Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregel controlebeleid migrerend werknemerschap ex artikel 11.5 Wet studiefinanciering 2000[Regeling vervallen per 01-01-2014.]

Geldend van 12-03-2013 t/m 31-12-2013

Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 17 december 2009, nr. HO&S/BS/2009/178031, inzake het controlebeleid migrerend werknemerschap op grond van artikel 11.5 Wet studiefinanciering 2000

Inhoud maatregel [Vervallen per 01-01-2014]

Studerenden, afkomstig uit één van de lidstaten van de Europese Unie, kunnen net als Nederlandse studerenden in aanmerking komen voor volledige studiefinanciering, indien zij aangemerkt kunnen worden als migrerend werknemer. Na toegelaten te zijn tot de Nederlandse studiefinanciering laat ik de Dienst Uitvoering Onderwijs na verloop van tijd controleren of de studerende over een afgesloten studiefinancieringstijdvak ook daadwerkelijk als migrerend werknemer kon worden beschouwd.

Het begrip ‘migrerend werknemer’ is niet echt vastomlijnd, in alle omstandigheden voldoende duidelijk en toepasbaar op individuele situaties. Door het Europese Hof van Justitie wordt alleen een ruim kader gegeven, waarbinnen de toetsing op het feit of een persoon als een migrerend werknemer kan worden beschouwd, zich dient te bewegen. Kernelement van de toetsing is ‘Als werknemer kan slechts worden beschouwd degene die reële en daadwerkelijke arbeid verricht, die niet van zo geringe omvang is dat het om louter marginale en bijkomstige werkzaamheden gaat. Het hoofdkenmerk van de arbeidsverhouding is, dat iemand gedurende een bepaalde tijd voor een ander en onder diens gezag werkzaamheden verricht en als tegenprestatie een beloning ontvangt’. Dit betekent dat in de meeste gevallen diegene, die als werknemer dient te worden beschouwd, een arbeidscontract heeft afgesloten, een in dat contract overeengekomen hoeveelheid uren werkt en daarvoor loon ontvangt.

Indien een studerende wordt toegelaten tot de studiefinanciering, moet na verloop van tijd vastgesteld worden of de studerende blijft voldoen aan bovengenoemde eis. De Dienst Uitvoering Onderwijs controleert per studiefinancieringstijdvak of aan de voorwaarden wordt voldaan. In dit kader zal de Dienst Uitvoering Onderwijs op basis van het hierboven gestelde haar controlebeleid ten aanzien van deze toetsing als volgt vorm geven.

Studerenden, afkomstig uit een van de lidstaten van de Europese Unie, die in aanmerking komen voor volledige studiefinanciering, worden aangeschreven met het verzoek aan te geven hoeveel uren over het te controleren studiefinancieringstijdvak zij hebben gewerkt.

De Dienst Uitvoering Onderwijs gaat ervan uit dat iedere studerende, die over de controleperiode 32 uur of meer gemiddeld per maand heeft gewerkt, zonder meer de status van migrerend werknemer heeft en daarmee terecht studiefinanciering heeft ontvangen over het gecontroleerde studiefinancieringstijdvak. Bij het vaststellen van het criterium van 32 uur gemiddeld per maand zal eveneens tot een hoogte van één maand rekening worden gehouden met vakanties en eventuele ziekte.

Voldoet de studerende niet aan bovengenoemd criterium dan is een nader onderzoek naar de individuele omstandigheden van het geval noodzakelijk. Bij de controle van de voorwaarden voor het bestaan van het werknemerschap moeten de objectieve criteria en alle omstandigheden die te maken hebben met de aard van zowel de betrokken werkzaamheden als de betrokken arbeidsverhouding in hun geheel beoordeeld worden. Hierbij kan dan ook een veelheid van factoren van belang zijn, bijvoorbeeld de aard van het afgesloten arbeidscontract, het aantal gegarandeerde werkuren per maand, de hoogte van het loon enzovoorts.

Het is dan ook duidelijk dat het niet mogelijk is om hier gespecificeerd aan te geven wanneer wel en wanneer niet voldaan zal zijn aan het vereiste van het migrerend werknemerschap. De omstandigheden zullen per geval verschillen en dan ook individueel door de Dienst Uitvoering Onderwijs moeten worden beoordeeld.

Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2014]

Deze beleidsregel treedt in werking met terugwerkende kracht tot 23 maart 2009 en vervalt met ingang van 1 januari 2014.

Bekendmaking [Vervallen per 01-01-2014]

Deze beleidsregel wordt geplaatst in de Staatscourant.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.H.A. Plasterk