Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Commissie duurzaamheidvraagstukken biomassa[Regeling vervallen per 01-07-2011.]

Geldend van 28-12-2010 t/m 30-06-2011

Besluit van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 25 juni 2009, nr. IZ/2009043467, houdende instelling en bezoldiging van de Commissie duurzaamheidvraagstukken biomassa (Instellingsbesluit Commissie duurzaamheidvraagstukken biomassa)

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-07-2011]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. Minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

  • b. commissie: Commissie duurzaamheidsvraagstukken biomassa;

  • c. ministerie: ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

  • d. richtlijn: Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijnen 2001/77/EG en 2003/30/EG;

  • e. biomassa: biomassa, zoals gedefinieerd in artikel 2, onder e, van de richtlijn;

  • f. biobrandstoffen: biobrandstoffen, zoals gedefinieerd in artikel 2, onder i, van de richtlijn;

  • g. de 10%-doelstelling: de bijdrage van de inzet van biobrandstoffen aan de doelstelling, zoals bepaald in artikel 3, vierde lid, van de richtlijn.

Artikel 2. Instelling commissie [Vervallen per 01-07-2011]

  • 1 Er is een Commissie duurzaamheidsvraagstukken biomassa.

  • 2 Commissie wordt ingesteld tot 1 juli 2011.

Artikel 3. Taak [Vervallen per 01-07-2011]

  • 1 De commissie heeft tot taak:

    • a. het gevraagd en ongevraagd adviseren over de verschillende aspecten van duurzaamheid van de productie en het gebruik van biomassa en biobrandstoffen, waarbij de nationale, Europese en mondiale schaal in hun onderlinge relatie worden betrokken, met als uitgangspunt de noodzaak het volume duurzame biobrandstoffen te vergroten;

    • b. het bieden van een forum voor maatschappelijke discussie over de verschillende aspecten van duurzaamheid van biomassa en biobrandstoffen.

  • 2 De commissie zal zich bij de vervulling van haar taak, bedoeld in het eerste lid, in de eerste plaats richten op het uitbrengen van advies over:

    • a. het verwezenlijken van de 10%-doelstelling uit de richtlijn in Nederland, mede ten behoeve van het actieplan als bedoeld in artikel 4 van de richtlijn, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op:

      • de mogelijkheden om de import van biobrandstoffen, waarvan de duurzaamheid is verzekerd door bijvoorbeeld certificering, te bewerkstelligen en te bespoedigen;

      • de mogelijkheid een hogere doelstelling te verwezenlijken dan de 10%-doelstelling uit de richtlijn;

      • de mogelijkheden die de overheid en het bedrijfsleven hebben om het bereiken van de 10%-doelstelling uit de richtlijn te instrumenteren en te bespoedigen.

    • b. de actuele duurzaamheidsvraagstukken die bij de verdere ontwikkeling van het Europese beleid aan de orde zijn, waaronder in ieder geval is begrepen:

      • het vraagstuk van transparantie over de herkomst van biobrandstoffen op de Nederlandse en Europese markt;

      • het vraagstuk van de indirecte effecten van de productie en het gebruik van biobrandstoffen, in het licht van de doelstelling om op duurzame wijze reductie van broeikasgasemissies te bereiken door middel van de inzet van biobrandstoffen; en

      • het vraagstuk van het uitbreiden van de werkingssfeer van de duurzaamheidscriteria naar vaste biomassa voor energietoepassing.

    • c. duurzaamheidsvraagstukken die samenhangen met het nationaal en Europees concretiseren en implementeren van de duurzaamheidscriteria zoals omschreven in artikel 17 van de richtlijn.

Artikel 4. Leden [Vervallen per 01-07-2011]

  • 1 In de commissie hebben zitting:

    • a. als voorzitter, tevens lid, mw. dr. D.J.M. Corbey;

    • b. als leden:

      • 1. dhr. dr. ir. P.S. Bindraban;

      • 2. dhr. drs. J. C. D. Boot;

      • 3. dhr. ir. H. Buis;

      • 4. dhr. drs. B.W. ten Cate;

      • 5. dhr. drs. D. Dijk;

      • 6. dhr. prof. dr. A.P.C. Faaij;

      • 7. dhr. drs. ing. W. Hadders;

      • 8. dhr. ir. J.P. Kloos;

      • 9. dhr. ir. W.J.G. Laan;

      • 10. mw. ir. K.A.E. Lagendijk;

      • 11. mw. drs. K.J. van Lierop;

      • 12. dhr. dr. G. Meester;

      • 13. mw. drs. M.L.M. Meijer;

      • 14. mw. drs. D. de Nie;

      • 15. mw. ir. A. van der Rest;

      • 16. dhr. drs. S.I.D. Sielhorst;

      • 17. dhr. prof. dr. ir. P. Vellinga;

      • 18. dhr. drs. A.E. van Weldam;

      • 19. dhr. drs. R.C.N. Wit.

  • 2 De leden kunnen tussentijds worden ontslagen door de minister.

  • 3 Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.

Artikel 5. Werkwijze [Vervallen per 01-07-2011]

  • 1 De commissie bepaalt, met inachtneming van het gestelde in dit besluit, haar eigen werkwijze.

  • 2 De commissie stelt een werkplan op.

  • 3 De commissie kan subcommissies oprichten en andere personen consulteren, voor zover nodig voor de vervulling van haar taak. De commissie kan, indien zij dit voor de vervulling van haar taak nodig acht, inlichtingen inwinnen bij het ministerie.

Artikel 6. Archiefbescheiden [Vervallen per 01-07-2011]

De archiefbescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie bewaard in het archief van het ministerie.

Artikel 7. Inlichtingen [Vervallen per 01-07-2011]

De commissie verstrekt aan de minister de door hem gewenste inlichtingen.

Artikel 8. Kosten en ondersteuning [Vervallen per 01-07-2011]

  • 1 De minister stelt een budget beschikbaar waaruit de materiële kosten van de commissie worden vergoed, voorzover deze in redelijkheid gemaakt zijn bij de vervulling van haar taak, genoemd in artikel 3. Onder kosten worden in ieder geval verstaan de kosten voor vergaderingen en voor de productie van adviezen.

  • 2 De minister stelt secretariële ondersteuning beschikbaar ten behoeve van de commissie. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.

  • 3 Het secretariaat van de commissie handelt de declaraties in verband met de kosten, als bedoeld in het eerste lid, af.

  • 4 De commissie rapporteert de minister voor het eind van elk kalenderjaar en voor 1 juli 2011 over de gemaakte kosten, in relatie tot het in artikel 5, tweede lid, bedoelde werkplan.

Artikel 9. Vergoeding [Vervallen per 01-07-2011]

  • 4 Het secretariaat van de commissie handelt de declaraties voor vergoedingen, als bedoeld in de leden 2 en 3, af.

Artikel 10. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-07-2011]

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

  • 2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 juli 2011.

Artikel 11. Citeertitel [Vervallen per 01-07-2011]

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie duurzaamheidsvraagstukken biomassa.

Dit besluit zal met de toelichting in de staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 25 juni 2009

De

Minister

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.M. Cramer