Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling sterktes in innovatie[Regeling vervallen per 20-08-2014.]

Geldend van 13-03-2014 t/m 19-08-2014

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 3 december 2008, nr. WJZ/8187136, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten op het terrein van sterktes in innovatie (Subsidieregeling sterktes in innovatie)

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 1.1 [Vervallen per 20-08-2014]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling als bedoeld in paragraaf 2.2, onder g, van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323);

  • fundamenteel onderzoek: fundamenteel onderzoek als bedoeld in paragraaf 2.2, onder e, van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323);

  • geïndustrialiseerde landen: Canada, Japan, Singapore en de Verenigde Staten van Amerika;

  • industrieel onderzoek: industrieel onderzoek als bedoeld in paragraaf 2.2, onderdeel f, van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C323);

  • innovatie: technologische innovatie, met inbegrip van niet-technologische aspecten voor zover ze dienstbaar zijn aan technologische innovatie;

  • innovatieproject: een samenhangend geheel van activiteiten, dat is gericht op innovatie voor Nederland en een bijdrage kan leveren aan duurzame economische groei in Nederland;

  • innovatiesamenwerkingsverband: een samenwerkingsverband waarvan de activiteiten bestaan uit de uitvoering van een innovatieproject;

  • minister: de Minister van Economische Zaken;

  • opkomende markt: Brazilië, China, India, Indonesië, Maleisië, Taiwan, Thailand, Zuid-Afrika, Zuid-Korea.

Artikel 1.2 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 2 Als rapport als bedoeld in artikel 12, vierde lid, wordt aangewezen een afschrift van het rapport van feitelijke bevindingen van een externe accountant inzake de actueel gebruikte methode voor berekening van de personeelskosten en indirecte kosten dat is opgesteld in het kader van verordening (EG) nr. 1906/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 december 2006 tot vaststelling van de regels voor de deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan acties op grond van het zevende kaderprogramma, en voor verspreiding van onderzoeksresultaten (2007–2013) (PbEU L 391) en, indien de subsidie-ontvanger daarover beschikt, een afschrift van de goedkeuring door de Europese Commissie van dat rapport.

Artikel 1.3 [Vervallen per 20-08-2014]

De vaste opslag voor indirecte kosten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het Kaderbesluit EZ-subsidies, bedraagt 50 procent van de loonkosten.

Artikel 1.4 [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 1.5 [Vervallen per 20-08-2014]

Deze regeling valt onder de verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (‘de algemene groepsvrijstellingsverordening’) (PbEU L214).

Artikel 1.6 [Vervallen per 20-08-2014]

Indien door de minister op grond van deze regeling een subsidie wordt verleend van minder dan € 25.000, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld.

Hoofdstuk 1a. Toeslag voor Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI-toeslag) [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 1a.1. (definities) [Vervallen per 20-08-2014]

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • TKI: Topconsortium voor Kennis en Innovatie, zijnde een rechtspersoon die als zodanig is genoemd in de begrotingswet van het jaar waarop de aanvraag, bedoeld in artikel 1a.2, betrekking heeft;

  • TKI-programma: op onderzoek en innovatie gericht meerjarig programma, houdende de samenwerkingsprojecten en de innovatie-activiteiten van het TKI;

  • Samenwerkingsproject: project dat:

    • a. door minimaal twee deelnemers waaronder een onderzoeksorganisatie en een ondernemer wordt uitgevoerd voor gezamenlijke rekening en risico, en

    • b. bestaat uit fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een combinatie daarvan.

  • Innovatie-activiteiten: ondersteunende activiteiten, gericht op het betrekken van MKB-ondernemers bij een samenwerkingsproject of het stimuleren van de valorisatie van de kennis op het terrein van het TKI-programma, bestaande uit:

    • a. netwerkactiviteiten, bestaande uit masterclasses, workshops, conferenties of het delen of uitwisselen van informatie via een website om kennisdeling en netwerking tussen MKB-ondernemers te bevorderen, of

    • b. innovatieadviesdiensten, bestaande uit managementconsulting gericht op innovatie van producten, processen of diensten, het verlenen van technologische bijstand of diensten inzake technologieoverdracht als bedoeld in artikel 5.6 van de O&O&I-kaderregeling, verstrekt aan een MKB-ondernemer door een innovatiemakelaar;

  • O&O&I-kaderregeling: de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/ C 323/01 (PbEU C 323);

  • private bijdrage: geldmiddelen die niet direct of indirect afkomstig zijn van:

  • geldmiddelen: chartaal geld, giraal geld of elektronisch geld;

  • TKI-relevante onderzoeksopdracht: Een opdracht:

    • a. die wordt uitgevoerd door een onderzoeksorganisatie,

    • b. die bestaat uit fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een combinatie daarvan, en

    • c. die kennis oplevert voor de onderzoeksorganisatie die toepasbaar is in binnen het TKI-programma mogelijke samenwerkingsprojecten;

  • inzet in natura: op geld waardeerbare inbreng in een samenwerkingsproject die

    • a. niet direct of indirect afkomstig is van een onderzoeksorganisatie of een openbaar lichaam als bedoeld in de definitie van private bijdrage, en

    • b. wordt berekend op basis van een voor de deelnemers aan een samenwerkingsproject gebruikelijke en controleerbare methode, die gebaseerd is op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en die de deelnemers aan een samenwerkingsproject stelselmatig toepassen.

Artikel 1a.2. (TKI-toeslag) [Vervallen per 20-08-2014]

De Minister verstrekt op aanvraag TKI-toeslag aan een TKI voor:

  • a. uitvoering van het TKI-programma (programmatoeslag), of

  • b. uitvoering van een bepaald samenwerkingsproject (projecttoeslag).

Artikel 1a.3. (grondslag programmatoeslag) [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De hoogte van de programmatoeslag bedraagt 25% van de som van:

    • a. de private bijdragen voor de samenwerkingsprojecten van het TKI-programma, en

    • b. de private bijdragen aan TKI-relevante onderzoeksopdrachten,

    die in dat jaar blijkens onderbouwing in de aanvraag aan onderzoeksorganisaties verschuldigd zullen worden;

  • 2 Over de eerste € 20.000 van de som van de private bijdragen van een bepaalde deelnemer aan samenwerkingsprojecten van het TKI-programma in dat jaar bedraagt de hoogte van de programmatoeslag, in afwijking van het eerste lid, 40%.

  • 3 De private bijdragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden in aanmerking genomen tot ten hoogste 40% van de totale programmatoeslag per aanvraag.

  • 4 Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing voor zover de uit een TKI-relevante onderzoeksopdracht voortvloeiende kennis van de onderzoeksorganisatie redelijkerwijs slechts ten goede kan of zal komen aan de onderneming, de onderzoeksinstelling, of beide partijen bij de TKI-relevante onderzoeksopdracht.

  • 5 Een TKI bevordert dat kennis die voortvloeit uit TKI-relevante onderzoeksopdrachten waarvoor hij op grond van het eerste lid, onderdeel b, TKI-toeslag heeft ontvangen, daadwerkelijk wordt toegepast binnen een samenwerkingsproject van het TKI-programma.

  • 6 Voor toepassing van het tweede lid kan de waarde van inzet in natura tot ten hoogste € 20.000 als private bijdrage in aanmerking worden genomen.

  • 7 Voor de toepassing van dit artikel worden private bijdragen aan een onderzoeks- of experimenteel ontwikkelingsproject dat op het moment van aanvraag al anders dan als samenwerkingsproject van een TKI-programma wordt uitgevoerd slechts in aanmerking genomen indien bestaande publieke of private bijdragen aan dat project niet bij gelegenheid van opneming in het TKI-programma worden verlaagd.

Artikel 1a.4. (opgave gerealiseerde private bijdragen) [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De ontvanger van programmatoeslag doet binnen twee kalendermaanden na afloop van het jaar waarvoor de toeslag is verstrekt opgave van de private bijdragen en inzet in natura, bedoeld in artikel 1a.3, eerste lid, die in het voorafgaande jaar daadwerkelijk verschuldigd zijn geworden.

Artikel 1a.4a. (projecttoeslag) [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De hoogte van de projecttoeslag bedraagt 25% van de som van de private bijdragen die in totaal voor het desbetreffende samenwerkingsproject aan onderzoeksorganisaties verschuldigd zullen worden.

  • 2 Artikel 1a.3, tweede en zesde lid, zijn op de hoogte van projecttoeslag van toepassing met dien verstande dat niet de private bijdrage in een jaar maar de private bijdrage voor het project als geheel in aanmerking wordt genomen.

  • 3 De Minister verstrekt uitsluitend projecttoeslag indien de verschuldigdheid van de private bijdragen en de inzet in natura blijkt uit een bij de aanvraag gevoegd afschrift van een ondertekende samenwerkingsovereenkomst.

  • 4 Projecttoeslag wordt niet verstrekt voor samenwerkingsprojecten die een looptijd hebben van meer dan vijf jaar.

  • 5 Op grond van dit artikel voor projecttoeslag in aanmerking genomen private bijdragen en inzet in natura worden niet in aanmerking genomen voor bepaling van de hoogte van de programmatoeslag.

Artikel 1a.4b. (algemeen nut beogende instellingen) [Vervallen per 20-08-2014]

In afwijking van de artikelen 1a.3, eerste lid, en 1a.4a, eerste lid, worden private bijdragen afkomstig van instellingen als bedoeld in artikel 5b, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, die deelnemen aan samenwerkingsprojecten die passen binnen een programma als bedoeld in artikel 1b.2, eerste lid, tot ten hoogste € 8.000.000 per programma, per jaar in aanmerking genomen. Indien de in een bepaalde openstellingsperiode ingediende aanvragen dit bedrag voor een bepaald programma overschrijden, worden de in de desbetreffende aanvragen opgenomen bedragen op volgorde van binnenkomst in aanmerking genomen.

Artikel 1a.5. (toewijzingsgronden TKI-toeslag) [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister verstrekt uitsluitend TKI-toeslag indien ten aanzien van de inzet van TKI-toeslag voor een samenwerkingsproject overeenkomstig artikel 3.2.2 van de O&O&I-kaderregeling wordt verzekerd dat:

    • 1°. de resultaten van een samenwerkingsproject waaraan geen intellectuele-eigendomsrechten kunnen worden ontleend, ruim mogen worden verspreid en eventuele intellectuele eigendomsrechten die uit de activiteiten van de onderzoeksorganisatie voortvloeien, volledig aan de onderzoeksorganisatie worden toegekend; of

    • 2°. de onderzoeksorganisatie van de deelnemende ondernemers een vergoeding ontvangt die overeenstemt met de marktprijs voor de intellectuele eigendomsrechten die voortvloeien uit het samenwerkingsproject en die worden overgedragen aan de deelnemende ondernemingen. Eventuele bijdragen van de deelnemende ondernemingen in de kosten van de onderzoeksorganisatie worden in mindering op de compensatie gebracht.

  • 2 De minister verstrekt voorts uitsluitend TKI-toeslag voor zover:

    • a. verzekerd is dat op het terrein van het programma werkzame ondernemers en onderzoeksorganisaties onder transparante en redelijke voorwaarden in aanmerking komen voor deelname aan samenwerkingsprojecten die passen in het programma;

    • b. het bestaan van samenwerkingsprojecten en de verschuldigdheid van private bijdragen daaraan kan worden aangetoond aan de hand van schriftelijke samenwerkingsovereenkomsten;

    • c. de aanwending van de TKI-toeslag meerwaarde levert voor het TKI-programma;

    • d. het samenwerkingsproject waarvoor de TKI-toeslag wordt aangewend bijdraagt aan de Nederlandse kennisinfrastructuur;

    • e. een bepaald samenwerkingsproject of een bepaalde innovatie-activiteit niet is gestart voorafgaand aan de eerste aanvraag waarbij aanwending van TKI toeslag voor dat project of die activiteit werd aangevraagd.

