Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke stimuleringsregeling Leven Lang Leren in het HBO 2009[Regeling vervallen per 31-12-2012.]

Geldend van 02-03-2010 t/m 30-12-2012

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 22 september 2009, nr. PLW/2009/20457, houdende regels voor het verstrekken van subsidie voor projecten ter (door)ontwikkeling van hogescholen tot instituten die diensten verlenen op het gebied van een Leven Lang Leren (LLL) (Tijdelijke stimuleringsregeling Leven Lang Leren in het HBO 2009)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 4 van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

1. Inleidende bepalingen [Vervallen per 31-12-2012]

Artikel 1.1. Begripsbepalingen [Vervallen per 31-12-2012]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. diplomering: het verstrekken van een getuigschrift behorende bij een opleiding, opgenomen in het Centraal Register Hoger Onderwijs (CROHO);

  • b. EVC: erkennen van verworven competenties;

  • c. EVC-procedure: geheel van processtappen en gehanteerde instrumenten waarmee informeel, non-formeel en formeel verworven competenties van deelnemers worden beoordeeld ten opzichte van een specifieke, landelijke standaard;

  • d. ervaringscertificaat: rapportage waarin de beoordeling van de competenties van de deelnemer aan een EVC-procedure wordt weergegeven en onderbouwd, conform de op grond van de kwaliteitscode EVC geldende eisen;

  • e. formeel onderwijs: het wettelijk geregelde onderwijs, leidend tot een diploma (in HO: de Croho-opleidingen);

  • f. non-formeel onderwijs: opleidingen, cursussen en trainingen (intentioneel leren) die niet tot het formeel onderwijs behoren;

  • g. leven lang leren: formeel en non-formeel onderwijs gevolgd door 23–64 jarigen;

  • h. werkend leren: trajecten waarin werken en leren in samenhang georganiseerd en geprogrammeerd worden, waarbij het georganiseerde leren zowel op de werkplek als binnen de hogeschool kan plaatsvinden;

  • i. maatwerktraject werkend leren: opleidingstraject strekkend tot het behalen van een certificaat of diploma, waarin op maat wordt aangesloten op de competenties van de individuele deelnemer, werkend leren centraal staat en sprake is van samenhang en wisselwerking tussen werkend leren en kennisverwerving;

  • j. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • k. hogeschool: uit ’s Rijks kas bekostigde hogeschool, zoals bedoeld in art. 1.8 van de WHW;

  • l. project: geheel van activititeiten dat beschreven is in een activiteitenplan en erop gericht is binnen een bepaalde tijd een concreet resultaat te bereiken.

Artikel 1.2. Doelomschrijving [Vervallen per 31-12-2012]

  • 1 De minister kan een subsidie verlenen als bijdrage voor een project van een hogeschool dat tot doel heeft de (door)ontwikkeling van de hogeschool tot instituut waar organisatiebreed diensten worden verleend op het gebied van een leven lang leren, door middel van activiteiten gericht op opleiding, diplomering en EVC.

  • 2 Subsidie voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verstrekt indien sprake is van een aantoonbare vergroting van het aantal deelnemers uit de doelgroep volwassen beroepsbevolking van 23 jaar en ouder.

Artikel 1.3. Subsidieontvanger [Vervallen per 31-12-2012]

Subsidie wordt verleend aan een hogeschool.

Artikel 1.4. Subsidieplafond [Vervallen per 31-12-2012]

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is een bedrag van ten hoogste € 9.800.000,– beschikbaar.

Artikel 1.5. Hoogte subsidie [Vervallen per 31-12-2012]

  • 1 De hoogte van de subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de voor subsidie in aanmerking komende kosten van het project, met een maximum van € 2.000.000,–.

  • 2 Voor tenminste 25% van de voor subsidie in aanmerking komende kosten dient cofinanciering plaats te vinden.

2. Subsidieaanvraag [Vervallen per 31-12-2012]

Artikel 2.1. Aanvraag [Vervallen per 31-12-2012]

  • 1 De subsidie wordt op aanvraag verleend.

  • 2 De subsidieaanvraag wordt ingediend bij AgentschapNL.

  • 3 Per subsidieontvanger kan slechts één subsidieaanvraag worden ingediend.

Artikel 2.2. Vereisten subsidieaanvraag [Vervallen per 31-12-2012]

  • 1 De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier.

  • 2 Een subsidieaanvraag omvat voorts:

    • a. een activiteitenplan; en

    • b. een begroting.

