Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010[Regeling vervallen per 06-06-2014.]

Geldend van 12-09-2009 t/m 05-06-2014

Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 28 augustus 2009, nr. DMO-2947536, houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van subsidie in verband met het bevorderen van mobiliteit in de thuiszorgsector 2009/2010 (Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010)

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 06-06-2014]

Artikel 1 [Vervallen per 06-06-2014]

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • b. werkgeversorganisaties: Actiz en Branchebelang Thuiszorg Nederland;

  • c. werknemersorganisaties: ABVAKABO FNV, CNV Publieke Zaak en Unie Zorg en Welzijn;

  • d. huishoudelijke verzorging: huishoudelijke verzorging als bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet maatschappelijke ondersteuning;

  • e. thuiszorginstelling: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die op basis van overeenkomsten of onderaannemingsovereenkomsten met gemeenten huishoudelijke verzorging levert in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning;

  • f. moederinstelling: een rechtspersoon die in een of meer thuiszorginstellingen afzonderlijk 25% of meer van het kapitaal of het stemrecht heeft;

  • g. groep van thuiszorginstellingen:

    • een moederinstelling met inbegrip van alle thuiszorginstellingen waarin zij 25% of meer van het kapitaal of het stemrecht heeft;

    • een thuiszorginstelling met inbegrip van al haar moederinstellingen, of

    • een groep bestaande uit een combinatie van 1° en 2°;

  • h. medewerker in de huishoudelijke verzorging: een persoon die op basis van een reguliere betaalde betrekking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de Loonbelasting 1964 daadwerkelijk huishoudelijke verzorging verricht ten behoeve van natuurlijke personen die overeenkomstig de Wet maatschappelijke ondersteuning aanspraak hebben op huishoudelijke verzorging;

  • i. algemene opleiding: een opleiding die bestaat in onderricht dat niet uitsluitend of hoofdzakelijk op de huidige of toekomstige functie van de medewerker in de huishoudelijke verzorging bij de thuiszorginstelling is gericht, maar door middel waarvan bekwaamheden worden verkregen die in ruime mate naar andere ondernemingen of andere werkgebieden overdraagbaar zijn, zodat de inzetbaarheid van de medewerker in de huishoudelijke verzorging op de arbeidsmarkt wordt verbeterd.

  • j. opleidende instantie: een instantie die algemene opleidingen aanbiedt, zijnde een instantie binnen de subsidieaanvragende thuiszorginstelling, een instantie binnen de groep van thuiszorginstellingen waartoe de subsidieaanvrager behoort of welke andere opleidende instantie dan ook; en

  • k. personeelskosten: de loonkosten die de subsidieaanvrager maakt ten behoeve medewerker in de huishoudelijke verzorging die een opleiding volgt, bestaande uit het brutoloon voor belasting, alsmede de verplichte bijdragen zoals sociale zekerheidsbijdragen en de kosten voor kinderopvang en algemene indirecte kosten, zoals administratieve kosten, huur, algemene vaste kosten, die maximaal gelijk zijn aan de te subsidiëren kosten.

Artikel 2 [Vervallen per 06-06-2014]

Deze regeling valt onder de verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (‘de algemene groepsvrijstellingsverordening’) (PbEU L214).

§ 2. Toepassingsbereik [Vervallen per 06-06-2014]

Artikel 3 [Vervallen per 06-06-2014]

  • 1 De minister kan aan een thuiszorginstelling ten behoeve van interne en externe mobiliteitsbevordering van medewerkers in de huishoudelijke verzorging een subsidie verstrekken voor kosten gemaakt of te maken in 2009 of 2010 in het kader van een algemene opleiding, die van start gaat nadat de aanvraag is ingediend, inhoudende:

    • a. omscholing, herscholing en bijscholing; of

    • b. outplacementactiviteiten die gericht zijn op het volgen van opleidingen of het ontwikkelen van vaardigheden buiten de thuiszorginstelling of de sector waarin deze medewerkers in de huishoudelijke verzorging werken.

  • 2 De minister verstrekt uitsluitend subsidie ten behoeve van medewerkers in de huishoudelijke verzorging in dienst van de subsidieaanvrager.

  • 3 De minister verstrekt geen subsidie ten behoeve van opleidingen die reeds voor de aanvraag van de subsidie zijn gestart.

Artikel 4 [Vervallen per 06-06-2014]

Uitsluitend de volgende kosten voor een algemene opleiding komen in aanmerking voor subsidie:

  • a. de personeelskosten van de opleiders;

  • b. de verplaatsingskosten van de opleiders en de medewerkers in de huishoudelijke verzorging die de opleiding volgen, daaronder begrepen de verblijfkosten;

  • c. kosten voor materiaal en benodigdheden die rechtstreeks met de opleiding verband houden;

  • d. de kosten voor afschrijving van middelen en uitrusting, voor zover deze uitsluitend voor de algemene opleiding worden gebruikt;

  • e. de kosten van diensten inzake begeleiding en advisering met betrekking tot de algemene opleiding;

  • f. de personeelskosten van degenen die de opleiding volgen en de algemene indirecte kosten (administratieve kosten, huur, algemene vaste kosten) ten belope van ten hoogste het totaal van de in de onderdelen a tot en met e bedoelde in aanmerking komende kosten tot een maximum van € 5 per uur per medewerker. Wat betreft de personeelskosten van degenen die de opleiding volgen, mag slechts rekening gehouden worden met de uren die de deelnemers aan de opleiding daadwerkelijk daaraan besteden, na aftrek van de door hen gewerkte uren in de huishoudelijke verzorging.

§ 3. Subsidieplafond [Vervallen per 06-06-2014]

Artikel 5 [Vervallen per 06-06-2014]

  • 1 Het subsidieplafond voor de verstrekking van de subsidies bedraagt € 3.000.000.

  • 2 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de subsidieaanvrager, krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht eenmalig de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen, met betrekking tot de verdeling als de datum van ontvangst geldt.

§ 4. Subsidieaanvraag [Vervallen per 06-06-2014]

Artikel 6 [Vervallen per 06-06-2014]

  • 1 Een aanvraag voor een subsidie wordt ingediend vóór de aanvang van de opleiding.

  • 2 Subsidieaanvragen worden bij aangetekende brief ingediend.

  • 3 Subsidieaanvragen kunnen uiterlijk tot 15 oktober 2010 worden ingediend. Aanvragen die na 15 oktober 2010 zijn ingediend worden niet in behandeling genomen.

  • 4 De subsidieaanvrager stuurt gelijktijdig met het indienen van de aanvraag bij de minister een afschrift van de subsidieaanvraag naar de lokale vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.

Artikel 7 [Vervallen per 06-06-2014]

  • 1 Een subsidieaanvraag geschiedt middels het aanvraagformulier dat is opgenomen in bijlage 1 en de daarbij behorende begroting, met gebruikmaking van het begrotingsformulier dat is opgenomen in bijlage 3.

  • 2 Het aanvraagformulier is ondertekend door degene die op grond van de statuten bevoegd is de thuiszorginstelling te vertegenwoordigen, of door een persoon die daartoe gevolmachtigd is.

  • 3 De subsidieaanvraag is onderbouwd met een projectplan, dat een beschrijving bevat van de opleidingen per individuele medewerker in de huishoudelijke verzorging en van de wijze waarop de subsidieaanvrager deze opleidingen wil (laten) uitvoeren. Uit het projectplan blijkt dat van een wezenlijke toename van het aantal deelnemers aan een opleiding sprake is ten opzichte van de periode voor de aanvang van de subsidieaanvraag.

  • 4 De begroting geeft inzicht in de kosten en baten per individuele medewerker en bevat in ieder geval de volgende onderdelen:

    • a. een overzicht waarin per opleidingsactiviteit is aangegeven hoeveel medewerkers ervan gebruik zullen maken en hoeveel van deze medewerkers tevens van een andere opleidingsactiviteit gebruik zullen maken;

    • b. een specificatie van de totale kosten en baten van de opleidingen;

    • c. een specificatie van de kosten die inzicht geeft in het aantal opleidingsactiviteiten waarvan een individuele medewerker gebruik zal maken en van de totale kosten per individuele medewerker voor alle door hem te gebruiken opleidingsmaatregelen tezamen; en

    • d. een postgewijze toelichting waarbij de kosten en baten die door middel van interne doorberekeningen zijn toegerekend, zijn bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voor zover hier kosten zijn inbegrepen van materiële vaste activa, zijn deze kosten op basis van aanschaffingsprijzen van die activa berekend.

Artikel 8 [Vervallen per 06-06-2014]

  • 1 Voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote kosten tevens subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd bij één of meer andere bestuursorganen, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.

  • 2 Voor zover de subsidieaanvrager nadat hij de subsidieaanvraag heeft ingediend voor dezelfde begrote kosten een subsidie of een andere financiële bijdrage aanvraagt bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij daarvan terstond mededeling aan de minister.

§ 5. Subsidieverlening en bevoorschotting [Vervallen per 06-06-2014]

Artikel 9 [Vervallen per 06-06-2014]

  • 1 De minister neemt binnen dertien weken na datum van ontvangst van de subsidieaanvraag een beschikking op de aanvraag.

  • 2 De minister laat zich bij het nemen van de beschikking adviseren door een door hem in te stellen beheerscommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Artikel 10 [Vervallen per 06-06-2014]

  • 1 De minister verstrekt voorschotten op basis van de verleende subsidie.

  • 2 Voorschotten worden gelijkmatig over het aantal maanden verstrekt waarvoor subsidie is aangevraagd.

  • 3 De minister kan afwijken van het bepaalde in het tweede lid.

§ 6. Berekeningswijze [Vervallen per 06-06-2014]

Artikel 11 [Vervallen per 06-06-2014]

  • 1 Een subsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten voor de algemene opleiding zoals deze zijn opgenomen in de begroting bedoeld in artikel 4.

  • 2 Behoudens het bepaalde in het eerste lid bedraagt de subsidie niet meer dan € 3.500 per medewerker in de huishoudelijke verzorging waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 3 Behoudens het bepaalde in de vorige leden bedraagt de optelsom van subsidie aan thuiszorginstellingen die tot dezelfde groep van thuiszorginstellingen behoren niet meer dan € 1.000.000.

Artikel 12 [Vervallen per 06-06-2014]

De minister brengt subsidies of andere financiële bijdragen verstrekt door één of meer andere bestuursorganen voor dezelfde algemene opleidingen in mindering bij verstrekking van een subsidie.

§ 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 06-06-2014]

Artikel 13 [Vervallen per 06-06-2014]

De subsidieontvanger zorgt er voor dat:

  • a. de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd;

  • b. te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde kosten en baten kunnen worden nagegaan;

  • c. de opleidingen, zoals voorgesteld in het projectplan, op een doelmatige wijze worden uitgevoerd; en

  • d. de werkzaamheden op een zodanige manier worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd.

Artikel 14 [Vervallen per 06-06-2014]

De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een besluit tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie en overlegt hierbij de relevante stukken.

Artikel 15 [Vervallen per 06-06-2014]

De subsidieontvanger stelt na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend een verslag vast dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidie verrichte algemene opleidingen en dat een vergelijking bevat van de gevolgde opleidingen met de in de subsidieaanvraag voorgenomen opleidingen.

Artikel 16 [Vervallen per 06-06-2014]

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen voor de ontwikkeling van het beleid.

Artikel 17 [Vervallen per 06-06-2014]

De minister kan bij de verlening van een subsidie verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

§ 8. Subsidievaststelling [Vervallen per 06-06-2014]

Artikel 18 [Vervallen per 06-06-2014]

  • 1 Binnen vier maanden na afloop van de periode waarover subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger een aanvraag in voor de subsidievaststelling.

  • 2 Voor de aanvraag tot subsidievaststelling wordt het formulier gebruikt dat als bijlage 2 bij deze subsidieregeling is gevoegd.

  • 3 De aanvraag voor de subsidievaststelling gaat vergezeld van het verslag bedoeld in artikel 15 en van een declaratie waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd omtrent de aan de algemene opleidingen verbonden kosten en baten en de daaraan gekoppelde berekeningswijze, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn. De declaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Verschillen tussen declaratie en begroting zijn voorzien van een toelichting.

  • 4 De voor subsidievaststelling in aanmerking komende kosten, als opgenomen in de declaratie worden met bewijsstukken gestaafd en zijn overzichtelijk en gespecificeerd gepresenteerd.

Artikel 19 [Vervallen per 06-06-2014]

  • 2 De declaratie bedoeld in artikel 18 gaat vergezeld van een rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger, opgesteld door de accountant overeenkomstig het in bijlage 5 bij deze subsidieregeling opgenomen controleprotocol.

  • 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens de Rijksauditdienst in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte controlewerkzaamheden.

  • 4 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de verleende subsidie minder dan € 125.000 bedraagt.

Artikel 20 [Vervallen per 06-06-2014]

Binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling bedoeld in artikel 18, eerste lid, neemt de minister een beschikking tot vaststelling.

§ 9. Slotbepalingen [Vervallen per 06-06-2014]

Artikel 21 [Vervallen per 06-06-2014]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 22 [Vervallen per 06-06-2014]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

M. Bussemaker

Bijlage 1 [Vervallen per 06-06-2014]

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Aanvraagformulier t.b.v. subsidieverlening o.b.v. de Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010 [Vervallen per 06-06-2014]

1. Gegevens aanvrager [Vervallen per 06-06-2014]

Naam instelling

 

Postadres

 

Postcode

 

Plaats

 

Objectnummer instelling

(indien u reeds bij VWS bent geregistreerd)

Naam contactpersoon

 

Telefoonnummer

 

Telefaxnummer

 

E-mailadres

 

Bank- of gironummer

 

Nummer Kamer van Koophandel

 
Bij de subsidieaanvraag Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010 dienen de navolgende verplichte bijlagen meegezonden te worden (indien deze bijlagen niet worden meegezonden is uw aanvraag incompleet en zal deze niet in behandeling worden genomen):
  • 1. Een correct ingevuld en ondertekend aanvraagformulier (bijlage 1)

  • 2. Een projectplan waar in ieder geval het volgende is opgenomen:

    • Een omschrijving van de algemene opleidingen per individuele medewerker1

    • Een omschrijving van de wijze waarop de subsidieaanvrager de algemene opleidingen wil laten uitvoeren

    • Een onderbouwing van het feit dat er sprake is van de wezenlijke toename van het aantal deelnemers aan de algemene opleiding ten opzichte van de periode voor de aanvang van de subsidieaanvraag.

    • Een overzicht waarin per opleidingsactiviteit is aangegeven hoeveel medewerkers ervan gebruik zullen maken en hoeveel van deze medewerkers tevens van een andere opleidingsactiviteit gebruik zullen maken.

  • 3. Een begroting waarin per medewerker de volgende zaken zijn opgenomen:

    • De kosten zoals bedoeld in artikel 3, 4, 8 en 11 van de Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010 die per individuele medewerker worden gemaakt.

    • De subsidies of andere financiële bijdragen verstrekt door één of meer andere bestuursorganen voor dezelfde activiteiten in het jaar 2009 of 2010.

