Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Klokkenluiderregeling Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+

Geldend van 01-01-2009 t/m heden

Klokkenluiderregeling Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+

Het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+,

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1. Betrokkene: een personeelslid met een dienstverband bij het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+ (‘het Fonds’) of een subsidieaanvrager die een melding doet van (een vermoeden van) een misstand.

  • 2. (Vermoeden van) een misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden met betrekking tot het Fonds betreffende:

    • a. een (dreigend) strafbaar feit;

    • b. een (dreigende) schending van regels;

    • c. een (dreiging van) bewust onjuist informeren van publieke organen;

    • d. een (dreigende) verspilling van overheidsgeld;

    • e. (een dreiging van) bewust achterhouden, vernietigen of manipuleren van informatie over deze feiten.

Artikel 2

Procedure werknemer

  • 1 Tenzij er sprake is van een uitzonderingsgrond zoals bedoeld in artikel 5, lid 2 meldt de werknemer (een vermoeden van) een misstand bij de leidinggevende of, indien hij dit niet wenselijk acht, bij de voorzitter van de Raad van Bestuur.

Procedure subsidieaanvrager

  • 2 Tenzij er sprake is van een uitzonderingsgrond zoals bedoeld in artikel 5, lid 2 meldt de subsidieaanvrager een (vermoeden van) een misstand bij de voorzitter van de Raad van Bestuur.

Artikel 3. Behandeling melding

  • 1 Degene bij wie (het vermoeden van) een misstand is gemeld, legt de melding, met de datum waarop deze ontvangen is, schriftelijk vast en laat de vastlegging voor akkoord tekenen door de betrokkene, die daarvan afschrift ontvangt.

  • 2 Degene bij wie (het vermoeden van) een misstand is gemeld draagt er zorg voor dat de voorzitter van de Raad van Bestuur onverwijld op de hoogte wordt gesteld van een gemeld vermoeden van een misstand en van de datum waarop de melding is ontvangen. Tevens zorgt hij ervoor dat de voorzitter van de Raad van Bestuur een afschrift ontvangt van de vastlegging van de melding.

  • 3 De voorzitter van de Raad van Bestuur stuurt een ontvangstbevestiging aan betrokkene. In de ontvangstbevestiging wordt gerefereerd aan de oorspronkelijke melding.

  • 4 De voorzitter van de Raad van Bestuur geeft onverwijld opdracht voor een onderzoek naar aanleiding van de melding.

  • 5 De behandeling van de melding en het onderzoek naar aanleiding van de melding geschieden vertrouwelijk. Alleen met toestemming van de voorzitter van de Raad van Bestuur kan er informatie omtrent de melding, de behandeling en/of de resultaten worden gegeven.

Artikel 4. Informatie over de resultaten van het onderzoek

  • 1 Binnen een periode van vier weken na het moment van melding wordt betrokkene door of namens de voorzitter van de Raad van Bestuur schriftelijk op de hoogte gebracht van een inhoudelijk standpunt omtrent (het gemelde vermoeden van) een misstand. Daarbij wordt aangegeven tot welke stappen de melding heeft geleid.

  • 2 Indien het niet mogelijk is uitsluitsel te geven binnen deze periode van vier weken, wordt deze periode verlengd. Daarvan wordt door of namens de voorzitter van de Raad van Bestuur schriftelijk mededeling gedaan aan betrokkene onder vermelding van de termijn waarmee de termijn wordt verlengd.

  • 3 Betrokkene kan (het vermoeden van) een misstand vervolgens melden bij de voorzitter van de Raad van Toezicht, indien

    • a. hij het niet eens is met het standpunt als bedoeld in lid 1;

    • b. hij geen standpunt heeft ontvangen binnen de termijn als genoemd in lid 1 c.q. 2;

    • c. de termijn bedoeld in lid 2, gelet op alle omstandigheden, onredelijk lang is en betrokkene daartegen bezwaar heeft gemaakt bij de voorzitter van de Raad van Bestuur, doch deze daarop niet een kortere, redelijke termijn heeft aangewezen;

Artikel 5. Bijzondere procedure

  • 1 Betrokkene kan (het vermoeden van) een misstand, in afwijking van het bepaalde in artikel 2 direct melden bij de voorzitter van de Raad van Toezicht, indien

    • a. (het vermoeden van) een misstand een lid van de Raad van Bestuur betreft;

    • b. er sprake is van een uitzonderingsgrond als bedoeld in het volgende lid.

  • 2 Een uitzonderingsgrond als bedoeld in het vorige lid onder b doet zich voor indien er sprake is van:

    • a. acuut gevaar, waarbij een zwaarwegend en spoedeisend maatschappelijk belang onmiddellijke externe melding noodzakelijk maakt;

    • b. een situatie waarin betrokkene in redelijkheid kan vrezen voor tegenmaatregelen als gevolg van een interne melding;

    • c. een acute dreiging van verduistering of vernietiging van bewijsmateriaal;

    • d. een eerdere interne melding conform de procedure van in wezen dezelfde misstand, die de misstand niet heeft weggenomen;

    • e. een wettelijke plicht of bevoegdheid tot direct extern melden.

  • 3 De voorzitter van de Raad van Toezicht behandelt de melding op dezelfde wijze als de voorzitter van de Raad van Bestuur (zoals hiervoor beschreven). In dit geval kan alleen met toestemming van de Raad van Toezicht informatie omtrent de melding, de behandeling en/of de resultaten worden gegeven.

  • 4 De voorzitter van de Raad van Toezicht maakt het standpunt naar aanleiding van de melding bekend aan de voorzitter van de Raad van Bestuur, nadat hij daarvoor van betrokkene toestemming heeft ontvangen. Afhankelijk van de bevindingen kan de voorzitter van de Raad van Toezicht de voorzitter van de Raad van Bestuur bindende aanwijzingen geven voor de afwikkeling van de melding.

Artikel 6. Registratie

De melding en de verslaglegging van het onderzoek worden zeven jaar bewaard.

Artikel 7. Rechtsbescherming

De betrokkene die, met inachtneming van de bepalingen van deze regeling (een vermoeden van) een misstand heeft gemeld, wordt op geen enkele wijze in zijn positie benadeeld voor zover die benadeling enkel en alleen het gevolg zou zijn van de melding.

Artikel 8. Slotbepaling

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2009 en kan worden aangehaald als ‘Klokkenluiderregeling Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+’.

Het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+