Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Aanwijzing lichten van gedetineerden, TBS-gestelden en jeugdigen[Regeling vervallen per 01-08-2011.]

Geldend van 01-01-2010 t/m 31-07-2011

Aanwijzing lichten van gedetineerden, TBS-gestelden en jeugdigen

Achtergrond [Vervallen per 01-08-2011]

In deze regeling wordt onder ‘lichten’ verstaan: het, op last van het Openbaar Ministerie, voor een korte tijd verlaten van een penitentiaire inrichting, justitiële jeugdinrichting, TBS-kliniek of niet-justitiële inrichting (bijv. een psychiatrisch ziekenhuis) door een ingeslotene, gedurende welke tijd de betrokkene ter beschikking staat van een gerechtelijke autoriteit of de politie ten behoeve van de opsporing, meestal voor verhoor.

Over het algemeen maakt lichten een inbreuk op het regime dat geldt bij de voorlopige hechtenis, de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, de TBS of PIJ. Om die reden wordt in deze aanwijzing aangegeven in welke situatie het lichten is toegestaan. Het lichten van vreemdelingen tijdens detentie is mogelijk in het belang van het identiteitsonderzoek, waarbij presentatie bij een diplomatieke vertegenwoordiging vaak onontbeerlijk is.

Het lichten van vreemdelingen in vreemdelingenbewaring (art. 59, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000) is mogelijk, maar dit is een bevoegdheid van de korpschef.

Samenvatting [Vervallen per 01-08-2011]

Deze aanwijzing geeft regels voor het lichten van ingeslotenen die op last van Justitie in het kader van de strafrechtstoepassing zijn geplaatst in een penitentiaire inrichting, een justitiële jeugdinrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of een niet-justitiële inrichting, hierna aan te duiden als ‘ingeslotenen’.

Opsporing [Vervallen per 01-08-2011]

1. Wanneer lichten? [Vervallen per 01-08-2011]

In het belang van het opsporingsonderzoek kan het lichten worden verzocht ingeval een ingeslotene moet worden gehoord door een opsporingsinstantie.

Er kunnen in dit kader twee situaties worden onderscheiden:

  • 1. Lichten in verband met een verhoor over een feit waarvoor men in voorlopige hechtenis in een huis van bewaring of in een opvanginrichting voor jeugdigen verblijft;

  • 2. Lichten in verband met een verhoor over een nieuw feit, of om als getuige gehoord te worden.

1.1. Lichten in verband met het feit waarvoor men in voorlopige hechtenis of in een opvanginrichting verblijft [Vervallen per 01-08-2011]

Ten aanzien van deze categorie personen, die in een huis van bewaring verblijven, geldt: waar het mogelijk is om in het huis van bewaring te horen moet die mogelijkheid worden benut. In dit geval kan gedacht worden aan een kort verhoor, waarbij, bijvoorbeeld, een confrontatie met getuigen niet aan de orde komt.

Is het horen in het huis van bewaring niet mogelijk, dan wel zeer bezwaarlijk, dan kan gelicht worden met inachtneming van artikel 61a Sv.

Het tijdens een gerechtelijk vooronderzoek (tegen zijn wil) doen overbrengen (‘lichten’) van een verdachte die zich in een huis van bewaring bevindt naar een politiebureau met het oog op verhoor in het voortgezet opsporingsonderzoek waaraan hij niet wenst mee te werken, is een maatregel in de zin van bovengenoemde bepalingen.

Het verdient de voorkeur het lichten zo kort mogelijk te laten duren.

Dat wil zeggen dat de betrokkene dezelfde dag teruggebracht moet worden naar de inrichting of, in bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld als de afstand tussen de plaats van verhoor en de inrichting hiertoe noodzaakt, hoogstens één nacht, bij zeer grote afstand (meer dan 100 kilometer), twee nachten op het politiebureau verblijft.

1.2. Lichten in verband met een nieuw feit [Vervallen per 01-08-2011]

Het komt voor dat zich buiten een lopend onderzoek strafzaken aandienen tegen personen die in verzekering gesteld zijn of in voorlopige hechtenis verblijven. In dat geval is de officier van justitie op grond van artikel 67b Sv bevoegd te vorderen dat nieuwe feiten aan het bevel tot voorlopige hechtenis worden toegevoegd, mits voor die feiten voorlopige hechtenis mogelijk is. Indien reeds een gerechtelijk vooronderzoek plaats heeft, kan het aanbeveling verdienen het gerechtelijk vooronderzoek met dit nieuwe feit uit te breiden.