Artikel 1a.6. (aanwenden TKI-toeslag) [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De ontvanger van TKI-toeslag wendt de TKI-toeslag zodanig aan dat het totale bedrag aan steun dat voor een samenwerkingsproject beschikbaar is niet meer bedraagt dan:

    • a. 85 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op fundamenteel onderzoek,

    • b. 50 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek, en

    • c. 25 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

  • 2 Het TKI wendt de TKI-toeslag voor innovatie-activiteiten zodanig aan dat:

    • a. bij netwerkactiviteiten:

      • 1°. slechts aan derden verschuldigde kosten met betrekking tot de netwerkactiviteiten met TKI-toeslag betaald worden,

      • 2°. de opdrachtverlening door de ontvanger van TKI-toeslag aan derden plaats vindt op basis van transparante criteria en tegen marktconforme tarieven,

      • 3°. de netwerkactiviteiten en hieruit voortkomende resultaten voor iedere MKB-onderneming zonder onderscheid toegankelijk zijn, en

      • 4°. indien de netwerkactiviteiten niet voortdurend en voor een ieder vrij toegankelijk zijn, per € 1000 TKI-toeslag minstens één MKB-ondernemer deelneemt aan de netwerkactiviteiten.

    • b. bij innovatieadviesdiensten:

      • 1°. de in te zetten innovatiemakelaars op basis van transparante en redelijke criteria geselecteerd worden,

      • 2°. het totale bedrag aan TKI-toeslag niet meer bedraagt dan 50% van de kosten met een maximum van € 10.000 per MKB-ondernemer over een periode van één jaar.

      • 3°. aan een MKB-ondernemer gedurende maximaal drie jaar innovatieadviesdiensten worden geleverd.

  • 3 De ontvanger van TKI-toeslag neemt bij de aanwending van de TKI-toeslag, indien van toepassing, de gemeenschappelijke ordening van de landbouwproducten in acht, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

  • 4 De ontvanger van projecttoeslag wendt de projecttoeslag aan voor het desbetreffende project.

Artikel 1a.7. (financieringsverhouding) [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De ontvanger van TKI-toeslag wendt de TKI-toeslag zodanig aan voor samenwerkingsprojecten dat voor fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling in totaal een private bijdrage van respectievelijk minimaal 15%, 50% en 75% van de financiering van het desbetreffende onderzoek gerealiseerd wordt.

  • 2 Voor toepassing van het eerste lid kan de waarde van inzet in natura als private bijdrage worden meegeteld.

Artikel 1a.8. (duur aanwending TKI-toeslag) [Vervallen per 20-08-2014]

De TKI-toeslag wordt aangewend binnen vijf jaar na verlening.

Artikel 1a.9. (administratie) [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De ontvanger van TKI-toeslag draagt zorg voor een administratie:

    • a. waaruit op eenvoudige en duidelijke wijze kan worden afgeleid hoe de TKI-toeslag wordt aangewend voor het uitvoeren van de in het TKI-programma opgenomen samenwerkingsprojecten en innovatie activiteiten;

    • b. waarin de wijze wordt vastgelegd waarop participanten van samenwerkingsprojecten omgaan met intellectueel eigendom dat voorkomt uit deze projecten;

    • c. waaruit op eenvoudige wijze kennis genomen kan worden van de samenwerkingsovereenkomsten voor de projecten waarvoor een private bijdrage als bedoeld in artikel 1a.4 is opgegeven.

  • 2 De TKI-toeslag kan op nihil worden vastgesteld indien de administratie, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk ontbreekt.

Artikel 1a.10. (rapportage en transparantie) [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De rapportage, genoemd in artikel 39, eerste lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies, bevat in ieder geval:

    • a. een overzicht van de mate waarin de samenwerkingsprojecten, de private bijdragen aan en de inzet in natura voor deze projecten van het lopende jaar zijn gerealiseerd;

    • b. een opgave van de afwijkingen van het TKI-programma;

    • c. een overzicht van de activiteiten en doelen voor het eerstvolgende jaar;

    • d. een overzicht van de mate waarin de uit TKI-relevante onderzoeksopdrachten, waarvoor op grond van artikel 1a.3, eerste lid, onderdeel b, TKI-toeslag is ontvangen, voortgevloeide kennis toegepast wordt binnen samenwerkingsprojecten van het TKI-programma.

  • 2 De ontvanger van TKI-toeslag zorgt dat actuele informatie over de samenwerkingsprojecten waarvoor de toeslag wordt aangewend op eenvoudige wijze voor het algemene publiek kenbaar is. De informatie omvat tenminste een beschrijving van het onderzoek, de deelnemende ondernemers en onderzoeksorganisaties en de planning en voortgang.

  • 3 Het tweede lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing op informatie over de voorwaarden waaronder deelname door op het terrein van het programma werkzame ondernemers en onderzoeksorganisaties aan samenwerkingsprojecten van het TKI-programma openstaat.

Artikel 1a.11. (formulieren) [Vervallen per 20-08-2014]

Het formulier voor:

Artikel 1a.12. (vervaltermijn) [Vervallen per 20-08-2014]

Hoofdstuk 1a vervalt op 1 oktober 2017.

Hoofdstuk 1b. TKI MKB-versterking [Vervallen per 20-08-2014]

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 1b.1 [Vervallen per 20-08-2014]

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. innovatieadviesdiensten: managementconsulting gericht op innovatie van producten, processen of diensten, het verlenen van technologische bijstand of diensten inzake technologieoverdracht als bedoeld in 5.6, eerste gedachtestreepje, van de O&O&I-kaderregeling;

  • b. innovatiemakelaar: een verstrekker van innovatieadviesdiensten;

  • c. netwerkactiviteiten: masterclasses, workshops of conferenties om kennisdeling en netwerking tussen MKB-ondernemers te bevorderen;

  • d. TKI: Topconsortium voor Kennis en Innovatie als bedoeld in artikel 1a.1;

  • e. O&O&I-kaderregeling: de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323).

Artikel 1b.2 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister verstrekt op grond van dit hoofdstuk op aanvraag subsidie voor activiteiten die passen binnen de in de bijlagen opgenomen programma’s.

  • 2 De minister verdeelt de aan deze activiteiten verbonden subsidieplafonds op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 1b.3 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 Met de uitvoering van de op grond van dit hoofdstuk gesubsidieerde activiteiten wordt gestart binnen zes maanden na de subsidieaanvraag.

  • 2 De op grond van dit hoofdstuk gesubsidieerde activiteiten worden uitgevoerd binnen twaalf maanden na de start van de activiteiten.

§ 2. Netwerkactiviteiten [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 1b.4 [Vervallen per 20-08-2014]

Subsidie wordt verstrekt aan een TKI voor het door derden laten uitvoeren van netwerkactiviteiten ten behoeve van MKB-ondernemers.

Artikel 1b.5 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 Slechts aan derden verschuldigde kosten met betrekking tot de netwerkactiviteiten zijn subsidiabel.

  • 2 De opdrachtverlening door de subsidieontvanger aan derden vindt plaats op basis van transparante criteria en tegen marktconforme tarieven.

  • 3 De netwerkactiviteiten en hieruit voortkomende resultaten zijn voor iedere MKB-onderneming zonder onderscheid toegankelijk.

  • 4 Per € 1000 subsidie neemt minstens één MKB-ondernemer deel aan de netwerkactiviteiten.

Artikel 1b.6 [Vervallen per 20-08-2014]

Indien het subsidiebedrag lager of gelijk is aan € 25.000 wordt de subsidie met toepassing van artikel 50, vierde lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies ambtshalve vastgesteld.

§ 3. Ondersteuning door innovatiemakelaars [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 1b.7 [Vervallen per 20-08-2014]

Subsidie wordt verstrekt aan een TKI voor het door innovatiemakelaars laten leveren van innovatieadviesdiensten aan MKB-ondernemers.

Artikel 1b.8 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De TKI selecteert op basis van transparante en redelijke criteria de in te zetten innovatiemakelaars.

  • 2 Innovatieadviesdiensten zijn slechts subsidiabel indien zij tegen marktconforme tarieven door een innovatiemakelaar worden uitgevoerd.

Artikel 1b.9 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie voor innovatieadviesdiensten 50 procent van de subsidiabele kosten.

  • 2 Het maximale subsidiebedrag bedraagt € 10.000 per MKB-onderneming waaraan de innovatieadviesdiensten zijn geleverd over een periode van maximaal één jaar.

  • 3 Aan een MKB-ondernemer worden gedurende maximaal drie jaar innovatieadviesdiensten geleverd.

Artikel 1b.10 [Vervallen per 20-08-2014]

Indien het subsidiebedrag lager of gelijk is aan € 25.000 wordt de subsidie in overeenstemming met artikel 50, vierde lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies ambtshalve vastgesteld.

§ 4. Slotbepalingen [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 1b.11 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidieontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van de door hem op grond van dit hoofdstuk uitgevoerde activiteiten, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

Artikel 1b.12 [Vervallen per 20-08-2014]

Dit hoofdstuk vervalt op 1 oktober 2017, met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel 1b.13 [Vervallen per 20-08-2014]

Het formulier voor het aanvragen van een subsidie op grond van dit hoofdstuk is opgenomen in bijlage 1b.1.

Hoofdstuk 1c. MKB innovatiestimulering topsectoren [Vervallen per 20-08-2014]

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 1c.1 [Vervallen per 20-08-2014]

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. detachering: tijdelijke indienstneming van personeel door een begunstigde MKB-onderneming gedurende een bepaalde periode, waarna het personeel recht heeft naar zijn vorige werkgever terug te keren, als bedoeld in 2.2, onderdeel l, van de O&O&I-kaderregeling;

  • b. hooggekwalificeerd personeel: universitair geschoolde onderzoekers, ingenieurs, ontwerpers en marketingmanagers met een tertiaire opleiding en ten minste vijf jaar relevante beroepservaring. Doctoraatsopleidingen tellen mee als relevante beroepservaring als bedoeld in 2.2, onderdeel k van de O&O&I-kaderregeling;

  • c. kennisinstelling:

    • a. een onder a, b, c, g of h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs en een onder j van de bijlage bij die wet bedoeld academisch ziekenhuis en Nyenrode Business Universiteit;

    • b. een andere dan onder a bedoelde geheel of gedeeltelijk, meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden;

    • c. een geheel of gedeeltelijk, meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde:

      • 1°. openbare instelling voor hoger onderwijs of een daaraan verbonden ziekenhuis gelijkwaardig aan een instelling respectievelijk academisch ziekenhuis als bedoeld onder a,

      • 2°. onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;

    • d. een rechtspersoon ten aanzien waarvan een instelling als bedoeld onder a, b of c direct of indirect:

      • 1°. meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft,

      • 2°. volledig aansprakelijk vennoot is of

      • 3°. overwegende zeggenschap heeft;

    • e. een onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst, die tot doel heeft om via het structureel doen van eigen onderzoek en het ontwikkelen en testen van technische toepassingen door haar medewerkers, de technologische kennis op een specifiek terrein te bevorderen, die geen instelling is als bedoeld onder a tot en met d.

  • d. MIT-haalbaarheidsstudie: samenstel van activiteiten, dat leidt tot een schriftelijk rapport met een inschatting van de technische en economische mogelijkheden van door een MKB-ondernemer voorgenomen industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling;

  • e. MIT-R&D-samenwerkingsproject: een project, bestaande uit industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of een combinatie hiervan, voor gezamenlijke rekening en risico uitgevoerd door een MIT-R&D-samenwerkingsverband;

  • f. MIT-kennisoverdrachtsproject: een door een kennisinstelling verrichte activiteit bestaande uit het, al dan niet op basis van te verrichten nader onderzoek, beantwoorden van een toepassingsgerichte kennisvraag van een ondernemer, uitgaande van voor de ondernemer nieuwe kennis met betrekking tot de vernieuwing van producten, productieprocessen of diensten. Geen kennisoverdrachtsproject is een project waarbij de beantwoording van een toepassingsgerichte kennisvraag plaatsvindt door het leveren van goederen, het geven van cursussen of het verrichten van activiteiten op het gebied van verkoop van producten of diensten, zoals het ontwikkelen en vervaardigen van marketinginstrumenten en verkoopondersteunend promotiemateriaal;

  • g. MIT-kennisvoucher: een op grond van artikel 1c.9 door de minister aan een MKB-ondernemer afgegeven document, dat deze ondernemer kan inleveren bij een kennisinstelling ten behoeve van de uitvoering van een MIT-kennisoverdrachtsproject;

  • h. MIT-R&D-samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit twee of meer niet in een groep verbonden MKB-ondernemers, welk verband is opgericht ten behoeve van de uitvoering van een MIT-R&D-samenwerkingsproject;

  • i. O&O&I-kaderregeling: de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323).

