Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling windenergie op zee 2009

Geldend van 24-07-2010 t/m heden

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 18 november 2009, nr. WJZ/9203919, tot aanwijzing van productie-installaties voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee als een subsidiabele categorie in het kader van de stimulering van duurzame energieproductie (Regeling windenergie op zee 2009)

De Minister van Economische Zaken,

Handelende na overleg met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Financiën;

Gelet op de artikelen 7, 8, 18, 19, tweede lid, 20, eerste lid, 22, zesde lid, 23, derde lid, 56, eerste lid, 57, eerste lid, 60, tweede lid en zesde lid, 61, eerste en derde lid, en 63, tweede lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Windenergie op zee

Artikel 2

  • 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee.

  • 2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid worden ontvangen in de periode van 4 januari 2010 tot 1 maart 2010, 17:00 uur.

  • 3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

Artikel 3

  • 1 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt € 5.384.817.810,00.

  • 2 De Minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 4

Het maximum tenderbedrag, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt € 0,181000 per kWh.

Artikel 5

Voor de toepassing van artikel 60, zesde lid, van het besluit, wordt het door de producent opgegeven tenderbedrag ten behoeve van de rangschikking gecorrigeerd met het in de tabel opgenomen bedrag:

Tabel: Correctie op tenderbedrag, afhankelijk van de hemelsbrede afstand tussen het transformatorstation en het aanlandingspunt:

Hemelsbrede afstand tussen het transformatorstation1 en het aanlandingspunt2, afgerond op 100m nauwkeurig (ingeval van meerdere transformatorstations of meerdere aanlandingspunten, wordt de afstand tussen het transformatorstation en het aanlandingspunt die het dichtst bij elkaar liggen, gebruikt voor de toepassing van de afstandscorrectie)

Correctie op het tenderbedrag [€/kWh]

Kleiner of gelijk aan 25 km

€ 0,00000

Groter dan 25 km, en kleiner dan of gelijk aan 30 km

€ 0,00125

Groter dan 30 km, en kleiner dan of gelijk aan 35 km

€ 0,00250

Groter dan 35 km, en kleiner dan of gelijk aan 40 km

€ 0,00375

Groter dan 40 km, en kleiner dan of gelijk aan 45 km

€ 0,00500

Groter dan 45 km, en kleiner dan of gelijk aan 50 km

€ 0,00625

Groter dan 50 km, en kleiner dan of gelijk aan 55 km

€ 0,00750

Groter dan 55 km, en kleiner dan of gelijk aan 60 km

€ 0,00875

Groter dan 60 km, en kleiner dan of gelijk aan 65 km

€ 0,01000

Groter dan 65 km, en kleiner dan of gelijk aan 70 km

€ 0,01125

Groter dan 70 km, en kleiner dan of gelijk aan 75 km

€ 0,01250

Groter dan 75 km, en kleiner dan of gelijk aan 80 km

€ 0,01375

Groter dan 80 km en kleiner dan of gelijk aan 85 km

€ 0,01500

Groter dan 85 km

€ 0,01625

1De coördinaten van het transformatorstation, bedoeld in de Wbr-vergunning van de subsidieaanvrager.

2De coördinaten van het aanlandingspunt, bedoeld in de Wbr-vergunning van de subsidieaanvrager.

Artikel 6

De beschikking tot verlenen van een subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen acht weken na afgifte van deze beschikking een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig de overeenkomst opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2 tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-aanvrager.

Artikel 7

De subsidie wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

Artikel 8

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee binnen 5 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 9

Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee bedraagt 3180 uren per jaar.

Artikel 10

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het besluit bedraagt € 0,051150 per kWh.

Artikel 11

De subsidie-ontvanger verstrekt tenminste eenmaal per jaar, op het tijdstip genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, zowel per windmolen als per productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee, de volgende gegevens aan de Minister:

  • a. de elektriciteitsproductie die per maand werd behaald bij het windaanbod in de betreffende maand;

  • b. de beschikbaarheid per maand van elke afzonderlijke windmolen en van de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee;

  • c. de redenen voor en de duur van uitval;

  • d. het productieverlies dat gepaard ging met de uitval;

  • e. de effecten van de uitval van windmolens op de bedrijfsvoering en op het onderhoud van die windmolens.

