Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling Subsidieprogramma Tankstations alternatieve brandstoffen 2009[Regeling vervallen per 31-07-2012.]

Geldend van 21-12-2011 t/m 30-07-2012

Besluit vaststelling Subsidieprogramma Tankstations alternatieve brandstoffen 2009

Artikel 1 [Vervallen per 31-07-2012]

Als subsidieprogramma bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Kaderregeling subsidies duurzaamheid Verkeer en Waterstaat, wordt vastgesteld het Subsidieprogramma Tankstations alternatieve brandstoffen 2009 dat is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2 [Vervallen per 31-07-2012]

Op een subsidie die is aangevraagd of verleend voor 31 juli 2012 blijft dit besluit en het daarbij vastgestelde subsidieprogramma van toepassing zoals dat gold voor 31 juli 2012.

Artikel 3 [Vervallen per 31-07-2012]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 31 juli 2012.

Dit besluit zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

C.M.P.S. Eurlings

Bijlage als bedoeld in artikel 1 [Vervallen per 31-07-2012]

Subsidieprogramma Tankstations alternatieve brandstoffen 20091 [Vervallen per 31-07-2012]

§ 1. Begripsomschrijvingen [Vervallen per 31-07-2012]

In dit programma wordt verstaan onder:

  • a. kaderregeling: Kaderregeling subsidies duurzaamheid Verkeer en Waterstaat;

  • b. milieu-investeringsproject: project als bedoeld in artikel 5, eerste lid, aanhef en onderdeel m, onder 1°, van de kaderregeling, inhoudende het aanschaffen of voortbrengen, installeren en in gebruik nemen van een aardgasvulpunt, een E85-vulpunt of een B30-vulpunt bij een nieuw of bestaand tankstation in Nederland, ten behoeve van het verkeer over de weg;

  • c. aardgasvulpunt: installatie op een tankstation waarmee aardgas, groen gas of biomethaan in gasvormige toestand met een minimale afleverdruk van 200 bar wordt afgeleverd in de brandstoftanks van motorvoertuigen die aardgas, groengas of biomethaan als motorbrandstof gebruiken;

  • d. E85-vulpunt: installatie op een tankstation waarmee E85-brandstof wordt afgeleverd in de brandstoftanks van motorvoertuigen die E85-brandstof als motorbrandstof gebruiken;

  • e. klein B30-vulpunt: installatie op een tankstation waarmee B30-brandstof met een afleversnelheid tot en met 60 liter per minuut wordt afgeleverd in de brandstoftanks van motorvoertuigen die B30-brandstof als motorbrandstof gebruiken;

  • f. groot B30-vulpunt: installatie op een tankstation waarmee B30-brandstof met een afleversnelheid van meer dan 60 liter per minuut wordt afgeleverd in de brandstoftanks van motorvoertuigen die B30-brandstof als motorbrandstof gebruiken;

  • g. aardgas: gas in gasvormige of vloeibare toestand dat in de gasvormige toestand bestaat uit ten minste 81,9 procent methaan (CH4) en ten minste een energetische waarde heeft van 31,65 MJ/m3;

  • h. groen gas: gas dat voldoet aan de omschrijving van aardgas en bestaat uit biogas dat is opgewerkt tot aardgaskwaliteit;

  • i. biomethaan: gas dat voldoet aan de omschrijving van aardgas en bestaat uit biogas dat is opgewerkt tot zuiver of vrijwel zuiver methaan;

  • j. biogas: gas dat ontstaat bij zuurstofarme vergisting van natte biomassa en hoofdzakelijk bestaat uit 55–65% methaan en uit CO2;

  • k. biomassa: de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval;

  • l. E85-brandstof: brandstofmengsel van ethanol en benzine dat voldoet aan de CEN workshop Agreement CWA 15293:2005-en Automotive fuels – Ethanol E85 – Requirements and test methods van 1 juni 2005;

  • m. ethanol: gedenatureerde alcohol die volledig afkomstig is uit de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen of residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, de bosbouw of aanverwante bedrijfstakken;

  • n. B30-brandstof: brandstofmengsel van 30 procent biodiesel en 70 procent minerale diesel die voldoet aan NEN-EN 590:2008 Ontw.-en;

  • o. biodiesel: vloeibare dieselbrandstof die uit biomassa is gewonnen en voldoet aan NEN-EN 14214:009-en Brandstoffen voor wegvervoer – Methylesters van vetzuren (FAME) voor dieselmotoren – Eisen en beproevingsmethoden;

  • p. ombouw naar een E85-vulpunt: de ombouw van een bestaand benzine- of dieselvulpunt naar een E85-vulpunt;

  • q. ombouw naar een B30-vulpunt: de ombouw van een bestaand benzine- of dieselvulpunt naar een B30-vulpunt;

  • r. tankstation: voor alle bestuurders van motorvoertuigen toegankelijke, op een goed bereikbare locatie gelegen inrichting voor het verkrijgen van motorbrandstof, waar kan worden betaald met in Nederland geaccepteerde wettige betaalmiddelen;

  • s. exploitant: natuurlijke of rechtspersoon, de vennootschap onder firma of de commanditaire vennootschap voor wiens rekening en risico een of meer tankstations worden gedreven;

  • t. samenwerkingsverband: verband zonder rechtspersoonlijkheid van twee of meer aanvragers;

  • u. plusregio: regionaal openbaar lichaam als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • v. openbaar lichaam: openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • w. provincie Gelderland: het grondgebied van de provincie Gelderland met uitzondering van het openbaar lichaam Regio De Vallei.

  • x. Stadsgewest Haaglanden: het grondgebied van de plusregio Stadsgewest Haaglanden, met uitzondering van het grondgebied van de gemeente Den Haag.

Toelichting [Vervallen per 31-07-2012]

Met het subsidieprogramma wordt beoogd om de nieuwbouw van of ombouw naar vulpunten voor alternatieve brandstoffen een impuls te geven. Projecten dienen voor 1 januari 2012 (zie ook paragraaf 3) te worden afgerond. Hiermee kanworden bewerkstelligd dat de bestaande impasse ook op betrekkelijk korte termijn kan worden doorbroken. Die impasse bestaat tussen enerzijds de noodzaak om meer gebruik van alternatieve brandstoffen te maken en anderzijds de onvoldoende beschikbaarheid van daarvoor geschikte vulpunten. Het subsidieprogramma beoogt deze kip-ei-problematiek te doorbreken.

In deze paragraaf zijn in aanvulling op de kaderregeling de begrippen omschreven die in het subsidieprogramma voorkomen. Zo nodig wordt in het navolgende per begrip een toelichting gegeven.

Er worden vier soorten vulpunten omschreven: aardgasvulpunten, E85-vulpunten kleine B30-vulpunten en grote B30-vulpunten. Grote B30-vulpunten hebben een afleversnelheid van meer dan 60 liter per minuut en zijn daardoor geschikt voor aflevering van de brandstof in vrachtwagens. Een milieu-investeringsproject heeft betrekking op een van de genoemde vulpunten. Het tankstation waar een vulpunt wordt gerealiseerd dient voor alle bestuurders van motorvoertuigen toegankelijk te zijn. Dit is opgenomen in de omschrijving van wat onder een tankstation wordt verstaan. Het subsidieprogramma beoogt geen vulpunten voor een beperkte of besloten groep van gebruikers te ondersteunen.

Een vulpunt, of dat nu een aardgasvulpunt, een E85-vulpunt of een klein of een groot B30-vulpunt betreft, bestaat normaliter uit een buffertank en een aflevertoestel. Voor een aardgasvulpunt geldt dat de installatie tevens bestaat uit een compressorinstallatie waarmee aardgas onder een druk van minimaal 200 bar wordt opgeslagen en onder die druk wordt afgeleverd.

Onder aardgas in de zin van het subsidieprogramma wordt verstaan gas dat het in de omschrijving vermelde minimale methaangehalte bevat en de vermelde minimale energetische waarde heeft. Dit is het aardgas dat met het publieke aardgasnet wordt geleverd van Slochteren- of Groningenkwaliteit, ook wel L-gas genoemd. Groen gas is biogas dat is opgewerkt tot dezelfde kwaliteit als aardgas. Dit kan worden aangetoond door middel van groen-gascertificaten (groen-gascertificaten worden uitgegeven door Vertogas, een zelfstandig en onafhankelijk bedrijf, dochteronderneming van de N.V. Nederlandse Gasunie www.vertogas.nl). Groen gas kan direct worden toegepast of in het aardgasnet worden bijgemengd en administratief via een groen-gascertificaat worden toegerekend aan de gebruiker. Biomethaan is biogas dat is opgewerkt tot (vrijwel) zuiver methaan.

Het voorgaande betekent dat een aardgasvulpunt zowel aardgas kan betreffen dat via het publieke aardgasnet wordt geleverd, als groen gas, biogas dat tot aardgaskwaliteit is opgewerkt en biomethaan. In alle gevallen is vereist dat het gas in gasvormige toestand met een minimale afleverdruk van 200 bar wordt afgeleverd. Wanneer het gas uitsluitend in vloeibare vorm (LNG) aan de gebruikers wordt afgeleverd, is er derhalve geen sprake van een aardgasvulpunt in de zin van dit subsidieprogramma. Als het aardgas in vloeibare vorm (LNG) op het tankstation wordt aangeleverd, maar door het vulpunt in gasvormige toestand met een minimale afleverdruk van 200 bar (Compressed Natural Gas, CNG) wordt afgeleverd, is er wel sprake van een aardgasvulpunt in de zin van dit subsidieprogramma.

Biogas ontstaat bij zuurstofarme vergisting van biomassa en bestaat hoofdzakelijk (55–65%) uit methaan en uit CO2. Door het relatief lage methaangehalte in vergelijking met aardgas is de verbrandingswaarde van biogas minder dan die van aardgas. Biogas voor het wegverkeer wordt over het algemeen opgewerkt of opgewaardeerd. Daarbij wordt een deel van of alle CO2 verwijderd. Voor invoering in het aardgasnet moet biogas opgewerkt worden naar dezelfde kwaliteit als aardgas.

De omschrijving van biomassa, waaruit biogas wordt gemaakt, is overgenomen van de definitie in artikel 2, onderdeel c, van Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare energiebronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG. Ook de omschrijving van ethanol en biodiesel sluit hierbij aan. Daarmee is aansluiting gezocht bij de duurzaamheidskriteria die in de EU worden gehanteerd voor het bereiken van de doelstellingen van de EU ten aanzien van het gebruik van duurzame biobrandstoffen.

De normen die worden genoemd in de begripsomschrijvingen van E85-brandstof, B30-brandstof en biodiesel zijn de bestaande in de markt geldende normen en beogen voor dit subsidieprogramma derhalve geen andere of verdergaande normen te stellen dan die gebruikelijk in de markt worden gehanteerd.

Er is een aantal provincies, een plusregio en een openbaar lichaam die aan het subsidieprogramma deelnemen door budget beschikbaar te stellen (zie paragraaf 4). Dat zijn de provincies Drenthe, Overijssel, Gelderland, Noord-Holland, Noord-Brabant en Limburg. Voor de provincie Gelderland geldt, dat alleen het openbaar lichaam Regio De Vallei apart deel neemt. De Regio De Vallei is een samenwerkingsverband van de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen. De plusregio Stadsgewest Haaglanden neemt apart deel, echter zonder het grondgebied van de gemeente Den Haag.

§ 2. Subsidiabele activiteiten [Vervallen per 31-07-2012]

  • 1. De minister kan op aanvraag subsidie verlenen aan natuurlijke personen en rechtspersonen, niet zijnde overheden voor een milieu-investeringsproject.

  • 2. Een milieu-investeringsproject is gericht op:

    • a. de nieuwbouw van een aardgasvulpunt;

    • b. de nieuwbouw van een E85-vulpunt;

    • c. de nieuwbouw van een klein of een groot B30-vulpunt;

    • d. de ombouw van een bestaand vulpunt voor benzine of minerale diesel naar een E85-vulpunt, of

    • e. de ombouw van een bestaand vulpunt voor benzine of minerale diesel naar een klein of een groot B30-vulpunt.

  • 3. Op een tankstation kunnen meerdere milieu-investeringsprojecten worden uitgevoerd.

Toelichting [Vervallen per 31-07-2012]

De doelgroep van het subsidieprogramma wordt gevormd door alle particuliere investeerders in vulpunten voor alternatieve brandstoffen. Overheden zijn daarom van subsidie uitgesloten.

Elke nieuwbouw van een aardgasvulpunt en elke nieuwbouw van of ombouw naar een E85- of een B30-vulpunt vormt een afzonderlijk milieu-investeringsproject waarvoor een afzonderlijke aanvraag moet worden ingediend. In dit verband wordt onder nieuwbouw van een vulpunt tevens verstaan de uitbreiding van een bestaand tankstation met een nieuw vulpunt.

Op een tankstation kunnen meerdere milieu-investeringsprojecten worden uitgevoerd waarvoor apart subsidie kan worden aangevraagd. Deze aanvragen kunnen tegelijkertijd worden ingediend, maar worden niet als één project in aanmerking genomen. De aanvragen zullen afzonderlijk worden gerangschikt op de wijze zoals voorzien in paragraaf 6 en 7. Dit kan met zich meebrengen dat niet alle aangevraagde milieu-investeringsprojecten op hetzelfde tankstation voor subsidie in aanmerking komen.

§ 3. Weigeringsgronden [Vervallen per 31-07-2012]

  • 1. De minister verleent geen subsidie voor een milieu-investeringsproject indien voor dezelfde motorbrandstof op hetzelfde tankstation reeds eerder subsidie is verleend voor de nieuwbouw of ombouw van een vulpunt, tenzij de aanvrager een ander is dan de toenmalige subsidieontvanger en niet tot dezelfde groep als deze subsidieontvanger behoort.

  • 2. Onder groep als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan een economische eenheid waarin organisatorisch zijn verbonden:

    • a. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:

      • meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

      • volledig aansprakelijk vennoot is van, of

      • overwegend zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

    • b. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen.

  • 3. De minister verleent geen subsidie aan een grote onderneming voor een milieu-investeringsproject, tenzij de betrokken onderneming bij de aanvraag schriftelijk aantoont dat zonder de subsidie niet voor het milieuvriendelijker alternatief zou zijn gekozen. Daartoe verstrekt de betrokken onderneming gegevens die aantonen dat:

    • a. de referentiesituatie geloofwaardig is;

    • b. de subsidiabele kosten zijn berekend overeenkomstig artikel 18, eerste, vierde en zesde lid, van de kaderregeling;

    • c. de investering in het project zonder subsidie niet voldoende rendabel is, rekening houdend met de eventuele voordelen die de investering zonder subsidie met zich meebrengt, met inbegrip van de waarde van verhandelbare vergunningen die voor de betrokken onderneming beschikbaar komen na de milieuvriendelijke investering.

  • 4. Als termijn waarbinnen het project moet worden voltooid als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel c, van de kaderregeling wordt vastgesteld 1 januari 2012.

Toelichting [Vervallen per 31-07-2012]

Een aanvraag wordt, op grond van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, afgewezen als die niet voldoet aan het bepaalde in de kaderregeling en in dit subsidieprogramma. Verder moet ten tijde van de aanvraag voldoende aannemelijk zijn dat het project vóór 31 juli 2012 kan worden afgerond.

Subsidieontvangers aan wie al eerder subsidie is verleend voor een vulpunt voor een bepaalde motorbrandstof op een bepaald tankstation, ongeacht of dat subsidie van het rijk of een lagere overheid betreft, kunnen onder dit subsidieprogramma niet opnieuw voor subsidie in aanmerking komen voor een vulpunt voor dezelfde motorbrandstof op dat tankstation. Dat geldt ook als de eerdere subsidieaanvraag niet tot uitbetaling van de subsidie heeft geleid of zal leiden, bijvoorbeeld omdat de subsidieverlening is of zal worden ingetrokken of de subsidie op nihil is of zal worden vastgesteld. Daarmee blijft calculerend gedrag onbeloond. Van een subsidieontvanger aan wie subsidie is verleend, mag worden verlangd die subsidie ook daadwerkelijk te gebruiken voor de nieuwbouw of ombouw van een vulpunt. Om ontwijking van deze afwijzingsgrond te voorkomen, is bepaald dat de aanvrager ook niet tot dezelfde groep mag behoren als de subsidieontvanger van de eerdere subsidie. Voor de omschrijving van groep is dezelfde omschrijving gebruikt als is opgenomen in artikel 24, tweede lid, van de kaderregeling. De moedermaatschappij van een dochter- of zusterorganisatie bijvoorbeeld komt niet voor subsidie in aanmerking als aan de dochter of zuster al subsidie voor een vulpunt op hetzelfde tankstation is verleend. Andere aanvragers die niet tot dezelfde groep behoren, kunnen wel voor subsidie in aanmerking komen. Subsidie kan wel aan een aanvrager worden verleend voor een vulpunt op hetzelfde tankstation, als de eerdere subsidie betrekking heeft gehad op een vulpunt voor een andere motorbrandstof dan waarvoor de subsidie thans onder het onderhavige subsidieprogramma wordt aangevraagd.

De weigeringsgrond van het derde lid houdt verband met eisen die in de Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming aan grote ondernemingen voor milieusteun worden gesteld. Er moet een stimulerend effect zijn vastgesteld voordat milieusteun aan grote ondernemingen toelaatbaar is. Het derde lid bepaalt tevens hoe dit stimulerend effect kan worden aangetoond.

In artikel 34 van de kaderregeling zijn nog meer weigeringsgronden opgenomen. Zo wordt een aanvraag afgewezen, indien de minister aanwijzingen heeft dat de aanvrager het project onvoldoende kan financieren. Voor de beoordeling van de haalbaarheid van de financiering wordt gekeken naar de eigen middelen die de aanvrager kan inzetten en naar de middelen waarvan de aanvrager aantoont dat derden die ter beschikking zullen stellen. Daarnaast wordt het bedrag van de aangevraagde subsidie meegenomen in de beoordeling. Voorts wordt de subsidie geweigerd indien de minister aanwijzingen heeft dat de technische, organisatorische of economische haalbaarheid van het project onvoldoende zijn. Ten slotte mogen de werkzaamheden voor het project niet zijn begonnen voor het indienen van de subsidieaanvraag. Voor die tijd mogen ook nog geen verplichtingen ten behoeve van het project zijn aangegaan.

Daarnaast zijn ook de weigeringsgronden van artikel 4: 35 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zo wordt de subsidie geweigerd indien er gegronde verwachting bestaat dat de activiteiten niet zullen plaatsvinden, dat niet aan de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan, dat niet op behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal worden afgelegd, bij onjuiste of onvolledige gegevensverstrekking, indien dat geleid zou hebben tot een onjuiste beschikking, in geval van faillissement, surseance van betaling, of indien daartoe een verzoek is ingediend.

§ 4. Subsidieplafonds [Vervallen per 31-07-2012]

  • 1. Het subsidieplafond bedraagt: € 4.110.000,–.

  • 2. Van het bedrag genoemd in het eerste lid is het plafond per regio als volgt:

    • a. voor de provincie Drenthe:

      • € 150.000,– voor milieu-investeringsprojecten gericht op nieuwbouw van aardgasvulpunten;

      • € 60.000,– voor milieu-investeringsprojecten gericht op nieuwbouw van of ombouw naar E85-vulpunten;

    • b. voor de provincie Noord-Brabant:

      • € 220.000,– voor milieu-investeringsprojecten gericht op nieuwbouw van aardgasvulpunten;

      • € 55.000,– voor milieu-investeringsprojecten gericht op nieuwbouw van of ombouw naar E85-vulpunten;

      • € 145.000,– voor milieu-investeringsprojecten gericht op nieuwbouw van of ombouw naar kleine of grote B30-vulpunten;

    • c. voor de provincie Overijssel:

      • € 439.005,– voor milieu-investeringsprojecten gericht op nieuwbouw van aardgas of groengas vulpunten;

    • d. voor de provincie Limburg:

      • € 480.000,– voor milieu-investeringsprojecten gericht op nieuwbouw van aardgasvulpunten;

    • e. voor de plusregio Stadsgewest Haaglanden:

      • € 400.000,– voor milieu-investeringsprojecten gericht op nieuwbouw van aardgasvulpunten;

    • f. voor het openbaar lichaam Regio De Vallei:

      • € 200.000,– voor milieu-investeringsprojecten gericht op nieuwbouw van aardgasvulpunten;

    • g. voor de provincie Gelderland:

      • € 100.000,– voor milieu-investeringsprojecten gericht op nieuwbouw van aardgasvulpunten;

    • h. voor de provincie Noord-Holland:

      • € 240.000,– voor milieu-investeringsprojecten gericht op nieuwbouw van aardgasvulpunten;

      • € 100.000,– voor milieu-investeringsprojecten gericht op nieuwbouw van of ombouw naar E85-vulpunten..

