmaals in de accijnsheffing worden betrokken. Ik acht het redelijk voor deze situaties een voorziening te treffen waarmee dubbele belastingheffing zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Wettelijke bepalingen [Vervallen per 21-02-2012]

De (retour)damp is een mengsel van de lichte bestanddelen van benzine, voornamelijk van butaan en propaan, dat ingedeeld moet worden in postonderverdeling 2711 2900 van de Gecombineerde Nomenclatuur. Op grond van artikel 26, zevende lid, van de wet moet deze damp worden aangemerkt als methaan. Het accijnstarief daarvoor bedraagt ingevolge artikel 27, eerste lid, onderdeel e, van de wet, nihil.

Ter zake van de uitslag tot verbruik uit de AGP kan niet alleen accijns verschuldigd zijn, maar ook voorraadheffing (geheven op basis van de Wet voorraadvorming aardolieproducten). De voorraadheffing (VH) wordt, voor zover hier van belang, geheven onder dezelfde voorwaarden en beperkingen als de accijns.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van artikel 71, eerste lid, onderdeel d, van de wet kan teruggaaf van accijns worden verleend voor accijnsgoederen die zijn gebracht binnen een AGP die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen. Voorkomen moet echter worden dat teruggaaf van accijns wordt verleend voor damp die afkomstig is van benzine waarvoor geen accijns is voldaan. Daarnaast biedt letterlijke toepassing van die bepaling voor retourdamp geen oplossing, omdat het tarief voor de retourdamp nihil bedraagt.

Ik keur dan ook goed dat met overeenkomstige toepassing van artikel 71, eerste lid, onderdeel d, van de wet en met inachtneming van het hierna gestelde teruggaaf van accijns wordt verleend voor damp die geacht kan worden uiteindelijk weer in een AGP te zijn ingeslagen. Teruggaaf aan de vergunninghouder van de AGP waar de damp is ingeslagen, sluit het meest aan bij het wettelijk systeem. Zonder ingrijpende technische voorzieningen is echter niet vast te stellen hoeveel damp exact in een AGP wordt ingeslagen. Omdat dampretourinstallaties en dampterugwinningsinstallaties verplicht zijn, is in feite sprake van een gesloten systeem. De teruggaaf kan daarom ook worden gekoppeld aan de uitslag tot verbruik uit AGP, en worden gerelateerd aan de hoeveelheid tot verbruik uitgeslagen benzine die bestemd is om via een tankstation aan de consument te worden geleverd. Daarmee staan zowel de hoeveelheid tot verbruik uitgeslagen benzine als de bestemming (uitslag tot verbruik met voldoening van accijns) vast. De teruggaaf wordt daarom verleend aan de vergunninghouder van de AGP waaruit de benzine tot verbruik is uitgeslagen.

Aangezien de VH wordt geheven onder dezelfde voorwaarden en beperkingen als de accijns, keur ik tevens goed dat bij het verlenen van de teruggaaf van accijns eveneens teruggaaf wordt verleend van VH.

Forfaitaire hoeveelheid en teruggaafberekening [Vervallen per 21-02-2012]

Voor het bepalen van hoeveelheden damp waarover teruggaaf kan worden verleend, kan worden uitgegaan van een forfait van 1,7 liter benzine per 1.000 L, bij een temperatuur van 15°C, uit de desbetreffende AGP tot verbruik uitgeslagen ongelode lichte olie. De teruggaaf wordt beperkt tot ongelode lichte olie die via een tankauto is uitgeslagen.

De teruggaaf van accijns wordt verleend naar het tarief voor ongelode lichte olie (met een researchoktaangetal van 95 of meer) als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel a, van de wet naar de tarieven die van toepassing zijn op het moment van de uitslag tot verbruik uit de AGP.

Voorwaarden voor teruggaaf [Vervallen per 21-02-2012]

Degene die van deze regeling gebruik wenst te maken, dient daartoe een verzoek in bij de inspecteur. De inspecteur neemt de toestemming op in de vergunning van de houder van de AGP waaruit de ongelode lichte olie wordt uitgeslagen tot verbruik. De inspecteur kan daarbij de voorwaarde stellen dat het bedrag waarvoor aanspraak op teruggaaf wordt gemaakt dient te blijken uit de administratie. Het bedrag waarvoor aanspraak op teruggaaf wordt gemaakt moet in mindering worden gebracht op het bedrag dat de houder van de AGP op zijn periodieke (maand)aangifte moet voldoen, overeenkomstig de teruggaaf ter zake van de wederinslag van accijnsgoederen op grond van artikel 71, eerste lid, onderdeel d, van de wet en artikel 31, tweede lid, van het besluit.

