Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling Sirius programma 2010[Regeling vervallen per 01-01-2017.]

Geldend van 23-01-2014 t/m 31-12-2016

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 maart 2010, nr. HO&S/2010/190238, inzake het toestaan van experimenten met selectie van gegadigden en collegegeldverhoging en het verstrekken van subsidie voor projecten in het kader van het programma Rendement en Excellentie in het hoger onderwijs 2010 (Regeling Sirius programma 2010)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 4 van de Wet overige OCW-subsidies en artikel 9 van het Besluit experiment excellentie in het hoger onderwijs;

Besluit:

1. Inleidende bepalingen [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 1. Doelomschrijving [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan op aanvraag goedkeuren dat bekostigde universiteiten en hogescholen experimenten starten bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6 van het Besluit experimenten excellentie in het hoger onderwijs, binnen projecten in verband met het Sirius Programma, gericht op het bevorderen van excellentie in de initiële masterfase van het hoger onderwijs.

  • 3 De subsidie wordt verleend voor projecten, waarmee wordt beoogd inzicht te krijgen in de wijze waarop excellentie in het hoger onderwijs gerealiseerd kan worden en de belemmeringen die daarvoor in de huidige situatie zijn.

Artikel 2. Instellingen/subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2017]

Een aanvraag als bedoeld in artikel 1 kan worden ingediend door een bekostigde instelling voor hoger onderwijs, opgenomen in de onderdelen a tot en met h van de bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 3. Vaststelling subsidieplafond [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is een bedrag van ten hoogste € 11.798.518,– beschikbaar.

  • 2 Van het in het eerste lid genoemde bedrag wordt een bedrag van maximaal € 600.000,– ter beschikking gesteld voor de werkzaamheden van de Stichting Platform Bèta en Techniek, bedoeld in artikel 8.

Artikel 4. Subsidiebedrag per subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De subsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten van het project.

  • 2 Voor het overige deel dient cofinanciering plaats te vinden, dan wel financiering uit eigen middelen.

2. Aanvragen goedkeuring experimenten en subsidieaanvragen gericht op de initiële masterfase [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 5. Projectaanvragen [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Het instellingsbestuur dient een aanvraag in voor goedkeuring voor een of meerdere experimenten als bedoeld in artikel 1 eerste lid, voor subsidie als bedoeld in artikel 1 tweede lid, of voor beide, voor 1 mei 2010.

  • 2 De aanvragen worden gebundeld in een projectaanvraag ingediend bij de Stichting Platform Bèta en Techniek, bedoeld in artikel 8.

  • 3 Per instelling kan slechts één geïntegreerde instellingsbrede projectaanvraag ingediend worden.

  • 4 De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld de aanvraag nader toe te lichten.

  • 5 De aanvrager wordt zo nodig tot 15 oktober 2010 in de gelegenheid gesteld een verbeterde aanvraag in te dienen.

Artikel 6. Eisen aan een projectaanvraag [Vervallen per 01-01-2017]

De projectaanvraag omvat:

  • a. een beschrijving van de visie en de ambities van de projectaanvrager in het kader van het Sirius programma;

  • b. een activiteitenplan, dat de hoofdlijnen van de activiteiten en van de daarmee beoogde resultaten bevat;

  • c. Indien de projectaanvraag vergezeld gaat van een aanvraag om subsidie:

    • een begroting van inkomsten en uitgaven die de subsidieontvanger voorziet in verband met de te subsidiëren projectactiviteiten in de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

    • indien van toepassing, een document waaruit blijkt hoe de subsidieontvanger voorziet in cofinanciering van de projectactiviteiten, de daarbij betrokken partijen en de door deze partijen verleende garantie

  • d. indien de aanvraag betrekking heeft op een experimenteel programma op een of meerdere experimenten als bedoeld in artikel 1, eerste lid de opleidingen of programma’s waarvoor het experiment geldt;

  • e. indien van toepassing de wijze waarop voldaan zal worden aan de vereisten, genoemd in het voor de aanvraag geldende artikel van het Besluit experiment excellentie in het hoger onderwijs.

3. Goedkeuring experimenten en subsidieverlening binnen projecten gericht op excellentie in de initiële masterfase [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 7. Criteria verdeling bij subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2017]

De minister voornoemd voorziet in een gelijktijdige beslissing op subsidieaanvragen met betrekking tot projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie. De minister gebruikt hiervoor de ranking waarin de Stichting Platform Bèta en Techniek de vergelijking van de geschiktheid heeft vastgelegd.

Artikel 8. Advies voorafgaand aan goedkeuring experimenten en subsidieverlening en begeleiding [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De Stichting Platform Bèta en Techniek adviseert de minister voornoemd over goedkeuring van experimententen en subsidieverlening en begeleidt de projecten waarin experimenten zijn opgenomen die de minister heeft goedgekeurd of waaraan de minister subsidie heeft verleend of beide.

  • 2 De Stichting Platform Bèta en Techniek baseert zich bij haar advisering op de volgende criteria:

    • a. de ambitie voor de verhoging van excellentie die de aanvrager kenbaar maakt, blijkend uit:

      • 1. de robuustheid van het project;

      • 2. de prestaties;

    • b. de haalbaarheid;

    • c. de integrale aanpak;

    • d. de vraaggerichtheid;

    • e. de verantwoording;

    • f. de leerfunctie

    • g. de doelmatigheid, doeltreffendheid en proportionaliteit van de uitgaven in verband met de aanvraag voor de subsidiëring van het project.

    • h. de vereisten, genoemd in de artikelen 4, 5, en 6 van het Besluit experimenten excellentie in het hoger onderwijs, indien het project een aanvraag voor goedkeuring van een of meerdere experimenten bevat.

  • 3 De criteria genoemd in het tweede lid, zijn door de Stichting Platform Bèta en Techniek nader uitgewerkt in een beoordelingskader, dat als bijlage bij deze regeling is gevoegd.

  • 4 De Stichting Platform Bèta en Techniek verdeelt de beoordeelde projectaanvragen onder in de categorieën voldoende of onvoldoende, zoals omschreven in het beoordelingskader.

  • 6 Voor de te verrichten werkzaamheden dient de Stichting Platform Bèta en Techniek jaarlijks een begroting in bij de minister.

Artikel 9. Besluitvorming door minister [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De minister voornoemd neemt een beslissing over de aanvragen bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, op basis van het advies van de Stichting Platform Bèta en Techniek.

  • 3 Indien de minister niet tijdig een beslissing neemt, deelt hij de aanvrager mee binnen welke termijn de beslissing wel tegemoet kan worden gezien.

  • 4 Er kunnen aanvullende verplichtingen in de beslissing worden opgenomen verbandhoudende met de waarborging van een juiste uitvoering van het project, dan wel ten behoeve van een goed inzicht in de voortgang van het project.

Artikel 10. Tijdvak goedkeuring experimenten en subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De experimenten bedoeld in artikel 1, eerste lid, worden goedgekeurd voor een tijdvak van zes jaar te rekenen vanaf het jaar waarop voor het eerst wordt geëxperimenteerd met selectie en collegegeld, maar niet later dan het studiejaar 2011–2012

  • 2 Subsidie wordt verleend voor 4 jaar, startend op 1 januari 2011.

Artikel 11. Begrotingsvoorwaarde [Vervallen per 01-01-2017]

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de met inachtneming van artikel 3 verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

4. Goedkeuring experimenten binnen projecten gericht op excellentie in de bachelorfase [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 12. Aanvraag [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Het instellingsbestuur dient een aanvraag voor goedkeuring voor een of meerdere experimenten als bedoeld in artikel 1 vierde lid in voor 1 mei 2010.

  • 2 De aanvraag wordt ingediend bij de Stichting Platform Bèta en Techniek, bedoeld in artikel 14.

Artikel 13. Indieningsvereisten [Vervallen per 01-01-2017]

  • 2 De aanvraag omvat:

    • a. de opleiding dan wel opleidingen waarvoor het experiment geldt;

    • b. de wijze waarop voldaan zal worden aan de volgende vereisten, genoemd in artikel 3, derde lid onder a tot en met c van het Besluit experiment excellentie hoger onderwijs:

      • er is een relatie is tussen de selectie en de doelstelling van het experiment;

      • er is een relatie tussen de te hanteren selectiecriteria en de opzet en inhoud van de bacheloropleiding;

      • selectie van de gegadigden voor inschrijving voor de bacheloropleiding heeft de voorkeur boven selectie van studenten na inschrijving voor de bacheloropleiding.

Artikel 14. Advies voorafgaand aan goedkeuring experimenten en begeleiding [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De Stichting Platform Bèta en Techniek adviseert de minister voornoemd over de goedkeuring van experimenten en begeleidt de projecten, waarin experimenten zijn opgenomen waaraan de minister goedkeuring heeft verleend.