  • 3. Van het bedrag genoemd in het eerste lid is het plafond voor alle provincies in Nederland:

    • € 1.200.000,– voor milieu-investeringsprojecten gericht op nieuwbouw van aardgasvulpunten;

    • € 300.000,– voor milieu-investeringsprojecten gericht op nieuwbouw van of ombouw naar E85-vulpunten, en

    • € 100.000,– voor milieu-investeringsprojecten gericht op nieuwbouw van of ombouw naar kleine of grote B30-vulpunten.

Toelichting [Vervallen per 31-07-2012]

Naast de gelden die door mij voor dit subsidieprogramma beschikbaar zijn gesteld (€ 1.600.000,–)) hebben de in het tweede lid genoemde provincies, plusregio’s en het genoemde openbaar lichaam voor de daar genoemde bedragen tot een totaal van € 2.510.000,– beschikbaar gesteld. In totaal bedraagt het subsidieplafond derhalve € 4.110.000. Op deze wijze wordt een bundeling van krachten bereikt. Voordeel van deze bundeling van krachten is dat voor de subsidie van vulpunten voor alternatieve brandstoffen in het grootste deel van Nederland dezelfde subsidieregels van toepassing zijn. Voorts wordt op deze wijze een optimale spreiding over Nederland het best gediend. Uiteraard kunnen provincies of plusregio’s of openbare lichamen die tijdens de inwerkingtreding van het subsidieprogramma nog geen budget beschikbaar hebben gesteld dat na de inwerkingtreding, maar nog voor de termijn waarbinnen de aanvragen moeten worden ingediend alsnog doen. In dat geval zal het Subsidieprogramma Tankstations alternatieve brandstoffen gewijzigd worden.

§ 5. Maximale subsidiebedragen [Vervallen per 31-07-2012]

  • 1. De subsidie voor een grote onderneming bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele projectkosten tot een maximum van:

    • a. € 60.000,– voor de nieuwbouw van een aardgasvulpunt;

    • b. € 20.000,– voor de nieuwbouw van een E85-vulpunt;

    • c. € 13.000,– voor de nieuwbouw van een klein of groot B30-vulpunt.

  • 2. De subsidie voor een middelgrote onderneming bedraagt maximaal 60% van de subsidiabele projectkosten tot een maximum van:

    • a. € 72.000,– voor de nieuwbouw van een aardgasvulpunt;

    • b. € 24.000,– voor de nieuwbouw van een E85-vulpunt;

    • c. € 16.000,– voor de nieuwbouw van een klein of groot B30-vulpunt.

  • 3. De subsidie voor een kleine onderneming bedraagt maximaal 70% van de subsidiabele projectkosten tot een maximum van:

    • a. € 84.000,– voor de nieuwbouw van een aardgasvulpunt;

    • b. € 28.000,– voor de nieuwbouw van een E85-vulpunt;

    • c. € 19.000,– voor de nieuwbouw van een klein of groot B30-vulpunt.

  • 4. De subsidie voor ombouw naar een E85- en de ombouw naar een klein of een groot B30-vulpunt bedraagt:

    • a. voor een grote onderneming: maximaal 50% van de subsidiabele projectkosten tot een maximum van € 7.500,–;

    • b. voor een middelgrote onderneming: maximaal 60% van de subsidiabele projectkosten tot een maximum van € 9.000,–;

    • c. voor een kleine onderneming: maximaal 70% van de subsidiabele projectkosten tot een maximum van € 10.500,–.

  • 5. Subsidiabele loonkosten kunnen berekend worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 12, tweede lid, van de kaderregeling.

Toelichting [Vervallen per 31-07-2012]

Op grond van artikel 18, eerste lid, van de kaderregeling, zijn de subsidiabele kosten van een milieu-investeringsproject uitsluitend de extra investeringskosten ten behoeve van het milieu. Op grond van artikel 18, zesde lid, van de kaderregeling worden de exploitatiebaten die op de extra investeringskosten betrekking hebben van de subsidiabele kosten afgetrokken en worden de exploitatiekosten die daar op betrekking hebben bij de subsidiabele kosten opgeteld. In artikel 8 van de kaderregeling worden de maximale subsidiepercentages vermeld. De maximale subsidiebedragen die in deze paragraaf zijn opgenomen voor de nieuwbouw en de ombouw van vulpunten zijn in overeenstemming met artikel 18 en artikel 8 van de kaderregeling en zijn berekend op basis van gemiddelde praktijk- en ervaringscijfers voor de verschillende soorten vulpunten, in geval van nieuwbouw in vergelijking met een referentiesituatie. Daarmee zijn de maximale bedragen eveneens in overeenstemming met de toegestane steunplafonds zoals bepaald in de Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming (PB EU 2008, C 82/1).

In geval van nieuwbouw van een vulpunt moet een referentiesituatie in aanmerking worden genomen. Die referentiesituatie is de nieuwbouw en de exploitatie van een vulpunt voor benzine of minerale diesel.

Ook voor de ombouw van een bestaand vulpunt naar een E85- of een klein of een groot B30-vulpunt moeten de subsidiabele kosten worden bepaald in overeenstemming met het bepaalde in artikel 18, eerste en zesde lid van de kaderregeling. Dit betekent ook in geval van ombouw dat alleen de extra investeringskosten tot de subsidiabele kosten behoren. De noodzakelijke ombouwkosten zijn gemakkelijk aan te wijzen als de in aanmerking komende extra investeringskosten en komen daarom volledig voor subsidie in aanmerking. Er hoeft bij ombouw dan ook geen referentiesituatie in aanmerking te worden genomen.

Indien en voor zover gedurende de eerste vijf jaar van de exploitatie van de investering ten opzichte van een traditioneel dieselvulpunt per saldo een exploitatienadeel bestaat, mogen deze bij de subsidiabele kosten worden opgeteld. Een eventueel positief exploitatiesaldo gedurende die periode ten opzichte van een traditioneel vulpunt moet van de subsidiabele kosten worden afgetrokken. Een exploitatievoordeel van aardgas, E85- en B30-brandstof ten opzichte van benzine en minerale diesel is gezien de marktsituatie niet aanwezig. De aanvrager kan een exploitatienadeel in de aanvraag aannemelijk maken. In dat geval wordt het exploitatienadeel bij de subsidiabele kosten opgeteld.

Het bij dit subsidieprogramma opgenomen aanvraagformulier voorziet in het vermelden van de kosten van de referentiesituatie (bij nieuwbouw) en het saldo van de exploitatiekosten (zowel bij nieuwbouw als bij ombouw).

Voor kleine, middelgrote en grote ondernemingen zijn verschillende maximale subsidiebedragen opgenomen. Dit houdt verband met de verschillende subsidiepercentages die voor deze ondernemingen gelden, zoals opgenomen in artikel 8 van de kaderregeling. Voor het onderscheid tussen kleine, grote en middelgrote onderneming wordt verwezen naar bijlage 1 van de Verordening (EG) 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (Pb EU 2008, L 214). (zie ook artikel 1 van de kaderregeling en de mkb-toets op www.senternovem.nl/tab).

Een aanvrager is niet verplicht om de maximale subsidie voor een vulpunt aan te vragen, minder vragen mag ook. De hoogte van de gevraagde subsidie wordt meegewogen bij de rangschikking. Door voor een vulpunt minder subsidie aan te vragen dan de maximale subsidie kan worden bereikt dat de aanvraag voor dat vulpunt hoger wordt gerangschikt dan aanvragen waarvoor een hogere subsidie wordt aangevraagd (zie paragraaf 6 en 7).

Het vijfde lid betekent dat de loonkosten mogen worden berekend op basis van een zogenoemde integraal uurtarief. Indien een integraal uurtarief wordt gehanteerd, moet dit tarief op grond van artikel 12, derde lid, van de kaderregeling uurtarief worden berekend op basis van een binnen de organisatie van de aanvrager gebruikelijke en controleerbare methodiek, gebaseerd op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen en onderbouwd met een accountantsverklaring. Op grond van artikel 12, vierde lid, is het integraal uurtarief samengesteld uit de directe loonkosten en de indirecte kosten en betreft het uitsluitend de kosten uit de gewone bedrijfsvoering en bevat het geen winstopslag. Indien geen integraal uurtarief wordt gehanteerd, kan de aanvrager verzoeken een uurtarief van € 35,– toe te passen. Hoewel dit uurtarief in een subsidieprogramma kan worden geïndexeerd, is daarvoor in dit subsidieprogramma niet gekozen, gelet op het feit dat het subsidieprogramma ruim vier maanden na publicatie van de kaderregeling in werking zal getreden.

§ 6. Rangschikking van de aanvragen en verdeling van de beschikbare regionale bedragen [Vervallen per 31-07-2012]

  • 1. Aanvragen voor milieu-investeringsprojecten als bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, die in behandeling zijn genomen en niet zijn afgewezen, worden per provincies, plusregio’s en openbaar lichamen als genoemd in paragraaf 4, tweede lid, gerangschikt. De rangschikking vindt plaats op basis van het bepaalde in het tweede tot en met zesde lid, uitsluitend voor de soorten vulpunten die zijn opgenomen in paragraaf 4, tweede lid.

  • 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid vindt afzonderlijke rangschikking plaats van de aanvragen gericht op:

    • a. nieuwbouw van aardgasvulpunten;

    • b. nieuwbouw van en ombouw naar E85-vulpunten tezamen;

    • c. nieuwbouw van en ombouw naar kleine en grote B30-vulpunten tezamen.

  • 3. De rangschikking als bedoeld in het tweede lid vindt plaats op basis van het aangevraagde subsidiebedrag per vulpunt, waarbij de score als volgt wordt bepaald:

       

    10 ×

    maximum subsidiebedrag per vulpunt – gevraagde subsidiebedrag per vulpunt

    maximum subsidiebedrag per vulpunt

       
  • 4. Indien de aanvraag nieuwbouw van een aardgasvulpunt de aflevering van groen gas of biomethaan betreft, wordt de score die op basis van het derde lid wordt verkregen verhoogd met drie punten.

  • 5. Indien de aanvraag nieuwbouw van of ombouw naar een groot B30-vulpunt betreft, wordt de score die op basis van het derde lid wordt verkregen verhoogd met vijf punten.