4.15. Teruggaafregeling voor minerale oliën gebruikt in de glastuinbouw [Vervallen per 21-02-2012]

Artikel 71e van de wet voorziet in een (gedeeltelijke) teruggaaf van accijns voor halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt petroleumgas. Deze minerale oliën moeten worden gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten. De teruggaaf is alleen van toepassing als er geen aansluiting voor aardgas is (artikel 71e, eerste lid, van de wet). In de praktijk blijkt dat de aanwezige aardgasaansluiting niet in alle gevallen voldoende capaciteit heeft om te worden gebruikt voor het stomen (ontsmetten) van tuinbouwgronden. Een redelijke wetstoepassing brengt met zich mee ook in die gevallen de teruggaaf toe te passen.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat de teruggaaf van artikel 71e van de wet ook wordt toegepast in gevallen waarin wel een aansluiting voor aardgas aanwezig is, maar deze een onvoldoende capaciteit heeft om te worden gebruikt voor het stomen (ontsmetten) van tuinbouwgronden.

4.16 [Vervallen per 21-02-2012]

(Vervallen per 01-07-2008)

4.17 [Vervallen per 21-02-2012]

(Vervallen per 01-07-2008)

4.18. Inslag in een AGP van veraccijnsde minerale oliën afkomstig uit brandstoftanks van bepaalde motorrijtuigen met teruggaaf van accijns [Vervallen per 21-02-2012]

Gebleken is dat de brandstof uit brandstoftanks van sloopauto’s en van auto’s waarin een onjuiste brandstof is getankt, wordt ingezameld en aangeboden aan een fabrikant van minerale oliën met een vergunning voor een AGP.

Deze, op grond van de milieuwetgeving ingezamelde olie, wordt door de fabrikant weer gebruikt in het productieproces van minerale oliën. De ingezamelde olie bestaat uit een mengsel van lichte olie (motorbenzine) en gasolie. Voor dit mengsel zal doorgaans geen accijnstarief zijn vastgesteld, waardoor geen teruggaaf van accijns kan worden verleend.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Om de milieuvriendelijke inzameling en verwerking van de minerale oliën te bevorderen, keur ik goed dat de inspecteur teruggaaf van accijns verleent voor de inslag in een AGP van de lichte olie en gasolie uit brandstoftanks van Nederlandse sloopauto’s en uit brandstoftanks van auto’s waarin een onjuiste brandstof is getankt.

De teruggaaf wordt, overeenkomstig artikel 71, onderdeel d, van de wet en artikel 31 van het besluit, verleend onder de volgende voorwaarden:

  • a. De lichte olie en gasolie uit de brandstoftanks van sloopauto’s met een Nederlands kenteken, moet afkomstig zijn van autosloperijen die voldoen aan de bepalingen van het Besluit beheer autowrakken en zijn aangesloten bij Auto Recycling Nederland (ARN).

  • b. De lichte olie en gasolie uit de brandstoftanks van auto’s waarin een onjuiste brandstof is getankt, moet zijn ingezameld door een organisatie die (mede) als doel heeft het verlenen van hulp aan automobilisten en motorrijders bij pech.

  • c. Bij de inslag van het mengsel minerale olie in een AGP moet door de vergunninghouder van de AGP de hoeveelheid lichte olie en gasolie in het mengsel aan de hand van de dichtheid in kg/l bij 15°C (hierna: dichtheid) worden vastgesteld. Hierbij wordt uitgegaan van een dichtheid van 0,84 voor gasolie en 0,76 voor lichte olie.

  • d. Teruggaaf van accijns kan niet worden verleend voor ingezamelde mengsels met een dichtheid lager dan 0,72 of hoger dan 0,89 is.

  • e. Het mengsel mag geen andere producten bevatten zoals remolie, koelvloeistof, smeerolie of een herkenningsmiddel als bedoeld in artikel 27, derde lid, van de wet.

  • f. Het mengsel moet na inslag in de AGP worden gebruikt in het productieproces voor de vervaardiging van minerale oliën. Vervoer van het mengsel naar een andere AGP is niet toegestaan.

  • g. De teruggaaf van accijns wordt verleend tegen het tarief van ongelode lichte olie en zwavelvrije gasolie.

