KruimelpadGeldend op 08-02-2012
Er is een onafhankelijke commissie die tot taak heeft onderzoek te doen naar de gang van zaken bij DSB Bank N.V., de handelwijze van (voormalige) bestuurders en commissarissen van deze bank, de handelwijze van DNB en de AFM ten aanzien van DSB Bank N.V. en hun onderlinge samenwerking ter zake, de rol van het ministerie van Financiën en de toereikendheid van de relevante regels uit hoofde van de wet.
De leden van de commissie ontvangen voor de duur van het onderzoek een vaste vergoeding, gebaseerd op salarisschaal 18, trede 10, van Bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en een arbeidsduurfactor van:
90% voor de heer prof.mr.dr. M. Scheltema;
90 % voor de heer S.L.J. Graafsma RA;
90% voor de heer prof.dr. C.G. Koedijk; en
90 % voor de heer prof.dr. C.E. du Perron.
1. De leden van de commissie kunnen zich binnen het kader van de taak van de commissie rechtstreeks wenden tot alle instanties en personen die aan het uitvoeren van haar taak een bijdrage kunnen leveren.
2. De leden van de commissie zijn voor zover vereist gemachtigd om binnen het kader van de taak van de commissie gegevens of informatie in te winnen bij de toezichthouders, zijnde DNB en de AFM.
1. De leden van de commissie zijn, overeenkomstig artikel 1:42, vijfde lid, van de wet verplicht tot geheimhouding van de gegevens en inlichtingen die zij in het kader van hun onderzoek ontvangen.
2. De leden van de commissie behandelen alle verkregen gegevens en inlichtingen vertrouwelijk, tenzij zij deze op grond van een wettelijke verplichting aan een derde dienen te verstrekken of de minister toestemming heeft verleend voor het verstrekken van gegevens of inlichtingen aan derden.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op gegevens en inlichtingen die reeds anderszins openbaar zijn gemaakt.
De commissie wordt uiterlijk vier weken na het uitbrengen van het rapport, bedoeld in artikel 8, ontbonden.