Artikel 1c.2 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister verstrekt op grond van dit hoofdstuk op aanvraag subsidie voor activiteiten die passen binnen de in de bijlagen opgenomen programma’s.

  • 2 De minister verdeelt de aan deze activiteiten verbonden subsidieplafonds voor de paragrafen 2, 3, 4 en 6 van dit hoofdstuk op volgorde van binnenkomst van de aanvragen en voor § 5 op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 1c.3 [Vervallen per 20-08-2014]

Een aanvraag van een MKB-ondernemer wordt afgewezen indien door hem in hetzelfde kalenderjaar al subsidie of een MIT-kennisvoucher is aangevraagd op grond van dit hoofdstuk.

§ 2. MIT-haalbaarheidsstudies [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 1c.4 [Vervallen per 20-08-2014]

Subsidie voor een MIT-haalbaarheidsstudie wordt verleend aan een MKB-ondernemer.

Artikel 1c.5 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie voor een MIT-haalbaarheidsstudie 40 procent van de subsidiabele kosten.

  • 2 Het maximum subsidiebedrag bedraagt € 50.000 per MIT-haalbaarheidsstudie.

Artikel 1c.6 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 Met de uitvoering van de MIT-haalbaarheidsstudie wordt gestart binnen zes maanden na indiening van de subsidieaanvraag.

  • 2 De MIT-haalbaarheidsstudie wordt uitgevoerd binnen twaalf maanden na de start van de MIT-haalbaarheidsstudie.

Artikel 1c.7 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. de voorgenomen activiteiten waarop de MIT-haalbaarheidsstudie betrekking heeft in technische of financiële zin onvoldoende risicovol zijn om de MIT-haalbaarheidsstudie te rechtvaardigen;

  • b. de MIT-haalbaarheidsstudie onvoldoende inzicht geeft in het economisch perspectief en de uitvoerbaarheid van de voorgenomen activiteiten waarop de MIT-haalbaarheidstudie betrekking heeft.

§ 3. MIT-kennisvouchers [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 1c.8 [Vervallen per 13-03-2014]

§ 3.1. Verstrekking van een MIT-kennisvoucher aan MKB-ondernemers [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 1c.9 [Vervallen per 20-08-2014]

Een MIT-kennisvoucher heeft een waarde van maximaal € 3.750 en wordt aan een MKB-ondernemer verstrekt die een MIT-kennisoverdrachtsproject wil laten uitvoeren waarvan de resultaten ten goede komen aan de activiteiten die de ondernemer in Nederland verricht.

Artikel 1c.10 [Vervallen per 20-08-2014]

De waarde van de voucher bedraagt 40 procent van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 3.750.

Artikel 1c.11 [Vervallen per 20-08-2014]

Op het aanvraagformulier vermeldt de MKB-ondernemer de kennisvraag die hij in het kader van het MIT-kennisoverdrachtsproject wil stellen.

Artikel 1c.12 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De MKB-ondernemer besteedt de MIT-kennisvoucher bij een van de in de aanvraag met naam en toenaam opgenomen kennisinstellingen.

  • 2 In de aanvraag worden maximaal drie kennisinstellingen opgenomen.

Artikel 1c.13 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. de ondernemer en de kennisinstelling reeds voor de afgiftedatum van de MIT-kennisvoucher verplichtingen jegens elkaar zijn aangegaan met betrekking tot het MIT-kennisoverdrachtsproject;

  • b. de ondernemer de MIT-kennisvoucher wil aanwenden voor een MIT-kennisoverdrachtsproject waarvoor reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt of dat deel uitmaakt van een project of programma waarvoor reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt.

§ 3.2. Verstrekking van subsidie aan kennisinstellingen [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 1c.14 [Vervallen per 20-08-2014]

Subsidie wordt verleend aan een kennisinstelling die één of meer MIT-kennisoverdrachtsprojecten heeft uitgevoerd en in verband daarmee één of meer geldige MIT-kennisvouchers overlegt.

Artikel 1c.15 [Vervallen per 20-08-2014]

De subsidie bedraagt 40 procent van de door de kennisinstelling ten behoeve van de uitvoering van een MIT-kennisoverdrachtsproject in rekening gebrachte kosten, maar niet meer dan € 3.750 per MIT-kennisvoucher.

Artikel 1c.16 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 Een aanvraag om subsidie wordt na afloop van het MIT-kennisoverdrachtsproject door de kennisinstelling ingediend.

  • 2 De aanvraag moet binnen een jaar nadat de MIT-kennisvoucher aan de ondernemer is verstrekt zijn ontvangen. Op een voor het einde van de termijn daartoe ingediend verzoek kan de minister deze termijn eenmalig verlengen met ten hoogste zes maanden.

§ 4. Hooggekwalificeerd personeel [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 1c.17 [Vervallen per 20-08-2014]

Subsidie wordt verleend aan een MKB-ondernemer bij wie een onderzoeksorganisatie of grote onderneming hooggekwalificeerd personeel heeft gedetacheerd.

Artikel 1c.18 [Vervallen per 20-08-2014]

De subsidiabele kosten bestaan uit het bedrag dat in verband met de detachering aan de onderzoeksorganisatie of grote onderneming die de werknemer detacheert verschuldigd is.

Artikel 1c.19 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De gedetacheerde werknemers vervangen geen andere werknemers. Zij werken in een nieuw gecreëerde functie bij de begunstigde MKB-ondernemer. De functie is gericht op onderzoek, ontwikkeling en innovatie als bedoeld in de O&O&I-kaderregeling.

  • 2 De gedetacheerde werknemers zijn ten minste twee jaar in dienst bij de onderzoeksorganisatie of de grote onderneming die de werknemers detacheert.

  • 3 De datum waarop de detachering van start gaat ligt maximaal zes maanden na indiening van de subsidieaanvraag.

Artikel 1c.20 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 Het maximum subsidiebedrag bedraagt € 50.000 per subsidieontvanger per jaar.

  • 2 Aan een MKB-ondernemer wordt per gedetacheerde werknemer voor maximaal één jaar subsidie verleend tot een maximum van € 50.000.

  • 3 Aan een MKB-ondernemer wordt gedurende maximaal drie jaar op grond van deze paragraaf subsidie verleend.

§ 5. MIT-R&D-samenwerkingsprojecten [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 1c.21 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een deelnemer in een MIT-R&D-samenwerkingsverband dat een MIT-R&D-samenwerkingsproject uitvoert.

Artikel 1c.22 [Vervallen per 20-08-2014]

De penvoerder is een onderneming die deelneemt aan het MIT-R&D-samenwerkingsverband.

Artikel 1c.23 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie voor een MIT-R&D-samenwerkingsproject 30 procent van de subsidiabele kosten.

  • 2 Elke individuele deelnemer aan het MIT-R&D-samenwerkingsverband neemt niet meer dan 70 procent van de voor subsidie in aanmerking komende kosten van het MIT-R&D-samenwerkingsproject voor zijn rekening.

  • 3 Het maximum subsidiebedrag bedraagt € 200.000 per MIT-R&D-samenwerkingsproject.

  • 4 Het maximum subsidiebedrag bedraagt € 100.000 per deelnemer aan het MIT-R&D-samenwerkingsverband.

Artikel 1c.24 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 Met de uitvoering van het MIT-R&D-samenwerkingsproject wordt gestart binnen zes maanden na de subsidieaanvraag.

Artikel 1c.25 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor een MIT-R&D-samenwerkingsproject indien:

  • a. het niet voldoende bijdraagt aan de vernieuwing van producten, processen of diensten of wezenlijke nieuwe toepassingen van bestaande producten, processen of diensten;

  • b. het niet voldoende bijdraagt aan het creëren van economische waarde voor de deelnemers in het samenwerkingsverband en de sector, genoemd in de bijlagen, of de daarmee samenhangende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie;

  • c. de kwaliteit van het MIT-R&D-samenwerkingsverband ontoereikend is om het MIT-R&D-samenwerkingsproject uit te voeren;

  • d. de kwaliteit van het projectplan onvoldoende is.

Artikel 1c.25a [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister kent aan een project aan de hand van de volgende criteria een hoger aantal punten toe naarmate:

    • a. er meer technologische vernieuwing of wezenlijke nieuwe toepassingen van een bestaand product, proces, of dienst wordt verwacht;

    • b. er meer economische waarde wordt gecreëerd voor de deelnemers in het MIT-R&D-samenwerkingsverband, de in de bijlage genoemde sectoren, of de Nederlandse economie;

    • c. de kwaliteit van de R&D samenwerking hoger is, tenminste blijkend uit de mate van complementariteit van de deelnemers, de capaciteiten van de deelnemers en de kwaliteit van de projectorganisatie;

    • d. er meer sprake is van sectoroverstijgende combinaties en van combinaties van sectoren, genoemd in de bijlagen, die niet conventioneel zijn.

  • 2 De minister kent voor de onderdelen a, b en c van het eerste lid ten minste één en ten hoogste dertig punten toe en voor onderdeel d van het eerste lid één en ten hoogste tien punten.

  • 3 De minister kent tien additionele punten toe aan een project met eveneens een regionaal belang, blijkend uit een beschikking tot verlening van subsidie door het bevoegde bestuursorgaan van een provincie, waarmee ten minste 15 procent van de subsidiabele projectkosten door die provincie wordt gefinancierd.

  • 4 De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.

  • 5 De minister stelt een algemeen subsidieplafond vast voor alle in de bijlagen genoemde sectoren tezamen en een subsidieplafond per sector.

  • 6 De minister verdeelt het algemene subsidieplafond onder de aanvragen die het hoogste zijn gerangschikt.

  • 7 Na uitputting van het algemene subsidieplafond verdeelt de minister de sectorale subsidieplafonds, op volgorde van de sortering op sector binnen de rangschikking.

§ 6. MIT- innovatieprestatiecontracten [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 1c.26 [Vervallen per 20-08-2014]

§ 7. Slotbepalingen [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 1c.27 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidieontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van de door hem op grond van dit hoofdstuk uitgevoerde activiteiten, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

Artikel 1c.28 [Vervallen per 20-08-2014]

Dit hoofdstuk vervalt op 1 oktober 2017, met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel 1c.29 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 Het formulier voor het aanvragen van een subsidie of MIT-kennisvoucher op grond van dit hoofdstuk is opgenomen in bijlage 1c.1.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, is het formulier voor het aanvragen van een subsidie op grond van paragraaf 3.2 van dit hoofdstuk opgenomen in bijlage 1c.2.

  • 3 In afwijking van het eerste lid, is het formulier voor de aanvragen van een subsidie op grond van paragraaf 3.2 van dit hoofdstuk opgenomen in bijlage 1c.2.

Hoofdstuk 2. Internationaal innoveren [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 2.1 [Vervallen per 20-08-2014]

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • CATRENE-innovatieproject: een innovatieproject dat wordt uitgevoerd door een internationaal innovatiesamenwerkingsverband en is voorzien van een label van het EUREKA cluster CATRENE;

  • EUREKA-innovatieproject: een innovatieproject dat wordt uitgevoerd door een internationaal innovatiesamenwerkingsverband en is voorzien van een EUREKA-label;

  • geïndustrialiseerde landen innovatieproject: een innovatieproject dat wordt uitgevoerd door een internationaal innovatiesamenwerkingsverband en een samenwerkingsverband betreft met een van de geïndustrialiseerde landen;

  • internationaal innovatiesamenwerkingsverband: een samenwerkingsverband waarbij ten minste één van de partijen een in Nederland gevestigde ondernemer is en ten minste één van de partijen een ondernemer of onderzoeksorganisatie is die is gevestigd in een opkomende markt, een geïndustrialiseerd land of een land dat deelneemt aan het EUREKA-programma;

  • ITEA2-innovatieproject: een innovatieproject dat wordt uitgevoerd door een internationaal innovatiesamenwerkingsverband en is voorzien van een label van het EUREKA cluster ITEA2;

  • opkomende markten innovatieproject: een innovatieproject dat wordt uitgevoerd door een internationaal innovatiesamenwerkingsverband en een samenwerkingsverband betreft met een van de opkomende markten.

Artikel 2.2 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een deelnemer in een internationaal innovatiesamenwerkingsverband dat een CATRENE-innovatieproject, een EUREKA-innovatieproject, een geïndustrialiseerde landen innovatieproject, een ITEA2-innovatieproject of een opkomende markten innovatieproject uitvoert.