  • 3 De vereisten genoemd in het tweede lid, worden door de Stichting Platform Bèta en Techniek nader uitgewerkt in het in artikel 8, derde lid, genoemde beoordelingskader, dat als bijlage bij deze regeling is gevoegd.

Artikel 15. Besluitvorming door minister [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De minister voornoemd neemt een beslissing over de aanvragen bedoeld in artikel 12, eerste lid, op basis van het advies van de Stichting Platform Bèta en Techniek.

  • 3 Indien de minister niet tijdig een beslissing neemt, deelt hij de aanvrager mee binnen welke termijn de beslissing wel tegemoet kan worden gezien.

Artikel 16. Tijdvak experimenten [Vervallen per 01-01-2017]

De experimenten bedoeld in artikel 1, vierde lid, worden goedgekeurd voor een tijdvak van zes jaar te rekenen vanaf het jaar waarop voor het eerst wordt geëxperimenteerd, maar niet later dan het studiejaar 2011–2012.

5. Verplichting uitvoerder van een experiment en subsidieontvanger, hierna gezamenlijk te noemen deelnemer aan het Sirius Programma [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 17. Informatieplicht [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De deelnemer aan het Sirius Programma werkt mee aan door of namens de minister voornoemd ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het door of namens de minister te voeren beleid.

  • 2 De subsidieontvanger geeft aan door of namens de minster aangewezen ambtenaren op verzoek inzage in de in artikel 17 van de Wet overige OCW-subsidies bedoelde administratie en verstrekt alle inlichtingen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om een juist inzicht te verkrijgen in de besteding van de subsidie.

  • 3 De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 18. Verslag van activiteiten in verband met monitoring en auditing [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De deelnemer aan het Sirius Programma maakt jaarlijks een verslag met een overzicht van de werkzaamheden van het project en van de daarmee bereikte resultaten.

  • 2 Het verslag wordt ingediend bij de Stichting Platform Bèta en Techniek in verband met monitoring en auditing.

6. Verplichting subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 19. Besteding subsidie [Vervallen per 01-01-2017]

De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt. Eventueel niet-bestede middelen na afloop van de looptijd van de subsidie zullen worden teruggevorderd. De subsidie wordt uiterlijk in het jaar 2014 besteed.

Artikel 20. Verantwoording en controle [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, behorende bij de richtlijn RJ 660, alinea 212, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving. De verwerking van niet-bestede of onverschuldigd betaalde middelen geschiedt in de jaarrekening van het laatste jaar van besteding. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie.

  • 3 De verslaglegging wordt ingediend bij de minister voornoemd.

Artikel 21. Subsidievaststelling [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt wordt de subsidie bij de verlening vastgesteld.

  • 2 Indien de subsidie meer dan € 25.000 bedraagt wordt het financiële verslag over het laatste jaar van de periode, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, beschouwd als verzoek om vaststelling van de subsidie.

  • 3 Indien in het financieel verslag, als bedoeld in lid 2, wordt aangetoond dat de subsidie is aangewend voor het doel waarvoor het is verleend en het oordeel van de Stichting Platform Bèta en Techniek over de prestaties als bedoeld in artikel 8, tweede lid, op basis van de monitoring en auditing daartoe aanleiding geeft, wordt de subsidie definitief vastgesteld.

  • 4 De minister voornoemd beslist binnen 22 weken na ontvangst van het verzoek tot vaststelling van de subsidie.

Artikel 22. Betaling in gedeelten [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Per jaar wordt steeds een deel van de subsidie beschikbaar gesteld. Dit jaarlijkse bedrag wordt in vier gelijke kwartaaltermijnen betaalbaar gesteld, de eerste in de maand januari.

  • 2 Het jaarlijkse subsidiebedrag wordt bepaald op grond van de door de subsidie ontvanger ingediende begroting.

Artikel 23. Voorschotten [Vervallen per 01-01-2017]

Indien de subsidie meer dan € 25.000 bedraagt verleent de minister voornoemd de subsidieontvanger voorschotten tot ten hoogste 80% van het jaarlijkse subsidiebedrag.

Artikel 24. Terugvordering [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De subsidieontvanger is verplicht onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en te veel door hem ontvangen voorschotten direct terug te betalen, tenzij de minister voornoemd heeft aangegeven dat verrekening plaatsvindt.

  • 2 Bij terugvordering van door de minister onverschuldigd betaalde subsidiebedragen of teveel door de subsidieontvanger ontvangen voorschotten kunnen de met de terugvordering verband houdende kosten bij de begunstigde in rekening worden gebracht. Tevens kan worden overgegaan tot het in rekening brengen van de wettelijke rente.

Artikel 25. Sancties [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Indien de minister voornoemd van oordeel is dat een deelnemer aan het Sirius Programma de activiteiten op grond waarvan een beslissing in artikel 1 is genomen niet of niet behoorlijk uitvoert treedt hij daarmee in overleg.

  • 2 Na het overleg in het eerste lid neemt de minister een beslissing over het al dan niet voortzetten van de subsidie en/of het experiment.

  • 3 De minister kan nadere voorwaarden verbinden aan de eventuele voortzetting van de subsidie en of het experiment.

Artikel 26. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2017]

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2017.

Artikel 27. Citeertitel [Vervallen per 01-01-2017]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Sirius programma 2010.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

Bijlage behorend bij artikel 8 Regeling Sirius Programma [Vervallen per 01-01-2017]

Beoordelingskader [Vervallen per 01-01-2017]

Voor projectaanvragen in het kader van de masterfase en experimenteeraanvragen voor de bachelorfase van het Sirius Programma

Vooraf [Vervallen per 01-01-2017]

Dit beoordelingskader hoort bij de Regeling Sirius Programma1 . Met het Sirius Programma beoogt het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kennis en inzicht te verkrijgen in de wijze waarop in het hoger onderwijs de beste studenten tot een zo hoog mogelijk niveau kunnen worden gebracht. Tevens wil het ministerie de belemmeringen identificeren die daarvoor in de huidige situatie bestaan.

Het Sirius Programma richt zich op de volledige breedte van het hoger onderwijs. In het kader van dit Programma kunnen bekostigde instellingen voor hoger onderwijs alleen of gezamenlijk een aanvraag indienen om meer te halen uit hun beste studenten. Deze aanvragen zijn instellingsbreed en kunnen bestaan uit een palet van maatregelen die de instelling(en) wil(len) inzetten om dit doel te bereiken. Aanvragers geven daarbij zelf aan wat hun visie op excellentie (meer halen uit de beste studenten) is. Ze beschrijven wat verstaan zij onder excellente studenten, op welke aspecten willen zij hen laten excelleren en welke prestaties willen zij op dit vlak leveren.

Voor de uitvoering van dit Programma heeft het Ministerie van OCW gezocht naar een organisatie die de minister snel, deskundig en adequaat kan adviseren over de aanvragen. Die organisatie moet ook zorg kunnen dragen voor begeleiding van de instellingen, nadat de aanvragen gehonoreerd zijn. Deze werkwijze sluit goed aan bij de werkwijze van de Stichting Platform Bèta en Techniek, die als buitenboordmotor van dit Programma zal fungeren.

Het Sirius Programma kent twee fases: de bachelorfase en de masterfase. De bachelorfase is in 2008 gestart en de selectie van de subsidieaanvragen is inmiddels afgerond. In 2010 start de masterfase. Het beoordelingskader voor de gehele selectie van de masterfase, en het beoordelingskader voor de selectie van de experimenteermogelijkheden voor de bachelorfase, zijn in dit document opgenomen:

  • Deel 1: Dit deel heeft betrekking op de masterfase van het Sirius Programma. Hierin wordt nader gespecificeerd hoe de masteraanvragen worden beoordeeld.

  • Deel 2: In dit deel van het beoordelingskader wordt beschreven waarop de experimenteeraanvragen voor de bachelorfase worden beoordeeld. Tijdens de selectierondes voor de bachelor waren hiervoor namelijk nog geen wettelijke mogelijkheden. Alleen de aanvragers die in het kader van het Sirius Programma subsidie toegekend hebben gekregen voor hun bacheloraanvraag kunnen een aanvraag indienen.

