Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling aanmelding en selectie hoger onderwijs[Regeling vervallen per 25-04-2014.]

Geldend van 15-02-2014 t/m 24-04-2014

Uitvoering van het nieuwe selectiesysteem voor fixusopleidingen in het hoger onderwijs

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,Mede namens de minister van landbouw, natuurbeheer en visserij,

Gelet op artikel 7.37, derde lid, alsmede op de artikelen 7.57a, vierde lid, 7.57b, derde en vijfde lid, 7.57c, vierde lid, 7.57e, vijfde lid, 7.57f, eerste lid, en 16.9a, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 25-04-2014]

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 25-04-2014]

  • 2 Voor de toepassing van deze regeling wordt met een diploma gelijkgesteld het diploma van het Europees baccalaureaat van de Europese school, bedoeld in het Statuut van de Europese school (Tractatenblad 1957, nr. 246), voor zover dat baccalaureaat het vak Nederlands als eerste of tweede taal omvat.

  • 4 De data in deze regeling vallen steeds in het studiejaar dat voorafgaat aan het studiejaar waarvoor inschrijving wordt beoogd, tenzij anders is bepaald en met dien verstande dat de data tussen 31 augustus en 2 oktober telkens vallen in het studiejaar waarvoor inschrijving wordt beoogd.

Hoofdstuk 2. Aanmelding [Vervallen per 25-04-2014]

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 25-04-2014]

Artikel 2. Formulier [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 De in artikel 7.37, vierde lid, van de in de wet bedoelde aanmelding geschiedt digitaal via een door de Minister gevalideerd medium. De daarbij te verstrekken gegevens hebben in elk geval betrekking op de naam, de geboortedatum en -plaats, het adres en de nationaliteit van de gegadigde.

  • 2 De Minister verifieert de persoonsgegevens van de gegadigde die overeenkomstig het eerste lid dienen te worden vermeld, aan de hand van de over de gegadigde in de basisregistratie personen opgenomen gegevens.

  • 3 Indien de gegadigde buiten Nederland woonachtig is, gaat het formulier vergezeld van een fotokopie van de persoonsgegevens uit het paspoort of uit het rijbewijs, een uittreksel uit het bevolkingsregister dan wel een uittreksel uit of een fotokopie van de geboorteakte.

Artikel 3. Bevestiging aanmelding [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 De gegadigde die zich heeft aangemeld, ontvangt hiervan een digitale bevestiging.

  • 2 De Minister maakt aan de gegadigde tevens zo spoedig mogelijk bekend:

    • a. of de opleiding waarvoor hij zich aanmeldt, een fixusopleiding is,

    • b. of de instelling voor die fixusopleiding artikel 28 wenst toe te passen, en

    • c. welke andere fixusopleidingen zullen bestaan.

  • 3 In afwijking van het eerste lid, ontvangt de gegadigde, die zich heeft aangemeld voor een fixusopleiding, een schriftelijke bevestiging.

Artikel 4. Bepalingen voor fixusopleidingen [Vervallen per 25-04-2014]

De paragrafen 3, 4 en 5 van dit hoofdstuk, hoofdstuk 3 en artikel 32 zijn uitsluitend van toepassing op fixusopleidingen.

§ 2. Aanmelding voor opleidingen waarvoor aanvullende eisen gelden [Vervallen per 25-04-2014]

Artikel 5. Opleidingen waarvoor aanvullende eisen gelden [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 De gegadigde die wenst te worden ingeschreven voor een opleiding waarvoor krachtens artikel 7.26 of artikel 7.26a van de wet aanvullende eisen zijn gesteld, meldt zich voor 15 januari aan bij de instelling voor het onderzoek dienaangaande.

  • 2 De desbetreffende instelling draagt er zorg voor dat de gegadigde voor 15 april de uitslag van het onderzoek verneemt.

