Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling lerarenbeurs voor scholing, zij-instroom en bewegingsonderwijs 2009–2017[Regeling vervalt per 01-07-2017.]

Geldend van 10-11-2016 t/m heden

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 6 mei 2009, nr. DL/B/110284, houdende regels voor het verstrekken van subsidie aan leraren met een onderwijsbevoegdheid om substantiële scholing te bevorderen en het verstrekken van subsidie ten behoeve van zij-instromers in het voortgezet onderwijs, het beroepsonderwijs en de educatie om hun onderwijsbevoegdheid te behalen (Regeling lerarenbeurs voor scholing en zij-instroom 2009–2011)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 2, eerste lid, jo artikel 4, eerste lid, van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

§ 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Subsidieaanvraag [Vervallen per 02-03-2012]

Hoofdstuk 2. Lerarenbeurs voor scholing

§ 1. Inleidende bepalingen

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten lerarenbeurs

  • 1 De minister kan subsidie verstrekken aan:

    • a. de leraar voor studiekosten in verband met het volgen van een opleiding; en

    • b. het bevoegd gezag voor kosten in verband met het verlenen van studieverlof aan deze leraar.

  • 2 De subsidie kan worden verstrekt voor bachelor-, master-, en deficiëntieopleidingen.

  • 3 Subsidie wordt verstrekt voor één studiejaar.

  • 4 Voor een opleiding met een studielast van 30 tot 60 studiepunten wordt ten hoogste een maal subsidie verleend.

  • 5 Voor een opleiding met een studielast van 60 studiepunten wordt ten hoogste twee maal subsidie verleend. Om voor de tweede subsidie in aanmerking te komen, dient deze binnen drie studiejaren na de eerste subsidieverlening te worden aangevraagd.

  • 6 Voor een opleiding met een studielast van meer dan 60 studiepunten wordt ten hoogste drie maal subsidie verleend. Om voor de tweede of derde subsidie in aanmerking te komen, dient deze binnen vijf studiejaren na de eerste subsidieverlening te worden aangevraagd.

  • 7 Indien reeds subsidie voor het volgen van een deficiëntieopleiding is verleend, wordt voor een opleiding van meer dan 60 studiepunten ten hoogste twee maal subsidie verleend.

Artikel 4. Eisen aan de leraar

  • 1 De subsidie voor studiekosten wordt uitsluitend verstrekt aan de leraar, die:

    • a. bij aanvang van het studiejaar waarvoor de subsidie bestemd is op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek de graad Bachelor mag voeren;

    • b. op het moment van de subsidieaanvraag of in de twaalf kalendermaanden daaraan voorafgaand in dienst is of was bij een bevoegd gezag dan wel bij een andere werkgever, en werkt of heeft gewerkt bij een of meer bekostigde onderwijsinstellingen dan wel een of meer orthopedagogisch- didactische centra; en

    • c. voor minimaal 20% van zijn werktijd is belast met lesgebonden taken en pedagogisch-didactisch verantwoordelijk is voor het onderwijs, voor zover de leraar niet is aangesteld als:

      • 1°. ambulant begeleider;

      • 2°. zorgcoördinator;

      • 3°. intern begeleider; of

      • 4°. remedial teacher.

    • d. ingeschreven staat in het registerleraar.nl, tenzij dat op grond van het regelement van dat register niet mogelijk is.

  • 3 De subsidie voor studieverlof aan het bevoegd gezag wordt slechts verstrekt voor zover de leraar in dienst is bij een bevoegd gezag en aan deze leraar de subsidie voor studiekosten is verleend.

Artikel 4a. Afwijking voorwaarden in geval van deelname aan VierSlagLeren

In afwijking van artikel 4 kan de subsidie voor studiekosten tevens worden verstrekt aan (startende) leraren primair en voortgezet onderwijs die deelnemen aan het project VierSlagLeren. Indien dit artikel toepassing vindt, heeft het bevoegd gezag ook aanspraak op subsidie voor studieverlof voor de (startende) leraren primair en voortgezet onderwijs.

Artikel 5. Subsidieplafond lerarenbeurs

Het subsidieplafond voor het jaar 2016 voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, bedraagt € 116.500.000.

Artikel 6. Subsidiebedrag voor studiekosten

De subsidie voor studiekosten bedraagt de som van een vergoeding voor:

  • a. de werkelijk gemaakte kosten voor collegegeld tot een maximum van € 7.000;

  • b. de kosten van studiemiddelen van 10% van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350;

  • c. reiskosten van 10% van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350.

Artikel 7. Subsidiebedrag voor studieverlof

  • 1 De subsidie voor studieverlof wordt bepaald op een bedrag per studieverlofuur.

  • 2 Voor subsidiëring komt per jaar voor een voltijdsaanstelling, of voor een deeltijdsaanstelling een evenredig deel, ten hoogste het volgende aantal studieverlofuren in aanmerking:

    • a. voor een bacheloropleiding: 160 uren;

    • b. voor een masteropleiding voor een subsidieontvanger in de sector:

      • 1°. primair onderwijs: 320 uren;

      • 2°. speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs: 320 uren;

      • 3°. voortgezet onderwijs: 240 uren;

      • 4°. middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie: 240 uren;

      • 5°. hoger beroepsonderwijs: 320 uren.

  • 3 De subsidiebedragen voor een studieverlofuur zijn voor een subsidieontvanger in de sector:

    • a. primair onderwijs: € 36,82;

    • b. speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs: € 38,57;

    • c. voortgezet onderwijs: € 41,76;

    • d. middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie: € 42,94;

    • e. hoger beroepsonderwijs: € 46,77.

  • 4 De bedragen, bedoeld in het derde lid, worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de kabinetsbijdrage voor het betreffende jaar, onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting door de begrotingswetgever. Het besluit hiertoe wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

  • 5 In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de Rijksbegroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

§ 2. Subsidieaanvraag lerarenbeurs

Artikel 8. Vereisten subsidieaanvraag lerarenbeurs

  • 1 De aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, geschiedt overeenkomstig het aanvraagformulier, dat via de website van DUO beschikbaar wordt gesteld.

  • 2 Door middel van een verklaring behorende bij het aanvraagformulier vraagt het bevoegd gezag subsidie voor studieverlof aan.

  • 3 De aanvraag voor de subsidie voor studiekosten omvat informatie waaruit blijkt:

Artikel 9. Termijn indiening aanvraag

Aanvragen voor subsidie kunnen jaarlijks worden ingediend van 1 april tot en met 30 juni.

§ 3. Subsidieverlening lerarenbeurs

Artikel 10. Criteria verdeling lerarenbeurs

  • 1 Onverminderd het tweede lid verdeelt de minister het beschikbare bedrag per doelgroep, bedoeld in het derde lid, in volgorde van ontvangst van de aanvragen voor subsidie, bedoeld in artikel 3, met dien verstande dat aan aanvragers aan wie op basis van deze regeling reeds voor een eerste of tweede maal subsidie is verleend, voorrang wordt verleend bij subsidieverstrekking.

  • 2 Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een week de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de in het eerste lid genoemde verdeling, als datum van ontvangst.

  • 3 De verdeling van het beschikbare bedrag over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:

    • a. € 35.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het primair onderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;

    • b. € 50.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;

    • c. € 11.500.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie;

    • d. € 20.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.

  • 4 Indien een van de budgetten, bedoeld in het derde lid, niet volledig wordt benut, wordt het restbedrag naar evenredigheid verdeeld over de overige doelgroepen.

Artikel 11. Weigeringsgronden

  • 1 Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert de minister subsidieverlening aan een leraar, indien deze:

    • a. reeds subsidie heeft ontvangen op basis van deze regeling voor het volgen van een andere opleiding dan die waarvoor subsidie wordt aangevraagd, tenzij de reeds ontvangen subsidie is verstrekt voor het volgen van een deficiëntieopleiding met als doel toelating tot de opleiding waarvoor de leraar subsidie aanvraagt;

    • b. uit andere hoofde van de minister een tegemoetkoming in de studiekosten heeft ontvangen voor het volgen van de opleiding;

    • c. reeds subsidie heeft ontvangen op basis van deze regeling zoals deze gold vóór 1 april 2013.

  • 2 In afwijking van het eerste lid kan de minister een subsidie toekennen indien de aanvrager reeds subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling voor een korte opleiding.

  • 3 In afwijking van het eerste lid kan de minister een subsidie toekennen indien de aanvrager een masteropleiding volgt en op grond van deze regeling reeds subsidie heeft ontvangen voor een bacheloropleiding.

Artikel 12. Termijn beslissing

De minister beslist binnen 8 weken na het sluiten van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 9.

§ 4. Verplichtingen subsidieontvanger lerarenbeurs

Artikel 13. Subsidieverplichting leraar

De leraar behaalt in de subsidieperiode ten minste 15 studiepunten.

