Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Openstellingsbesluit innovatie groen onderwijs 2009

Geldend van 01-01-2009 t/m heden

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 5 december 2008, nr. TRCJZ/2008/3485, houdende openstelling van de Regeling kennisverspreiding en innovatie groen onderwijs (Openstellingsbesluit innovatie groen onderwijs 2009)

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

De instellingen, genoemd in artikel 1, onderdeel b, van de regeling, kunnen met ingang van 15 januari 2009 tot en met 2 maart 2009 een aanvraag als bedoeld in artikel 7 of 8 van de regeling indienen.

Artikel 3

  • 1 Subsidie kan worden verleend voor programma’s en programmaonderdelen, ingediend in de periode, bedoeld in artikel 2, voor de categorieën en de thema’s, genoemd in de bijlage bij dit openstellingsbesluit.

  • 2 Subsidie voor een project, niet zijnde een programmaonderdeel, wordt uitsluitend verleend voor de categorie kenniscirculatie, genoemd in de bijlage bij dit openstellingsbesluit.

  • 3 Onverminderd artikel 9 en 10 van de regeling beoordeelt de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een aanvraag als bedoeld in artikel 7 en 8 van de regeling in voorkomend geval op de mate waarin de activiteiten gericht zijn op de doelgroepen, genoemd in de bijlage bij dit openstellingsbesluit, behorende bij het thema, waarop de aanvraag is gericht.

  • 4 De thema’s, bedoeld in het eerste lid, zijn gerangschikt binnen de hoofdthema’s, genoemd in de bijlage bij dit openstellingsbesluit.

Artikel 4

De aanvraag voor een programma omvat in ieder geval:

  • a) een beschrijving van de aanleiding, van het doel en van de doelgroep of doelgroepen van het programma in relatie tot het doel van de regeling, en in relatie tot één of meer van de thema’s, bedoeld in artikel 3, eerste lid;

  • b) een beschrijving van de doelstellingen van het programma, gedetailleerd voor de komende twee jaren en op hoofdlijnen voor de lange termijn;

  • c) een beschrijving van de voorgenomen activiteiten binnen het aangevraagde programma gedurende de looptijd van dat programma en van de relatie van die activiteiten met activiteiten bij doelgroepen en binnen het landbouwonderwijs en het landbouwkundige onderzoek;

  • d) een activiteitenplan, gedetailleerd voor het komende jaar en opgesteld op hoofdlijnen voor de overige jaren, inclusief samenvattingen van uitvoeringsplannen van lopende en voorgenomen programmaonderdelen;

  • e) een beschrijving van de programmaorganisatie, waarbij in ieder geval de personele inzet van de penvoerder, deelnemende instellingen, ondersteunende organisaties en onderzoeksinstellingen worden vermeld;

  • f) een sluitende en onderbouwde begroting, in voorkomend geval gespecificeerd naar de verschillende samenwerkende instellingen en gespecificeerd naar de verschillende subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 5 van de regeling;

  • g) een beschrijving van de wijze waarop de resultaten van het programma gedurende en na afloop van de looptijd daarvan beschikbaar worden gesteld en de wijze waarop die resultaten worden verspreid;

  • h) een beschrijving van de wijze waarop relevantie en succes van het programma worden gemeten;

  • i) de looptijd van het programma, inclusief de start- en einddatum;

  • j) een beschrijving van de wijze waarop de kwaliteit van de activiteiten binnen het programma wordt geborgd, en

  • k) in voorkomend geval, een beschrijving van het samenwerkingsverband, dat aantoonbaar tot uitdrukking komt in de activiteiten en financiering van het programma en vastgelegd is in één door alle partners getekende samenwerkingsovereenkomst, waarin de personele en financiële bijdragen van de partners zijn vermeld.

Artikel 5

  • 1 De aanvraag tot subsidieverlening voor een project omvat in ieder geval:

    • a) een beschrijving van het doel en van de doelgroepen van het project in relatie tot de doelstelling van de regeling;

    • b) een beschrijving van de beoogde resultaten van het project, waaruit in ieder geval blijkt op welke wijze het project bijdraagt aan de ontwikkeling van landelijke activiteiten op het gebied van landbouwonderwijs en landbouwkundig onderzoek;

    • c) een beschrijving van de aard van het project en de positionering van dat project ten opzichte van activiteiten bij doelgroepen en binnen het onderwijs, die op het moment van indienen van de aanvraag worden uitgevoerd;

    • d) een beschrijving van de redenen voor het uitvoeren van het project, waarbij in ieder geval aandacht wordt besteed aan de problematiek die het project aanspreekt en de relatie van die problematiek tot het thema of de thema’s, waarbinnen het beoogde project valt;

    • e) een beschrijving van de begrenzing van de reikwijdte van het project en een beschrijving van de randvoorwaarden van het project;

    • f) een uitgewerkt activiteitenplan waarin in ieder geval de producten waartoe het project leidt worden beschreven;

    • g) de looptijd van het project, inclusief de start- en einddatum;

    • h) een beschrijving van de projectorganisatie, waarbij in ieder geval de instellingen die deel uitmaken van een eventueel samenwerkingsverband, de projectleider en de contactpersoon worden vermeld;

    • i) een sluitende en onderbouwde begroting, in voorkomend geval gespecificeerd naar de verschillende samenwerkende instellingen en gespecificeerd naar de verschillende subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 5 van de regeling;

    • j) in voorkomend geval, een beschrijving van het samenwerkingsverband, dat aantoonbaar tot uitdrukking komt in de activiteiten en financiering van het project en vastgelegd is in één door alle partners getekende samenwerkingsovereenkomst, waarin de personele en financiële bijdrage van de partners zijn vermeld;

    • k) een beschrijving van de beoogde wijze van beschikbaar stellen en verspreiden van de resultaten van het project tijdens en na afloop van dat project, en

    • l) een beschrijving van de wijze waarop relevantie en succes van het project worden gemeten.