    • De gevraagde subsidie, waarbij het bedrag niet meer dan € 3500 per medewerker bedraagt en de personeelskosten (verletkosten) niet meer dan € 5 per uur bedragen. Tevens mag de gevraagde subsidie niet geheel uit personeelskosten bestaan. De maximaal te subsidiëren personeelskosten per medewerker worden als volgt berekend: aantal arbeidsuur die door de medewerker in de huishoudelijke verzorging tijdens werkuren aan de algemene opleiding worden besteed × personeelskosten per uur.

    • De totaal gevraagde subsidie door de groep van thuiszorginstellingen, waarvan de aanvrager deel uit maakt, bedraagt niet meer dan € 1.000.000.

    • Een subsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten voor de algemene opleiding zoals deze zijn opgenomen in de begroting.

Voor het opstellen van een individuele begroting per medewerker dient u het format uit bijlage 3 te gebruiken.

Totaal begroting

Totaaloverzicht van kosten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd

Gevraagde subsidie voor 2009

Gevraagde subsidie voor 2010

Totale gevraagde subsidie

Totaal van kosten binnen een algemene opleiding

     

Totaal aangevraagde subsidie

     
Totaal aantal medewerkers waarvoor subsidie wordt aangevraagd: .....

Ondertekening [Vervallen per 06-06-2014]

Het bestuur, dan wel een namens het bestuur gevolmachtigde, verklaart kennis te hebben genomen van de Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010 op basis waarvan de subsidie wordt aangevraagd en verklaart deze subsidieaanvraag juist en volledig te hebben ingevuld. (Indien de volmacht niet conform de Kamer van Koophandel is, voeg dan de volmacht bij.)

Tevens verklaart ondergetekende dat een afschrift van de subsidieaanvraag, ex artikel 6, lid 4, van de Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010, naar de betrokken werknemersorganisaties is verstuurd.

Functie

Naam en voorletters

Plaats

Datum

Handtekening

         
         
         
Opgelet: dit formulier dient met de verplichte bijlagen aangetekend te worden verzonden aan: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Directie Bedrijfsvoering Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag Indien de subsidieaanvraag niet aangetekend is verzonden, zal deze niet in behandeling worden genomen.

Bijlage 2 [Vervallen per 06-06-2014]

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Aanvraagformulier t.b.v. subsidievaststelling o.b.v. de Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010 [Vervallen per 06-06-2014]

1. Gegevens aanvrager [Vervallen per 06-06-2014]

Naam instelling

 

Postadres

 

Postcode

 

Plaats

 

Objectnummer instelling

 

Naam contactpersoon

 

Telefoonnummer

 

Telefaxnummer

 

E-mailadres

 

Bank- of gironummer

 

Nummer Kamer van Koophandel

 

Verzoek tot vaststelling van de verleende subsidie op een bedrag van: € .....

Het vorenvermelde subsidiebedrag dient overeen te stemmen met het totaal van individueel gedeclareerde bedragen, zoals opgenomen in uw subsidiedeclaratie (een opnieuw ingevulde bijlage 3). De subsidie per medewerker bedraagt ten hoogste het bedrag dat voor die medewerker door de minister is verleend bij het besluit op de subsidieaanvraag.

Corresponderen de medewerkers waarvoor de subsidievaststelling wordt aangevraagd met die waarvoor subsidie is verleend? (aankruisen wat van toepassing is):

  • Ja

  • Nee Indien nee wordt aangekruist, dient dit door u hieronder te worden toegelicht

 
 
 

Corresponderen de algemene opleidingen waarvoor subsidievaststelling wordt aangevraagd met die waarvoor door de minister subsidie is verleend? (aankruisen wat van toepassing is):

  • Ja

  • Nee Indien nee wordt aangekruist, dient dit door u hieronder te worden toegelicht

 
 
 
Bij de subsidievaststelling voor de Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010 dienen de navolgende verplichte bijlagen meegezonden te worden:
  • 1. Een uitgewerkt opleidingenverslag.