  • 6. Indien twee of meer aanvragen na toepassing van het derde, vierde en vijfde lid op dezelfde plaats terecht komen, wordt ingeval deze plaats in de rangschikking samenvalt met het bereiken van het subsidieplafond door middel van loting de definitieve plaats in de rangschikking bepaald.

  • 7. De verdeling van de beschikbare gelden per provincie, plusregio en openbaar lichaam vindt plaats op volgorde van de rangschikkingen als bedoeld in het eerste en tweede lid, de hoogst gerangschikte aanvragen eerst, tot de beschikbare bedragen als bedoeld in paragraaf 4, tweede lid, per provincie, plusregio en openbaar lichaam zijn bereikt.

  • 8. In afwijking van het zevende lid geldt voor openbaar lichaam Regio De Vallei dat de beschikbare gelden op volgorde van de rangschikking worden verdeeld over uitsluitend de aanvragen binnen de gehele gemeente Nijkerk en binnen de gemeente Barneveld tot maximaal twee aanvragen per gemeente.

  • 9. Indien de beschikbare gelden per provincie of plusregio of openbaar lichaam als bedoeld in het zevende lid en achtste lid niet volledig kunnen worden verdeeld over de voor de desbetreffende milieu-investeringsprojecten ingediende aanvragen binnen een provincie, plusregio of openbaar lichaam, kan het niet benutte deel van de gelden worden toegevoegd aan het beschikbare bedrag voor andere milieu-investeringsprojecten binnen die provincie, plusregio of openbaar lichaam, voor zover het voor die projecten beschikbare bedrag niet voldoende is om alle voor die projecten ingediende en in de rangschikking opgenomen aanvragen te honoreren. Als de verdeling van het niet benutte deel van de gelden plaatsvindt over milieu-investeringsprojecten gericht op twee soorten vulpunten, geschiedt die verdeling naar rato van de beschikbare gelden voor die soorten vulpunten.

  • 10. Indien na toepassing van het zevende, achtste en negende lid de beschikbare gelden voor een provincie, plusregio of openbaar lichaam nog niet volledig zijn benut, wordt het resterende deel niet toegevoegd aan de beschikbare landelijke bedragen genoemd in paragraaf 4, derde lid.

Toelichting [Vervallen per 31-07-2012]

Zie de toelichting bij paragraaf 7.

§ 7. Rangschikking van de aanvragen en verdeling van het bedrag als bedoeld in paragraaf vier, derde lid [Vervallen per 31-07-2012]

  • 1. Na afronding van de rangschikkingen en verdeling van beschikbare gelden als bedoeld in paragraaf 6 vindt rangschikking plaats van die aanvragen die in behandeling zijn genomen, niet zijn afgewezen en na rangschikking als bedoeld in paragraaf zes niet voor het gevraagde subsidiebedrag in aanmerking zijn gekomen en van de overige aanvragen.

  • 2. Afzonderlijke rangschikking vindt plaats van de aanvragen gericht op:

    • a. nieuwbouw van aardgasvulpunten;

    • b. nieuwbouw van en ombouw naar E85-vulpunten tezamen;

    • c. nieuwbouw van en ombouw naar kleine en grote B30-vulpunten tezamen.

  • 3. De rangschikkingen vindt plaats overeenkomstig paragraaf 6, lid 3 tot en met 6.

  • 4. De verdeling van de beschikbare landelijke gelden als bedoeld in paragraaf 4, derde lid, vindt plaats op volgorde van de afzonderlijke rangschikkingen als bedoeld in het tweede lid, de hoogst gerangschikte aanvragen eerst, tot het subsidieplafond is bereikt.

  • 5. In afwijking van het vierde lid vindt de verdeling van het beschikbare bedrag voor aanvragen gericht op aardgasvulpunten op volgorde van rangschikking van deze aanvragen plaats tot de volgende maximale aantallen vulpunten per provincie, waarbij het aantal aanvragen die op grond van paragraaf 6 reeds voor subsidie in aanmerking komt mede in aanmerking wordt genomen:

    Provincie

    Maximaal aantal aardgasvulpunten

    Groningen

    5

    Friesland

    3

    Drenthe

    5

    Overijssel

    8

    Flevoland

    3

    Gelderland, met inbegrip van Regio de Vallei

    10

    Utrecht

    12

    Noord-Holland

    10

    Zuid-Holland, met inbegrip van Stadsgewest Haaglanden

    5

    Zeeland

    5

    Noord-Brabant

    12

    Limburg

    8

    Totaal

    86

  • 6. Indien na toepassing van het vijfde lid het beschikbare bedrag voor milieu-investeringsprojecten gericht op aardgasvulpunten nog niet volledig is benut en nog aanvragen voor milieu-investeringsprojecten gericht op aardgasvulpunten zijn overgebleven, wordt het resterende bedrag verdeeld op volgorde van de rangschikking totdat het beschikbare bedrag volledig is benut of totdat er geen aanvragen meer zijn overgebleven.

  • 7. Indien na toepassing van het vierde, vijfde en zesde lid de beschikbare bedragen niet volledig kunnen worden verdeeld over de voor de betreffende milieu-investeringsprojecten ingediende aanvragen, kan het niet benutte deel worden toegevoegd aan het beschikbare bedrag voor de andere milieu-investeringsprojecten, voor zover het voor die projecten beschikbare of resterende bedrag niet voldoende is om alle voor die projecten ingediende en in de rangschikking opgenomen aanvragen te honoreren. Als de verdeling van het niet benutte deel plaatsvindt over twee soorten vulpunten, geschiedt die verdeling naar rato van de beschikbare bedragen voor die soorten vulpunten.

Toelichting [Vervallen per 31-07-2012]

In dit subsidieprogramma is gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de beslissing op de aanvragen te nemen op basis van rangschikking, zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de kaderregeling. Dit betekent dat de aanvragen na de sluitingsdatum worden gerangschikt en in die volgorde voor subsidie in aanmerking komen. De rangschikking vindt plaats aan de hand van een score die bereikt kan worden. Degene die na toepassing van paragraaf zes, derde tot en met vijfde lid, de meeste punten heeft wordt als eerste gerangschikt. Bij gelijke plaatsing zal door middel van loting de plaats worden bepaald (paragraaf zes, zesde lid).

De gelden worden, zoals aangegeven in paragraaf 4, zowel vanuit de decentrale overheid als vanuit de landelijke overheid ter beschikking gesteld. Eerst vindt er een rangschikking en verdeling van de decentrale gelden plaats en daarna een rangschikking en verdeling van de landelijke gelden.

Op basis van paragraaf 6 worden de aanvragen gerangschikt voor vulpunten binnen de provincies en plusregio’s en de openbaar lichamen die worden genoemd in het tweede lid van paragraaf 4 en worden de beschikbare regionale gelden zoals opgenomen in paragraaf 4, tweede lid, over deze aanvragen verdeeld. Het openbaar lichaam Regio De Vallei heeft ervoor gekozen om de subsidies binnen zijn grondgebied te beperken tot de gemeente Nijkerk en Barneveld. Hiermee wordt bij de verdeling van de beschikbare gelden rekening gehouden. Als de beschikbare gelden van een provincie, plusregio of openbaar lichaam niet volledig worden benut, blijven deze gelden onbenut en vloeien deze terug naar de betreffende provincie, plusregio of openbaar lichaam.

Vervolgens worden op basis van paragraaf 7 alle overgebleven aanvragen gerangschikt, zowel de aanvragen voor vulpunten in de provincies, plusregio’s en openbare lichamen die zijn gerangschikt op basis van paragraaf 6, maar vanwege uitputting van de beschikbare gelden niet of slechts gedeeltelijk voor subsidie in aanmerking komen, als de aanvragen voor vulpunten binnen de andere provincies in Nederland. Dit zijn zowel de aanvragen voor milieu-investeringsprojecten binnen de provincies en plusregio’s en openbare lichamen als genoemd in paragraaf 4, tweede lid, als de aanvragen voor milieu-investeringsprojecten binnen andere provincies in Nederland.

Indien een aanvraag op basis van de rangschikking en verdeling als bedoeld in paragraaf 6 slechts gedeeltelijk voor subsidie in aanmerking komt, wordt de aanvraag meegenomen in de rangschikking en verdeling als bedoeld in paragraaf 7. Als de aanvraag met toepassing van paragraaf 7 voor subsidie in aanmerking komt, vindt de subsidieverlening vervolgens plaats tot maximaal het gevraagde subsidiebedrag.

De rangschikkingen vinden niet plaats op basis van inhoudelijke criteria, maar op basis van het gevraagde subsidiebedrag. Hoe minder subsidie voor een vulpunt wordt gevraagd, hoe hoger de aanvraag wordt gerangschikt. Wel worden extra punten toegekend voor aardgasvulpunten die groen gas of biomethaan afleveren. Aardgas als motorbrandstof wordt gezien als overgang naar gebruik van groengas en biomethaan in de toekomst. Vulpunten die nu al groen gas of biomethaan afleveren, krijgen voor de rangschikking daarom extra punten. Bij de aanvraag voor het vulpunt moet aannemelijk worden gemaakt dat met het vulpunt daadwerkelijk groen gas of biomethaan zal worden afgeleverd (zie paragraaf 9, tweede lid). Ook worden extra punten toegekend voor grote B30-vulpunten. Dit houdt verband met de beleidsdoelstelling om met name het aandeel biobrandstoffen voor vrachtverkeer te vergroten.

Opgemerkt zij dat door de verschillende maximale subsidiebedragen voor kleine, middelgrote en grote ondernemingen, de kleine ondernemingen, gelet op de vaak kleinere financiële armslag, niet in het nadeel zijn ten opzichte van middelgrote en grote ondernemingen en middelgrote ondernemingen niet in het nadeel ten opzichte van grote ondernemingen. Het feit dat de maximale subsidiebedragen voor een kleine onderneming hoger zijn dan voor een middelgrote en een grote onderneming, en voor een middelgrote onderneming hoger dan voor een grote onderneming, brengt met zich mee dat een vulpunt van een kleine onderneming die evenveel subsidie aanvraagt als een middelgrote en een grote onderneming, hoger wordt gerangschikt dan het vulpunt van de middelgrote en de grote onderneming. Een vulpunt van een middelgrote onderneming die evenveel subsidie aanvraagt als een grote onderneming wordt om dezelfde reden hoger gerangschikt dan het vulpunt van de grote onderneming. Naar verhouding vragen de kleine onderneming, respectievelijk de middelgrote onderneming, minder subsidie aan dan de middelgrote en de grote onderneming, respectievelijk de grote onderneming, al is het reële bedrag van de subsidie gelijk.

Voor aardgasvulpunten heb ik met het Inter Provinciaal Overleg afspraken gemaakt over het streven naar een landelijk dekkend netwerk van aardgasvulpunten. In totaal gaat het daarbij om 130 aardgasvulpunten. Rekening houdend met reeds gerealiseerde vulpunten en vulpunten die naar verwachting zonder gebruikmaking van dit subsidieprogramma zullen worden gerealiseerd, is een voor dit subsidieprogramma relevante doelstelling vastgesteld van in totaal 86 vulpunten. Dit aantal is verdeeld over de provincies zoals vermeld in de tabel van het vijfde lid.

§ 8. Aanwijzing uitvoeringsinstantie [Vervallen per 31-07-2012]

Toelichting [Vervallen per 31-07-2012]

In de Dienst Uitvoering, een dienstonderdeel van het Ministerie van Economische Zaken zit het agentschap SenterNovem van datzelfde ministerie. Tot het definitief opgaan van de Dienst Uitvoering per 1 januari 2010 in Agentschap NL blijft de uitvoeringsinstantie uit praktisch oogpunt de naam SenterNovem op de website en in e-mailverkeer hanteren. Met ingang van 1 januari 2010 wordt, in plaats van de Dienst Uitvoering, Agentschap NL belast met de uitvoering van dit subsidieprogramma.

§ 9. Indiening subsidieaanvragen [Vervallen per 31-07-2012]

  • 1. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een volledig ingevuld aanvraagformulier als bedoeld in bijlage A van dit subsidieprogramma. Alle aanvragen moeten bij de aangewezen uitvoeringsinstantie zijn ontvangen uiterlijk op vrijdag 12 maart 2010 om 13.00 uur.

  • 2. Indien de aanvraag een aardgasvulpunt voor de aflevering van groen gas of biomethaan betreft, maakt de aanvrager aannemelijk dat het aardgasvulpunt voor de aflevering van groen gas of biomethaan zal worden gebruikt.

  • 3. Indien een subsidieaanvraag wordt ingediend door een ander dan de exploitant van het tankstation waar een vulpunt wordt gebouwd of omgebouwd, wordt bij de aanvraag een verklaring van geen bezwaar van die exploitant overgelegd.

  • 4. Een aanvraag kan ook worden ingediend door twee of meer aanvragers gezamenlijk aan de hand van een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst.

    De aanvraag wordt ingediend door een van de aanvragers uit het samenwerkingsverband die als penvoerder de overige aanvragers vertegenwoordigt. Alle correspondentie over de subsidie wordt door de aangewezen uitvoeringsinstantie gevoerd met de penvoerder. Ook de uitbetaling van de subsidie, waaronder begrepen de uitbetaling van de eventuele voorschotten, geschiedt via de penvoerder. De penvoerder wordt door de andere aanvragers van het samenwerkingsverband gemachtigd om de subsidie aan te vragen, de correspondentie over de subsidie te voeren en de subsidie te ontvangen. De machtiging wordt bij de aanvraag gevoegd.

  • 5. Een aanvraag wordt gericht aan de minister en ingediend bij de aangewezen uitvoeringsinstantie te Zwolle.

Toelichting [Vervallen per 31-07-2012]

Een aanvraag moet zijn ontvangen uiterlijk op vrijdag 12 maart 2010 om 13.00 uur. Aanvragen die daarna worden ontvangen, worden afgewezen. Een aanvraag zal pas in behandeling worden genomen als deze voldoet aan alle formele vereisten en voldoende gegevens bevat om de aanvraag te kunnen beoordelen. In geval van een incomplete aanvraag zal slechts eenmalig een korte termijn worden gegund om de aanvraag aan te vullen. Is de aanvraag daarna nog steeds incompleet, dan zal de aanvraag niet in behandeling worden genomen.

Een per telefax of e-mail ingediende aanvraag geldt altijd als een incomplete aanvraag, omdat een originele handtekening ontbreekt, ook al is de aanvraag voor het overige misschien compleet. Met het indienen van een aanvraag per telefax of per e-mail kan derhalve alleen worden bereikt dat een aanvraag, zij het incompleet, nog op tijd door de aangewezen uitvoeringsinstantie wordt ontvangen. De tijdige ontvangst van een per telefax of e-mail ingediende aanvraag kan echter niet worden gegarandeerd en komt voor rekening en risico van de aanvrager.

Een aardgasvulpunt voor groen gas of biomethaan, krijgt voor de rangschikking extra punten (zie paragraaf 6, vierde lid). Daarom moet de aanvrager bij de aanvraag aannemelijk maken dat daadwerkelijk groen gas of biomethaan zal worden afgeleverd, bijvoorbeeld door middel van groen-gascertificaten.

Een samenwerkingsverband kent een penvoerder die mede namens de andere aanvragers van het samenwerkingsverband optreedt en de subsidie ontvangt. De formele subsidierelatie ontstaat na subsidieverlening echter met alle aanvragers van het samenwerkingsverband. Elke deelnemer van het samenwerkingsverband is derhalve formeel een aanvrager.

Het postadres van de aangewezen uitvoeringsinstantie te Zwolle is:

Dienst uitvoering/Agentschap NL

Tankstations alternatieve brandstoffen

Postbus 10073

8000 GB Zwolle

Fax: (038) 454 0225

Email: tab@senternovem.nl

Het bezoekadres is:

Dienst uitvoering/Agentschap NL

Dokter van Deenweg 108

8025 BK Zwolle

Informatie over het subsidieprogramma is ook te vinden op www.senternovem.nl/tab waar ook het aanvraagformulier kan worden gedownload. Nadere informatie over het subsidieprogramma en het aanvraagformulier zijn ook bij de aangewezen uitvoeringsinstantie te verkrijgen via telefoonnummer 038-455 3401.

§ 10. Voorschotten [Vervallen per 31-07-2012]

Voorschotten worden verstrekt overeenkomstig het bepaalde in artikel 44 van de kaderregeling.

Toelichting [Vervallen per 31-07-2012]

Op grond van artikel 44 van de kaderregeling kunnen voorschotten worden verstrekt. Van deze mogelijkheid wordt voor dit subsidieprogramma gebruik gemaakt. Voorschotten worden op aanvraag verstrekt tot maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag en de aanvraag moet worden vergezeld van een halfjaarlijkse voortgangsrapportage. Voorschotten worden verstrekt over de tot de periode van de voortgangsrapportage gemaakte en, indien de aard van de kosten met zich meebrengt dat zij kunnen worden betaald, ook betaalde kosten. In die zin is er geen sprake van een voorschot in letterlijke zin, maar van een voorschot op de vaststelling van de subsidie. Een uitzondering wordt in artikel 44, vierde lid, van de kaderregeling gemaakt voor MKB-ondernemingen, die bij subsidieverlening een ambtshalve voorschot krijgen van maximaal 50% van het verleende subsidiebedrag tot een maximum van € 50.000,–. Dit ambtshalve voorschot wordt verstrekt over de projectkosten die tot de eerste voortgangsrapportage zijn begroot naar rato van de totale projectkosten.

Het voorschotaanvraagformulier kan worden gedownload van de website van de aangewezen uitvoeringsinstantie via www.senternovem.nl/tab en is ook verkrijgbaar via telefoonnummer 038-455 3401.

§ 11. Nadere verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 31-07-2012]

Indien voor milieu-investeringsprojecten gericht op nieuwbouw of ombouw van een vulpunt een bouwvergunning is vereist, is de subsidieontvanger verplicht om binnen een jaar na de subsidieverlening een afschrift van de bouwvergunning over te leggen.

Toelichting [Vervallen per 31-07-2012]

Met deze nadere verplichting wordt zeker gesteld dat het vulpunt waarvoor subsidie is verstrekt ook daadwerkelijk als zodanig in gebruik mag worden genomen. Deze verplichting zal in de beschikking tot subsidieverlening worden opgenomen. Indien niet aan deze verplichting wordt voldaan, kan dat leiden tot gehele of gedeeltelijke intrekking van de subsidieverlening en terugvordering van reeds betaalde voorschotten.

Aanvullend wordt hier gewezen op de verplichting van artikel 38 van de kaderregeling. Daarin wordt bepaald dat de subsidieontvanger op verzoek van de minister medewerking moet verlenen aan de openbaarmaking van de gegevens en resultaten van het project en medewerking moet verlenen aan een door of vanwege de minister ingesteld evaluatieonderzoek naar de toepassing en de effecten van het subsidieprogramma. Naar verwachting zal van deze mogelijkheden gebruik worden gemaakt.

§ 12. Subsidievaststelling [Vervallen per 31-07-2012]

De aanvraag tot subsidievaststelling wordt na ingebruikneming van het vulpunt opgenomen in het milieu-investeringsproject gericht aan de minister en ingediend bij de aangewezen uitvoeringsinstantie met behulp van het formulier dat bij deze instantie verkrijgbaar is.

Toelichting [Vervallen per 31-07-2012]

Bij honorering van de subsidieaanvraag wordt de subsidie verleend. In de beslissing tot subsidieverlening wordt het recht op subsidie in principe vastgelegd. Na afloop van het project moet een aanvraag tot vaststelling van de subsidie worden ingediend. In de beslissing tot subsidievaststelling wordt het subsidiebedrag in beginsel definitief vastgesteld. Dit subsidiebedrag kan naar beneden afwijken van het bedrag genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, bijvoorbeeld omdat er minder kosten zijn gemaakt dan begroot of dat een van toepassing zijnde verplichting is geschonden. Het vast te stellen subsidiebedrag kan nooit hoger zijn dan het bedrag genoemd in de beschikking tot subsidieverlening. Het vastgestelde subsidiebedrag wordt uitbetaald minus de eventueel reeds betaalde voorschotten.

Een milieu-investeringsproject in het kader van dit subsidieprogramma wordt niet eerder als afgerond beschouwd dan wanneer het vulpunt in gebruik is genomen. De termijn van 13 weken voor het indienen van een aanvraag tot subsidievaststelling als genoemd in artikel 45, eerste lid, van de kaderregeling, gaat dan ook pas lopen nadat het vulpunt in gebruik is genomen. Eerder kan geen aanvraag tot subsidievaststelling worden ingediend.

Op grond van artikel, 45, derde lid, moet bij de vaststelling een accountantsverklaring worden overgelegd, indien het bedrag waarvoor subsidievaststelling wordt verzocht € 50.000,– of meer bedraagt. Bij een lager bedrag behoeft geen accountantsverklaring te worden overgelegd, maar moet wel aannemelijk worden gemaakt dat de subsidiabele kosten zijn gemaakt en betaald. In geval van een samenwerkingsverband geldt dit drempelbedrag niet voor het totale subsidiebedrag waarvoor vaststelling wordt verzocht van alle aanvragers van het samenwerkingsverband tezamen, maar voor het subsidiebedrag waarvoor per aanvrager van het samenwerkingsverband om vaststelling wordt verzocht. Elke aanvrager van het samenwerkingsverband is derhalve een aanvrager voor wie het drempelbedrag van € 50.000,– geldt. Daarvoor is wel vereist dat het vaststellingsverzoek de gevraagde subsidiebedragen per aanvrager van het samenwerkingsverband duidelijk onderscheidt.

Voorbeeld: een samenwerkingsverband van vier aanvragers verzoekt om subsidievaststelling, waarbij het voor aanvrager A gaat om een subsidiebedrag waarvoor vaststelling wordt gevraagd van € 23.000,–, voor aanvrager B € 49.000,–, voor aanvrager C € 50.000,– en voor aanvrager D € 77.000,–. Aanvragers A en B hoeven geen accountantsverklaring over te leggen, omdat het subsidiebedrag waarvoor elk van beiden om vaststelling verzoekt lager is dan € 50.000,–. Aanvragers C en D moeten wel een accountantsverklaring overleggen, omdat het subsidiebedrag waarvoor elk van beiden om vaststelling verzoekt € 50.000,– of meer bedraagt.

Bijlage A. bij het subsidieprogramma tankstations alternatieve brandstoffen 2009 [Vervallen per 31-07-2012]

Aanvraagformulier Subsidieprogramma Tankstations alternatieve brandstoffen 2009 [Vervallen per 31-07-2012]

Stuur het ingevulde formulier met bijlagen naar:

De minister van Verkeer en Waterstaat,

Per adres:

Dienst uitvoering/Agentschap NL

Tankstations alternatieve brandstoffen

Postbus 10073, 8000 GB Zwolle

Bezoekadres:

Dokter van Deenweg 108, Zwolle

Voor nadere toelichting op het aanvraagformulier:

  • website: www.senternovem.nl/tab

  • telefoon: 038-455 34 01 (op werkdagen van 08:30–17:00 uur)

A. Kerngegevens van het project: [Vervallen per 31-07-2012]

1. U kruist slechts één optie aan.

Indien u meer dan één vulpunt realiseert, vul dan voor elk vulpunt een apart formulier in.

Type project:

□ nieuwbouw van een aardgasvulpunt

 

Groen gas

□ ja

□ nee

 

□ nieuwbouw van een E85-vulpunt

 

□ nieuwbouw van een B30-vulpunt

 

□ ombouw van een bestaand vulpunt naar een E85-vulpunt

 

□ ombouw van een bestaand vulpunt naar een klein B30-vulpunt

 

□ ombouw van een bestaand vulpunt naar een groot B30-vulpunt

       

2.

Locatie van het project:

Postcode:

 
 

Plaats:

 

Provincie:

         

3a. Projecttermijn

       

Het project mag nog niet zijn gestart voor de datum van deze aanvraag.

Startdatum:

– –

   

3b.

Bouwvergunning noodzakelijk?

□ ja

□ nee

 

3c. Geef aan wanneer u de afgifte bouwvergunning heeft ontvangen of verwacht.

Bij ja op vraag 3a:

     

Datum afgifte bouwvergunning

– –

   
         

4. Einddatum van het project moet voor 01/01/2012 liggen.

Einddatum project:

     
   

– –

   

5. Voeg als bijlage A1 de begroting bij.

Bij meerdere aanvragers in een samenwerkingsverband die in het vulpunt investeren: vermeld hier het totaal van de projectkosten.

Totale projectkosten:

   
         

6. Bij meerdere aanvragers in een samenwerkingsverband die in het vulpunt investeren: vermeld hier het totaal van de gevraagde subsidie

Gevraagde subsidie:

   

B. Gegevens aanvrager/penvoerder [Vervallen per 31-07-2012]

7. Bij een samenwerkingsverband vult u de gegevens van de andere aanvrager(s) uit het samenwerkingsverband in bij punt 12. Ook bijlage D1 moet volledig worden ingevuld en door de betreffende aanvrager(s) worden ondertekend.

Naam onderneming:

   

Afdeling:

   

Postadres:

   

Postcode:

Plaats:

Provincie:

   

Bezoekadres:

   

Postcode:

Plaats:

Provincie:

   

Telefoonnummer:

   

Emailadres:

   

Website:

   
       

8. Vul hier het IBAN en BIC-nummer van uw bank- of girorekening in.

Bankgegevens:     

   

IBAN-nummer:

□□□□□□□□□□□□□□

Voor meer informatie zie: www.ibanbicservice.nl

BIC-nummer:

□□□□□□□□□□□□□□

       

9.

Mijn onderneming kan:

□ BTW verrekenen

□ BTW niet verrekenen

       

10.Vul de ‘MKB-toets’ in en voeg deze als bijlage C1 bij deze aanvraag.

Zie ook: www.senternovem.nl/Tab

Ondernemingsgrootte

□ Kleine onderneming

Inschrijfnummer KvK:

□ Middelgrote onderneming

   

□ Grote onderneming

Contactpersoon aanvrager/penvoerder

11. Vul hier de contactgegevens van de aanvrager c.q. penvoerder.

Indien er sprake is van een intermediair die de aanvraag doet en de correspondentie voert, vul dan bij punt 13 de contactgegevens van de intermediair in

Naam:

□ Mw.

 

□ Dhr.

Titel(s):

     

Functie:

     

Telefoon:

 

Fax:

 

Emailadres:

 

Mobiel:

 

C. Gegevens andere aanvrager(s) in geval van een samenwerkingsverband [Vervallen per 31-07-2012]

In geval van een samenwerkingsverband van twee of meer aanvragers treedt de aanvrager/penvoerder als vermeld in onderdeel B als penvoerder van het samenwerkingsverband op. De penvoerder vertegenwoordigt de andere aanvrager(s) van het samenwerkingsverband. De gegevens van de andere aanvrager(s) dient u hieronder vermelden. Indien het samenwerkingsverband uit meer dan twee aanvragers bestaat, dient u Bijlage D1 bij de aanvraag zo vaak als nodig is te kopiëren, in te vullen en met de aanvraag mee te sturen.

Let op! De andere aanvrager(s) van het samenwerkingsverband zijn verplicht de penvoerder van het samenwerkingsverband te machtigen om de subsidie mede namens hen aan te vragen, de correspondentie te voeren en ook de subsidie mede namens hen te ontvangen. De machtiging(en) dient/dienen bij de aanvraag te worden gevoegd.

       

12. De volledige gegevens en de machtiging(en) van de andere aanvrager(s) binnen het samenwerkingsverband dienen bij de aanvraag te worden gevoegd overeenkomstig bijlage D1.

Aanvrager 1 is de penvoerder

Naam

Ondernemingsgrootte

Aanvrager 2:

 

□ Kleine onderneming

 

□ Middelgrote onderneming

 

□ Grote onderneming

     

Aanvrager 3:

 

□ Kleine onderneming

 

□ Middelgrote onderneming

 

□ Grote onderneming

     

Aanvrager 4:

 

□ Kleine onderneming

 

□ Middelgrote onderneming

 

□ Grote onderneming

D. Vertegenwoordiging door een gemachtigde [Vervallen per 31-07-2012]

13. Alleen invullen als de aanvraag wordt gedaan en de correspondentie wordt gevoerd door een intermediair. Voeg in dat geval een machtiging bij de aanvraag, waarmee de intermediair door de aanvrager wordt gemachtigd tot het aanvragen van de subsidie en het voeren van de correspondentie.

In Bijlage E1 is een voorbeeld opgenomen.

Naam organisatie:

     

Postadres:

     

Postcode:

Plaats:

   

Naam:

 

□ Dhr.

□ Mw.

Titel(s):

     

Functie:

     

Telefoon:

 

Fax:

 

Emailadres:

 

Mobiel:

 

E. Projectgegevens [Vervallen per 31-07-2012]

14. Andere subsidies

Is voor dit project, of voor onderdelen ervan, al andere subsidie aangevraagd of verleend?

Aangevraagd:

 

□ ja: Subsidiebedrag €

□ nee

Verleend:

 

□ ja: Subsidiebedrag: € 

□ nee

       

15. U dient deze vraag ook met ‘ja’ te beantwoorden, als de betreffende subsidie niet, of nog niet tot uitbetaling heeft geleid.

Is voor een vulpunt op hetzelfde tankstation reeds eerder subsidie verleend voor dezelfde motorbrandstof?

□ ja Subsidiebedrag: € 

□ nee

       

16. Als u de aanvrager was of bent van de betreffende subsidie, zal de subsidie worden geweigerd.

Bij ‘ja’ op vraag 15:

Was of bent u of – indien van toepassing – een van de andere aanvragers van het samenwerkingsverband de aanvrager van de betreffende subsidie?

□ ja

□ nee

       

17. Als de aanvrager van de betreffende subsidie tot dezelfde groep behoort, zal de subsidie worden geweigerd.

Bij ‘nee’ op vraag 16:

Behoort de aanvrager van de betreffende subsidie tot dezelfde groep als uw onderneming of – indien van toepassing – dezelfde groep als een van de andere aanvragers?

□ ja

□ nee

       

18.Geef aan op welke wijze u de projectkosten gaat financieren.

Financiering project

□ eigen middelen, ter hoogte van € 

 
 

□ bancair krediet, ter hoogte van €

 
 

□ leverancierskrediet, ter hoogte van €

 
   

□ anders, ter hoogte van €

 
       

19. Indien u niet zelf de exploitant van het vulpunt bent, voeg dan als bijlage F1 een verklaring van geen bezwaar van de exploitant bij.

Bent u zelf of – indien van toepassing – een van de andere aanvragers van het samenwerkingsverband de exploitant van het vulpunt?

□ ja

□ nee

F. Ondertekening [Vervallen per 31-07-2012]

Ondergetekende verklaart dat alle voor de aanvraag benodigde stukken zijn bijgevoegd en dat hij/zij bekend is met de voorwaarden en procedures van de Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat en het Subsidieprogramma Tankstations alternatieve brandstoffen 2009 en dat het project bij toekenning van de subsidie wordt uitgevoerd zoals beschreven in deze aanvraag.