Artikel 14. Subsidieverplichting bevoegd gezag

Het bevoegd gezag houdt in haar administratie bij op welke wijze het verlof tot stand komt.

Artikel 15. Informatieplicht

  • 1 De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

  • 2 De subsidieontvanger doet binnen vier weken schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overlegd.

  • 3 Op verzoek van de minister verleent de leraar die de subsidie voor studiekosten ontvangt, medewerking aan een steekproef om aan te tonen dat de activiteiten waarvoor die subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.

§ 5. Betaling subsidie lerarenbeurs

Artikel 16. Betaling van de subsidie lerarenbeurs

Het subsidiebedrag wordt niet eerder dan drie maanden voordat de opleiding aanvangt aan de subsidieontvanger uitbetaald.

§ 6. Vaststelling subsidie lerarenbeurs

Artikel 17. Vaststelling van de subsidie voor studiekosten

Een ambtshalve beschikking tot subsidievaststelling van de subsidie voor studiekosten wordt gegeven binnen 22 weken na afloop van het studiejaar waarvoor de subsidie is verleend.

Artikel 18. Terugvordering van de subsidie voor studiekosten

  • 1 De minister kan de subsidie voor studiekosten terugvorderen indien de leraar niet aan zijn subsidieverplichtingen heeft voldaan.

  • 2 De minister kan op aanvraag van de leraar een betalingsregeling treffen voor het terugbetalen van de subsidie voor studiekosten die voorziet in betaling van het totale bedrag binnen 24 maanden. Het minimumbedrag dat maandelijks wordt afgelost, bedraagt € 100.

Artikel 18a. Niet-bestede middelen

Onverminderd artikel 19 kan de subsidie voor studieverlof worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 18b. Verantwoording subsidie voor studieverlof

De verantwoording door het bevoegd bezag van de subsidie voor studieverlof geschiedt overeenkomstig artikel 13, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling OCW-subsidies in de jaarverslaggeving, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 1, behorende bij de richtlijn RJ 660, alinea 212, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening bevat, in het geval bedoeld in artikel 18a, tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van subsidie.

Artikel 19. Terugvordering van de subsidie voor studieverlof

De minister vordert de subsidie voor studieverlof geheel of gedeeltelijk van het bevoegd gezag terug, indien uit de administratie, bedoeld in artikel 14, blijkt dat het verlof geheel of gedeeltelijk niet aan de leraar is toegekend, dan wel toekenning van het verlof niet of onvoldoende uit de administratie kan worden opgemaakt.

Hoofdstuk 2a. Subsidie opleiding bewegingsonderwijs

Artikel 19a. Begripsbepalingen

Aanvullend op de begripsbepalingen van artikel 1 wordt in dit hoofdstuk verstaan onder:

  • a. Leraar bewegingsonderwijs: leraar die een van de volgende aantekeningen heeft behaald en/of opleidingen heeft afgerond:

    • 1. Akte J, oude structuur lerarenopleiding bewegingsonderwijs;

    • 2. Aantekening J;

    • 3. KLOS (de voormalige kleuterleidsteropleiding);

    • 4. Pabo, gestart voor 1 september 2000 en afgestudeerd voor 2005;

    • 5. Pabo, gestart na 1 september 2000 en in het bezit van de Leergang Vakbekwaamheid Bewegingsonderwijs via de Pabo;

    • 6. Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO).

  • b. Post-initiële leergang bewegingsonderwijs: een door het CPION geaccrediteerde post-initiële leergang bewegingsonderwijs aan een onderwijsinstelling.

Artikel 19b. Reikwijdte

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op leraren in het primair onderwijs met een onderwijsbevoegdheid die een post-initiële leergang bewegingsonderwijs volgen.

Artikel 19c. Te subsidiëren activiteiten

  • 1 De subsidie kan worden verstrekt aan een leraar voor het volgen van een post-initiële leergang bewegingsonderwijs.

  • 2 De subsidie wordt verstrekt voor één studie.

Artikel 19d. Eisen aan de leraar

De subsidie voor studiekosten wordt uitsluitend verstrekt aan de leraar, die

  • a. Bij aanvang van het studiejaar waarvoor de subsidie bestemd is voldoet aan de onder artikel 1, onderdeel h, genoemde bevoegdheidseisen, of

  • b. Op het moment van de subsidieaanvraag of in de twaalf kalendermaanden daaraan voorafgaand in dienst is of was bij een bevoegd gezag dan wel bij een andere werkgever, en werkt of heeft gewerkt bij een of meer bekostigde onderwijsinstellingen.

