Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2010[Regeling vervallen per 01-01-2011.]

Geldend van 30-11-2010 t/m 31-12-2010

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 16 oktober 2009, nr. 49465, houdende openstelling subsidieaanvragen en vaststelling subsidieplafonds (Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2010)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen 2, 4 en 7 van de Kaderwet LNV-subsidies en de artikelen 1:3, 1:7, 1:8, 1:13, 1:15 en 1:17 van de Regeling LNV-subsidies,

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2011]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • regeling: Regeling LNV-subsidies;

  • verordening (EG) nr. 2200/96: verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sectoren groenten en fruit (PbEG L 297);

  • verordening 73/2009: Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PbEU L 30).

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2011]

De subsidies, bedoeld in artikel 1:20 van de regeling, zijn de subsidies bedoeld in de volgende titels van hoofdstuk 2 van dit besluit:

Hoofdstuk 2. Concurrerende landbouw [Vervallen per 01-01-2011]

Titel 1. Beroepsopleiding en voorlichting [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 3 De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 4 januari tot en met 30 november 2010.

  • 4 De aanvragen, bedoeld in het tweede lid, kunnen worden ingediend in de periode van 1 mei tot en met 7 juli 2010.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, kunnen uitsluitend worden ingediend voor de in artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, b, c, d en g, van de regeling genoemde typen bedrijfsconsulten of de in het derde lid van dat artikel genoemde opleidingen, trainingen of voorlichtingsbijeenkomsten, en uitsluitend voor zover deze activiteiten betrekking hebben op:

    • a. de bedrijfseconomische gevolgen van de omschakeling naar, aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode;

    • b. de markt- en afzetperspectieven voor de ondernemer bij omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode;

    • c. de implementatie van de regelgeving voor de biologische productiemethode in de bedrijfsvoering;

    • d. de aanpassingen in het bedrijfssysteem ten behoeve van de biologische productiemethode;

    • e. de financieringsmogelijkheden van de voor omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode benodigde investeringen;

    • f. het verwerven van technische kennis en vaardigheden van de biologische productiemethode, of

    • g. het verwerven van technische kennis en vaardigheden voor het uitoefenen van een of meer andere activiteiten dan de primaire agrarische activiteit met dien verstande dat de aanvrager de primaire agrarische activiteit blijft voortzetten.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Per landbouwonderneming kan slechts één aanvraag tot subsidieverlening worden ingediend op grond van artikel 3, eerste lid of artikel 3, tweede lid.

Artikel 5a [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 De aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, tweede lid:

    • a. kunnen uitsluitend worden ingediend voor de in artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, c en d, van de regeling genoemde typen bedrijfsconsulten en voor zover deze ten minste betrekking hebben op:

      • a. een beschrijving van de moeilijkheden waarin het bedrijf verkeert met een kwantificering daarvan;

      • b. de stappen die de onderneming kan nemen die leiden tot verbetering en de financiële aspecten die daarbij aan de orde komen.

  • 2 De aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, tweede lid;

    • a. kunnen uitsluitend tot subsidieverlening leiden, indien de aanvrager een bankverklaring overlegt waaruit volgt dat de onderneming liquiditeitsproblemen ondervindt en daardoor volgens normaal bankgebruik geen financiering kan krijgen;

    • b. kunnen uitsluitend tot subsidievaststelling leiden, indien de ingeschakelde adviseur of instelling voldoet aan artikel 2:8, tweede lid, onderdeel e, van de regeling.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2011]

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2011]

De subsidie bedraagt 50% van de totale kosten van het bedrijfsconsult, training of opleiding, met dien verstande dat de subsidie per dagdeel ten hoogste € 250 bedraagt en de subsidie in totaal ten hoogste € 1500 bedraagt.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond bedraagt:

Titel 2. Bedrijfsadviesdiensten [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen die rechtstreekse betalingen uit hoofde van verordening (EG) nr. 73/2009 ontvangen.

  • 4 De aanvragen kunnen worden ingediend:

    • a. in de periode van 4 januari tot en met 26 februari 2010, of

    • b. in de periode van 2 augustus tot en met 30 september 2010.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2011]

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2011]

De subsidie bedraagt 50% van de kosten van een bedrijfsadvies en ten minste € 250.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, bedraagt:

Titel 3. Kennisverspreiding (praktijknetwerken) [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen, met dien verstande dat een samenwerkingsverband uit minimaal twee deelnemers bestaat.

  • 2 Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen of kennisinstellingen, met dien verstande dat een samenwerkingsverband uit minimaal acht deelnemers bestaat.

  • 5 De aanvragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen worden ingediend in de periode van 15 september tot en met 29 oktober 2010.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2011]

De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 13, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking, waarbij aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate:

  • a. het gekozen thema en de gekozen aanpak van het project inhoudelijk meer vernieuwend zijn;

  • b. het project een meer duurzaam karakter heeft;

  • c. de samenstelling van het samenwerkingsverband beter past bij het project;

  • d. de kennis en ervaring effectiever worden verspreid.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 De subsidie bedraagt voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 13, eerste lid, 80% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 40.000.

  • 2 De subsidie bedraagt voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 13, tweede lid, 70% van de subsidiabele kosten, en bedraagt ten minste € 100.000 en ten hoogste € 500.000.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond bedraagt:

Titel 4. Onderzoek en ontwikkeling (samenwerking bij innovatieprojecten) [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen, met dien verstande dat de landbouwondernemingen werkzaam zijn in de melkvee-, vleesvee-, schapen-, geiten-, varkens-, kalveren-. paarden-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij, of konijnenhouderij.

  • 2 Aanvragen tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, van de regeling kunnen tevens worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen, met dien verstande dat de landbouwondernemingen werkzaam zijn in de bijenhouderij, glastuinbouw, paddenstoelenteelt, akkerbouw, opengrondstuinbouw of teelt van plantaardig uitgangsmateriaal.

  • 3 Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen, met dien verstande dat het innovatieproject past binnen één of meerdere van de nieuwe uitdagingen: klimaatverandering, waterbeheer, hernieuwbare energie en biodiversiteit.

  • 4 De aanvragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen worden ingediend in de periode van 1 februari tot en met 26 februari 2010.

  • 5 De aanvragen, bedoeld in het derde lid, kunnen worden ingediend in de periode van 1 juni tot en met 15 juli 2010.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 17, eerste, tweede of derde lid, advies uit aan de minister in de vorm van een rangschikking.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2011]

Per samenwerkingsverband kan slechts een aanvraag worden ingediend.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2011]

De subsidie bedraagt 35% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 500.000 voor het innovatieproject, met dien verstande dat voor kosten als bedoeld in artikel 2:35, eerste lid, onderdelen c en h, van de regeling de subsidie ten hoogste € 400.000 bedraagt.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond bedraagt:

Titel 5. Bedrijfsmodernisering [Vervallen per 01-01-2011]

§ 1. Investeringen op het terrein van energiebesparing [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 2 De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 1 april tot en met 14 mei 2010.

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2011]

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 De subsidie voor de in artikel 22, eerste lid, bedoelde investeringen wordt vastgesteld overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald in bijlage 1 bij dit besluit met betrekking tot de daarin onderscheiden landbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden.

  • 2 De volledige aanvraag tot subsidievaststelling wordt uiterlijk 1 jaar na subsidieverlening ingediend.

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond bedraagt € 2.100.000.

§ 2. Marktintroductie energieinnovaties [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 2 De aanvragen kunnen worden ingediend:

    • a. in de periode van 1 februari tot en met 12 maart 2010, of

    • b. in de periode van 15 september tot en met 29 oktober 2010.

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2011]

De subsidie voor de in artikel 26, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.500.000.

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 26, eerste lid, bedraagt:

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 2 De aanvragen kunnen worden ingediend:

    • a. in de periode van 1 februari tot en met 12 maart 2010, of

    • b. in de periode van 15 september tot en met 29 oktober 2010.

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-2011]

De subsidie voor de in artikel 29, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.500.000, met dien verstande dat de subsidiabele kosten worden gemaximeerd op € 100/m2 oppervlak voor het gesloten en bijbehorende open gedeelte of het totale opverlak semi-gesloten kas.

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, bedraagt:

Artikel 32 [Vervallen per 01-01-2011]

In afwijking van artikel 26, eerste lid, en artikel 29, eerste lid, kunnen geen aanvragen worden ingediend door glastuinbouwonderneming of samenwerkingsverbanden daarvan, indien deze ondernemingen lid zijn van een erkende telersvereniging als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2200/96, tenzij wordt aangetoond dat geen steun wordt ontvangen als bedoeld in artikel 15 of 16 van die verordening voor kosten die uit hoofde van bijlage 2, hoofdstuk 2, van de regeling kunnen worden gesubsidieerd.

Artikel 33 [Vervallen per 01-01-2011]

Indien subsidie wordt verleend aan een samenwerkingsverband van een of meer glastuinbouwondernemingen en een of meer andere landbouwondernemingen en het aandeel van de met de investering opgewekte energie dat door die landbouwonderneming of -ondernemingen aan de glastuinbouwonderneming of glastuinbouwondernemingen wordt geleverd minder is dan 100% van de energiecapaciteit die met gebruik van de investering kan worden opgewekt, wordt de overeenkomstig artikel 27 vastgestelde subsidie naar rato van dat aandeel verlaagd.

Artikel 34 [Vervallen per 01-01-2011]

De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 26, eerste lid, en 29, eerste lid, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking, waarbij de aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate de energieinnovatie naar het oordeel van de commissie:

  • meer bijdraagt aan klimaatneutrale glastuinbouw door een zo laag mogelijk gebruik van primaire energie en een zo laag mogelijke CO2-uitstoot;

  • meer teelttechnisch en economisch perspectief heeft en meer perspectief biedt voor toepassing door andere ondernemingen, of

  • een hoger niveau van doorontwikkeling vertegenwoordigt gericht op teelttechnische of economische inpasbare systemen.

§ 3. Gecombineerde luchtwassystemen [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 35 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 2 De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 1 juni tot en met 15 juli 2010.

Artikel 36 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 2 Aanvragen tot subsidieverlening die op grond van het eerste lid inhoudelijk gelijk zijn gewaardeerd en daardoor niet kunnen worden verleend in verband met overschrijding van het subsidieplafond, worden door loting gerangschikt.

Artikel 37 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot 30 september 2012.

Artikel 38 [Vervallen per 01-01-2011]

De subsidie bedraagt 35% van de subsidiabele kosten.

Artikel 39 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Het subsidieplafond bedraagt € 5.750.000.

  • 2 In aanvulling op het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, geldt een additioneel subsidieplafond ten bedrage van:

    • a. €  1.387.500 voor landbouwondernemingen die gevestigd zijn in de provincie Overijssel;

    • b. €  1.156.250 voor landbouwondernemingen die gevestigd zijn in de provincie Noord-Brabant.

§ 4. Jonge landbouwers [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 40 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 2 Een jonge landbouwer kan slechts één aanvraag indienen.

Artikel 41 [Vervallen per 01-01-2011]

Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot 30 september 2012.

Artikel 42 [Vervallen per 01-01-2011]

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 43 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Het subsidieplafond bedraagt € 7.200.000.

  • 2 In aanvulling op het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, geldt een additioneel subsidieplafond ten bedrage van:

    • a. €  186.047 voor jonge landbouwers gevestigd in Friesland;

    • b. €  159.070 voor jonge landbouwers gevestigd in Drenthe;

    • c. €  291.125 voor jonge landbouwers gevestigd in Overijssel;

    • d. €  679.070 voor jonge landbouwers gevestigd in Gelderland;

    • e. €  51.163 voor jonge landbouwers gevestigd in Utrecht;

    • f. €  232.558 voor jonge landbouwers gevestigd in Noord-Holland;

    • g. €  55.814 voor jonge landbouwers gevestigd in Zeeland;

    • h. €  279.070 voor jonge landbouwers gevestigd in Noord-Brabant;

    • i. €  93.023 voor jonge landbouwers gevestigd in Limburg.

  • 3 Bij overschrijding van een of meerdere van de subsidieplafonds, bedoeld in het eerste en tweede lid, is een additioneel subsidieplafond beschikbaar ten bedrage van € 4.000.000.

Artikel 43a [Vervallen per 01-01-2011]

  • a. De subsidiabele kosten bedragen nooit meer dan € 100.000.

  • b. De subsidie bedraagt ten minste € 5000 en ten hoogste 25% van de subsidiabele kosten.

Artikel 43b [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 De Minister rangschikt de aanvragen voor subsidies als bedoeld in artikel 40, eerste lid, overeenkomstig artikel 1:5 van de regeling, met dien verstande dat per provincie voorrang wordt gegeven aan jonge landbouwers die op grond van de regeling ook in 2008 of 2009 aanvragen hebben ingediend en:

    • a. vanwege overschrijding van de subsidieplafonds in die jaren niet voor subsidieverlening in aanmerking kwamen en in 2010 opnieuw voor subsidie in aanmerking willen komen op grond van de regeling, en

    • b. voldoen aan de voorwaarden van de regeling.

  • 2 Na verlening van de aanvragen overeenkomstig het eerste lid, geschiedt, voor zover van toepassing, de toewijzing van de aanvragen waarvan de onderneming zijn hoofdvestiging heeft in de provincies die een additioneel subsidieplafond ter beschikking hebben gesteld.

§ 4a. Investeringen in integraal duurzame stallen en houderijsystemen [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 43c [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in een integraal duurzame stal of houderijsysteem als bedoeld in Bijlage 2, Hoofdstuk 4, punt A, van de regeling kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen die werkzaam zijn in de melkvee-, vleesvee-, schapen-, geiten-, varkens-, kalveren-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij, of konijnenhouderij.

  • 2 De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 15 september tot en met 15 oktober 2010.

Artikel 43d [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 43c, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking.

  • 2 Een aanvraag wordt hoger gerangschikt naar mate:

    • a. de integraal duurzame stal of houderijsysteem waarin wordt geïnvesteerd in de beginfase van marktintroductie verkeert;

    • b. de investering in de integraal duurzame stal of houderijsysteem meer economisch of technisch perspectief heeft;

    • c. er voor de investering in de integraal duurzame stal of houderijsysteem een betere verhouding tussen de prijs en kwaliteit bestaat, gezien het aangevraagde subsidiebedrag en de verbetering van het dierenwelzijn, en

    • d. er voor de investering in de intergraal duurzame stal of houderijsysteem een betere verhouding tussen de prijs en kwaliteit bestaat, gezien het aangevraagde subsidiebedrag en de verbetering van het milieu, diergezondheid of arbeidsomstandigheden.

Artikel 43e [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 400.000 bedraagt.

  • 2 Een op de liquiditeitsbehoefte afgestemd voorschot kan worden verleend, mits de aanvraag tot voorschotverlening vergezeld gaat van het overzicht van de liquiditeitsbehoefte.

Artikel 43f [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond bedraagt: € 15.000.000.

Artikel 44 [Vervallen per 01-01-2011]

De extra kosten, bedoeld in Bijlage 2, Hoofdstuk 4, punt C, van de regeling betreffen de kosten die worden gemaakt naast de norminvesteringen met betrekking tot dierenwelzijn en, voor zover van toepassing met betrekking tot milieu of diergezondheid, in een gangbare stal, als bedoeld in de kwantitatieve informatie veehouderij.