Wanneer de officier van justitie geen mogelijkheid meer heeft om een 67b-vordering in te dienen, bijvoorbeeld omdat de rechtbank de gevangenhouding voor 90 dagen heeft bevolen, kan de verdachte uitsluitend gelicht worden met zijn instemming. Wanneer de verdachte niet bereid is om met de politie mee te gaan, kunnen er geen dwangmiddelen worden toegepast. Wanneer het niet mogelijk is de verdachte in de inrichting te horen en de officier hem toch wil lichten, dient hij voor het nieuwe feit te worden aangehouden.

Gewezen wordt in dit kader nog op artikel 68, eerste lid, Sv, waarin wordt bepaald dat door de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis voor het nieuwe feit de termijn voor het oude feit van rechtswege wordt opgeschort.

2. Voorwaarden waaraan bij het lichten dient te worden voldaan. [Vervallen per 01-08-2011]

Bij het lichten geldt voorts het volgende:

  • a. Lichten geschiedt op last van de officier van justitie, tijdens het gerechtelijk vooronderzoek op bevel van de rechter-commissaris (R-C).

  • b. Indien er zwaarwegende redenen zijn (bijv. ernstig vluchtgevaar of bijzondere veiligheidsmaatregelen) tegen het transport of verblijf elders, dient het verzoek tot toepassing van de maatregel te worden voorgelegd aan de directeur van de inrichting;

  • c. Door het lichten wordt de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming niet onderbroken.

  • d. Er worden passende maatregelen genomen om ontvluchten te voorkomen.

3. Lichtingsbevel [Vervallen per 01-08-2011]

In alle gevallen dat de officier een lichtingsbevel geeft, dient het bevel (zie bijlage) schriftelijk te worden verstrekt aan de directeur van de inrichting waar de betrokken gedetineerde verblijf houdt. Het lichtingsbevel moet de tijdsduur bevatten. De politie dient het lichtingsbevel in beginsel zelf af te halen bij het desbetreffende parket. Indien dit op praktische bezwaren stuit (bijvoorbeeld te grote afstand), kan het bevel ook gefaxt worden.

De parketadministratie dient steeds te verifiëren of de betreffende officier inderdaad het bevel heeft afgegeven. Dit om misbruik te voorkomen. Wanneer de parketadministratie een coördinerende rol speelt bij lichtingsbevelen van de R-C, geldt voor die bevelen hetzelfde.

Bevindt de verdachte zich in voorlopige hechtenis voor een feit waarvoor hij in eerste aanleg is veroordeeld en waartegen hij hoger beroep heeft ingesteld dan geldt het volgende. Dient verdachte te worden gehoord in verband met het feit waarvoor hij in voorlopige hechtenis zit, dan wordt het lichtingbevel afgegeven door de advocaat-generaal van het desbetreffende ressortsparket. Dient verdachte te worden gehoord in verband met een nieuw feit, dan wordt het lichtingsbevel afgegeven door de officier van justitie na afstemming met en met instemming van de hiervoor bedoelde advocaat-generaal. Op het lichtingsbevel wordt zo mogelijk het parketnummer van het ressortsparket vermeld en/of het parketnummer in eerste aanleg (waartegen hoger beroep is ingesteld).

Overgangsrecht [Vervallen per 01-08-2011]

De beleidsregels in deze aanwijzing hebben gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.

Bijlage 1 [Vervallen per 01-08-2011]

ARRONDISSEMENTSPARKET TE ......
 
Lichtingsbevel
 

parketnummer : ...........

VIP(S)nummer:.............

Contactpersoon:...............

Telefoonnummer:.............

 

De officier van justitie in het arrondissement ...... ¹

 

gelast de directeur van de inrichting te .............

mee te geven aan de politie te ............/DV & O

op .........

voor (nader) verhoor.

Betrokkene zal worden teruggebracht op...................

 

(naam verdachte/veroordeelde).............................., geboren op ........................... ²

 
 
 
 
 

(Plaats), ..........

 

De officier van justitie,

 

(naam OvJ)..................

¹ Tijdens GVO: de RC

² In principe één dag (zie aanwijzing).