Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling verdiepingsslag academische opleidingsschool 2009–2011[Regeling vervallen per 01-01-2012.]

Geldend van 10-06-2011 t/m 31-12-2011

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 27 april 2009, nr. DL/B/119494, houdende een projectsubsidie voor de verdiepingsslag van de academische opleidingsschool 2009–2011 (Regeling verdiepingsslag academische opleidingsschool 2009–2011)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 2 en 4 van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2012]

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Te subsidiëren activiteiten [Vervallen per 01-01-2012]

De Minister kan projectsubsidie verstrekken voor een beperkt aantal academische opleidingsscholen die zich tijdens de periode 1 augustus 2009 tot en met 31 december 2011 kunnen ontwikkelen tot goede praktijkvoorbeelden. De academische opleidingsschool levert een bijdrage aan het beantwoorden van de volgende vragen:

  • Wat zijn de extra elementen die een academische opleidingsschool toevoegt aan het opleiden van leraren?

  • Hoe kan het opleiden van leraren in een werkpleksituatie (nog) beter worden gecombineerd met het doen van praktijkgericht onderzoek in een school?

  • Welke aanvullende kwaliteitscriteria zijn nodig bovenop de kwaliteitscriteria voor een opleidingsschool?

  • Welke aanvullende kosten maakt een academische opleidingsschool bovenop de kosten voor een opleidingsschool?

Artikel 3. Subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Subsidie wordt slechts verleend aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid en waarvan de statutaire doelstelling past binnen het doel van de subsidieverlening.

  • 2 Vanuit de academische opleidingsschool zal één partner optreden als penvoerder van de academische opleidingsschool.

  • 3 De subsidieontvanger is de penvoerder, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 4. Subsidieplafond [Vervallen per 01-01-2012]

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is voor de periode 1 augustus 2009 tot en met 31 december 2011 gezamenlijk een bedrag van € 3.740.000 beschikbaar.

Artikel 5. Subsidiebedrag [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 De subsidie per subsidieontvanger bedraagt € 170.000 voor het volledige tijdvak van de subsidieverlening, zoals vermeld in artikel 12.

  • 2 De subsidie wordt verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven die zijn verbonden aan de in artikel 2 omschreven activiteiten. Zij kan ook worden aangewend voor andere activiteiten van de instelling(en) waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Hoofdstuk 2. Subsidieaanvraag [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 6. Subsidieaanvraag [Vervallen per 01-01-2012]

Subsidie wordt op aanvraag van de penvoerder, bedoeld in artikel 3, tweede lid, verleend.

Artikel 7. Vereisten subsidieaanvraag [Vervallen per 01-01-2012]

De subsidieaanvraag met daarbij een activiteitenplan wordt ingediend met behulp van het formulier bij Agentschap NL.

Artikel 8. Activiteitenplan [Vervallen per 01-01-2012]

Het activiteitenplan omvat een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, zoals bedoeld in het formulier.

Artikel 9. Termijn indiening aanvraag [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 De subsidieaanvraag wordt ingediend uiterlijk 15 september 2009.

  • 2 Voor de dieptepilots die per 1 maart 2009 deelnemen aan het ‘overbruggingsjaar opleiden in de school 2008–2009’ als vervolg op de subsidieregeling ‘Dieptepilot voor de opleidingsschool en de academische school 2005–2008’ bestaat de mogelijkheid om in een eerste tranche de aanvraag in te dienen, indien zij reeds uiterlijk 1 mei 2009 deze aanvraag hebben ingediend.

Hoofdstuk 3. Subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 10. Criteria verdeling bij subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 De Minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen met betrekking tot soortgelijke projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie.

  • 2 De Minister verdeelt het beschikbare bedrag bij gelijke geschiktheid en bij overschrijding van het subsidieplafond op basis van volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.

Artikel 11. Advies voorafgaand aan subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 De Minister beslist over de subsidieverlening mede op basis van het advies van Agentschap NL.

  • 2 Agentschap NL brengt advies uit op basis van de criteriavoor de verdiepingsslag academische opleidingsschool in bijlage 1.

Artikel 12. Tijdvak subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2012]

Subsidie wordt verleend voor de periode 1 augustus 2009 tot en met 31 december 2011.