§ 5. Investeringen in technieken ter vermindering van de uitstoot fijn stof [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 44a [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Aanvragen tot subsidieverlening voor een investering in een techniek ter vermindering van de uitstoot fijn stof als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 5, punt A, van de regeling kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 5, punt B, van de regeling.

  • 2 De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 4 januari 2010 tot en met 31 december 2010.

Artikel 44b [Vervallen per 01-01-2011]

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 44c [Vervallen per 01-01-2011]

Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot een jaar na subsidieverlening.

Artikel 44d [Vervallen per 01-01-2011]

In afwijking van artikel 1:15, derde lid, van de regeling komt niet-verrekenbare BTW niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 44e [Vervallen per 01-01-2011]

De subsidie bedraagt 60% van de subsidiabele kosten.

Artikel 44f [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond bedraagt € 20.000.000.

§ 6. Investeringen in toegang tot breedbandinternet [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 44g [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Aanvragen tot subsidievaststelling voor een investering als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 6, punt A, van de regeling kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 6, punt B, van de regeling.

  • 2 De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 1 april 2010 tot en met 10 juni 2010.

  • 3 Er kan slechts één aanvraag worden ingediend per landbouwonderneming.

Artikel 44h [Vervallen per 01-01-2011]

Voor de rangschikking van de aanvragen is artikel 1:5 van de regeling van toepassing, met dien verstande dat onder het tweede lid het woord ‘subsidieverlening’ wordt gelezen als: subsidievaststelling.

Artikel 44i [Vervallen per 01-01-2011]

In afwijking van artikel 1:15, derde lid, van de regeling komt niet-verrekenbare BTW niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 44j [Vervallen per 01-01-2011]

Een beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag van de subsidie.

Artikel 44k [Vervallen per 01-01-2011]

In afwijking van artikel 2:41 van de regeling bedraagt de subsidie € 200, met dien verstande dat de subsidiabele kosten minimaal € 400 bedragen.

Artikel 44l [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond bedraagt € 600.000.

§ 7. Verdergaande verduurzaming land- en tuinbouw in het kader van nieuwe uitdagingen (POP NU) [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 44m [Vervallen per 01-01-2011]

  • 2 Per landbouwonderneming kan één aanvraag worden ingediend, welke betrekking kan hebben op één of meerdere van de in de categorieën 1 tot en met 5, bedoeld in Bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, van de regeling, onderscheiden machines of installaties.

Artikel 44n [Vervallen per 01-01-2011]

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 44o [Vervallen per 01-01-2011]

Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot en met 29 september 2012 en per landbouwonderneming kan in die periode slechts één aanvraag worden ingediend.

Artikel 44p [Vervallen per 01-01-2011]

De subsidie voor een machine of installatie als bedoeld in Bijlage 2, Hoofdstuk 7, punt A, van de regeling bedraagt per categorie:

  • a. voor zover het een investering uit categorieën 1, 2, 4 of 5 betreft 40% van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat de subsidie per hiervoor genoemde categorie ten hoogste € 100.000 bedraagt;

  • b. voor zover het een investering of investeringen uit categorie 3 betreft en de subsidie wordt verstrekt aan een landbouwonderneming waarvoor een minimumopslagcapaciteit is voorgeschreven krachtens Hoofdstuk V van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet:

    • 1. 25% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 50.000, ingeval de investering of investeringen leiden tot opslagcapaciteitverhoging van niet meer dan drie maanden;

    • 2. 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 100.000, ingeval de investering of de investeringen leiden tot opslagcapaciteitverhoging van meer dan drie maanden;

  • c. voor zover het een investering of investeringen uit categorie 3 betreft en de subsidie wordt verstrekt aan een landbouwonderneming waarvoor geen minimumopslagcapaciteit is voorgeschreven krachtens Hoofdstuk V van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, 25% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 50.000;

  • d. ten minste € 5000.

Artikel 44q [Vervallen per 01-01-2011]

  • 2 Voor investeringen in machines of installaties als bedoeld in Bijlage 2, Hoofdstuk 7, punt A, categorie 3, van de regeling, is het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, verhoogd met € 1.600.000, met dien verstande dat de verhoging uitsluitend bestemd is voor:

    • a. landbouwondernemingen die werkzaam zijn in de melkveehouderij en gelegen zijn binnen het gebied, zoals vastgesteld krachtens de Waterschapswet, van het waterschap de Dommel of het waterschap de Brabantse Delta, en

    • b. de investeringen leiden tot een opslagcapaciteitverhoging van meer dan drie maanden.

Titel 6. Voedselkwaliteitsregelingen [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 45 [Vervallen per 01-01-2011]

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 15 september tot en met 31 december 2010.

Artikel 46 [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond bedraagt € 250.000.

Artikel 47 [Vervallen per 01-01-2011]

Een landbouwonderneming kan per Skal-certificaat één aanvraag indienen.

Titel 6a. Herstructureringssteun Q-koorts 2010 [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 47a [Vervallen per 01-01-2011]

  • 2 Aanvragen kunnen worden ingediend door ondernemingen die zodanig ernstig zijn getroffen door maatregelen ter bestrijding van de Q-koorts dat zij als rechtstreeks gevolg daarvan zijn aan te merken als onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2:69c, eerste lid, van de Regeling LNV-subsidies.

Artikel 47b [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond bedraagt € 1.000.000,–.

Artikel 47c [Vervallen per 01-01-2011]

Onverminderd artikel 2:69p van de Regeling LNV-subsidies is de rente op de lening, bedoeld in artikel 2:69k, eerste lid, van de Regeling LNV-subsidies marktconform en niet hoger dan de wettelijke rente voor handelstransacties.

Artikel 47d [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 1:13, tweede lid, van de Regeling LNV-subsidies, is niet van toepassing.

Artikel 47e [Vervallen per 01-01-2011]

Titel 7. Garantstelling [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 49 [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond bedraagt:

Artikel 49a [Vervallen per 01-01-2011]

Aanvragen tot garantstellingen als bedoeld in Hoofdstuk 2, Titel 12, paragraaf 2, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 4 januari tot en met het tijdstip dat de Commissie van de Europese Unie verstrekking van steun in de vorm van garanties aan landbouwondernemingen op grond van punt 4.2.2 van de Mededeling van de Commissie – Tijdelijke communautaire kaderregeling inzake staatssteun ter stimulering van de toegang tot financiering in de huidige financiële en economische crisis (PbEU C 16), na aanmelding als bedoeld in punt 5.2 van dat kader, aan de Nederlandse autoriteiten heeft toegestaan.

Artikel 49b [Vervallen per 01-01-2011]

  • 2 Het in het eerste lid bedoelde plafond is tevens van toepassing op aanvragen die in 2009 zijn ingediend.

Titel 7a. Overige bepalingen [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 49c [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond bedoeld in artikel 62, onderdeel b, van het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2009 is opgehoogd met € 3.500.000.

Artikel 49d [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 40, onderdeel b, van het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2009 is opgehoogd met € 10.376.000.

Hoofdstuk 3. Natuur, landelijk erfgoed en recreatie [Vervallen per 01-01-2011]

Titel 1. Draagvlak natuur [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 49e [Vervallen per 01-01-2011]

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 2, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 juli tot en met 31 juli 2010.

Artikel 49f [Vervallen per 01-01-2011]

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 49e, bedraagt het subsidieplafond:

Artikel 49g [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Voor zover na de periode voor indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 49e het subsidieplafond, bedoeld in artikel 49f, aanhef en onderdeel a, niet wordt bereikt, wordt het resterende bedrag opgeteld bij het subsidieplafond, bedoeld in artikel 49f, aanhef en onderdeel b.

