Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Bezoldigingsregeling Commissariaat voor de Media en Stimuleringsfonds voor de pers

Geldend van 01-01-2009 t/m heden

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 18 december 2008, nr. WJZ/84440 (8216), houdende de bezoldiging van de voorzitter en de leden van het Commissariaat voor de Media, alsmede de voorzitter en de leden van het bestuur van het Stimuleringsfonds voor de pers (Bezoldigingsregeling Commissariaat voor de Media en Stimuleringsfonds voor de pers)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 14, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en de artikelen 7.2 en 8.2 van de Mediawet 2008;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. Commissariaat: Commissariaat voor de Media;

  • b. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • c. Stimuleringsfonds: Stimuleringsfonds voor de pers;

  • d. wet: Mediawet 2008.

Hoofdstuk 2. Commissariaat voor de media

§ 2.1. Bezoldiging voorzitter en leden

Artikel 2. Bezoldiging

  • 2 De bezoldiging wordt aan de hand van de arbeidsduur, bepaald in artikel 6, naar evenredigheid vastgesteld.

  • 3 De bezoldiging wordt in maandelijkse termijnen betaald en wordt niet langer uitbetaald dan tot de dag van overlijden.

Artikel 3. Reis- en verblijfkosten

De leden van het Commissariaat hebben recht op een vergoeding voor reis- en verblijfkosten overeenkomstig het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.

Artikel 4. Representatievergoeding

De leden van het Commissariaat ontvangen een representatievergoeding overeenkomstig het Besluit vergoeding representatiekosten rijkspersoneel en de Regeling representatievergoeding OCW 2005 ter hoogte van het bedrag behorende bij categorie I, genoemd in de bijlage bij laatstgenoemde regeling.

Artikel 5. Overige vergoedingen

  • 1 Het Commissariaat regelt de overige vergoedingen van kosten van haar leden die verband houden met de uitoefening van hun functie.

  • 2 De regels behoeven de goedkeuring van de minister.

  • 3 Goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

Artikel 6. Gemiddelde arbeidsduur

  • 1 Over de periode van een jaar bedraagt de gemiddelde arbeidsduur voor de leden van het Commissariaat 25 uur per week.

  • 2 De minister kan, in het belang van een goede uitvoering van de taken van het Commissariaat, op verzoek van het Commissariaat de gemiddelde arbeidsduur per week tijdelijk verhogen tot maximaal 32 uur.

Artikel 7. Arbeidsongeschiktheidsuitkering

  • 1 Bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte ontvangen de leden van het Commissariaat volledige doorbetaling van hun bezoldiging tot aan het tijdstip van toekenning van een invaliditeitspensioen op grond van de Wet privatisering ABP respectievelijk op grond van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, met dien verstande dat de doorbetaling in ieder geval eindigt op de dag waarop de benoemingstermijn eindigt.

  • 2 Aanspraken op uitkeringen in verband met arbeidsongeschiktheid wegens ziekte op grond van enige sociale zekerheidswet worden in mindering gebracht op de doorbetaling van de bezoldiging.

Artikel 8. Wachtgeld

  • 1 Als een lid van het Commissariaat na afloop van de benoemingstermijn niet wordt herbenoemd, heeft hij aanspraak op een uitkering overeenkomstig de volgende leden.

  • 2 De uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend voor een periode die gelijk is aan het tijdvak waarin betrokkene zonder onderbreking lid van het Commissariaat was, met dien verstande dat de uitkering in ieder geval eindigt met ingang van de dag waarop betrokkene de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt of met ingang van de dag volgende op de dag van overlijden.

  • 3 De uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt niet toegekend als betrokkene op eigen verzoek niet als lid van het Commissariaat wordt herbenoemd of herbenoeming weigert, of als betrokkene na afloop van de benoemingsperiode de leeftijd van 65 jaar heeft gepasseerd.

  • 4 De uitkering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt gedurende het eerste jaar 80 procent en vervolgens 70 procent van de laatstelijk als lid van het Commissariaat genoten bruto bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering.

  • 5 Als in de bezoldiging van het rijkspersoneel een wijziging wordt aangebracht, wordt de in het vierde lid bedoelde laatstelijk genoten bezoldiging voor de toepassing van dat lid met ingang van het tijdstip van ingang van de bezoldigingswijziging overeenkomstig aangepast.