  • 3 De gegadigde die aan de aanvullende eisen voldoet en aan de desbetreffende opleiding wenst te worden ingeschreven, meldt zich overeenkomstig artikel 2 aan bij de Minister.

§ 3. Aanmelding voor fixusopleidingen [Vervallen per 25-04-2014]

Artikel 6. Termijn aanmelding voor fixusopleiding [Vervallen per 25-04-2014]

Onverminderd de overige bepalingen van deze paragraaf en de artikelen 22 tot en met 24, geschiedt de aanmelding voor een fixusopleiding voor 15 mei.

Artikel 7. Inzending van bescheiden - algemene regeling [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 De gegadigde die zich heeft aangemeld, zendt voor 23 juni aan de Minister:

    • a. een gewaarmerkt afschrift van zijn cijferlijst of

    • b. een gewaarmerkt afschrift van zijn getuigschrift.

  • 2 Indien krachtens artikel 7.25 van de wet nadere vooropleidingseisen zijn gesteld, zendt de gegadigde die zich heeft aangemeld, voor 15 mei aan de Minister een bewijsstuk waaruit blijkt dat hij aan die eisen voldoet. Dit bewijsstuk bestaat uit:

    • a. een gewaarmerkt afschrift van zijn cijferlijst waaruit blijkt dat hij aan deze eisen voldoet, of

    • b. een sufficiëntieverklaring.

  • 3 Indien de gegadigde voor de in het eerste of tweede lid genoemde tijdstippen niet over de desbetreffende bewijsstukken beschikt, verklaart hij voor de in die leden genoemde tijdstippen schriftelijk aan de Minister om welke reden toezending van die bewijsstukken op een later tijdstip geschiedt. De gegadigde, bedoeld in het tweede lid, neemt tevens artikel 8 in acht.

  • 4 Na toepassing van het derde lid zendt de gegadigde, bedoeld in het eerste lid, aan de Minister:

    • a. voor 5 juli een gewaarmerkt afschrift van zijn cijferlijst behorend bij een in Nederland behaald diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs, tenzij de gegadigde deelneemt aan een staatsexamen of een verlaat examen;

    • b. voor 1 september een gewaarmerkt afschrift van zijn cijferlijst in andere dan onder a bedoelde gevallen;

    • c. voor 1 september een gewaarmerkt afschrift van zijn getuigschrift, indien hij aan een hogeschool deelneemt aan een propedeutisch of afsluitend examen als bedoeld in artikel 7.28, eerste lid, van de wet. In andere gevallen zendt de gegadigde, bedoeld in het eerste lid, die het derde lid heeft toegepast, een gewaarmerkt afschrift van zijn getuigschrift voor 1 augustus aan de Minister.

  • 5 Na toepassing van het derde lid zendt de gegadigde, bedoeld in het tweede lid, aan de Minister de bewijsstukken, bedoeld in het tweede lid, voor 23 juni aan de Minister. Indien de gegadigde voor die datum niet in staat is deze bewijsstukken aan de Minister toe te zenden, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing, behoudens in de gevallen bedoeld in artikel 8, tweede lid.

Artikel 8. Latere inzending bescheiden in verband met nadere vooropleidingseisen [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 De gegadigde, bedoeld in artikel 7, tweede lid, die bij de aanmelding nog niet voldoet aan de in artikel 7.24 van de wet bedoelde vooropleidingseisen, kan artikel 7, derde lid, slechts toepassen, indien hij voor 15 mei aan de Minister overlegt:

    • a. een opgave van zijn pakketkeuze of zijn in artikel 7.25 van de wet bedoelde profielkeuze waaruit blijkt dat hij aan de nadere vooropleidingseisen zal voldoen, of

    • b. een gewaarmerkte verklaring, afgegeven door een instelling, waaruit blijkt dat hij met zijn diploma of zijn getuigschrift tevens zal voldoen aan de in artikel 7.25 van de wet bedoelde nadere vooropleidingseisen.