Artikel 12

De correcties op het tenderbedrag voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

§ 3. Slotbepalingen

Artikel 13

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling windenergie op zee 2009.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 18 november 2009

De

Minister

van Economische Zaken,

M.J.A. van der Hoeven

Bijlage 2. bij artikel 6

Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan subsidie is verstrekt op basis van de Regeling windenergie op zee 2009

  • 1. De Staat der Nederlanden, (hierna te noemen: de Staat),

    te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken,;

    en

  • 2. ......... ......., gevestigd te......... (hierna te noemen: Ondernemer);

    ..................................................

    (hierna te samen ook te noemen: Partijen);

overwegen:

  • a. De Minister van Economische Zaken heeft blijkens een beschikking met kenmerk ......., hierna te noemen Beschikking, waarvan een kopie als Bijlage A bij deze overeenkomst is gevoegd aan de Ondernemer een subsidie verstrekt als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling windenergie op zee 2009, (hierna: Regeling).

  • b. De Beschikking bevat de opschortende voorwaarde dat binnen acht weken na afgifte van de beschikking de onderhavige uitvoeringsovereenkomst, hierna te noemen Uitvoeringsovereenkomst, tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidieaanvrager.

  • c. De Minister van Economische Zaken beoogt door middel van deze Uitvoeringsovereenkomst te verzekeren dat de Ondernemer de realisatie van het windpark bedoeld in de Beschikking vóór 1 augustus 2013 zal aanvangen opdat deze realisatie binnen de in artikel 61 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie bedoelde termijn van vijf jaar kan worden voltooid.

Partijen komen daartoe het volgende overeen:

Artikel 1. Begripsbepaling

  • 1. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder ‘de aanvang van de bouwperiode’ verstaan: ‘het bereiken van het eerste moment dat de bodem in beroering gebracht wordt door plaatsing van het werk dan wel de bekabeling naar land’, als bedoeld in de door de Ondernemer verkregen vergunning verleend op basis van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken.

  • 2. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt de bouwperiode geacht te zijn aangevangen op de datum waarop de Ondernemer dat aan de Staat heeft aangetoond.

Artikel 2. Tijdige aanvang van de bouw

De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de bouwperiode tijdig aan te vangen en wel vóór 1 augustus 2013.

Artikel 3. Inhoud en omvang van de garantie

De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 2 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen acht weken nadat de Beschikking in werking is getreden ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot € 20.000.000,– (zegge: twintig miljoen euro) door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model opgenomen als Bijlage B

Artikel 4. Vrijval van de garantie

  • 1. De verplichting de in artikel 3 bedoelde bankgarantie te blijven stellen vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen. De Ondernemer ontvangt een kopie van het bericht van verval.

  • 2. Zodra de verplichting geheel is vervallen zal de Staat de bankgarantie retourneren aan de Ondernemer.

Artikel 5. Boetes

  • 1. Indien de Ondernemer de bouwperiode niet vóór 1 augustus 2013 is aangevangen, is de Ondernemer aan de Staat bij wijze van boete een bedrag verschuldigd groot € 2.000.000 (twee miljoen euro) enkel door het verloop van die termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.

  • 2. Indien de Ondernemer daarna nog in gebreke blijft met het maken van een aanvang met de bouw is de Ondernemer maandelijks een boete van telkens € 2.000.000 (zegge: twee miljoen euro) verschuldigd voor zover hij de bouw op de eerste van de maanden september, oktober, november en december van 2013 en augustus, september, oktober, november en december van het jaar 2014 niet is aangevangen.

  • 3. De boetes bedoeld in het eerste en tweede lid, (in totaal ten hoogste tien) zijn telkens verschuldigd voor het enkele verloop van de termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.

  • 4. De Ondernemer machtigt bij deze de Staat onherroepelijk tot het innen van de boetes door het inroepen van de bankgarantie voor het bedrag van de boete, telkens wanneer er een boete verschuldigd is geworden.