  • 6 Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die niet reeds werden genoten tijdens de uitoefening van de functie, worden met de uitkering verrekend. De verrekening vindt alleen plaats ten aanzien van bedragen die 30 procent van de laatstgenoten bruto bezoldiging en vakantie-uitkering overschrijden.

Artikel 9. Uitvoering

Het Commissariaat is belast met de uitvoering van de artikelen 2 tot en met 5, 7 en 8. De daaruit voortvloeiende kosten van bezoldiging, vergoedingen en uitkeringen komen ten laste van het Commissariaat.

§ 2.2. Overige bepalingen

Artikel 10. Uitoefening functie

  • 1 Het is de leden van het Commissariaat in de uitoefening van hun functie verboden vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen.

  • 2 De leden van het Commissariaat doen desgevraagd aan de minister schriftelijk opgave van de nevenfuncties die zij vervullen bij de aanvang van de uitoefening van hun functie en van de aan die nevenfuncties verbonden beloningen.

Artikel 11. Vrijwaring

Als een lid van het Commissariaat financiële gevolgen ondervindt uit persoonlijke aansprakelijkheid die voortvloeit uit de uitoefening van zijn functie, wordt hij daar door de Staat der Nederlanden van gevrijwaard, tenzij de aansprakelijkheid het gevolg is van ernstig verwijtbaar gedrag, zoals opzet of grove schuld van betrokkene.

Hoofdstuk 3. Stimuleringsfonds voor de pers

Artikel 12. Bezoldiging

  • 2 De bezoldiging wordt aan de hand van de arbeidsduur als bepaald in artikel 16 naar evenredigheid vastgesteld.

  • 3 De bezoldiging wordt in maandelijkse termijnen betaald en wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van overlijden.

Artikel 13. Reis- en verblijfkosten

De leden van het bestuur van het Stimuleringsfonds hebben recht op een vergoeding voor reis- en verblijfkosten overeenkomstig het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.

Artikel 14. Representatievergoeding

De minister kan aan de leden van het bestuur van het Stimuleringsfonds een representatievergoeding toekennen overeenkomstig het Besluit vergoeding representatiekosten rijkspersoneel en de Regeling representatievergoeding OCW 2005.

Artikel 15. Overige vergoedingen

  • 1 Het Stimuleringsfonds regelt de overige vergoedingen van de leden van het bestuur van het Stimuleringsfonds voor kosten die verband houden met de uitoefening van hun functie.

  • 2 De regels behoeven de goedkeuring van de minister.

  • 3 Goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

Artikel 16. Gemiddelde arbeidsduur

Over de periode van een jaar bedraagt de gemiddelde arbeidsduur voor de voorzitter van het bestuur van het Stimuleringsfonds acht uur per week en voor de overige leden van het bestuur van het Stimuleringsfonds vier uur per week.

Artikel 17. Uitvoering

Het Stimuleringsfonds is belast met de uitvoering van de artikelen 12 tot en met 15. De daaruit voortvloeiende kosten van bezoldiging, uitkeringen en vergoedingen komen ten laste van het Stimuleringsfonds.

Artikel 18. Vrijwaring

Als een lid van het bestuur van het Stimuleringsfonds financiële gevolgen ondervindt uit persoonlijke aansprakelijkheid die voortvloeit uit de uitoefening van zijn functie, wordt hij daar door de Staat der Nederlanden van gevrijwaard, tenzij de aansprakelijkheid het gevolg is van ernstig verwijtbaar gedrag, zoals opzet of grove schuld van betrokkene.

Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 19. Overgangsbepaling personeel Commissariaat voor de Media

Voor personeel dat in dienst is van het Commissariaat en dat afkomstig is van het bureau van de Regeringscommissaris voor de Omroep en de Nederlandse Omroep Stichting geldt dat diensttijd die is doorgebracht bij het bureau van de Regeringscommissaris voor de Omroep en de Nederlandse Omroep Stichting meetelt als diensttijd die is doorgebracht bij het Commissariaat.

Artikel 20. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.

Artikel 21. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Bezoldigingsregeling Commissariaat voor de Media en Stimuleringsfonds voor de pers.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.H.A. Plasterk