  • 2 De gegadigde die bij de aanmelding reeds voldoet aan de in artikel 7.24 van de wet bedoelde vooropleidingseisen, doch op dat tijdstip niet voldoet aan de in artikel 7.25 van de wet bedoelde nadere vooropleidingseisen, legt voor 15 mei een bewijsstuk over, bestaande uit een van de in het eerste lid genoemde bewijsstukken, dan wel een verklaring dat hij deelneemt of zal deelnemen aan het onderzoek ter verkrijging van een sufficiëntieverklaring. Deze gegadigde zendt zijn sufficiëntieverklaring voor 1 september aan de Minister.

§ 4. Bijzondere bepalingen voor de aanmelding voor decentrale selectie [Vervallen per 25-04-2014]

Artikel 9. Aanmelding voor decentrale selectie [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 De gegadigde die wenst deel te nemen aan decentrale selectie, meldt zich hiertoe voor 15 januari aan bij de Minister. Indien zijn aanmelding een opleiding betreft waarop artikel 7.57d van de wet van toepassing is, vermeldt hij daarbij tevens bij welke universiteit hij aan de decentrale selectie deel wil nemen.

  • 2 Het bestuur van de instelling kan de in het eerste lid genoemde termijn verlengen.

  • 3 Een aanmelding voor decentrale selectie geldt tevens als aanmelding voor de lotingsprocedure.

§ 5. Registratie en sanctie [Vervallen per 25-04-2014]

Artikel 10. Registratie in verband met beperking van deelname aan de selectieprocedure [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 Voor de toepassing van artikel 7.57f, derde lid van de wet neemt de Minister de gegadigde die zich aanmeldt voor een fixusopleiding, op in een register.

  • 2 In afwijking van het eerste lid blijft registratie van de aanmelding van de gegadigde achterwege:

    • a. indien de gegadigde er in dat jaar niet in slaagt te voldoen aan de vooropleidingseisen, bedoeld in artikel 7.24 van de wet, dan wel aan de nadere vooropleidingseisen, bedoeld in artikel 7.25 van de wet,

    • b. indien de gegadigde zich niet voor decentrale selectie heeft aangemeld en zijn aanmelding voor de lotingsprocedure intrekt voordat hem op grond van artikel 16 een lotnummer is toegekend, of

    • c. indien de gegadigde zich voor decentrale selectie heeft aangemeld, doch zijn aanmelding voor de selectieprocedure vóór het in onderdeel b bedoelde tijdstip intrekt, mits hij ten genoegen van de Minister aantoont dat hij aan de decentrale selectie feitelijk niet heeft deelgenomen.

Artikel 11. Sanctie [Vervallen per 25-04-2014]

Indien de gegadigde niet binnen de gestelde termijnen heeft voldaan aan de bepalingen van paragraaf 3 van dit hoofdstuk, wordt de aanmelding als vervallen beschouwd, onverminderd artikel 10.

Hoofdstuk 3. Selectie [Vervallen per 25-04-2014]

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 25-04-2014]

Artikel 12. Algemene bepalingen [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 Aan de selectieprocedure wordt uitsluitend deelgenomen door de gegadigden die zich overeenkomstig hoofdstuk 2 hebben aangemeld.

  • 2 De gegadigde neemt deel aan de selectieprocedure voor de opleiding van zijn keuze. Dit sluit deelname aan de selectieprocedure voor een andere opleiding uit, behoudens artikel 22.

  • 3 In afwijking van het tweede lid neemt de gegadigde deel aan de lotingsprocedure voor meer dan één opleiding, indien voor de desbetreffende opleiding artikel 7.57d van de wet geldt. De gegadigde maakt in dat geval aan de Minister de volgorde van zijn voorkeur bekend.

Artikel 13. Gemiddeld eindexamencijfer [Vervallen per 25-04-2014]

  • 3 Bij de berekening, bedoeld in het tweede lid, worden de resultaten van een gegadigde voor de onderdelen ‘leren, loopbaan en burgerschap’ of ‘ loopbaan en burgerschap’, Nederlands, rekenen en Engels, of een andere moderne vreemde taal, buiten beschouwing gelaten.

  • 4 Indien de beoordelingen bij een diploma zijn uitgedrukt in de termen uitmuntend, zeer goed, goed, ruim voldoende, voldoende, matig, onvoldoende, ruim onvoldoende, slecht en zeer slecht, dan worden deze voor de berekening van het gemiddelde eindexamencijfer geïnterpreteerd als respectievelijk 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2 en 1.

  • 5 Indien op de cijferlijst minder dan het in het tweede lid bedoelde aantal cijfers is vermeld, is het gemiddelde eindexamencijfer het gemiddelde van de vermelde cijfers.

  • 6 De minister deelt de gegadigde die in het bezit is van een diploma, afgegeven buiten Nederland in een andere lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte of Zwitserland in klasse a in, indien naar het oordeel van de minister de gemiddelde waardering van de geëxamineerde vakken vergelijkbaar is met een gemiddeld eindexamencijfer van 8 of hoger als bedoeld in artikel 7.57b, eerste en tweede lid, van de wet. Artikel 7.57b, vierde lid, van de wet wordt in dat geval niet toegepast.

  • 7 Om voor indeling in klasse a in aanmerking te komen, verzoekt de gegadigde de minister daartoe een besluit te nemen bij de aanmelding voor de fixusopleiding.

  • 8 Om voor het studiejaar 2012-2013 voor indeling in klasse a in aanmerking te komen, dient de gegadigde, in afwijking van het zevende lid, het verzoek in voor 1 juli 2012.

§ 2. Directe plaatsing [Vervallen per 25-04-2014]

Artikel 14. Selectie van gegadigden uit Curaçao, Sint Maarten, Aruba en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 Het aantal plaatsen voor gegadigden afkomstig van Curaçao, Sint Maarten, Aruba en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, die door de minister kunnen worden aangewezen voor indeling in de lotingsklasse, genoemd in artikel 7.57b, tweede lid, onderdeel a, van de wet, bij inschrijving voor een fixusopleiding in het hoger beroepsonderwijs, bedraagt respectievelijk acht, drie, acht en vier. Daarbij wordt nagestreefd dat van de gegadigden tenminste respectievelijk drie, een, drie en twee van het vrouwelijk geslacht zijn.

  • 2 Het aantal plaatsen voor gegadigden afkomstig van Curaçao, Sint Maarten, Aruba en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, die door de minister kunnen worden aangewezen voor indeling in de lotingsklasse, genoemd in artikel 7.57b, tweede lid, onderdeel a, van de wet, bij inschrijving voor een fixusopleiding in het wetenschappelijk onderwijs, bedraagt respectievelijk acht, drie, acht en vier. Daarbij wordt nagestreefd dat van de gegadigden tenminste respectievelijk drie, een, drie en twee van het vrouwelijk geslacht zijn.

  • 3 De gegadigden voor de plaatsen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden door de minister aangewezen.

  • 4 De minister wijst de gegadigden, afkomstig van Curaçao, Sint Maarten, Aruba, aan op voordracht van de regeringen van Curaçao, Sint Maarten en Aruba. De voordracht aan de minister wordt gedaan vóór 5 juli.

Artikel 15. Directe plaatsing [Vervallen per 25-04-2014]

De Minister verstrekt direct een bewijs van toelating aan:

§ 3. Selectie door gewogen loting [Vervallen per 25-04-2014]

Artikel 16. De loting [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 De loting geschiedt door een notaris.

  • 2 De notaris kent iedere gegadigde een willekeurig lotnummer toe.