  • h. In de administratie van de vergunninghouder van de AGP die om teruggaaf van accijns verzoekt, moeten de volgende gegevens worden vastgelegd:

    • de naam van de leverancier en de inzamelaar van het mengsel;

    • de datum van inslag;

    • de datum van gebruik in het productieproces voor de vervaardiging van minerale oliën;

    • per inslag: de hoeveelheid van het mengsel dat is ingeslagen en de hoeveelheid lichte olie en gasolie die aan dat mengsel is gerelateerd;

    • analysegegevens (waaronder de dichtheid) van de ingeslagen mengsels; en

    • het bedrag dat aan accijns in mindering is gebracht op de periodieke aangiften.

5. Bijzondere bepalingen [Vervallen per 21-02-2012]

5.1. Vermelden van de code op lintzegels [Vervallen per 21-02-2012]

In artikel 42, derde lid, van de regeling wordt onder andere toegestaan dat in het linkervak van lintzegels, andere dan voor pijptabak, door de aanvrager een code wordt aangebracht, bestaande uit letters dan wel uit een nummer voorafgegaan door een letter.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

In het geval dat het linkervak van de lintzegels geheel wordt afgesneden (zie artikel 45, derde lid, van de regeling), keur ik goed dat de code niet in het linkervak maar in het rechtervak wordt vermeld. Voorwaarde is dat er een duidelijk onderscheid is met het ook in dat vak vermelde nummer dat aan de vergunninghouder is toegekend.

5.2. Aanbrengen accijnszegels voor sigaren en gebruik sierring [Vervallen per 21-02-2012]

Het aanbrengen van accijnszegels op sigaren en het gebruik van een sierring geeft in de praktijk soms praktische problemen.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat een sierring over de op een sigaar aangebrachte accijnszegel wordt aangebracht. Voorwaarde is dat de sierring zonder beschadiging van de op de accijnszegel vermelde gegevens kan worden verwijderd.

Het komt bij uitzonderlijk dikke sigaren voor dat een accijnszegel te kort is voor het vormen van een nauwsluitende ring om een sigaar. In verband daarmee keur ik goed dat de accijnszegel wordt vastgekleefd aan de sierring of wordt vastgeplakt op een bandje dat de sigaar omgeeft. De naam van de vergunninghouder of importeur of wat daarvoor in de plaats komt, moet dan echter op de voorzijde van de accijnszegel worden vermeld.

Ook keur ik goed dat de accijnszegels voor het stuksgewijs zegelen van sigaren worden aangebracht op het omhulsel (bijvoorbeeld cellofaan of aluminium) van de sigaar. Daarbij moet de accijnszegel zo zijn aangebracht dat het wordt verbroken bij het verwijderen van het omhulsel.

Ook mag een kleurversiering op de randen van zegels voor het stuksgewijs zegelen van sigaren worden aangebracht en mogen de randen van deze zegels worden ingesneden.

5.3 [Vervallen per 21-02-2012]

(Vervallen per 01-07-2008)

5.4. Achterwege laten van vermelding van het soort tabaksproduct op de verpakking [Vervallen per 21-02-2012]

Op de verpakking van tabaksproducten moet ingevolge artikel 47, tweede lid, van de regeling worden vermeld:

  • a. de soort van het tabaksproduct;

  • b. de hoeveelheid van het tabaksproduct;

  • c. de naam van de aanvrager van de accijnszegels of het door of namens het Ministerie van Financiën vastgestelde nummer; en

  • d. het merk waaronder het tabaksproduct in de handel wordt gebracht.

De vereiste gegevens dienen op een duidelijk zichtbare en opvallende plaats op de verpakking te worden vermeld. De vermeldingen bedoeld onder de letters a, b en c moeten overigens ook op de accijnszegels voorkomen (m.u.v. de hoeveelheid voor sigaren, zie artikel 78, tweede lid, van de wet).

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat de vermelding van de soort van het tabaksproduct op de verpakking achterwege kan blijven indien er geen twijfel omtrent de inhoud kan ontstaan. Zo behoeft bijvoorbeeld op een assortimentsverpakking de soort van het tabaksproduct niet op de verpakking te worden vermeld, omdat assortimentsverpakkingen alleen voorkomen bij sigaren. Bij de vermelding van de soort van rooktabak kan genoegen worden genomen met de aanduiding ‘tabak’ of ‘gekorven tabak’, en wordt geen bezwaar gemaakt tegen aanduidingen onder specifieke benamingen als: Porto Rico, Varinas, Shag, Herenbaai.