Artikel 19e. Subsidieplafond

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is voor de jaren 2015, 2016 en 2017 een bedrag van € 3,15 miljoen per jaar beschikbaar.

Artikel 19f. Subsidiebedrag voor studiekosten

De subsidie voor studiekosten bedraagt de som van een vergoeding voor:

  • 1. de werkelijk gemaakte kosten voor collegegeld tot een maximum van € 3.500;

  • 2. de kosten van studiemiddelen van 10% van het verschuldigde collegegeld tot ten hoogste € 350;

  • 3. reiskosten van 10% van het verschuldigde collegegeld tot ten hoogste € 350.

Artikel 19g. Vereisten subsidieaanvraag Lerarenbeurs bewegingsonderwijs

De aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 19c, geschiedt overeenkomstig het aanvraagformulier, dat via de website van DUO beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 19h. Termijn indiening aanvraag

Aanvragen voor subsidie kunnen het gehele jaar door worden ingediend, doch minimaal twee maanden voor de datum waarop de post-initiële leergang bewegingsonderwijs waarvoor de aanvraag wordt gedaan aanvangt.

Artikel 19i. Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverlening worden geweigerd indien de subsidieaanvrager uit andere hoofde een tegemoetkoming in de studiekosten heeft ontvangen voor het volgen van de opleiding.

Artikel 19j. Termijn beslissing

De minister beslist binnen 8 weken na ontvangst van de volledig ingevulde aanvraag, bedoeld in artikel 19h.

Artikel 19k. Wijze van verdeling beschikbare middelen

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.

Artikel 19l. Subsidieverplichting leraar

Aan de subsidieontvanger wordt de volgende verplichtingen opgelegd:

  • 1. De subsidieontvanger behaalt in de daarvoor staande studieperiode aangevuld met een uitloop van een half jaar zijn/haar certificaat.

  • 2. De subsidieontvanger zendt aan DUO vóór het eind van het kalenderjaar waarin de opleiding met goed gevolg is afgerond een kopie van zijn/haar certificaat.

Artikel 19m. Toepassing artikelen hoofdstuk 2

De artikelen 15 tot en met 18 van zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 2b. Subsidie voor het aantrekken van studenten in het lerarenberoep [Vervallen per 06-09-2016]

Artikel 19n. Aanvullende begripsbepalingen [Vervallen per 06-09-2016]

Artikel 19o. Reikwijdte [Vervallen per 06-09-2016]

Artikel 19p. Te subsidiëren activiteiten [Vervallen per 06-09-2016]

Artikel 19q. Criteria voor subsidieverstrekking [Vervallen per 06-09-2016]

Artikel 19r. Subsidieplafond [Vervallen per 06-09-2016]

Artikel 19s. Subsidiebedrag [Vervallen per 06-09-2016]

Artikel 19t. Vereisten subsidieaanvraag [Vervallen per 06-09-2016]

Artikel 19u. Termijn indiening aanvraag [Vervallen per 06-09-2016]

Artikel 19v. Weigeringsgronden [Vervallen per 06-09-2016]

Artikel 19w. Termijn beslissing [Vervallen per 06-09-2016]

Artikel 19x. Wijze van verdeling beschikbare middelen [Vervallen per 06-09-2016]

Artikel 19y. Subsidieverplichting [Vervallen per 06-09-2016]

Artikel 19z. Toepassing artikelen hoofdstuk 2 [Vervallen per 06-09-2016]

Hoofdstuk 3. Zij-instroom

Artikel 20. Te subsidiëren activiteiten

De minister kan subsidie verstrekken aan het bevoegd gezag voor activiteiten in het kader van het begeleiden van een zij-instromer, waaronder in elk geval:

  • a. het laten uitvoeren van het geschiktheidsonderzoek betreffende een zij-instromer;

  • b. het afgeven van een geschiktheidsverklaring aan een zij-instromer;

  • c. het laten volgen van scholing door een zij-instromer;

  • d. het geven van verlof aan een zij-instromer; en

  • e. het laten uitvoeren van het bekwaamheidsonderzoek betreffende een zij-instromer.

Artikel 21. Subsidieplafond zij-instroom

Het subsidieplafond voor subsidie zij-instroom bedraagt voor het jaar 2016 € 10.000.000.