Artikel 13. Begrotingsvoorwaarde [Vervallen per 01-01-2012]

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de met inachtneming van artikel 4 verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel 14. Weigeringsgronden [Vervallen per 01-01-2012]

  • 2 De Minister kan voor bepaalde gevallen van het eerste lid afwijken voor zover deze toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.

Hoofdstuk 4. Verplichtingen subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 15. Informatieplicht [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de Minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het door of namens de Minister te voeren beleid.

  • 2 De subsidieontvanger geeft aan door of namens de minster aangewezen ambtenaren op verzoek inzage in de in artikel 17 van de Wet overige OCW-subsidies bedoelde administratie en verstrekt alle inlichtingen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om een juist inzicht te verkrijgen in de besteding van de subsidie.

  • 3 De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 16. Verantwoording en control [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie.

Artikel 17. Activiteitenverslag [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Het activiteitenverslag bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten.

  • 2 De inrichting van het verslag komt overeen met de inrichting van het activiteitenplan.

  • 3 Het verslag bevat, voor zover van toepassing, een analyse van verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten, vermeld in het activiteitenplan, en de feitelijke realisatie.

  • 4 Het activiteitenverslag wordt ingediend bij Agentschap NL.

Hoofdstuk 5. Subsidievaststelling [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 18. Ambtshalve subsidievaststelling [Vervallen per 01-01-2012]

Binnen 2 maanden na afloop van het project waarvoor subsidie is verleend, doch uiterlijk 1 maart 2012, dient de subsidieontvanger een activiteitenverslag in, bedoeld in artikel 17. Binnen 3 maanden na ontvangst van het activiteitenverslag wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld.

Hoofdstuk 6. Betaling [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 19. Betaling [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidiebedrag wordt als voorschot aan subsidieontvanger betaald. € 70.000 wordt betaald binnen vier weken na de subsidieverlening, in november 2010 wordt opnieuw € 70.000 betaald en in september 2011 wordt € 30.000 betaald.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 20. Effectmeting [Vervallen per 01-01-2012]

Er zal onderzoek worden gedaan naar het bereikte effect dan wel het bereikte resultaat van deze subsidie.

Artikel 21. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2012]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt per 1 januari 2012.

Artikel 22. Citeertitel [Vervallen per 01-01-2012]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verdiepingsslag academische opleidingsschool 2009–2011.

Deze regeling zal met toelichting en bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

Bijlage 1. : Criteria en indicatoren voor de verdiepingsslag academische opleidingsschool [Vervallen per 01-01-2012]

Criteria [Vervallen per 01-01-2012]

Deze criteria betreffen de voorwaarden die, in aanvulling op het toetsingskader van NVAO voor de beoordeling van de kwaliteit van de opleidingsschool van toepassing zijn voor deelname aan de verdiepingsslag van de academische opleidingsschool. De criteria zijn gebaseerd op de rapportage ‘Landelijke criteria Opleiden in de School; Resultaten dieptepilot voor de opleidingsschool en de academische opleidingsschool 2005–2008 (KPMG 2008)’.

Agentschap NL zal de aanvragen beoordelen mede aan de hand van deze criteria.

  • 1. Er is een opleidingsschool, als bedoeld in artikel 1, onderdeel i. De opleidingsschool die zich meldt voor de verdiepingsslag academische opleidingsschool verbindt het opleiden van leraren met het in het kader van die opleiding verrichten (voor een belangrijk deel door de leraar in opleiding) van praktijkgericht onderzoek en het bevorderen van schoolontwikkeling en innovatie.

  • 2. De opleidingsschool heeft een onderzoekplan voor de academische opleidingsschool dat wordt gedragen door alle partners in de opleidingsschool.

  • 3. Er wordt voldoende personeel ingezet voor innovatie/het doen van onderzoek en het begeleiden van de studenten.

  • 4. Het personeel is gekwalificeerd voor de inhoudelijke, onderwijskundige en organisatorische realisatie van het programma.

  • 5. Studenten zijn actief betrokken bij het doen van onderzoek.

  • 6. Medewerkers werkzaam in de opleidingsschool zijn actief betrokken bij het doen van onderzoek.

  • 7. De academische opleidingsschool heeft een activiteitenplan met kostenraming en doet schriftelijk verslag van werkzaamheden en resultaten.