  • 2 Voor zover na de periode voor indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 49e het subsidieplafond, bedoeld in artikel 49f, aanhef en onderdeel b, niet wordt bereikt, wordt het resterende bedrag opgeteld bij het subsidieplafond, bedoeld in artikel 49f, aanhef en onderdeel a.

Titel 2. Draagvlak duurzaam voedsel [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 49h [Vervallen per 01-01-2011]

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:10b van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 juli tot en met 31 juli 2010.

Artikel 49i [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 3:10b van de regeling bedraagt: € 561.000,–.

Titel 3. Behoud van historische buitenplaatsen [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 50 [Vervallen per 01-01-2011]

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:21 en 3:25a van de regeling kunnen worden ingediend tot en met 31 januari 2010.

Artikel 51 [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond bedraagt voor activiteiten als bedoeld in artikel 3:21 en 3:25a van de regeling: € 2.200.000.

Titel 4. Nationale en grensoverschrijdende parken [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 52 [Vervallen per 01-01-2011]

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:34 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 4 januari tot en met 31 december 2010.

Artikel 53 [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond bedraagt ten aanzien van aanvragen door:

  • a. de IVN Vereniging voor natuur- en milieueducatie: € 1.478.444,09;

  • b. Stichting Samenwerkingsverband Nationale Parken: € 300.000.

Titel 5. Versterking natuur- en bosbeheer bij bos- en landgoedeigenaren [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 54 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 2 Het subsidieplafond bedraagt € 230.000.

Titel 6. Behoud zeldzame landbouwhuisdierrassen [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 55 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:61 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 4 januari tot en met 28 februari 2010.

  • 2 Het subsidieplafond bedraagt € 200.000.

Hoofdstuk 4. Visserij [Vervallen per 01-01-2011]

Titel 1. Maatregelen van gemeenschappelijk belang [Vervallen per 01-01-2011]

§ 1. Innovatieprojecten [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 56 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie voor innovatieprojecten als bedoeld in artikel 4:15, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 augustus tot en met 31 augustus 2010.

  • 2 De subsidie bedraagt 60% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 350.000.

  • 3 Het subsidieplafond bedraagt € 2.000.000.

Artikel 57 [Vervallen per 01-01-2011]

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van de liquiditeitsbehoefte van de aanvrager.

§ 2. Collectieve acties [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 58 [Vervallen per 01-01-2011]

Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 4:22, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 augustus tot en met 31 augustus 2010.

Artikel 59 [Vervallen per 01-01-2011]

De subsidie bedraagt:

Artikel 60 [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond bedraagt € 2.000.000.

Artikel 60a [Vervallen per 01-01-2011]

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van de liquiditeitsbehoefte van de aanvrager.

§ 3. Kwaliteit, rendement en nieuwe markten [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 60aa [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 4:27, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend voor het volledig doorlopen van een beoordeling door onafhankelijke deskundigen in het kader van een traject ter certificering van visserijproducten die zijn gevangen of gekweekt met milieuvriendelijke productiemethoden, voor zover die beoordeling van gemeenschappelijk belang is voor een unieke vorm van zee-, kust- of binnenvisserij, schelpdier- en viskweek, gedefinieerd aan de hand van:

    • a. de doelsoort;

    • b. de vis- of kweekmethode, en

    • c. het vis- of kweekgebied.

  • 2 Een traject ter certificering als bedoeld in het eerste lid, voldoet naar het oordeel van de Minister, voor binnenvisserij en schelpdier- en viskweek voorzover van toepassing, aan de ‘Guidelines for the ecolabelling of fish and fishery products from marine capture fisheries’ van de Voedsel en Landbouw Organisatie van de Verenigde Naties, waarbij de volgende thema’s van belang zijn:

    • a. structuur en procedures voor het opstellen van de standaard voor certificering;

    • b. participatie van belanghebbenden bij het opstellen van de standaard voor certificering;

    • c. accreditatie en certiferingsstructuren, en

    • d. accreditatie en certiferingsprocedures.

  • 3 Op verzoek van de Minister maakt een aanvrager aannemelijk dat het traject ter certificering, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de guidelines, bedoeld in het tweede lid.

  • 4 Het gemeenschappelijke belang, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit het voor de eerste maal doorlopen van de beoordeling door onafhankelijke deskundigen, bedoeld in het eerste lid, dat een toegevoegde waarde heeft voor de desbetreffende unieke vorm van zee-, kust- of binnenvisserij, schelpdierkweek en aquacultuur.

  • 5 Onder vismethode als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt verstaan de vismethoden, bedoeld in:

    • a. de internationale statistische standaardindeling van vistuig (ISSCFG);

    • b. bijlage I van Verordening (EU) nr. 1342/2008 van 18 december 2008 tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2004 (Pb L 348), of

    • c. artikel 1 van het Reglement voor de binnenvisserij.

  • 6 onder kweekmethode als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b wordt verstaan:

    • a. een open aquacultuurvoorziening, of

    • b. een gesloten aquacultuurvoorziening.

  • 8 In afwijking van artikel 4:27, tweede lid, van de regeling komen een erkende beroepsorganisatie, een samenwerkingsverband van visserijondernemingen of een combinatie daarvan in aanmerking voor de subsidie.

Artikel 60ab [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Aanvragen als bedoeld in artikel 60aa, eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 1 september tot en met 30 september 2010.

  • 2 Het subsidieplafond voor aanvragen met betrekking tot zee- en kustvisserij en schelpdierkweek bedraagt € 800.000.

  • 3 Het subsidieplafond voor aanvragen met betrekking tot binnenvisserij en viskweek bedraagt € 200.000.

Artikel 60ac [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Voor zover na de periode voor indiening van aanvragen, bedoeld in artikel 60ab, tweede lid, het subsidieplafond, bedoeld in dat artikel, niet is bereikt, wordt het resterende bedrag opgeteld bij het subsidieplafond, bedoeld in artikel 60ab, derde lid.

  • 2 Voor zover na de periode voor indiening van aanvragen, bedoeld in artikel 60ab, derde lid, het subsidieplafond, bedoeld in dat artikel, niet is bereikt, wordt het resterende bedrag opgeteld bij het subsidieplafond, bedoeld in artikel 60ab, tweede lid.

Artikel 60ad [Vervallen per 01-01-2011]

In afwijking van artikel 4:29 van de regeling is artikel 1:5 van de regeling van toepassing op aanvragen als bedoeld in artikel 60aa, eerste lid.

Artikel 60ae [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 In afwijking van artikel 4:31 van de regeling komen de volgende kosten in aanmerking voor de subsidie:

    • a. kosten voor een procesbegeleider voor het certificeringstraject;

    • b. aan derden verschuldigde kosten ter zake van noodzakelijke studies en onderzoeksactiviteiten ten behoeve van het certificeringstraject;

    • c. de overige kosten van het certificeringstraject, zoals overeengekomen met en in rekening gebracht door de certificeerder.

  • 2 De kosten van offertes en voorstudies komen niet in aanmerking voor subsidie.

  • 3 De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kunnen loonkosten of kosten van eigen arbeid omvatten.

  • 4 Een aanvraag tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 60aa, eerste lid, gaat vergezeld van offertes of prijsopgaven van de kosten, bedoeld in het eerste lid.

  • 5 Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van liquiditeitsbehoefte.

Artikel 60af [Vervallen per 01-01-2011]

De subsidie bedraagt 80% van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 100.000 bedraagt.