Artikel 22. Subsidiebedrag zij-instroom

De subsidie voor zij-instroom bedraagt ten hoogste € 20.000 per zij-instromer.

Artikel 23. Vereisten subsidieaanvraag zij-instroom

  • 1 De aanvraag voor de subsidie voor zij-instroom wordt gedaan door het bevoegd gezag en geschiedt overeenkomstig het aanvraagformulier, dat via de website van DUO beschikbaar wordt gesteld.

  • 2 Geen aanvraag kan worden gedaan voor subsidie voor de begeleiding van zij-instromers die ingeschreven staan of in de twee jaren voorafgaand aan de subsidieaanvraag ingeschreven hebben gestaan als student aan een lerarenopleiding en collegegeldplichtig zijn of waren op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 24. Termijn indiening subsidieaanvraag zij-instroom

  • 1 De aanvraag voor de subsidie voor zij-instroom kan worden ingediend nadat de scholing als bedoeld in artikel 20, onderdeel c, is aangevangen, maar uiterlijk op 15 oktober van het jaar volgend op het jaar waarin de scholing is gestart.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, wordt de aanvraag voor de begeleiding van zij-instromers in het kader van het project Eerst de Klas uiterlijk ingediend op 31 juli, voorafgaand aan het studiejaar waarin de scholing start.

Artikel 25. Criteria verdeling subsidie zij-instroom

  • 1 De minister verdeelt het beschikbare bedrag per doelgroep, bedoeld in het tweede lid, in de volgorde van ontvangst van de aanvragen voor subsidie voor zij-instroom, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een week de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.

  • 2 De verdeling van het beschikbare bedrag over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:

    • a. € 1.000.000 van het budget is beschikbaar voor de activiteiten in het kader van het begeleiden van zij-instromers in het kader van het project Eerst de Klas;

    • b. € 1.000.000 van het budget is beschikbaar voor de activiteiten in het kader van het begeleiden van zij-instromers in het kader van het project Onderwijstraineeship;

    • c. € 8.000.000 van het budget is beschikbaar voor de activiteiten in het kader van het begeleiden van andere dan de in de onderdelen a of b bedoelde zij-instromers.

  • 3 Indien een van de budgetten, bedoeld in het tweede lid, niet volledig wordt benut, wordt het restbedrag naar evenredigheid verdeeld over de overige doelgroepen.

Artikel 26. Termijn beslissing

De subsidie wordt direct vastgesteld binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 27. Verplichting subsidieontvanger

  • 1 De subsidieontvanger spant zich in om de zij-instromer in staat te stellen zijn onderwijsbevoegdheid te behalen.

  • 2 De subsidieontvanger werkt mee aan de door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

Artikel 28. Betaling

De minister betaalt het subsidiebedrag binnen vier weken na de vaststelling, bedoeld in artikel 26.

Artikel 29. Niet behalen onderwijsbevoegdheid

Indien de zij-instromer het traject niet met goed gevolg afrondt en geen onderwijsbevoegdheid haalt, wordt de subsidie lager vastgesteld. Bij de vaststelling worden de kosten in acht genomen die de subsidieontvanger heeft gemaakt in het kader van zijn inspanningsverplichting, bedoeld in artikel 27, eerste lid, voor zover die kosten zijn te verantwoorden.

Artikel 30. Besteding niet aangewende deel

Het niet aangewende deel van de subsidie kan, mits de zij-instromer het traject met goed gevolg heeft afgerond en een onderwijsbevoegdheid heeft behaald, worden besteed aan andere activiteiten van de instelling waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 31. Verantwoording en controle

  • 2 De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.

Hoofdstuk 4. Wijziging Tijdelijke regeling lerarenbeurs voor scholing [Vervallen per 15-08-2015]

Artikel 32. Wijziging Tijdelijke regeling lerarenbeurs voor scholing [Vervallen per 15-08-2015]

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 33. Hardheidsclausule

De minister kan voor bepaalde gevallen de regeling buiten toepassing verklaren of daarvan afwijken voor zover deze toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 34. Mandaatverlening [Vervallen per 01-01-2010]

Artikel 35. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij is geplaatst en vervalt met ingang van 1 juli 2017.

Artikel 36. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling lerarenbeurs voor scholing, zij-instroom en bewegingsonderwijs 2009–2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.H.A. Plasterk

Bijlage 1 [Vervallen per 15-08-2015]

Bijlage 2 [Vervallen per 15-08-2015]