Artikel 17. Indeling gegadigden in lotingsklassen [Vervallen per 25-04-2014]

De gegadigde wordt met inachtneming van artikel 7.57b, eerste, tweede en vierde lid, van de wet in die lotingsklasse ingedeeld die hem op grond van zijn cijferlijst dan wel zijn getuigschrift, onderscheidenlijk zijn cijferlijsten of zijn getuigschriften, de grootste kans op inloting geeft.

Artikel 18. Verdeling plaatsen over lotingsklassen [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het aantal vastgestelde plaatsen per opleiding verstaan het totaal van het op grond van de artikelen 7.53 of 7.56 van de wet vastgestelde aantal plaatsen, verminderd met het aantal plaatsen dat voor het desbetreffend studiejaar wordt gebruikt:

    • a. door gegadigden die door toepassing van artikel 15, onder a, een bewijs van toelating hebben ontvangen;

    • b. door gegadigden die door toepassing van artikel 31 een bewijs van toelating ontvangen;

    • c. door gegadigden die in het voorgaande jaar een plaats toegewezen hebben gekregen op grond van toepassing van artikel 7.57c, vierde lid, van de wet;

    • d. door gegadigden die door toepassing van artikel 15, onder b, een bewijs van toelating hebben ontvangen;

    • e. door gegadigden die in het voorgaande jaar een voorlopig bewijs van toelating hebben ontvangen als bedoeld in artikel 21, tweede en derde lid;

  • 3 Indien een verschil ontstaat tussen het aantal vastgestelde plaatsen en het krachtens het derde lid berekende aantal plaatsen, wordt dit verschil verrekend met het aantal berekende plaatsen in lotingsklasse e.

  • 4 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een opleiding waarvoor artikel 7.57d van de wet geldt, met dien verstande dat:

    • a. het eerste lid wordt toegepast op het aantal plaatsen dat voor deze opleiding aan de desbetreffende universiteiten gezamenlijk is bepaald en

    • b. op dat aantal plaatsen in mindering wordt gebracht de plaatsen die aan gegadigden worden toegewezen met toepassing van artikel 7.57d, derde lid, van de wet.

Artikel 19. Toewijzing plaatsen aan gegadigden [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 Indien het aantal beschikbare plaatsen in een lotingsklasse groter is dan of gelijk aan het aantal gegadigden in die lotingsklasse, wordt aan alle gegadigden in die lotingsklasse een plaats toegewezen.

  • 2 Indien het aantal beschikbare plaatsen in een lotingsklasse kleiner is dan het aantal gegadigden in die lotingsklasse, wordt het aantal beschikbare plaatsen toegewezen aan de gegadigden met de laagste lotnummers.

  • 3 Toepassing van het eerste en tweede lid blijft achterwege voor een gegadigde die een bewijs van toelating ontvangt krachtens artikel 31.

Artikel 20. Nadere regeling toewijzing plaatsen van zelfde opleiding bij verschillende universiteiten [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 Bij de toepassing van artikel 7.57d, tweede lid, worden de gegadigden die zijn ingeloot, geplaatst bij de universiteit van hun eerste voorkeur. Indien aan de desbetreffende universiteit onvoldoende plaatsen beschikbaar zijn, worden de plaatsen verdeeld met overeenkomstige toepassing van artikel 18, tweede en derde lid.

  • 2 De gegadigden die na toepassing van het eerste lid niet kunnen worden geplaatst aan de universiteit van hun eerste voorkeur, worden geplaatst aan de universiteit van hun hoogst mogelijke voorkeur. De toewijzing van plaatsen geschiedt daarbij met overeenkomstige toepassing van artikel 18, tweede en derde lid, aan de gegadigden met de laagste lotnummers.

  • 3 De toewijzing van een plaats aan een gegadigde door het vervallen van het bewijs van toelating van een andere gegadigde geschiedt met overeenkomstige toepassing van artikel 18, tweede en derde lid, aan de gegadigde met het laagste lotnummer.

  • 4 De gegadigde die beschikt over een verklaring als bedoeld in artikel 1, derde lid, onder c, wordt bij inloten, zo nodig in afwijking van het eerste of derde lid, geplaatst aan de universiteit die de desbetreffende verklaring heeft afgegeven.

Artikel 21. Procedure verstrekking bewijzen van toelating [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 De gegadigde die is ingeloot, ontvangt een op naam gesteld bewijs van toelating. Dit bewijs van toelating heeft betrekking op het studiejaar waarvoor de gegadigde zich heeft aangemeld, en op de opleiding waarvoor hij is ingeloot. Een bewijs van toelating wordt, behoudens artikel 25, niet later verstrekt dan 25 september.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, ontvangt de gegadigde die op grond van het eerste lid in aanmerking komt voor een bewijs van toelating, maar die niet het bewijs heeft geleverd, bedoeld in artikel 7.28, tweede lid, voorlaatste volzin, van de wet, een voorlopig bewijs van toelating voor het studiejaar volgend op het studiejaar waarvoor hij zich heeft aangemeld. Dit voorlopige bewijs van toelating wordt omgezet in een bewijs van toelating, indien de gegadigde voor 15 augustus van het laatstgenoemde studiejaar het bewijs aan de Minister levert.

  • 3 In bijzondere gevallen kan de Minister op het verzoek van een gegadigde bepalen dat in plaats van het bewijs van toelating of een voorlopig bewijs van toelating aan de gegadigde een voorlopig bewijs van toelating wordt verstrekt dat betrekking heeft op het studiejaar, volgend op het studiejaar waarvoor hij is ingeloot of waarvoor hem een voorlopig bewijs van toelating is verstrekt.

  • 4 Aan een gegadigde die beschikt over een sufficiëntieverklaring voor een opleiding waarvoor artikel 7.57d van de wet geldt, en die niet wordt ingeloot bij de universiteit die de desbetreffende verklaring heeft afgegeven, maar bij een andere universiteit, wordt een bewijs van toelating voor die andere universiteit slechts afgegeven, indien de gegadigde binnen twee weken een sufficiëntieverklaring van die andere universiteit kan overleggen. De gegadigde neemt daarbij tevens de termijnstelling van het eerste lid in acht, tenzij het bestuur van de desbetreffende universiteit goedvindt dat inschrijving plaatsvindt na 1 oktober.

  • 5 De gegadigden die zijn uitgeloot, ontvangen daarvan een schriftelijke mededeling. Indien een loting als bedoeld in artikel 22 plaatsvindt wordt daarvan tevens aan die gegadigden mededeling gedaan.

Artikel 22. Tweede loting [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 Indien blijkt dat alle gegadigden voor een bepaalde opleiding of een opleiding waarvoor artikel 7.57d van de wet geldt, zijn geplaatst en er plaatsen voor die opleiding onbenut blijven, heeft loting plaats onder gegadigden die voldoen aan de eisen bedoeld in artikel 7, die op grond van een loting voor een andere opleiding geen bewijs van toelating hebben gekregen, en die binnen veertien dagen na de mededeling, bedoeld in artikel 21, vijfde lid, de Minister schriftelijk hebben medegedeeld dat zij aan de eerstbedoelde loting wensen deel te nemen.

  • 2 Op de loting, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 17 tot en met 21 van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat onder het aantal vastgestelde of beschikbare plaatsen wordt verstaan het aantal onbenut gebleven plaatsen. Aan de gegadigden kent de notaris een nieuw lotnummer toe.

Artikel 23. Opvullen open plaatsen [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 Indien blijkt dat alle gegadigden voor een bepaalde opleiding of een opleiding waarvoor artikel 7.57d van de wet geldt, zijn geplaatst en er plaatsen voor die opleiding onbenut blijven na de loting bedoeld in artikel 22, worden deze open plaatsen zo veel mogelijk opgevuld door gegadigden die voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 7, en die, doordat zij zich hebben aangemeld, wel hebben laten blijken belangstelling te hebben voor een plaats, maar die niet hebben voldaan aan de termijnen, genoemd in hoofdstuk 2.