  • 2. Een individuele declaratie waarin per medewerker de volgende zaken zijn opgenomen:

    • De kosten zoals bedoeld in artikel 3, 4, 8 en 11 van de Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010 die per medewerker zijn gemaakt.

    • De subsidies of andere financiële bijdragen verstrekt door één of meer andere bestuursorganen voor dezelfde opleidingen in het jaar 2009 of 2010.

    • De vast te stellen subsidie, waarbij het bedrag niet meer dan € 3500 per medewerker bedraagt en de personeelskosten niet meer dan € 5 per uur bedragen. Tevens mag de vast te stellen subsidie niet geheel uit personeelskosten bestaan. De maximaal vast te stellen personeelskosten per medewerker worden als volgt berekend: aantal arbeidsuur die door de medewerker in de huishoudelijke verzorging tijdens werkuren aan de algemene opleiding worden besteed x personeelskosten per uur.

    • De totaal vast te stellen subsidie aan de groep van de thuiszorginstellingen, waarvan de aanvrager deel uit maakt, bedraagt niet meer dan € 1.000.000.

    • Een subsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten voor de algemene opleiding zoals deze zijn opgenomen in de begroting die bij de subsidieaanvraag als bijlage 3 is ingediend.

Voor het opstellen van een declaratie per medewerker worden dezelfde formats gehanteerd als bij de subsidieaanvraag. Het format uit bijlage 3 van de Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010.

Ondertekening [Vervallen per 06-06-2014]

Het bestuur, dan wel een namens het bestuur gevolmachtigde, verklaart kennis te hebben genomen van de Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010 op basis waarvan subsidievaststelling wordt aangevraagd en verklaart deze aanvraag tot subsidievaststelling juist en volledig te hebben ingevuld. (Indien de volmacht niet conform de Kamer van Koophandel is, voeg dan de volmacht bij.)

Functie

Naam en voorletters

Plaats

Datum

Handtekening

         
         
         

Bijlage 3 [Vervallen per 06-06-2014]

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Begrotingsformat t.b.v. subsidieaanvraag o.b.v. de Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010 [Vervallen per 06-06-2014]

Bijlage 245215.png

Bijlage 4 [Vervallen per 06-06-2014]

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Model accountantsverklaring t.b.v. de Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010 [Vervallen per 06-06-2014]

Aan: Opdrachtgever

ACCOUNTANTSVERKLARING

Afgegeven ten behoeve van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Opdracht [Vervallen per 06-06-2014]

Wij hebben de bijgevoegde subsidiedeclaratie van ..... (naam entiteit) te ..... (statutaire vestigingsplaats) over ..... (periode/jaar/project) gecontroleerd. De subsidiedeclaratie is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de leiding van het bestuur van de entiteit2 . Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de subsidiedeclaratie te verstrekken.

Werkzaamheden [Vervallen per 06-06-2014]

Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het als bijlage 5 in de Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010 opgenomen Controleprotocol. Dienovereenkomstig dienen wij onze controle zodanig te plannen en uit te voeren, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de subsidiedeclaratie geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van relevante gegevens.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende geschikt is voor ons oordeel.

Oordeel [Vervallen per 06-06-2014]

Naar ons oordeel is de subsidiedeclaratie, aangevende het bedrag per saldo ..... aan subsidiabele kosten en inkomsten, in overeenstemming met de bepalingen van de Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010 en met de nader gestelde subsidieverplichtingen.3

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

Bijlage 5 [Vervallen per 06-06-2014]

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Controleprotocol t.b.v. de Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010 [Vervallen per 06-06-2014]

De bij een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie ingediende subsidiedeclaratie is voorzien van een accountantsverklaring wanneer de verleende subsidie minimaal € 125.000 bedraagt.

