Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen voor misdrijven, overtredingen [...] administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften[Regeling vervallen per 01-04-2010.]

Geldend van 02-02-2010 t/m 31-03-2010

Richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen voor misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

Samenvatting [Vervallen per 01-04-2010]

Deze richtlijn voor strafvordering bevat het transactie- en strafvorderingsbeleid van het OM inzake misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV), waarvoor feitomschrijvingen (feitcodes) zijn vastgesteld. De richtlijn wijkt af van eerdere versies, omdat de Wet OM-afdoening zijn beslag heeft gekregen in het Wetboek van Strafvordering. Daarmee is een geheel nieuwe afdoeningsmodaliteit in het Wetboek van Strafvordering geïntroduceerd: de strafbeschikking.

De strafbeschikking wordt gefaseerd ingevoerd (zie hiervoor Bijlage 1 bij de Aanwijzing OM-afdoening). Dat heeft consequenties voor de opbouw van deze richtlijn:

De OM-strafbeschikking zal in de plaats treden voor de OM-transactie bij overtredingen van artikel 8 Wegenverkeerswet (WVW 1994). De aloude OM-transactie voor de overige OM-feiten en de politietransactie voor de feiten die zijn vermeld in de bijlage van het Transactiebesluit 1994, blijven overeind. Deze richtlijn voor strafvordering heeft betrekking op deze overgangsperiode.

Vervolgens zullen op een later tijdstip de politietransacties en de overige OM-transacties worden vervangen door de strafbeschikking. Hiermee samenhangend zal de bijlage bij het Transactiebesluit 1994 dan op termijn vervallen en worden vervangen door de bijlage bij het Besluit OM-afdoening. Met het oog hierop zal deze richtlijn voor strafvordering in de toekomst nogmaals worden aangepast.

Deze richtlijn omvat:

Ad 1 [Vervallen per 01-04-2010]

Veel feiten vallen onder de WAHV. In de richtlijn zijn deze feiten te herkennen aan een ‘m’ voor de feitcode., Veel feiten vallen onder de WAHV (de wet Mulder). In de richtlijn zijn deze feiten te herkennen aan een ‘m’ voor de feitcode. Bijvoorbeeld: m R 602, als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht. Deze feiten vallen buiten het strafrecht en worden vooralsnog alleen administratiefrechtelijk afgedaan.

Ad 2 [Vervallen per 01-04-2010]

De in deze bijlage vermelde feiten worden afgedaan door middel van de politietransactie.

De feiten waarvoor de politie transactiebevoegdheid heeft zijn te herkennen aan een ‘p’ voor de feitcode. Bijvoorbeeld: p D 530 zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden.

Zoals gezegd zullen deze feiten op termijn worden ondergebracht in de bijlage van het Besluit OM-afdoening. De in die bijlage vermelde feiten zullen dan worden afgedaan door middel van de politiestrafbeschikking.

Ad 3a. OM-strafbeschikking [Vervallen per 01-04-2010]

In een aantal gevallen kan de officier van justitie een strafbeschikking uitvaardigen. Het betreft hier vooralsnog overtredingen van art. 8 WVW 1994. Daarbij geldt tevens dat geen proces-verbaal wordt opgemaakt voor een ander feit. De strafbeschikking mag vooralsnog niet worden uitgevaardigd aan minderjarigen en militairen.

Wanneer geen sprake is van een van de hierboven of in de Aanwijzing OM-afdoening benoemde contra-indicaties, wordt voor dit feit een strafbeschikking uitgevaardigd. Is wel sprake van een dergelijke contra-indicatie, dan wordt getransigeerd of gedagvaard.

Ad 3b. Geen WAHV, politietransactie of OM-strafbeschikking (OM-transactie) [Vervallen per 01-04-2010]

Voor de feitgecodeerde zaken waarvoor de politie geen transactiebevoegdheid heeft, de officier van justitie volgens de richtlijnen geen strafbeschikking mag uitvaardigen en die eveneens niet zijn opgenomen in de bijlage van de WAHV, biedt de officier van justitie in de meeste gevallen een transactie aan. Soms wordt, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, meteen gedagvaard. De bedragen voor de OM-transactie of de eis ter zitting zijn in de richtlijn opgenomen. Deze feiten zijn te herkennen aan het symbool ‘*’ voor de feitcode. Bijvoorbeeld: * K 055 als bestuurder van een motorrijtuig rijden zonder rijbewijs voor de categorie waartoe dat motorrijtuig behoort. In sommige gevallen wordt geen bedrag vermeld. Dan is er een specifieke Richtlijn voor strafvordering van toepassing, dan wel kan er op grond van de specifieke omstandigheden van het geval geen tarief worden aangegeven.

Op termijn zullen alle feiten waarvoor nog door de officier van justitie een transactie kan worden aangeboden, opgaan in de OM-strafbeschikking. Deze omzetting zal gefaseerd plaatsvinden.

Opsporing/vervolging [Vervallen per 01-04-2010]

1. Uitgangspunten [Vervallen per 01-04-2010]

Om ongewenste cumulatie van sancties te voorkomen wordt per gebeurtenis tegen de verdachte/betrokkene voor ten hoogste drie overtredingen of gedragingen proces-verbaal opgemaakt, dan wel aan hem een transactie aangeboden, een strafbeschikking uitgevaardigd of een administratieve sanctie opgelegd.

Afdoening langs één traject is daarbij het uitgangspunt. Indien zowel de strafrechtelijke als de administratiefrechtelijke weg wordt bewandeld, moet in het proces-verbaal melding worden gemaakt van de opgelegde administratieve sanctie(s) en op de aankondiging van beschikking van het/de opgemaakte proces(sen)-verbaal1 . Van deze mogelijkheid dient slechts in uitzonderlijke gevallen gebruik te worden gemaakt.

Indien een proces-verbaal wordt opgemaakt ter zake van overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) is het niet toegestaan om daarnaast administratieve sancties op te leggen of transactievoorstellen te doen voor feiten die in relatie staan tot het gevaarlijke c.q. het belemmerende gedrag op de weg. Deze bepaling is opgenomen omdat in het geval dat een proces-verbaal wordt opgemaakt ter zake overtreding van artikel 5 WVW 1994 en daarnaast aan dat artikel gerelateerde administratieve sancties worden opgelegd of transacties worden aangeboden, de kans bestaat dat de officier van justitie niet meer kan vervolgen. Dit vloeit voort uit het in artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht opgenomen (WvSr) ne bis in idem-beginsel, dat bepaalt dat niemand andermaal kan worden vervolgd voor feiten waarover te zijnen aanzien bij gewijsde van de rechter onherroepelijk is beslist.

Het voldoen aan een transactievoorstel wordt op grond van artikel 74, eerste lid WvSr gelijkgesteld met een onherroepelijke veroordeling, zodat hier het ne bis in idem-beginsel geldt.

Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 23 juni 1998 (NJ 1999, 47) mag, indien voor een gedraging een administratieve sanctie is opgelegd, deze gedraging niet bij een vervolging wegens overtreding van artikel 5 WVW 1994 worden betrokken. Evenzeer is het volgens dit arrest zo, dat indien is vervolgd wegens overtreding van artikel 5 WVW 1994, niet nog eens een administratieve sanctie kan worden opgelegd voor zover deze gedraging in de vervolging was betrokken.

Als voorbeeld kan worden aangegeven het feit dat een bestuurder gevaarlijk rijgedrag vertoont en daarbij tevens een rood verkeerslicht negeert (=Muldergedraging). Indien een beschikking wordt opgelegd voor het negeren van het rode verkeerslicht, dan zal dat feit geen onderdeel mogen uitmaken van de vervolging op grond van artikel 5 WVW 1994.

2. Tarieven [Vervallen per 01-04-2010]

2.1. Gedragingen Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) [Vervallen per 01-04-2010]

De feiten (gedragingen) die in de bijlage van de WAHV zijn opgenomen, worden vooralsnog 2 via een beschikking administratiefrechtelijk afgedaan. De bij de gedragingen behorende sanctiebedragen staan vast en hiervan kan niet worden afgeweken.

Halvering tarieven minderjarigen

Op grond van artikel 2, lid 4 van de WAHV dienen de bedragen voor minderjarigen van 12 tot 16 jaar te worden gehalveerd. Deze afronding geschiedt op hele euro’s naar boven.

2.2. Misdrijven [Vervallen per 01-04-2010]

Deze richtlijn geeft bij het misdrijf winkeldiefstal/-verduistering, in de gevallen dat daarvoor feitcodes zijn vastgesteld, opeenvolgend:

  • het tarief van de politietransactie;

  • het bedrag dat doorgaans moet worden betaald bij transactie door het OM;

  • de geldboete die het OM doorgaans voor de politietransigabele feiten ter terechtzitting vordert, indien geen transactie wordt aangeboden of het aangeboden transactievoorstel niet wordt betaald.3

De in de koptekst genoemde aanwijzing politietransactie inzake eenvoudige winkeldiefstal en -verduistering beschrijft de uitoefening van de transactiebevoegdheid door de politie en de controle hierop door het OM.

De in de kop van deze richtlijn vermelde beleidsregels, zijn voor zover van toepassing, relevant voor de OM-transactie en de eis ter zitting ter zake het misdrijf winkeldiefstal/- verduistering.

Voor de overige onder de misdrijven vallende feitcodes, uitgezonderd enkele op de overtreding van artikel 8 WVW 1994 betrekking hebbende feitcodes, is geen tarief opgenomen. Dit zijn OM-feiten, waarvoor specifieke strafvorderingsrichtlijnen zijn vastgesteld, dan wel waarvoor de specifieke omstandigheden van het geval maatwerk vereisen.

2.3. Overtredingen [Vervallen per 01-04-2010]

Deze richtlijn geeft per overtreding en per categorie (bijvoorbeeld: een voetganger of een schipper), opeenvolgend:

  • het tarief van de politietransactie;

  • het bedrag dat doorgaans moet worden betaald bij transactie door het OM;

  • de geldboete die het OM doorgaans ter terechtzitting vordert, indien geen transactie wordt aangeboden of het aangeboden transactievoorstel niet wordt betaald.

  • de hoogte van de geldboete die door middel van de strafbeschikking wordt opgelegd. Er zijn momenteel echter nog geen overtredingen die met een strafbeschikking worden afgedaan.

2.4. afwijking van de in de richtlijn aangegeven tarieven politietransactie/OM-transactie/OM-strafbeschikking [Vervallen per 01-04-2010]

De tarieven voor de politietransactie zijn in de bij deze richtlijn behorende bijlage met feiten waarvoor de politie transactiebevoegdheid heeft, vastgesteld. Het staat de politie derhalve niet vrij een ander transactievoorstel te doen.

Het OM kan binnen de wettelijke strafmaxima van de bedragen van de OM-transactie, de OM-strafbeschikking en/of eis ter zitting afwijken. Dat kan zowel naar beneden als naar boven, al naar gelang de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Dit zal vooral het geval kunnen zijn bij overtredingen van de plaatselijke verordeningen. (Pl.V.) Het op grond van de plaatselijke omstandigheden te voeren beleid bij de toepassing van de richtlijn kan onderwerp van gesprek zijn in het driehoeksoverleg.

De aangegeven tarieven in de bij deze richtlijn behorende bijlage met OM-feiten zijn bedoeld voor overtredingen, die voor een transactie of strafbeschikking in de vorm van een geldboete vatbaar zijn. Een transactievoorstel dient te worden beperkt tot die overtreding die, bij niet betalen, ten laste zou worden gelegd. Indien zich specifieke omstandigheden voordoen kunnen deze voor het OM aanleiding zijn tot verhoging van de geldboete, het transactiebedrag dan wel tot dagvaarding zonder voorafgaande mogelijkheid van transactie of dagvaarding in plaats een strafbeschikking.

Voorts kan onder meer in de volgende gevallen worden afgeweken van de richtlijn:

Halvering tarieven minderjarigen

Ten aanzien van strafrechtelijk minderjarigen van 12 tot 16 jaar worden de in de bijlage met politietransigabele feiten en de in de bijlage met OM-feiten vastgestelde bedragen gehalveerd met een afronding op hele Euro’s naar boven. Voor strafrechtelijk minderjarigen van 16 tot 18 jaar gelden in beginsel dezelfde tarieven als voor strafrechtelijk meerderjarigen.

Toevoegen raadsman

Artikel 489, lid 1 aanhef en onder b WvSv bepaalt dat bij het uitvaardigen van een strafbeschikking van meer dan € 115, aan de minderjarige verdachte een raadsman moet worden toegevoegd. Deze bepaling is gewijzigd bij inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening, maar geldt nog steeds voor transacties.4 Om deze reden wordt door het CJIB geen politie- of OM-transactie verzonden als het transactiebedrag meer dan € 115 bedraagt, maar worden deze zaken voor beoordeling naar de betreffende parketten verzonden.

Cumulatie van overtredingen

Bij cumulatie van overtredingen verdient het aanbeveling bij de vaststelling van de bedragen rekening te houden met de draagkracht van de verdachte.