5.5. Terugzenden van accijnszegels die niet aan de kwaliteitseisen voldoen [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van artikel 79, eerste lid, van de wet mogen nog niet of verkeerd aangebrachte, niet-beschadigde accijnszegels door de aanvrager worden teruggezonden aan de inspecteur. Op grond van artikel 50 van de regeling kan degene die de accijnszegels heeft aangevraagd de niet-beschadigde accijnszegels terugzenden aan G4S Value Services BV.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat het bepaalde in artikel 50 van de regeling ook van toepassing is voor accijnszegels die bij het bedrukken of versnijden door de drukker of distributeur onbruikbaar zijn geworden voor de aanvrager. De inlevering mag ook geschieden door een gemachtigde van de aanvrager.

5.6. Teruggaaf bij vernietiging accijnszegels in andere lidstaten [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van artikel 79, tweede lid en derde lid, onderdeel c, van de wet kan teruggaaf van accijns worden verkregen voor accijnszegels die onder ambtelijk toezicht zijn vernietigd.

Blijkens artikel 51, eerste lid, van de regeling is de ambtelijke vernietiging alleen mogelijk ten aanzien van beschadigde accijnszegels en accijnszegels die zijn aangebracht op tabaksproducten die de AGP nog niet hebben verlaten. Ambtelijke vernietiging van accijnszegels kan zich ook voordoen in de gevallen waarin de accijnszegels in andere lidstaten zijn aangebracht.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat artikel 51, eerste lid, van de regeling mede van toepassing kan zijn op in andere lidstaten onder ambtelijk toezicht vernietigde accijnszegels.

Een verklaring met betrekking tot de vernietiging van accijnszegels die is afgegeven door een (douane)autoriteit in een andere lidstaat en bij het verzoek om teruggaaf wordt overgelegd kan dan ook worden aanvaard.

5.7. Voorwaarden voor het salderen van meer- en minderbevindingen in AGP [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de wet wordt het aan een accijnsschorsingsregeling onttrekken, daaronder begrepen het onregelmatig onttrekken, van accijnsgoederen aangemerkt als uitslag tot verbruik. Als de daadwerkelijk in de AGP aanwezige voorraad accijnsgoederen kleiner is dan de voorraad die volgens de administratie aanwezig zou moeten zijn, is er sprake van een minderbevinding. Als de daadwerkelijk in de AGP aanwezige voorraad accijnsgoederen groter is dan de administratie aangeeft, is sprake van een meerbevinding.

De Hoge Raad (nr. 34 000 van 23 december 1998, BNB1999/126) is van oordeel dat een redelijke toepassing van de wet meebrengt dat saldering van verschillen binnen groepen van accijnsgoederen geoorloofd is. Daarbij mogen alle accijnsgoederen in de vergelijking worden betrokken, mits zij zijn onderworpen aan hetzelfde accijnstarief. De meer- en minderbevindingen mogen geen gevolg zijn van andere verschillen zoals productieverliezen, productieoverschotten of vervoersverschillen.

De Hoge Raad overwoog daarbij dat van belanghebbende, die een onbetwist deugdelijke administratie voert, niet kan worden verlangd dat hij de oorzaken van de verschillen aangeeft. Het gaat immers om verschillen die uitsluitend volgen uit die administratie en niet verklaarbaar zijn.

Dit betekent, aldus de Hoge Raad, dat de minderbevondenaccijnsgoederen pas worden aangemerkt als te zijn uitgeslagen tot verbruik, nadat de meerbevonden accijnsgoederen met hetzelfde accijnstarief daarop in mindering zijn gebracht. De minderbevinding en de meerbevinding moeten betrekking hebben op verschillen tussen de voorraad volgens de administratie en de daadwerkelijke opgeslagen voorraad. De administratie van een vergunninghouder AGP vormt de basis voor de beoordeling of sprake is van een juiste nakoming van de accijnsverplichtingen.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

In een AGP kunnen producten bij vergissing worden omgewisseld. Bij die omwisseling ontstaat een minderbevinding bij het ene artikel en een meerbevinding bij het andere artikel. In dat geval is het redelijk om onder bepaalde voorwaarden toe te staan dat een minderbevinding met een meerbevinding wordt gesaldeerd. Mede gelet op de jurisprudentie keur ik onder de volgende voorwaarden goed dat meer- en minderbevindingen worden gesaldeerd.

  • a. Deugdelijke administratie.

    Er moet sprake zijn van een deugdelijke administratie. Dat wil zeggen dat de administratie moet voldoen aan het bepaalde in artikel 8 van het besluit. Indien naar het oordeel van de inspecteur de administratie niet aan deze voorwaarden voldoet, is er geen sprake van een deugdelijke administratie. De inspecteur moet dit uiteraard wel voldoende motiveren.

  • b. Goederen met hetzelfde tarief / dezelfde kleinhandelsprijs voor tabaksproducten.

    De saldering kan slechts plaatsvinden als er sprake is van goederen met hetzelfde accijnstarief. In hoofdstuk II van de wet zijn de verschillende tarieven opgenomen.

    Bij het salderen van overige alcoholhoudende producten met een verschillend alcoholpercentage moeten de producten eerst worden omgerekend naar 100% alcohol.

    Bij het salderen van bevindingen die betrekking hebben op minerale oliën moet ook rekening worden gehouden met de tarieven voor de voorraadheffing.

    Het tarief voor tabaksproducten is gerelateerd aan de kleinhandelsprijs. Gelet op een redelijke toepassing van de wet geldt voor tabaksproducten tevens de eis dat er sprake moet zijn van dezelfde kleinhandelsprijs.

  • c. Periode waarop saldering betrekking heeft.

    De Hoge Raad heeft geen uitspraak gedaan over de periode waarover de saldering mag worden toegepast. In de praktijk worden meer- en minderbevindingen vastgesteld bij inventarisatie van de AGP-voorraad.

De administratie van een AGP moet op elk moment een juiste weergave geven van de daadwerkelijke voorraad. In verband daarmee wordt de voorraad regelmatig geïnventariseerd. Vervolgens wordt na die inventarisatie de administratie in overeenstemming gebracht met de werkelijke voorraad waarbij alle afzonderlijke meer- en minderbevindingen in de administratie moeten worden opgenomen.

Saldering van de meer- en minderbevindingen moet daarom direct na de inventarisaties plaatsvinden, ongeacht het aantal inventarisaties.

Dit betekent dat ook bedrijven die hun voorraad in gedeelten inventariseren (partiële inventarisaties) direct na die gedeeltelijke inventarisatie de meer- en minderbevindingen moeten salderen.

Het opnemen van meer- en minderbevindingen op een aparte lijst na elke partiële inventarisatie en daarna eenmaal per jaar alle meer- en minderbevindingen salderen, is hiermee niet in overeenstemming.

Indien na inventarisatie, saldering en aanpassing van de administratie een minderbevinding resteert, wordt dit aangemerkt als uitslag tot verbruik in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de wet. Deze minderbevinding moet worden opgenomen in de periodieke aangifte van de maand waarin de minderbevinding is geconstateerd.

5.8. Normen voor verliezen bij vervoer van accijnsgoederen [Vervallen per 21-02-2012]

In overeenstemming met artikel 7, vierde lid, van de richtlijn is in artikel 2, vijfde en zesde lid, van de wet onder meer bepaald, dat algehele vernietiging of het onherstelbare verlies van onder een accijnsschorsingsregeling geplaatste accijnsgoederen door een oorzaak die met de aard van de goederen verband houdt, niet als uitslag tot verbruik wordt aangemerkt.

Verliezen die niet kunnen worden aangetoond, worden geacht te zijn uitgeslagen tot verbruik.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Gelet op artikel 7, vijfde lid, van de richtlijn, waarin wordt aangegeven dat elke lidstaat zijn regels en voorwaarden bepaalt voor het vaststellen van de verliezen, keur ik het volgende goed.

Vervoer per tanktruck en tanklichter [Vervallen per 21-02-2012]

Voor bulkvervoer van minerale oliën en ethylalcohol onder schorsing van de accijns per tanktruck en tanklichter zijn de volgende vrijstellingsnormen vastgesteld:

  • lichte olie: 0,4%,

  • halfzware olie: 0,3%,

  • gasolie: 0,3%,

  • zware stookolie: 0,5%,

  • ethylalcohol: 0,4%.

Onder bulkvervoer wordt in dit verband verstaan: het vervoer per tanklichter of per tanktruck, waarin een hoeveelheid van minimaal 5000 liter of 5000 kg per soort accijnsgoed in een tank of gedeelte van een tank wordt vervoerd.