Aldus naar waarheid ingevuld:

20 De aanvraag moet rechtsgeldig ondertekend worden door een daartoe bevoegd persoon

Naam:

 

Functie:

 

Organisatie:

 

Datum:

– –

Plaats:

Handtekening:

 

Bijlagen behorende bij de aanvraag [Vervallen per 31-07-2012]

21. Uw aanvraag is pas compleet en kan pas in behandeling worden genomen, als alle voor uw aanvraag van toepassing zijnde bijlagen bijgevoegd zijn.

Op www.senternovem.nl/

tab vindt u een compleet overzicht van en uitgebreide toelichting bij de bijlagen.

□ Bijlage A1: Projectbegroting en exploitatieoverzicht van het project (indien van toepassing: per aanvrager uit het samenwerkingsverband)

□ Bijlage B1: Planning van het project

□ Bijlage C1: MKB-toets

□ Bijlage D1: indien van toepassing: Gegevens, machtiging(en) en nadere verklaring(en) van andere aanvragers uit het samenwerkingsverband

□ Bijlage E1: indien van toepassing: Machtiging aan de intermediair

□ Bijlage F1: indien van toepassing: Verklaring van geen bezwaar van exploitant

□ Bijlage G1: een kopie van het meest recente jaarverslag (de jaarrekening en balans van de onderneming)

□ Bijlage H1: uittreksel van de KvK waaruit de bevoegdheid van de ondertekenaar(s) blijkt.

□ Bijlage I1: Grote Ondernemingen: Stimulerend effect van de subsidie

Bijlage A1: Projectbegroting en exploitatieoverzicht van het project en – indien van toepassing – per aanvrager uit het samenwerkingsverband.

De projectbegroting en het exploitatieoverzicht dient te worden aangeleverd overeenkomstig het format van deel I en deel II, gepubliceerd op www.senternovem.nl/tab.

Deel I: Projectbegroting TAB 2009;

Deel II: Exploitatieoverzicht TAB 2009.

Bijlage B1: Planning van het project:

Geef in een overzichtelijke planning de mijlpalen van het project weer.

Neem daarin in ieder geval de volgende mijlpalen op:

  • Startdatum van het project;

  • Datum opdrachtverstrekking;

  • Verwachte kosten gemaakt tot een half jaar na de startdatum voor het project;

  • (N.B.: Voor MKB-ondernemingen geldt het volgende:

  • Op basis van deze opgave van verwachte kosten zal aan u ambtshalve (d.i.: zonder dat u daarvoor een verzoek voor hoeft in te dienen) een voorschot van 50% van deze kosten worden verstrekt.)

  • Indien van toepassing; verwachte datum afgifte van de bouwvergunning door bevoegd gezag;

  • Einddatum van het project (= datum ingebruikneming vulpunt)

Bijlage C1: MKB-toets

Vul de MKB-toets in die is gepubliceerd op www.senternovem.nl/tab en voeg deze bij de aanvraag. Met deze toetst kan worden bepaald of u een grote, een middelgrote of een kleine onderneming bent.

Bijlage D1:

Indien van toepassing:

Gegevens en machtiging andere aanvrager(s) uit het samenwerkingsverband

Als er meer dan één andere aanvrager deel uitmaakt van het samenwerkingsverband, dient u deze bijlage voor elke andere aanvrager te kopiëren.

Gegevens aanvrager nr. ...... (overeenkomstig punt 12 van het aanvraagformulier)

 

Naam:

Afdeling:

Postadres:

Postcode:

Plaats:

Land:

Bezoekadres:

 

Postcode:

Plaats:

 

Land:

 
 

Mijn onderneming kan:

□ BTW verrekenen

□ BTW niet verrekenen

       

Voor het onderscheid tussen kleine, middelgrote en grote onderneming zie: www.senternovem.nl/tab

Ondernemingsgrootte

□ Kleine onderneming

 

□ Middelgrote onderneming

 

□ Grote onderneming

 

Inschrijfnummer KvK:

 

(indien van toepassing)

Contactpersoon andere aanvrager

Naam:

 

□ Dhr.

□ Mw

Titel(s):

 

Functie:

 

Telefoon:

 

Fax:

 

Emailadres:

 

Mobiel:

 

Bijlage E1. Machtiging Intermediair:

Deze machtiging is vormvrij. Een voorbeeld kunt u vinden op www.senternovem.nl/tab

Minimale vereisten bij een machtiging:

  • Ondertekening van de machtiging door de aanvrager.

Voorbeeld machtiging:

Hierbij verleent ondergetekende een machtiging aan (naam intermediair) om de subsidieaanvraag voor het project in te dienen bij SenterNovem en de correspondentie over de aanvraag te voeren.

Aldus naar waarheid ingevuld:

B. De machtiging moet rechtsgeldig ondertekend worden door een daartoe bevoegd persoon

Naam:

 

Functie:

 

Datum:

– –

Plaats:

Handtekening:

 

Bijlage F1 Verklaring van geen bezwaar van de exploitant

Indien u niet zelf de exploitant bent van het vulpunt, dient u een verklaring van de exploitant bij de aanvraag te voegen, waarmee deze verklaart geen bezwaar tegen de nieuwbouw of de ombouw van het vulpunt te hebben. De verklaring is vormvrij. Een voorbeeld kunt u vinden op www.senternovem.nl/tab.

Bijlage I1: Voor grote ondernemingen: Onderbouwing van het stimulerend effect van de subsidie

Deze bijlage I1 is alleen van toepassing voor grote ondernemingen!

Ingevolge de Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming (Pb 2008/C 82/01) artikel 3.2 dient voor grote ondernemingen aangetoond te worden dat de verstrekte staatssteun een stimulerend effect heeft. Aangetoond moet worden dat zonder de subsidie niet voor het milieuvriendelijker alternatief wordt gekozen.

Verstrek daartoe gegevens gebaseerd op een intern document die aantonen dat:

  • a. de gekozen referentiesituatie geloofwaardig is;

  • b. de subsidiabele kosten zijn berekend overeenkomstig artikel 18 van de kaderregeling;

  • c. de investering in het project zonder subsidie niet voldoende rendabel is, rekening houdend met de eventuele voordelen die de investering zonder subsidie met zich meebrengt, met inbegrip van de waarde van verhandelbare vergunningen die voor de onderneming beschikbaar komen na de milieuvriendelijke investering.

Ad a en b:

Een compleet ingevulde bijlage A1 (deel I én deel II) geeft voldoende onderbouwing om te kunnen beoordelen of aan deze twee eisen is voldaan.

Ad c:

Voeg bijvoorbeeld een (goedgekeurd) investeringsvoorstel bij.

Uit de financiële onderbouwing van dit investeringsvoorstel moet blijken dat de gevraagde subsidie noodzakelijk is om het project rendabel te maken.

Bijlage B. bij het subsidieprogramma tankstations alternatieve brandstoffen 2009 [Vervallen per 31-07-2012]

Controleprotocol aangaande het geven van aanwijzingen over de reikwijdte en intensiteit van de accountantscontrole van subsidies waarop de Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat van toepassing is. [Vervallen per 31-07-2012]

behorende bij

ACCOUNTANTSVERKLARING

betreffende het verzoek tot vaststelling van een subsidie uit hoofde van het Subsidieprogramma Tankstations alternatieve brandstoffen 2009.

1. Uitgangspunten [Vervallen per 31-07-2012]

1.1. Doelstelling [Vervallen per 31-07-2012]

Dit controleprotocol heeft als doel het geven van aanwijzingen omtrent de reikwijdte en de intensiteit van de controle aan de accountant, die is belast met de controle van de, door de subsidieontvanger, bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (hierna te noemen VenW) in te dienen aanvraag om subsidievaststelling.

De controle kan worden uitgevoerd door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

1.2. Procedures [Vervallen per 31-07-2012]

Reviewbeleid Ministerie van Verkeer en Waterstaat

De Departementale Auditdienst van het Ministerie van Verkeer van Waterstaat of een andere door deze dienst aangewezen accountant(sdienst) kan een review uitvoeren op de uitgevoerde accountantscontrole inzake deze subsidie. De accountant, die de controle uitvoert, verstrekt de Auditdienst desgevraagd alle inlichtingen en bescheiden2 . De eventuele extra kosten van deze accountant in verband met de review zijn niet voor rekening van het ministerie.

1.3. Wet- en regelgeving [Vervallen per 31-07-2012]

Voor de controle van de rechtmatigheid volgens dit protocol is de volgende wet- en regelgeving (incl. eventuele wijzigingen) van toepassing:

2. Controleaanpak [Vervallen per 31-07-2012]

2.1. Eisen voor de controleaanpak [Vervallen per 31-07-2012]

De controle dient te voldoen aan de zogenaamde nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS), die daarvoor door het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIVRA) zijn vastgesteld.

Zonder de in voorgaande alinea geformuleerde voorschriften in te perken zijn voor de controle van specifieke financiële verantwoordingen ten behoeve van de vaststelling van bijdragen vanuit het Ministerie van VenW met name de volgende voorgeschreven controlewerkzaamheden van toepassing:

De accountant stelt een risicoanalyse op inzake het risico dat de specifieke financiële verantwoording een materiële fout bevat. Deze risicoanalyse wordt specifiek gemaakt voor deze controle; niet volstaan kan worden met een standaard analyse. In de risicoanalyse maakt de accountant zichtbaar welke (eventuele aanvullende) controles gericht op deze risico’s zullen worden uitgevoerd.

De accountant ontwikkelt op grond van de risicoanalyse een controleplan waarin zijn vastgelegd: de aard, de tijdsfasering en de omvang van de controlewerkzaamheden die door leden van het opdrachtteam moeten worden uitgevoerd om toereikende controle-informatie te verkrijgen om het controlerisico tot een aanvaardbaar laag niveau te reduceren.

In het controleplan worden de feitelijk gebruikte controletolerantie (in relatie tot de financiële verantwoording) in euro’s vastgelegd. Hierbij wordt de goedkeuringstolerantie (zie paragraaf 2.2) vertaald naar toegepaste controletolerantie, waarbij de goedkeuringstolerantie het maximum is.

Bij de controle wordt vastgesteld of de in de financiële verantwoording opgenomen posten, met in achtneming van de gestelde marges (zie 2.2), rechtmatig (zie definitie 2.3) zijn besteed.

De accountant controleert of de financiële verantwoording voldoet aan de daarvoor gestelde eisen in de onder 1.3 genoemde wet- en regelgeving.