Artikel 6. Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst

  • 1. Deze Uitvoeringsvereenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de Partijen met dien verstande dat de inwerkingtreding wordt opgeschort totdat de Beschikking in werking is getreden en de Staat de Ondernemer daarvan schriftelijk bericht heeft gestuurd.

  • 2. Deze Uitvoeringsvereenkomst eindigt van rechtswege door de teruggave van de bankgarantie door de Staat aan de Ondernemer.

Artikel 7. Domiciliekeuze en berichtgevingen

  • 1. De Staat kiest voor uitvoering van deze Uitvoeringsovereenkomst domicilie ten kantore van SenterNovem, agentschap van het ministerie van Economische Zaken, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

  • 2. Onverminderd het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dienen alle mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten uit hoofde van deze uitvoeringsovereenkomst schriftelijk te worden gedaan.

  • 3. Mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten die niet in overeenstemming met het tweede lid zijn gedaan blijven zonder rechtsgevolg.

  • 4. De Staat is bevoegd eenzijdig van het bepaalde in het eerste lid af te wijken.

Artikel 8. Rechtskeuze

  • 1. Op deze Uitvoeringsovereenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

  • 2. Alle geschillen in verband met deze uitvoeringsovereenkomst of met afspraken die daarmee samenhangen zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te Den Haag.

Artikel 9. Citeertitel

Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst Wind op zee Staat/...................... ’.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend

te .......

Ondernemer

te 's-Gravenhage op ....................

De Minister van Economische Zaken.

Bijlage

Model bankgarantie

DE ONDERGETEKENDE,

............................., gevestigd te ......., hierna te noemen de ‘Bank’,

IN AANMERKING NEMENDE DAT:

  • A. ........................... , gevestigd te ........, (hierna te noemen de Ondernemer) en de STAAT der NEDERLANDEN, (hierna te noemen: Staat), waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door ...................., hierbij vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken op ............. de ‘Uitvoeringsovereenkomst Wind op zee Staat/.... ’ (hierna: uitvoeringsovereenkomst) hebben getekend;

  • B. De Ondernemer volgens artikel 3 van de overeenkomst binnen acht weken nadat deze overeenkomst in werking is getreden ten behoeve van de Staat financiële zekerheid dient te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot € 20.000.000,– door de afgifte aan de Staat van een door een bank afgegeven bankgarantie welke luidt conform het model dat als Bijlage B bij die overeenkomst behoort

  • C. De Bank bereid is de desbetreffende bankgarantie ten gunste van de Staat te stellen onder de hierna te noemen voorwaarden;

VERKLAART ALS VOLGT

  • 1. De Bank stelt zich hierbij als zelfstandige verbintenis tegenover de Staat onherroepelijk en onvoorwaardelijk garant voor al hetgeen de Staat van de Ondernemer op grond van de uitvoeringsovereenkomst te vorderen heeft tot een maximumbedrag van € 20.000.000,– (twintig miljoen euro) .

  • 2. Deze bankgarantie is een abstracte afroepgarantie. De Bank komt in geen geval een beroep toe op de onderliggende rechtsverhouding tussen de Staat en de Ondernemer als vervat in de Uitvoeringsovereenkomst.

  • 3. De Bank zal op eerste schriftelijk verzoek van de Staat, zonder opgaaf van redenen te verlangen of nader bewijs te vragen, overgaan tot uitbetaling van al hetgeen de Ondernemer, volgens verklaring van de Staat, verschuldigd is uit hoofde van de Uitvoeringsovereenkomst.

  • 4. Deze bankgarantie vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen.

  • 5. De Minister van Economische Zaken zendt de bankgarantie zo spoedig mogelijk nadat deze geheel is vervallen retour aan de Bank

  • 6. Op deze bankgarantie is Nederlands recht van toepassing. Alle geschillen die mochten ontstaan over of naar aanleiding van deze bankgarantie zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te ’s-Gravenhage.

  • 7. Indien deze bankgarantie dient te worden geretourneerd geschiedt dat door toezending aan adres: ...............

Getekend te

op

De Bank.