Artikel 2.3. Activiteitenplan [Vervallen per 31-12-2012]

Het activiteitenplan omvat een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten met betrekking tot het (door)ontwikkelen van de hogeschool tot instituut dat diensten verleent op het gebied van een leven lang leren en voorziet tenminste in:

  • a. een kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de bestaande activiteiten en voorzieningen en de reeds behaalde kwantitatieve en kwalitatieve resultaten over de volle breedte van de hogeschool, op het gebied van een leven lang leren en met betrekking tot de doelgroep in de regeling;

  • b. een beschrijving van de kwantitatieve resultaatambities, waaronder de beoogde toename van het aantal deelnemers uit de doelgroep, met daarbinnen specifieke resultaatambities voor de toename van het aantal deelnemers van 30 jaar en ouder;

  • c. een beschrijving van te ondernemen acties op alle relevante niveaus binnen de organisatie, die betrekking hebben op de ontwikkeling en vertaling van de strategische missie, visie en het beleid van de hogeschool ten aanzien van een leven lang leren, leidend tot duurzame verankering;

  • d. een beschrijving van de te ontwikkelen producten en diensten op het gebied van een leven lang leren voor de doelgroep over de gehele breedte van de hogeschool, voor zover deze producten een aantoonbare relatie hebben met opleiding, diplomering, en EVC, aansluiten op de vraag, qua exploitatie levensvatbaar en duurzaam uitvoerbaar zijn.

  • e. een beschrijving van de activiteiten die gericht zijn op het vraag- en klantgericht werken, externe oriëntatie en het aangaan c.q. uitbouwen van duurzame partnerschappen met bedrijven en instellingen in het kader van een leven lang leren.

  • f. een beschrijving van de projectorganisatie, waaruit de breedte van de betrokkenheid van de organisatieonderdelen en de betrokkenheid van bestuur en lijnmanagement van de hogeschool blijkt;

  • g. een beschrijving van de activiteiten die betrekking hebben op de aanpassing van de inrichting van de organisatie (structuur, bedrijfsvoering, werkprocessen en cultuur), kwaliteitsborging en duurzame verankering;

  • h. een beschrijving van de activiteiten die de deskundigheid van medewerkers bevorderen.

  • i. een beschrijving van de wijze waarop de leerfunctie wordt ingevuld en kennisdeling wordt gerealiseerd.

Artikel 2.4. Begroting [Vervallen per 31-12-2012]

  • 1 In de begroting worden onderscheiden de organisatiekosten tot en met 31 december 2011 voor het:

    • a. ontwikkelen en vertalen van de strategische missie, visie en beleid van de hogeschool ten aanzien van een leven lang leren in concrete actieplannen op alle relevante niveaus en onderdelen binnen de organisatie;

    • b. ontwikkelen van producten en diensten op het gebied van een leven lang leren betreffende de doelgroep, voor zover die producten een directe relatie hebben met opleiding, diplomering en EVC, aantoonbaar aansluiten op de reële vraag en qua exploitatie levensvatbaar zijn;

    • c. vraag- en klantgericht werken, externe oriëntatie en het aangaan c.q. uitbouwen van partnerschappen met bedrijven en instellingen in het kader van een leven lang leren;

    • d. aanpassing van de inrichting van de organisatie (structuur, bedrijfsvoering, werkprocessen en cultuur);

    • e. bevorderen van de deskundigheid van medewerkers;

    • f. invulling leerfunctie en kennisdeling.

  • 2 In de kosten worden onderscheiden:

    • a. loonkosten verbonden aan de inzet van het personeel van de subsidieaanvrager;

    • b. kosten voor gebruikmaking van de diensten van derden;

    • c. materiële kosten; en

    • d. kosten voor overhead.

Artikel 2.5. Termijn indiening [Vervallen per 31-12-2012]

Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend tot en met 30 oktober 2009.

3. Subsidieverlening [Vervallen per 31-12-2012]

Artikel 3.1. Criteria [Vervallen per 31-12-2012]

  • 1 De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op subsidieaanvragen met betrekking tot projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie.

  • 2 De projecten worden beoordeeld op basis van de volgende criteria:

    • a. gerealiseerde resultaten

    • b. ambitie

    • c. haalbaarheid

    • d. vraaggerichtheid

    • e. duurzame verankering

    • f. invulling leerfunctie en kennisdeling

  • 3 De kosten van het project dienen in redelijke verhouding te staan tot de daarvan te verwachten resultaten.

  • 4 Bij de beoordeling van de aanvragen kan bij gelijke geschiktheid regionale spreiding van de projecten als criterium gehanteerd worden.

  • 5 In 2010 vindt een tussenevaluatie plaats gericht op de voortgang van de projecten en realisatie van de ambities.

Artikel 3.2. Beslistermijn [Vervallen per 31-12-2012]

De minister beslist binnen dertien weken na sluiting van de termijn voor het indienen van aanvragen in het kader van de regeling, zoals vermeld in artikel 2.5.

Artikel 3.3. Andere subsidieregelingen [Vervallen per 31-12-2012]

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt er geen subsidie verstrekt voor zover subsidie is verstrekt op grond van een andere rijkssubsidieregeling met een doelstelling die overeenkomt met de doelstelling bedoeld in deze regeling.