Deel 1:. Master [Vervallen per 01-01-2017]

Algemeen [Vervallen per 01-01-2017]

Het Sirius Programma sluit zoveel mogelijk aan bij de excellentieagenda’s van de hoger-onderwijsinstellingen. Het beoordelingskader voor de bacheloraanvraag uit 2008 is daarom opgesteld op basis van de input die is geleverd tijdens 4 interactieve sessies met betrokkenen uit het veld. Eind 2009 is een bijeenkomst met het veld gehouden om specifieke input te vergaren voor het nu voorliggende beoordelingskader. Uitkomst hiervan is dat dit beoordelingskader voor wat betreft het basisgedeelte vrijwel gelijk is aan dat voor de bachelor. Er zijn slechts enkele wijzigingen:

  • De bonuspunten (15 punten) en de leerfunctie (waaraan in de bachelor geen punten waren toegekend) zijn samengevoegd tot één criterium: de leerfunctie, met een waarde van 10 punten;

  • De beschrijving en toelichting van de criteria is waar nodig aangepast op de master;

  • De scoring op de criteria is verder toegelicht, om de beoordeling van de aanvragen nog inzichtelijker/transparanter te maken.

Daarnaast zijn er specifieke gedeeltes toegevoegd voor de beoordeling van de gevraagde subsidie en experimenteerruimte.

Drie soorten aanvragen [Vervallen per 01-01-2017]

Het is de bedoeling dat instellingen een integrale aanpak ontwerpen voor de bevordering van excellentie in de initiële masteropleidingen van hun instelling. Dat betekent niet dat er in de gehele instelling – binnen alle opleidingen – hetzelfde gedaan moet worden of dat alle opleidingen betrokken moeten worden, maar wel dat er een eenduidige visie op excellentie is en de manier waarop dit bevorderd kan worden. Ook voor de masterfase geldt dat deze visie moet aansluiten op het profiel van de instelling. Tevens is het wederom de bedoeling dat er ‘massa’ gemaakt wordt: minimaal 5% van de masterstudenten in initiële opleidingen dient betrokken te worden. Instellingen kunnen maximaal één aanvraag indienen, eventueel samen met andere instellingen. De looptijd van de masterfase van het Sirius Programma is tot en met eind 2014.

De Regeling Sirius Programma voorziet in twee manieren om excellentiebevordering in de master te ondersteunen:

  • 1. Door middel van het verstrekken van subsidie (onder de voorwaarde van minimaal 50% cofinanciering);

  • 2. Door het honoreren van experimenteermogelijkheden ten aanzien van ruimere voorwaarden voor selectie aan de poort of collegegeldverhoging. Dit kan betrekking hebben op opleidingen of programma’s (opleidingstracks op -trajecten).

Een instelling kan een verzoek doen voor punt 1, punt 2 of beide. Met andere woorden, een instellingsbrede aanvraag (vanaf nu: projectaanvraag) kan een verzoek tot subsidie bevatten (vanaf nu: subsidieaanvraag) en/of tot goedkeuring van experimenten (vanaf nu: experimenteeraanvraag)

Voorgaande betekent dat er drie soorten projectaanvragen zijn:

  • a) Projectaanvragen met subsidie: een beschrijving van excellentiebevordering (visie, prestaties en activiteiten) met een subsidieaanvraag

  • b) Projectaanvragen met experimenten: een beschrijving van excellentiebevordering (visie, prestaties en activiteiten) met één of meerdere experimenteeraanvragen

  • c) Gecombineerde projectaanvragen: een beschrijving van excellentiebevordering (visie, prestaties en activiteiten) met een subsidieaanvraag plus één of meerdere experimenteeraanvragen

Hoofdlijn beoordelingskader [Vervallen per 01-01-2017]

De projectaanvragen van hoger onderwijsinstellingen worden beoordeeld op grond van dit beoordelingskader. De beoordeling bestaat uit drie onderdelen:

  • 1. In het eerste onderdeel wordt de beschrijving van excellentiebevordering getoetst. Hierbij gaat het om de beoordeling van de visie en ambities van de aanvrager2 , de prestaties die hij wil neerzetten en de bijbehorende activiteiten. Daarbij wordt bekeken hoe ambitieus de aanvrager is, in hoeverre de geformuleerde resultaten ook haalbaar zijn en of er sprake is van integraliteit en vraaggerichtheid. Tevens wordt de verantwoording en de mate waarin de projectaanvraag bijdraagt aan de leerfunctie van het Sirius Programma beoordeeld.

  • 2. In dit onderdeel wordt de subsidieaanvraag op doelmatigheid, doeltreffendheid en proportionaliteit getoetst.

  • 3. Hierin worden de experimenteeraanvragen individueel beoordeeld. Hierbij wordt getoetst op de criteria zoals beschreven in het Besluit experiment excellentie in het hoger onderwijs.

Beoordeling en mogelijke adviezen [Vervallen per 01-01-2017]

Op basis van onderdeel 1 en (wanneer van toepassing) onderdeel 2 worden punten toegekend. Deze punten bepalen of een aanvraag voldoende of onvoldoende scoort. De aanvragen die voldoende scoren worden op basis van de behaalde punten vervolgens gerangschikt in een ranking.

Aan onderdeel 3 worden geen punten toegekend. Per experimenteerverzoek wordt in dit onderdeel beoordeeld of het voldoet aan de gestelde eisen (leidend tot voldoende/onvoldoende). Op basis van de hierboven beschreven beoordeling wordt de Minister geadviseerd aanvragen te honoreren of af te wijzen:

  • a. Projectaanvragen met subsidie (toetsing op onderdeel 1 en 2)

    Voor een positief advies over aanvragen voor subsidie moet: de projectaanvraag voldoende scoren op basis van onderdeel 1 en 2 van het beoordelingskader.

    Mocht het totale subsidiebedrag van de voldoende scorende projecten groter zijn dan het beschikbare bedrag, dan wordt de minister geadviseerd op basis van de ranking (bij de hoogst scorende beginnend) te honoreren tot het budget is uitgeput.

  • b. Projectaanvragen met experimenten (toetsing op onderdeel 1 en 3)

    Voor een positief advies over de honorering van experimenteerruimte moet: de experimenteeraanvra(a)g(en) voldoen aan de vereisten zoals blijkt uit de beoordeling van onderdeel 3. Hierin wordt ook vereist dat de aanvraag voldoende scoort op onderdeel 1.

    Wanneer de beschrijving van de excellentiebevordering niet voldoende wordt bevonden, is het advies over de experimenteeraanvragen dus automatisch negatief. Wanneer deze beschrijving wel voldoende wordt bevonden, wordt er positief geadviseerd over de experimenteeraanvragen, mits deze ook aan de gestelde vereisten voldoen. Het kan dus voorkomen dat een projectaanvraag meerdere experimenteeraanvragen bevat, maar niet over allemaal een positief advies krijgt.

  • c. Gecombineerde projectaanvragen (toetsing op onderdeel 1,2 en 3)

    Voor een positief advies over de honorering moet:

    • de projectaanvraag op basis van de onderdelen 1 en 2 voldoende scoren

      EN

    • de experimenteeraanvragen voldoen aan de vereisten, blijkend uit de beoordeling van onderdeel 3

Het kan voorkomen dat een projectaanvraag voldoende scoort in onderdelen 1 en 2, maar niet over alle experimenteeraanvragen een positief advies krijgt. Wanneer de projectaanvraag op basis van de onderdelen 1 en 2 onvoldoende wordt bevonden, is het advies over de experimenteeraanvragen automatisch negatief.

Wanneer de projectaanvraag een positief advies gekregen heeft, maar op basis van de ranking en het beschikbare budget niet kan worden gehonoreerd, krijgt de aanvrager toch toestemming om te experimenteren wanneer hij ook zonder subsidietoekenning zelf garant staat voor de uitvoering van het beschreven project. Dit houdt in dat de aanvrager: het project uitvoert conform het voorstel, eventuele kosten voor het project uit eigen middelen financiert, meewerkt aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen, alsmede jaarlijks de benodigde gegevens aanlevert voor de monitoring en auditing door de Stichting Platform Bèta en Techniek.

Proces [Vervallen per 01-01-2017]

Op verzoek van de instellingen is gekozen voor de onderstaande procedure:

  • a. Er is maar één aanvraagronde voor de masterfase. Zoals in de Regeling Sirius Programma is vermeld, kunnen aanvragen tot 1 mei 2010 worden ingediend bij de Stichting Platform Bèta en Techniek.

  • b. Instellingen dienen een beknopte aanvraag in. Deze aanvraag voldoet aan de technische vereisten (zie paragraaf 1.5 Technische vereisten) en gaat in op de genoemde criteria (zie hoofdstuk 2).

  • c. Alle aanvragers krijgen de gelegenheid om hun aanvraag eind mei/begin juni 2010 mondeling toe te lichten aan de Stichting Platform Bèta en Techniek.

  • d. De aanvragen worden beoordeeld op de hierna vermelde technische vereisten en de criteria uit het beoordelingskader door de Stichting Platform Bèta Techniek. De Stichting laat zich bij deze beoordeling bijstaan door een team van onafhankelijke en gezaghebbende experts.

  • e. De aanvragers krijgen uiterlijk eind augustus een terugkoppeling over deze beoordeling met aandachts- en verbeterpunten.

