Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Begeleidingscommissie Onderwijs Bewijs

Geldend van 28-11-2014 t/m heden

Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 25 juni 2009, nr. Kennis/133558, houdende instelling van een commissie voor de begeleiding van gehonoreerde projectvoorstellen in het kader van het actieprogramma Onderwijs Bewijs (Instellingsbesluit begeleidingscommissie Onderwijs Bewijs)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en de Minister van Financiën;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. ministers: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de Minister van Financiën;

  • b. actieprogramma Onderwijs Bewijs: een Europese aanbesteding in de vorm van een prijsvraag, wat voor de winnaars leidt tot een opdracht tot het uitvoeren van het ingediende onderzoeksvoorstel.

  • c. commissie: de begeleidingscommissie Onderwijs Bewijs, bedoeld in artikel 2;

  • d. stuurgroep: een stuurgroep, bestaande uit de vertegenwoordigers van de ministers;

  • e. consortia: indieners van binnen het actieprogramma gehonoreerde voorstellen.

Artikel 2. Instelling en taak

  • 1 Er is een begeleidingscommissie Onderwijs Bewijs.

  • 2 De commissie heeft tot taak:

    • a. erop toe te zien dat de gehonoreerde onderzoeken conform voorstel worden uitgevoerd;

    • b. de consortia te adviseren over de adequate wetenschappelijke uitvoering van het ingediende voorstel;

    • c. daar waar consortia wensen af te wijken van hun oorspronkelijk voorstel, te bepalen of deze wijziging geoorloofd is;

    • d. de jaarlijkse voortgangsrapportages en de eindrapportage te beoordelen en de stuurgroep op de hoogte te brengen van haar bevindingen;

    • e. bij ernstige tekortkomingen in de uitvoering van een onderzoek, de stuurgroep te adviseren over eventuele voortijdige beëindiging van de toekenning van financiële middelen voor het betreffende onderzoek.

Artikel 3. Samenstelling

  • 1 De commissie bestaat uit:

    • a. een voorzitter, tevens lid,

    • b. vier leden met een staat van dienst in wetenschappelijk onderzoek.

  • 2 De leden worden benoemd en ontslagen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en Minister van Financiën.

Artikel 4. Instellingsduur

  • 1 De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 april 2009 en wordt opgeheven per 31 december 2016.

  • 2 De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan besluiten de periode, bedoeld in het eerste lid, te verlengen.

Artikel 5. Leden

  • 1 Tot leden van de commissie worden benoemd:

    • a. de heer H. D. Webbink, tevens voorzitter,

    • b. mevrouw I. F. de Wolf,

    • c. de heer B. van der Klaauw,

    • d. de heer G.J.M.G. van der Heijden,

    • e. de heer J.W. Luyten.

  • 2 De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

  • 3 Indien een tussentijdse vacature ontstaat, vindt een benoeming voor die vacature plaats voor de resterende duur van de zittingsperiode.

Artikel 6. Werkwijze

De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

Artikel 7. Onpartijdigheid

Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies indien hij een persoonlijk belang heeft bij het advies.

Artikel 8. Aanwijzing deskundige

De ministers kunnen gezamenlijk een deskundige aanwijzen, die het recht heeft de vergaderingen van de commissie bij te wonen.

Artikel 9. Informatieplicht

De commissie verstrekt aan elk van de ministers desgevraagd alle gewenste inlichtingen.

Artikel 10. Verantwoording

  • 1 De commissie stelt jaarlijks uiterlijk in december een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen jaar. Dit verslag bevat een omschrijving van de werkzaamheden alsmede de conclusies die de commissie trekt op basis van de jaarrapportages van de consortia.

  • 2 Op verzoek van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt de commissie tevens een evaluatieverslag op, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar taakvervulling.

  • 3 Het jaarverslag en, indien gevraagd door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het evaluatieverslag worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de ministers uitgebracht.

Artikel 11. Vergoeding

Artikel 12. Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Concernondersteuning van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2009.

Artikel 14. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Begeleidingscommissie Onderwijs Bewijs.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.H.A. Plasterk