Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Mediawet 2008

Geldend op 02-05-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 2.26

    Voor een voorlopige erkenning komen slechts in aanmerking omroepverenigingen die:

    • a. in de voorafgaande erkenningperiode geen erkenning of voorlopige erkenning hadden;

    • b. ten minste 50 000 leden hebben;

    • c. op 31 december van het jaar voorafgaand aan dat waarin die erkenning ingaat, een reserve als bedoeld in artikel 2.174a hebben waarvan het saldo nihil of positief is; en

    • d. zich naar stroming als bedoeld in artikel 2.24, tweede lid, onderdeel c, en naar voorgenomen media-aanbod wat betreft genre, inhoud en doelgroepen zodanig onderscheiden van de omroepverenigingen, bedoeld in artikel 2.25, dat de verscheidenheid van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst wordt vergroot en een vernieuwende bijdrage wordt geleverd aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau.

    Artikel 2.25, tweede volzin, is van toepassing.