Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
Kruimelpad
  • Home
  • Overheidsinformatie
  • Zoeken
  • Verwijzing

Wet- en regelgeving

Instellingen (nu: volledige regeling), opent een nieuw venster
  • Vorige

  • Volgende

Richtlijn voor strafvordering jeugd

Geldend op 09-02-2010

[Regeling vervalt per 01-01-2011]


  • Richtlijn voor strafvordering jeugd
  • Inleiding

  • Het jeugdstrafrecht kent als algemeen uitgangspunt het voorkomen van recidive. Daarnaast heeft het jeugdstraf- en strafprocesrecht een pedagogisch karakter. Op nationaal niveau blijkt dit uit een apart sanctiestelsel waarbij zoveel mogelijk interventies worden ingezet gericht op een positieve gedragsbeïnvloeding van de jeugdige, alsmede de formulering in het Wetboek van Strafvordering van een aantal aparte strafproceswaarborgen gericht op de speciale benadering van de jeugdige gedurende het strafproces. Op internationaal niveau blijkt de pedagogische aanpak van het jeugdstraf- en strafprocesrecht uit het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989) en de algemene aanbevelingen van de Verenigde Naties via de Beijing Rules (1985), de Havana Rules (1990) en de Riyadh Guidelines (1990)

    De officier van justitie zal steeds een afweging maken tussen de aard en ernst van het delict, recidive en omstandigheden van de jeugdige. In het jeugdstrafrecht wordt een persoonsgerichte aanpak toegepast, waarbij het streven is om criminogene factoren te beperken en beschermende factoren te versterken. Indien mogelijk wordt volstaan met een extramurale reactie. Dit kan zijn een boete, taakstraf, begeleiding door jeugdreclassering of een gedragsmaatregel. Bij ernstige delicten of recidive kan een vrijheidsbenemende straf of PIJ-maatregel volgen. Eventueel achterliggende problematiek kan niet altijd in het strafrecht worden aangepakt. Soms is civielrechtelijk ingrijpen, zoals een ondertoezichtstelling en plaatsing in gesloten jeugdzorg, of een vorm van vrijwillige hulpverlening geboden.

  • Halt

  • De Halt-afdoening is een afdoening op een feit van geringe aard om de jeugdige de mogelijkheid te bieden strafrechtelijke vervolging te voorkomen. In het ‘Besluit Aanwijzing Halt-feiten’ zijn de voorwaarden voor de Halt-afdoening geformuleerd. De door Halt toegepaste uniforme urentabel is opgenomen in deze richtlijn in bijlage I.

  • Strafmaten

  • Voor veel voorkomende minder ernstige delicten is een richtlijn met uniforme strafmaten opgenomen in bijlage II. Hierbij wordt het beginsel ‘taakstraf, tenzij…’ gehanteerd. In de tabel wordt voor deze delicten een aantal uren taakstraf aangegeven; dit kan een werkstraf of een erkende leerstraf zijn. Als er sprake is van achterliggende problematiek kan eventueel begeleiding door Jeugdreclassering of behandeling ingezet worden.

    De officier van justitie biedt in beginsel een transactie aan als het een eerstpleger betreft, verdachte bekent en de op te leggen taakstraf beperkt is tot 40 uur. Na inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening is de op te leggen taakstraf bij een strafbeschikking maximaal 60 uur.

    Een geldboete wordt eveneens als een passende sanctie gezien voor bepaalde delicten voor jongeren, die een bron van inkomsten hebben of in staat moeten worden geacht zelf het geld voor de boete te verdienen. Zie bijlage III.

    Als het slachtoffer een vordering tot schadevergoeding heeft ingediend, wordt zo mogelijk een schadevergoedingsmaatregel opgelegd als onderdeel van de straf.

    Bij recidive volgt een dagvaarding voor de kinderrechter, tenzij de officier van justitie van oordeel is dat gezien de relatief geringe ernst van het feit en de omstandigheden van de jeugdige opnieuw kan worden volstaan met een (zwaardere) transactie of strafbeschikking.

    In het jeugdstrafrecht wordt wat betreft strafmaat geen onderscheid gemaakt naar de aard van het daderschap noch naar de mate van uitvoering van het delict. Art 77 gg Sr schrijft voor dat de straffen voor poging, voorbereiding, deelneming en medeplichtigheid dezelfde zijn als die voor het voltooide misdrijf.

    Met factoren als bijvoorbeeld waarde van de goederen, wapengebruik of geweld tegen gezagsdragers en personen met een publieke functie en mate van letsel wordt wel rekening gehouden als strafverzwarende omstandigheid.

    Recidive leidt tot een strafverhoging van maximaal 50 procent of toepassing van een andere strafmodaliteit.

    Bij het bepalen van de strafmaat wordt rekening gehouden met de leeftijd: voor 12- tot 14-jarigen wordt een matiging toegepast van het aantal uren werkstraf.

    Expliciet wordt vermeld dat het gedoogbeleid voor (soft)drugsgebruik ten aanzien van minderjarigen niet geldt.

  • Ernstige delicten, meer- en veelplegers

  • Van een afdoening met enkel een taakstraf worden uitgesloten verdachten van ernstige gewelds- en zedendelicten, waarop een gevangenisstraf van 6 jaar of meer is gesteld, en die een ernstige aantasting vormen van de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

    Bij ernstige delicten of meermalen recidive, geldt als uitgangspunt dat voorlopige hechtenis wordt toegepast en in beginsel een (voorwaardelijke) jeugddetentie of een maatregel (gedragsmaatregel of Pij) wordt geëist. Bij deze strafzaken is nader onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming of een gedragsdeskundige geboden om een gerichte interventie te kunnen inzetten. In de strafmatentabel wordt bij ernstige delicten steeds aangegeven: onvoorwaardelijke jeugddetentie en voorgeleiden. Bij de toepassing van voorlopige hechtenis geldt het bepaalde in artikel 493 Sv als uitgangspunt: de kinderrechter toetst ambsthalve of de voorlopige hechtenis geschorst kan worden. Als lijn kan worden gehanteerd dat de voorlopige hechtenis wordt geschorst, tenzij de ernst van het feit, en/of de stand van zaken in het onderzoek dit niet toelaten. Voorts wordt ervan uitgegaan dat een plan van aanpak voor begeleiding door jeugdreclassering gereed is en behandeling in ambulant kader tot de mogelijkheden behoort.

    Als een intramurale sanctie, zoals een onvoorwaardelijke jeugddetentie of Pij-maatregel wordt gevorderd, wordt bij de eis zo mogelijk voorzien in nazorg in een gedwongen kader, door tevens een voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarde begeleiding door jeugdreclassering of een gedragsmaatregel te vorderen.

    Voor meer- en veelplegers wordt een persoonsgerichte aanpak ingezet. Bij deze aanpak wordt in het Justitieel Casus Overleg de informatie over de persoon van de jongere bijeen gebracht en een traject gekozen gericht op het afwenden van het opnieuw plegen van strafbare feiten.

    Het gaat daarbij niet meer om de sanctie voor een individueel feit, maar om een interventie waarbij rekening wordt gehouden met het delictverleden, met eventueel overlastgevend gedrag en overige gedragsproblemen.

    Onder een meerpleger wordt verstaan:

    Een jongere in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar tegen wie in de laatste drie jaar tenminste twee processen-verbaal zijn opgemaakt waarop een inhoudelijke justitiële afdoening is gevolgd en die opnieuw een misdrijf pleegt.

    Een jeugdige veelpleger is een jongere in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar tegen wie meer dan vijf processen-verbaal zijn opgemaakt waarvan de laatste in het peiljaar.

    De interventies die passend geacht worden voor deze jongeren zijn onder meer Intensieve Traject Begeleiding (ITB) in het kader van de maatregel hulp en steun door de Jeugdreclassering, de Gedragsbeïnvloedende maatregel voor jeugdigen (GBM) of de maatregel Plaatsing in een inrichting voor Jeugdigen (Pij).