Artikel 2.3 [Vervallen per 20-08-2014]

De penvoerder is een ondernemer.

Artikel 2.4 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie:

    • a. 50 procent van de subsidiabele kosten van een innovatieproject voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;

    • b. 35 procent van de subsidiabele kosten van een innovatieproject voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek en worden gemaakt door een ondernemer;

    • c. 25 procent van de subsidiabele kosten van een innovatieproject voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

  • 2 De percentages, genoemd in het eerste lid, onder b en c, worden verhoogd met 10 procentpunten indien subsidie wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer.

  • 3 Indien het totale subsidiebedrag voor de deelnemers van een internationaal innovatiesamenwerkingsverband dat een opkomende markten innovatie project uitvoert meer bedraagt dan € 500.000, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

  • 4 Indien het totale subsidiebedrag voor de deelnemers van een internationaal innovatiesamenwerkingsverband dat een EUREKA-innovatieproject of een geïndustrialiseerde landen innovatieproject uitvoert meer bedraagt dan € 750.000, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

  • 5 Indien het totale subsidiebedrag voor de deelnemers in een internationaal samenwerkingsverband dat een CATRENE-innovatieproject of een ITEA2-innovatieproject uitvoert, meer bedraagt dan € 4.000.000, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

Artikel 2.5 [Vervallen per 20-08-2014]

Geen subsidie wordt verstrekt indien de aanvrager vóór indiening van de aanvraag om subsidie, bedoeld in artikel 2.2, reeds gestart is met zijn deel van het CATRENE-innovatieproject, het EUREKA-innovatieproject, het geïndustrialiseerde landen innovatieproject, het ITEA2-innovatieproject of het opkomende landen innovatieproject.

Artikel 2.6 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 2.7 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 2 De commissie bestaat uit ten minste drie en ten hoogste vijftien leden.

  • 3 De voorzitter en de andere leden worden benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaar.

Artikel 2.8 [Vervallen per 20-08-2014]

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is drie jaar.

Artikel 2.9 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag:

  • a. indien van het innovatieproject onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;

  • b. afkomstig van een overheid of overheidsinstelling, tenzij het een onderzoeksorganisatie betreft.

Artikel 2.10 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate:

    • a. een innovatieproject meer bijdraagt aan technologische vernieuwing of wezenlijk nieuwe toepassingen van een bestaande technologie;

    • b. de bijdrage aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van een innovatieproject, de nieuwheid van een samenwerkingsverband en de betrokkenheid van onderzoeksorganisaties groter zijn;

    • c. de projectresultaten meer economische waarde creëren voor Nederland;

    • d. meer wordt aangesloten bij de doelstellingen van de deelnemende ondernemingen en de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten uitgebreider zijn.

  • 2 Voor de rangschikking wegen de in het eerste lid vermelde criteria even zwaar.

Artikel 2.11 [Vervallen per 20-08-2014]

Met uitzondering van CATRENE- en ITEA2-innovatieprojecten, brengen de subsidie-ontvangers, in afwijking van artikel 39 van het Kaderbesluit EZ-subsidies gezamenlijk steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de minister schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het innovatieproject met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de beschikking tot subsidieverlening vermelde raming van de subsidiabele kosten.

Artikel 2.12 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatieonderzoek van de effecten van het door hem uitgevoerde innovatieproject, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de dag waarop subsidie wordt vastgesteld.

Hoofdstuk 3. IOP’s [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 3.1 [Vervallen per 20-08-2014]

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • IOP: een op innovatie gericht onderzoeksprogramma als bedoeld in artikel 3.7 met als zwaartepunt fundamenteel onderzoek en bestaande uit een samenhangend geheel van onderzoeksprojecten welke door publiek gefinancierde onderzoeksorganisaties en ondernemers worden uitgevoerd;

  • IOP-project: een onderzoeksproject passend binnen een innovatiegericht onderzoeksprogramma, bestaande uit een voor Nederland nieuw, planmatig en met elkaar samenhangend geheel van activiteiten op het terrein van fundamenteel onderzoek of een combinatie van fundamenteel onderzoek met industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling;

  • IOP-samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband van publiek gefinancierde onderzoeksorganisaties en ondernemers, waaronder ten minste een in Nederland gevestigde publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie en ten minste twee in Nederland gevestigde ondernemers.

Artikel 3.2 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een deelnemer in een IOP-samenwerkingsverband dat een IOP-project uitvoert dat past in een IOP.

Artikel 3.3 [Vervallen per 20-08-2014]

De penvoerder is een publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie.

Artikel 3.4 [Vervallen per 20-08-2014]

Een aanvraag wordt niet ingediend dan nadat daarover namens de commissie, genoemd in artikel 3.9, aan de aanvrager advies is uitgebracht op basis van een vooraanmelding.

Artikel 3.5 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie:

    • a. 50 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;

    • b. 25 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

  • 2 De subsidie bedraagt voorts:

    • a. een forfaitaire bijdrage van € 7.000 per onderzoeker in geval van een stage van een onderzoeker in het buitenland van minimaal drie maanden;

    • b. met betrekking tot de kosten van octrooiaanvragen van publiek gefinancierde onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers: 50% van de betrokken kosten in geval van fundamenteel en industrieel onderzoek en 25% van de betrokken kosten in geval van experimentele ontwikkeling, een en ander tot een maximum van € 8.000 per octrooi.

Artikel 3.6 [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 3.7 [Vervallen per 20-08-2014]

Als IOP’s zijn de volgende onderzoeksprogramma’s aangewezen:

  • a. genomics;

  • b. elektromagnetische vermogenstechniek (EMVT);

  • c. precisietechnologie;

  • d. integrale productcreatie en -realisatie (IPCR);

  • e. mens-machine interactie (MMI);

  • f. self healing materials;

  • g. generieke communicatie;

  • h. oppervlaktetechnologie;

  • i. beeldverwerking;

  • j. photonic devices;

  • i. maritiem.

Artikel 3.8 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 3.9 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 2 De commissie bestaat uit ten minste drie en ten hoogste twaalf leden.

  • 3 De voorzitter en de andere leden worden benoemd voor een termijn van ten hoogste vijf jaar.

Artikel 3.10 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. van het onderzoek onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;

  • b. er een aanzienlijke kans is dat de uitvoering of het resultaat van het onderzoek zal leiden tot een ernstige aantasting van milieu of leefomgeving.

Artikel 3.11 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate:

    • a. de bijdrage aan de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen van een IOP groter is;

    • b. het IOP-project meer voldoet aan kwaliteit en innovativiteit;

    • c. het IOP-project meer mogelijkheden bevat voor economisch perspectief van de voorziene resultaten van het project;

    • d. het IOP-project een bijdrage kan leveren aan duurzame ontwikkeling.

  • 2 Voor de rangschikking weegt het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde criterium mee voor 3/9, het in het eerste lid, onderdeel b, genoemde criterium voor 3/9, het in het eerste lid, onderdeel c, genoemde criterium voor 2/9 en het in het eerste lid, onderdeel d, genoemde criterium voor 1/9.

Artikel 3.12 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan de evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde IOP-project, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem verlangd kan worden.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

Artikel 3.13 [Vervallen per 20-08-2014]

In afwijking van artikel 39 van het Kaderbesluit EZ-subsidies brengt een subsidie-ontvanger steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de minister schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het IOP-project met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan, de bij de beschikking tot subsidieverlening vermelde raming van de subsidiabele kosten, van de aangevraagde en overgedragen IE-rechten en over de toepassing van de resultaten van het IOP-project.

Artikel 3.14 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger draagt, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister, met betrekking tot de resultaten van het onderzoek, zorg voor:

    • a. de verwerving en de tenaamstelling op eigen naam van rechten van intellectuele eigendom op de resultaten die daarvoor in aanmerking komen;

    • b. de instandhouding en exploitatie van de rechten, bedoeld in onderdeel a;

    • c. de instandhouding en exploitatie van overige daarvoor in aanmerking komende kennis die uit het onderzoek wordt gegenereerd.

  • 2 Indien de subsidie-ontvanger niet zelf de in het eerste lid, onder a, bedoelde rechten benut, draagt hij deze over aan één of meer deelnemers in het IOP-project.

  • 3 Indien de in het tweede lid bedoelde deelnemers geen interesse hebben in de in het eerste lid, onder a, bedoelde rechten kan de subsidie-ontvanger, alleen na voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister en behoudens de situatie dat de minister bij de subsidieverlening een verplichting heeft opgelegd met betrekking tot het geven van bekendheid aan het onderzoek en de resultaten ervan, ter beschikking stellen aan derden:

    • a. rechten van intellectuele eigendom op de resultaten van het onderzoek;

    • b. aanspraken op een intellectueel eigendomsrecht op de resultaten van het onderzoek;

    • c. rechten die voortvloeien uit een aanvraag om een intellectueel eigendomsrecht op de resultaten van het onderzoek.

  • 4 De subsidie-ontvanger belast, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister, de in het derde lid bedoelde rechten en aanspraken niet met een zekerheidsrecht ten behoeve van een derde.

  • 5 De minister kan aan een ontheffing als bedoeld in het eerste, derde of vierde lid voorschriften verbinden.

Artikel 3.15 [Vervallen per 20-08-2014]

Hoofdstuk 4. Life Sciences & Health [Vervallen per 20-08-2014]

§ 1. Begripsbepalingen Life Sciences & Health [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 4.1 [Vervallen per 20-08-2014]

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • ETB-samenwerkingsverband: een internationaal samenwerkingverband dat een LSH-project uitvoert en:

    • a. dat uit minimaal twee MKB-ondernemers bestaat waarbij de ene in Nederland is gevestigd en de andere deelneemt aan het Euro Trans Bio netwerk,

    • b. waarin de inbreng van de MKB-ondernemers gezamenlijk minimaal 50 procent van de totale subsidiabele kosten van het LSH-project bedraagt,

    • c. waarin de inbreng van één land of samenwerkingspartner niet hoger is dan 70 procent van de subsidiabele kosten van het LSH-project en

    • d. waarvan de projectcoördinator een MKB-ondernemer is;

  • EuroNanoMed-samenwerkingsverband: een internationaal samenwerkingsverband dat een LSH-project uitvoert en:

    • a. dat bestaat uit minimaal drie deelnemers waarbij één deelnemer in Nederland is gevestigd als MKB-ondernemer en de andere deelnemers afkomstig zijn uit landen die deelnemen aan het EuroNanoMed netwerk;

    • b. waarin de inbreng van de deelnemers uit één land of van een deelnemer afzonderlijk niet hoger is dan 70 procent van de subsidiabele kosten van het LSH-project;

  • internationaal MKB-samenwerkingsverband: een internationaal samenwerkingverband dat een LSH-project uitvoert en:

    • a. dat bestaat uit minimaal twee deelnemers waarbij de ene in Nederland is gevestigd als MKB-ondernemer en de andere in een land, genoemd in bijlage 4.1;

    • b. waarin de inbreng van één land of samenwerkingspartner niet hoger is dan 70 procent van de subsidiabele kosten van het LSH-project met uitzondering van een internationaal MKB-samenwerkingsverband met India en

    • c. waarvan de projectcoördinator een MKB-ondernemer is.

  • LSH-project: een internationaal innovatieproject op het gebied van:

    • a. geneesmiddelenontwikkeling,

    • b. ontwikkeling van medische technologie welke leidt tot specifieke behandelmethodes of diagnostiek of

    • c. ontwikkeling van biomedische materialen of producten gebaseerd op deze materialen, dat past binnen bijlage 4.2.

§ 2. Subsidie aan ETB-samenwerkingsverbanden [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 4.2 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een deelnemer in een ETB-samenwerkingsverband dat een LSH-project uitvoert.

Artikel 4.3 [Vervallen per 20-08-2014]

De penvoerder is een MKB-ondernemer.

Artikel 4.4 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie:

    • a. 50 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;

    • b. 35 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek en worden gemaakt door een ondernemer;

    • c. 25 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

  • 2 De percentages, genoemd in het eerste lid, onderdeel b en c, worden verhoogd met 10 procentpunten indien subsidie wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer.

  • 3 Indien het totale subsidiebedrag voor de deelnemers van een ETB-samenwerkingsverband meer bedraagt dan € 750.000, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

Artikel 4.5 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 4.6 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 2 De commissie bestaat uit ten minste twee en ten hoogste vijf leden.

