KruimelpadGeldend op 09-02-2012
1. Vaste leden van de commissie zijn de minister-president, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Justitie.
2. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is voorzitter tenzij de minister-president beslist dat hij voorzitter is. In geval van een terroristische dreiging of aanslag is de minister van Justitie voorzitter tenzij de minister-president beslist dat hij voorzitter is.
3. De minister-president wijst na overleg met de voorzitter per situatie aan welke andere ministers wie het aangaat lid van de commissie zijn.
4. Indien de minister-president geen voorzitter is, kan hij te allen tijde beslissen het voorzitterschap op zich te nemen.
1. De artikelen 11, 21 en 22 van het reglement van orde voor de ministerraad zijn van toepassing op de werkwijze van de commissie.
2. Besluiten van de commissie waarvan de uitvoering geen uitstel duldt, worden zo spoedig mogelijk ter kennisneming aan de ministerraad gezonden.
De commissie benoemt op voordracht van de voorzitter als secretaris een ambtenaar die werkzaam is bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In geval van een terroristische dreiging of aanslag benoemt de commissie op voordracht van de voorzitter als secretaris een ambtenaar die werkzaam is bij het ministerie van Justitie.