Berekening van bepaalde transactie- en geldboetetarieven

In deze richtlijn zijn sommige bedragen afhankelijk gesteld van de zwaarte van de overtreding. Zo zijn bijvoorbeeld voor overtreding van de voorschriften ten aanzien van de remvertraging van motorvoertuigen tarieven vastgesteld naar de mate waarin deze voorschriften zijn overschreden. Voorts is in de bijlage met OM-feiten bij enkele overtredingen een minimumtarief vermeld. De ernst van de gepleegde overtreding kan dan tot uitdrukking worden gebracht met inachtneming van de bedoelde tarieven.

Inbeslagneming

In de richtlijn is met de letters 'm.a.' (met afstand) aangegeven in welke gevallen – een enkele uitzondering daargelaten – als voorwaarde voor transactie door het OM moet worden gesteld dat afstand wordt gedaan van een inbeslaggenomen voorwerp overeenkomstig artikel 116 WvSv. Indien geen transactie tot stand komt, moet het OM in deze gevallen, indien tussentijds, zoals voorgeschreven in het Handboek Inbeslagneming c.q. de Handleiding Inbeslagneming, geen beslissing is genomen omtrent het beslag, ter terechtzitting verbeurdverklaring (in de richtlijn aangegeven met 'v.v.') dan wel onttrekking aan het verkeer ('o.a.v.') van het voorwerp vorderen. Maar ook in andere daarvoor in aanmerking komende gevallen kan afstand als voorwaarde door het OM worden gesteld, respectievelijk verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer worden gevorderd.

3. Begrenzing transactiebevoegdheid politie [Vervallen per 01-04-2010]

Op grond van artikel 74c, WvSr kan aan opsporingsambtenaren transactiebevoegdheid worden verleend. In het Transactiebesluit 1994 zijn de opsporingsambtenaren aangewezen aan wie transactiebevoegdheid is verleend. Eveneens zijn in dat besluit de zaken aangewezen die voor aanbieding van een politietransactie in aanmerking komen.

Opsporingsambtenaren met transactiebevoegdheid maken van die bevoegdheid gebruik volgens door het OM te geven richtlijnen (artikel 74c, lid 4 WvSr).

In deze richtlijn wordt bepaald dat een politietransactie niet mag worden aangeboden indien:

  • a. – de opsporingsambtenaar of een van zijn naaste familieleden bij het feit of de gevolgen daarvan betrokken is;

  • b. – verschil van inzicht bestaat tussen de opsporingsambtenaar en de verdachte omtrent de feiten en/of de strafbaarheid;

  • c. – het feit schade ten gevolge heeft gehad of overigens te ernstig van aard is;

  • d. – inbeslagneming plaatsvindt, ongeacht of er afstand is gedaan;5

  • e. – de militaire rechter uitsluitend bevoegd is.

De hoofdofficier van justitie kan bepalen dat in bepaalde gebieden of op bepaalde openbare wegen binnen het arrondissement of in bepaalde zaken door de bevoegde ambtenaren geen gebruik wordt gemaakt van de transactiebevoegdheid (zie artikel 5 van het Transactiebesluit 1994).

4. Bijzonderheden voor enkele soorten overtredingen [Vervallen per 01-04-2010]

4.1.1. Recidiveregeling overtredingen artt. 30 en 34 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM)(uitgezonderd bromfietsen) [Vervallen per 01-04-2010]

De recidiveregeling t.a.v. de overtredingen van artikelen 30 en 34 WAM luidt voor de met motorrijtuigen, uitgezonderd bromfietsen6 , gepleegde overtredingen als volgt:

Eerste overtreding:

OM-transactie: € 390

Eis ter zitting: geldboete € 460 

Tweede overtreding (binnen twee jaar na afdoening van de eerste overtreding):

Geen transactie, eis ter zitting: geldboete € 550 en vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk

Derde overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding):

Geen transactie, eis ter zitting: twee weken hechtenis onvoorwaardelijk en zes maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk; eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig 

4.1.2. Recidiveregeling overtredingen artt. 30 en 34 WAM (bromfietsen) [Vervallen per 01-04-2010]

Voor de met een bromfiets gepleegde overtreding van de artikelen 30 en 34 WAM (feitcodes A 901a t/m d, A 902, A 903a t/m c en A 904) geldt de volgende recidiveregeling:

Eerste overtreding:

OM-transactie: € 270

Eis ter zitting: € 320

Tweede overtreding (binnen twee jaar na afdoening van de eerste overtreding):

Geen transactie, eis ter zitting: geldboete € 390 en vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk

Derde overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding):

Geen transactie, eis ter zitting: tien dagen hechtenis onvoorwaardelijk en zes maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk; eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig

4.2. Recidiveregeling rijden zonder rijbewijs [Vervallen per 01-04-2010]

De recidiveregeling voor het rijden zonder rijbewijs (overtreding van artikel 107 lid 1 WVW 1994) heeft betrekking op motorvoertuigen uit de voertuigcategorieën 1 tot en met 3 van categorie-indeling B. Tevens is deze recidiveregeling van toepassing op bestuurders van motorrijtuigen waarvan het rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur met meer dan één jaar (feitcode K 060f).

Voor de voertuigcategorieën 1 (bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen7 ) en 2 (bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen) luidt de recidiveregeling als volgt:

Eerste overtreding:

OM-transactie € 240

Tweede overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding):

dagvaarden, eis ter zitting: geldboete vanaf € 320 en voorwaardelijke hechtenis

Derde overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding):

dagvaarden, eis ter zitting: onvoorwaardelijke hechtenis

Voor de voertuigcategorie 3 (brom- en snorfietsers, inclusief brommobielen8 ) geldt onderstaande recidiveregeling:

Eerste overtreding:

OM-transactie € 160

Tweede overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding):

dagvaarden, eis ter zitting: geldboete vanaf € 220 en voorwaardelijke hechtenis

Derde overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding):

dagvaarden, eis ter zitting: onvoorwaardelijke hechtenis

4.3.1. Recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen (weg) [Vervallen per 01-04-2010]

De recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen wordt toegepast bij snelheidsovertredingen, die niet als een gedraging in de bijlage bij de WAHV zijn opgenomen. De recidiveregeling luidt als volgt:
  • Van recidive is alleen sprake indien de overtreding wordt begaan binnen een jaar na betaling van een transactie of na onherroepelijke veroordeling voor één van de vorige gedocumenteerde snelheidsovertreding(en).

De afzonderlijke categorie-indeling voor snelheidsovertredingen is ook van toepassing op de recidiveregeling snelheid.

Categorie-indeling snelheidsoverschrijdingen (categorie-indeling C)

  • 1. Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen en motorvoertuigen met aanhangwagen);

  • 2. Vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg. en motorvoertuigen met aanhangwagen;

  • 3. Bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor;

  • 4. Landbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid.

N.B. Gelet op de aanwijzing inbeslagneming bij verkeersdelicten kan na overleg met de officier van justitie het motorvoertuig, waarmee de snelheidsovertreding is gepleegd, in beslag worden genomen, indien een overschrijding van de maximumsnelheid met meer dan 100% in samenhang met geconcretiseerde gevaarzetting is geconstateerd.

Overzicht weg

Recidiveregeling snelheidsovertredingen (weg)

Tabel 1 9 Categorie 1:

Motorvoertuigen (uitgezonderd vrachtauto's, autobussen en motorvoertuigen met aanhangwagen)

Categorie 2:

Vrachtauto's, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg. en motorvoertuigen met aanhangwagen.

   

Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:

   

31 t/m 49 km/h

50 t/m 69 km/h

70 t/m 99 km/h

100 km/h of meer

Eerste overtreding

OM transactie

vast tarief

vast tarief

nvt

nvt

 

eis ter zitting

vast tarief

vast tarief

vast tarief

tarief 95 tot 100 km/h + € 180 per 5 km/h overschrijding

       

OBM 4 mnd ovw

OBM 6 mnd ovw

           
Tweede overtreding

OM transactie

nvt

nvt

nvt

nvt

 

eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 180 per 5 km/h overschrijding

   

OBM 2 mnd ovw

OBM 4 mnd ovw

OBM 6 mnd ovw

OBM 8 mnd ovw

           
Derde overtreding

OM transactie

nvt

nvt

nvt

nvt

 

eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

Tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 180 per 5 km/h overschrijding

   

OBM 4 mnd ovw

OBM 6 mnd ovw

OBM 8 mnd ovw

OBM 10 mnd ovw

           
Vierde overtreding

OM transactie

nvt

nvt

nvt 

nvt

 

eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 180 per 5 km/h overschrijding

   

OBM 6 mnd ovw

OBM 8 mnd ovw

OBM 10 mnd ovw

OBM 12 mnd ovw

Tabel 2 10 Recidiveregeling snelheidsovertredingen bromfietsen Categorie 3:

Bestuurders van bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor

   

Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:

   

30 t/m 49 km/h

50 t/m 69 km/h

70 t/m 99 km/h

100 km/h of meer

Eerste overtreding

OM transactie

nvt

nvt

nvt

Nvt

 

eis ter zitting

tarief overtreding 

tarief overtreding 

tarief overtreding 

tarief 95 tot 100 km/h + € 180 per 5 km/h overschrijding

   

OBM 2 mnd ovw

OBM 4 mnd ovw

OBM 6 mnd ovw

OBM 8 mnd ovw

           
Tweede overtreding

OM transactie

nvt

nvt

nvt

Nvt

 

eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 180 per 5 km/h overschrijding

   

OBM 4 mnd ovw

OBM 6 mnd ovw

OBM 8 mnd ovw

OBM 10 mnd ovw

           
Derde en volgende overtreding

OM transactie

nvt

nvt

nvt 

Nvt

 

eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 180 per 5 km/h overschrijding

   

OBM 6 mnd ovw

OBM 8 mnd ovw

OBM 10 mnd ovw

OBM 12 mnd ovw

Voorbeeld bepaling tarief/eis ter zitting: Indien de bestuurder van een motorvoertuig uit categorie 1 voor de eerste maal de maximum snelheid overschrijdt, bijvoorbeeld met 50 km/h binnen de bebouwde kom, dan wordt hem voor het in het voorbeeld genoemde geval een OM-transactie aangeboden van € 520 (zie de feitcodes * VA 055, * VB 055 of * VC 055). Dat is het vaste tarief dat bij deze overtreding behoort. De daarbij behorende eis ter zitting is volgens kolom 3 van de in de Tekstenbundel opgenomen Tarieventabel snelheidsovertredingen een geldboete van € 640. Begaat deze bestuurder vervolgens een tweede onder de recidiveregeling vallende snelheidsovertreding, bijvoorbeeld door overschrijding van de maximum snelheid binnen de bebouwde kom met 69 km/h (feitcode * VA 070, * VB 070 of * VC 070), dan dient tot dagvaarden te worden overgegaan. De geldboete die moet worden geëist, wordt afgeleid van de geldboete die zou worden geëist indien deze overtreding voor de eerste maal zou zijn begaan, vermeerderd met 20%. De eerste overtreding kent volgens de feitcodes * VA 070, * VB 070 en * VC 070 een OM-transactie van € 810. De daarbij behorende eis ter zitting is een geldboete van € 970 (zie tarieventabel, kolom 3). Nu de snelheidsovertreding in het voorbeeld reeds een tweede snelheidsovertreding betreft, wordt een eis ter zitting van € 970 + 20% voorgeschreven. Voorts moet een OBM van 4 maanden ovw worden geëist.

4.3.2. Recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water [Vervallen per 01-04-2010]

De recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water wordt toegepast bij snelheidsovertredingen op het water, begaan door kleine schepen, bij overschrijding van de maximum toegestane snelheid vanaf 25 kilometer per uur. De recidiveregeling luidt als volgt:

Van recidive is alleen sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na betaling van een transactie of onherroepelijke veroordeling voor één van de vorige gedocumenteerde snelheidsovertreding(en).

De recidiveregeling voor kleine schepen is weergegeven in het overzicht water.

De tarieven die in de overzichten zijn weergegeven hebben betrekking op de overschrijding van de maximum toegestane snelheid.

Overzicht water

Recidiveregeling snelheidsovertredingen water 11

Categorie 1:

Gezagvoerder/schipper

klein schip

Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:

25 tot 35 km/h

35 tot 45 km/h

45 km/h of meer

eerste overtreding:

OM-transactie

Vast tarief

Vast tarief

Vast tarief

 

eis ter zitting

€ 240,–

€ 370,–

€ 500,–

tweede overtreding:

OM-transactie

€ 240,–

€ 370,–

€ 500,–

 

eis ter zitting

€ 290,–

€ 440,–

€ 600,– 

derde overtreding:

OM-transactie

Nvt.

Nvt.

Nvt.

