Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is belanghebbenden doeltreffendere rechtsmiddelen te bieden tegen het niet tijdig nemen van een besluit door een bestuursorgaan;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Red: Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.]
Artikel IA
[Red: Wijzigt de Beroepswet.]
Artikel IB
[Red: Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.]
Artikel II
[Red: Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.]
Artikel IIA
1 Behoudens het bepaalde in het tweede lid, heeft de inwerkingtreding van deze wet geen gevolgen voor bepalingen van provinciale, gemeentelijke en waterschapsverordeningen ten aanzien van een financiële tegemoetkoming of dwangsom bij niet tijdig beslissen, noch voor de bevoegdheid om dergelijke bepalingen vast te stellen.
2 De bepalingen van provinciale, gemeentelijke en waterschapsverordeningen ten aanzien van een financiële tegemoetkoming of dwangsom bij niet tijdig beslissen, die van kracht zijn op het tijdstip waarop artikel 4:16 van de Algemene wet bestuursrecht vervalt, zijn met ingang van dat tijdstip van rechtswege vervallen, evenals de bevoegdheid tot het maken van dergelijke verordeningen ten aanzien van dit onderwerp.
3 Een bestuursorgaan dat krachtens een provinciale, gemeentelijke of waterschapsverordening een financiële tegemoetkoming of een dwangsom verschuldigd is indien het bepaalde besluiten niet tijdig neemt, kan ten aanzien van die besluiten niet een besluit nemen als bedoeld in artikel 4:16 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel IV
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel V
Deze wet wordt aangehaald als: Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen.