Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke stimuleringsregeling leren en werken voor werkende jongeren zonder startkwalificatie, werkzoekenden en met werkloosheid bedreigden[Regeling vervallen per 01-02-2012.]

Geldend van 02-03-2010 t/m 31-01-2012

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 januari 2009, nr. PLW/2009/961, houdende regels voor het verstrekken van subsidie voor projecten ter bevordering van de mogelijkheden tot leren en werken voor werkende jongeren zonder startkwalificatie, werkzoekenden en met werkloosheid bedreigden (Tijdelijke stimuleringsregeling leren en werken voor werkende jongeren zonder startkwalificatie, werkzoekenden en met werkloosheid bedreigden)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 4 van de Wet overige OCenW-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen [Vervallen per 01-02-2012]

Artikel 1.1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-02-2012]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    • 1°. Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

    • 2°. Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; of

    • 3°. Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • b.

    • 1°. certificaat of diploma behorende bij een beroepsopleiding, opgenomen in het Centraal Register Beroepsopleidingen, of een opleiding, opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs; of

    • 2°. certificaat of deelcertificaat dat door een brancheorganisatie of een door werkgevers en werknemers in het leven geroepen dan wel beheerd Opleidings- en Ontwikkelingsfonds in een branche als kwalificatie voor de arbeidsmarkt wordt erkend;

  • c. duaal traject: traject van leren en werken dat strekt tot het behalen van een certificaat;

  • d. EVC-methodiek: methodiek door middel waarvan verworven competenties van iemand in kaart kunnen worden gebracht;

  • e. EVC-traject: traject waarin een EVC-methodiek wordt gehanteerd en dat wordt aangeboden door een erkende EVC-aanbieder;

  • f. intentieverklaring: op schrift gestelde, door partijen ondertekende en rechtens niet afdwingbare afspraak als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid van de Tijdelijke stimuleringsregeling leren en werken 2007;

  • g. partijen bij een intentieverklaring: partijen die de intentieverklaring hebben ondertekend, niet zijnde een bewindspersoon;

  • h. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • i. startkwalificatie: een afgeronde havo- of vwo-opleiding of een afgeronde opleiding op mbo-2 niveau of hoger;

  • j. werkende jongere: persoon met, bij aanvang van het traject, een leeftijd van minimaal 18 en maximaal 24 jaar met een arbeidscontract of een beëindigd arbeidscontract;

  • k. werkzoekende of met werkloosheid bedreigde: een werkzoekende, met werkloosheid bedreigde of werknemer in het kader van de werktijdverkorting, die een vorm van ondersteuning nodig heeft bij het vinden van werk én voor wie naar het oordeel van UWV WERKbedrijf of gemeente een EVC-traject of duaal traject een geschikte methode is om werk te vinden.

Artikel 1.2. Doelomschrijving [Vervallen per 01-02-2012]

  • 1 De minister kan projectsubsidie verlenen als bijdrage voor een project dat tot doel heeft de mogelijkheden tot leren en werken voor werkende jongeren zonder startkwalificatie, werkzoekenden of met werkloosheid bedreigden te bevorderen, door middel van activiteiten die strekken tot:

    • a. het tot stand komen van duale trajecten en deelneming daaraan, of;

    • b. het werven van deelnemers aan EVC-trajecten en de organisatie van het aanbod van EVC-trajecten.

  • 2 Subsidie voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verstrekt indien sprake is van een aantoonbare vergroting van de instroom van werkende jongeren zonder startkwalificatie, werkzoekenden of met werkloosheid bedreigden.

Artikel 1.3. Subsidieaanvrager [Vervallen per 01-02-2012]

Subsidie wordt uitsluitend verleend aan een van de partijen bij een intentieverklaring, die daartoe door de overige partijen schriftelijk is gemachtigd.

Artikel 1.4. Subsidieplafond [Vervallen per 01-02-2012]

  • 1 Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is € 24.000.000 beschikbaar waarvan ten hoogste:

    • a. € 17.000.000 beschikbaar is voor aanvragen, die zijn ingediend in de periode tot en met 31 mei 2009; en

    • b. € 7.000.000 beschikbaar is voor aanvragen, die zijn ingediend gedurende de periode van 1 juni 2009 tot en met 31 december 2009

  • 2 Indien het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet is bereikt, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

  • 3 Partijen bij een intentieverklaring komen slechts één keer in aanmerking voor subsidie op grond van deze regeling.

  • 4 Indien op 1 september 2009 het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid aanhef, nog niet is bereikt, kan de minister besluiten subsidie te verlenen voor activiteiten gericht op duale trajecten of EVC-trajecten voor de doelgroepen, bedoeld in de Tijdelijke stimuleringsregeling leren en werken 2007, en aan andere partijen dan partijen bij een intentieverklaring, mits deze partijen aantoonbaar kunnen zorgen voor een extra impuls voor regionale samenwerking rond leren en werken en voor een versnelling van de realisatie van de duale trajecten en EVC-trajecten.

Artikel 1.5. Hoogte subsidie [Vervallen per 01-02-2012]

  • 1 De subsidie bedraagt per aanvraag ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 2.2, met dien verstande dat voor de totstandkoming van duale trajecten of EVC-trajecten:

    • a. niet meer wordt verleend dan € 500 per traject voor werkende jongeren zonder startkwalificatie, met een maximum van € 800.000 voor 1600 trajecten, en;

    • b. niet meer wordt verleend dan € 500 per traject voor werkzoekenden of met werkloosheid bedreigden, met een maximum van € 1.200.000 voor 2400 trajecten.

  • 2 De minister kan de maximale hoogte van de subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of b, verhogen indien de aanvrager een hogere ambitie heeft die in verhouding staat tot de regionale arbeidsmarktsituatie en hij aannemelijk kan maken dat deze hogere ambitie kan worden waargemaakt.

Hoofdstuk 2. Subsidieaanvraag [Vervallen per 01-02-2012]

Artikel 2.1. Vereisten subsidieaanvraag [Vervallen per 01-02-2012]

  • 1 Subsidie wordt op aanvraag verleend;

  • 2 Een aanvraag voor subsidie gaat vergezeld van een door alle partijen bij een intentieverklaring ondertekend aanvraagformulier dat, voor zover deze onderwerpen op de aanvraag voor subsidie van toepassing zijn, ten minste voorziet in:

    • a. een schriftelijke machtiging als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid;

    • b. een beschrijving van het doel van het project;

    • c. het per 31 december 2010 beoogde aantal duale trajecten en EVC-trajecten voor werkende jongeren zonder startkwalificatie of werkzoekenden/met werkloosheid bedreigden;

    • d. een kwalitatieve en kwantitatieve beschrijving van de regionale arbeidsmarktsituatie met betrekking tot werkende jongeren zonder startkwalificatie, werkzoekenden of met werkloosheid bedreigden;

    • e. een beschrijving van de bestaande dienstverlening op het terrein van duale trajecten en EVC-trajecten voor werkende jongeren zonder startkwalificatie, werkzoekenden of met werkloosheid bedreigden;

    • f. een beschrijving van de taken en verantwoordelijkheden die de betrokken partijen in het kader van dit project op zich nemen;

    • g. een beschrijving van de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de expertise en de infrastructuur van de Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven;

    • h. voor zover het projecten betreft die zich richten op werkzoekenden of met werkloosheid bedreigden, een beschrijving van de activiteiten die door het UWV WERKbedrijf en een of meer gemeenten worden verricht in het kader van dit project;

    • i. een beschrijving van de wijze waarop wordt samengewerkt tussen regionale en sectorale initiatieven op het gebied van leren en werken;

    • j. een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten; en

    • k. een begroting als bedoeld in artikel 2.2.

  • 3 De subsidieaanvraag wordt uitsluitend ingediend met gebruikmaking van een aanvraagformulier dat te downloaden is via www.leren-werken.nl.

  • 4 De minister kan nadere eisen stellen aan de wijze waarop de onderdelen van de subsidieaanvraag, bedoeld in het tweede lid, worden uitgewerkt.

Artikel 2.2. Begroting [Vervallen per 01-02-2012]

  • 1 In de begroting voor de subsidie worden onderscheiden:

    • a. de organisatiekosten tot en met 31 december 2010; en

    • b. de verdeling van de kosten over de verschillende partijen bij een intentieverklaring.

  • 2 In de kosten worden onderscheiden:

    • a. loonkosten verbonden aan de inzet van eigen personeel van de partijen bij een intentieverklaring;

    • b. materiële kosten;

    • c. kosten voor gebruikmaking van diensten van derden; en

    • d. kosten voor overhead.

Hoofdstuk 3. Subsidieverlening [Vervallen per 01-02-2012]

Artikel 3.1. Subsidieverlening en verplichtingen [Vervallen per 01-02-2012]

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de subsidieaanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvullende informatie is ontvangen, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.

Artikel 3.2. Beslistermijn [Vervallen per 01-02-2012]

De minister beslist binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag voor subsidie.

Artikel 3.3. Advies voorafgaand aan subsidieverlening [Vervallen per 01-02-2012]

De minister kan ten behoeve van de beslissing over de subsidieverlening het advies inwinnen van een of meer externe deskundigen.

Artikel 3.4. Niet vervullen begrotingsvoorwaarde [Vervallen per 01-02-2012]

  • 2 In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel 3.5. Criteria [Vervallen per 01-02-2012]

De aanvraag wordt afgewezen indien niet aannemelijk is dat:

  • a. de gestelde ambities reëel zijn in vergelijking met de regionale arbeidsmarktsituatie;

  • b. de beschreven activiteiten leiden tot het beoogde aantal duale trajecten en EVC-trajecten voor werkende jongeren zonder startkwalificatie of werkzoekenden/met werkloosheid bedreigden; of

  • c. de vraag van het bedrijfsleven uitgangspunt is voor een passend (scholings)aanbod.