 

eis ter zitting

> € 340,–

en voorwaardelijke hechtenis

> € 500,–

en voorwaardelijke hechtenis

> € 700,–

en voorwaardelijke hechtenis 

vierde overtreding:

OM-transactie

Nvt

Nvt

Nvt

 

eis ter zitting

> € 400,–

en onvoorwaardelijke hechtenis

> € 600,–

en onvoorwaardelijke hechtenis 

> € 800,–

en onvoorwaardelijke hechtenis 

5. Overtredingen begaan door militairen op militaire terreinen [Vervallen per 01-04-2010]

5.1. Beperkte bevoegdheid [Vervallen per 01-04-2010]

Op grond van het bepaalde in artikel 3 onder c van het Transactiebesluit 1994 is de transactiebevoegdheid in handen van de Koninklijke Marechaussee (KMAR) op militaire terreinen beperkt tot verdachten die militair zijn. Voorts beperkt de transactiebevoegdheid zich tot uitsluitend die feiten die zijn opgenomen in de bijlage van het Transactiebesluit 1994. Met de inwerkingtreding van de WAHV zijn veel feiten vanuit de diverse Transactiebesluiten, waaronder het Besluit transactie Koninklijke Marechaussee ondergebracht in de bijlage van de WAHV en deze bijlage is met uitzondering van de feitcodes K 035, K 040 a t/m e, K 075 t/m K 106, K 120, K 140, K 155 niet van toepassing op militaire terreinen.

Deze feitcodes zijn uitgezonderd, doordat het begrip ‘weg’ niet van toepassing is op deze codes.

Het is echter gewenst dat de afdoening van deze zaken zoveel mogelijk verloopt via de geautomatiseerde systemen bij de KMAR en het CJIB, waarna de zaakgegevens (bij niet betalen) elektronisch worden overgedragen aan het parketsysteem.

5.2. Specifieke werkwijze [Vervallen per 01-04-2010]

Om de verwerking via de geautomatiseerde systemen mogelijk te maken wordt bij het opmaken van een mini proces-verbaal gebruik gemaakt van dezelfde feitcodes als in de bijlage bij de WAHV, onder toevoeging van de hoofdletter K. Bijv. De feitcode R 549a (niet stoppen bij een stopbord) wordt KR 549a.

De verbaliserende ambtenaar van de KMAR maakt na het constateren van een overtreding een mini proces-verbaal op en reikt bij staandehouding een afschrift uit aan de verdachte. Vanwege het feit dat het een OM-transactie betreft wordt geen bedrag ingevuld op het mini proces-verbaal.

Indien de verdachte niet betaalt binnen de daarvoor gestelde termijn, wordt een proces-verbaal opgemaakt dat, met tussenkomst van het CJIB, via de gebruikelijke wijze aan het Openbaar Ministerie te Arnhem, unit militaire zaken, wordt aangeboden.

5.3. Artikel 3, onder c, van het Transactiebesluit 1994 [Vervallen per 01-04-2010]

Artikel 3, onder c, van het Transactiebesluit 1994 blijft van kracht omdat het voorziet in de mogelijke verwerking van enige strafbare feiten (bijvoorbeeld fout parkeren van een fiets, feitcode R 412) die niet als gedraging in de bijlage bij de WAHV zijn opgenomen.

Overgangsrecht [Vervallen per 01-04-2010]

Deze richtlijn voor strafvordering is van toepassing op feiten gepleegd op en na 1 januari 2010.

Bijlage P-feiten [Vervallen per 01-04-2010]

Bijlage behorende bij de Richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen voor misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (2009R008). In deze bijlage zijn de politietransigabele feiten, zoals gepubliceerd in Staatsblad 2009 nr. 485, met de door het Openbaar Ministerie vastgestelde tarieven opgenomen. Per 1 april 2010 kunnen voor de overtredingen uit deze bijlage strafbeschikkingen worden aangeboden op grond van de bijlage bij het Besluit OM-afdoening.

Bijlage transactiebesluit 1994/Bijlage OM-afdoening

(per 1 januari 2010)

      Afdeling A. Verkeer te land
       
      Categorie-indeling B:
     

1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;

     

2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;

     

3 – Bromfietsers en snorfietsers;

     

4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;

     

5 – Voetgangers;

     

6 – Overige weggebruikers;

     

7 – Schippers;

     

8 – Een ieder.

       
     

NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen

     

Feit

Artikel

Tarief in euro per feit en per categorie

         

1

2

3

4

5

6

7

8

     

Nummers K 006 – K 175: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR)

                         
      als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl krachtens de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

9 lid 8 WVW 1994

               

K

006

a

– het rijbewijs is ingenomen

 

160

160

110

         
                         
      als bestuurder van een motorrijtuig rijden, terwijl het kentekenbewijs is ingevorderd

36 lid 3 sub c WVW 1994

               

K

020

a

– na deugdelijk herstel

 

60

60

40

         
                         
      als bestuurder beneden de 16 jaar een motorrijtuig besturen, zijnde (de vermelde tarieven bij deze feitcodes dienen gehalveerd en op hele Euro’s naar boven afgerond te worden)

110 lid 1 WVW 1994 jo. artikel 5 sub b RR

               

K

070

a

– een bromfiets

     

160

         

K

070

b

– een gehandicaptenvoertuig

       

160

       

K

070

c

– een landbouw- of bosbouwtrekker

 

160

             

K

070

d

– een motorrijtuig met beperkte snelheid (niet zijnde een stoom- of motorwals)

 

160

             
                         

K

071

 

als bestuurder optreden zonder te beschikken over een ingevolge de richtlijn vakbekwaamheid vereist geldig getuigschrift

151c WVW 1994

450

             
                         

K

145

b

als bestuurder handelen in strijd met het aan de ontheffing verbonden voorschrift betreffende de begeleiding of vakbekwaamheid

150 lid 2 WVW 1994

480

             
                         

K

160

a

als bestuurder, die in overtreding wordt bevonden van een bij of krachtens de WVW 1994 vastgesteld voorschrift, de gegeven bevelen niet opvolgen

160 lid 6 WVW 1994

240

240

160

95

 

95

   
                         

K

160

b

als bestuurder van een voertuig die, in het kader van beroepsgoederenvervoer of personenvervoer, in overtreding wordt bevonden van een bij of krachtens de WVW 1994 vastgesteld voorschrift, betreffende het vervoer van lading of personen, de gegeven bevelen niet opvolgen

160 lid 6 WVW 1994

480

             
                         
     

Nummers S 005 – S 025, VA 004 – RV 101: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

                         
      Categorie-indeling C: (maximum snelheid)
     

1 – motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen en motorvoertuigen met aanhangwagen);

     

2 – vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen;

     

3 – bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor;

     

4 – land- of bosbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid.

                         
      Hoofdstuk 2. Verkeersregels
                         
      VIII. Maximum snelheid
                         
      a. Algemeen
      als bestuurder niet in staat zijn, zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is. De gedraging/overtreding is geconstateerd met behulp van het Videocontrole systeem (VCS) – bij snelheden van meer dan 80 km/h en tot en met 100 km/h, waarbij de onderlinge afstand tussen de voertuigen overeenkomt met een tijd

19 RVV 1990

               

S

015

a

– vanaf 0,5 seconde tot en met 0,4 seconde

 

210

270

           

S

015

b

– van minder dan 0,4 seconde tot en met 0,3 seconde

 

270

300

           

S

015

c

– van minder dan 0,3 seconde tot en met 0,2 seconde

 

300

340

           

S

015

d

– van minder dan 0,2 seconde

 

340

390

           
                         
      als bestuurder niet in staat zijn, zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is. De gedraging/overtreding is geconstateerd met behulp van het Videocontrole systeem (VCS) – bij snelheden van meer dan 100 km/h tot en met 120 km/h, waarbij de onderlinge afstand tussen de voertuigen overeenkomt met een tijd

19 RVV 1990

               

S

020

a

– vanaf 0,5 seconde tot en met 0,4 seconde

 

300

340

           

S

020

b

– van minder dan 0,4 seconde tot en met 0,3 seconde

 

340

390

           

S

020

c

– van minder dan 0,3 seconde tot en met 0,2 seconde

 

390

             
                         
     

Nummers R 301 – R 631: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

                         
      Categorie-indeling B:
     

1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;

     

2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;

     

3 – Bromfietsers en snorfietsers;

     

4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;

     

5 – Voetgangers;

     

6 – Overige weggebruikers;

     

7 – Schippers;

     

8 – Een ieder.

                         
     

NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen

                         
      Hoofdstuk 2. Verkeersregels
                         
      XI. Het plaatsen van fietsen en bromfietsen

R

412

 

een (brom)fiets plaatsen anders dan op het trottoir, voetpad, in de berm of door het bevoegde gezag aangewezen plaatsen

27 RVV 1990

   

40

20

       
                         
      Hoofdstuk 3. Verkeerstekens
                         
      II. Verkeersborden

R

587

 

een (brom)fiets plaatsen in strijd met bord E3 (verbod (brom)fietsen te plaatsen)

62 jo. bord E3 RVV 1990

   

40

20

       
                         
      Hoofdstuk 4. Aanwijzingen
                         
      I. Verplichtingen weggebruikers
                         
      als weggebruiker niet stoppen voor een stopteken                  

R

627

b

– dat bestaat uit bord F10 van Bijlage I van het RVV 1990, dan wel een rode lamp, dan wel een rode vlag, gegeven door een begeleider van een railvoertuig

82 lid 4 RVV 1990

160

160

110

60

45

60

   

R

628

c

– gegeven met een aan voertuig van weginspecteurs van Rijkswaterstaat aangebracht verlicht transparant

 

160

160

100

60

45

60

   
                         
      als weggebruiker niet opvolgen van de in de Bijlage II RVV 1990 vastgestelde aanwijzingen                  

R

627

a

– om te stoppen, gegeven door daartoe bevoegde en als zodanig kenbare verkeersbrigadier

82 lid 1 jo. 82 lid 3 ivm Bijlage II RVV 1990

160

160

110

60

 

60

   

R

630

b

– gegeven door daartoe bevoegde en als zodanig kenbare verkeersregelaar

82 lid 1 ivm Bijlage II RVV 1990

160

160

110

60

45

60

   

R

631

b

als weggebruiker niet opvolgen van aanwijzingen gegeven door middel van verlichte transparant op personen-, bedrijfsauto of motorfiets van Rijkswaterstaat of bedrijfsauto van transportbegeleider

82a jo. 41a lid 1 onder a, sub 1 en 4 RVV 1990

160

160

110

60

45

60

   
                         
     

Nummers K 815 – K 825: Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 (WRM 1993)

                         
      rijonderricht geven terwijl het certificaat                  

K

810

a

– niet geldig is voor het rijonderricht dat wordt gegeven

7 lid 3 onder a WRM 1993

             

270

      als houder niet (tijdig) inleveren van een ongeldig verklaard certificaat voor                  

K

815

a

– rijonderricht

15 lid 3 WRM 1993

             

180

K

815

b

– na ongeldigverklaring door Onze minister

22 lid 5 WRM 1993

             

180

K

820

 

het certificaat niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven

24 WRM 1993

             

60

K

825

 

het instructeursbewijs, dan wel het bewijs van ontheffing niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven

28 WRM 1993

             

60

     

Nummers N 010 – P 600: Besluit Voertuigen (BV) en Regeling Voertuigen (RV)

       
      Categorie-indeling A: (Besluit en Regeling Voertuigen)
     

2 – personenauto's;

     

3 – bedrijfsauto's;

     

3a – bussen;

     

4 – motorfietsen;

     

5 – driewielige motorrijtuigen;

     

6 – bromfietsen;

     

7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid;

     

8 – land- of bosbouwtrekkers;

     

9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV);

     

10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie en gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor;

     

11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie;

     

12 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg achter personenauto's, bedrijfsauto's, bussen en driewielige motorrijtuigen;

     

13 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg achter personenauto's, bedrijfsauto's, bussen en driewielige motorrijtuigen;

     

14 – aanhangwagens achter landbouw- of bosbouwtrekkers en achter motorrijtuigen met beperkte snelheid;

     

15 – aanhangwagens achter motorfietsen (15a) of bromfietsen (15b);

     

16 – aanhangwagens achter fietsen op twee wielen;

     

17 – wagens.