  • 3 De voorzitter en de andere leden worden benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaar.

Artikel 4.7 [Vervallen per 20-08-2014]

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is vier jaar.

Artikel 4.8 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. niet ten minste 35 procent van de op grond van dit hoofdstuk subsidiabele kosten ten laste komen van deelnemende MKB-ondernemers;

  • b. het ETB-samenwerkingsverband na indiening van de aanvraag niet meer voldoet aan artikel 4.1 of de financiering van het totale project onvoldoende blijkt;

  • c. van het LSH-project onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.

Artikel 4.9 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate:

    • a. meer wordt bijgedragen aan technologische of wetenschappelijke vernieuwing of aan wezenlijk nieuwe toepassingen van een bestaande technologie;

    • b. het economische en sociale perspectief van het LSH-project groter is;

    • c. de internationale samenwerking binnen het project doelmatiger en doeltreffender is;

    • d. de beschikbaarheid van de benodigde menskracht, de financiële draagkracht en faciliteiten zoals laboratoria en gespecialiseerde apparatuur meer is aangetoond.

  • 2 Voor de rangschikking wegen de in het eerste lid vermelde criteria even zwaar.

Artikel 4.10 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde innovatieproject, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem mag worden verlangd.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

§ 3. Subsidie aan internationale MKB-samenwerkingsverbanden [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 4.11 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een deelnemer in een internationaal MKB-samenwerkingsverband dat een LSH-project uitvoert.

Artikel 4.12 [Vervallen per 20-08-2014]

De penvoerder is een MKB-ondernemer.

Artikel 4.13 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie:

    • a. 50 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;

    • b. 35 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek en worden gemaakt door een ondernemer;

    • c. 25 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

  • 2 De percentages, genoemd in het eerste lid, onderdeel b en c, worden verhoogd met 10 procentpunten indien subsidie wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer.

  • 3 Indien het totale subsidiebedrag voor de deelnemers van een internationaal MKB-samenwerkingsverband meer bedraagt dan € 750.000, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

Artikel 4.14 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 4.15 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 2 De commissie bestaat uit ten minste twee en ten hoogste vijf leden.

  • 3 De voorzitter en de andere leden worden benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaar.

Artikel 4.16 [Vervallen per 20-08-2014]

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is vier jaar.

Artikel 4.17 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. niet ten minste 35 procent van de op grond van dit hoofdstuk subsidiabele kosten ten laste komen van deelnemende MKB-ondernemers;

  • b. het internationaal MKB-samenwerkingsverband na indiening van de aanvraag niet meer voldoet aan artikel 4.1 of de financiering van het totale project onvoldoende blijkt;

  • c. van het LSH-project onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.

Artikel 4.18 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate:

    • a. meer wordt bijgedragen aan technologische of wetenschappelijke vernieuwing of aan wezenlijk nieuwe toepassingen van een bestaande technologie;

    • b. het economische en sociale perspectief van het LSH-project groter is;

    • c. de internationale samenwerking binnen het project doelmatiger en doeltreffender is;

    • d. de beschikbaarheid van de benodigde menskracht, de financiële draagkracht en faciliteiten zoals laboratoria en gespecialiseerde apparatuur meer is aangetoond.

  • 2 Voor de rangschikking wegen de in het eerste lid vermelde criteria even zwaar.

Artikel 4.19 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde innovatieproject, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem mag worden verlangd.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

§ 4. Subsidie aan EuroNanoMed-samenwerkingsverbanden [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 4.20 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een deelnemer in een EuroNanoMed-samenwerkingsverband dat een LSH-project uitvoert.

Artikel 4.21 [Vervallen per 20-08-2014]

De penvoerder is een MKB-ondernemer.

Artikel 4.22 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie:

    • a. 50 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;

    • b. 35 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek en worden gemaakt door een ondernemer;

    • c. 25 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

  • 2 De percentages, genoemd in het eerste lid, onderdelen b en c, worden verhoogd met 10 procentpunten indien subsidie wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer.

  • 3 Indien het totale subsidiebedrag voor de deelnemers van een EuroNanoNed-samenwerkingsverband meer bedraagt dan € 750.000, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

Artikel 4.23 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 4.24 [Vervallen per 20-08-2014]

De in artikel 4.6 bedoelde adviescommissie heeft tevens tot taak de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent de afwijzingsgronden, bedoeld in de artikelen 22 en 23, onderdelen e tot en met h, van het Kaderbesluit EZ-subsidies en in artikel 4.26, en de rangschikkingscriteria, bedoeld in artikel 4.27.

Artikel 4.25 [Vervallen per 20-08-2014]

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is drie jaar.

Artikel 4.26 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. niet ten minste 35 procent van de op grond van dit hoofdstuk subsidiabele kosten ten laste komen van deelnemende MKB-ondernemers;

  • b. het EuroNanoMed-samenwerkingsverband na indiening van de aanvraag niet meer voldoet aan artikel 4.1 of de financiering van het totale project onvoldoende blijkt;

  • c. van het LSH-project onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.

Artikel 4.27 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate:

    • a. meer wordt bijgedragen aan technologische of wetenschappelijke vernieuwing of aan wezenlijk nieuwe toepassingen van een bestaande technologie;

    • b. het economische en sociale perspectief van het LSH-project groter is;

    • c. de internationale samenwerking binnen het project doelmatiger en doeltreffender is;

    • d. de beschikbaarheid van de benodigde menskracht, de financiële draagkracht en faciliteiten zoals laboratoria en gespecialiseerde apparatuur meer is aangetoond.

  • 2 Voor de rangschikking wegen de in het eerste lid vermelde criteria even zwaar.

Artikel 4.28 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde LSH-project, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem mag worden verlangd.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

Hoofdstuk 5. Food & Nutrition Delta [Vervallen per 20-08-2014]

§ 1. Begripsbepalingen Food & Nutrition Delta [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 5.1 [Vervallen per 20-08-2014]

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • FND-haalbaarheidsproject: een samenstel van activiteiten, dat leidt tot een schriftelijk rapport met een inschatting van de technische en economische mogelijkheden van een FND-innovatieproject;

  • FND-innovatieproject: een innovatieproject, bestaande uit industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of een combinatie hiervan, dat past binnen bijlage 5.1;

  • FND-MKB-innovatieproject: een FND-innovatieproject, uitgevoerd door een FND-MKB-samenwerkingsverband;

  • FND-MKB-samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit twee of meer niet in een groep verbonden MKB-ondernemers, welk verband is opgericht ten behoeve van de uitvoering van een FND-MKB-innovatieproject waarbij ten minste één van de partijen een in Nederland gevestigde MKB-ondernemer is;

  • FND-samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, opgericht ten behoeve van de uitvoering van een FND-innovatieproject, dat bestaat uit ten minste twee niet in een groep verbonden partijen, waarbij ten minste één van de partijen een in Nederland gevestigde ondernemer is en een andere partij ofwel een ondernemer ofwel een onderzoeksorganisatie is.

§ 2. FND-haalbaarheidsprojecten [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 5.2 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een MKB-ondernemer die een FND-haalbaarheidsproject uitvoert.

Artikel 5.3 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie voor een FND-haalbaarheidsproject 50 procent van de subsidiabele kosten.

  • 2 Het maximum subsidiebedrag bedraagt € 50.000 per subsidie-ontvanger.

Artikel 5.4 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 5.5 [Vervallen per 20-08-2014]

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is één jaar.

Artikel 5.6 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. het FND-innovatieproject waarop het FND-haalbaarheidsproject betrekking heeft technisch onvoldoende risicovol is;

  • b. van het FND-haalbaarheidsproject onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;

  • c. het FND-haalbaarheidsproject onvoldoende inzicht geeft in het economisch perspectief en de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten.

Artikel 5.7 [Vervallen per 20-08-2014]

Een subsidie-ontvanger is verplicht bekendheid aan het project en de resultaten ervan te geven.

Artikel 5.8 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde FND-haalbaarheidsproject, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

§ 3. FND-innovatieprojecten [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 5.9 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een deelnemer, in een FND-samenwerkingsverband dat een FND-innovatieproject uitvoert.

Artikel 5.10 [Vervallen per 20-08-2014]

De penvoerder is een ondernemer die deelneemt aan het FND-samenwerkingsverband.

Artikel 5.11 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie voor een FND-innovatieproject:

    • a. 50 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;

    • b. 35 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek en worden gemaakt door een ondernemer;

    • c. 25 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

  • 2 De percentages genoemd in het eerste lid, onder b en c, worden verhoogd met 10 procentpunten indien subsidie wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer.

  • 3 Indien het subsidiebedrag voor de deelnemers van een FND-samenwerkingsverband meer bedraagt dan € 1.000.000, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

Artikel 5.12 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 5.13 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 2 De commissie bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven leden.

  • 3 De voorzitter en de andere leden worden benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaar.

Artikel 5.14 [Vervallen per 20-08-2014]

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is vier jaar.

Artikel 5.15 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien van het FND-innovatieproject onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.

Artikel 5.16 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate het FND-innovatieproject meer bijdraagt aan:

    • a. de technologische vernieuwing of wezenlijke nieuwe toepassingen van een bestaande technologie;

    • b. het creëren van economische waarde voor de deelnemers in het samenwerkingsverband en de daarmee samenhangende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie;

    • c. de kwaliteit van de technologische samenwerking, tenminste blijkend uit de mate van complementariteit van de deelnemers, de mate van toereikendheid van de capaciteiten van de deelnemers en de mate van de kwaliteit van de projectorganisatie;

    • d. de verbetering van de ecologische of sociale prestaties van een deelnemer in een samenwerkingsverband, dan wel van de ecologische of sociale aspecten van de samenleving, waarbij onder verbetering van de sociale prestaties of van de sociale aspecten mede verstaan wordt: het realiseren van een bijdrage aan de volksgezondheid.

  • 2 Voor de rangschikking wegen de in het eerste lid vermelde criteria even zwaar.

Artikel 5.17 [Vervallen per 20-08-2014]

Een subsidie-ontvanger is verplicht bekendheid aan het project en de resultaten ervan te geven.

Artikel 5.18 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde innovatieproject, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

§ 4. FND-MKB-innovatieprojecten [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 5.19 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een deelnemer in een FND-MKB-samenwerkingsverband dat een FND-MKB-innovatieproject uitvoert.

Artikel 5.20 [Vervallen per 20-08-2014]

De penvoerder is een ondernemer die deelneemt aan het FND-MKB-samenwerkingsverband.

Artikel 5.21 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie voor een FND-MKB-innovatieproject 40 procent van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek of op experimentele ontwikkeling.

  • 2 Indien het totale subsidiebedrag voor de deelnemers van een FND-MKB-samenwerkingsverband meer bedraagt dan € 400.000, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

Artikel 5.22 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 5.23 [Vervallen per 20-08-2014]

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is twee jaar.

Artikel 5.24 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate het FND-MKB-innovatieproject meer bijdraagt aan:

    • a. de technologische vernieuwing of wezenlijke nieuwe toepassingen van een bestaande technologie;

    • b. het creëren van economische waarde voor de deelnemers in het samenwerkingsverband en de daarmee samenhangende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie;

    • c. de kwaliteit van de technologische samenwerking, tenminste blijkend uit de mate van complementariteit van de deelnemers, de mate van toereikendheid van de capaciteiten van de deelnemers en de mate van de kwaliteit van de projectorganisatie;

    • d. de verbetering van de ecologische of sociale prestaties van een deelnemer in een samenwerkingsverband, dan wel van de ecologische of sociale aspecten van de samenleving, waarbij onder verbetering van de sociale prestaties of van de sociale aspecten mede verstaan wordt: het realiseren van een bijdrage aan de volksgezondheid.

  • 2 Voor de rangschikking wegen de in het eerste lid vermelde criteria even zwaar.