Artikel 3.6. Algemene weigeringsgronden [Vervallen per 01-02-2012]

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverlening worden geweigerd indien de kosten van het project niet in redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten resultaten.

Hoofdstuk 4. Verplichtingen subsidieontvanger [Vervallen per 01-02-2012]

Artikel 4.1. Informatieplicht [Vervallen per 01-02-2012]

De subsidieontvanger verstrekt alle door of namens de minister gevraagde informatie ten behoeve van beleidsonderzoek en controledoeleinden en bevordert, indien de minister dat verzoekt, alvorens de subsidie wordt vastgesteld een overleg tussen alle partijen bij een intentieverklaring.

Artikel 4.2. Administratievoorschriften [Vervallen per 01-02-2012]

  • 1 De subsidieontvanger houdt een inzichtelijke en controleerbare administratie bij met betrekking tot de voorbereiding en uitvoering van het project en de in verband daarmee gedane uitgaven en verworven inkomsten.

  • 2 De administratie is zodanig opgezet dat deze voldoende waarborgen biedt voor beleidsonderzoek en controledoeleinden als bedoeld in artikel 4.1.

  • 3 De administratie biedt voldoende mogelijkheden voor een goede accountantscontrole op de juiste naleving van de subsidievoorwaarden.

Hoofdstuk 5. Subsidievaststelling [Vervallen per 01-02-2012]

Artikel 5.1. Subsidievaststelling [Vervallen per 01-02-2012]

Binnen vier maanden na beëindiging van het project, doch uiterlijk op 1 april 2011, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij de minister.

Artikel 5.2. Verslaglegging [Vervallen per 01-02-2012]

  • 1 De aanvraag tot vaststelling van subsidie gaat vergezeld van een financieel verslag en een verslag van activiteiten waarin de met de verstrekte subsidie bereikte resultaten worden verantwoord.

  • 2 Het financieel verslag en het verslag van activiteiten worden ondertekend door alle partijen bij een intentieverklaring.

Artikel 5.3. Accountantsverklaring [Vervallen per 01-02-2012]

  • 2 De accountantsverklaring bevat tevens een oordeel over de naleving van de subsidievoorwaarden door de subsidieontvanger en wordt vormgegeven overeenkomstig het model dat te downloaden is via www.leren-werken.nl

  • 3 De minister kan nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van de accountantsverklaring.

Artikel 5.4. Verslag van activiteiten [Vervallen per 01-02-2012]

  • 1 Het verslag van activiteiten bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten.

  • 3 Het verslag van activiteiten bevat, voor zover van toepassing, een analyse van verschillen tussen de beoogde resultaten en de feitelijke realisatie.

  • 4 De minister kan nadere verplichtingen opleggen met betrekking tot de inhoud van het verslag van activiteiten.

Hoofdstuk 6. Betaling [Vervallen per 01-02-2012]

Artikel 6.1. Voorschotten [Vervallen per 01-02-2012]

Nadat subsidie is verleend, worden de voorschotten als volgt verstrekt:

  • a. het eerste voorschot wordt binnen vier weken na de verlening van de subsidie verstrekt en bedraagt 50%;

  • b. het tweede voorschot bedraagt 30% en wordt, indien de minister op basis van de informatie uit een door Cinop uitgevoerde monitor positief oordeelt over de voortgang van het project, verstrekt:

Hoofdstuk 7. Mandaatverlening [Vervallen per 01-02-2012]

Artikel 7.1. Mandaatverlening AgentschapNL [Vervallen per 01-02-2012]

  • 1 Aan de algemeen directeur van AgentschapNL te ’s-Gravenhage wordt mandaat verleend om, met de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, op grond van deze regeling besluiten te nemen over:

    • a. het buiten behandeling laten van subsidieaanvragen; of

    • b. de verlening of weigering van subsidie.

  • 2 Aan de algemeen directeur van AgentschapNL te ’s-Gravenhage wordt mandaat verleend voor het behandelen van en het nemen van besluiten op bezwaarschriften ingediend in het kader van deze regeling.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen [Vervallen per 01-02-2012]

Artikel 8.1. Toepassing regeling na vervaldatum [Vervallen per 01-02-2012]

Voor zover er na het vervallen van deze regeling ter zake nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze overeenkomstig deze regeling plaats.

Artikel 8.2. Inwerkingtreding en vervaldatum [Vervallen per 01-02-2012]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 februari 2012.

Artikel 8.3. Citeertitel [Vervallen per 01-02-2012]

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke stimuleringsregeling leren en werken voor werkende jongeren zonder startkwalificatie, werkzoekenden en met werkloosheid bedreigden.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart