Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling Dienstauto’s SZW 2009

Geldend van 08-11-2013 t/m heden

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 juni 2009, nr. BV/P&O/2009/13121, houdende vaststelling van een regeling inzake de verstrekking en het gebruik van dienstauto’s SZW (Regeling Dienstauto’s SZW 2009)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op het Besluit betaling emolumenten burgerlijk rijkspersoneel en het Reisbesluit binnenland;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. betrokkene: de ambtenaar in de zin van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of het Ambtenarenreglement Staten- Generaal of degene die op een andere titel werkzaam is bij het ministerie;

  • b. het bevoegd gezag: de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • c. dienstauto: auto die ten behoeve van zakelijk gebruik eigendom is van het Rijk of vanwege het Rijk is gehuurd of geleast;

  • d. dienstreis: een naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijke verplaatsing van een betrokkene tot het verrichten van dienst buiten de plaats van tewerkstelling, alsmede het hiermee verband houdende verblijf buiten deze plaats;

  • e. gezinsleden: degenen met wie de betrokkene een gezamenlijke huishouding voert;

  • f. kilometervergoeding: de vergoeding voor dienstgebruik van de eigen auto, bedoeld in het Reisbesluit Binnenland;

  • g. het ministerie: het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • h. wagenparkbeheerder: degene die in opdracht van het ministerie de aanschaf en het beheer, zowel technisch als administratief, uitvoert;

  • i. privé-kilometers: alle door de betrokkene met de dienstauto verreden kilometers verminderd met

    • het aantal kilometers tijdens dienstreizen;

    • het aantal woon/werkverkeerkilometers;

Artikel 2. Beschikbaarstelling dienstauto

  • 1 Het bevoegd gezag bepaalt welke betrokkene dienstreizen met een dienstauto dient uit te voeren, en welke dienstauto daarvoor wordt gebruikt.

  • 2 In afwijking van het eerste lid wordt aan de betrokkene werkzaam bij de toenmalige Arbeidsinspectie die in aanmerking komt voor een dienstauto en die voor 1 april 2004 in dienst is getreden, toestemming gegeven om de privé-auto voor dienstreizen te gebruiken.

  • 3 Het tweede lid is niet van toepassing indien aan de betrokkene, bedoeld in het tweede lid, op diens verzoek een dienstauto beschikbaar is gesteld.

Artikel 3. Privé-gebruik dienstauto

  • 1 Een dienstauto van een betrokkene aan wie door het bevoegd gezag toestemming is verleend om voor het afleggen van privé-kilometers te gebruiken kan gebruikt worden door de betrokkene en diens gezinsleden. De dienstauto mag in de privé-sfeer slechts door anderen dan de betrokkene of diens gezinsleden worden bereden indien de betrokkene of een gezinslid passagier is. Behoudens in situaties van overmacht kan hiervan slechts worden afgeweken met voorafgaande toestemming van het bevoegd gezag.

  • 2 Zakelijk gebruik anders dan ten behoeve van het ministerie en verhuur van de dienstauto is niet toegestaan.

Artikel 4. Privé-kilometers [Vervallen per 08-11-2013]

Artikel 5. Beschikbare auto’s

  • 1 De betrokkene die in aanmerking komt voor een dienstauto krijgt een door de dienst aan te wijzen auto ter beschikking.

  • 2 De betrokkene kan met de wagenparkbeheerder een overeenkomst sluiten waarin aan de auto extra voorzieningen (accessoires) worden aangebracht en/of een auto met een hogere km-kostprijs ter beschikking wordt gesteld. De meerkosten die hieraan verbonden zijn komen volledig ten laste van de desbetreffende betrokkene.

Artikel 6. In rekening te brengen meerkosten

De meerkosten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, worden in een overeenkomst tussen de betrokkene en het bevoegd gezag vastgelegd. In de in de vorige volzin bedoelde overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd dat de meerkosten voor accessoires en de meerkosten die verbonden zijn aan een auto die afwijkt van de door SZW aangeboden uitvoering bij aankoop door de betrokkene aan de wagenparkbeheerder moeten worden betaald.

Artikel 7. Voorschot en afrekening

  • 1 Voor alle ten laste van de betrokkene komende kosten van gebruik van de dienstauto wordt maandelijks een voorschot op het salaris ingehouden. De hoogte van dit voorschot wordt vastgesteld op basis van de tussen het bevoegd gezag en betrokkene afgesloten overeenkomst.

  • 2 Afrekening van alle ten laste van de betrokkene komende kosten vindt éénmaal per kalenderjaar plaats, onder aftrek van de voor het betrokken kalenderjaar ingehouden voorschotten.

Artikel 8. Fiscale consequenties

  • 1 Fiscale consequenties van het privé-gebruik van de dienstauto blijven voor rekening van de betrokkene.

  • 2 Indien het uitsluitend voor de dienst gebruiken van een dienstauto leidt tot fiscale heffing op grond van de autokostenfictie, zal het bevoegd gezag de betrokkene ondersteunen bij het weerleggen daarvan. Indien de ondersteuning niet tot het gewenste resultaat leidt, zullen de gevolgen voor rekening van het ministerie komen in het geval de betrokkene een sluitende kilometerregistratie heeft overgelegd.

Artikel 9. Kilometerregistratie

  • 1 Uit een zorgvuldige kilometerregistratie moet het aantal dienstkilometers verantwoord kunnen worden. Het bevoegd gezag bepaalt hoe deze registratie en verantwoording zal plaatsvinden.

  • 2 Kilometers die niet als dienstkilometer verantwoord zijn, worden ook niet als zodanig aangemerkt.

Artikel 10. Gebruik van de dienstauto

  • 1 Bij het gebruik van een dienstauto moet de gebruikelijke zorgvuldigheid in acht worden genomen. De bij aanvang van het gebruik terzake gegeven richtlijnen dienen te worden opgevolgd.

  • 2 Bij gebruik van de auto door anderen dan de betrokkene blijft de betrokken betrokkene verantwoordelijk voor een zorgvuldig gebruik en het opvolgen van de bedoelde richtlijnen.

  • 3 Extra kosten, voortvloeiend uit het niet opvolgen van richtlijnen, ook door anderen dan de betrokkene, kunnen aan de betrokken betrokkene worden doorberekend.

Artikel 11. Bijkomende kosten

  • 1 Bij dienstgebruik van de dienstauto worden onder meer betaalde parkeer-, veer- en tolgelden op declaratiebasis vergoed.

  • 2 Bij privé-gebruik blijven alle bijkomende kosten voor rekening van de betrokkene.

  • 3 Boetes en bekeuringen worden niet vergoed.

Artikel 12. Einde beschikbaarstelling

  • 1 De beschikbaarstelling van een dienstauto wordt beëindigd:

    • a. zodra de functionele noodzaak tot individuele beschikbaarheid van een auto ophoudt te bestaan, zulks ter beoordeling van het bevoegd gezag;

    • b. bij langdurige, onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.

  • 2 Bij beëindiging van de beschikbaarstelling van een dienstauto dient de betrokkene de dienstauto in te leveren op een moment en een wijze die door het bevoegd gezag wordt bepaald.

Artikel 13. Kosten tussentijdse beëindiging

Eventuele kosten, verbonden aan tussentijdse beëindiging van beschikbaarstelling van een dienstauto, kunnen op de betrokkene worden verhaald indien de beëindiging een gevolg is van aan oorzaken of omstandigheden die de medewerker zijn toe te rekenen.

Artikel 14. Hardheidsclausule

Indien naleving van deze regeling leidt tot onbillijke situaties, kan het bevoegd gezag in afwijking of in aanvulling van deze regeling besluiten.

Artikel 15. Beleidsregels

Namens het bevoegd gezag kan de secretaris-generaal beleidsregels vaststellen ter uitvoering van deze regeling.

Artikel 16. Intrekking

De Regeling Dienstauto’s SZW 1994 wordt ingetrokken.

Artikel 17. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij is geplaatst.

Artikel 18. Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling Dienstauto’s SZW 2009.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 24 juni 2009

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze:
de

secretaris-generaal

,

J.F. de Leeuw