§ 4. Duurzame ontwikkeling visserijgebieden [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 61 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Aanvragen tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 4:33c van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 juli tot en met 31 augustus 2010.

  • 3 Geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten waarvan de subsidiabele kosten in totaal minder bedragen dan € 100.000.

Artikel 61a [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 1:2, tweede lid, van de regeling is niet van toepassing op aanvragen als bedoeld in artikel 61 met dien verstande dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend niet zijn aangevangen voor 1 januari 2007.

Artikel 62 [Vervallen per 01-01-2011]

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van liquiditeitsbehoefte.

Titel 2. Investeringen [Vervallen per 01-01-2011]

§ 1. Investeringen in verwerking en afzet [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 62aa [Vervallen per 01-01-2011]

  • 2 Het subsidieplafond bedraagt € 2.000.000.

Artikel 62ab [Vervallen per 01-01-2011]

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten.

§ 2. Investeringen in elektronische registratie- en meldapparatuur [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 62a [Vervallen per 01-01-2011]

  • 2 Aanvragen voor de vaststelling van subsidie die betrekking hebben op een vaartuig als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, onderdeel a, van de regeling, die na 26 februari 2010, doch uiterlijk 1 december 2010 zijn ingediend, worden beschouwd als aanvragen die zijn ingediend in de in het eerste lid bedoelde periode.

  • 3 Het subsidieplafond bedraagt € 1.800.000,–.

Artikel 62b [Vervallen per 01-01-2011]

In afwijking van artikel 1:2, tweede lid, van de regeling kan subsidie worden verleend voor activiteiten die zijn aangevangen voor de subsidievaststelling op voorwaarde dat de activiteiten zijn aangevangen na 1 januari 2009.

Titel 3. Maatregelen voor de kust- en binnenvisserij [Vervallen per 01-01-2011]

§ 1. Tegemoetkoming tijdelijk aalvisverbod 2010 [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 62ba [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Aanvragen tot verstrekking van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4:68 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 oktober tot en met 1 november 2010.

  • 2 Het subsidieplafond voor aanvragen als bedoeld in artikel 4.69 bedraagt € 1.000.000.

Artikel 62bb [Vervallen per 01-01-2011]

Er worden geen voorschotten verleend.

Hoofdstuk 4a. Onderwijs [Vervallen per 01-01-2011]

Titel 1. Groene plus lectoraten [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 62bc [Vervallen per 01-01-2011]

Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een lectoraat als bedoeld in artikel 4a:3 van de regeling, kunnen worden ingediend in de periode 1 juli 2010 tot 15 september 2010.

Artikel 62bd [Vervallen per 01-01-2011]

De hoogte van het subsidiebedrag bedraagt maximaal € 120.000 per jaar.

Artikel 62be [Vervallen per 01-01-2011]

De duur van de subsidieverlening bedraagt maximaal 4 jaar.

Artikel 62bf [Vervallen per 01-01-2011]

Het subsidieplafond bedraagt € 1.920.000.

Hoofdstuk 5. Overige bepalingen en slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 62c [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 63 [Vervallen per 01-01-2011]

De volgende subsidieplafonds worden, voor zover van toepassing, naar rato verhoogd:

Artikel 64 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Als beoordelingscommissie bedoeld in de artikelen 14, 18, 34 en 43d wordt ingesteld de beoordelingscommissie concurrerende landbouw.

  • 2 De beoordelingscommissie, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit de heer drs. J.P.J. Lokker en de heer ir. J.T.G.M. Koolen.

Artikel 65 [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 66 [Vervallen per 01-01-2011]

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2010.

Artikel 67 [Vervallen per 01-01-2011]

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2010.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 16 oktober 2009

De

Minister

van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G. Verburg

Bijlage 1. Hoogte van het subsidiepercentage en de subsidiabele kosten bij investeringen op het terrein van energiebesparing als bedoeld in artikel 24, eerste lid [Vervallen per 01-01-2011]

Eerste energieschermen, niet zijnde gevelschermen of (teeltkundig vereiste) verduisteringsschermen of wettelijk verplichte lichtafschermingsschermen (artikel 22, eerste lid, onderdeel a):

Bij uitbesteden materieel en installatie

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 6,70

€ 67.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 5,00

€ 250.000,–

Bij enkel uitbesteden materieel (installatie door eigen arbeid)

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

   

Materieel

Eigen arbeid forfaitair

 

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 3,00

€ 3,70

€ 67.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 1,30

€ 3,70

€ 250.000,–

Tweede energieschermen, niet zijnde gevelschermen of (teeltkundig vereiste) verduisteringsschermen of wettelijk verplichte lichtafschermingsschermen (artikel 22,eerste lid, onderdeel b):

Bij uitbesteden materieel en installatie

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve of energie- intensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 6,70

€ 67.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 5,00

€ 250.000,–

Bij enkel uitbesteden materieel (installatie door eigen arbeid)

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

   

Materieel

Eigen arbeid forfaitair

 

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 3,00

€ 3,70

€ 67.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 1,30

€ 3,70

€ 250.000,–

Klimaatcomputer (artikel 22, eerste lid, onderdeel c):

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximale subsidiabele investeringskosten

 

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

€ 45.000,–

 

Meerinvestering kasdek met antireflectie gecoat kasdekglas of kasdekkunstof (artikel 22, onderdeel d):

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen

25%

€ 10,00

€ 400.000,–

Warmtebuffersysteem (artikel 22, eerste lid, onderdeel e):

Onderneming

Subsidiepercentage

Buffercapaciteit

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Tot 60 m3

€ 50.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Tot 125 m3

€ 70.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Tot 250 m3

€ 90.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

250 m3 of groter

€ 100.000,–

Energieclusters (artikel 22, eerste lid, onderdeel f):

Onderneming

Subsidiepercentage

Aantal deelnemers in het samenwerkingsverband

Maximale subsidiabele investeringskosten voor het cluster

Samenwerkingsverband van twee glastuinbouwondernemingen

25%

2

€ 200.000,00

Samenwerkingsverband van drie glastuinbouwondernemingen

25%

3

€ 300.000,00

Hogedruk vernevelingssysteem voor kaskoeling (artikel 22, eerste lid, onderdeel g):

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve glastuinbouwondernemingen kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 5,50

€ 55.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwondernemingen groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 4,10

€ 205.000,–

Gevelscherm, niet zijnde verduisteringsscherm (artikel 22, eerste lid, onderdeel h):

Bij uitbesteding materiaal en installatie

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 9,–

€ 90.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 6,70

€ 336.000,–

Bij enkel uitbesteden materiaal ( installatie door eigen arbeid)

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd (Materieel eigen arbeid forfaitair)

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 4,00

€ 5,–

€ 90.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 1,75

€ 5,–

€ 336.000,–

Energiebesparend ventilatiesysteem met warmte terugwinning en/of voorverwarming (artikel 22, eerste lid, onderdeel i):

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen

25%

€ 10,–

€ 360.000,–

Meerinvestering diffuus glas (artikel 22, eerste lid, onderdeel j):

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximale subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen

25%

€ 100.00

€ 400.000

Bijlage 2. Rekenmodel als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt a, onderdeel b, van de regeling. Marktintroductie energie-innovaties: beperking van CO2-emmissie door toepassing van een semi-gesloten kas [Vervallen per 01-01-2011]

Bedrijfsnaam:

Eigenaar/indiener:

Bedrijfsadres:

Postcode/plaats:

Bedrijfswebsite:

Correspondentieadres:

Postcode/plaats:

Telefoonnummer:

E-mailadres:

Aanvraagnummer:

De berekeningen zijn gemaakt op grond van de door de aanvrager ingevulde karakteristieken met betrekking tot het verwarmings- en koelingsysteem, de installaties die in kas en ketelhuis worden voorzien en het door de tuinder gewenste kasklimaat.