       
      Regeling Voertuigen
       
      Als bestuurder van een voertuig rijden (terwijl):
       
      4 – Krachtoverbrenging
     

Feit

Artikel

Tarief in euro per feit en per categorie

         

2

3

3a

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

N

150

b

dan wel als eigenaar of houder doen of laten rijden terwijl de na 31-12-1987 in gebruik genomen bedrijfsauto, met een toegestane maximum massa van meer dan 12.000 kg niet is voorzien van een snelheidsbegrenzer

5.3.15 lid 2 RV

 

1900

                             

N

150

bb

dan wel als eigenaar of houder doen of laten rijden terwijl de na 30-09-2001 doch voor 01-01-2005 in gebruik genomen bedrijfsauto met een dieselmotor, met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg doch niet meer dan 12.000 kg, niet is voorzien van een snelheidsbegrenzer

5.3.15 lid 2 RV

 

1900

                             

N

150

d

dan wel als eigenaar of houder doen of laten rijden terwijl de snelheidsbegrenzer niet aan de eisen voldoet. (bedrijfsauto bestemd voor het vervoer van goederen niet meer dan 90 km/h en een bus maximaal 100 km/h)

5.*.15 lid 3 en 4 RV

 

600

600

                           
                                           
      8 – Reminrichting                                    
      niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa minder dan 3500 kg); de vermindering bedraagt

5.*.38 RV

                                 

N

381

c

– 1,01 t/m 1,5 m/s2

 

360

   

360

360

           

360

         

N

381

d

– 1,51 t/m 2,0 m/s2

 

500

   

500

500

           

500

         

N

381

e

– meer dan 2,0 m/s2

 

800

   

800

800

           

800

         
                                           
      niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa 3500 kg of meer); de vermindering bedraagt

5.*.38 RV

                                 

N

381

g

– 0,51 t/m 1,0 m/s2

   

360

360

               

360

         

N

381

h

– 1,01 t/m 1,5 m/s2

   

500

500

               

500

         

N

381

i

– 1,51 t/m 2,0 m/s2

   

800

800

               

800

         

N

381

j

– meer dan 2,0 m/s2

   

1200

1200

               

1200

         
                                           
      1 – Afmetingen en massa's
                                           
      Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading                                    
      de maximum lengte van het samenstel van voertuigen wordt overschreden, met een overschrijding

5.18.11 en 5.18.20 RV

                                 

P

111

c

– van meer dan 0,50 m en t/m 0,75 m

 

270

270

270

 

270

 

270

270

                 

P

111

d

– van meer dan 0,75 m en t/m 1,00 m

 

400

400

400

 

400

 

400

400

                 
                                           
      Lengte deelbaar; uitstekende lading achterzijde                                    
      de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (categorie 12 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding

5.18.12 RV

                                 

P

121

c

– van meer dan 0,50 m en t/m 0,75 m

   

400

                 

400

         

P

121

d

– van meer dan 0,75 m en t/m 1,00 m

   

600

                 

600

         
                                           
      een beladen samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen, langer is dan 20,75 m, een overschrijding

5.18.13 lid 2 RV

                                 

P

130

k

– van meer dan 0,50 m en t/m 0,75 m

   

400

                 

400

         

P

130

l

– van meer dan 0,75 m en t/m 1,00 m

   

600

                 

600

         
                                           
      Lengte; ondeelbare lading                                    
                                           
      de in lengte ondeelbare lading aan de voorzijde van een bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, meer dan 4,30 m voor het hart van de voorste as uitsteekt, een overschrijding

5.18.13 RV

                                 

P

130

p

– van meer dan 0,50 m t/m 0,75 m

   

400

                             

P

130

q

– van meer dan 0,75 m t/m 1,00 m

   

600

                             
                                           
      de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg of een aanhangwagen, met een maximum van 5 m, bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde met een maximum van 5 m (categorie 12 en 13 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding

5.18.13 RV

                                 

P

131

c

– van meer dan 0,50 m en t/m 0,75 m

   

400

                 

400

400

       

P

131

d

– van meer dan 0,75 m en t/m 1,00 m

   

600

                 

600

600

       
                                           
      Breedte; ondeelbare lading                                    
                                           
      het voertuig met inbegrip van de ondeelbare lading de maximum breedte overschrijdt, een overschrijding

5.18.14 lid 2 RV

                                 

P

142

b

– van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m

   

480

                 

480

480

       
                                           
      Massa                                    
      de som van de aslasten van de aangekoppelde middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 12.000 kg meer bedraagt dan 1,5 maal de som van aslasten van het trekkend motorvoertuig, een overschrijding met

5.18.31 RV

                                 

P

310

c

– meer dan 50 % t/m 75 %

                       

360

         

P

310

d

– meer dan 75 %

                       

500

         
                                           
      3 – Reminrichting
                                           
      niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt

5.18.35 lid 1 RV

                                 

P

350

c

– 1,01 t/m 1,5 m/s2

 

360

   

360

360

                       

P

350

d

– 1,51 t/m 2,0 m/s2

 

500

   

500

500

                       

P

350

e

– meer dan 2,0 m/s2

 

800

   

800

800

                       
                                           
      niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt

5.18.35 lid 1 RV

                                 

P

350

g

– 0,51 t/m 1,0 m/s2

   

360

360

                           

P

350

h

– 1,01 t/m 1,5 m/s2

   

500

500

                           

P

350

i

– 1,51 t/m 2,0 m/s2

   

800

800

                           

P

350

j

– meer dan 2,0 m/s2

   

1200

1200

                           
                                           
      de remvertraging van het samenstel niet voldoet aan die van het trekkend voertuig, de vermindering bedraagt

5.18.35 lid 2 RV

                                 

P

351

c

– 1,01 t/m 1,5 m/s2

             

360

360

                 

P

351

d

– 1,51 t/m 2,0 m/s2

             

500

500

                 

P

351

e

– meer dan 2,0 m/s2

             

800

800

                 
      Afdeling B. Verkeer te water
       
      Categorie-indeling E (scheepvaartwetgeving)
     

1 – (gezagvoerder) schipper;

     

2 – bestuurder;

     

3 – bemanningslid;

     

4 – waterskiër;

     

5 – werkgever;

     

6 – exploitant;

     

7 – eigenaar of houder;

     

8 – een ieder.

       
     

Nummers W 500 – W 530; W 065 – W 182: Binnenvaartpolitiereglement (BPR), Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (BABS), Scheepvaartreglement Eemsmonding (SRE), Plaatselijk geldende verordeningen (Pl.V)

     

Feit

Artikel

Tarief in euro per feit en per categorie

         

1

2

3

4

5

6

7

8

      Snelle motorboten                  
      als schipper van een snelle motorboot aan de scheepvaart deelnemen zonder dat, dan wel als eigenaar of houder er niet mede zorg voor hebben gedragen dat                  

W

500

a

– de snelle motorboot is geregistreerd

8.01 lid 1 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR

90

         

90

 

W

500

b

– de snelle motorboot ten name van de huidige eigenaar is geregistreerd

8.01 lid 1 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR

60

         

60

 

W

500

c

– het registratiebewijs aan boord van de snelle motorboot is

8.01 lid 2 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR

60

         

60

 

W

500

d

– de snelle motorboot is voorzien van het registratieteken

8.02 lid 1 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR

90

         

90

 

W

500

e

– het registratieteken op de voorgeschreven wijze op de snelle motorboot is aangebracht

8.02 lid 1 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR

90

         

90

 

W

500

f

– de snelle motorboot is voorzien van het in verband met de constructie voorgeschreven registratieteken van 100 x 60 x 15mm

8.02 lid 2 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR

90

         

90

 

W

500

g

– de snelle motorboot op de juiste wijze is voorzien van het in verband met de constructie voorgeschreven registratieteken van 100 x 60 x 15 mm

8.02 lid 2 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR

90

         

90

 

W

500

h

– Bij de snelle motorboot de afgewerkte gassen door een behoorlijk geluiddempende voorziening worden afgevoerd

8.03 aanhef en onder b jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR

120

         

120

 

W

500

i

– de snelle motorboot is voorzien van een technische inrichting waardoor Bij het onderbreken van de besturing de middelen tot voortbeweging onmiddellijk tot stilstand of nagenoeg tot stilstand komen (dodemansknop)

8.03 aanhef en onder d jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR

160

         

160

 

W

500

j

– aan boord van de snelle motorboot een deugdelijk brandblusapparaat is

8.03 aanhef en onder f jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR

90

         

90

 
                         
      als schipper van een snelle motorboot aan de scheepvaart deelnemen zonder dat, dan wel als eigenaar of houder er niet mede zorg voor hebben gedragen dat een reddingsvest onder handbereik is voor ieder der opvarenden aan boord van de snelle motorboot

8.03 aanhef en onder e jo. 1.02 lid 2 en 8.04 BPR

               

W

501

a

– één ontbreekt

 

30

         

30

 

W

501

b

– twee ontbreken

 

45

         

45

 

W

501

c

– drie ontbreken

 

65

         

65

 

W

501

d

– vier ontbreken

 

100

         

100

 

W

501

e

– vijf of meer ontbreken

 

160

         

160

 
                         

W

514

 

als bestuurder van een snelle motorboot, die qua constructie niet veilig staande kan worden bestuurd, tijdens het varen niet zijn gezeten op de voor hem bestemde zitplaats

8.05 lid 1 aanhef en onder a jo.8.05 lid 4 BPR

 

90

           

W

516

 

als bestuurder van een snelle motorboot deze, niet vanaf een gesloten binnenbesturing, staande besturen zonder een reddingsvest te dragen

8.05 lid 5 BPR

 

60

           

W

518

 

als bestuurder van een snelle motorboot varen zonder gebruik te maken van de dodemansknop

8.05 lid 1 aanhef en onder b jo. 8.03 onder d BPR

 

160

           

W

528

 

waterskiën, doen waterskiën of op soortgelijke wijze van de vaarweg gebruik maken, waar c.q. wanneer dat verboden is

8.06 lid 2 jo. 1.02 lid 2 BPR

160

160

 

160

     

160

W

529

a

als bestuurder van een snelle motorboot zich zodanig gedragen dat hinder of gevaar voor andere gebruikers van het vaarwater wordt veroorzaakt

8.05 lid 1 aanhef en onder c BPR

 

160

           

W

529

b

als waterskiër of persoon die op soortgelijke wijze van de vaarweg gebruik maakt, zich zodanig gedragen, dat gevaar of hinder voor andere gebruikers van de vaarweg kan worden veroorzaakt

8.06 lid 4 BPR

     

160

     

160

W

530

 

als bestuurder van een snelle motorboot één of meer waterskiërs of personen, die op soortgelijke wijze van de vaarweg gebruik maken, voortbewegen zonder zich bij te laten staan door een medeopvarende van tenminste 15 jaar oud als uitkijk

8.06 lid 3 BPR

 

160

           
                         
      Snelheidsovertredingen                  
      als schipper van een snelle motorboot sneller varen dan 20 km/h, waar dat verboden is, met een overschrijding

8.06 lid 1 BPR

               

W

065

a

– tot 6 km/h

 

60

             

W

065

b

– van 6 tot 15 km/h

 

90

             

W

065

c

– van 15 tot 25 km/h

 

130

             
                         
      als schipper van een klein schip sneller varen dan toegestaan, met een overschrijding

5.01 BPR ivm verkeersteken B6 of bekendmaking 13 BABS

               

W

075

a

– tot 6 km/h

 

60

             

W

075

b

– van 6 tot 15 km/h

 

90

             

W

075

c

– van 15 tot 25 km/h

 

130

             
                         
      Overige                  

W

150

 

als schipper van een in art. 1.09 lid 1 aanhef en onder b BPR bedoeld schip varen terwijl het sturen niet wordt verricht door een daartoe bekwaam en tenminste 16 jaar oud persoon

1.09 lid 1 aanhef en onder b BPR

130

             

W

152

 

als schipper van een snelle motorboot varen terwijl het sturen niet wordt verricht door een daartoe bekwaam en tenminste 18 jaar oud persoon

1.09 lid 1 aanhef en onder a BPR

130

             

W

156

 

geen bijgewerkt exemplaar van het Binnenvaartpolitiereglement aan boord aanwezig hebben

1.11 lid 1 BPR

30

             
                         
      bij het meren of verhalen gebruik maken van                  

W

158

a

– verkeerstekens

1.13 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder b BPR

90

           

90

W

158

b

– andere voorwerpen dan die daarvoor bestemd zijn

7.04 lid 3 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder b BPR

90

           

90

W

160

a

varen met een zeilplank op een voor de doorgaande vaart bestemd gedeelte van een in de bijlage 16 van het BPR opgenomen vaarweg

9.05 lid 1 BPR

160

           

160

W

160

b

varen met een door een vlieger voortbewogen zeilplank

9.05 lid 2 BPR

160

           

160

W

162

 

als schipper van een zeilplank, daarmee varen in een gedeelte van de vaarweg waar dit verboden is

PL.V

160

             
                         
      als schipper deelnemen aan de scheepvaart terwijl de voorgeschreven kentekens niet zijn aangebracht, te weten op een                  

W

164

a

– groot schip

2.01 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder a BPR

60

       

60

   

W

164

b

– klein schip

2.02 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder a BPR

60

       

60

   
                         
      als schipper deelnemen aan de scheepvaart terwijl de voorgeschreven kentekens niet op de voorgeschreven wijze zijn aangebracht, te weten op een                  

W

166

a

– groot schip

2.01 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder a BPR

60

       

60

   

W

166

b

– klein schip

2.02 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder a BPR

60

       

60

   
                         

W

170

 

als schipper varen in strijd met een duidelijk zichtbaar geplaatst en voor hem geldend verbodsteken als bedoeld onder A.1 van de bijlage 7 van het BPR

6.08 aanhef en onder a BPR

240

             

W

180

 

als persoon die zwemt dan wel die op andere wijze watersport zonder schip bedrijft niet voldoende afstand houden van een varend schip, varend drijvend voorwerp of drijvend werktuig in bedrijf

8.08 lid 1 BPR

             

90

W

181

a

zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven bij een wachtplaats, of in de onmiddellijke nabijheid van een brug, een sluis of een stuw

8.08 lid 2 aanhef en onder a BPR

             

90

W

181

b

zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in een gedeelte van de vaarweg bestemd voor doorgaande scheepvaart

8.08 lid 2 aanhef en onder b BPR

             

90

W

181

c

zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in de route van een veerpont

8.08 lid 2 aanhef en onder c BPR

             

90

W

181

d

zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in een haven of nabij de ingang daarvan

8.08 lid 2 aanhef en onder d BPR

             

90

W

181

e

zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in de nabijheid van een meergelegenheid

8.08 lid 2 aanhef en onder e BPR

             

90

W

181

f

zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in gebied dat is aangewezen voor snelvaren of waterskiën

8.08 lid 2 aanhef en onder f BPR

             

90

W

181

g

zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in een door een bevoegde autoriteit aangewezen verboden gebied

8.08 lid 2 aanhef en onder g BPR

             

90

W

182

a

in het vaarwater van de Eemsmonding waterskiën of varen met waterscooters

22 lid 1 SRE

160

           

160

W

182

b

in de Eemsmonding varen met zeilplank in het vaarwater of buiten het vaarwater op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wateroppervlakken

22 lid 3 SRE

160

           

160

W

182

c

's nachts, bij beperkt zicht of gedurende de door de bevoegde autoriteit vastgestelde tijd waterskiën of varen met waterscooter of zeilplank op de vrijgegeven wateroppervlakken van de Eemsmonding

22 lid 4 SRE

160

           

160

                         
     

Nummers W 300 – W 310: Binnenvaartwet (BVW), Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR), Binnenvaartpolitiereglement (BPR)

                         
      als schipper van een schip op binnenwateren varen zonder in het bezit te zijn van een geldig

25 lid 4 BVW jo. 17 BVB

               

W

300

b

– klein vaarbewijs

 

360

             
                         
      als schipper niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven                  

W

305

a

– een geldig certificaat van onderzoek of een het certificaat van onderzoek vervangend document

7 lid 1 BVW

60

             

W

305

b

– een geldig vaarbewijs of een het vaarbewijs vervangend document

25 lid 4 BVW

60

             

W

305

c

– een geldige meetbrief

21 lid 1 BVW

60

             
                         
      niet op eerste vordering de vereiste bescheiden en documenten overleggen

1.10 lid 4 RPR/BPR

               

W

310

a

– één document

 

60

 

60

       

60

W

310

b

– twee documenten

 

90

 

90

       

90

W

310

c

– drie documenten

 

130

 

130

       

130

W

310

d

– vier documenten

 

200

 

200

       

200

W

310

e

– vijf documenten

 

300

 

300

       

300

                         
     

Nummers W 601 – W 619; W 701 – W 711: Binnenvaartpolitiereglement (BPR), Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (BABS), Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR), Scheepvaartreglement voor het kanaal van Gent naar Terneuzen (SRKGT), Scheepsvaartreglement Gemeenschappelijke Maas (SRGM), Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 (SRW), Scheepvaartreglement Eemsmonding (SRE)

                         
      Verkeerstekens. Bijlage 7 BPR
                         
      A. Verbodstekens

W

601

a

met een schip in- uit- of doorvaren waar dat verboden is (verkeersteken A.1)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.1 cq bekendmaking 13 BABS

240

 

240

       

240

W

601

b

met een schip varen waar dat verboden is (verkeersteken A.1 a) (uitgezonderd klein schip, zonder motor)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.1a cq bekendmaking 13 BABS

90

 

90

       

90

W

602

a

met een groot schip het verbod voorbijlopen negeren (verkeersteken A.2)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.2 cq bekendmaking 13 BABS

240

 

240

       

240

W

602

b

met een klein schip het verbod voorbijlopen negeren (verkeersteken A.2)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.2 cq bekendmaking 13 BABS

130

 

130

       

130

W

603

 

met een samenstel het verbod voorbijlopen voor samenstellen onderling negeren (verkeersteken A.3) (nvt als één van beide een duwstel is dat kleiner is dan 110 x 12 m)

5.01 BPR/RPR en 51 SRKGT alle jo. verkeersteken A.3 cq bekendmaking 13 BABS

240

 

240

       

240

W

604

a

met een groot schip het verbod ontmoeten en voorbijlopen bij engte negeren (verkeersteken A.4)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.4 cq bekendmaking 13 BABS

240

 

240

       

240

W

604

b

met een klein schip het verbod ontmoeten en voorbijlopen bij engte negeren (verkeersteken A.4)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.4 cq bekendmaking 13 BABS

130

 

130

       

130

W

605

a

met een schip het verbod ligplaats te nemen (ankeren en meren) aan de zijde van de vaarweg waar bord is geplaatst negeren (verkeersteken A.5)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.5 cq bekendmaking 13 BABS

130

 

130

       

130

W

605

b

met een schip het verbod ligplaats te nemen (ankeren en meren) binnen de in meters aangegeven breedte te rekenen vanaf het bord negeren (verkeersteken A.5.1)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.5.1 cq bekendmaking 13 BABS

130

 

130

       

130

W

606

 

met een schip het verbod te ankeren negeren of negeren van het verbod ankers, kabels en kettingen laten slepen aan de zijde van de vaarweg waar het bord is geplaatst (verkeersteken A.6)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.6 cq bekendmaking 13 BABS

240

 

240

       

240

W

607

 

met een schip het verbod te meren negeren aan de zijde van de vaarweg waar het bord is geplaatst (verkeersteken A.7)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.7 cq bekendmaking 13 BABS

130

 

130

       

130

W

608

 

met een schip het verbod te keren negeren (verkeersteken A.8)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.8 cq bekendmaking 13 BABS

240

 

240

       

240

W

609

 

met een schip het verbod hinderlijke waterbeweging te veroorzaken negeren (verkeersteken A.9)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.9 cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

610

 

met een schip het verbod buiten de aangegeven begrenzing te varen negeren (verkeersteken A.10)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.10 cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

611

a

met een schip het verbod in-, uit- of doorvaren negeren (wordt aanstonds toegestaan) (verkeersteken A.11)

5.01 BPR/RPR en 51 SRKGT alle jo. verkeersteken A.11 cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

611

b

met een schip het verbod doorvaren negeren, terwijl stilhouden redelijkerwijs mogelijk was (verkeersteken A.11.1)

5.01 BPR/RPR en 51 SRKGT alle jo. verkeersteken A.11.1 cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

612

 

met een motorschip het verbod voor motorschepen negeren (verkeersteken A.12)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.12 cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

613

 

met een klein schip het verbod voor kleine schepen negeren (verkeersteken A.13)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.13 cq bekendmaking 13 BABS

90

 

90

       

90

W

614

 

met een schip het verbod te waterskiën negeren (verkeersteken A.14)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.14 cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

615

 

met een zeilschip het verbod voor zeilschepen negeren (verkeersteken A.15)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.15 cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

616

 

met een door spierkracht voortbewogen schip het verbod voor door spierkracht voortbewogen schepen negeren (verkeersteken A.16)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.16 cq bekendmaking 13 BABS

60

 

60

       

60

W

617

 

met een zeilplank het verbod voor zeilplanken negeren (verkeersteken A.17)

5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.17 cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

618

 

met een snelle motorboot het verbod einde van het vaarweggedeelte waar door snelle motorboten zonder beperking van de snelheid mag worden gevaren negeren (verkeersteken A.18)

5.01 BPR/ SRGM beide jo. verkeersteken A.18 cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

619

 

met een waterscooter het verbod voor waterscooters negeren (verkeersteken A.19)

5.01 BPR/ RPR beide jo. verkeersteken A.19 cq bekendmaking 13 BABS

160

           

160

                         
      B. Gebodstekens en -regels

W

701

a

met een schip de verplichting te varen in de richting aangegeven door de pijl negeren (verkeersteken B.1a)

6.12/5.01 BPR/ RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B.1a cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

701

b

met een schip de verplichting te varen in de richting aangegeven door de pijl negeren (verkeersteken B.1b)

6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B.1b cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

702

a

met een groot schip de verplichting zich naar de bakboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2a)

6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2a cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

702

b

met een groot schip de verplichting zich naar de stuurboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2b)

6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2b cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

702

c

met een klein schip de verplichting zich naar de bakboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2a)

6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2a cq bekendmaking 13 BABS

90

 

90

       

90

W

702

d

met een klein schip de verplichting zich naar de stuurboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2b)

6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2b cq bekendmaking 13 BABS

90

 

90

       

90

W

703

a

met een groot schip de verplichting de bakboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3a)

6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3a cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

703

b

met een groot schip de verplichting de stuurboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3b)

6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3b cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

703

c

met een klein schip de verplichting de bakboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3a)

6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3a cq bekendmaking 13 BABS

90

 

90

       

90

W

703

d

met een klein schip de verplichting de stuurboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3b)

6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3b cq bekendmaking 13 BABS

90

 

90

       

90

W

703

e

met een schip bij slecht zicht niet zo veel mogelijk aan de stuurboordszijde van het vaarwater varen

6.30 lid 2 BPR, 9.11 RPR, 6.30 lid 6 SRGM

240

 

240

       

240

W

703

f

met een klein schip niet zoveel mogelijk aan stuurboordszijde van het vaarwater varen op een aangegeven vaarweg van bijlage 15 onder a BPR

9.04 lid 2 jo. bijlage 15 onder a BPR

90

 

90

       

90

W

703

g

met een afvarend schip vóór het invaren van het boventoeleidingskanaal van de sluizen bij Grave en Limmel niet zo dicht mogelijk langs de rechteroever varen

11.01 lid 1 tweede volzin BPR

160

 

160

       

160

W

703

h

met een afvarend schip vóór het invaren van de boventoeleidingskanalen van de sluizen bij Roermond, Belfeld en Sambeek alsmede bij het bevaren van het boventoeleidingskanaal van de sluizen bij Roermond niet zo dicht mogelijk langs de linkeroever varen

11.01 lid 1 eerste volzin BPR

160

 

160

       

160

W

703

i

met een schip dat in het kanaal van Gent naar Terneuzen vaart en de richting ervan volgt, niet zo dicht als veilig en uitvoerbaar is, de oever van het kanaal aan stuurboordszijde houden

9 lid 1 SRKGT

160

             

W

703

k

met een schip dat in een vaargeul vaart en de richting ervan volgt niet, zo dicht als veilig en uitvoerbaar is, de rand van de vaargeul aan stuurboordszijde houden (Westerschelde)

9 lid 1 SRW

160

             

W

703

l

met een schip met een lengte van 12 m of meer dat stroomopwaarts van het Oude Hoofd van Walsoorden buiten de vaargeul vaart en de richting ervan volgt niet, zo dicht als veilig en uitvoerbaar is, stuurboordswal houden

9 lid 2 SRW

160

             

W

703

m

zich met een schip met een lengte van minder dan 12 m, niet uit de hoofdvaargeul verwijderd houden, terwijl dit veilig en uitvoerbaar is (stroomopwaarts van het Oude Hoofd van Walsoorden of in de Sardijngeul en het Oostgat tussen de parallel van het licht ‘Noorderhoofd’ en de parallel van het licht ‘Leugenaar’)

9 lid 3 SRW

90

             

W

703

o

met een schip in het vaarwater van de Eemsmonding niet zoveel mogelijk aan de rechterzijde varen

15 lid 1 SRE

160

             

W

704

a

met een groot schip de verplichting het vaarwater over te steken naar bakboord negeren (verkeersteken B.4a)

6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGMT jo. verkeersteken B.4a cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

704

b

met een groot schip de verplichting het vaarwater over te steken naar stuurboord negeren (verkeersteken B.4b)

6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGMT jo. verkeersteken B.4b cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

704

c

met een klein schip de verplichting het vaarwater over te steken naar bakboord negeren (verkeersteken B.4a)

6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.4a cq bekendmaking 13 BABS

90

 

90

       

90

W

704

d

met een klein schip de verplichting het vaarwater over te steken naar stuurboord negeren (verkeersteken B.4b)

6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.4b cq bekendmaking 13 BABS

90

 

90

       

90

W

705

 

met een schip de verplichting vóór het bord stil te houden onder bepaalde omstandigheden negeren (verkeersteken B.5)

6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.5 cq bekendmaking 13 BABS

90

 

90

       

90

     

met een groot schip geen gevolg geven aan de verplichting om de vaarsnelheid te beperken zoals is aangegeven door middel van verkeersteken B.6 (in km/h); overschrijding

6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.6

               

W

706

a

– tot 2 km/h

 

180

 

180

       

180

W

706

b

– van 2 tot 3 km/h

 

270

 

270

       

270

W

706

c

– van 3 tot 4 km/h

 

400

 

400

       

400

W

706

d

– van 4 tot 5 km/h

 

600

 

600

       

600

W

706

e

– met meer dan 5 km/h

 

900

 

900

       

900

                         
      met een groot schip geen gevolg geven aan de verplichting de vaarsnelheid te beperken zoals is aangegeven (in km/h); overschrijding

5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle ivm bekendmaking 13 BABS

               

W

706

g

– tot 2 km/h

 

180

 

180

       

180

W

706

h

– van 2 tot 3 km/h

 

270

 

270

       

270

W

706

i

– van 3 tot 4 km/h

 

400

 

400

       

400

W

706

k

– van 4 tot 5 km/h

 

600

 

600

       

600

W

706

l

– met meer dan 5 km/h

 

900

 

900

       

900

                         

W

707

 

met een schip de verplichting een geluidssein te geven negeren (verkeersteken B.7)

6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.7 cq bekendmaking 13 BABS

90

 

90

       

90

W

708

 

met een schip de verplichting bijzonder op te letten negeren (verkeersteken B.8)

6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.8 cq bekendmaking 13 BABS

90

 

