Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Circulaire Doorwerken na 65 jaar bij de sector Rijk[Regeling vervallen per 01-01-2017.]

Geldend van 17-11-2009 t/m 31-12-2016

Circulaire Doorwerken na 65 jaar bij de sector Rijk

Afspraak over doorwerken na 65 jaar bij de sector Rijk [Vervallen per 01-01-2017]

Momenteel geldt binnen de sector Rijk de tijdelijke gedragslijn inzake het doorwerken na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar, neergelegd in een circulaire van de minister van BZK van 14 februari 2008.

In het overleg tussen de sociale partners is op 24 september 2009 afgesproken dat voor de structurele situatie zal worden geregeld dat ‘het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd’ als ontslaggrond uit het ARAR zal worden geschrapt (artikel 98, eerste lid, onder h). Dit mede om een eerder gemaakte, maar nog niet uitgevoerde, CAO-afspraak (CAO 2002–2003) na te komen.

De hiervoor benodigde wijziging van het ARAR zal nog niet op 1 januari 2010, de expiratiedatum van de tijdelijke gedragslijn, zijn geformaliseerd.

Om die reden is met de vakbonden afgesproken dat, tot het moment van inwerkingtreding van de ARAR-wijziging, de werkingsduur van de huidige tijdelijke gedragslijn (zoals neergelegd in de genoemde circulaire van februari 2008) zal worden verlengd.

Hierbij zij aangetekend dat nieuwe verzoeken van rijksambtenaren om door te werken, in het licht van de afspraak om de ontslaggrond te schrappen, altijd zullen worden gehonoreerd. De verzoeken kunnen derhalve, anders dan bij de huidige tijdelijke gedragslijn, niet op grond van een ‘zwaarwegend dienstbelang’ worden geweigerd.

Medewerkers die nu reeds onder de werking van de tijdelijke gedragslijn vallen, kunnen desgewenst ook na 1 januari 2010 hun dienstverband voortzetten.

Wat betekent de recente afspraak voor de periode tot aan wijziging van het ARAR? [Vervallen per 01-01-2017]

Zoals gemeld, zal de benodigde wijziging van het ARAR nog niet op 1 januari 2010, de expiratiedatum van de tijdelijke gedragslijn, zijn geformaliseerd.

Tot het moment van inwerkingtreding van de ARAR-wijziging zal de werkingsduur van de huidige tijdelijke gedragslijn worden verlengd.

Aangezien de ontslaggrond formeel nog niet is ingetrokken, blijft het vooralsnog nodig dat de rijksambtenaar die wil doorwerken daartoe een verzoek indient.

Verzoeken van rijksambtenaren om door te werken zullen, in het licht van de recente afspraak om de ontslaggrond te schrappen, altijd worden gehonoreerd.

De ambtenaar dient zijn verzoek om door te werken niet eerder dan 6 maanden en niet later dan 3 maanden voor zijn 65ste verjaardag in te dienen. De werkgever dient uiterlijk 6 weken voordat de ambtenaar 65 wordt, over het verzoek te beslissen.

De hier genoemde termijnen gelden niet in de eerste maanden na invoering van deze circulaire. Deze overgangsperiode loopt tot 1 maart 2010.

Onderdeel van de huidige regeling voor het doorwerken na 65 jaar is dat de bestaande arbeidsvoorwaardelijke aanspraken die gelden tot aan het bereiken van de leeftijd van 65 jaar worden gehandhaafd.

Uitzondering hierop is de loondoorbetaling bij ziekte: de 65-plussers worden 52 weken lang doorbetaald bij ziekte.

De huidige regeling over arbeidsvoorwaardelijke aanspraken en loondoorbetaling bij ziekte blijft in de komende periode gehandhaafd.

Het is, net als binnen de huidige tijdelijke regeling, expliciet niet de bedoeling dat medewerkers vlak voor hun 65ste worden ontslagen en vervolgens opnieuw worden aangenomen met een tijdelijke aanstelling (met als doel het verzilveren van FPU-aanspraken van de medewerker). De huidige en toekomstige regeling gaan ervan uit dat men niet wordt ontslagen bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. De (vaste) aanstelling en pensioenopbouw worden derhalve voortgezet.

Wat betekent de recente afspraak voor rijksambtenaren die nu onder de werking van de tijdelijke gedragslijn vallen? [Vervallen per 01-01-2017]

Binnen de tijdelijke gedragslijn was sprake van de voorwaarde dat de ambtenaar, bij zijn verzoek om door te werken, gelijktijdig zijn ontslag zou aanvragen met als uiterste ingangsdatum 1 januari 2010.

Deze voorwaarde komt te vervallen.

Rijksambtenaren die, vanwege het bestaan van de genoemde voorwaarde, ontslag hebben aangevraagd per 1 januari 2010, worden in de gelegenheid gesteld om dit ontslagverzoek in te trekken.

Ook medewerkers die nu onder de tijdelijke gedragslijn vallen, kunnen dus desgewenst blijven doorwerken.

Toelichting op de afspraak over doorwerken na 65 jaar [Vervallen per 01-01-2017]

Kernpunt is het schrappen van de ontslaggrond ‘bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd’ uit het ARAR, waardoor voor de rijksmedewerker een recht ontstaat om door te werken.

Dit past in het beleid om langer doorwerken mogelijk te maken.

Minstens zo belangrijk is dat deze afspraak al eerder met de vakbonden was gemaakt in de CAO voor het Rijk 2002–2003. Vanwege een toen bestaand juridisch beletsel is die afspraak indertijd niet uitgevoerd.

Het juridische beletsel was een noodwet uit 1945. Die is ingetrokken per mei 2007.

De intrekking van de wet in mei 2007 heeft in eerste instantie geleid tot de huidige tijdelijke regeling. Deze tijdelijke regeling gaat ervan uit dat de werkgever een verzoek tot doorwerken alleen mag weigeren in geval van een zwaarwegend dienstbelang. De afspraak was dat de tijdelijke regeling tot 1 januari 2010 zou gelden. Nu is dus met de vakbonden afgesproken om de oude CAO-afspraak te formaliseren en tot formalisatie is gerealiseerd, de tijdelijke regeling in aangepaste vorm voort te zetten zoals in deze circulaire beschreven.

Het argument dat ontslag op 65 jaar mogelijk zou moeten blijven omdat sommige oudere medewerkers niet meer naar behoren zouden functioneren is oneigenlijk te noemen. Medewerkers die niet naar behoren functioneren dienen met beoordelingsgesprekken tot ander gedrag te worden gebracht (ongeacht leeftijd) en in het meest extreme geval kan daar ontslag wegens disfunctioneren op volgen.

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
voor deze:

de directeur-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk

,

J.J.M. Uijlenbroek