  • 8. De academische opleidingsschool richt zich met haar onderzoek/innovatie op de eigen schoolontwikkeling en op onderwerpen die verder gaan dan de belangen van de (eigen) organisatie en die van haar partners.

  • 9. De academische opleidingsschool levert een bijdrage aan het beantwoorden van de in de brief geformuleerde vragen. Met de resultaten kunnen niet alleen de partners in opleidingsschool zich ontwikkelen, maar ook partijen daarbuiten worden daartoe in de gelegenheid gesteld.

Indicatoren [Vervallen per 01-01-2012]

Agentschap NL kan bij de beoordeling gebruik maken van de indicatoren die ontleend zijn aan de rapportage ‘Landelijke criteria Opleiden in de School; Resultaten dieptepilot voor de opleidingsschool en de academische opleidingsschool 2005–2008 (KPMG 2008)’.

Indicatoren criterium 1: [Vervallen per 01-01-2012]

  • Er is een samenwerkingsovereenkomst ten aanzien van de academische opleidingsschool dat door alle partners is ondertekend. Het convenant omvat minimaal:

    • een visie op de academische opleidingsschool

    • een onderzoeksplan

    • afspraken over een stabiele infrastructuur

    • een kostenraming

    • afspraken over hoe het partnerschap opereert in de omgeving/regio

    • afspraken over de wijze van rapporteren.

Indicatoren criterium 2: [Vervallen per 01-01-2012]

  • In het onderzoeksplan zijn afspraken opgenomen over de gezamenlijke visie op onderzoek en samenwerking opde volgende onderdelen:

    • de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de partners;

    • het gezamenlijke onderzoeksprogramma van de academische opleidingsschool voor zowel ‘studenten’ als medewerkers werkzaam in de academische opleidingsschool;

    • de wijze waarop onderzoek wordt uitgevoerd (relevantie, aanpak, onderzoeksinstrumenten, analyse, verslag, verantwoording etc.);

    • de onderzoeksonderwerpen en de onderzoekscontext (soort/type) van het uit te voeren onderzoek;

    • de verbinding tussen opleiden, onderzoek en innovatie.

  • Medewerkers op alle relevante niveaus (bestuurlijk en uitvoerend) die betrokken zijn bij het doen van onderzoek nemen het onderzoeksplan als uitgangspunt bij hun werkzaamheden in het kader van de academische opleidingsschool.

Indicatoren criterium 3: [Vervallen per 01-01-2012]

  • Er is voldoende (personele) capaciteit vrijgemaakt voor onderzoek en innovatie om bij te kunnen dragen aan de gewenste resultaten (zie ook criterium 9), wat blijkt uit jaartaken en de kostenraming.

  • Er is aantoonbaar personele capaciteit vrijgemaakt, wat blijkt uit jaartaken en de kostenraming.

Indicator criterium 4: [Vervallen per 01-01-2012]

  • Medewerkers betrokken bij innovatie/onderzoek zijn daartoe getraind/opgeleid of daartoe in training/in opleiding.

Indicatoren criterium 5: [Vervallen per 01-01-2012]

  • De taken van ‘studenten’ zijn kwalitatief en kwantitatief beschreven in het onderzoeksplan.

  • Een ‘student’ neemt het doen van onderzoek op in persoonlijke ontwikkelingsafspraken.

Indicatoren criterium 6: [Vervallen per 01-01-2012]

  • De taken van medewerkers zijn kwalitatief en kwantitatief beschreven in het functie/takkenpakket van medewerkers.

  • De medewerker werkzaam in de academische opleidingsschool neemt het doen van onderzoek op in persoonlijke ontwikkelingsafspraken.

Indicatoren criterium 7: [Vervallen per 01-01-2012]

  • Er is een activiteitenplan met een kostenraming

  • Periodiek wordt een voortgangsrapportage/verantwoordingsverslag opgesteld.

  • Periodiek wordt de gang van zaken en de resultaten van het academische opleidingsschool concept besproken door de betrokken partners.

Indicator criterium 8: [Vervallen per 01-01-2012]

  • Een aanzienlijk deel van de innovatie/onderzoeksagenda is niet alleen gericht op de eigen schoolontwikkeling van de academische opleidingsschool en haar partners.

Indicatoren criterium 9: [Vervallen per 01-01-2012]

  • Academische opleidingsscholen leveren een bijdrage aan de beantwoording van de volgende vragen:

    • Wat zijn de extra elementen die een academische opleidingsschool toevoegt aan het opleiden van leraren?