  • f. De instellingen hebben dan tot 15 oktober de tijd hun aanvragen te verbeteren en definitief in te dienen.

  • g. Deze aanvragen worden opnieuw door de Stichting beoordeeld, wederom bijgestaan door dezelfde experts. Deze beoordeling mondt uit in een advies aan de minister over honorering van subsidie en experimenteerruimte, inclusief een ranking van de subsidieaanvragen die voldoende zijn bevonden.

  • h. De Stichting stuurt uiterlijk half november een advies met de ranking en een advisering over toewijzing van de aanvragen naar de minister van OCW.

  • i. De minister beschikt uiterlijk 30 november.

Technische vereisten [Vervallen per 01-01-2017]

Het uitgangspunt van het Sirius Programma is dat hogescholen en universiteiten zelf vorm geven aan hun eigen excellentieprogramma’s. Zij formuleren daartoe:

Altijd:
  • Hun visie en ambitie. De instelling formuleert beknopt (circa 2 pagina’s) een instellingsvisie gericht op het streven om ‘de beste studenten op een voor hen zo hoog mogelijk niveau te brengen’. Hierbij wordt ook aangegeven hoe dit past binnen het eigen profiel van de instelling. De instelling beschrijft welke concreet/meetbaar geformuleerde prestaties zij eind 2014 extra wil hebben waargemaakt in het kader van deze regeling: zowel kwantitatief (het aantal studenten waarvoor zij in dit kader activiteiten willen ontplooien) als kwalitatief (het niveau waarop zij deze studenten wil brengen). Tevens wordt kort aangegeven hoe de aanvrager dit wil bereiken en hoe de ambities met betrekking tot excellentie ingebed worden in het brede instellingsbeleid. Expliciete definities van wat de instelling verstaat onder ‘excellentie’ en een ‘excellente student’ mogen hierbij niet ontbreken.

  • Een beknopt activiteitenplan (maximaal 15 pagina’s, exclusief bijlagen) waarin de instelling de aanvraag onderbouwt, rekeninghoudend met de hieronder beschreven criteria. Daarbij komen minimaal de volgende aspecten aan de orde: de ambitie, de haalbaarheid, de integraliteit, de vraaggerichtheid en de verantwoording.

In geval van een subsidieaanvraag:
  • Een begroting en cofinancieringsdocument. Een instelling kan op verschillende manieren voldoen aan de cofinancieringseis. Deze eis houdt in dat een instelling 50% van het ingediende project zelf dient te financieren. Een instelling is vrij om te kiezen hoe zij hier invulling aan wil geven. Zo kan een instelling de inzet van personeel dan wel huisvesting als cofinanciering gebruiken. Tot slot kan een instelling besluiten om met andere partijen een samenwerking aan te gaan zodat aan de eis kan worden voldaan (publiek-private samenwerking). Het betreft hier slechts voorbeelden; andere manieren zijn ook mogelijk mits duidelijk wordt dat er sprake is van expliciete cofinanciering.

In geval van één of meerdere experimenteeraanvragen:
  • De opleiding dan wel opleidingen respectievelijk het programma dan wel de programma’s waarvoor het experiment geldt en de wijze waarop voldaan zal worden aan de vereisten, genoemd in het voor de aanvraag geldende artikel van het Besluit experiment excellentie in het hoger onderwijs. De aanvrager dient de argumentatie per experimenteeraanvraag aan te leveren.

Beoordelingskader [Vervallen per 01-01-2017]

Het beoordelingskader bestaat uit drie onderdelen:

  • 1. Een beoordeling van de beschrijving van excellentiebevordering.

  • 2. Een beoordeling van de subsidieaanvraag.

  • 3. Een beoordeling van de experimenteeraanvragen.

Op basis van onderdeel 1 (en wanneer van toepassing onderdeel 2) worden punten toegekend. Die projectaanvragen die 70 punten of meer hebben gescoord krijgen het predicaat voldoende. Zij worden op basis van het totaal aantal behaalde punten gerangschikt in een ranking. De overige (projectaanvragen met 69 punten of minder) krijgen het predicaat onvoldoende.

Onderdeel 1:. Beoordeling beschrijving van excellentiebevordering [Vervallen per 01-01-2017]

In deze paragraaf worden de criteria weergegeven waarop de individuele aanvragen beoordeeld worden: Ambitie (robuustheid en prestaties), haalbaarheid, integraliteit, vraaggerichtheid, verantwoording en leerfunctie. Voor elk criterium wordt kort omschreven wat er wordt beoordeeld. Vervolgens wordt aangeven wat er minimaal in de aanvraag moet worden opgenomen (vereisten) en waarop de toekenning van de punten aan de aanvragen zal plaatsvinden (scoring).

Elk criterium als volgt gescoord op basis van een tienpuntsschaal:

  • Slecht: 0–3 punten. Er wordt onvoldoende aan het criterium voldaan of het is onbekend of er aan het criterium wordt voldaan.

  • Matig: 4–6 punten. Er wordt gedeeltelijk aan het criterium voldaan.

  • Voldoende/goed: 7–10 punten. Er wordt (ruimschoots) aan het criterium voldaan.

Enkele criteria wegen zwaarder dan andere. Dit wordt geëffectueerd door middel van een vermenigvuldigingsfactor. Het totaal aantal punten dat behaald kan worden per criterium is dus: het aantal punten dat gescoord wordt (0–10) maal de vermenigvuldigingsfactor.

Per criterium ziet dit er als volgt uit:

  • Ambitie: vermenigvuldigingsfactor = 4, maximaal te behalen punten = 40;

  • Haalbaarheid: vermenigvuldigingsfactor = 3, maximaal te behalen punten = 30;

  • Integraliteit: vermenigvuldigingsfactor = 1, maximaal te behalen punten = 10;

  • Vraaggerichtheid: vermenigvuldigingsfactor = 1, maximaal te behalen punten = 10;

  • Verantwoording: vermenigvuldigingsfactor = 1, maximaal te behalen punten = 10;

  • Leerfunctie : vermenigvuldigingsfactor = 1, maximaal te behalen punten = 10.

Dat betekent dat er in totaal 110 (11 × 10) punten te behalen zijn. Een projectaanvraag moet dus gemiddeld ‘voldoende/goed’ scoren per criterium om het predicaat voldoende te krijgen.

Ambitie: robuustheid en prestaties [Vervallen per 01-01-2017]

Bij dit criterium wordt de projectaanvraag getoetst op: het percentage van de studenten dat wordt betrokken (minimaal 5%), de toegevoegde waarde van het project blijkend uit de prestaties (mate van hoger en/of nieuw), de impact op de rest van de instelling en de duurzaamheid (meerjarige inzet van de instelling die ook na de looptijd van het programma doorgang vindt).

Vereisten:
  • De aanvraag omvat een concrete omschrijving van de wijze waarop ten minste de beste 5% van elk cohort studenten in de initiële masteropleidingen van de betrokken instelling(en) in het excellentieprogramma betrokken wordt.

  • In de aanvraag wordt beschreven wat de impact van het programma is op de rest van de instelling.

  • Tevens wordt aangegeven hoe dit programma duurzaam wordt verankerd in de instelling.

  • De aanvraag omvat een omschrijving van concrete, meetbare prestaties die in de looptijd van het programma (januari 2011 tot en met december 2014) bereikt zullen worden. Deze prestaties zijn ambitieus (het programma draagt bij aan aantoonbaar hogere of nieuwe prestaties).

Haalbaarheid [Vervallen per 01-01-2017]

Bij dit criterium wordt de haalbaarheid van de aanvraag getoetst. Er wordt beoordeeld of de ambities realiseerbaar zijn: wat het trackrecord is (op het gebied van excellentie of andere relevante terreinen) en welke randvoorwaarden worden gecreëerd (samenwerkingsverbanden, kwaliteitszorg, personeelsbeleid, kennisdeling etc.).

Vereiste

Een uitwerking van de realiseerbaarheid van het project, onder meer blijkend uit eerdere ervaring op het gebied van excellentie of andere relevante terreinen, of de mate waarin de aanvrager concreet randvoorwaarden schept die het behalen van de prestaties bevorderen.

Integraliteit [Vervallen per 01-01-2017]

Bij dit criterium wordt de integraliteit getoetst: of er samenhang is tussen de verschillende elementen van de aanvraag. Er wordt beoordeeld of de gemaakte keuzes consistent zijn doorgevoerd in visie, beoogde prestaties, ingezette instrumenten en de daarbij horende begroting. Voor wat betreft de instrumenten wordt bekeken of ze zowel de input (scouting en selectie), thoughput (excellentie bevorderende maatregelen/activiteiten) als output (meting van resultaten) beslaan. Ten slotte worden in het kader van scouting en doorlopende leerlijnen, de samenwerkingsverbanden met het toeleverend en afnemend veld getoetst.

