Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling goed gastouderschap kinderopvang 2010[Regeling vervalt per 01-01-2020.]

Geldend van 14-10-2010 t/m heden

Regeling van de Staatsecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 30 november 2009, nr. WJZ/172902 (2709), houdende regels voor het verstrekken van subsidie ten behoeve van het volgen van een certificeringsprocedure door gastouders kinderopvang (Subsidieregeling goed gastouderschap kinderopvang 2010)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 2, eerste lid, onderdeel d, juncto artikel 4, eerste lid, en artikel 10 van de Wet overige OCW-subsidies, alsmede artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • b. gastouderbureau: gastouderbureau waarop artikel 3.2 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen van toepassing is;

  • c. gastouder: gastouder op wie artikel 3.2 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen van toepassing is;

  • d. certificaat goed gastouderschap: bewijs van het met goed gevolg hebben doorlopen van een certificeringsprocedure goed gastouderschap waaruit blijkt dat de houder voor een voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen voldoet aan de competenties, behorende bij de beroepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, specifiek gericht op gastouderopvang;

  • f. certificeringsprocedure: geheel van processtappen en gehanteerde instrumenten waarmee een aanbieder de verworven competenties van personen beoordeelt ten opzichte van een specifieke landelijke standaard, uitgevoerd conform de EVC-code;

  • g. aanbieder: erkende EVC-aanbieder, die volgens de principes en uitgangspunten van de EVC-code certificeringsprocedures aanbiedt en als zodanig is opgenomen in het register van erkende EVC-aanbieders, bedoeld in de EVC-code, of organisatie die in het kalenderjaar 2009 in dit register was opgenomen;

  • h. BKK: Stichting Bureau Kwaliteit Kinderopvang, gevestigd te Utrecht;

  • i. werkelijke kosten van de certificeringsprocedure: de netto kosten die het gastouderbureau betaalt aan de aanbieder voor de certificeringsprocedure, niet zijnde de vergoeding die de aanbieder betaalt aan het gastouderbureau of aan de gastouder voor activiteiten die door het gastouderbureau of de gastouder worden verricht in het kader van de certificeringsprocedure.

Artikel 2. Doelomschrijving

De minister verstrekt subsidie met als doel gastouders die op de datum van inwerkingtreding van deze regeling gastouder in de zin van de Wet kinderopvang zijn en als zodanig werkzaam zijn, in het jaar 2009 en 2010 tegemoet te komen in de kosten voor het kunnen voldoen aan de deskundigheidseisen op grond van de Wet kinderopvang zoals luidend met ingang van 1 januari 2010.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

  • 1 Voor subsidie met het oog op en binnen de doelstelling, genoemd in artikel 2, komen uitsluitend in aanmerking de werkelijke kosten van de certificeringsprocedure die wordt afgesloten met een certificaat goed gastouderschap indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

    • a. de certificeringsprocedure is gericht op het voldoen aan het kwalificatiedossier Helpende Zorg en Welzijn, CREBO-nr. 92640, of het eindtermendocument Helpende Welzijn, CREBO-nr. 10745;

    • b. de aanbieder die de desbetreffende certificeringsprocedure verzorgt, legt aan het gastouderbureau een verklaring over van het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, of artikel 1.4.1, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, die een opleiding verzorgt, gericht op het voldoen aan de in onderdeel a genoemde eisen, in welke verklaring het bevoegd gezag verklaart dat de certificeringsprocedure de verworven competenties beoordeelt ten opzichte van de desbetreffende beroepsopleiding;

    • c. de certificeringsprocedure omvat ten hoogste zes maanden en vangt aan binnen een maand na schriftelijke en individuele inschrijving van de gastouder voor deze procedure, blijkend uit een gedagtekend bewijs van inschrijving dat is ondertekend door de gastouder en de aanbieder;

    • d. de aanbieder brengt voor de kosten van de certificeringsprocedure in totaal ten hoogste een bedrag van 900 Euro inclusief BTW in rekening bij het gastouderbureau;

    • e. de aanbieder stelt de gastouder en het desbetreffende gastouderbureau voorafgaand aan inschrijving ervan in kennis dat de subsidie ten behoeve van de certificeringsprocedure ten hoogste 75% bedraagt van het maximumbedrag, genoemd onder d;