    • Hoe kan het opleiden van leraren in een werkpleksituatie (nog) beter worden gecombineerd met het doen van praktijkgericht onderzoek in een school?

    • Welke aanvullende kwaliteitscriteria zijn hiervoor nodig?

    • Welke aanvullende kosten maakt een academische opleidingsschool?

  • Resultaten uit innovatie/onderzoek leiden tot aanwijsbare (reflectie op de wenselijkheid van) aanpassingen/interventies in het onderwijs op de school, de organisatie van de school of andere schoolgerelateerde onderwerpen.

  • Resultaten uit innovatie/onderzoek leiden tot aanwijsbare (reflectie op de wenselijkheid van) aanpassingen/interventies in het opleiden/begeleiden van studenten/cursisten en studerend personeel.

  • Resultaten worden aantoonbaar gedeeld binnen de opleidingsschool.

  • Resultaten worden aantoonbaar gecommuniceerd met en uitgedragen naar partijen buiten het partnerschap.

Bijlage 2. : Formulier samenstelling aanvraagdossier toetsing verdiepingsslag academische opleidingsschool [Vervallen per 01-01-2012]

Gevraagde informatie [Vervallen per 01-01-2012]

Bij de aanvraag voor de toetsing verdiepingsslag academische opleidingsschool behoren de hierna volgende gegevens en stukken. Bij het aanleveren van deze gegevens houdt de aanvrager de onderstaande structuur aan. Dit bespoedigt een doelgerichte behandeling van de aanvraag.

Het is van belang dat alle deelnemende partners, ter goedkeuring, hun handtekening op deze aanvraag zetten.

Bij elk onderdeel wordt de primair belangrijke informatie kernachtig beschreven. Bijlagen bevatten alleen ondersteunende informatie en dienen beperkt en beknopt te zijn.

1. Algemene gegevens [Vervallen per 01-01-2012]

1.1. Administratieve gegevens penvoerende instantie [Vervallen per 01-01-2012]

Naam instelling:

Postadres, postcode, plaats:

Bezoekadres, postcode, plaats:

BRIN-nummer:

Status inspectie:

Gegevens contactpersoon (naam, telefoon, e-mail):

Bankrekeningnummer, tenaamstelling en plaats:

Handtekening:

1.2. Administratieve gegevens van alle partners, weergegeven per partner: [Vervallen per 01-01-2012]

Naam instelling:

Gegevens contactpersoon (naam, telefoon, e-mail):

Postadres, postcode, plaats:

BRIN-nummer:

Status inspectie/accreditatie:

Handtekening:

1.3. Volume en kenmerken van het aantal opleidingsplaatsen [Vervallen per 01-01-2012]

De opleidingsschool levert die gegevens waaruit het volume en kenmerken van het in de academische opleidingsschool op te leiden ‘studenten’ (tijdens de opleiding verrichten van praktijkonderzoek en bevorderen van schoolontwikkeling en innovatie) in de studiejaren 2009–2010 en 2010–2011 blijken, volgens de volgende tabel.

Prognose

2009–2010

2010–2011

Aantal ‘studenten’ van een universitaire lerarenopleiding (masteropleiding) van 60 ECTS en waarvan 40% van het curriculum op de werkplek verzorgd.

   
     

Aantal ‘studenten’ van een door een hogeschool verzorgde lerarenopleidingen (bachelor of master) waarvan minimaal 40% van het curriculum op de werkplek verzorgd.

   
     

Aantal ‘studenten’ van een lerarenopleiding in de vorm van een kopopleiding (volgend op een hbo- of wo-vakbachelor) en waarvan minimaal 50% (= 30 ECTS) van het nog te volgen curriculum op de werkplek verzorgd

   
     

Aantal ‘studenten’ van de universitaire masteropleidingen van 120 ECTS die mede voorbereiden op de bevoegdheid voor het geven van onderwijs in het voorbereidend hoger onderwijs, en waarvan minimaal 25% (= 30 ECTS) van het curriculum op de werkplek verzorgd

   
     

Aantal ‘studenten’ van universitaire bacheloropleidingen dat een educatieve minor volgt gericht op het behalen van een bevoegdheid voor de theoretische leerweg in het vmbo en de eerste drie leerjaren Havo/VWO en waarvan minimaal 15 ECTS op de werkplek verzorgd