Als rekenmodel wordt gebruik gemaakt van programmatuur die in het kader van het project Synergie is ontwikkeld ten behoeve van de technische, energetische en economische beoordeling van gesloten kasconcepten. Dit rekenmodel is gebouwd en wordt onderhouden door de Business Unit Glas van Wageningen UR.

Het model rekent op uurbasis de warmte- en koudebehoefte van de door de aanvrager beschreven kasconfiguratie in een gemiddeld Nederlands jaar. Vanuit deze gegevens wordt voor elk uur uitgerekend welke gas-, elektriciteits-, CO2-behoefte en laagwaardig warmtegebruik of -overschot voor deze kas verwacht mag worden.

Deze berekening wordt gemaakt voor de geconditioneerde kas en voor een relevante referentie.

De vergelijking van de berekende CO2-emissie voor het hierbij ingediende geconditioneerde kasconcept met de referentie leidt tot de conclusie dat de verwachte CO2-emissiereductie ........... bedraagt.

Deel 1. Kasklimaatwensen en kasuitrusting [Vervallen per 01-01-2011]

In de tuinbouw staat de klimatiseringsinstallatie ten dienste van het gewas om een zo gunstig mogelijk kasklimaat te realiseren. Er blijft evenwel, zelfs in geconditioneerde kassen, altijd een spanningsveld tussen het klimaat waarbij het gewas het beste zou groeien en de kosten de gepaard gaan met het realiseren van dat klimaat. Zo wordt in de gangbare tuinbouw weliswaar bij hoge instraling een hoge CO2-concentratie gewenst, maar de dosering wordt toch begrensd om de CO2-gift in overeenstemming te houden met de hoeveelheid warmte die bij de productie van rookgassen vrijkomt. Ook wordt geaccepteerd dat, omwille van een gunstig gascontract, op heel koude dagen de gewenste etmaaltemperatuur niet gerealiseerd wordt. Het model houdt met al deze zaken rekening (middels de begrenzingen van het klimatiseringssysteem (zie deel 2).

De kasklimaatinstellingen die in dit deel moeten worden ingevuld moeten dan ook worden opgevat op dezelfde manier als waarop de instellingen van de kasklimaatcomputer worden gebruikt.

Er staan twee kolommen met invoergegevens en indien de geconditioneerde kas niet de gehele unit beslaat maar slechts een fractie dan komt er nog een derde kolom die aangeeft hoe het klimaat in het niet-geconditioneerde deel gewenst wordt.

In de eerste kolom staan de instellingen die voor de geconditioneerde kas gaan gelden.

De tweede kolom wordt gebruikt om de referentiesituatie te beschrijven. Veel getallen zullen gelijk zijn, maar wellicht wordt in de geconditioneerde kas de temperatuur waarboven gekoeld wordt wat hoger gekozen dan u in de referentie zou hebben gedaan. Ook het gebruik van minimumbuis zal in de geconditioneerde kas vaak minder zijn.

De derde kolom verschijnt in afhankelijkheid van de gesloten kasfractie. De teelt-instellingen in de derde kolom zullen veel gelijkenis vertonen met de instellingen van de tweede kolom.

Elk veld heeft een uitleg, die naar voren komt als de muis erop wordt gelegd. Achterin dit document staan alle toelichtingen bij elkaar geplaatst.

 

Omschrijving

Eenheid

Geconditioneerde afdeling

Referentie

Niet geconditioneerd deel

1

Gesloten kas fractie

%

50

n.v.t.

50

2

Gewas (kies: groente, potplant of snijbloem)

 

groente

groente

groente

3

Kasdek (kies: enkelglas, dubbel of triple)

 

enkelglas

enkelglas

enkelglas

4

Stooktemperatuur dag

°C

18

18

18

5

Stooktemperatuur nacht

°C

17

17

17

6

Koel- of ventilatietemperatuur

°C

27

27

27

7

Pband ventilatie/koeling

°C

2

2

2

8

Maximale ventilatie met buitenlucht

m3/(m2 hr)

0

n.v.t.

n.v.t.

9

Toegestane RV in de kas

%

85

85

85

10

Deksproeiers (kies ja of nee)

 

nee

nee

nee

11

Minimumbuistemperatuur

°C

40

40

40

12

VO van het minimumbuisnet

m2 buis/m2

0,2

0,2

0,2

13

Streefwaarde CO2

ppm

900

900

900

14

Maximale doseercapaciteit

kg/(ha hr)

120

180

180

15

Stralingscrit. voor schaduwscherm

W/m2

1000

1000

1000

16

Schaduwfactor schaduwscherm

%

30

30

30

17

Buitentemp sluiten energiescherm

°C

12

12

12

18

Besparingspercentage v.h. scherm

%

45

45

45

19

Belichtingsintensiteit

Wel/m2

0

0

0

20

Belichtingsschema (kies schema 1, 2 of 3)

 

2

2

2

Belichtingsschema’s [Vervallen per 01-01-2011]

Op deze pagina treft u drie belichtingsschema’s die u kunt gebruiken om de door u gebruikte wijze van belichting vast te leggen. U kunt voor verschillende kasafdelingen verschillende schema’s gebruiken (dus voor de geconditioneerde kasafdeling een ander schema dan voor de referentie of voor de niet-geconditioneerde delen van het nieuw te bouwen of te vernieuwen kascomplex), maar u kunt ook voor alle afdelingen hetzelfde schema gebruiken.

De drie getoonde schema’s zijn voorzien van default instellingen. U kunt ze evenwel naar eigen inzicht aanpassen.

[Schema 1] Dit schema wordt gebruikt als u in deel 1 van het formulier belichtingsschema 1 kiest

1

DagnrStartBel

280

 

(→ dit is 6 oktober)

2

DagnrStopBel

80

 

(→ dit is 20 maart en betekent 165 dg belichting)

3

IglobBelUit

150

W/m2 globale straling buiten de kas

4

SavondsUit

20

uur

(belichting is 2 uur uit)

5

SavondsAan

22

uur

 

[Schema 2] Dit schema wordt gebruikt als u in deel 1 van het formulier belichtingsschema 2 kiest

1

DagnrStartBel

260

 

(→ dit is 16 september)

2

DagnrStopBel

91

 

(→ dit is 31 maart en betekent 196 dg belichting)

3

IglobBelUit

150

W/m2 globale straling buiten de kas

4

SavondsUit

22

uur

(belichting is 4 uur uit)

5

SavondsAan

2

uur

 

[Schema 3] Dit schema wordt gebruikt als u in deel 1 van het formulier belichtingsschema 3 kiest

1

DagnrStartBel

330

 

(→ dit is 25 november)

2

DagnrStopBel

300

 

(→ dit is 26 oktober en betekent 335 dg belichting)

3

IglobBelUit

150

W/m2 globale straling buiten de kas

4

SavondsUit

20

uur

(belichting is 4 uur uit)

5

SavondsAan

24

uur

 

Deel 2. Ketelhuis [Vervallen per 01-01-2011]

Met de installatie van een semi-gesloten kas zal een nieuw ketelhuis worden neergezet of het bestaande ketelhuis worden gerenoveerd. Er zal waarschijnlijk een warmtepomp, een aquifer en een etmaalbuffer voor laagwaardige warmte/kou worden geplaatst en er wordt waarschijnlijk een WK geplaatst. Ook is het denkbaar dat de nieuwe of vernieuwde kas wordt voorzien van additionele CO2-voorziening in de vorm van zuivere- of OCAP-CO2.

In dit deel kunt u de eigenschappen van het nieuwe ketelhuis vastleggen.