  • 2 Het eerste lid is eveneens van toepassing ten aanzien van een opleiding waarvoor geen mededeling is gedaan als bedoeld in artikel 21, vijfde lid, maar waarvoor wel alle gegadigden zijn geplaatst en niettemin plaatsen onbenut zijn gebleven.

  • 3 Indien het eerste of tweede lid van toepassing is, registreert de Minister de gegadigden in volgorde van de datum van ontvangst van hun ingezonden bewijsstukken. Bij de toepassing van het eerste of tweede lid worden bewijzen van toelating verstrekt met inachtneming van deze volgorde.

Artikel 24. Derde loting [Vervallen per 25-04-2014]

Indien na toepassing van de artikelen 22 en 23 nog plaatsen aan een bepaalde opleiding of een opleiding waarvoor artikel 7.57d van de wet geldt, onbezet zijn gebleven, vindt een derde loting plaats onder de gegadigden, bedoeld in artikel 16.9a, eerste lid, van de wet. Aan deze gegadigden kent de notaris alsnog een lotnummer toe.

Artikel 25. Inschrijving [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet ter zake van de inschrijving bepaalde, dient de inschrijving als student voor de propedeutische fase van een opleiding waarvoor een bewijs van toelating is verstrekt, te geschieden binnen vier weken na dagtekening van het bewijs van toelating, met dien verstande dat, indien het bewijs van toelating is afgegeven na 1 september, die inschrijving dient te geschieden voor 1 oktober, behoudens het derde lid of een uitspraak in bezwaar of beroep.

  • 2 Indien de gegadigde zich niet binnen de gestelde termijn heeft laten inschrijven, vervalt het bewijs van toelating.

  • 3 Indien het bestuur van de desbetreffende instelling daarmee instemt, kan de Minister ook na 25 september een bewijs van toelating verstrekken. In dat geval kan de inschrijving ook na 1 oktober plaatsvinden.

Artikel 26. Hardheidsclausule ingelote gegadigden [Vervallen per 25-04-2014]

De gegadigde die toepassing verlangt van artikel 7.57d, derde lid, van de wet richt zijn verzoek daartoe binnen veertien dagen na verzending van de mededeling van inloting schriftelijk aan de Minister.

Artikel 27. Hardheidsclausule uitgelote gegadigden [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 De gegadigde die toepassing verlangt van artikel 7.57c, vierde lid, van de wet, richt zijn verzoek tot het verkrijgen van een bewijs van toelating binnen zes weken na verzending van de mededeling van uitloting schriftelijk aan de Minister. Bij toekenning van het verzoek wordt een bewijs van toelating verstrekt voor het studiejaar dat volgt op het studiejaar waarvoor hij is uitgeloot.

Artikel 27a. Tweede instroom [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 Indien voor een opleiding gedurende het eerste studiejaar een tweede instroommoment bestaat, informeert het instellingsbestuur de Minister daarover alsmede over de daarvoor geldende datum.

  • 2 Uiterlijk een maand voor de in het eerste lid genoemde datum, informeert het instellingsbestuur de Minister over het aantal opengevallen plaatsen bij de desbetreffende opleiding.

  • 3 De Minister verdeelt de beschikbare opleidingsplaatsen over de gegadigden die na toepassing van de artikelen 19, 22, 23, 24, 27 en 31 nog niet in het bezit zijn van een bewijs van toelating voor de desbetreffende opleiding.

  • 4 De Minister verstrekt de in het vorige lid bedoelde gegadigden uiterlijk 14 dagen voor de in het tweede lid bedoelde datum een bewijs van toelating voor de desbetreffende opleiding.