Artikel 5.25 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde innovatieproject, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

Hoofdstuk 6. HTAS-innovatieprojecten [Vervallen per 20-08-2014]

§ 1. Begripsbepalingen HTAS-innovatieprojecten [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 6.1 [Vervallen per 20-08-2014]

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • HTAS-doorbraakproject: een samenhangend geheel van activiteiten,al dan niet opgesplitst in opeenvolgende deelprojecten, dat de strategische hoofddoelen van het innovatieprogramma High Tech Automotive Systems (HTAS) zoals genoemd in bijlage 6.1 haalbaar kan maken, en is gericht op de in de roadmap van HTAS benoemde prioriteiten zoals genoemd in bijlage 6.2, waarbij het gaat om een in internationaal perspectief nog niet gerealiseerde integrale technologie of innovatieve integratie van technieken;

  • HTAS-doorbraaksamenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit tenminste één MKB-ondernemer en tenminste één onderzoeksorganisatie en dat voor gezamenlijke rekening en risico een HTAS-doorbraakproject uitvoert;

  • HTAS-EVT-project: een innovatieproject bestaande uit experimentele ontwikkeling of een combinatie van experimentele ontwikkeling en industrieel onderzoek, dat bijdraagt aan en past binnen de strategische hoofddoelen van het HTAS-programma zoals genoemd in bijlage 6.1 en het thema, de specifieke doelen en de aandachtsgebieden zoals genoemd in bijlage 6.3;

  • HTAS-EVT-samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit twee of meer niet in een groep verbonden deelnemers, waarvan tenminste één MKB-ondernemer en een andere partij ofwel een ondernemer ofwel een onderzoeksorganisatie is dat een HTAS-EVT-project uitvoert;

  • HTAS-internationaal innovatieproject: een innovatieproject dat wordt uitgevoerd door een HTAS- internationaal innovatiesamenwerkingsverband en is voorzien van een Eureka-label of betreffende een samenwerkingsverband met Canada, Japan, Singapore of de Verenigde Staten van Amerika of een samenwerkingsverband op basis van een bilaterale samenwerkingsovereenkomst en dat bijdraagt aan en past binnen de doelstellingen en focusgebieden van het HTAS-programma zoals genoemd in bijlage 6.1;

  • HTAS- internationaal innovatiesamenwerkingsverband: een internationaal innovatiesamenwerkingsverband waarbij:

    • 1°. ten minste één van de partijen een in Nederland gevestigde ondernemer is die een HTAS-internationaal innovatieproject uitvoert, en

    • 2°. ten minste één van de partijen die deelnemen aan het HTAS-internationaal innovatiesamenwerkingsverband gevestigd is in een staat die deelneemt aan het Eureka-programma, in Canada, Japan, Singapore of de Verenigde Staten van Amerika of in een staat die deelneemt aan een bilaterale samenwerkingsovereenkomst en een HTAS-internationaal innovatieproject uitvoert.

§ 2. HTAS-doorbraakprojecten [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 6.2 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een deelnemer in een HTAS-doorbraaksamenwerkingsverband dat een HTAS-doorbraakproject uitvoert.

Artikel 6.3 [Vervallen per 20-08-2014]

De penvoerder is een deelnemer in het HTAS-doorbraaksamenwerkingsverband.

Artikel 6.4 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie voor een HTAS-doorbraakproject:

    • a. 50 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;

    • b. 35 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek en worden gemaakt door een ondernemer;

    • c. 25 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

  • 2 De percentages genoemd in het eerste lid, onderdeel b en c, worden verhoogd met 10 procentpunten indien subsidie wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer.

  • 3 Indien het totale subsidiebedrag voor de deelnemers van een HTAS-doorbraaksamenwerkingsverband meer bedraagt dan € 2.000.000, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

Artikel 6.5 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 6.6 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 2 De commissie bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven leden.

  • 3 De voorzitter en de andere leden worden benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaar.

Artikel 6.7 [Vervallen per 20-08-2014]

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is drie jaar.

Artikel 6.8 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag:

  • a. van een overheid of overheidsinstelling, tenzij het een onderzoeksorganisatie betreft;

  • b. indien de subsidiabele kosten van een HTAS-doorbraakproject minder dan € 1.500.000 bedragen;

  • c. indien het in onvoldoende mate gaat om het realiseren van een technologische doorbraak en er in onvoldoende mate sprake is van in internationaal perspectief nog niet gerealiseerde integrale technologie of innovatieve integratie van technieken;

  • d. indien er geen daadwerkelijke inbreng van het MKB is;

  • e. indien van het HTAS-doorbraakproject onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.

§ 3. HTAS-internationale innovatieprojecten [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 6.9 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een deelnemer in een HTAS-internationaal innovatiesamenwerkingsverband dat een HTAS-internationaal innovatieproject uitvoert.

Artikel 6.10 [Vervallen per 20-08-2014]

De penvoerder is een deelnemer in het HTAS-internationaal innovatiesamenwerkingsverband.

Artikel 6.11 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie voor een HTAS-internationaal innovatieproject:

    • a. 50 procent van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;

    • b. 35 procent van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek en worden gemaakt door een ondernemer;

    • c. 25 procent van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

  • 2 De percentages genoemd in het eerste lid, onderdeel b en c, worden verhoogd met 10 procentpunten indien subsidie wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer.

  • 3 Indien het totale subsidiebedrag voor de deelnemers van een HTAS-internationaal innovatiesamenwerkingsverband meer bedraagt dan € 1.000.000, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

Artikel 6.12 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 6.13 [Vervallen per 20-08-2014]

De adviescommissie, genoemd in artikel 6.6 heeft eveneens tot taak de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent de afwijzingsgronden, bedoeld in de artikelen 22 en 23, onderdelen e tot en met h, van het Kaderbesluit EZ-subsidies en in artikel 6.14 en de rangschikkingscriteria, bedoeld in artikel 6.15.

Artikel 6.14 [Vervallen per 20-08-2014]

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is drie jaar.

Artikel 6.15 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag

  • a. van een overheid of overheidsinstelling, tenzij het een onderzoeksorganisatie betreft;

  • b. wanneer het project niet past binnen de focusgebieden van het HTAS-innovatieprogramma zoals omschreven in bijlage 6.1;

  • c. indien van het HTAS-internationaal innovatieproject project onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.

Artikel 6.16 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate een HTAS-internationaal innovatieproject meer voldoet aan de volgende criteria:

    • a. technologische vernieuwing of wezenlijke nieuwe toepassingen van een bestaande technologie;

    • b. de doelmatigheid en de doeltreffendheid van een project, de nieuwheid van een samenwerkingsverband en de betrokkenheid van de onderzoeksorganisaties;

    • c. de verwachte economische waarde van de projectresultaten, de aansluiting bij de doelstellingen van de deelnemers en de uitgebreidheid van de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten;

    • d. de in bijlage 6.1opgenomen doelstellingen en focusgebieden van het HTAS-innovatieprogramma.

  • 2 Voor de rangschikking wegen de in het eerste lid genoemde criteria even zwaar.

Artikel 6.17 [Vervallen per 20-08-2014]

In afwijking van artikel 39 van het Kaderbesluit EZ-subsidies brengt een subsidie-ontvanger steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de minister schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het HTAS-internationaal innovatieproject, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de beschikking tot subsidieverlening vermelde raming van de subsidiabele kosten.

§ 4. HTAS-projecten elektrische voertuigtechnologie [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 6.18 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een deelnemer in een HTAS-EVT-samenwerkingsverband dat een HTAS-EVT-project uitvoert.

Artikel 6.19 [Vervallen per 20-08-2014]

De penvoerder is een ondernemer in het HTAS-EVT-samenwerkingsverband.

Artikel 6.20 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie:

    • a. 50 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;

    • b. 35 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek en worden gemaakt door een ondernemer;

    • c. 25 procent van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

  • 2 De percentages, genoemd in het eerste lid, onderdeel b en c, worden verhoogd met 10 procentpunten indien subsidie wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer.

  • 3 Indien het subsidiebedrag voor een HTAS-EVT-project de € 2.000.000 overschrijdt, wordt het meerdere in mindering gebracht op de subsidiabele kosten, zoals deze worden gebruikt voor de berekening op grond van het eerste en tweede lid naar rato van het onderlinge gewicht van de subsidiepercentages voor die kosten.

Artikel 6.21 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 6.22 [Vervallen per 20-08-2014]

De adviescommissie, genoemd in artikel 6.6 heeft eveneens tot taak de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent de afwijzingsgronden, bedoeld in de artikelen 22 en 23, onderdelen e tot en met i, van het Kaderbesluit EZ-subsidies en in artikel 6.24 en de rangschikkingscriteria, bedoeld in artikel 6.25.

Artikel 6.23 [Vervallen per 20-08-2014]

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies eindigt op 31 december 2011.

Artikel 6.24 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. hij de subsidiabele kosten van een HTAS-EVT-project raamt op minder dan € 1.000.000;

  • b. van het HTAS-EVT-project project onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;

  • c. het project onvoldoende bijdraagt aan de strategische hoofddoelen genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 6.1;

  • d. het project onvoldoende bijdraagt aan het thema en daarbij behorende specifieke doelstellingen en aandachtsgebieden genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 6.3.

Artikel 6.25 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate een HTAS-EVT-project meer voldoet aan de volgende criteria:

    • a. technologische vernieuwing of wezenlijke nieuwe toepassingen van een bestaande technologie;

    • b. de kwaliteit van de samenwerking tenminste blijkend uit de complementariteit van de deelnemers, de mate van betrokkenheid van MKB-ondernemingen en de nieuwheid van een samenwerkingsverband;

    • c. duurzaam economisch perspectief van projectresultaten, uitgebreidheid van de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten;

    • d. het in bijlage 6.3 opgenomen thema en de daarbij behorende specifieke doelen en aandachtsgebieden.

  • 2 Voor de rangschikking wegen de in het eerste lid genoemde criteria even zwaar.

Artikel 6.26 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde HTAS-EVT-project, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

Artikel 6.27 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 3 In afwijking van artikel 46, vierde lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies bedraagt het voorschot aan een deelnemer in een HTAS-EVT-samenwerkingsverband 100 procent van het bedrag dat in de perioden volgend op de tijdstippen, bedoeld in het tweede lid, maximaal voor subsidie in aanmerking komt.

Hoofdstuk 7. InnoWATOR [Vervallen per 20-08-2014]

§ 1. Begripsbepalingen InnoWATOR [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 7.1 [Vervallen per 20-08-2014]

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • innoWATOR-project: een innovatieproject, bestaande uit industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een combinatie daarvan, dat is gericht op de ontwikkeling van een product, proces of dienst en dat past binnen bijlage 7.1;

  • internationaal innoWATOR-project:een innovatieproject, bestaande uit industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een combinatie daarvan dat, hetzij is voorzien van een EUREKA-label hetzij een samenwerkingsverband betreft met een van de geïndustrialiseerde landen of India, dat is gericht op de ontwikkeling van een project, proces of dienst en dat past binnen bijlage 7.1 van deze regeling;

  • innoWATOR-samenwerkingsverband: een innovatiesamenwerkingsverband dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van een innoWATOR-project en waaraan ten minste één in Nederland gevestigde ondernemer deelneemt;

  • internationaal innoWATOR-samenwerkingsverband: een innovatie samenwerkingsverband dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van een internationaal innoWATOR-project en waaraan ten minste één in Nederland gevestigde ondernemer deelneemt en één andere partij deelneemt die is gevestigd in een staat die deelneemt aan het Eureka-programma of die is gevestigd in een geïndustrialiseerd land of die is gevestigd in India.

§ 2. InnoWATOR-projecten [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 7.2 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een deelnemer in een innoWATOR-samenwerkingsverband dat een innoWATOR-project uitvoert.

Artikel 7.3 [Vervallen per 20-08-2014]

De penvoerder is een ondernemer.

Artikel 7.4 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie voor een innoWATOR-project:

    • a. 50 procent van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;

    • b. 35 procent van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek en worden gemaakt door een ondernemer;

    • c. 25 procent van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

  • 2 De percentages, genoemd in het eerste lid, onderdelen b en c, worden verhoogd met 10 procentpunten indien subsidie wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer.

  • 3 Indien het totale subsidiebedrag voor de deelnemers van een innoWATOR-samenwerkingsverband meer bedraagt dan € 500.000, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

Artikel 7.5 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen

Artikel 7.6 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 2 De commissie bestaat uit ten minste drie en ten hoogste 21 leden.

  • 3 De voorzitter en de andere leden worden benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaar.

Artikel 7.7 [Vervallen per 20-08-2014]

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is drie jaar.

Artikel 7.8 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. hij de subsidiabele kosten raamt op minder dan € 150.000;

  • b. het project onvoldoende bijdraagt aan de doelstellingen genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 7.1;

  • c. er geen relevante potentiële eindgebruiker van de te ontwikkelen technologie bij het project betrokken is;

  • d. van het innoWATOR-project onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.

Artikel 7.9 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate:

    • a. de kwaliteit van de samenwerking beter is, tenminste blijkend uit de mate van complementariteit van de deelnemers, de mate van toereikendheid van de capaciteiten van de deelnemers, de mate van de kwaliteit van de projectorganisatie, de betrokkenheid van een MKB-ondernemer en van een onderzoeksorganisatie bij het innoWATOR-project;

    • b. het meer bijdraagt aan technologische innovatie, tenminste blijkend uit de mate waarin kennis uit een onderzoeksorganisatie wordt aangewend ten behoeve van het innoWATOR-project;

    • c. het meer bijdraagt aan het duurzaam Nederlands economisch perspectief, tenminste blijkend uit de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten;

    • d. de betrokkenheid van een relevante beoogde eindgebruiker van de te ontwikkelen technologie, al of niet als deelnemer in het samenwerkingsverband, groter is.

  • 2 Voor de rangschikking wegen de in het eerste lid vermelde criteria even zwaar.

Artikel 7.10 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde innoWATOR-project, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

§ 3. Internationale innoWATOR-projecten [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 7.11 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een deelnemer in een internationaal innoWATOR-samenwerkingsverband dat een internationaal innoWATOR-project uitvoert.

Artikel 7.11a [Vervallen per 20-08-2014]

De penvoerder is een ondernemer.

Artikel 7.12 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie voor een innoWATOR-project:

    • a. 50 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;

    • b. 35 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek en worden gemaakt door een ondernemer;

    • c. 25 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

  • 2 De percentages, genoemd in het eerste lid, onderdelen b en c, worden verhoogd met 10 procentpunten indien subsidie wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer.

  • 3 Indien het totale subsidiebedrag voor de deelnemers van een internationaal innoWATOR-samenwerkingsverband meer bedraagt dan € 500.000, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

Artikel 7.13 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 7.14 [Vervallen per 20-08-2014]

De adviescommissie, genoemd in artikel 7.6 heeft eveneens tot taak de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent de afwijzingsgronden, bedoeld in de artikelen 22 en 23, onderdelen e tot en met h, van het Kaderbesluit EZ-subsidies en in artikel 7.16.

Artikel 7.15 [Vervallen per 20-08-2014]

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is drie jaar.

Artikel 7.16 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

    • a. hij de subsidiabele kosten raamt op minder dan € 150.000;

    • b. het internationaal innoWATOR-project onvoldoende bijdraagt aan de doelstellingen genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 7.1;

    • c. er geen relevante potentiële eindgebruiker van de te ontwikkelen technologie bij het internationaal innoWATOR-project betrokken is;

    • d. van het Internationaal innoWATOR-project onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;

    • e. hij het internationaal innoWATOR-project kwalitatief als onvoldoende aanmerkt, waarbij de kwaliteit uitsluitend wordt beoordeeld aan de hand van de volgende beoordelingscriteria:

      • 1°. de kwaliteit van het internationaal innoWATOR-samenwerkingsverband, tenminste blijkend uit de mate van complementariteit van de deelnemers, de mate van toereikendheid van de capaciteiten van de deelnemers, de mate van kwaliteit van de projectorganisatie en de betrokkenheid van een MKB-ondernemer en van een onderzoeksorganisatie bij het internationale innoWATOR-project;

      • 2°. de bijdrage aan technologische innovatie, tenminste blijkend uit de mate waarin kennis uit een onderzoeksorganisatie wordt aangewend ten behoeve van het internationale innoWATOR-project;

      • 3°. de bijdrage aan het duurzaam Nederlands economisch perspectief, tenminste blijkend uit de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten;

      • 4°. de mate van betrokkenheid van een relevante beoogde eindgebruiker van de te ontwikkelen technologie, al of niet als deelnemer in het samenwerkingsverband.

  • 2 Aan de in het eerste lid, onderdeel e, vermelde beoordelingscriteria wordt hetzelfde gewicht toegekend.

Artikel 7.17 [Vervallen per 01-03-2009]

Artikel 7.18 [Vervallen per 20-08-2014]

In afwijking van artikel 39 van het Kaderbesluit EZ-subsidies brengt de subsidie-ontvanger steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de minister schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het internationaal innoWATOR-project met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de beschikking tot subsidieverlening vermelde raming van de subsidiabele kosten.

Artikel 7.19 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde internationaal innoWATOR-project, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

§ 4. InnoWATOR-garantiefaciliteit [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 7.20 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een ondernemer die voornemens is een innovatief product, proces of dienst, passende binnen bijlage 7.1, met het oog op een eerste toepassing in de praktijk te verkopen of te verhuren, voor de kosten van aanpassingen van dit product, dit proces of die dienst na de terbeschikkingstelling hiervan aan de koper, respectievelijk de huurder.

  • 2 De subsidie heeft slechts betrekking op een aanpassing die:

    • a. betrekking heeft op de experimentele ontwikkeling van het innovatieve deel van het product, het proces of de dienst,

    • b. plaatsvindt in de periode van drie maanden tot twee jaar na het tijdstip waarop het product, het proces of de dienst in gebruik wordt genomen,

    • c. ten tijde van de verkoop of verhuur niet kon worden voorzien en

    • d. noodzakelijk is voor het behalen van de tussen de ondernemer en de koper of de huurder overeengekomen prestatie-indicatoren.

Artikel 7.21 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de in artikel 7.20 bedoelde subsidie 25% van de subsidiabele kosten, welk percentage wordt verhoogd met 10 procentpunten indien subsidie wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer.

  • 2 Het maximum subsidiebedrag bedraagt € 500.000 per subsidie-ontvanger.

Artikel 7.22 [Vervallen per 20-08-2014]

Voor subsidie komen de kosten in aanmerking, bedoeld in artikel 10 van het Kaderbesluit EZ-subsidies, tot ten hoogste het bedrag van de investeringskosten voor het innovatieve aspect van het product, het proces of de dienst.

Artikel 7.23 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 7.24 [Vervallen per 20-08-2014]

De in artikel 7.6 bedoelde adviescommissie heeft eveneens tot taak de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent de afwijzingsgronden, bedoeld in de artikelen 22 en 23, onderdelen e tot en met h, van het Kaderbesluit EZ-subsidies en in artikel 7.25.

Artikel 7.25 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. de verkoop of verhuur van het product, het proces of de dienst onvoldoende bijdraagt aan de doelstellingen genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 7.1;

  • b. van de verkoop of verhuur van het product, het proces of de dienst onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;

  • c. niet aannemelijk is dat zal worden voldaan aan de prestatie-indicatoren die tussen de subsidie-aanvrager en de koper of de huurder overeen worden gekomen.

Artikel 7.26 [Vervallen per 20-08-2014]

De beschikking tot verlenen van een subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat:

  • a. binnen dertien weken na de beschikking tussen de subsidie-ontvanger en de koper of de huurder een overeenkomst tot koop of tot huur tot stand komt die verplicht tot terbeschikkingstelling van het product, het proces of de dienst, die een maatstaf voor de te leveren prestatie bevat in de vorm van prestatie-indicatoren en die overeenkomt met de concept-overeenkomst die bij de subsidie-aanvraag is overgelegd;

  • b. zich omstandigheden voordoen die nopen tot aanpassing van het product, het proces of de dienst voor het behalen van de tussen de ondernemer en de derde overeengekomen prestatie-indicatoren en die ten tijde van de verkoop of verhuur niet konden worden voorzien.

Artikel 7.27 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger meldt aan de minister indien zich omstandigheden voordoen die nopen tot aanpassing van het product, het proces of de dienst voor het behalen van de tussen de ondernemer en de koper of de huurder overeengekomen prestatie-indicatoren en die ten tijde van de verkoop of verhuur niet konden worden voorzien.

  • 2 Indien de subsidie-ontvanger aannemelijk maakt dat wordt voldaan aan de voorwaarde, genoemd in artikel 7.26, onderdeel b, bepaalt de minister bij beschikking het bedrag van de kosten van de desbetreffende aanpassing dat maximaal voor subsidie in aanmerking komt.

  • 3 Indien uit een tweede of volgende melding als bedoeld in het eerste lid blijkt dat zich opnieuw omstandigheden als bedoeld in het eerste lid voordoen, bepaalt de minister het bedrag van de kosten van de desbetreffende aanpassing dat maximaal voor subsidie in aanmerking komt en wijzigt hij de in het tweede lid bedoelde beschikking zodanig dat het in de beschikking genoemde bedrag het totaal vormt van de kosten van de gemelde aanpassingen die maximaal voor subsidie in aanmerking komen.

Artikel 7.28 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde innovatieproject, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de beschikking tot subsidievaststelling.

Hoofdstuk 8. Maritiem [Vervallen per 20-08-2014]

§ 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 8.1 [Vervallen per 20-08-2014]

  • maritiem innovatieproject: een samenhangend geheel van activiteiten bestaande uit industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of een combinatie hiervan dat past binnen bijlage 8.1;

  • maritiem innovatiesamenwerkingsverband: een samenwerkingsverband dat is opgericht ten behoeve van een maritiem innovatieproject, waarbij ten minste één van de partijen een ondernemer is en een andere partij een ondernemer of een onderzoeksorganisatie is;

  • maritiem MKB-project: een samenhangend geheel van activiteiten dat leidt tot een schriftelijk rapport met een inschatting van de technische en economische mogelijkheden van een innovatieproject dat past binnen de hoofddoelstelling, genoemd in paragraaf 2 van bijlage 8.1;

  • maritiem MKB-samenwerkingsverband: een samenwerkingsverband dat is opgericht voor de uitvoering van een maritiem MKB-project, waarbij ten minste één van de partijen een MKB-ondernemer is die ten minste 15 procent van de subsidiabele activiteiten voor eigen rekening en risico uitvoert, en een andere partij een ondernemer of een onderzoeksorganisatie is.

§ 2. Maritieme MKB-projecten [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 8.2 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een deelnemer in een maritiem MKB-samenwerkingsverband, dat een maritiem MKB-project uitvoert, of aan een MKB-ondernemer, die een maritiem MKB-project uitvoert.

Artikel 8.3 [Vervallen per 20-08-2014]

De penvoerder is een MKB-ondernemer.

Artikel 8.4 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie voor een maritiem MKB-project 50 procent van de subsidiabele kosten.

  • 2 Indien het totale subsidiebedrag voor de deelnemers van een MKB-samenwerkingsverband meer bedraagt dan € 100.000, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

Artikel 8.5 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 8.6 [Vervallen per 20-08-2014]

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is een jaar.

Artikel 8.7 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. van het maritiem MKB-project onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;

  • b. het maritiem MKB-project onvoldoende bijdraagt aan de hoofddoelstelling, genoemd in paragraaf 2 van bijlage 8.1;

  • c. het innovatieproject waarop het maritiem MKB-project betrekking heeft onvoldoende technisch risicovol is;

  • d. het innovatieproject waarop het maritiem MKB-project betrekking heeft onvoldoende economische perspectieven en toepassingsmogelijkheden biedt;

  • e. de MKB-ondernemer, die geen deel uitmaakt van een maritiem MKB-samenwerkingsverband, geen redelijk deel van de activiteiten heeft uitbesteed aan andere natuurlijke personen of rechtspersonen die niet met hem in een groep of andere economische eenheid zijn verbonden.

Artikel 8.7a [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde maritiem MKB-project, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

§ 3. Maritieme innovatieprojecten [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 8.8 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een deelnemer in een maritiem innovatiesamenwerkingsverband, dat een maritiem innovatieproject uitvoert, of aan een MKB-ondernemer, die een maritiem innovatieproject uitvoert.

Artikel 8.9 [Vervallen per 20-08-2014]

De penvoerder is een ondernemer.

Artikel 8.10 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie voor een maritiem innovatieproject:

    • a. 50 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;

    • b. 35 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek en worden gemaakt door een ondernemer;

    • c. 25 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

  • 2 De percentages, genoemd in het eerste lid, onderdeel b en c, worden verhoogd met 10 procentpunten indien subsidie wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer.

  • 3 Het maximum subsidiebedrag bedraagt € 1.000.000 per subsidie-ontvanger indien subsidie wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer, die geen deel uitmaakt van een maritiem innovatiesamenwerkingsverband.

  • 4 Indien het totale subsidiebedrag voor de deelnemers van een maritiem innovatiesamenwerkingsverband meer bedraagt dan € 1.000.000, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

Artikel 8.11 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 8.12 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 2 De commissie bestaat uit ten minste drie en ten hoogste elf leden.

  • 3 De voorzitter en de andere leden worden benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaar.

Artikel 8.13 [Vervallen per 20-08-2014]

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is vier jaar.

Artikel 8.14 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. van het maritiem innovatieproject onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;

  • b. hij de subsidiabele kosten raamt op minder dan € 200.000;

  • c. onvoldoende samenhang in het project aanwezig is, gelet op de verhouding tussen de voorgenomen kosten en de omvang van de activiteiten van het maritiem innovatieproject;

  • d. de MKB-ondernemer, die geen deel uitmaakt van een maritiem innovatiesamenwerkingsverband, geen redelijk deel van de activiteiten heeft uitbesteed aan andere natuurlijke personen of rechtspersonen die niet met hem in een groep of andere economische eenheid zijn verbonden.

Artikel 8.15 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate:

    • a. de kwaliteit van de samenwerking hoger is;

    • b. zij meer bijdragen aan technologische innovatie;

    • c. het economisch perspectief, tenminste blijkend uit de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten alsmede het perspectief op arbeidsplaatsen of kennisuitwisseling met human capital, beter is;

    • d. het meer bijdraagt aan duurzaamheid;

    • e. het meer bijdraagt aan bijlage 8.1.

  • 2 Voor de rangschikking wegen de in het eerste lid vermelde criteria even zwaar.

Artikel 8.16 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde maritiem innovatieproject, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

Hoofdstuk 9. Point-One [Vervallen per 20-08-2014]

§ 1. Begripsbepalingen Point-One [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 9.1 [Vervallen per 20-08-2014]

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • Europees Point-One samenwerkingsverband: een consortium van ondernemingen en eventueel andere partners, bijvoorbeeld onderzoeksorganisaties, dat zich in ten minste twee EUREKA-landen bevindt;

  • Internationaal Point-One R&D-project: een samenhangend geheel van activiteiten, uitgevoerd door een Internationaal R&D-samenwerkingsverband, bestaande uit industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of een combinatie hiervan, dat is voorzien van een ITEA2, Catrene of MEDEA+ label en dat leidt tot een nieuw product, proces of tot een nieuwe dienst;

  • Internationaal Point-One R&D-samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit twee of meer niet in een groep verbonden in Nederland gevestigde deelnemers, waaronder één MKB-ondernemer, dat onderdeel uitmaakt van een Europees samenwerkingsverband en dat is opgericht voor de uitvoering van een Internationaal Point-One R&D-project;

  • Point-One haalbaarheidsproject: een samenstel van activiteiten, dat leidt tot een schriftelijk rapport met een inschatting van de technische en economische mogelijkheden van een Point-One R&D-project of een Point-One MKB-innovatieproject;

  • Point-One MKB-innovatieproject: een samenhangend geheel van activiteiten, uitgevoerd door een Point-One MKB-samenwerkingsverband, bestaande uit industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of een combinatie hiervan, dat leidt tot een nieuw product of proces of tot een nieuwe dienst;.

  • Point-One MKB-samenwerkingsverband:een samenwerkingsverband waaraan tenminste twee in Nederland gevestigde MKB-ondernemers deelnemen;

  • Point-One R&D-project: een samenhangend geheel van activiteiten, uitgevoerd door een Point-One R&D-samenwerkingsverband, bestaande uit industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of een combinatie hiervan, dat leidt tot een nieuw product of proces of tot een nieuwe dienst;

  • Point-OnePoint-One R&D-samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit twee of meer niet in een groep verbonden in Nederland gevestigde deelnemers, waaronder minstens twee ondernemers, waarvan één MKB-ondernemer, dat is opgericht voor de uitvoering van een Point-One R&D-project;

  • Point-One University-Industry Interaction project: een samenhangend geheel van activiteiten, uitgevoerd door een Point-One University-Industry Interaction samenwerkingsverband, bestaande uit fundamenteel of industrieel onderzoek of een combinatie hiervan, dat leidt tot kennisopbouw voor de middellange of lange termijn ten behoeve van nieuwe producten, processen of diensten;

  • Point-One University-Industry Interaction samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheidbezittend verband, bestaande uit tenminste één in Nederland gevestigde publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie en tenminste één in Nederland gevestigde ondernemer.

§ 2. Point-One haalbaarheidsprojecten [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 9.1a [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een MKB-ondernemer voor het uitvoeren van een Point-One haalbaarheidsproject dat past binnen de technologische gebieden als genoemd in bijlage 9.1.

Artikel 9.1b [Vervallen per 20-08-2014]

  • 2 Het maximum subsidiebedrag bedraagt € 50.000 per haalbaarheidsproject.

Artikel 9.1c [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 9.1d [Vervallen per 20-08-2014]

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is één jaar.

Artikel 9.1e [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. het Point-One haalbaarheidsproject onvoldoende bijdraagt aan de doelstellingen opgenomen in bijlage 9.1;

  • b. het onderzoeks- en ontwikkelingstraject waarop het Point-One haalbaarheidsproject betrekking heeft onvoldoende technisch risico bevat of onvoldoende economisch ambitieus is;

  • c. het Point-One haalbaarheidsproject onvoldoende inzicht zal geven in economisch perspectief, toepassingsmogelijkheden en R&D-kansen van het onderzoeks- en ontwikkelingstraject.

Artikel 9.1f [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde project, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

§ 2a. Point-One MKB-innovatieprojecten [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 9.2 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een MKB-ondernemer in een Point-One MKB-samenwerkingsverband voor het uitvoeren van een Point-One MKB-innovatieproject dat past binnen de technologische gebieden, genoemd in bijlage 9.1.

Artikel 9.2a [Vervallen per 20-08-2014]

De penvoerder is een MKB-ondernemer.

Artikel 9.3 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie:

    • a. 45 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;

    • b. 35 procent van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

  • 2 Indien het totale subsidiebedrag voor de deelnemers van een Point-One MKB-samenwerkingsverband meer bedraagt dan € 300.000, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

Artikel 9.4 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 9.5 [Vervallen per 20-08-2014]

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies, is twee jaar.

Artikel 9.6 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. het Point-One MKB-innovatieproject onvoldoende bijdraagt aan de doelstellingen opgenomen in bijlage 9.1;

  • b. het Point MKB-innovatieproject onvoldoende technisch risico bevat;

  • c. het Point-One MKB-innovatieproject onvoldoende economisch perspectief bevat;

  • d. de samenwerking van het Point-One MKB-samenwerkingsverband niet complementair en evenwichtig is.

Artikel 9.7 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde project, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

§ 3. Point-One R&D-projecten [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 9.8 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een deelnemer in een Point-One R&D-samenwerkingsverband die een Point-One R&D-project uitvoert dat past binnen de technologische gebieden zoals genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 9.1.

Artikel 9.8a [Vervallen per 20-08-2014]

De penvoerder is een ondernemer.

Artikel 9.9 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie:

    • a. 50 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;

    • b. 35 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek en worden gemaakt door een ondernemer;

    • c. 25 procent van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

  • 2 De percentages, genoemd in het eerste lid, onderdeel b en c, worden verhoogd met 10 procentpunten indien subsidie wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer.

  • 3 Indien het totale subsidiebedrag voor de deelnemers van een Point-One R&D-samenwerkingsverband meer bedraagt dan € 1.500.000, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

Artikel 9.10 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 9.11 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 2 De commissie bestaat uit ten minste drie en ten hoogste twintig leden.

  • 3 De voorzitter en de andere leden worden benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaar.

Artikel 9.12 [Vervallen per 20-08-2014]

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is drie jaar.

Artikel 9.13 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. hij de subsidiabele kosten raamt op minder dan € 500.000;

  • b. het onaannemelijk is dat ten minste 20 procent van de werkzaamheden wordt uitgevoerd door MKB-ondernemers in het Point-One R&D samenwerkingsverband;

  • c. onvoldoende samenhang in het project aanwezig is, gelet op de verhouding tussen de voorgenomen kosten en de omvang van de activiteiten van het Point-One R&D-project;

  • d. van het project onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.

Artikel 9.14 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate een Point-One R&D-project meer bijdraagt aan:

    • a. de doelstellingen van bijlage 9.1;

    • b. een brede betrokkenheid van verschillende partijen bij het Point-One R&D-project, met name van MKB-ondernemers;

    • c. de kwaliteit van de samenwerking in het Point-One R&D-project met het oog op het bereiken van de Research & Development doelstellingen.

    • d. technologische- en procesinnovatie;

    • e. het duurzaam economisch perspectief, ten minste blijkend uit de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten alsmede het perspectief op arbeidsplaatsen of kennisuitwisseling met human capital.

  • 2 Voor de rangschikking wegen de in het eerste lid genoemde criteria even zwaar.

Artikel 9.15 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger is verplicht zorg te dragen voor de openbaarmaking van de algemene kennis die voorvloeit uit de resultaten van het Point-One R&D-project.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

Artikel 9.16 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde project, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

§ 4. Internationale Point-One R&D-projecten [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 9.17 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een deelnemer in een Internationaal Point-One R&D-samenwerkingsverband voor het uitvoeren van een Internationaal Point-One R&D-project dat past binnen de technologische gebieden zoals genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 9.1.

Artikel 9.17a [Vervallen per 20-08-2014]

De penvoerder is een ondernemer.

Artikel 9.18 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie:

    • a. 50 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;

    • b. 35 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek en worden gemaakt door een ondernemer;

    • c. 25 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

  • 2 De percentages, genoemd in het eerste lid, onderdeel b en c, worden verhoogd met 10 procentpunten indien subsidie wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer.

  • 3 Indien het totale subsidiebedrag voor de deelnemers van een Internationaal Point-One R&D-samenwerkingsverband meer bedraagt dan € 4.000.000, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

Artikel 9.19 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 9.20 [Vervallen per 20-08-2014]

De in artikel 9.11 genoemde adviescommissie heeft tevens tot taak de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent de afwijzingsgronden, bedoeld in de artikelen 22 en 23, onderdelen e tot en met h, van het Kaderbesluit EZ-subsidies en in artikel 9.22 en de rangschikkingscriteria, bedoeld in artikel 9.23.

Artikel 9.21 [Vervallen per 20-08-2014]

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is drie jaar.

Artikel 9.22 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. hij de subsidiabele kosten raamt op minder dan € 1.000.000;

  • b. onvoldoende samenhang in het project aanwezig is, gelet op de verhouding tussen de voorgenomen kosten en de omvang van de activiteiten van het Internationaal Point-One R&D-project;

  • c. van het project onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.

Artikel 9.23 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate een Internationaal Point-One R&D-project meer bijdraagt aan:

    • a. de doelstellingen van bijlage 9.1;

    • b. een brede betrokkenheid van verschillende partijen bij het Internationaal Point-One R&D-project, met name van het MKB;

    • c. de kwaliteit van de samenwerking in het Internationaal Point-One R&D-project met het oog op het bereiken van de Research & Development doelstellingen en strategische afstemming met andere clusters;

    • d. technologische- en procesinnovatie;

    • e. het duurzaam economisch perspectief, ten minste blijkend uit de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten alsmede het perspectief op arbeidsplaatsen of kennisuitwisseling met human capital.

  • 2 Voor de rangschikking wegen de in het eerste lid genoemde criteria even zwaar.

Artikel 9.24 [Vervallen per 20-08-2014]

  • 1 De subsidie-ontvanger is verplicht zorg te dragen voor de openbaarmaking van de algemene kennis die voorvloeit uit de resultaten van het internationale Point-One R&D-project.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

§ 5. University-Industry Interaction [Vervallen per 20-08-2014]

Artikel 9.25 [Vervallen per 20-08-2014]

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een deelnemer in een Point-One University-Industry Interaction samenwerkingsverband dat een Point-One University-Industry Interaction project uitvoert dat past binnen de technologische gebieden zoals genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 9.1.

Artikel 9.26 [Vervallen per 20-08-2014]