    • f. de aanbieder stelt de gastouder en het gastouderbureau voorafgaand aan inschrijving in kennis van het bepaalde in de artikelen 11 en 16;

    • g. ten bewijze van een met goed gevolg doorlopen certificeringsprocedure verstrekt de aanbieder aan de gastouder een certificaat goed gastouderschap;

    • h. de aanbieder maakt voorafgaand aan de start van de certificeringsprocedure de kosten van die procedure voor een individuele gastouder inzichtelijk, waaronder in elk geval de kosten in geval van tussentijdse beëindiging van de certificeringsprocedure;

    • i. de certificeringsprocedure kent in elk geval een duidelijk gemarkeerd moment waarop het gastouderbureau kan aangeven of deze procedure al dan niet wordt voortgezet;

    • j. de aanbieder brengt de kosten van de certificeringsprocedure in rekening na het afsluiten van deze procedure en hanteert daarbij een betalingstermijn van ten minste 30 dagen;

    • k. de certificeringsprocedure omvat een onderzoek met in elk geval een beoordeling van de feitelijke uitoefening van het gastouderschap door de gastouder op de locatie waar deze als zodanig werkzaam is;

    • l. de aanbieder beëindigt de inschrijving en de certificeringsprocedure van gastouders vanaf het moment dat de minister van oordeel is dat de certificeringsprocedure niet voldoet aan de EVC-code of de voorwaarden in deze subsidieregeling, vanaf het in onderdeel i bedoelde moment waarop het gastouderbureau aangeeft dat de certificeringsprocedure niet wordt voortgezet, of vanaf het moment dat de aanbieder op andere gronden haar erkende werkzaamheden staakt;

    • m. de aanbieder brengt bij het gastouderbureau geen kosten voor de certificeringsprocedure van een gastouder in rekening indien de minister van oordeel is dat deze certificeringsprocedure niet voldoet aan de EVC-code of aan de voorwaarden van deze subsidieregeling, voor zover het betreft de kosten ten aanzien van gastouders die deze procedure op het moment waarop de minister zijn oordeel kenbaar maakt, nog niet hebben afgerond;

    • n. de begeleider van de certificeringsprocedure, bedoeld in de EVC-code, mag niet dezelfde persoon zijn als de in die code bedoelde assessor;

    • o. de assessor, bedoeld in de EVC-code, is geen gastouder en is niet werkzaam bij of voor een gastouderbureau of voorziening voor kinderopvang en was tot drie maanden voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling geen gastouder en niet werkzaam bij of voor een gastouderbureau of voorziening voor kinderopvang;

    • p. de aanbieder overlegt aan het gastouderbureau een schriftelijke en ondertekende verklaring, inhoudende dat de aanbieder voldoet aan de in dit artikel genoemde voorwaarden;

    • q. de aanbieder verleent medewerking aan toezicht op de uitvoering van deze regeling.

  • 2 Voor de subsidie, bedoeld in het eerste lid, komt het gastouderbureau onverminderd het eerste lid uitsluitend in aanmerking ten aanzien van gastouders die door hun gastouderbureau bij BKK zijn aangemeld uiterlijk op 31 december 2009.

Artikel 4. Subsidieaanvrager

Subsidie als bedoeld in artikel 3 wordt uitsluitend verleend aan gastouderbureaus.

Artikel 5. Tijdvak subsidiëring

De subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die worden verricht tot en met 30 september 2010.

Artikel 6. Subsidiebedrag

De subsidie per gastouder bedraagt ten hoogste 75% van de werkelijke kosten van een certificeringsprocedure, met een maximum van 675 Euro.

Hoofdstuk 2. Subsidieaanvraag

Artikel 7. Subsidieaanvraag

De subsidie wordt op aanvraag verleend.

Artikel 8. Indiening aanvraag

  • 1 Subsidieaanvragen worden elektronisch ingediend bij BKK via de website www.stichtingbkk.nl.

  • 2 Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend voor 1 april 2010. Aanvragen die na 31 maart 2010 zijn ontvangen, worden niet in behandeling genomen.

  • 3 De minister kan om reden van bijzondere omstandigheden een latere uiterste indieningsdatum vaststellen dan 1 april 2010.

Artikel 9. Vereisten subsidieaanvraag

Bij de subsidieaanvraag worden overgelegd:

  • a. een gewaarmerkte kopie van het gedagtekend bewijs van inschrijving van de gastouder voor de certificeringsprocedure van deze aanbieder, dat is ondertekend door de gastouder en de aanbieder, en

  • b. een kopie van het identiteitsbewijs, bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, van de gastouder.

Hoofdstuk 3. Subsidieverlening

Artikel 10. Beslissing op de aanvraag

De minister beslist op een aanvraag als bedoeld in artikel 7 binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 11. Aanvullende weigeringsgronden

Onverminderd de artikelen 4:5 en 4.35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de minister subsidieverlening weigeren indien:

  • a. aan de aanvrager al eerder ten behoeve van dezelfde gastouder subsidie is verstrekt op grond van deze regeling,

  • b. aan de aanvrager subsidie of enigerlei andere vergoeding ten behoeve van een certificeringsprocedure is verstrekt op grond van een andere regeling, of

  • c. de aanvrager uit andere hoofde al een vergoeding voor de kosten van de certificeringsprocedure ontvangt of heeft ontvangen.

Hoofdstuk 4. Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel 12. Informatieplicht

  • 1 De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

  • 2 De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

Hoofdstuk 5. Subsidievaststelling

Artikel 13. Aanvraag tot vaststelling

  • 1 Nadat de gastouder het certificaat goed gastouderschap heeft behaald doch voor 1 december 2010, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in, onder overlegging van:

    • a. een gewaarmerkte kopie van de gespecificeerde rekening van de aanbieder voor de certificeringsprocedure ten behoeve van de gastouder,

    • b. een gewaarmerkte kopie van het door de gastouder op grond van deze certificeringsprocedure behaalde certificaat goed gastouderschap,

    • c. een ondertekende verklaring van het gastouderbureau dat de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op de werkelijke kosten van deze certificeringsprocedure voor de gastouder.

  • 2 De voor subsidievaststelling in aanmerking komende kosten worden met bewijsstukken gestaafd en zijn overzichtelijk en gespecificeerd gepresenteerd.

Artikel 14. Beslissing tot vaststelling

De minister neemt binnen dertien weken na de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag een beschikking op de aanvraag.

Hoofdstuk 6. Betaling

Artikel 15. Betaling van de subsidie

Het subsidiebedrag wordt binnen een maand na de subsidievaststelling uitbetaald aan de subsidieontvanger.

Hoofdstuk 7. Terugvordering

Artikel 16. Terugvordering subsidie

De minister kan de subsidie terugvorderen voor zover het betreft een gastouder die met gebruikmaking van de op grond van deze regeling ontvangen subsidie een certificaat goed gastouderschap heeft behaald, voor 1 oktober 2012 tevens een diploma van een uit ’s Rijks kas bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs heeft verkregen ten bewijze dat hij voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a.

Artikel 17. Mandaatverlening BBK

Aan het bestuur van BKK wordt mandaat verleend, met de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat en met inachtneming van het gestelde in artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, om op grond van deze regeling namens de minister besluiten te nemen over:

  • a. het buiten behandeling laten van subsidieaanvragen, of

  • b. de verlening of weigering van subsidie, alsmede

  • c. de behandeling en beoordeling van bezwaarschriften tegen besluiten op grond van deze regeling.

Hoofdstuk 8. Toezicht

Artikel 18. Inspectie

Het toezicht op de activiteiten die in het kader van deze regeling worden verricht, wordt uitgeoefend door de Inspectie van het onderwijs of andere door de minister aan te wijzen ambtenaren.

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 19. Hardheidsclausule

De minister kan voor bepaalde gevallen onderdelen van deze regeling buiten toepassing verklaren of daarvan afwijken voor zover deze toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 20. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij is geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2020.

Artikel 21. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling goed gastouderschap kinderopvang 2010.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S.A.M. Dijksma