90

       

90

W

709

a

met een schip in strijd met verkeersteken B. 9a het hoofdvaarwater opvaren of oversteken, waardoor schepen op het hoofdvaarwater worden genoodzaakt hun koers of snelheid te wijzigen

5.01 BPR, 51 SRKGT beide jo. verkeersteken B.9a cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

709

b

met een schip in strijd met verkeersteken B. 9b het hoofdvaarwater opvaren of oversteken, waardoor schepen op het hoofdvaarwater worden genoodzaakt hun koers of snelheid te wijzigen

5.01 BPR, 51 SRKGT beide jo. verkeersteken B.9b cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

W

709

c

met een schip in strijd met verkeersteken B. 9a het hoofdvaarwater opvaren of oversteken, waardoor schepen op het hoofdvaarwater worden genoodzaakt hun koers of snelheid te wijzigen (NB 6.02 RPR: geldt niet voor grote schepen t.o.v. kleine schepen of slepen en gekoppelde samenstellen die uit kleine schepen bestaan)

6.16/5.01 RPR jo. verkeersteken B.9 a

160

 

160

       

160

W

709

d

met een schip in strijd met verkeersteken B. 9b het hoofdvaarwater opvaren of oversteken, waardoor schepen op het hoofdvaarwater worden genoodzaakt hun koers of snelheid te wijzigen (NB 6.02 RPR: geldt niet voor grote schepen t.o.v. kleine schepen of slepen en gekoppelde samenstellen die uit kleine schepen bestaan)

6.16/5.01 RPR jo. verkeersteken B.9b

160

 

160

       

160

W

711

 

met een schip de verplichting gebruik te maken van marifoon overeenkomstig de daartoe bij algemene regeling vastgestelde voorschriften negeren (verkeersteken B.11(a/b))

5.01 BPR/ RPR, 51 SRKGT alle jo. verkeersteken B.11(a/b) cq bekendmaking 13 BABS

160

 

160

       

160

      Afdeling C. Milieu
       
      Categorie-indeling B:
     

1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;

     

2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;

     

3 – Bromfietsers en snorfietsers;

     

4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;

     

5 – Voetgangers;

     

6 – Overige weggebruikers;

     

7 – Schippers/gezagvoerders;

     

8 – Een ieder.

       
     

NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen

       
     

Nummers H 002 – H 110: Wet Milieubeheer (Wm), Wet Bodembescherming (WBB), Wet verontreiniging oppervlakte wateren (WVO), de Model-Algemene plaatselijke verordening of Modelafvalstoffenverordening (Pl. V)

       
      Afvalstoffen
     

Feit

Artikel

Tarief in euro per feit en per categorie

         

1

2

3

4

5

6

7

8

      Aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen                  

H

002

 

huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aanbieden, terwijl men geen gebruiker van het perceel is

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

60

H

003

a

de aangewezen categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanbieden aan anderen dan de aangewezen inzameldienst of inzamelaar

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

60

H

004

 

huishoudelijke afvalstoffen anders aanbieden dan via het aangewezen of verstrekte inzamelmiddel

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

60

H

005

 

andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via inzamelmiddel aanbieden, dan waarvoor het is bestemd

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

60

H

006

 

huishoudelijke afvalstoffen niet op de voorgeschreven wijze aanbieden

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

60

H

007

 

afvalstoffen via het voor dat perceel toegewezen inzamelmiddel aanbieden, terwijl men niet de gebruiker van dat perceel is

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

60

H

008

 

via een inzamelvoorziening voor groep percelen of op wijkniveau andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanbieden, dan de categorie waarvoor de inzamelvoorziening bestemd is

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

60

H

009

 

huishoudelijke afvalstoffen niet op de voorgeschreven wijzen via een inzamelvoorziening voor groep percelen of op wijkniveau aanbieden

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

60

H

010

 

via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanbieden, dan de categorie waarvoor het brengdepot bestemd is

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

60

H

011

 

huishoudelijke afvalstoffen niet op de voorgeschreven wijzen via brengdepot op lokaal of regionaal niveau aanbieden

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

60

H

012

 

categorieën huishoudelijke afvalstoffen, die zonder inzamelmiddel moeten worden aangeboden, niet op de voorgeschreven wijze ter inzameling aanbieden

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

60

H

013

 

huishoudelijke afvalstoffen op andere dan de vastgestelde dagen en tijden ter inzameling aanbieden

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

60

                         
      Aanbieden van andere dan huishoudelijke afvalstoffen                  

H

014

 

andere categorieën van afvalstoffen dan huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst aanbieden

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

60

H

015

 

de door het College aangewezen categorieën van afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen, niet op de voorgeschreven wijze ter inzameling aanbieden

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

60

                         
      Doorzoeken van afvalstoffen                  

H

016

 

afvalstoffen die ter inzameling gereed staan doorzoeken en verspreiden

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

90

                         
      Handelingen verrichten met huishoudelijk afval, waardoor verontreiniging kan ontstaan                  
                         

H

017

 

andere afvalstoffen dan straatafval achterlaten in daartoe van gemeentewege geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

90

H

020

 

afvalstoffen, stoffen of voorwerpen laden, lossen, vervoeren of andere werkzaamheden verrichten, zodanig dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan worden beïnvloed

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

90

H

022

 

straatafval achterlaten in de openbare ruimte zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

90

H

096

 

als particulier een afvalstof, stof of voorwerp buiten een daarvoor bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer op of in de bodem brengen, storten, houden, achterlaten of anderszins plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

160

                         
      als particulier handelingen verrichten met betrekking tot een hoeveelheid niet gevaarlijk afval, waardoor de bodem kan worden verontreinigd of aangetast zonder maatregelen te nemen die verontreiniging of aantasting te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken

13 WBB

               

H

102

a

– tot en met 1 m3

               

300

H

102

b

– tussen 1 m3 en tot en met 2 m3

               

650

H

102

c

– tussen 2 m3 en tot en met 3 m3

               

950

                         
      Verbranden van afval                  

H

101

 

als particulier verbranden van afval waardoor de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, zonder maatregelen te nemen die verontreiniging of aantasting voorkomen, beperken of ongedaan maken

13 WBB en 10.2 Wm

             

300

                         
      Huishoudelijk afval in riolering                  

H

099

 

als particulier zich van afvalwater of afvalstoffen ontdoen door deze anders dan vanuit een inrichting te laten weglopen in een rioolput

10.30 lid 1 Wm

             

300

                         
      Afvalstoffen storten, in bodem brengen, verbranden                  

H

025

 

als particulier zich van een afvalstof ontdoen door deze buiten een inrichting te storten, op of in de bodem te brengen of te verbranden

10.2 Wm

             

160

                         
      Wrakken                  

H

019

 

afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer opslaan of opgeslagen hebben

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

160

H

107

 

een voertuigwrak plaatsen of aanwezig hebben op de weg

Pl.V

             

160

H

109

 

zich als eigenaar of kentekenhouder ontdoen van een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit Beheer Autowrakken

Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm

             

240

                         
      Handelingen verrichten waardoor de bodem kan worden verontreinigd                  
                         

H

100

 

als particulier handelingen verrichten, met betrekking tot een voertuig, waardoor de bodem wordt/kan worden verontreinigd of aangetast zonder maatregelen te nemen die verontreiniging of aantasting te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken

13 WBB

             

300

H

103

 

niet voldoen aan de lozingsvoorschriften gesteld bij of krachtens het lozingsbesluit open teelt en veehouderij

4, 5 en 19 LBOTV

             

300

                         
      niet voldoen aan de lozingsvoorschriften gesteld bij of krachtens                  

H

528

a

– lozingenbesluit WVO bodemsanering en proefbronnering

15 LWVOBP

             

950

H

528

c

– lozingsbesluit vaste objecten

14 t/m 24 en 28 LBVO

             

300

                         
     

Nummers H 631 – H 670: Visserijwet 1963 (ViW), Besluit verbod gebruik van levende aasvis (BLVA), Reglement voor de Binnenvisserij 1985 (RB) en Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985 (RMGT)

                         
      Kustvisserij                  
                         
      Documenten                  
      de kustvisserij uitoefenen zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het visrecht van dat water, met

7 lid 1 ViW

               

H

631

a

– meer dan twee hengels

               

60

                         
      de kustvisserij uitoefenen of plegen uit te oefenen en niet op eerste vordering van een opsporingsambtenaar ter inzage afgeven

55 lid 1 sub b ViW

               

H

633

a

– de schriftelijke toestemming (meer dan twee hengels)

               

60

H

633

b

– de schriftelijke toestemming (bij overige toegestane vistuigen)

               

390

                         
      Binnenvisserij                  
                         
      Documenten                  
      de binnenvisserij uitoefenen met vistuigen, anders dan een of meer hengels of een of meer peuren, zonder een geldige akte te kunnen tonen, met

10 lid 1 ViW

               

H

643

a

– één vistuig

               

130

H

643

b

– twee of meer vistuigen

               

200

                         
      de binnenvisserij uitoefenen zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het visrecht van dat water, met

21 lid 1 ViW

               

H

645

a

– één of twee hengels

               

90

H

645

b

– één peur

               

130

H

645

c

– meer dan twee hengels

               

200

H

645

d

– twee of meer peuren of met andere toegestane vistuigen

               

200

                         
      de binnenvisserij uitoefenen of plegen uit te oefenen en niet op eerste vordering van een opsporingsambtenaar ter inzage afgeven

55 lid 1 sub b ViW

               

H

647

a

– een geldige akte en/of schriftelijke toestemming (bij vistuigen, anders dan één of meer hengels of peuren)

               

60

H

647

b

– een schriftelijke toestemming (bij één of meer hengels of peuren)

               

60

H

647

c

– de huurovereenkomsten en andere bescheiden

               

60

                         
      Vistuigen                  
      vissen met een toegestaan vistuig dat niet aan de vereiste voorwaarden voldoet, bij

4 RB

               

H

650

a

– 1 of 2 toegestane vistuigen

               

180

                         
      Gesloten tijden (visserij)                  
     

vissen in de periode van 1 april tot en met 31 mei met

                 

H

652

a

– een hengel geaasd met in die periode verboden aas

6 lid 1 a RB

             

60

H

652

b

– een staand net

6 lid 1 e RB

             

180

H

654

 

vissen tijdens de door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij vastgestelde periode, in een door hem aangewezen water

6 lid 3 RB

             

60

H

656

 

vissen tussen twee uur na zonsondergang en één uur voor zonsopgang

7 RB

             

60

                         
      Stuw/vispassage                  

H

660

 

vissen in de Neder-Rijn, de Maas, de Lek of de Overijsselsche Vecht binnen een afstand van 75 m stroomafwaarts van een stuw, in een bij een stuw aangebrachte vispassage of binnen een straal van 25 m voor de bovenmond van deze vispassage

9 RB

             

90

                         
      Voorhanden hebben                  
      een vistuig voorhanden hebben op of in de nabijheid van enig binnenwater

10 lid 1 RB

               

H

662

a

– terwijl het gebruik van dat vistuig in het betrokken water of op dat moment verboden is

               

60

H

662

b

– te weten één of twee hengel(s), terwijl men niet bevoegd of gerechtigd is in dat water te vissen

               

60

H

662

c

– te weten één peur of meer dan twee hengels, terwijl men niet bevoegd of gerechtigd is in dat water te vissen

               

90

H

662

d

– te weten een ander toegestaan vistuig, terwijl men niet bevoegd of gerechtigd is in dat water te vissen

               

180

                         
      Levend aas                  

H

664

 

bij het vissen in kust- of binnenwater levende vis als aas gebruiken

2c lid 2 ViW jo 2 BVLA

             

90

                         
      Geluidhinder                  
                         
     

Nummers H 200 – H 205: Wetboek van strafrecht (WvSr), Plaatselijke verordeningen (Pl.V)

                         

H

200

 

rumoer of burengerucht verwekken waardoor de nachtrust kan worden verstoord

431 WvSr

             

90

H

205

 

als particulier met toestellen of geluidsapparaten dan wel op andere wijze handelingen verrichten, waardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt, of toelaten dat deze handelingen worden verricht

Pl.V

             

90

                         
      Nummers H 300 – H 325c: Plaatselijke verordeningen (Pl.V)
                         

H

300

 

zonder daartoe bevoegd te zijn zich bevinden buiten wegen of paden, die liggen in/op voor publiek toegankelijke parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken dan wel in/tussen aanplantingen, bloemperken, heester- of struikgewassen, die op of aan de weg liggen

Pl.V

             

30

H

305

 

zonder daartoe bevoegd te zijn schade toebrengen aan bomen, heesters, bloemen of grasperken in een park, een bos of op andere dergelijke plaatsen

Pl.V

             

90

H

310

 

met een voertuig rijden door een park/plantsoen of op een niet van de weg deel uitmakende, van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook

Pl.V

90

90

60

35

 

35

   

H

311

 

met een voertuig rijden (crossen) door een park/ plantsoen of op een niet van de weg deel uitmakende, van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook

Pl.V

160

160

110

60

 

60

   

H

315

 

roken in bos, duin dan wel andere dergelijke gebieden op tijd en plaats waarop dit niet is toegestaan

Pl.V

             

90

H

320

 

in de openlucht vuur aanleggen, stoken of hebben

Pl.V

             

180

                         
      als eigenaar of houder van een hond er niet voor zorgen dat deze hond zich niet van uitwerpselen ontdoet

Pl.V

               

H

325

a

– een weggedeelte (mede) bestemd voor voetgangers

               

90

H

325

b

– een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide

               

90

H

325

c

– een andere dan door het College aangewezen plaats

               

90

                         
      Afdeling D. Wetboek van strafrecht
                         
      Categorie-indeling B:
     

1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;

     

2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;

     

3 – Bromfietsers en snorfietsers;

     

4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;

     

5 – Voetgangers;

     

6 – Overige weggebruikers;

     

7 – Schippers/gezagvoerders;

     

8 – Een ieder.

                         
     

NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen

                         
     

Nummers D 505 – D 537: Boek 3 Wetboek van Strafrecht (WvSr)

                         

D

530

 

zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden

453 WvSr

             

60

D

515

 

door het bevoegd gezag naar zijn identiteitsgegevens gevraagd, een valse naam, voornaam, geboortedatum, geboorteplaats, adres waarop hij in de basisadministratie persoonsgegevens als ingezetene staat ingeschreven, of woon- of verblijfplaats opgeven

435, onder 4 WvSr

             

240

                         
      zonder daartoe gerechtigd te zijn zich bevinden

460 WvSr

               

D

535

i

– op grond die bezaaid, bepoot of beplant is, of ter bezaaiing, bepoting of beplanting is gereedgemaakt

 

90

90

60

60

60

60

 

60

D

535

j

– gedurende de maanden mei tot en met oktober op enig wei- of hooiland

 

90

90

60

60

60

60

 

60

D

537

 

zonder daartoe gerechtigd te zijn zich bevinden op eens anders grond, waarvan de toegang hem op voor hem blijkbare wijze verboden is

461 WvSr

60

60

60

60

60

60

60

60

                         
      Afdeling E. Bijzondere wetten
                         
      Categorie-indeling B:
     

1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;

     

2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;

     

3 – Bromfietsers en snorfietsers;

     

4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;

     

5 – Voetgangers;

     

6 – Overige weggebruikers;

     

7 – Schippers/gezagvoerders;

     

8 – Een ieder.

                         
     

NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen

                         
     

Nummers E 100 – E 162: Wet personenvervoer 2000 (Wp 2000), Besluit personenvervoer 2000 (Bp 2000), Spoorwegwet (Spww) en Algemeen Reglement Vervoer (ARV), Reglement Dienst Hoofd en Lokaalspoorwegen (RDHL)

                         
      Vervoerder/bestuurder                  
                         

E

105

b

met een bus of auto meer personen vervoeren dan wel deze bus of auto voor ander vervoer gebruiken dan blijkens het kentekenbewijs is toegestaan.

81 lid 2 Bp 2000

180

             

E

105

c

openbaar vervoer met een bus, besloten busvervoer of taxivervoer of openbaar vervoer met een auto verrichten zonder aanduiding als bedoeld in artikel 29 lid 3 en/of 28 lid 3 van de WVW 1994 op het kentekenbewijs

80 lid 1 Bp 2000

             

300

                         
      geen geldig vergunningbewijs aanwezig hebben in bus of auto waarmee openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer wordt verricht, te weten

5a lid 1 Wp 2000

               

E

106

a

– door hiervoor als bestuurder geen zorg te dragen

 

95

             

E

106

b

– door hiervoor als vervoerder geen zorg te dragen

               

200

                         
      in de auto waarmee taxivervoer wordt verricht geen voor de reiziger zichtbaar vergunningbewijs aanwezig hebben, te weten

5a lid 2 Wp 2000

               

E

107

a

– door hiervoor als bestuurder geen zorg te dragen

 

95

             

E

107

b

– door hiervoor als vervoerder geen zorg te dragen

               

200

                         

E

110

a

een bestuurder met besturen van een bus belasten die niet in het bezit is van een niet ouder dan vijf jaar zijnde geneeskundige verklaring waaruit blijkt dat hij geen lichamelijke of geestelijke afwijkingen heeft welke hem zouden beletten een bus naar behoren te besturen en dat hij beschikt over voldoende gehoor- en gezichtsvermogen

74 lid 1 Bp 2000

             

290

                         
      als bestuurder van een bus

74 lid 3 BP 2000

               

E

111

a

– geen geneeskundige verklaring bij zich hebben

 

95

             

E

111

b

– niet in het bezit zijn van een geneeskundige verklaring

 

200

             

E

112

 

als vervoerder taxivervoer verrichten zonder er voor zorg te dragen dat terstond voor aanvang en na beëindiging van de rit volledig en naar waarheid een controledocument (rittenstaat) wordt ingevuld

127 lid 1 onderdeel d Bp 2000

             

950

E

113

a

als bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht niet in het bezit zijn van een geldige, behoorlijk leesbare chauffeurspas

75 lid 3 Bp 2000

200

             

E

113

aa

een bestuurder belasten met het besturen van een auto, waarmee taxivervoer wordt verricht, zonder dat die bestuurder in het bezit is van een geldige, behoorlijk leesbare chauffeurspas of chauffeurspas onder beperkingen

75 lid 1 en 2 Bp 2000

             

200

                         
      als bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht

75 lid 3 Bp 2000

               

E

113

b

– de chauffeurspas niet bij zich hebben

 

95

             

E

113

c

– de chauffeurspas niet voor de reiziger zichtbaar aanwezig houden in de auto

 

95

             

E

114

 

als vervoerder ten tijde van het aanbieden van het taxivervoer het te hanteren tarief niet duidelijk leesbaar tonen zowel aan de buitenzijde van als binnen in de auto waarmee dat vervoer wordt verricht

73 Bp 2000

             

95

E

115

 

in een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, geen taxameter aanwezig hebben die zichtbaar voor de reiziger de vervoerprijs overeenkomstig de kenbaar gemaakte tarieven aangeeft

127 lid 1a Bp 2000

             

480

E

116

 

de taxameter voldoet niet aan de regels die bij en krachtens de Metrologiewet zijn gesteld

127 lid 1b Bp 2000

             

480

E

117

 

taxivervoer verrichten zonder de in de auto aanwezige taxameter te gebruiken

127 lid 1c Bp 2000

480

             
                         
      Een ieder                  
                         
      de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door het verhinderen of belemmeren van

72 Wp 2000 jo. 52, lid 1a Bp 2000

               

E

120

a

– de bediening en het gebruik van voorzieningen

               

160

E

120

b

– de bediening en het gebruik van een vervoermiddel

               

160

E

120

c

– de taakuitoefening van het personeel van de vervoerder

               

160

                         
      de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door voorzieningen te gebruiken

72 Wp 2000 jo. 52, lid 1b Bp 2000

               

E

121

a

– op een tijdstip waarop deze niet voor gebruik beschikbaar zijn

               

60

E

121

b

– op een andere dan de daarvoor bestemde wijze

               

60

E

121

c

de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door misbruik te maken van voorzieningen

72 Wp 2000 jo. 52, lid 1b Bp 2000

             

60

                         
      de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door een vervoermiddel te gebruiken

72 Wp 2000 jo. 52, lid 1b Bp 2000

               

E

122

a

– op een tijdstip waarop deze niet voor gebruik beschikbaar is

               

60

E

122

b

– op een andere dan de daarvoor bestemde wijze

               

60

E

123

 

de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door stoffen of voorwerpen uit een vervoermiddel te werpen

72 Wp 2000 jo. 52, lid 1c Bp 2000

             

60

                         
      de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door zich

72 Wp 2000 jo. 52, lid 1d Bp 2000

               

E

124

a

– in kennelijke staat van dronkenschap te bevinden

               

60

E

124

b

– onder kennelijke invloed van verdovende middelen te bevinden

               

60

E

125

a

de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door te roken in, een gedeelte van, een vervoermiddel, waarvan de vervoerder heeft aangegeven dat dit niet is toegestaan

72 Wp 2000 jo. 52, lid 1i Bp 2000

             

60

E

125

b

de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door te roken in, een gedeelte van, een station, waarvan de vervoerder heeft aangegeven dat dit niet is toegestaan

72 Wp 2000 jo. 52, lid 1i Bp 2000

             

60

E

126

 

de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door zich te bevinden op een, gedeelte van een, station of halte op een tijdstip dat deze gesloten dan wel niet toegankelijk is

72 Wp 2000 jo. 52, lid 1j Bp 2000

             

60

E

127

 

de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door zich op een station of halte te begeven langs een andere dan de daarvoor bestemde weg

72 Wp 2000 jo. 52, lid 1k Bp 2000

             

60

E

128

 

niet opvolgen van de aanwijzingen betreffende de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang, die door of vanwege de vervoerder duidelijk kenbaar zijn gemaakt

73 Wp 2000

             

60

                         
      de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door

72 Wp 2000 jo. 52,

               

E

129

a

– zodanig geluid voort te brengen dat anderen daarvan hinder ondervinden

lid 1e Bp 2000

             

90

E

129

b

– het uitoefenen van een beroep, bedrijf of het aanbieden van diensten

lid 1f Bp 2000

             

90

E

129

c

– het tentoonstellen van voorwerpen, maken van reclame of propaganda

lid 1g Bp 2000

             

60

E

129

d

– het verspreiden van drukwerken (uitsluitend handelsreclame)

lid 1g Bp 2000

             

60

E

129

f

– hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging te veroorzaken of te kunnen veroorzaken door dieren, stoffen of voorwerpen in een vervoermiddel mee te nemen

lid 1h Bp 2000

             

60

E

129

g

– het op andere wijze veroorzaken of kunnen veroorzaken van hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging

lid 1l Bp 2000

             

60

E

138

 

het niet opvolgen van de aanwijzingen betreffende de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang, die door of vanwege de spoorweg duidelijk kenbaar zijn gemaakt

7 ARV

             

60

E

145

 

op of langs de spoorweg rijden of lopen

43 jo. 63 Spww

             

90

E

146

 

paarden, vee of andere dieren op of langs de spoorweg drijven of laten lopen

44 jo. 63 Spww

             

90

E

149

 

zich op of langs gedeelten van een hoofdspoorweg, met uitzondering van een perron, die niet zijn gelegen in een gelijkvloerse kruising met een weg of in een voor het openbaar verkeer openstaande weg, bevinden of daarop of daarlangs dieren drijven of laten lopen

22 lid 1 onderdeel c Spww (nieuw)

             

90

                         
     

Nummer E 320: Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)

                         

E

320

a

niet voldoen aan vordering van toezichthouder

34 lid 1, onderdeel a WAHV

             

160

E

320

b

onjuiste gegevens opgeven, na vordering van toezichthouder

34 lid 1, onderdeel b WAHV

             

160

E

320

c

niet voldoen aan de vordering van de officier van justitie het rijbewijs op een bepaalde tijd en aangewezen plaats in te leveren

34 lid 1, onderdeel c WAHV

             

160

                         
     

Nummers E 801 – E 837: Vreemdelingenwet 2000 (VrW 2000) en Vreemdelingenbesluit 2000 (VB 2000)

                         

E

803

 

zich op of nabij een plaats bevinden, waar een grensdoorlaatpost is gevestigd, zonder zich te houden aan de aldaar door de ambtenaren, belast met de grensbewaking, in het belang van de uitoefening van hun taak gegeven aanwijzingen

4.6 VB 2000

             

160

E

808

 

als gezagvoerder van een zeeschip niet tijdig van het voorgenomen vertrek van zijn schip uit Nederland kennis geven aan het hoofd van de grensdoorlaatpost

4.13 lid 1 VB 2000

             

90

                         
      als vreemdeling niet op vordering van de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar de vreemdeling verblijft, namens de Minister van Justitie, binnen de in de vordering aangegeven tijd                  

E

817

a

– de gevraagde gegevens verstrekken

4.38 lid 1 VB 2000

             

60

E

817

b

– de gevraagde gegevens in persoon verstrekken

4.38 lid 2 VB 2000

             

60

                         
      als vreemdeling, die geen rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000, niet onmiddellijk van zijn aanwezigheid mededeling doen aan de korpschef van de gemeente waar hij verblijft

4.39 VB 2000 jo. 108 VrW 2000

               

E

822

a

– gedurende een illegaal verblijf van 1 tot 15 dagen

               

90

E

822

b

– gedurende een illegaal verblijf van 15 dagen tot 3 maanden

               

180

E

822

c

– gedurende een illegaal verblijf van 3 tot 6 maanden

               

250

E

822

d

– gedurende een illegaal verblijf van 6 maanden tot 1 jaar

               

380

E

822

e

– gedurende een illegaal verblijf van 1 jaar tot 2 jaar

               

490

E

822

f

– gedurende een illegaal verblijf langer dan 2 jaar

               

850

E

825

 

als vreemdeling aan wie het krachtens artikel 12 van de Vreemdelingenwet 2000 is toegestaan in Nederland te verblijven en die naar Nederland is gekomen voor een verblijf langer dan drie maanden, zich niet binnen drie dagen na zijn binnenkomst in Nederland in persoon melden bij de korpschef van de gemeente waar hij verblijft

4.47 VB 2000

             

60

E

827

 

als vreemdeling te zijner identificatie op vordering van een ambtenaar, belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, niet een goedgelijkende pasfoto ter beschikking stellen of vingerafdrukken van zich laten nemen indien daartoe in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat

4.45 VB 2000

             

160

E

830

 

als vreemdeling aan wie het krachtens artikel 12 van de Vreemdelingenwet 2000 is toegestaan in Nederland te verblijven en die naar Nederland is gekomen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden, zich niet binnen drie dagen na zijn binnenkomst in Nederland in persoon melden bij de korpschef van de gemeente waar hij verblijft

4.48 VB 2000

             

60

E

832

 

als vreemdeling die houder is van een visum of een document voor grensoverschrijding waarin door de daartoe bevoegde autoriteit een aantekening is gesteld omtrent aanmelding bij een vreemdelingendienst in Nederland, zich niet binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland in persoon aanmelden bij de korpschef van de in deze aantekening vermelde gemeente

4.49 VB 2000

             

60

                         
      niet voldoen aan de verplichting tot wekelijkse aanmelding bij de korpschef van de gemeente van verblijf, behoudens door deze verleende ontheffing                  

E

836

a

– als vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft, in afwachting van de feitelijke mogelijkheid tot vertrek of uitzetting

4.51 lid 1 sub a VB 2000

             

60

E

836

b

– als vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder f, g of h van de Vreemdelingenwet 2000

4.51 lid 1 sub b VB 2000

             

60

                         
      Afdeling F. Overige overtredingen
                         
      Categorie-indeling B:
     

1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;

     

2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;

     

3 – Bromfietsers en snorfietsers;

     

4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;

     

5 – Voetgangers;

     

6 – Overige weggebruikers;

     

7 – Schippers/gezagvoerders;

     

8 – Een ieder.