   
     

Aantal ‘studenten’ dat op basis van een geschiktheidsverklaring als leraar is benoemd of aangesteld (zij-instromers). Voor hen gelden de afspraken die in de wettelijk vereiste scholings- en begeleidingsovereenkomst zijn opgenomen

   

2. Gegevens ten behoeve van de beoordeling van de aanvraag [Vervallen per 01-01-2012]

  • 2.1 Uit een activiteitenplan blijkt dat de partners van de opleidingsschool zich er aan verbinden dat een belangrijk deel van de opleidingen van de leraren in opleiding (‘studenten’) bestaat uit de actieve betrokkenheid van de ‘studenten’ bij het verrichten van praktijkgericht onderzoek en het bevorderen van schoolontwikkeling en innovatie.

  • 2.2 In dat activiteitenplan is in ieder geval beschreven:

    • een visie op en doelstellingen van de academische opleidingsschool

    • een onderzoeksplan

    • de huidige situatie van de academische opleidingsschool

    • de gewenste situatie en beoogde resultaten van de academische opleidingsschool

    • de activiteiten om de gewenste situatie en beoogde resultaten te bereiken

    • aantal medewerkers dat wordt ingezet voor innovatie en het doen van onderzoek

    • de wijze waarop ‘studenten’ en medewerkers actief betrokken zijn bij het doen van onderzoek

    • de wijze waarop gewaarborgd wordt dat medewerkers gekwalificeerd zijn voor de realisatie van het onderzoeksplan

    • een tijdsplanning van de activiteiten en inzet van personeel en middelen

    • een kostenraming (materiaal, loonkosten en/of kosten derden) van het activiteitenplan en de financiële afspraken

    • afspraken over rollen, taken en verantwoordelijkheden van elk van de partners bij de uitvoering van het activiteitenplan

    • beoogd profijt van innovatie/onderzoek voor de eigen én voor andere organisaties

    • de wijze waarop de resultaten worden gecontroleerd en gemeten

    • afspraken over de wijze van rapporteren

    • hoe de voortgang periodiek wordt geëvalueerd, wat er met de uitkomsten van evaluaties wordt gedaan en wie er bij betrokken zijn (kwaliteitszorg).

    Het activiteitenplan beslaat de periode tot en met einde schooljaar 2010–2011.

3. Bijlagen [Vervallen per 01-01-2012]

Verplichte bijlagen:

  • Document waarin partners van de opleidingsschool zich er aan verbinden dat een belangrijk deel van de opleidingen van de leraren in opleiding (‘studenten’) bestaat uit de actieve betrokkenheid van de ‘studenten’ bij het verrichten van praktijkgericht onderzoek en het bevorderen van schoolontwikkeling en innovatie

  • Activiteitenplan met kostenraming zoals beschreven in paragraaf 2.1.

Mogelijke bijlagen:

  • Relevante beleids- en verantwoordingsdocumenten van de partners waaruit hun engagement en ambities blijken met betrekking tot de academische opleidingsschool.

Uiterste indieningdatum [Vervallen per 01-01-2012]

De uiterste indieningdatum voor aanvragen verdiepingsslag academische opleidingsschool voor de eerste ronde (voorbehouden aan academische opleidingsscholen die aan het overbruggingsjaar opleiden in de school 2008–2009 deelnemen) is 1 mei 2009.

De uiterste indieningdatum voor aanvragen verdiepingsslag academische opleidingsschool voor de tweede ronde is 15 september 2009.

Aantal exemplaren en adresgegevens [Vervallen per 01-01-2012]

De opleidingsschool dient de aanvraag schriftelijk in enkelvoud in op volgend adres:

Agentschap NL – o.v.v. Academische opleidingsscholen – Postbus 93144 – 2509 AC Den Haag

Een digitale versie (in format Word of Adobe-pdf) dient te worden bezorgd via aos@senternovem.nl

Agentschap NL draagt er zorg voor dat een exemplaar van het aanvraagdossier naar het ministerie van OCW wordt gestuurd.

Bij vragen [Vervallen per 01-01-2012]

Voor ondersteuning bij het indienen van de aanvraag kunt u zich wenden tot mw. M. van der Plas, Agentschap NL, 070-373 59 41.