Indien het ontwerp om een systeem gaat waarbij de semi-gesloten kas een fractie is van het totale kasoppervlak dat door het nieuw (ingerichte) ketelhuis wordt verwarmd, dan gaat het rekenprogramma er van uit dat de in de zomer verzamelde warmte in de winter zowel op het geconditioneerde deel als op het niet geconditioneerde deel wordt gebruikt (zoals bijvoorbeeld bij Themato).

Als u in het vorige deel hebt aangegeven dat de geconditioneerde kasfractie 100% is, dan betekent dit dat de nieuwe of vernieuwde ketelhuisconfiguratie die hier in deel 2 wordt beschreven uitsluitend wordt ingezet voor (de) geconditioneerde afdeling(en).

Teneinde de gerealiseerde CO2-emissiebeperking te kunnen berekenen dient u ook het referentie-ketelhuis te beschrijven.

Nieuw of vernieuwd ketelhuis

1

Kasoppervlak

1

ha

     
 

Geconditioneerd oppervlak

0,5

ha

Niet geconditioneerd opp.

0,5ha

2

Buffercapaciteit

200

m3

200

m3/ha

 

3

Thermisch warmtepompvermogen

700

kW th

700

kW/ha

 

4

Efficientie v.d. warmtepomp

45

%

     

5

Capaciteit aquifer

200

m3/uur

400

m3/ha gecond. kas per uur

 

6

Temp verlies scheidingswisselaar

1

°C

     

7

Bufferinhoud koudebuffer

1500

m3

3000

m3/ha gecond. kas

 

8

Koude bron laden op

8

°C

     

9

WK-vermogen

60

kW el.

60

kW/ha

 

10

elektrisch WK-rendement

42

%

     

11

thermisch WK-rendement

55

%

     

12

WK inzetten tijdens piek-uren (ja/nee)

ja

       

13

Zomerse WK-warmte oversch. in aquif.

nee

       
Referentie ketelhuis

14

Kasoppervlak

1

ha

     

15

Buffercapaciteit

100

m3

100

m3/ha

 

16

WK-vermogen

0

kW el.

0

kW/ha

 

17

elektrisch WK-rendement

42

%

     

18

thermisch WK-rendement

55

%

     

19

WK inzetten tijdens piek-uren (ja/nee)

nee

       

Deel 3. Koel- en verwarmkarakteristieken [Vervallen per 01-01-2011]

In de geconditioneerde kasafdeling zijn luchtbehandelingunits geplaatst. Tijdens gebruik van deze units leveren ze een bepaalde koelcapaciteit. Deze is vooral afhankelijk van het temperatuurverschil tussen ingaand water en ingaande lucht en van de hoeveelheid lucht die er doorheen wordt geblazen.

Daarnaast speelt ook de luchtvochtigheid een rol. (Deze kan worden verhoogd door gebruik te maken van een fogging installatie (afhankelijk van de instelling in deel 1)).

Bij het gebruik van de installatie koelsysteem wordt er elektriciteit gebruikt. Vooral voor het circuleren van de lucht, maar ook voor het verpompen van water.

Het elektriciteitsverbruik per eenheid koelvermogen, maar ook het waterdebiet en de opwarming van het water is door dit alles sterk afhankelijk van de gekozen luchtbehandelingunits, het aantal dat daarvan gebruikt wordt en de kasklimaatcondities waaronder gekoeld wordt.

Het is niet waarschijnlijk dat de luchtbehandelingskast-leverancier de prestatie van de koelunit onder al die variabele omstandigheden voorhanden heeft. Laat staan dat die dan ook nog gedocumenteerd zouden zijn.

Omdat de kwaliteit van de koelunits echter een duidelijke invloed heeft op het energiebesparingresultaat van semi-gesloten kassen is het noodzakelijk om toch over zo'n prestatie karakterisering te beschikken.

In dit deel wordt vanuit een bench-mark punt (dat bij voorkeur zo dicht mogelijk ligt bij de werkingscondities die representatief zijn voor het gebruik in uw situatie) een karakterisering van het koelsysteem gemaakt die toegesneden is op uw kasklimaatwensen en die het deellastgedrag in beeld brengt. Er worden grafieken gemaakt van het elektriciteitsverbruik als functie van het koelvermogen, het waterdebiet door de koelers en de temperatuur waarmee het water uit de koelers zal komen. Tevens wordt op grond van de koeleigenschappen een karakterisering gemaakt voor het gedrag van deze units bij gebruik voor verwarming.

Koelen

         

Lege Velden

Hiernaast ziet u een invulveld waarin u specificaties van de gebruikte koelunits kunt aangeven. Vanuit deze specificaties maakt het programma relaties voor het elektriciteitsverbruik tijdens het koelen. Hierbij zijn vanuit de benchmark gegevens, rekening houdend met de achterliggende fysische processen (convectie en condensatie), extrapolaties gemaakt.

 

Benchmark punten v.d. Koelunit

     

0

 

1

Koelvermogen[kW]

20

kW

 

0

 

2

Watertemp in [°C]

12

°C

17

0

 

3

Watertemp uit [°C]

22

°C

0

0

 

4

Luchttemperatuur in [°C]

26

°C

21

0

 

5

Luchttemperatuur uit [°C]

16

°C

0

0

 

6

Koelvermogen geldt bij een RV van

85

%

 

0

 

7

Maximaal luchtdebiet [m3/uur]

2000

m3/uur

 

0

 

8

Electr.gebr.vent bij max luchtdeb.

0,3

kW

 

0

 

9

Waterzijdige drukval

1,2

bar

 

0

Vanuit de benchmark punten kan worden berekend dat de ontvochtigingscapaciteit 19,6 liter/uur is.

Dit betekent een latente warmteafvoer van 13,3 kW. De voelbare warmteoverdracht is dus 6,67 kW.

Er worden (vraag 10) 60 van deze units op de gekoelde afdeling van 0,5 ha geplaatst ( 83 m2 per unit).

De voelbare warmteoverdrachtscoëfficiënt blijkt 1,67 kW per °C verschil tussen gemiddelde water- en luchttemperatuur.

Verwarmen [Vervallen per 01-01-2011]

Het programma gaat ervan uit dat de luchtbehandelingkasten ook voor verwarmen worden gebruikt.

Op grond van de warmte-overdrachtgegevens in de koelmodus wordt voor de verwarming verondersteld dat de units 0,045 W ventilatorenergie gebruiken per overgedragen W verwarmingsvermogen.

Dit komt neer op een COP-verwarming van 22,2 (dit is exclusief het verbruik van de warmtepomp).

De combinatie van benchmark-punten en kasklimaat in de geconditioneerde afdeling levert de volgende karakteristieken van de koeler:

Bijlage 245224.png

Hieruit worden de onderstaande tabellen afgeleid waarmee het simulatiemodel zal rekenen.

Elektriciteitsverbruik ventilator

Approach temperatuur als functie van koelvermogen

belasting

Elekverbruik [W/m2]

koelverm

Approachtemperatuur

–1,00

0,00

0,00

0,20

0,10

1,36

32,57

2,42

0,15

1,67

48,86

3,06

0,20

1,92

65,14

3,52

0,25

2,15

81,43

3,87

0,30

2,36

97,71

4,14

0,35

2,55

114,00

4,36

0,40

2,72

130,29

4,53

0,45

2,89

146,57

4,67

0,50

3,04

162,86

4,77

0,55

3,19

179,14

4,85

0,60

3,33

195,43

4,91

0,65

3,47

211,71

4,95

0,70

3,60

228,00

4,97

0,75

3,60

244,29

4,98

0,80

3,60

260,57

4,98

0,85

3,60

276,86

4,96

0,90

3,60

293,14

4,93

0,95

3,60

309,43

4,90

1,00

3,60

325,71

4,85

100,00

3,60

800,00

19,90

Gemiddeld is het uittredend 4,46 °C lager dan de intredende lucht. Voor de pompen wordt met een drukval van 0,69667 bar/(m3/uur) gewerkt.

Deel 4. Overzicht van de resultaten [Vervallen per 01-01-2011]

Hier ziet u de resultaten m.b.t. de teelt en de resultaten qua energieverbruik en CO2-emissie.

Resultaten teelt

Omschrijving

Eenheid

Nieuwe situatie

Referentiesituatie

Gem. teelttemperatuur winterperiode

°C

17,9

17,8

Gem. teelttemperatuur zomerperiode

°C

0,0

0,0

Gem. CO2 concentratie zomerperiode

ppm

677

405

Jaarlijkse CO2-gift

kg/m2

25

37

Jaarlijks aantal energieschermuren

uur

2291

2291

Jaarlijks aantal schaduwschermuren

uur

0

0

Jaarlijks aantal belichtingsuren

uur

0

0

Resultaten warmte, koude en elektra      

Jaarlijkse warmtevraag

MJ/m2

1486

1542

Jaarlijkse laagwaardige warmte naar Aquifer

MJ/m2

372

n.v.t.

Gemiddelde temperatuur naar warme bron

°C

22,3

 

Jaarlijkse laagwaardige warmte uit Aquifer

MJ/m2

361

n.v.t.

Hoogwaardig warmte-overschot

MJ/m2

0

0

Elektriciteit voor belichting

kWh/m2

0

0

Electriciteit voor koeling en verwarming

kWh/m2

12

n.v.t.

Elektriciteitsgebruik Warmtepomp

kWh/m2

45

n.v.t.

Effectieve COP Warmtepomp

2,9

n.v.t.

Resultaten gas en elektra      

Gasinkoop

m3/m2

35

49

Elektra inkoop

kWh/m2

27

1

Elektra verkoop

kWh/m2

12

0

Netto elektra inkoop

kWh/m2

15

1

Resultaten CO2-emissie      

CO2-emissie Ketel

kg/m2

42

87

CO2-emissie WKK voor eigen gebruik

kg/m2

14

0

CO2-emissie WKK voor netlevering

kg/m2

kg/m2

6

62

0

Conclusie CO2 emissiebeperking

   

29%

Bijlage 3. Gebied als bedoeld in artikel 36, eerste lid, waarvan de kritische depositiewaarde voor stikstof lager is dan 2.400 mol N per hectare per jaar [Vervallen per 01-01-2011]

Natura 2000-gebied

 

Kritische depositiewaarde1

Gebiedsnummer

Gebiedsnaam

mol N/ha/jaar

55

Aamsveen

400

47

Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

1100

13

Alde Feanen

700

17

Bakkeveense Duinen

740

33

Bargerveen

400

63

Bekendelle

1400

156

Bemelerberg & Schiepersberg

830

46

Bergvennen & Brecklenkampse Veld

410

112

Biesbosch

1250

65

Binnenveld

1100

52

Boddenbroek

410

41

Boetelerveld

410

44

Borkeld

410

144

Boschhuizerbergen

410

83

Botshol

700

128

Brabantse Wal

410

104

Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein

1540

155

Brunssumerheide

400

69

Bruuk

830

153

Bunder- en Elsloërbos

830

53

Buurserzand & Haaksbergerveen

400

96

Coepelduynen

1000

139

Deurnsche Peel & Mariapeel

400

49

Dinkelland

410

107

Donkse Laagten

1100

25

Drentsche Aa-gebied

400

27

Drents-Friese Wold & Leggelderveld

400

26

Drouwenerzand

740

5

Duinen Ameland

770

84

Duinen Den Helder-Callantsoog

770

2

Duinen en Lage Land Texel

770

101

Duinen Goeree & Kwade Hoek

770

6

Duinen Schiermonnikoog

700

4

Duinen Terschelling

700

3

Duinen Vlieland

940

30

Dwingelderveld

400

89

Eilandspolder

700

28

Elperstroomgebied

830

40

Engbertsdijksvenen

400

23

Fochteloërveen

400

67

Gelderse Poort

1250

154

Geleenbeekdal

1100

157

Geuldal

830

152

Grensmaas

1400

115

Grevelingen

770

80

Groot Zandbrink

830

140

Groote Peel

400

9

Groote Wielen

1100

109

Haringvliet

2000

29

Havelte-oost

400

111

Hollands Diep

2000

72

IJsselmeer

1200

92

Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske

700

133

Kampina & Oisterwijkse Vennen

400

135

Kempenland-West

410

88

Kennemerland-Zuid

770

81

Kolland & Overlangbroek

2000

116

Kop van Schouwen

770

61

Korenburgerveen

400

114

Krammer-Volkerak

1390

158

Kunderberg

1400

58

Landgoederen Brummen

410

50

Landgoederen Oldenzaal

1100

130

Langstraat

410

19

Leekstermeergebied

1200

136

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

400

48

Lemselermaten

410

147

Leudal

1400

21

Lieftinghsbroek

1100

71

Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem

1250

51

Lonnekermeer

410

131

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

410

145

Maasduinen

400

117

Manteling van Walcheren

940

31

Mantingerbos

1100

32

Mantingerzand

410

97

Meijendel & Berkheide

940

149

Meinweg

400

94

Naardermeer

1100

103

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

700

161

Noorbeemden & Hoogbos

1400

87

Noordhollands Duinreservaat

770

7

Noordzeekustzone

1390

22

Norgerholt

1400

141

Oeffelter Meent

1250

37

Olde Maten & Veerslootslanden

700

95

Oostelijke Vechtplassen

700

118

Oosterschelde

700

10

Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving

2100

91

Polder Westzaan

700

134

Regte Heide & Riels Laag

410

150

Roerdal

1250

18

Rottige Meenthe & Brandemeer

700

42

Sallandse Heuvelrug

400

146

Sarsven en De Banen

410

160

Savelsbos

830

86

Schoorlse Duinen

940

142

Sint Jansberg

1100

159

Sint Pietersberg & Jekerdal

830

99

Solleveld & Kapittelduinen

940

45

Springendal & Dal van de Mosbeek

830

60

Stelkampsveld

410

137

Strabrechtse heide & Beuven

410

148

Swalmdal

1250

59

Teeselinkven

410

38

Uiterwaarden IJssel

1250

82

Uiterwaarden Lek

1250

66

Uiterwaarden Neder-Rijn

1400

68

Uiterwaarden Waal

1250

36

Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht

1540

129

Ulvenhoutse Bos

1100

15

Van Oordt’s Mersken

830

39

Vecht- en Beneden-Reggegebied

410

57

Veluwe

400

132

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

410

100

Voornes Duin

770

1

Waddenzee

940

34

Weerribben

700

138

Weerter- en Budelerbergen & Ringselven

410

98

Westduinpark & Wapendal

1100

122

Westerschelde & Saeftinghe

1420

35

Wieden

700

43

Wierdense veld

400

16

Wijnjeterper Schar

830

62

Willinks Weust

830

54

Witte Veen

400

24

Witterveld

400

64

Wooldse Veen

400

90

Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder

700

143

Zeldersche Driessen

1100

105

Zouweboezem

1100

70

Zuider Lingedijk & Diefdijk-Zuid

1100

85

Zwanenwater & Pettemerduinen

770

74

Zwarte Meer

1540

123

Zwin & Kievittepolder

1240

1 Bron: H.F. van Dobben & A. van Hinsberg (2008): Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en Natura 2000-gebieden. Alterra-rapport 1654.