Artikel 3.4. Niet vervullen begrotingsvoorwaarde [Vervallen per 31-12-2012]

  • 2 In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

4. Verplichtingen subsidieontvanger [Vervallen per 31-12-2012]

Artikel 4.1. informatieplicht [Vervallen per 31-12-2012]

  • 1 De subsidieontvanger verstrekt alle door of namens de minister gevraagde informatie ten behoeve van beleidsonderzoek, tussenevaluatie en controledoeleinden.

  • 2 Uiterlijk 1 oktober 2010 dient de subsidieontvanger een tussentijds verslag van activiteiten in bij de minister.

Artikel 4.2. administratieve voorschriften [Vervallen per 31-12-2012]

  • 1 De subsidieontvanger houdt een inzichtelijke en controleerbare administratie bij met betrekking tot de voorbereiding en uitvoering van het project en de in verband daarmee gedane uitgaven en verworven inkomsten.

  • 2 De administratie is zodanig opgezet dat deze voldoende waarborgen biedt voor beleidsonderzoek, controledoeleinden en het uitvoeren van de tussenevaluatie.

  • 3 De administratie biedt voldoende mogelijkheden voor een goede accountantscontrole op de juiste naleving van de subsidievoorwaarden.

Artikel 4.3. meldingsplicht [Vervallen per 31-12-2012]

  • 1 Subsidieontvanger meldt veranderingen in de begroting waar het verschuivingen in de kostenposten betreft.

  • 2 Subsidieontvanger meldt wanneer aannemelijk is dat bepaalde activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

5. Subsidievaststelling [Vervallen per 31-12-2012]

Artikel 5.1. Besteding subsidie [Vervallen per 31-12-2012]

De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt. Eventueel niet-bestede middelen na afloop van de looptijd van de subsidie zullen worden teruggevorderd. De subsidie wordt uiterlijk in het jaar 2011 besteed.

Artikel 5.2. Subsidievaststelling [Vervallen per 31-12-2012]

  • 1 Binnen dertien weken na beëindiging van het project, doch uiterlijk op 1 april 2012, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij de minister.

  • 2 De minister stelt de subsidie vast binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

Artikel 5.3. Verantwoording en controle [Vervallen per 31-12-2012]

  • 1 De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, behorende bij de richtlijn RJ 660, alinea 212, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving. De verwerking van niet-bestede middelen geschiedt in de jaarrekening van het laatste jaar van besteding. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie.

Artikel 5.4. Verslag van activiteiten [Vervallen per 31-12-2012]

Binnen dertien weken na beëindiging van het project, doch uiterlijk op 1 april 2012, dient de subsidieontvanger een verslag van activiteiten in bij de minister. Het verslag van activiteiten bevat:

  • a. in aanvulling op de jaarrekening, bedoeld in artikel 5.3., eerste lid, een overeenkomstig de begroting opgestelde financiële paragraaf, waarin inzicht wordt verschaft over de aanwending van de verstrekte middelen; en

  • b. een overzicht van de werkzaamheden waarvoor de subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten en, voor zover van toepassing, een analyse van verschillen tussen de beoogde resultaten en de feitelijke realisatie.

6. Betaling [Vervallen per 31-12-2012]

Artikel 6.1. Voorschotten [Vervallen per 31-12-2012]

Nadat de subsidie is verleend worden de voorschotten als volgt verstrekt:

  • 1. het eerste voorschot wordt binnen vier weken na de verlening van de subsidie verstrekt en bedraagt 50%;

  • 2. het tweede voorschot wordt uiterlijk dertien weken na ontvangst van het tussentijdse verslag, bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, verstrekt. Bij een positieve beoordeling van de voortgang en realisatie van het project bedraagt het tweede voorschot eveneens 50%. Indien de voortgang en realisatie van het project achter blijven kan de minister besluiten het tweede voorschot niet, of niet geheel, te verstrekken.

7. Mandaatverlening [Vervallen per 31-12-2012]

Artikel 7.1. Mandaatverlening AgentschapNL [Vervallen per 31-12-2012]

  • 1 Aan de algemeen directeur van AgentschapNL te ’s-Gravenhage wordt mandaat verleend om, met de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, op grond van deze regeling alle noodzakelijke besluiten te nemen in het kader van de uitvoering van deze regeling.

  • 2 Aan de algemeen directeur van AgentschapNL te ’s-Gravenhage wordt mandaat verleend voor het behandelen van en het nemen van besluiten op bezwaarschriften ingediend in het kader van deze regeling.

8. Slotbepalingen [Vervallen per 31-12-2012]

Artikel 8.1. Toepassing regeling na vervaldatum [Vervallen per 31-12-2012]

Voor zover er na het vervallen van deze regeling ter zake nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze overeenkomstig deze regeling plaats.

Artikel 8.2. Inwerkingtreding en vervaldatum [Vervallen per 31-12-2012]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 31 december 2012.

Artikel 8.3. Citeertitel [Vervallen per 31-12-2012]

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke stimuleringsregeling Leven Lang Leren in het HBO 2009.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.H.A. Plasterk