  • Bijlage I1 Uniforme strafmaten Halt-afdoening

    Factor/delict

    Omschrijving

    Uren

    Verzwarende omstandigheden

    + uren

    leeftijd

    12–13 jaar

    + 0

    recidive binnen 2 jaar

    + 8

    14–15 jaar

    + 2

    na 2 jaar

    + 4

    16–17 jaar

    + 4

      
         

    vermogen

    310 (winkel)diefstal

    + 4

    meerdere diefstallen in 1 winkel

    + 2

    311 (winkel)diefstal in vereniging

    + 5

    meerdere diefstallen in ten hoogste 2 winkels

    + 4

    321 verduistering

    + 4

      

    326 oplichting

    + 5

      

    416 opzetheling

    + 4

      

    417bis schuldheling

    + 3

      
         

    vandalisme

    141 openlijk geweld

    + 6

    risico voor omgeving

    +2

    350 vernieling

    + 4

    424 straatschenderij

    + 2

    461 verboden toegang

    + 2

    brandstichting

    + 5

         

    Wet personenvervoer

    72 verstoren

    + 2

      

    73 niet opvolgen

    + 2

         

    leerplichtverzuim

    tot een dagdeel

    + 2

      
         

    vuurwerk

    1.2.2 illegaal/ondeugdelijk

    + 4

    recidive binnen 2 jaar

    +4

    1.2.4 > 10kg voorhanden

    + 4

    na 2 jaar

    +2

    2.3.6 afsteken

    + 2

      
         

    waarde gestolene

    0–10 euro

    + 0

      

    11–25 euro

    + 2

    26–75 euro

    + 3

    76–150 euro

    + 4

         

    hoogte schadebedrag

    0–50 euro

    + 0

      

    51–150 euro

    + 2

    151–500 euro

    + 3

    501–900 euro

    + 4

    Uitgangspunten

    • de strafmaat bedraagt ten hoogste 20 uur, exclusief de duur van de gesprekken;

    • de inhoud van het landelijk overdrachtsformulier (LOF) is bepalend voor de strafmaat; het LOF bepaalt het delict;

    • schadebemiddeling vindt plaats ingeval van schade; schadevergoeding is een voorwaarde voor sepot bij 14 jaar en ouder;

    • de psychologische ontwikkeling van de dader is weerspiegeld in de strafmaat (leeftijd/cognitief niveau);

    • Halt kan eventueel een leerstraf inzetten als hiertoe aanleiding bestaat, gezien de persoon van de verdachte.

  • Bijlage II. Strafvorderingstabel jeugdzaken

    Opmerkingen:

    • deze tabel geeft uitgangspunten voor de officier van justitie bij veelvoorkomende delicten. De strafeis wordt verhoogd in gevallen van hoge waarde van (gestolen of vernielde) goederen, wapengebruik, geweld tegen gezagsdragers of personen met een publieke functie en mate van letsel;

    • bij recidive wordt een verhoging toegepast van maximaal 50 % of een andere strafmodaliteit toegepast;

    • Als vooraf een geldboetetransactie is aangeboden en niet betaald, wordt de eis ter zitting verhoogd met 20%.

    Art

    Omschrijving

     

    137

    (aanzetten tot) discriminatie

    40 uur

       

    141

    openlijk geweld goederen

     

    schade < 900 euro

    20 uur/125 euro

    schade > 900 euro

    40 uur

       

    141

    openlijk geweld personen

     

    geen letsel

    40 uur

    letsel

    60 uur

    zwaar letsel

    uitgangspunt onvoorwaardelijke jeugddetentie en voorgeleiden

       

    157

    brandstichting

     

    schade < 900 euro

    vanaf 30 uur

    schade > 900 euro

    vanaf 60 uur

    aanzienlijke schade gevaarzetting/gevaar voor personen

    uitgangspunt onvoorwaardelijke jeugddetentie en voorgeleiden

       

    180

    wederspannigheid

    32 uur/200 euro

       

    184

    niet voldoen aan ambtelijk bevel

    24 uur/150 euro

       

    188

    valse aangifte

     

    zonder ernstig gevolg voor anderen

    32 uur/200 euro

    met ernstig gevolg voor anderen

    80 uur

       

    225

    valsheid in geschrift

    28 uur/175 euro

       

    239

    schennis

    vanaf 32 uur

       

    242

    verkrachting (tongzoen – zie aanranding)

    uitgangspunt onvoorwaardelijke jeugddetentie en voorgeleiden

    243–245

    seksueel binnendringen bewusteloze, onmachtige, gestoorde, < 12 jaar en < 16 jaar

    uitgangspunt onvoorwaardelijke jeugddetentie en voorgeleiden

       

    246

    aanranding

    uitgangspunt onvoorwaardelijke jeugddetentie en voorgeleiden

    tongzoen

    60 uur

    eenmalig billen/borsten knijpen

    vanaf 32 uur

       

    247

    ontucht met kind <16 jaar

    Uitgangspunt onvoorwaardelijke jeugddetentie en voorgeleiden

       

    266

    belediging

    20 uur/ 125 euro

       

    267 jo 266

    belediging ambtenaar in functie

    28 uur/175 euro

       

    285

    bedreiging

     

    alleen mondeling

    24u/150 euro

    met tonen mes

    60 uur

    tonen (nep)vuurwapen

    uitgangspunt onvoorwaardelijke jeugddetentie en voorgeleiden

       

    300

    mishandeling

     

    geen letsel

    vanaf 20u

    letsel

    vanaf 40u

       

    302

    zware mishandeling

    uitgangspunt onvoorwaardelijke jeugddetentie en voorgeleiden

       

    310/311/416

    diefstal (in vereniging)/opzetheling

     

    (winkel)diefstal met schade < 150 euro

    20 uur/125 euro

    (winkel)diefstal met schade > 150 euro

    32 uur

    fietsdiefstal

    32 uur

    diefstal bromfiets

    40 uur

    zakkenrollerij of bagagediefstal

    60 uur

    diefstal uit auto

    60 uur

    – van auto

    vanaf 80 uur

       

    311

    diefstal met braak of verbreking (in vereniging)

     

    bedrijfspand of

    school

    80 uur

    Woning

    120 uur

       

    312/317

    diefstal met geweld/afpersing op openbare weg

    uitgangspunt onvoorwaardelijke jeugddetentie en voorgeleiden

       

    321

    verduistering

     

    schade < 150 euro

    20 uur/125 euro

    schade > 150 euro

    32 uur/200 euro

       

    322

    verduistering in dienstbetrekking

     

    schade < 150 euro

    32 uur/200 euro

    schade > 150 euro

    40 uur

       

    326

    oplichting

     

    schade < 150 euro

    28uur/175 euro

    schade > 150 euro

    40uur/250 euro

       

    350

    vernieling (waaronder graffiti)

     
     

    schade < 900 euro

    20 uur/125 euro

     

    schade > 900 euro

    40 uur/250 euro

       

    416

    opzetheling

    Zie 310/311

       

    417 bis

    schuldheling

     

    schade < 150 euro

    16 uur/100 euro

    schade > 150 euro

    4 uur/150 euro

       

    417

    gewoonteheling

    Vanaf 80 uur

       

    7 WVW 1994

    doorrijden na aanrijding

    vanaf 24 uur/150 euro

       

    8 WVW 1994

    rijden onder invloed verdachte jonger dan 16 jaar (brom)fiets

    vanaf AAG 650 of recidive tevens OBM vanaf 6 mnd vorderen

     

    AAG 95–230

    10 uur

     

    AAG 235–435

    18 uur

     

    AAG 436–650

    26 uur

     

    AAG 651–870

    32 uur

     

    AAG > 875

    40 uur

     

    Vanaf 16 jaar wordt verwezen naar de Richtlijn voor strafvordering verkeersongevallen

     
       

    11 WVW 1994

    joyriding

    40 uur/250 euro

       