§ 4. Decentrale selectie [Vervallen per 25-04-2014]

Artikel 28. Invoering decentrale selectie door instelling [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 Het bestuur van de instelling dat gebruik wenst te maken van de bevoegdheid gegadigden op grond van artikel 7.57e van de wet door middel van decentrale selectie in aanmerking te brengen voor de toekenning van een bewijs van toelating, maakt daarvan melding aan de Minister voor 1 juni van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het studiejaar waarvoor de decentrale selectie geldt.

Artikel 29. Bekendmaking gegadigde door de Minister [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 De Minister verstrekt de gegevens van de gegadigde die zich overeenkomstig artikel 9 heeft aangemeld, aan het instellingsbestuur.

  • 2 Indien het een opleiding betreft waarvoor artikel 7.57d van de wet geldt, maakt de Minister de gegadigde slechts aan het bestuur van één instelling bekend. De Minister volgt daarbij de keuze van de gegadigde.

Artikel 30. Uitvoering decentrale selectie [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 Het bestuur van de instelling deelt voor 15 juni aan alle gegadigden schriftelijk de beslissing van haar selectie mee alsmede de plaats op de lijst, bedoeld in het tweede lid. Bij toepassing van het vierde lid geschiedt deze mededeling voor 1 augustus.

  • 2 Het bestuur van de instelling vermeldt de geselecteerde gegadigden op een lijst in een door hem te bepalen volgorde. De lijst bevat ten minste het aantal gegadigden dat overeenkomt met het percentage, bedoeld in artikel 7.57e, tweede lid, onderdeel d, van de wet. Indien het aantal decentrale plaatsen op basis van het opgegeven percentage het aantal gegadigden overtreft, bevat de lijst alle gegadigden.

  • 3 De lijst wordt voor 15 juni aan de Minister bekendgemaakt.

  • 4 In afwijking van het derde lid kan het bestuur van de instelling de lijst voor 1 augustus aan de Minister bekendmaken, indien het een selectiemethode toepast die vanwege de tijdsbelasting voor gegadigden geheel of grotendeels na 15 juni moet worden uitgevoerd. Het bestuur stelt de Minister hiervan in kennis bij de toepassing van artikel 28, eerste lid.

Artikel 31. Toekenning bewijzen van toelating na decentrale selectie [Vervallen per 25-04-2014]

  • 1 De Minister verwijdert van de in artikel 30, tweede lid, bedoelde lijst de gegadigden die na toepassing van artikel 7 niet voldoen aan de voorwaarden voor selectie. Tevens verwijdert de Minister van deze lijst de gegadigden die op grond van artikel 15 een bewijs van toelating ontvangen.

  • 2 De Minister verstrekt na toepassing van het eerste lid, en met inachtneming van de lijstvolgorde en het aantal, bedoeld in artikel 7.57e, tweede lid, onder d, van de wet, een bewijs van toelating aan de decentraal geselecteerde gegadigden.

  • 3 Indien blijkt dat er, na toepassing van het eerste en tweede lid, nog decentrale plaatsen voor die opleiding onbenut blijven, heeft een loting plaats onder de gegadigden, die voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 7. Op de loting zijn de artikelen 16 tot en met 24 van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 4. Slot- en overgangsbepalingen [Vervallen per 25-04-2014]

Artikel 32. Invoering decentrale selectie voor studiejaar 2000 - 2001 [Vervallen per 09-04-2009]

Artikel 33. Intrekking eerdere regeling [Vervallen per 05-05-2011]

Artikel 34. Omhangbepaling [Vervallen per 25-04-2014]

Deze regeling berust mede op artikel 7.37, vierde lid, van de wet.

Artikel 35. Inwerkingtreding [Vervallen per 25-04-2014]

Deze regeling treedt met uitzondering van artikel 32 in werking met ingang van 1 januari 2000 en vindt voor het eerst toepassing voor het studiejaar 2000-2001. Artikel 32 treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling wordt geplaatst.

Artikel 36. Citeertitel [Vervallen per 25-04-2014]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanmelding en selectie hoger onderwijs.

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen

,

drs. L.M.L.H.A. Hermans