Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Plusregeling Fonds voor Cultuurparticipatie[Regeling vervallen per 01-01-2013.]

Geldend van 24-12-2009 t/m 31-12-2012

Plusregeling Fonds voor Cultuurparticipatie [vastgesteld door het Bestuur van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie op 9 december 2009]

De Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,

Gelet op artikel 10 lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

Met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 december 2009;

Besluit:

Artikel 1. Ondersteuningsmogelijkheden [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Het Fonds voor Cultuurparticipatie ondersteunt de volgende activiteiten:

    • a) Projecten die in de vrije tijd en uit liefhebberij worden uitgevoerd:

      Het fonds ondersteunt openbaar toegankelijke activiteiten in de vrije tijd die bijdragen aan de toename en ontwikkeling van actieve participatie op het gebied van kunsten, erfgoed en media. Prioriteit gaat uit naar projecten waarbij de subsidie direct ten goede komt aan de ontwikkeling van de betrokken amateurs.

    • b) Projecten die een cultuureducatieve doelstelling hebben:

      Het fonds ondersteunt cultuureducatieve projecten die zijn gericht op het kennisnemen van en actief deelnemen aan cultuur. Het gaat zowel om schoolgebonden activiteiten als openbaar toegankelijke educatieve projecten die in de vrije tijd plaatsvinden. Ook ondersteunt het fonds projecten voor ontwikkeling van bijzonder talent. Daarnaast zijn aanvragen welkom waarbij de Canon van Nederland als uitgangspunt wordt gebruikt.

    • c) Projecten die nieuwe verbindingen leggen met volkscultuur:

      Het fonds ondersteunt openbaar toegankelijke projecten waarbij actieve cultuurparticipatie centraal staat en die een bredere bekendheid over en (her)waardering voor volkscultuur bewerkstelligen. De wijze waarop volkscultuur een plek krijgt binnen de hedendaagse culturele context staat bij de beoordeling van het project centraal.

  • 2 Voor elk van de drie in het vorige lid genoemde activiteiten geldt dat deze ook voor subsidie in aanmerking komen wanneer het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd zich (gedeeltelijk) richt op internationale samenwerking of uitwisseling; mits het project een bijdrage levert aan de ontwikkeling van amateurkunst, cultuureducatie en volkscultuur in Nederland.

Artikel 2. Ontvankelijkheid en indieningtermijn [Vervallen per 01-01-2013]

Aanvragen kunnen uiterlijk drie maanden voor aanvang van het project worden ingediend met het daarvoor op de website te downloaden aanvraagformulier. Een aanvraag bevat in ieder geval een ondertekend en volledig ingevuld aanvraagformulier, waaronder: een inhoudelijk plan en een begroting met toelichting. De aanvraag dient losbladig te worden ingediend. De aanvrager is verantwoordelijk voor een juiste en volledige informatieverstrekking op grond waarvan het bestuur van het fonds redelijkerwijs tot een besluit kan komen.

Artikel 3. Vereisten voor aanvragers [Vervallen per 01-01-2013]

Het fonds kan subsidie beschikbaar stellen voor plannen die worden gerealiseerd door in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde rechtspersonen zonder winstoogmerk met een culturele doelstelling.

Geen aanvraag kunnen indienen:

  • uitgeverijen

  • landelijke omroepen

  • professionele instellingen waarvan het toezicht op het doelmatig en verantwoord functioneren onvoldoende is

  • aanvragers die afspraken voortvloeiende uit een eerdere subsidieverplichting met een (rechtsvoorganger van) het fonds niet goed hebben nageleefd

Artikel 4. Uitgesloten van ondersteuning [Vervallen per 01-01-2013]

  • projecten met een overwegend receptieve doelstelling;

  • projecten op het gebied van de media met een overwegend journalistieke en informatieve invulling;

  • projecten die primair gericht zijn op het realiseren van een beeld of geluid registratie van bijvoorbeeld concerten en voorstellingen;

  • projecten die primair gericht zijn op of plaatsvinden binnen het kunstvakonderwijs met inbegrip van de mbo-kunstopleidingen en de particuliere opleidingen;

  • projecten die tot doel hebben subsidie te verwerven voor investeringen in bedrijfsmiddelen of bouwkundige voorzieningen;

  • projecten die primair gericht zijn op het realiseren van reguliere scholingsactiviteiten voor professionals;

  • projecten die in het kader van de basisinfrastructuur rechtstreeks door de rijks of lokale overheid danwel het NFPK+ zijn gefinancierd met cultuurmiddelen;

  • projecten die redelijkerwijs gefinancierd kunnen worden uit het reguliere taakstellingbudget van aanvragers;

  • projecten die zijn ingediend zonder gebruikmaking van het daarvoor onder artikel 2 bedoelde aanvraagformulier; danwel waarvan de omvang meer dan het, in het aanvraagformulier vermeldde, toegestane aantal pagina’s bestrijkt.

Artikel 5. Beslissing op de aanvraag [Vervallen per 01-01-2013]

Het bestuur van het fonds kan een subsidieaanvraag ter advisering voorleggen aan een adviescommissie. In geval de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk dan wel kennelijk ongegrond is, kan het bestuur van het fonds besluiten de aanvraag onmiddellijk af te wijzen zonder nader onderzoek. Uiterlijk binnen 3 maanden na indiening van de aanvraag, stelt het bestuur van het fonds de aanvrager schriftelijk van zijn besluit in kennis. Indien niet binnen de gestelde termijn op de aanvraag kan worden beslist, stelt het bestuur van het fonds de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij de termijn waarbinnen de beslissing tegemoet kan worden gezien.Voor aanvragen ingediend tussen 15 juni en 15 augustus van het subsidiejaar geldt dat de besluittermijn vanwege de vakantieperiode met 5 weken wordt verlengd.Tijdens de behandeling van een aanvraag wordt over de voortgang daarvan geen inhoudelijke informatie verstrekt.