    10 OW

    Opiumwet

    Lijst I

     

    aanwezig hebben > 0–< 5g of 1–10 pillen

    20–40 uur

    aanwezig hebben 5 < 25g of 10–50 pillen

    60–120 uur

    aanwezig hebben 25g of > 50 pillen

    vanaf 100 uur

    dealerindicatie of drugsrunnen

    uitgangspunt onvoorwaardelijke jeugddetentie en voorgeleiden

       

    11,1 OW

    Opiumwet

    Lijst II

     

    aanwezig hebben 0 < 5g

    12 uur

    aanwezig hebben 5–< 30g

    16–30 uur

    aanwezig hebben 30g of >

    vanaf 40 uur

    dealerindicatie of drugsrunnen

    uitgangspunt onvoorwaardelijke jeugddetentie en voorgeleiden

       

    55 WWM

    busje CS-gas

    20 uur

    voorhanden hebben steekwapen of nepvuurwapen

    30 uur

    vuurwapen

    uitgangspunt onvoorwaardelijke jeugddetentie en voorgeleiden

  • Bijlage III. Geldboete in plaats van taakstraf

    Overzicht van de feiten waarin een geldboete passend wordt geoordeeld, en de voorwaarden waaronder een geldtransactie kan worden aangeboden en tegen welk ‘tarief’.

    Voorwaarden:

    • vooral voor 16- en 17-jarigen;

    • verdachte beschikt over enig inkomen (zakgeld, verdiensten) of wordt geacht binnen afzienbare tijd de boete zelf te kunnen verdienen;

    • geen sprake van signaalgedrag of (vermoede) achterliggende problematiek;

    • alleen feiten die onder het officiersmodel kunnen worden afgedaan (geen geweld tegen personen, geen zedendelict, geen brandstichting);

    • betaling van een schadevergoedingsregeling heeft voorrang op de boete;

    • Als een geldboetetransactie vooraf is aangeboden, en niet betaald, wordt de eis ter zitting met 20 procent verhoogd.

    Omrekenfactor

    Voor de thans onder ‘taakstraf’ geboekte feiten die in aanmerking komen voor geldboete wordt de omrekeningsfactor gehanteerd:

    voor elke 4 uur taakstraf als equivalent 25 euro (maximumtaakstraf volgens officiersmodel dus 40 uur = 250 euro).

    Voor geldboete in aanmerking komende delicten

    Art. (Sr)

    Misdrijf

    i.p.v.(taakstraf)

    Transactie

    141

    openlijk geweld (goederen) (schade tot 900 euro)

    20 uur

    125 euro

    180

    wederspannigheid

    32 uur

    200 euro

    184

    niet voldoen aan bevel

    24 uur

    150 euro

    188

    valse aangifte (zonder ernstige gevolgen)

    32 uur

    200 euro

    225

    valsheid in geschrifte

    28 uur

    175 euro

    266

    belediging

    20 uur

    125 euro

    267

    belediging ambtenaar in functie

    28 uur

    175 euro

    285

    bedreiging verbaal

    24 uur

    150 euro

    310

    diefstal (i.v.) schade < 150 euro

    20 uur

    125 euro

    321

    verduistering schade < 150 euro

    20 uur

    125 euro

    321

    verduistering schade > 150 euro

    32 uur

    200 euro

    326

    oplichting schade tot 150 euro

    28 uur

    175 euro

     

    oplichting schade > 150 euro

    40 uur

    250 euro

    350

    vernieling schade tot 900 euro

    20 uur

    125 euro

     

    id. schade > 900 euro

    40 uur

    250 euro

    417bis

    schuldheling schade < 150 euro

    16 uur

    100 euro

     

    schade > 150 euro

    24 uur

    150 euro

    7 WVW

    doorrijden na aanrijding

    24 uur

    150 euro

    11 WVW

    joyriding (geen schade)

    40 uur

    250 euro

  • 1

    Het Besluit Aanwijzing Halt-feiten wordt in 2009 herzien.