                         
     

NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen

                         
      Nummers F 050 – F 310: Plaatselijk geldende verordeningen (Pl.V)
                         
      zonder vergunning van de burgemeester

Pl.V

               

F

070

a

– op of aan de weg een evenement, feest of wedstrijd geven of houden

               

60

F

070

b

– een georganiseerde dropping houden of daaraan deelnemen op een ander terrein dan een daarvoor bestemd sportterrein

               

60

                         

F

095

 

zonder vergunning op of aan de weg als dienstverlener optreden of zijn diensten als zodanig aanbieden

Pl.V

             

120

F

100

 

als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids voor publiek optreden op of aan door de burgemeester aangewezen (gedeelte van een) weg, waar dit niet is toegestaan

Pl.V

             

120

F

101

 

zonder vergunning of anders dan de daarin gestelde voorwaarden de weg of weggedeelte gebruiken anders dan overeenkomstig de bestemming (bijv. terrasverbod, reclameborden)

Pl.V

             

180

F

105

 

als houder van een horecabedrijf, dit voor bezoekers geopend hebben of aldaar bezoekers toelaten of laten verblijven, buiten de vastgestelde openingstijden

Pl.V

             

180

                         
      de weg of dat gedeelte van een onroerend goed dat vanaf de weg zichtbaar is

Pl.V

               

F

110

a

– bekrassen of bekladden

               

90

F

110

b

– zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding dan wel met enigerlei stof enige afbeelding, letter, cijfer of teken hierop aanplakken of op andere wijze aanbrengen

               

90

F

111

 

op of aan door het College aangewezen wegen of gedeelten daarvan gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek verspreiden dan wel openlijk aanbieden, aanbevelen of bekendmaken

Pl.V

             

90

F

114

 

de weg of op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent of soortgelijk ander onderkomen als slaapplaats gebruiken

Pl.V

             

90

F

115

 

tijdens uren waarop het niet is toegestaan op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben

Pl.V

             

90

F

118

 

op de weg (binnen een door het College aangewezen gebied) skaten of skateboarden

Pl.V

             

60

                         
      op of aan de weg

Pl.V

               

F

120

a

– klimmen of zich bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, heining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair

               

60

F

120

b

– zich zodanig ophouden dat voor weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen onnodige overlast of hinder wordt veroorzaakt

               

90

F

121

a

op de weg (binnen een door de het College aangewezen gebied) alcoholhoudende drank nuttigen

Pl.V

             

60

F

121

b

– (binnen een door het College aangewezen gebied) aangebroken flessen, blikjes e.d. met alcoholhoudende drank bij zich hebben

Pl.V

             

60

                         
      zonder redelijk doel

Pl.V

               

F

125

a

– in een portiek of poort ophouden of in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw zitten of liggen

               

60

F

125

b

– zich anders dan als bewoner of gebruiker van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen of van publiek toegankelijke gebouwen bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte

               

60

F

126

 

op de weg vervoeren, bij zich dragen of anderszins voorhanden hebben van kerstbomen, autobanden en andere voorwerpen of stoffen, met het kennelijk doel deze op de weg te verbranden

Pl.V

             

60

                         
      (in of op) een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke ruimte

Pl.V

               

F

130

a

– zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze ophouden

               

90

F

130

b

– verontreinigen

               

90

F

130

c

(in of op) een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke ruimte voor een ander doel bezigen dan waarvoor de ruimte bestemd is

Pl.V

             

60

F

131

 

op of aan de weg een fiets, snorfiets of bromfiets plaatsen of laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek, waardoor de doorgang wordt versperd, dan wel in strijd met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of portiek

Pl.V

             

20

F

133

 

een motorvoertuig, bromfiets of fiets op of aan de weg laten staan, anders dan deugdelijk afgesloten of onder behoorlijk toezicht

Pl.V

             

30

F

135

 

zich met een fiets of bromfiets bevinden op een terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden, welke publiek trekt

Pl.V

             

30

F

136

 

zich met een winkelwagentje op of aan de weg bevinden op meer dan de toegestane afstand van het bedrijf dat het winkelwagentje ter beschikking heeft gesteld

Pl.V

             

60

F

140

a

zich in de nabijheid van een persoon, gebouw, woonwagen of woonschip ophouden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een zich daarin bevindende persoon te bespieden

Pl.V

             

90

F

140

b

een persoon in een gebouw, woonwagen of woonschip door middel van een verrekijker bespieden

Pl.V

             

90

                         
      als eigenaar of houder van een hond, deze laten verblijven of laten lopen

Pl.V

               

F

145

a

– op een weg gelegen binnen de bebouwde kom zonder dat de hond is aangelijnd

               

60

F

145

b

– op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelweide of andere door het College aangewezen plaats

               

90

F

145

c

– op een weg zonder dat de hond is voorzien van een halsband of een door middel van tatoeage aangebracht identificatiemerk, die de eigenaar of houder van de hond duidelijk doet kennen

               

60

F

145

d

– op een weg zonder een deugdelijk middel dat is bestemd voor het verwijderen van uitwerpselen bij zich te dragen en/of dit middel niet op eerste vordering tonen aan de met het toezicht belaste ambtenaar

               

60

                         
      als eigenaar of houder van een hond deze laten verblijven/lopen op of aan de weg of op een terrein van een ander, terwijl na schriftelijke aanzegging van het College deze hond niet

Pl.V

               

F

150

a

– op of aan de weg of op een terrein van een ander, terwijl na schriftelijke aanzegging van het College deze hond niet kort is aangelijnd

               

160

F

150

b

– op of aan de weg of op een terrein van een ander, terwijl na schriftelijke aanzegging van het College deze hond niet kort is aangelijnd en gemuilkorfd

               

160

F

151

 

als degene die één of meer dieren onder zijn hoede heeft, niet door voorzorgsmaatregelen die van hem mogen worden verwacht, voorkomen dat deze dieren voor de omgeving hinderlijk zijn

Pl.V

             

90

F

155

 

als rechthebbende er niet voor zorgen dat zodanige maatregelen worden getroffen dat het vee/pluimvee in een aan een weg liggend weiland of terrein, die weg niet kan bereiken

Pl.V

             

90

F

171

a

op de weg of weggedeelte (binnen een door het College aangewezen gebied) softdrugs gebruiken of voorhanden hebben

Pl.V

             

60

                         
      de weg niet (doen) reinigen na een verontreiniging ontstaan bij het laden, lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen of bij andere werkzaamheden

Pl.V

               

F

180

a

– terstond, bij gevaar voor de verkeersveiligheid of bij gevaar voor beschadiging van het wegdek

               

160

F

180

b

– na het beëindigen van de werkzaamheden (iedere dag) in overige situaties

               

90

F

185

 

binnen de bebouwde kom buiten een daarvoor bestemde inrichting/plaats op of aan de weg zijn natuurlijke behoefte doen

Pl.V

             

90

F

190

 

een geparkeerd voertuig op een aangewezen weg of weggedeelte, waar dit niet is toegestaan, te koop aanbieden of verhandelen

Pl.V

             

120

F

195

 

een defect voertuig op een weg parkeren, langer dan de vastgestelde termijn

Pl.V

             

60

F

205

 

een kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, keetwagen, aanhangwagen of ander dergelijk voertuig op een aangewezen weg waar dit niet is toegestaan, langer dan de vastgestelde termijn doen of laten staan

Pl.V

             

60

F

210

 

een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op een weg parkeren met als doel handelsreclame te maken

Pl.V

             

120

                         
      een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied

Pl.V

               

F

212

a

– door het parkeren of aanwezig hebben van een voertuig of vaartuig

 

60

60

40

20

 

20

60

60

F

212

b

– anders dan tot doel van dagrecreatie

               

90

F

212

c

– door met geluid voortbrengende apparatuur overlast te veroorzaken

               

90

F

212

d

– door te graven of te spitten of doen graven of spitten op buiten het strand, de zandhelling, speelkuilen of zandbakken gelegen gedeelten

               

90

F

212

e

– door anders dan in de aanwezige afvalbakken wegwerpen, neerleggen en/of achterlaten van afval, vuilnis, resten van levensmiddelen, papier, blikken, flessen of verpakkingsmateriaal

               

90

F

212

f

– door een afvalmand, -bak of soortgelijk voorwerp op andere wijze te gebruiken dan tot het deponeren van klein afval

               

90

F

212

g

– door zich als eigenaar of houder van een hond zich met die hond in een vastgestelde periode te bevinden buiten een aangewezen gebied, waar het verblijf van de hond is toegestaan

               

60

F

216

 

een voertuig parkeren of enig ander voorwerp plaatsen of laten staan op een weggedeelte waarvan door het bevoegde gezag is bekend gemaakt dat dit niet is toegestaan op de in die bekendmaking genoemde dagen en tijden (markt, evenement, kermis enz.)

Pl.V

60

60

40

20

 

20

 

60

F

235

 

met of voor een vaartuig een ligplaats innemen, hebben of beschikbaar stellen op een gedeelte van een openbaar water waar dit niet is toegestaan

Pl.V

           

60

60

F

236

a

het zonder ontheffing van het College varen, doen of laten varen met enig vaartuig

Pl.V

           

60

60

F

237

a

het varen, doen of laten varen zonder dat de ontheffing in het vaartuig aanwezig is of zonder dat de corresponderende sticker op de juiste wijze is bevestigd

Pl.V

           

60

60

F

240

 

als bader of zwemmer in openbaar water zich zodanig gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden

Pl.V

             

90

F

245

 

zich zonder redelijk doel aan, op, of in een vaartuig in openbaar water vasthouden, klimmen, begeven of bevinden

Pl.V

             

60

                         
      zich in/op voor publiek toegankelijke natuurgebieden, bossen, parken, plantsoenen of recreatieterreinen bevinden ten aanzien waarvan door het bevoegde gezag is verklaard dat het gebruik van een motorvoertuig, bromfiets, fiets, rij- of trekdier overlast kan veroorzaken of schade kan berokkenen aan milieuwaarden, te weten

Pl.V

               

F

250

a

– met een vervoermiddel in gesloten tijd of gesloten gebied

 

90

90

60

35

 

35

   

F

250

b

– met een motorvoertuig, bromfiets, fiets of paard buiten de (onverharde) wegen of gemarkeerde paden

 

90

90

60

35

 

35

   

F

250

c

– met een rij- of trekdier buiten de daarvoor bestemde paden

           

35

   
                         
      met een motorrijtuig gebruik maken van een weg in strijd met de verordening tot het bevorderen van ongestoord wetenschappelijk onderzoek van de Radiosterrenwacht (storingsvrije zone), te weten

Pl.V

               

F

260

a

– rijdend

 

90

90

60

   

35

   

F

260

b

– parkeren danwel laten staan

 

60

60

40

   

20

   
                         
      Afdeling G. Misdrijven
                         
      Categorie-indeling B:
     

1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;

     

2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;

     

3 – Bromfietsers en snorfietsers;

     

4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;

     

5 – Voetgangers;

     

6 – Overige weggebruikers;

     

7 – Schippers/gezagvoerders;

     

8 – Een ieder.

                         
     

NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen

                         
      goederen uit een winkel/vanaf een benzinestation wegnemen/toe-eigenen waarde van het ontvreemde goed

310/321 WvSr

               

G

100

a

– t/m € 50

               

150

G

100

b

– meer dan € 50 en t/m € 120

               

250

Bijlage 1. OM-feiten [Vervallen per 01-04-2010]