Onder een tanktruck wordt verstaan: een voertuig met een vaste of één of meer losse tankcontainers

Vervoer over zee [Vervallen per 21-02-2012]

Ook bij het vervoer van ethylalcohol en minerale oliën over zee ontstaan verliezen. Deze verliezen wijken om de volgende redenen af van de verliezen per tanktruck of per tanklichter:

  • het vervoer per zeeschip duurt veelal langer dan het vervoer per lichter of tanktruck;

  • de te vervoeren hoeveelheden zijn veelal groter;

  • de techniek om verschillen te voorkomen is in de zeevaart minder ver ontwikkeld dan bij lichters of tanktrucks.

Voor het bulkvervoer over zee wordt een norm aangehouden van 0,5% voor alle minerale oliën en ethylalcohol die in tanks worden vervoerd in hoeveelheden van 150.000 liter of kilogram of meer. Indien de hoeveelheid minder is dan 150.000 liter of kilogram moeten de hiervoor genoemde percentages voor vervoer per tanktruck en tanklichter worden toegepast.

Voorwaarden voor toepassing van de vrijstellingsnormen [Vervallen per 21-02-2012]

Deze vrijstellingsnormen zijn van toepassing als

  • a. de ontvangst van de vorenbedoelde accijnsgoederen plaatsvindt door de vergunninghouder van de AGP en de geregistreerde geadresseerde;

  • b. het vervoer per tanklichter, tanktruck of over zee plaatsvindt onder schorsing van de accijns;

  • c. het verlies is ontstaan door meetonnauwkeurigheden, temperatuurschommelingen, verdamping, krimping en uitzetting van het accijnsproduct en niet is ontstaan door onregelmatigheden tijdens het vervoer zoals ongeval of diefstal; en

  • d. bij de ontvangst van de goederen de werkelijk ingeslagen hoeveelheid en de minder bevonden hoeveelheid accijnsgoederen worden aangetekend op het administratief geleidedocument of, in geval van een e-AD, op het bericht van ontvangst en in de administratie van de vergunninghouder.

Als het daadwerkelijke verlies als bedoeld onder c groter is dan de vrijstellingsnorm kan de vrijstellingsnorm toch worden toegepast. Dit betekent echter wel dat bij een niet aantoonbaar verlies dat groter is dan de vrijstellingsnorm, de accijns en andere belastingen of heffingen die worden geheven als ware het accijns zijn verschuldigd over de verliezen boven de vrijstellingsnorm.

Is het daadwerkelijke verlies (bijvoorbeeld 0,1%) minder dan de maximale vrijstellingsnorm (bijvoorbeeld 0,4%), dan kan alleen over het daadwerkelijke verlies (0,1%) vrijstelling worden verleend.

Indien de verliezen bij het binnenlands vervoer tussen de AGP’s groter zijn dan de vrijstellingsnorm, moet dit door de vergunninghouder aan de inspecteur worden meegedeeld die de goederen heeft verzonden.

6. Verbodsbepalingen en strafbepalingen [Vervallen per 21-02-2012]

6.1 [Vervallen per 21-02-2012]

(Vervallen per 01-01-2010)

6.2 [Vervallen per 21-02-2012]

(Vervallen per 01-07-2008)

6.3. Voorhanden hebben van laagbelaste halfzware olie en gasolie in brandstoftanks van woonschepen [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van artikel 91, tweede lid, onderdeel a, van de wet is het verboden halfzware olie of gasolie die zijn voorzien van herkenningsmiddelen als bedoeld in artikel 27, derde lid, van de wet dan wel bestanddelen bevatten van die herkenningsmiddelen (hierna: laagbelaste halfzware olie of gasolie) voorhanden te hebben in een brandstoftank van een pleziervaartuig.

De vaartuigen met een vaste ligplaats zoals woonschepen worden hoofdzakelijk gebruikt om er op te wonen. De gasolie of halfzware olie aan boord van die vaartuigen wordt dan ook hoofdzakelijk gebruikt voor laagbelaste doeleinden zoals de opwekking van elektriciteit voor het koken en de verwarming. Het gebruik van de oliën voor de aandrijving van die vaartuigen is bijkomstig.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Gelet op dit gebruik keur ik goed dat, in afwijking van artikel 91, tweede lid, onderdeel a, van de wet, de laagbelaste halfzware olie of gasolie voorhanden mag worden gehouden in de brandstoftanks van vaartuigen die uitsluitend of hoofdzakelijk worden gebruikt als woning met een vaste ligplaats.