  • 2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt, een aanvraag tot subsidieverlening voor een programmaonderdeel, alleen in behandeling genomen indien de relatie met het programma als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, waarbinnen het beoogde programmaonderdeel valt, duidelijk is beschreven.

  • 3 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt, in een aanvraag tot subsidieverlening voor een project, niet zijnde een programmaonderdeel, de wijze waarop de kwaliteit van dat project wordt geborgd, beschreven.

Artikel 6

  • 1 Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de regeling voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 2, is € 8.000.000,–, waarvan

    • € 7.500.000,– beschikbaar is voor programma’s en programmaonderdelen, en

    • € 500.000,– beschikbaar is voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen.

  • 2 De beschikbare subsidie voor programma’s en programmaonderdelen wordt als volgt verdeeld:

    • € 4.000.000,– voor hoofdthema’s Groene economie en Gezonde voeding, genoemd in de bijlage bij deze regeling;

    • € 2.000.000,– voor hoofdthema Natuur, Landschap en een Vitaal platteland, genoemd in de bijlage bij deze regeling, en

    • € 1.500.000,– voor thema’s binnen de hoofdthema’s Systeemontwikkeling en Onderwijsvernieuwing, genoemd in de bijlage bij deze regeling.

  • 3 Bij onderuitputting van het budget voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen, wordt het restant van dat budget op basis van de verhouding, genoemd in het tweede lid, toegevoegd aan de budgetten, bedoeld in dat lid.

  • 4 Bij onderuitputting van het budget dat beschikbaar is voor programmaonderdelen binnen een hoofdthema kan de minister besluiten het resterende budget beschikbaar te stellen voor één van de andere hoofdthema’s.

Artikel 7

  • 1 De hoogte van het subsidiebedrag, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de regeling, is:

    • a. voor programma’s maximaal € 200.000,– voor één jaar en maximaal € 100.000,– per jaar voor andere jaren, waarbij voor het totaal van opeenvolgende programma’s per thema, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de regeling, het subsidiebedrag maximaal € 500.000,– is;

    • b. voor programmaonderdelen minimaal € 50.000,– en maximaal € 300.000,–, en

    • c. voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen minimaal € 50.000,– en maximaal € 100.000,–;

Artikel 8

  • 1 De hoogte van het subsidiepercentage met betrekking tot de vergoeding van de subsidiabele kosten voor programma’s is maximaal 100% voor kosten, genoemd in artikel 5 van de regeling.

Artikel 9

De duur van de subsidieverlening, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de regeling, is maximaal:

  • a. twee jaar en zes maanden voor programmaonderdelen;

  • b. één jaar en zes maanden voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen.

Artikel 10

De hoogte van de voorschotten, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de regeling, bedraagt:

  • a) bij subsidieverlening voor een programma maximaal 60% van het toegekende subsidiebedrag, gedeeld door de beoogde looptijd van dat programma in jaren, en

  • b) bij subsidieverlening voor een project maximaal 60% van het toegekende subsidiebedrag.

Artikel 11

De overheidsbijdragen, bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van de regeling, zijn:

Artikel 12

[Red: Wijzigt de Regeling kennisverspreiding en innovatie groen onderwijs.]

Artikel 14

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit innovatie groen onderwijs 2009.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 5 december 2008

De

Minister

van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G. Verburg

Bijlage bij openstellingsbesluit kigo 2009

Categorieën, bedoeld in artikel 3 en hoofdthema’s, bedoeld in artikel 6 van het openstellingsbesluit

Thema’s, bedoeld in artikel 3 van het openstellingsbesluit

Doelgroepen, bedoeld in artikel 9 van de Regeling

1. Categorie Kenniscirculatie

   

1.1 Hoofdthema Groene economie:

Duurzaam ondernemen

Biologische Landbouw

Ondernemers

 

Multifunctionele landbouw

 
 

Mest en mineralen

 
 

Gewasbescherming

 
 

Duurzame visserij en aquacultuur

 
 

Agrologistiek

 
 

Biobased economie

 
 

Tuinbouw

 
 

Veredeling

 
 

Open teelten

 
 

Intensieve veehouderij

 
 

Melkveehouderij

 
 

Loonwerk

 
 

Paardenhouderij

 
 

Huisdierverzorgers

 
 

Hoveniers en groenvoorziening

 
 

Tuincentra

 

1.2 Hoofdthema Natuur, Landschap en een vitaal platteland

Realisatie en beheer EHS

Biodiversiteit

Landschap en platteland

Decentrale overheden

Beheerders van bos, landschap en landgoederen

 

Natuur en jongeren

Groen/recreatie in en om de stad

Burgers, in het bijzonder jongeren, ouderen en allochtonen

 

Omgeving (klimaat, bodem, water)

 

1.3 Hoofdthema Gezonde voeding

Diergezondheid

MKB, Multinationals

Dierenwelzijn

Burgers

 

Voedselkwaliteit

 
     

2. Categorie Systeemontwikkeling

Hoofdthema Systeemontwikkeling

Post initiële scholing (Leren en werken)

Praktijkgerichtheid

 

Professionalisering

 

Ontsluiten van publieke kennis

 

Instrumentatie onderwijs (leermiddelen, ICT)

 

Internationalisering

   

3. Categorie Onderwijsvernieuwing

Hoofdthema Onderwijsvernieuwing

Competentiegericht toetsen en beoordelen

Leren in/uit de praktijk

 

Doorlopende leerlijnen en -arrangementen

 

Implementatiestrategie

 

Maatschappelijke rol groen onderwijs