Artikel 6. Beoordelingscriteria [Vervallen per 01-01-2013]

  • a) actieve participatie: het project levert vanuit  een landelijk perspectief een bijdrage aan de vergroting, verbreding en ontwikkeling van de actieve deelname aan cultuur door alle bevolkingsgroepen binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Daarbij geldt dat het project en de gekozen methode goed dienen aan te sluiten bij de gekozen doelgroep(en). Prioriteit gaat uit naar projecten die leiden tot vergroting van de diversiteit. Indien het project zich beperkt tot het enkel genereren van bezoekers voor een tentoonstelling, festival of voorstelling wordt aan het actieve participatie criterium niet voldaan; en

  • b) onderscheidend karakter: het project onderscheidt zich vanuit  een landelijk perspectief door inhoud, opzet en uitvoering van reeds eerder gerealiseerde vormen van amateurkunst, cultuureducatie en volkscultuur.Het project kenmerkt zich daarnaast door een innovatief, bijzonder of voorbeeldstellend karakter of gerichtheid op duurzame verankering; en

  • c) kwaliteit: de kwaliteit van een project wordt beoordeeld op de volgende criteria: een gedegenartistieke en/of inhoudelijke invulling, een haalbaar organisatorisch plan voorzien van een redelijke begroting en een doordachte en realistische doelgroepbenadering. Daarnaast moeten de aanvraag en de betrokken instelling(en) het vertrouwen wekken dat het eindresultaat succesrijk zal zijn.

Artikel 7. Hoogte en duur van de bijdrage [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1) hoogte:

    • Bij het vaststellen van de hoogte van de bijdrage worden alleen variabele projectkosten in aanmerking genomen die relevant zijn in het licht van de in de aanhef van deze regeling verwoorde doelstelling. Lasten die op enigerlei wijze tot de normale exploitatiekosten kunnen worden gerekend, zoals bijvoorbeeld uniformen, atelierinrichting, filmcamera’s, muziekinstrumenten en investeringen die niet direct op de realisatie van de activiteit zijn gericht komen niet voor ondersteuning in aanmerking.

    • Het fonds ondersteunt maximaal 50 procent van de variabele projectkosten met dien verstande dat het aandeel van het fonds in de variabele projectkosten minimaal € 5.000,– en maximaal € 100.000,– is behoudens uitzonderlijke gevallen.

    • In de begroting bestaat een redelijke verhouding tussen het aangevraagde bedrag en de bijdrage van andere financiers.

    • De post onvoorzien mag maximaal 5% van de totale projectbegroting bedragen.

  • 2) duur:

    Projecten kunnen binnen de plusregeling worden ondersteund voor een aaneengesloten periode van één dag tot maximaal twee jaar.

Artikel 8. Subsidieplafond [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Het totale beschikbare bedrag dat het bestuur van het fonds voor projecten in het kader van deze regeling kan verdelen bedraagt tot en met 2012 € 4.400.000,– per jaar, onder voorbehoud van verstrekking van deze middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het bestuur van het fonds bepaalt op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld over de disciplines: kunsten, media en erfgoed.

  • 2 Als de middelen die het Fonds voor Cultuurparticipatie in het kader van deze regeling heeft bestemd voor projectsubsidies zijn uitgeput, kan een aanvraag zonder nader onderzoek vanwege het bereiken van het subsidieplafond worden afgewezen.

  • 3 Het bestuur van het Fonds kan overgaan tot het verhogen van het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid.

  • 4 Het bestuur van het Fonds kan bedragen als bedoeld in het eerste lid, die niet zijn benut herverdelen.

Artikel 9. Verdeelsleutel [Vervallen per 01-01-2013]

Het beschikbare bedrag als bedoeld in artikel 8 wordt verdeeld op volgorde van ontvangst van de aanvragen, met inachtneming van het bepaalde in deze regeling, met dien verstande dat, wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvulling is ontvangen, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt. Voor zover de verlening van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond, genoemd in artikel 8, wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van de aanvragen vastgesteld aan de hand van de criteria in artikel 6. Daarbij geldt dat de aanvraag die het beste scoort op het criterium kwaliteit, als eerste wordt gehonoreerd.

Artikel 10. Overige bepalingen [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 11. Intrekking andere regelingen en overgangsrecht [Vervallen per 01-01-2013]

De Overgangsregeling Amateurkunst 2009 en de Overgangsregeling Cultuureducatie 2009 worden daags na publicatie van de Plusregeling Fonds voor Cultuurparticipatie in de Staatscourant ingetrokken. Alle subsidieaanvragen die voor het moment van inwerkingtreding van deze regeling zijn ontvangen, met inbegrip van daarop ingestelde bezwaar- en beroepprocedures, worden afgehandeld volgens de op dat moment geldende bepalingen, tenzij toepassing van onderhavige regeling gunstiger is.

Artikel 12. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2013]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 13. Citeertitel [Vervallen per 01-01-2013]

Deze regeling wordt aangehaald als: Plusregeling Fonds voor Cultuurparticipatie

Het

bestuur van Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie

,

J.J.K. Knol