Bij de controle uit hoofde van een assurance-opdracht op basis waarvan de rapportage over de naleving van de subsidiebepalingen, bedoeld in artikel 19, tweede lid van de Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010, plaatsvindt, besteedt de accountant aan de naleving van de hierna genoemde artikelen van deze subsidieregeling de daarbij aangegeven aandacht. Indien de subsidievoorwaarden zijn nageleefd kan de rapportage beperkt blijven tot de positieve bevestiging zoals voorgeschreven in de accountantsverklaring.

Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector [Vervallen per 06-06-2014]

Artikel 3

Normale aandacht

Artikel 4

Speciale aandacht

Artikel 7

Normale aandacht

Artikel 11

Speciale aandacht

Artikel 12

Speciale aandacht

Artikel 13

Normale aandacht

Artikel 14

Normale aandacht

Artikel 18

Normale aandacht

Onder normale aandacht wordt verstaan: controle met dezelfde diepgang, waaronder begrepen toleranties, die de accountant in acht neemt bij de controle van een jaarrekening. Onder speciale aandacht wordt verstaan: controle waarbij de accountant nadrukkelijk beziet of de desbetreffende subsidiebepalingen zijn nageleefd. In dit geval moet dus verder worden gegaan dan bij de controle die normaal op een jaarrekening wordt uitgeoefend. Onder procedurele aandacht wordt verstaan: controle waarbij erop wordt toegezien of procedures in het leven geroepen zijn om te waarborgen dat aan de desbetreffende voorschriften wordt voldaan, of het volgen van die procedures leidt tot naleving van die voorschriften en of die procedures in feite zijn gevolgd.

Aan de niet genoemde artikelen van de Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010 behoeft bij de controle geen aandacht te worden besteed, met dien verstande dat teneinde de controle op de hierboven genoemde artikelen goed te kunnen verrichten kennisneming van de Kaderwet VWS en de niet genoemde artikelen van de subsidieregeling noodzakelijk is.

In de beschikking waarbij de projectsubsidie is verleend, kunnen afwijkende en aanvullende subsidiebepalingen zijn opgenomen. De accountant neemt van de inhoud van deze beschikking kennis en betrekt de naleving van de eventueel opgenomen nadere subsidiebepalingen in de controle. Hij geeft aan de beoordeling van de naleving van de nadere subsidiebepalingen speciale aandacht. De accountant is verantwoordelijk voor een op de situatie toegeschreven werkprogramma. Het is niet de bedoeling dat de accountant op grond van dit protocol een doelmatigheidsonderzoek verricht. Bij zijn oordeelsvorming laat de accountant zich leiden door binnen het maatschappelijk verkeer algemeen aanvaardbare uitgangspunten met betrekking tot het financieel beheer, met andere woorden hij beoordeelt of de instelling zich als ‘een goed huisvader’ over de toegewezen gelden heeft ontfermd. De accountant stelt zijn verklaring op in overeenstemming met het in bijlage 4 opgenomen model. In de verklaring noemt de accountant de beschikking(en) waarbij de subsidie is verleend. Als in de subsidiedeclaratie al melding wordt gemaakt van deze beschikkingen, mag de accountant daarnaar verwijzen met behulp van paragraaf-, paginanummers of dergelijke. Voor zover de instelling subsidiebepalingen niet heeft nageleefd maakt de accountant daarvan melding in zijn verklaring. Als de leiding van de instelling in de subsidiedeclaratie al melding maakt van de subsidiebepalingen die niet zijn nageleefd, mag de accountant daarnaar verwijzen met behulp van paragraaf-, paginanummers of dergelijke.

  • ^ [1]

    Opleidingen mogen pas starten na het moment van de aanvraag.

  • ^ [2]

    Afhankelijk van de aard van de entiteit te vervangen door een meer passende aanduiding zoals ‘het bestuur van de vennootschap’ (B.V./N.V.), ‘vereniging’, ‘stichting’ enz.

  • ^ [3]

    Voor zover er nadere voorwaarden zijn gesteld, bijvoorbeeld bij de subsidieverlening.