De accountant controleert de bij de aanvraag om subsidievaststelling verstrekte informatie op de volgende punten:

  • de juiste en volledige weergave van de door andere bestuursorganen of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen verstrekte subsidies (en indien van toepassing bijdragen van andere derden) ter zake van de kosten van de gesubsidieerde activiteiten;

  • de juistheid van de verstrekte informatie over het al dan niet in aftrek kunnen brengen van de BTW;

  • de mededeling of de subsidieontvanger ten tijde van de beschikking tot subsidieverlening als een kleine of middelgrote onderneming moet worden aangemerkt in de zin van de zin van de bijlage 1 van de Verordening (EG) 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (Pb EU 2008, L 214).

De accountant kan bij zijn controle gebruik maken van controlewerkzaamheden die zijn uitgevoerd bij de controle van de jaarrekening. Een enkele verwijzing hiernaar is onvoldoende documentatie. In het controledossier voor de specifieke verklaring dienen deze werkzaamheden te worden beschreven evenals de belangrijkste relevante conclusies. Het controledossier voor de specifieke verklaring moet zelfstandig bruikbaar zijn. Dit betekent dat de relevante stukken in dat dossier zelf opgenomen moeten worden en dat de informatie uit het jaarrekeningdossier voor dit doel gekopieerd en indien nodig bewerkt moet worden.

De accountant zorgt voor adequate controledocumentatie waaruit blijkt, dat de werkzaamheden conform het controleplan zijn uitgevoerd, wat de uitkomsten van de controle zijn alsmede dat deze zijn beoordeeld door de eindverantwoordelijke partner. Deze documentatie omvat in ieder geval stukken waaruit blijkt:

  • dat de cijfermatige juistheid van de verantwoording is nagegaan;

  • dat de verantwoording aansluit met de financiële administratie;

  • welke de aard en de omvang is van verrichte deelwaarnemingen op in de verantwoording opgevoerde kosten;

  • dat een cijferbeoordeling is uitgevoerd van de werkelijk verantwoorde kosten ten opzichte van de begrote kosten;

  • dat de accountant heeft gecontroleerd of de Europese aanbestedingsrichtlijnen door de instelling – indien van toepassing3 – zijn nageleefd;

2.2. Goedkeuringstoleranties en gewenste zekerheid [Vervallen per 31-07-2012]

Bij zijn oordeelsvorming over de naleving van de subsidievoorwaarden streeft de accountant naar een redelijke mate van zekerheid. Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, moet uitgegaan worden van een betrouwbaarheid van 95 procent.

Een accountantsverklaring met een goedkeurende strekking impliceert dat, gegeven eerder genoemde betrouwbaarheid, de meest waarschijnlijke fout in de financiële verantwoording niet groter is dan één procent van het totaal financieel belang van die verantwoording. De hierna vermelde tabel van toepassing.

Soort verklaring

Goedkeurend

Met beperking

Oordeelonthouding

Afkeurend

Fouten in de verantwoording

≤ 1%

> 1% en ≤ 3%

N.v.t.

> 3%

Onzekerheden in de controle

≤ 3%

> 3% en ≤ 10%

> 10%

N.v.t.

Genoemde percentages zijn ontleend aan het Handboek Auditing Rijksoverheid (HARo) van het Interdepartementaal Overleg Departementale Auditdiensten (IODAD).

2.3. Definitie rechtmatigheidsfouten en -onzekerheden [Vervallen per 31-07-2012]

Van een rechtmatigheidsfout in de verantwoording is sprake indien naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek is gebleken dat een (gedeelte van een) post niet voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (zie ook paragraaf 1.3).

Rechtmatigheidsfouten worden in absolute zin opgevat; saldering van fouten isdaarom niet toegestaan.

Van een rechtmatigheidsonzekerheid in het onderzoek is sprake als er onvoldoende controle-informatie beschikbaar is om een (gedeelte van een) post als goed of fout aan te merken. Kortom als onzekerheid bestaat over het wel of niet voldoen aan de eisen.

Bij fouten in de verantwoording kan onderscheid gemaakt worden in incidentele en structurele fouten.

Van een incidentele fout is sprake als het een toevallige fout betreft. Kenmerkend voor incidentele fouten is dat in principe geen herhaling optreedt van de geconstateerde fout.

Van een structurele fout is sprake als de oorzaak van de fout is gelegen in (onderdelen van) het systeem van uitvoering, waardoor fouten met een (zeker) herhalingskarakter (kunnen) optreden. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing op onzekerheden in de controles.

Voor een adequate onderbouwing van het oordeel is het noodzakelijk dat de accountant fouten en onzekerheden zoveel mogelijk kwantificeert.

Omgaan met geconstateerde fouten en onzekerheden [Vervallen per 31-07-2012]

Onderscheid moet gemaakt worden tussen materiële en niet-materiële fouten.

Materiële fouten, die niet worden gecorrigeerd, leiden tot een andere dan een goedkeurende strekking van de accountantsverklaring (cf. tabel par. 2.2).

Voor niet-materiële fouten, die bij de accountantscontrole blijken, is het uitgangspunt dat gevonden fouten in eerste instantie worden gecorrigeerd. Voor zover dat niet gebeurt, worden individuele fouten boven een belang van 0,1% van het absolute financieel belang (dus geen saldering van uitgaven en inkomsten) van de financiële verantwoording door de accountant in zijn bevindingen rapport gerapporteerd. Het ministerie van VenW beoordeelt in hoeverre deze fouten tot correcties leiden.

3. Verslaglegging [Vervallen per 31-07-2012]

De accountant legt de uitkomsten van de controle vast in een accountantsverslag, dat bestaat uit de volgende onderdelen:

accountantsverklaring: het format van deze verklaring is hieronder opgenomen en is afgeleid van de ‘ Voorbeeldtekst HRA 3 sectie II hoofdstuk 10.3: accountantsverklaring bij een subsidiedeclaratie in de publieke sector’ gehanteerd.

verslag van niet gecorrigeerde fouten: hierin rapporteert de accountant de gebleken niet-materiële fouten bij de controle, welke niet zijn gecorrigeerd, voor zover deze (per fout) de omvang van 0,1% van het financieel belang van de financiële verantwoording overschrijden. Dit rapport heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage. De aard en omvang van deze fouten worden vermeld. Deze rapportage kan (uitsluitend) achterwege blijven indien dergelijke fouten niet zijn gebleken.

Voorbeeldtekst basis goedkeurende accountantsverklaring bij een subsidiedeclaratie waarop de Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat van toepassing is.

Aan: Opdrachtgever

ACCOUNTANTSVERKLARING

bij een aanvraag tot subsidievaststelling ingevolge het subsidieprogramma.........4 waarop de Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat van toepassing is.

Afgegeven ten behoeve van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Opdracht

Wij hebben bijgevoegde en door ons gewaarmerkte aanvraag tot subsidievaststelling ingevolge het subsidieprogramma...5 van ... (naam entiteit) te ... (statutaire vestigingsplaats) over de periode dd/mm/jj6 tot en met dd/mm/jj7 gecontroleerd. De aanvraag tot subsidievaststelling is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de entiteit8 . Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de declaratie te verstrekken.

Werkzaamheden

Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, en het controleprotocol voor subsidies waarop de Kaderregeling subsidies duurzaamheid Ven W van toepassing is. Dienovereenkomstig dienen wij onze controle zodanig te plannen en uit te voeren, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de subsidiedeclaratie geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van relevante gegevens.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de aanvraag tot subsidievaststelling de financiële verantwoording ten bedrage van EUR ......9 in alle van materieel belang zijnde aspecten juist en volledig weer, in overeenstemming met het controleprotocol van het Ministerie van VenW van toepassing op subsidieprogramma’s gepubliceerd onder de kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat en de relevante wet- en regelgeving genoemd in dit controleprotocol.

Indien sprake is van een investeringssubsidie dient in het oordeel aangegeven worden dat de gesubsidieerde voorzieningen in Nederland in gebruik zijn genomen.

Overige aspectenbeperking in het gebruik (en verspreidingskring) 10

De subsidiedeclaratie van ... (naam entiteit) en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor ... (naam entiteit) ter verantwoording aan ... (naam subsidiegever) en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Plaats, datum

Naam accountantspraktijk

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

  • ^ [1]

    Voor thema en doel van dit subsidieprogramma en voor de gekozen vorm van subsidie wordt verwezen naar de toelichting op het Besluit houdende vaststelling van het Subsidieprogramma Tankstations alternatieve brandstoffen 2009

  • ^ [2]

    Krachtens de Comptabiliteitswet 2001 (artikelen 43, 43a) heeft de Minister bij – commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Staat of een derde voor rekening of risico van de Staat rechtstreeks of middellijk een subsidie, een lening of garantie wordt verstrekt – het recht nadere inlichtingen in te winnen n.a.v. ter zake ontvangen bescheiden.

    Ook zijn onze Ministers bevoegd inzage te vorderen in de controledossiers van de accountant die de betreffende bescheiden heeft gecontroleerd om te bepalen of bij de vaststelling kan worden gesteund op de door deze accountant uitgevoerde controle. Met betrekking tot het verlenen van inzage in het controledossier kan de accountant zich niet beroepen op de omstandigheid dat hij op grond van andere bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen tot geheimhouding is verplicht van in dit dossier opgenomen vertrouwelijke gegevens. Onze Ministers zijn bevoegd van stukken inzake de betreffende controle uit de controledossiers kopieën te maken.

  • ^ [3]

    Bedrijven/instellingen die in totaal voor meer dan 50% gesubsidieerd worden door aanbestedende diensten zijn daarmee zelf ook aanbestedende dienst geworden.

  • ^ [4]

    Aan te vullen met de naam van de betreffende subsidieprogramma.

  • ^ [5]

    Aan te vullen met een verwijzing naar de betreffende subsidieprogramma.

  • ^ [6]

    Aanvangsdatum activiteiten

  • ^ [7]

    Einddatum van het project waarvoor subsidie is verleend (zie hiervoor de beschikking tot subsidieverlening)

  • ^ [8]

    Afhankelijk van de aard van de entiteit te vervangen door een meer passende aanduiding zoals ‘het bestuur van de vennootschap’ (BV./N.V.), ‘vereniging’, ‘stichting’ enz.

  • ^ [9]

    Het bedrag van de totale subsidiabele projectkosten waarover subsidie wordt aangevraagd conform het formulier ‘aanvraag tot subsidievaststelling’.

  • ^ [10]

    Deze paragraaf kan, vooruitlopend op de implementatie van ISA 800 (revised) optioneel worden toegepast.