Voorts keur ik, in afwijking van artikel 27, derde lid, van de wet, goed dat de laagbelaste halfzware olie of gasolie ook wordt gebruikt voor de aandrijving van dit woonschip naar een andere vaste ligplaats of naar een plaats die speciaal is ingericht voor onderhoud of reparatie van dit schip.

Als een vaste ligplaats wordt aangemerkt een ligplaats:

  • waarvoor door de plaatselijke gemeente een ligplaatsvergunning is afgegeven;

  • die aansluiting kan geven op de waterleiding en het riool; en

  • waarvan het adres in de Gemeentelijke Basisadministratie op naam staat van de bewoner/ eigenaar van het schip.

De eigenaar of bewoner van het woonschip moet bij controle aan kunnen tonen dat aan de hiervoor bedoelde eisen wordt voldaan.

6.4. Verkoop beneden de kleinhandelsprijs van tabaksproducten bij opheffing van een winkelbedrijf [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van artikel 95, tweede lid, onderdeel a, van de wet is het niet toegestaan tabaksproducten aan anderen dan wederverkopers te verkopen, te koop aan te bieden of af te leveren tegen een lagere prijs dan die op de accijnszegels is vermeld.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur goed dat, bij uitverkoop of opruiming als gevolg van de opheffing van een winkelbedrijf, tabaksproducten tegen een lagere prijs dan die is vermeld op de aangebrachte accijnszegels worden verkocht of aangeboden. De inspecteur verleent hiertoe op verzoek een vergunning. Het verzoek moet schriftelijk worden gedaan onder bijvoeging van een opgaaf van soort, hoeveelheid, merk en verpakking van de tabaksproducten.

Geen vergunning kan worden verkregen voor goederen uit de tweede hand gekocht, zoals bijvoorbeeld opkopers plegen te doen. Dit geldt eveneens voor verkoop uit inrichtingen die niet op een vaste plaats zijn opgesteld en voor verkoop uit automaten.

6.5. Kortingen op de kleinhandelsprijs door geschenken, bonnen en dergelijke [Vervallen per 21-02-2012]

Op grond van artikel 95, tweede lid, onderdeel a, van de wet is het niet toegestaan tabaksproducten aan anderen dan wederverkopers te verkopen, te koop aan te bieden of af te leveren tegen een lagere prijs dan die op de accijnszegels is vermeld. Op grond van artikel 95, derde lid, van de wet valt onder dit verbod ook elke andere handeling die erop is gericht de koper van tabaksproducten direct of indirect voordeel te bezorgen. Onder andere is het verboden om in enigerlei vorm geschenken, toegiften en bonnen te verstrekken.

Goedkeuring [Vervallen per 21-02-2012]

Ik keur echter goed dat een kleinhandelaar bij de verkoop van tabaksproducten bonnen, zegels of airmiles verstrekt indien:

  • a. de verstrekking van de bonnen, zegels of airmiles duidelijk geschiedt in het kader van een spaarsysteem, waarbij die bonnen, zegels of airmiles pas na verloop van tijd in grotere aantallen – bij voorbeeld na verzameling in speciale plakboekjes – kunnen worden ingewisseld;

  • b. de bonnen, zegels of airmiles worden verstrekt in alle winkels die tot het bedrijf behoren;

  • c. de bonnen, zegels of airmiles worden verstrekt bij alle of nagenoeg alle artikelen die in het betrokken bedrijf worden verkocht; en

  • d. de verstrekking van de bonnen, zegels of airmiles voor tabaksproducten naar dezelfde maatstaf geschiedt als voor alle of nagenoeg alle andere in het bedrijf verkochte goederen.

7. Ingetrokken regeling(en) [Vervallen per 21-02-2012]

Het volgende besluit is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:

8. Inwerkingtreding [Vervallen per 21-02-2012]

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 2010. In afwijking hiervan treedt onderdeel 4.15 in werking met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2010.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 18 maart 2010

De

minister

van Financiën,

J.C. de Jager

  • ^ [1]

    Saldering wat betreft de BTW zal alleen aan de orde zijn voor zover deze wordt geheven als de accijns (d.w.z. bij de tabaksproducten). Voor het overige zal de BTW over de verkopen worden meegenomen met de reguliere BTW-aangiften.