Vereisten

  • De aanvraag beschrijft een samenhangend geheel van visie, beoogde prestaties, ingezette instrumenten en de daarbij behorende begroting. Hierbij beslaan de ingezette instrumenten de drieslag ‘input, throughput en output’.

  • De relevante samenwerkingsverbanden worden beschreven.

Vraaggerichtheid [Vervallen per 01-01-2017]

De vraag van zowel studenten als het afnemend veld staat centraal in dit criterium. Er wordt getoetst in hoeverre de aanvrager bekend is met de vraag van deze twee groepen, in hoeverre deze sturend zijn geweest in de invulling van de projectaanvraag en sturend zullen zijn in de toekomst.

Vereisten

  • In de aanvraag wordt aangegeven hoe studenten betrokken zijn en zullen worden in de ontwikkeling en uitvoering van het project en/of zij het belang van de aanvraag onderschrijven.

  • Tevens wordt aangegeven hoe het afnemende veld betrokken is en zal worden in de ontwikkeling en uitvoering van het project en/of zij het belang van de aanvraag onderschrijven.

Verantwoording [Vervallen per 01-01-2017]

Bij dit criterium staat verantwoording centraal. De diversiteit van de beschreven prestaties waarop de aanvrager verantwoording aflegt wordt beoordeeld, evenals de onderbouwing en uitwerking van deze prestaties.

Vereiste

In de aanvraag worden prestaties aan de hand van indicatoren omschreven. Er zijn in ieder geval indicatoren gekozen die betrekking hebben op:

  • o Excellente studenten

  • o Afnemend veld

  • o Studieresultaten

Daarnaast wordt omschreven hoe de voortgang op de indicatoren wordt gemonitord.

Leerfunctie [Vervallen per 01-01-2017]

Dit criterium hangt samen met de doelstelling van het Sirius Programma. Excellentie kent vele aspecten en kan op verschillende manieren gerealiseerd worden. In de beoordeling van dit criterium wordt getoetst of de aanvraag bijdraagt aan de leerfunctie van het Sirius Programma, door unieke keuzes in de aanpak, vormgeving of uitwerking van de projectaanvraag. Dit kan bijvoorbeeld tot uitdrukking komen door een unieke invulling van:

  • De visie op excellentie.

  • Het soort ingezette instrumenten.

  • De gekozen samenwerkingsverbanden.

  • De mate waarin binnen de instelling grenzen worden verlegd.

  • De verwevenheid met maatschappelijke prioriteiten.

Vereiste

Uit de aanvraag blijkt op concrete wijze dat de aanvrager unieke keuzes heeft gemaakt. Waar mogelijk worden deze onderbouwd met concrete voorbeelden. Tevens wordt beschreven hoe de aanvrager zal bijdragen aan de kennisdeling van het Sirius Programma.

Onderdeel 2:. Beoordeling subsidieaanvraag [Vervallen per 01-01-2017]

Dit onderdeel is alleen van toepassing voor projectaanvragen die een subsidieaanvraag bevatten. Subsidie wordt aangevraagd voor de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2014. De begroting wordt getoetst op doeltreffendheid, doelmatigheid en proportionaliteit. Wanneer de aanvraag aan een van deze criteria niet voldoet, wordt op de behaalde punten uit onderdeel 1 een vermenigvuldigingsfactor van 0,5 toegepast. Dat betekent dat het niet mogelijk is voldoende te scoren en dus een positief advies te krijgen, wanneer de subsidieaanvraag aan een van onderstaande criteria niet voldoet. Wanneer de subsidieaanvraag wel aan alle criteria voldoet, wordt een vermenigvuldigingsfactor van 1 toegepast op de behaalde punten uit onderdeel 1 en blijft het puntentotaal gelijk. Dat wil zeggen dat het oordeel over de subsidieaanvraag het puntentotaal alleen negatief kan beïnvloeden.

Doeltreffendheid (effectiviteit) [Vervallen per 01-01-2017]

  • Er moet een heldere relatie bestaan tussen de genoemde investeringen en de nagestreefde prestaties gedurende de looptijd van het programma. Instellingen moeten van elke begrotingspost kunnen onderbouwen op welke manier deze bijdraagt aan de nagestreefde prestaties.

  • Alleen additionele kosten ten opzichte van de huidige/reguliere situatie kunnen worden opgevoerd. Tevens moeten eventuele additionele baten inzichtelijk gemaakt worden.

Doelmatigheid (efficiëntie) [Vervallen per 01-01-2017]

  • Er moet een heldere kosten-baten analyse gemaakt zijn.

  • Maximaal 50% van de kosten kunnen worden aangevraagd als subsidie.

Proportionaliteit [Vervallen per 01-01-2017]

  • De totale kosten moeten in redelijke verhouding staan tot het aantal studenten dat bereikt wordt.

  • Wanneer een aanvrager een aanvraag doet voor een hoog bedrag, maar slechts een beperkt aantal studenten bereikt, moet aannemelijk worden gemaakt waarom er gekozen is voor deze handelingswijze en dat de toegevoegde waarde groot is.

Onderdeel 3:. Beoordeling experimenteeraanvraag [Vervallen per 01-01-2017]

Een projectaanvraag kan een of meerdere aanvragen voor experimenteerruimte bevatten. Deze kunnen betrekking hebben op zowel gehele opleidingen als op experimentele programma’s (opleidingstrajecten) zoals omschreven in artikel 6 van het Besluit experiment excellentie in het hoger onderwijs.

De experimenten dienen uiterlijk in september 2011 van start te gaan en hebben een looptijd van 6 jaar (langer dus dan die van het Sirius Programma). Bij de experimenten kan het gaan om:

  • a) selectie: toelatingseisen die betrekking hebben op andere aspecten dan kennis, inzicht en vaardigheden die zijn verworven bij het beëindigen van een bacheloropleiding;

  • b) collegeldverhoging tot maximaal vijfmaal het wettelijke collegegeld.

Zogenaamde doorstroommasters zijn als opleiding uitgesloten van experimenten ten aanzien van selectie, voor opleidingstrajecten binnen deze opleidingen is het wel toegestaan.

Elke aanvraag voor experimenteerruimte wordt individueel beoordeeld. Wanneer de bijbehorende experimenteeraanvraag aan onderstaande criteria voldoet, wordt het oordeel voldoende gegeven.

Selectie [Vervallen per 01-01-2017]

In de aanvraag dient aannemelijk gemaakt te zijn dat:

  • a. er een relatie is tussen de aanvullende toelatingseisen en de doelstelling van het experiment, bedoeld in artikel 2 van het experiment excellentie in het hoger onderwijs;

  • b. er een relatie is tussen de te hanteren aanvullende toelatingseisen en de opzet en inhoud van de masteropleiding;

  • c. selectie van de gegadigden voorafgaand aan de inschrijving voor de masteropleiding de voorkeur heeft boven selectie van studenten na inschrijving voor de masteropleiding; en

  • d. de instelling een op excellentie in het hoger onderwijs gericht instellingsbreed project zal verzorgen.

Het voorgaande houdt in dat de aanvrager elk bovenstaand criterium zichtbaar moet adresseren en:

  • ad a) de aanvrager moet aannemelijk maken dat toepassing van de toelatingseisen bij zal dragen aan het verhogen van excellentie zoals dat in de prestaties van de projectaanvraag is geformuleerd;

  • ad b) de aanvrager moet aannemelijk maken dat de opzet en inhoud van de opleiding substantieel verschillen van de reguliere opzet en inhoud én dat de additionele eisen die aan de studenten worden gesteld voorwaardelijk zijn voor een succesvolle deelname, gezien de afwijkende opzet en inhoud;

  • ad c) de aanvrager moet aannemelijk maken dat het niet mogelijk is de in de projectaanvraag beschreven prestaties te behalen wanneer de selectie van studenten plaatsvindt na binnenkomst. Oftewel dat het niet mogelijk is de toegevoegde waarde van de opleiding te behalen wanneer de selectie op een later tijdstip plaatsvindt;

  • ad d) de projectaanvraag moet voldoende hebben gescoord op de onderdelen 1 en (wanneer van toepassing) 2 en gehonoreerd zal worden of eventuele kosten zelf betaald.

Collegegeldverhoging [Vervallen per 01-01-2017]

In de aanvraag dient aannemelijk gemaakt te zijn dat:

  • a. er een relatie is tussen verhoging van het collegegeld en de doelstelling van het experiment, bedoeld in artikel 2 van het experiment excellentie in het hoger onderwijs;

  • b. er een relatie is tussen de verhoging van het collegegeld en de opzet en inhoud van de masteropleiding; en

  • c. de instelling een op excellentie in het hoger onderwijs gericht instellingsbreed project zal verzorgen.

Het voorgaande houdt in dat de aanvrager elk bovenstaand criterium zichtbaar moet adresseren en:

  • ad a) de aanvrager moet aannemelijk maken dat verhoging van het collegegeld bijdraagt aan het verhogen van excellentie zoals dat in de prestaties van de projectaanvraag is geformuleerd;

  • ad b) de aanvrager moet aannemelijk maken dat

    • de opzet en inhoud van de opleiding substantieel verschillen van de opzet en inhoud van reguliere opleidingen;

    • dat deze additionele kosten met zich meebrengen ten opzichte van de reguliere situatie;

    • én dat er een relatie is tussen de hoogte van de additionele kosten en de hoogte van de collegegeldverhoging;

  • ad c) de projectaanvraag voldoende moet hebben gescoord op de onderdelen 1 en (wanneer van toepassing) 2 en gehonoreerd zal worden of eventuele kosten zelf betaald.

Toelichting [Vervallen per 01-01-2017]

Algemeen [Vervallen per 01-01-2017]

Proces [Vervallen per 01-01-2017]

a). Indienen [Vervallen per 01-01-2017]

De aanvragen moeten door het bestuur van de instelling(en) schriftelijk (in tweevoud) én elektronisch worden ingediend. Het adres is:

Stichting Platform Bèta Techniek

Het Sirius Programma

Postbus 556

2501 CN Den Haag

Email: info@siriusprogramma.nl

b). Aanvraag [Vervallen per 01-01-2017]

Omdat het gaat om instellingsbrede aanvragen kan er maximaal 1 aanvraag per instelling worden ingediend.

c). Toelichting geven [Vervallen per 01-01-2017]

Verzoek aan de aanvragers is om reeds in de aanvraag aan te geven wie de aanvraag zal toelichten in mei/juni 2008 (inclusief contactgegevens).

d). Experts [Vervallen per 01-01-2017]

De Stichting Platform Bèta en Techniek laat zich bij de beoordeling van de aanvragen en de indeling in de drie categorieën bijstaan door een team van experts. Vaste kern van dit team wordt gevormd door de leading experts: Dhr. prof. dr. F.A. van Vught (voorzitter), Dhr. prof. dr. H.P.M. Adriaansens, Dhr. prof. dr. R.H. Dijkgraaf, Mw. prof. dr. C.A. van Egten RA, Dhr. drs. N.M. Verbraak. Daarnaast is er een poule van onafhankelijke deskundigen samengesteld. Deze deskundigen kunnen ingezet worden bij de beoordeling van de aanvragen. Voor de indieningsdatum zal de samenstelling worden gepubliceerd op www.siriusprogramma.nl.

Het beoordelingskader [Vervallen per 01-01-2017]

Onderdeel 1:. beoordeling beschrijving van excellentiebevordering [Vervallen per 01-01-2017]

Dit onderdeel van het beoordelingskader bestaat uit zes criteria:

1. Ambitie [Vervallen per 01-01-2017]

De aanvragen starten met een heldere omschrijving van de ambities van de instelling in het kader van excellentiebevordering in de master. In dit kader dient de instelling aandacht te besteden aan twee elementen:

Robuustheid

In de evaluatie van de projecten in het kader van ‘Ruim baan voor talent’ heeft de Commissie Sminia ‘vraagtekens gezet bij het streven van sommige instellingen om slechts een groep van twintig tot dertig studenten genereus te voorzien van het beste onderwijs. Dit heeft nut voor die kleine groep studenten, maar het is onduidelijk wat de effecten hiervan zijn op de rest van de populatie. Om uitstraling te kunnen hebben op de kwaliteit van het onderwijs in den brede, niet alleen op het gebied van onderwijsinnovatie maar ook ten behoeve van een stimulerende werking van honoursstudenten binnen de reguliere opleidingen zou een honoursprogramma zich tenminste op de beste 10% van de populatie moeten richten’3 .

Om te bevorderen dat er binnen de instellingen een cultuur van excellentie en diversiteit ontstaat, is het de bedoeling dat een aanvraag robuust is: er moet massa gemaakt worden, zodat het excellentiebeleid zichtbaar is en impact heeft op de gehele instelling. Binnen het Sirius Programma is daarom vastgesteld dat per cohort minimaal 5% van de studenten in initiële masteropleidingen bij de betrokken instelling(en) bereikt moet worden. Tevens moet worden aangegeven wat de impact zal zijn op de rest van de instelling. Alleen bij hoge uitzondering kunnen aanvragers, wanneer zij daar valide en goed onderbouwde redenen voor hebben, zich richten op een kleiner gedeelte van de studenten.

Tijdens de inputsessies is ten slotte door de instellingen aangegeven dat het in te zetten beleid duurzaam moet zijn: er moet sprake zijn van een langdurige inzet, waar ‘uithoudingsvermogen uit spreekt’.

Prestatie

In de aanvraag wordt concreet geformuleerd wat de instelling bereikt wil hebben aan het einde van het Programma (december 2014). Het gaat om meetbare prestaties, nieuw of extra ten opzichte van de ‘reguliere’ situatie. Het is hierbij essentieel dat deze voorzien zijn van zogenaamde nulmetingen: de score op deze indicatoren op dit moment. Anders is het onmogelijk de toegevoegde waarde te bepalen. Enkele voorbeelden van prestatie-indicatoren ten aanzien van excellentiebevordering, zeker niet uitputtend4 :

  • (Oordelen van) Excellente studenten

    • o De studentoordelen over (het niveau van/uitdaging in/nut van) de opleiding of opleidingsonderdelen zijn x hoger;

    • o X % instroom van (goede) buitenlandse studenten (aantrekkelijkheid);

    • o Voor de programma’s/opleidingen/trajecten wordt een selectivity rate behaald van x (aantal plaatsingen tov. aantal aanmeldingen);

  • (Oordelen van) Afnemend veld

    • o X positiever oordeel door het werkveld tijdens stages/ na afstuderen;

    • o X kortere baanzoekduur;

    • o X hogere salarissen;

    • o Afgestudeerden worden x vaker gevraagd voor tentoonstellingen/masterclasses/tv-optredens/interviews/commissies/belangengroepen/optredens;

    • o X% wordt geplaatst in prestigieuze traineeships/diplomatenklasje/prestigieuze tracks;

    • o X% meer succesvolle ondernemingen door studenten;

    • o Meer (x%) afgestudeerden vinden een baan bij een multinational/internationale baan;

    • o Na afstuderen worden de studenten x hoger gewaardeerd door hun collega’s;

    • o Afgestudeerden hebben x vaker een leidinggevende rol in hun team/staan zichtbaar aan de wieg van innovaties.

    • o Beurzen/prijzen: x studenten meer verkrijgen een beurs/prijs;

    • o % doorstroom naar PHD’s of de gemiddelde lengte PHD’s (is x jaar korter, is x sneller dan gemiddeld);

    • o X extra Veni-beurzen binnen x jaar;

  • Studieresultaten

    • o Gemiddelde cijfers stijgen van x naar x;

    • o Rendementen stijgen van x naar x;

    • o X% publiceert in peerreviewd tijdschrift (als eerste auteur);

    • o X% van de deelnemende studenten scoort in de top 10% hoogste score van de GRE test of een andere internationale skills test;

    • o X% van de studenten haalt een significant hoger eindniveau in de scriptie of andere examenproducten (blijkend uit bijv. (internationale) peer reviews of cijfers);

    • o X van de studenten doet meerdere studies tegelijkertijd of behaalt extra studiepunten;

  • Overige

    • o X% studenten onderneemt extracurriculaire activiteiten;

    • o Een x aantal opleidingen heeft een (internationaal) bijzonder kenmerk met betrekking tot excellentie (‘bijzondere kwaliteit’);

    • o De instelling scoort minimaal plaats x in een bepaalde internationale benchmark;

    • o De instelling sleept bepaalde prijzen in de wacht;

    • o De maatschappij blijkt de instelling vaker te zien als toonaangevend/leidend.

2. Haalbaarheid [Vervallen per 01-01-2017]

Uiteindelijk gaat het erom dat een aanvrager zijn ambities ook waar kan maken. Daarom wordt er gekeken naar de haalbaarheid van deze ambities. Er kan gedacht worden aan onder andere:

  • o Past performance/track record op het terrein van excellentie of een ander relevant terrein;

  • o Aantoonbare kwaliteiten van het ingezette docententeam;

  • o Het hebben van een bestaande infrastructuur voor excellentie;

  • o Externe oordelen/keurmerken die duiden op een bovengemiddelde kwaliteit;

  • o Verbinding met toponderzoek (zowel academisch als beroepsgericht);

  • o Kwaliteitszorg die aantoonbaar excellentiebevorderend is;

  • o Staf/studentratio;

  • o (Specifiek) personeelsbeleid;

  • o Ervaring met het selecteren van studenten;

  • o Benutting van samenwerkingsverbanden.

3. Integraliteit [Vervallen per 01-01-2017]

Essentieel bij dit criterium is dat er een heldere, consistente rode lijn in de aanvraag zit. Van belang is welke keuzes gemaakt zijn, maar zeker zo belangrijk is waarom de aanvrager die keuzes heeft gemaakt. Ze moeten helder en duidelijk onderbouwd worden. De uitwerking van die keuzes moet terug te vinden zijn in alle elementen van de aanvraag.

Voor wat betreft de instrumenten (maatregelen/activiteiten) is het van belang dat er aandacht is voor:

  • De input of instroom. Vragen als: ‘Hoe vind je de excellente studenten (scouting)?’ ‘Hoe trek je ze naar je programma?’ ‘hoe en waarop vindt selectie plaats?’ zijn hier van belang;

  • De throughput. Hier is van belang welke activiteiten worden ontplooid en welke maatregelen worden genomen. Hierbij gaat het niet alleen over de inhoud en vormgeving van het excellentieprogramma, maar ook om de randvoorwaarden die daarvoor gecreëerd moeten worden;

  • De output. Hierbij zijn vragen van belang als: ‘Waar bereidt het traject op voor in de arbeidsmarkt (doorlopende (leer)lijn)?’ ‘Hoe worden studenten daar naartoe begeleid/op voorbereid?’ en ‘Hoe wordt de feedback van alumni/het werkveld verzameld en benut?’.

Vanzelfsprekend is het van belang dat deze instrumenten een logische samenhang vertonen.

Voor wat betreft samenwerkingsverbanden: Universiteiten en hogescholen maken vaak deel uit van veel samenwerkingverbanden. Alleen die verbanden die specifiek voor dit programma worden aangegaan of benut zijn relevant.

4. Vraaggerichtheid [Vervallen per 01-01-2017]

Ervaringen uit Ruim baan voor Talent wijzen uit dat het voor het succes van excellentietrajecten van belang is dat deze aansluiten bij de behoeftes die er bestaan onder excellente studenten. En een goede afstemming met het afnemende werkveld en/of vervolgonderwijs zorgt voor een vergroot rendement op de ingezette veranderingen, waar zowel de instellingen, als de afnemers, als de studenten baat bij hebben. Voor beide groepen is het van belang dat ze zowel betrokken zijn aan de voorkant van het geheel, bij de opzet en het ontwerp én tijdens de looptijd van het programma.

5. Verantwoording [Vervallen per 01-01-2017]

Verantwoording vindt plaats op basis van de prestatie-indicatoren die de aanvrager zelf aandraagt. Uitgangspunt is dat de verantwoording zo min mogelijk (extra) beheerslast met zich meebrengt voor de instellingen. Voor wat betreft de diversiteit van de prestaties is het van belang is dat in ieder geval gerapporteerd wordt over indicatoren die betrekkingen hebben op:

  • Excellente studenten

  • Afnemend veld

  • Studieresultaten

Onder ambitie zijn in deze toelichting voorbeelden van dergelijke indicatoren te vinden.

Het is ook van belang dat wordt aangegeven hoe de monitoring van de voortgang op de prestaties zal plaatsvinden.

Hoewel de criteria ambitie en verantwoording met elkaar samenhangen, kan het voorkomen dat een aanvraag goed scoort op verantwoording, maar slecht op ambitie. Bijvoorbeeld doordat helder is uitgewerkt hoe monitoring zal plaatsvinden en de diversiteit in gehanteerde indicatoren groot is, maar de invulling van die indicatoren weinig ambitieus is (nauwelijks hoger/nieuwer/meer ten opzichte van de huidige situatie. Andersom kan natuurlijk ook voorkomen: ambitieuze prestaties blijkend uit de invulling van de indicatoren, maar geen invulling van de monitoring of bijvoorbeeld geen aandacht voor (oordelen van) excellente studenten.

6. Leerfunctie [Vervallen per 01-01-2017]

Voor dit onderdeel is met name van belang dat wanneer de aanvrager zelf van mening is op bepaalde elementen unieke keuzes gemaakt te hebben, dat hij deze dan goed onderbouwt. Essentieel is dus dat goed uitgelegd wordt waarom een en ander uniek is, dit moet expliciet onderbouwd in de aanvraag opgenomen worden.

Onderdeel 2:. beoordeling subsidieaanvraag [Vervallen per 01-01-2017]

Instellingen zijn in principe vrij in het bepalen van de soorten kosten die ze willen opvoeren in het kader van het Sirius Programma. Gezien de verwachte diversiteit van de aanvragen is het niet mogelijk om een vast raamwerk voor alle begrotingen te maken. Zij zullen daarom getoetst worden op de volgende punten: doeltreffendheid, doelmatigheid en proportionaliteit.

Doeltreffendheid (effectiviteit) [Vervallen per 01-01-2017]

Voorbeeld 1: een instelling die middelen voor alle studenten opvoert in het kader van het Sirius Programma (studieloopbaanbegeleiding, huisvesting, ICT), moet aantonen dat deze absoluut noodzakelijk zijn om de benoemde prestaties te behalen.

Voorbeeld 2: een instelling die al excellentietrajecten faciliteert en kosten voor de uitbreiding van deze bestaande trajecten opvoert zal moeten aantonen dat deze post bijdraagt aan het behalen van nieuwe of hogere prestaties ten opzichte van de huidige situatie.

Voorbeeld 3: een instelling die vervangende trajecten aanbiedt, kan alleen de additionele kosten ten opzichte van de reguliere situatie opvoeren.

Doelmatigheid (efficiëntie) [Vervallen per 01-01-2017]

Voorbeeld 1: een instelling die meerdere vergelijkbare trajecten gaat opzetten en geen rekening houdt met inverdieneffecten ten aanzien van bijvoorbeeld ontwikkelkosten (vijf vergelijkbare trajecten tegelijkertijd ontwikkelen zou goedkoper moeten kunnen zijn dan ze vijf keer volledig los van elkaar te ontwikkelen), zal onvoldoende scoren op doelmatigheid.

Voorbeeld 2: een instelling die hoge kosten opvoert voor coördinatie en andere vormen van overhead, zal onvoldoende scoren op doelmatigheid.

Proportionaliteit [Vervallen per 01-01-2017]

Eén van de doelstellingen van het Sirius Programma is om een zekere massa te behalen (de 5%-norm is hierop gericht). Daarom is het van belang dat de subsidieaanvraag proportioneel is. Naast het gevraagde bedrag per student zal hiervoor ook gekeken worden naar de totale toegevoegde waarde van het project.

Voorbeeld 1: een instelling die op een zeer hoog subsidiebedrag per student uitkomt (bijvoorbeeld door forse investeringen in infrastructuur of een zeer individuele begeleiding), zal een zeer grote toegevoegde waarde moeten hebben blijkend uit de prestaties, om niet slecht te scoren op proportionaliteit. Het zal dan dus om iets zeer ambitieus moeten gaan.

Voorbeeld 2: een instelling die de voorfinanciering van een nieuwe opleiding opvoert als kosten, zal qua subsidiebedrag per student hoog uitkomen en dus laag scoren op proportionaliteit. Zeker in het licht van inverdieneffecten in de termijn na de subsidieperiode.

Onderdeel 3:. Beoordeling experimenteeraanvragen [Vervallen per 01-01-2017]

Voor beide vormen van experimenten is het van belang dat:

  • Het aannemelijk wordt gemaakt dat het bijdraagt aan het behalen van de algemeen geformuleerde prestaties. Het gaat hierbij om experimenten in het kader van excellentiebevordering, de experimenten moeten hieraan bijdragen.

  • Het hier opleidingen of programma’s betreft die wezenlijk anders zijn van opzet en inhoud dan reguliere opleidingen dan wel reguliere honoursprogramma’s. Deze hebben immers ook zonder deze experimenteerruimte hun meerwaarde bewezen.

  • De projectaanvraag voldoende scoort. De inbedding van de experimenten is van wezenlijk belang. Gezien het doel van de experimenten moet de aanvrager bewijzen dat hij in staat is een ambitieus en gedegen project uit te voeren die de excellentie binnen de instelling vergroot.

Selectie [Vervallen per 01-01-2017]

Voor selectie geldt daarnaast ook dat er een heldere relatie moet zijn tussen de additionele eisen die aan de student worden gesteld, en de vorm+inhoud en de te behalen prestaties. Wanneer de prestaties zich voornamelijk richten op beter onderzoekers (verkorte PHD’s, meer Veni-beurzen onder alumni etc), maar er geselecteerd wordt op eigen bedrijfjes als nevenactiviteit, dan is die relatie niet aannemelijk. Hetzelfde geldt wanneer er gekozen wordt voor een volledig Duitstalige opleiding en er geselecteerd wordt op Engelse kennis en vaardigheden.

Daarnaast moet helder zijn waarom het niet mogelijk is om te selecteren na de poort in plaats van aan de poort. Bij selectie na de poort kan er geselecteerd worden op de in de master behaalde resultaten. In de regel heeft selectie na de poort daarom een betere voorspellende waarde dan selectie aan de poort. Er moeten dus goede redenen zijn om toch aan de poort te selecteren, en bovendien moet het aannemelijk zijn dat er gelet op het profiel van de opleiding en de te hanteren criteria, voldoende voorspellende waarde is van selectie aan de poort.

Collegegeldverhoging [Vervallen per 01-01-2017]

Voor collegegeldverhoging geldt als aanvullende eis dat er daadwerkelijk iets extra’s wordt gedaan dat extra kosten met zich meebrengt. Dit kunnen niet de zaken zijn die thuishoren bij een reguliere invulling van het (honours)onderwijs.

Voor vragen en meer informatie over het Sirius Programma:

www.siriusprogramma.nl

 

Marjolijn Vermeulen

Sara Steyn

Programmaregisseur

Programmaleider

Tel 070-3119706

Tel 070-3119794

m.vermeulen@siriusprogramma.nl

s.steyn@siriusprogramma.nl

Deel 2:. Bachelor [Vervallen per 01-01-2017]

Algemeen [Vervallen per 01-01-2017]

In het kader van het Sirius Programma hebben instellingen de mogelijkheid om te experimenteren met selectie aan de poort in de bachelor. Ten tijde van de beoordeling van de bacheloraanvragen was deze mogelijkheid echter nog niet wettelijk gecreëerd. Daarom krijgen de aanvragers die subsidie toegekend hebben gekregen voor hun Siriusaanvraag in de bachelorfase, nu alsnog de mogelijkheid een aanvraag in te dienen voor één of meerdere experimenten met selectie van studenten vóór inschrijving aan de bacheloropleiding.

Proces [Vervallen per 01-01-2017]

Onderstaande procedure wordt gehanteerd:

  • a. Zoals in de Regeling Sirius Programma is vermeld, kunnen de experimenteeraanvragen tot 1 mei 2010 worden ingediend bij de Stichting Platform Bèta Techniek. Er is maar één aanvraagronde.

  • b. Instellingen dienen maximaal één projectaanvraag in met daarin één of meerdere experimenteeraanvragen die voldoet aan onderstaande technische vereisten (zie paragraaf Technische vereisten) en ingaat op de genoemde criteria (zie hoofdstuk 2).

  • c. De aanvragen worden beoordeeld op de hierna vermelde technische vereisten en de criteria uit dit beoordelingskader door de Stichting Platform Bèta Techniek. De Stichting laat zich bij deze beoordeling bijstaan door een team van onafhankelijke en gezaghebbende experts.

  • d. De Stichting stuurt uiterlijk half november 2010 per experimenteeraanvraag een advies naar de minister.

  • e. De minister beschikt uiterlijk eind november 2010.

Technische vereisten [Vervallen per 01-01-2017]

De aanvragers dienen per oorspronkelijke bacheloraanvraag maximaal één document in met daarin:

  • De opleiding dan wel opleidingen waarvoor het experiment geldt en de wijze waarop voldaan zal worden aan de vereisten, genoemd in het voor de aanvraag geldende artikel van het Besluit experiment excellentie in het hoger onderwijs. De aanvrager dient de argumentatie per experimenteeraanvraag aan te leveren.

Beoordelingskader [Vervallen per 01-01-2017]

In dit beoordelingskader wordt beschreven waarop de beoordeling van de experimenteeraanvragen voor de bachelorfase plaatsvindt. Alleen de aanvragers die subsidie toegekend hebben gekregen voor hun bacheloraanvraag in het kader van het Sirius Programma kunnen een aanvraag indienen. Een aanvraag kan bestaan uit één of meerdere aanvragen voor experimenteerruimte voor selectie van studenten vóór inschrijving aan de bacheloropleiding. Elke aanvraag voor experimenteerruimte wordt individueel beoordeeld. Wanneer de bijbehorende experimenteeraanvraag aan onderstaande criteria voldoet, wordt het oordeel voldoende gegeven en de minister geadviseerd de aanvraag goed te keuren.

Selectie [Vervallen per 01-01-2017]

In de aanvraag dient aannemelijk gemaakt te zijn dat:

  • a. er een relatie is tussen de aanvullende toelatingseisen en de doelstelling van het experiment, bedoeld in artikel 2 van het Experiment excellentie in het hoger onderwijs;

  • b. er een relatie is tussen de te hanteren aanvullende toelatingseisen en de opzet en inhoud van de bachelorleiding;

  • c. selectie van de gegadigden voor inschrijving voor de masteropleiding de voorkeur heeft boven selectie van studenten na inschrijving voor de masteropleiding.

Dat houdt in dat de aanvrager elk bovenstaand criterium zichtbaar moet adresseren en:

  • ad a) de aanvrager moet aannemelijk maken dat toepassing van de toelatingseisen bij zal dragen aan het verhogen van excellentie zoals dat in de prestaties van de oorspronkelijke projectaanvraag voor de bachelor is geformuleerd;

  • ad b) de aanvrager moet aannemelijk maken dat de opzet en inhoud van de opleiding substantieel verschillen van de reguliere opzet en inhoud én dat de additionele eisen die aan de studenten worden gesteld voorwaardelijk zijn voor een succesvolle deelname gezien de afwijkende opzet en inhoud;

  • ad c) de aanvrager moet aannemelijk maken dat niet mogelijk is de beschreven prestaties te behalen wanneer de selectie van studenten plaatsvindt na binnenkomst. Oftewel, dat het niet mogelijk is de toegevoegde waarde van de opleiding te behalen wanneer de selectie op een later tijdstip plaatsvindt.

Toelichting [Vervallen per 01-01-2017]

Algemeen [Vervallen per 01-01-2017]

De aanvragen moeten door het bestuur van de instelling(en) schriftelijk (in tweevoud) én elektronisch worden ingediend. Het adres is:

Stichting Platform Bèta Techniek

Het Sirius Programma

Postbus 556

2501 CN Den Haag

Email: info@siriusprogramma.nl

Beoordelingskader [Vervallen per 01-01-2017]

Het is van belang dat het experiment:

  • Bijdraagt aan het behalen van de reeds in de gehonoreerde bacheloraanvraag geformuleerde prestaties. Het gaat hier niet om experimenteren om het experimenteren, maar de experimenten moeten een duidelijk doel hebben: het bijdragen aan excellentie.

  • Een heldere samenhang tussen de additionele eisen die aan de student worden gesteld en de te behalen prestaties aannemelijk maakt. Wanneer de prestaties zich voornamelijk richten op betere onderzoekers (verkorte PHD’s, meer Veni’s etc), maar er geselecteerd wordt op eigen bedrijfjes als nevenactiviteit, dan is die relatie bijvoorbeeld niet aannemelijk.

  • Het opleidingen betreft die wezenlijk anders zijn van opzet en inhoud dan reguliere opleidingen dan wel reguliere honoursprogramma’s. Deze hebben immers ook zonder deze experimenteerruimte hun meerwaarde bewezen.

  • Er een heldere relatie is tussen de additionele eisen die aan de student worden gesteld en de vorm en inhoud van de opleiding.

  • Daarnaast moet helder zijn waarom het niet mogelijk is om te selecteren na de poort in plaats van aan de poort. Bij selectie na de poort kan er geselecteerd worden op de in het hoger onderwijs behaalde resultaten. In de regel heeft selectie na de poort daarom een betere voorspellende waarde dan selectie aan de poort. Er moeten dus goede redenen zijn om toch aan de poort te selecteren, en bovendien moet het aannemelijk zijn dat er gelet op het profiel van de opleiding en de te hanteren criteria, voldoende voorspellende waarde is van selectie aan de poort.

  • ^ [1]

    De naam Sirius Programma is gekozen omdat deze verwijst naar de helderste ster aan de hemel (na de zon). Het Platform hoopt dat in het kader van dit programma de instellingen in staat zullen zijn om hun beste studenten als heldere sterren te laten stralen.

  • ^ [2]

    Waar in de tekst gesproken wordt over aanvrager/instelling, moet daar meervoud gelezen worden wanneer het een gezamenlijke aanvraag van meerdere instellingen betreft.

  • ^ [3]

    Evaluatie van de Commissie Sminia in het kader van Ruim Baan voor Talent, 25 mei 2007, pag. 14.

  • ^ [4]

    Voor alle indicatoren geldt dat benoemd moet worden hoeveel hoger/beter etc dan nu het geval is.